Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

Opties voor deze uitspraak

LJN BN2286, Centrale Raad van Beroep, 10/821 WAO
Datum uitspraak: 23-07-2010
Datum publicatie: 26-07-2010
Rechtsgebied: Sociale zekerheid
Soort procedure: Hoger beroep
Zaaknummers: 10/821 WAO
Inhoudsindicatie:
Verzoek om herziening. Geen gronden. Niet-ontvankelijkverklaring.
 
Uitspraak

10/821 WAO


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


als bedoeld in artikel 8:54 in verbinding met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:


[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),

tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 december 2009, 09/2648 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

verzoeker

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.


Datum uitspraak: 23 juli 2010


I. PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, een verzoek om herziening ingediend van de aangevallen uitspraak.

Bij brief van 26 maart 2010 heeft gemachtigde van verzoeker de Raad laten weten dat zij zich terugtrekt als gemachtigde.


II. OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge de artikelen 6:24 en 8:88 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het verzoek om herziening in hoger beroep.

Het ingediende verzoekschrift bevat echter geen gronden.

Naar aanleiding van de mededeling van de gemachtigde van verzoeker dat zij zich terugtrekt als gemachtigde is bij brief van 13 april 2010 verzoeker in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen vier weken te herstellen.

Verzoeker heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Bij aangetekende brief van 18 mei 2010 is aan verzoeker nogmaals de gelegenheidgeboden de gronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek kan leiden.

Verzoeker heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.

Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim, acht de Raad het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.


III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2010.


(get.) D.J. van der Vos.



(get.) A.L. de Gier.


Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bijde Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.


RK

Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven     |     zoeken     |     uitgebreid zoeken