Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Veroordeling voor overtreding van artikel 6 WVW 1994 , gepleegd met een landbouwwerktuig. De rechtbank overweegt dat verdachte niet uiterst rechts heeft gereden, de middenas heeft overschreden en te hard heeft gereden.

Uitspraak



RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/500770-09

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 augustus 2010

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. C.A.P.L. Kusters, advocaat te Deurne.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 augustus 2010, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte door zijn schuld met een landbouwvoertuig een ongeval heeft veroorzaakt waarbij een ander (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen dan wel dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

Tengevolge van een kennelijke schrijffout staat in de dagvaarding in regel 6 van het primair en subsidiair tenlastegelegde vermeld ‘verplicht’ in plaats van ‘verlicht’.

De rechtbank herstelt deze fout, aangezien dit mogelijk is zonder dat de verdachte daardoor in zijn verdediging wordt geschaad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de aanrijding verdachte niet kan worden aangerekend en dat hij geen gevaarlijke situatie heeft veroorzaakt, zodat hij van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

3.3.1. Inleiding

In onderhavige zaak gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Verdachte heeft op 11 april 2009 in de vroege ochtend met een landbouwvoertuig over de Bosscherweg te Maastricht gereden in de richting van België. Op dit landbouwvoertuig was een verwisselbaar uitrustingsstuk, namelijk een eg, gemonteerd met een breedte van 3,15 meter. Op enig moment is er een aanrijding geweest tussen het landbouwvoertuig en een Mercedes , waardoor de bestuurder van die Mercedes, de heer [naam benadeelde partij], de macht over het stuur heeft verloren en tegen een boom is gebotst. Ten gevolge van het verkeersongeval heeft die [naam benadeelde partij] een diepe en grote hoofdwond met schedelbreuk opgelopen.

Gelet op de inhoud van de geneeskundige verklaring staat, naar het oordeel van de rechtbank, buiten kijf dat er sprake is van zwaar lichamelijk letsel.

3.3.2. Aanmerkelijk onvoorzichtig

De vraag die beantwoord moet worden, is of verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend heeft gehandeld, waardoor de aanrijding hem kan worden verweten.

De verdediging heeft ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte bij het zien van de hem tegemoetkomende Mercedes heeft afgeremd en zoveel mogelijk rechts is gaan rijden, terwijl hij steeds verlichting heeft gevoerd en het oranje zwaailicht op het dak van de tractor in werking was. [naam benadeelde partij] daarentegen had fors gedronken, heeft geen snelheid geminderd en reed, volgens zowel verdachte als getuige [naam getuige 1], slingerend en op de weghelft van verdachte. De Mercedes zou op het moment van de botsing op de weghelft van de verdachte terecht zijn gekomen, waardoor de aanrijding is ontstaan. Verdachte zou dan ook niet aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend hebben gehandeld.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging en overweegt daartoe als volgt.

Uit de Verkeersongevallenanalyse blijkt dat op het wegdek ter hoogte van de aanrijding een aanzienlijke hoeveelheid modder/aarde is gevonden die afkomstig was van de eg en die vrijgekomen is tijdens de botsing met de Mercedes. De modder is tijdens de botsing recht naar beneden gevallen en lag 0,5 meter links van de middenasstreep , te weten op de weghelft van de Mercedes . Hieruit volgt dat de Mercedes zich ten tijde van de aanrijding nagenoeg in het midden van zijn eigen weghelft bevond.

Verder blijkt uit de Verkeersongevalanalyse dat verdachte met zijn landbouwvoertuig niet zoveel mogelijk rechts heeft gereden. Indien hij dat wel gedaan zou hebben, zou het gekoppelde uitrustingsstuk zich niet boven de rijstrook bestemd voor het tegemoetkomende verkeer hebben bevonden.

Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij, in zijn beleving, zoveel mogelijk rechts heeft gereden en dat tegenliggers normaal gesproken eveneens zoveel mogelijk rechts aanhouden als ze het oranje zwaailicht zien. Hoewel de rechtbank wil aannemen dat de verdachte in zijn eigen beleving zoveel mogelijk rechts heeft gereden, stelt de rechtbank op basis van de Verkeersongevallenanalyse vast dat verdachte in werkelijkheid niet uiterst rechts heeft gereden en dat de Mercedes zich op het moment van de aanrijding op het midden van zijn eigen weghelft bevond. De omstandigheid dat de Mercedes, gelet op de reconstructiefoto’s, nog ruimte had om meer rechts te rijden, doet niet af aan verdachtes plicht om met zijn voertuig binnen zijn eigen rijbaan te blijven. Verdachte mocht en mag er niet vanuit gaan dat alle tegenliggers voor hem helemaal aan de kant gaan, reeds omdat zij daartoe, mits zij op hun eigen rijbaan rijden, niet verplicht zijn.

Naast het feit dat verdachte niet uiterst rechts heeft gereden en met zijn combinatie de middenasstreep heeft overschreden, heeft verdachte ter terechtzitting ook nog verklaard dat hij met de, te brede, combinatie, te hard reed voorafgaand aan het verkeersongeval, namelijk 40 kilometer per uur in plaats van de voor bestuurders van landbouwvoertuigen toegestane 25 kilometer per uur .

Gelet op bovenstaande heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld.

De rechtbank tekent hierbij aan dat zij het verdachte niet zozeer aanrekent dat hij zich met een – op grond van artikel 5.1.2 jo 5.18.22 van het Voertuigreglement - te brede combinatie op de weg heeft begeven, nu van hem als deeltijdmedewerker niet kon worden verwacht dat hij zou hebben geweigerd om met deze combinatie te gaan rijden. De rechtbank rekent verdachte zijn rijgedrag echter wel aan.

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de bestuurder van de Mercedes ook een verwijt valt te maken, maar acht dit verwijt niet van zodanige aard dat dit verdachte disculpeert. De rechtbank zal hiermee echter wel rekening houden bij de strafoplegging.

3.3.3. Scherpe uitstekende delen

De verdediging heeft aangevoerd dat zich aan de eg geen scherpe uitstekende delen bevonden; er zaten immers beschermende zijplaten aan de eg, zoals te zien op foto’s B.15, B.16, D.7 en D.8, opgenomen in de fotomap behorende bij de Verkeersongevalanalyse.

De rechtbank verwerpt dit standpunt van de verdediging. Uit de Verkeersongevallenanalyse blijkt immers dat de uitstekende delen van de eg zowel deels scherp als onvervormbaar waren, dat de scherp uitstekende delen niet waren afgeschermd en de zijdelings uitstekende delen niet waren gemarkeerd en verlicht. Er zaten inderdaad beschermende zijplaten aan beide zijden van de eg . De rechtbank overweegt echter dat die zijplaten op de plaats van tewerkstelling als doel hebben te voorkomen dat er geen ongelukken gebeuren, maar dat neemt niet weg dat zij op de weg bij een botsing als de onderhavige een klievende werking kunnen hebben, zoals ook blijkt uit de schade die door de linker zijplaat is veroorzaakt aan de Mercedes. De zijplaten dienen weliswaar in beginsel als afscherming van scherpe uitstekende delen, maar kunnen kennelijk ook op zichzelf scherpe uitstekende delen vormen.

3.3.4. Conclusie

De rechtbank acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte hiervoor veroordelen.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 11 april 2009, in de gemeente Maastricht, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een landbouwvoertuig met verwisselbaar uitrustingsstuk (zijnde een eg), welk verwisselbaar uitrustingsstuk scherpe uitstekende delen bevatte die niet waren afgeschermd, gemarkeerd en verlicht en welk verwisselbaar uitrustingsstuk een breedte van 3,15 meter had, daarmede rijdende over de weg, de Bosscherweg, gaande in de richting van België, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door aanmerkelijk onvoorzichtig

met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet voldoende rechts te rijden over voornoemde Bosscherweg, waardoor het voornoemde verwisselbare uitrustingsstuk deels gebruik maakte van de rijstrook voor het hem, verdachte, tegemoetkomende verkeer, op het moment dat een hem, verdachte, tegemoetkomende personenauto reeds zo dicht genaderd was dat een aanrijding is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en die personenauto, ten gevolge waarvan de bestuurder van die personenauto de controle over die personenauto heeft verloren en de personenauto tegen een aan de - gezien de rijrichting van de personenauto - rechterzijde van weg in de groenstrook zich bevindende boom is gebotst,

door welk verkeersongeval [naam benadeelde partij], zijnde de bestuurder van die personenauto, zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is tenlastegelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 , terwijl het een ongeluk betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf van 80 uur subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis. Daarnaast heeft hij gevorderd om aan verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voorwaardelijk te ontzeggen voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair gepleit voor vrijspraak en heeft subsidiair gevraagd om, bij een eventuele veroordeling, een geldboete op te leggen met het verzoek om die in termijnen te mogen betalen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Blijkens de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS is een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen gedurende 6 maanden op zijn plaats in het geval van een aanmerkelijke verkeersfout waarbij zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

Verdachte heeft als bestuurder op een voor andere verkeersdeelnemers imponerende en massieve combinatie gereden. Een aanrijding met een dergelijk voertuig kan zeer ernstige gevolgen hebben, zoals in onderhavige zaak is gebleken. Verdachte heeft zijn rijgedrag, door te snel te rijden en onvoldoende rechts te houden, hierop niet afgestemd en is er ten onrechte vanuit gegaan dat tegenliggers zodanig rechts houden, dat een gedeelte van zijn combinatie de middenasstreep kan overschrijden. Verdachte heeft door zo onvoorzichtig te rijden een aanrijding veroorzaakt met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, waarvan het slachtoffer nog steeds niet volledig hersteld is. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

De rechtbank houdt ten voordele van verdachte enerzijds rekening met het feit dat de bestuurder van de Mercedes gedronken had, en hierdoor mogelijk slingerend reed en onvoldoende vaart minderde en anderzijds met de omstandigheid dat verdachte niet eerder in aanraking is geweest met justitie.

Gelet op bovenstaande acht de rechtbank een werkstraf van 40 uur passend en geboden.

Daarnaast ziet de rechtbank termen aanwezig om aan verdachte een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden op te leggen met een proeftijd van 2 jaar. Daarbij neemt rechtbank met name in aanmerking dat de verdachte ook nu nog regelmatig voor zijn werk en/of stage met dergelijke gevaarlijke combinaties de weg op gaat.

6 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 , zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

7 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf voor de duur van 40 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W.A. van den Berg, voorzitter, mr. A.W. Oosterman en mr. J.S. Holthuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.M. Drenth, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 augustus 2010.

Buiten staat

Mr. Oosterman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 11 april 2009,

in de gemeente Maastricht,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een landbouwvoertuig met

verwisselbaar uitrustingsstuk (zijnde een eg) welk verwisselbaar

uitrustingsstuk scherpe uitstekende delen bevatte die niet waren afgeschermd,

gemarkeerd en/of verplicht en welk verwisselbaar uitrustingsstuk een breedte

van 3,15 meter had,

daarmede rijdende over de weg, de Bosscherweg gaande in de richting van

België,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden,

door zeer, althans, aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend,

met door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet voldoende rechts te

rijden over voornoemde Bosscherweg, waardoor het voornoemde verwisselbare

uitrustingsstuk deels gebruik maakte van de rijstrook voor het hem,

verdachte, tegemoetkomende verkeer, op het moment dat een hem, verdachte,

tegemoetkomende personenauto reeds zo dicht genaderd was dat een aanrijding

of botsing is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde

motorrijtuig en die personenauto, ten gevolge waarvan de bestuurder van die

personenauto de controle over die personenauto heeft verloren en de

personenauto tegen een aan de - gezien de rijrichting van de personenauto -

rechterzijde van weg in de groenstrook zich bevindende boom is gebotst,

door welk verkeersongeval [naam benadeelde partij], zijnde de bestuurder van die

personenauto, zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd

toegebracht dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening

van de normale bezigheden is ontstaan;

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 11 april 2009,

in de gemeente Maastricht,

als bestuurder van een landbouwvoertuig met verwisselbaar uitrustingsstuk

(zijnde een eg) welk verwisselbaar uitrustingsstuk scherpe uitstekende delen

bevatte die niet waren afgeschermd, gemarkeerd en/of verplicht en welk

verwisselbaar uitrustingsstuk een breedte van 3,15 meter had,

daarmede rijdende over de weg, de Bosscherweg gaande in de richting van

België,

met door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet voldoende rechts heeft

gereden over voornoemde Bosscherweg, waardoor het voornoemde verwisselbare

uitrustingsstuk deels gebruik maakte van de rijstrook voor het hem,

verdachte, tegemoetkomende verkeer, op het moment dat een hem, verdachte,

tegemoetkomende personenauto reeds zo dicht genaderd was dat een aanrijding

of botsing is ontstaan tussen het door hem, verdachte, bestuurde

motorrijtuig en die personenauto, ten gevolge waarvan de bestuurder van die

personenauto de controle over die personenauto heeft verloren en de

personenauto tegen een aan de - gezien de rijrichting van de personenauto -

rechterzijde van weg in de groenstrook zich bevindende boom is gebotst,

door welke gedraging(en) van verdachte (telkens) gevaar op die weg werd

veroorzaakt, althans (telkens) kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die

weg (telkens) werd gehinderd, althans (telkens) kon worden gehinderd.

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/500770-09

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 24 augustus 2010 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman is mr. C.A.P.L. Kusters, advocaat te Deurne.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature