Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Samenloop franchise en (onderhuur). Geen gemengde overeenkomst, maar twee separate overeenkomsten. Afwijkende huurbedingen zijn niet goedgekeurd door de kantonrechter, zodat de bepalingen die van het (semi)dwingendrechtelijke huurrecht afwijken niet gelden. De opzegging van de huur op de gronden afweging van belangen en niet gedragen als goed huurder leiden niet tot het einde van de huurovereenkomst. Bij opzegging van de hoofdhuurovereenkomst heeft onderverhuurder onvoldoende de belangen van de onderhuurder in acht genomen, waardoor onderverhuurder aansprakelijk is voor de door onderhuurder geleden schade. Geen overtreding door franchisegever van exclusiviteits/concurrentiebepalingen.

Uitspraak



RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 244376 CV EXPL 09-9769

vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 10 juni 2010

in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kruidvat Retail B.V.,

gevestigd te [plaatsnaam],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A.S. Watson (Property Continental Europe) B.V.,

gevestigd te [plaatsnaam],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A.S. Watson (Health & Beauty Continental Europe) B.V.,

gevestigd te [plaatsnaam],

eiseressen in conventie, verweersters in reconventie,

gemachtigde mr. M. Sloot, advocaat te Amsterdam,

tegen:

1. mevrouw [naam],

2. de heer [naam],

beiden wonende te [adres],

3. de vennootschap onder firma [naam],

gevestigd te [adres],

gedaagden in conventie, eisers in reconventie,

gemachtigde mr.J. Mikes, advocaat te Rotterdam.

Eiseressen worden hierna afzonderlijk aangeduid als Kruidvat Retail, Watson Property en Watson Health, gedaagden als [gedaagden] en gezamenlijk (in enkelvoud) als Kruidvat en [gedaagde].

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding van 16 oktober 2009;

2. de conclusie van antwoord in conventie, eis in reconventie;

3. het tussenvonnis van 14 januari 2010, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

4. de conclusie van antwoord in reconventie;

5. de aantekeningen van de griffier van de op 9 februari 2010 gehouden comparitie van

partijen;

6. de conclusie na comparitie, tevens houdende wijziging van eis in reconventie zijdens

[gedaagde];

7. de antwoordakte zijdens Kruidvat;

8. de door beide partijen overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

De vaststaande feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van producties, voorzover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

2. De rechtsvoorganger van [naam] Exploitatiemaatschappij B.V. verhuurt sedert 8 november 1995 aan De Boer Drogisterijen B.V. (hierna: De Boer) de winkelruimte (hierna: het gehuurde) aan de [adres].

3. De Boer verhuurt sedert 8 november 1995 het gehuurde onder aan [gedaagde].

4. In deze (onder)huurovereenkomst zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

“…

Artikel 1

Algemeen

1. Deze overeenkomst is onverbrekelijk verbonden met de tussen partijen gesloten franchise-overeenkomst. …

2. Op deze overeenkomst zijn tevens van toepassing de bepalingen uit de hoofdhuurovereenkomst tussen [naam] en De Boer Drogisterijen B.V.

De huurder verklaart zich te zullen onderwerpen aan alle rechtsgevolgen die door ontbinden, opzegging of verlenging door of vanwege de hoofdverhuurder ([naam]) jegens verhuurder (De Boer Drogisterijen B.V.) danwel door verhuurder jegens hoofdverhuurder ontstaan en zal terzake opzegging, ontbinding of verlenging de verhuurder niet aansprakelijk kunnen stellen voor schade.

Artikel 2

Huurtijd/Verlenging/Opzegging

3. Beëindiging van de franchise- en de huurovereenkomst kunnen slechts gelijktijdig geschieden. Opzegging van de franchiseovereenkomst wordt beschouwd als opzegging van de huurovereenkomst…”

5. Tussen De Boer, handelend onder de naam Trekpleister, en VOF [gedaagde] is op 8 november 1995 een franchiseovereenkomst gesloten betreffende de zogenaamde Trekpleister-formule.

6. De Boer is in 1997 overgenomen door Watson Health, waarna de naam van De Boer is gewijzigd in Trekpleister B.V. Binnen de organisatie van Kruidvat wordt het gehuurde doorverhuurd aan Kruidvat Retail, die als (onder)verhuurder optreedt van [gedaagde].

7. Tussen Trekpleister B.V. en VOF [gedaagde] is een franchiseovereenkomst gesloten, die is getekend in 2000, maar niet nader is gedateerd. In deze franchiseovereenkomst is onder meer opgenomen:

“…

Artikel 22 Vestigingsplaats

Deze overeenkomst zal uitsluitend betrekking hebben op de exploitatie van het Verkooppunt gelegen in het pand aan de [adres]. De bedrijfsruimte van dit Verkooppunt huurt Franchisenemer van Franchisegever waartoe partijen separaat een huurovereenkomst zijn aangegaan. ...

Artikel 23 Concurrentiebeding /Exclusiviteit

23.2. Franchisegever verbindt zich gedurende de looptijd van deze overeenkomst geen eigen additionele Trekpleister filialen te zullen vestigen binnen het gearceerde gebied zoals aangegeven op de plattegrond die partijen bij hun hiervoor gesloten overeenkomst hebben aanvaard, en evenmin derden toe te staan in franchiseverband daar een soortgelijk Verkooppunt te vestigen.

Artikel 24 Boetebeding

Tenzij er sprake is van een niet toerekenbare tekortkoming, waaronder begrepen bedrijfsbezetting en staking, zal bij overtreding door een van de partijen van zijn verplichtingen uit deze overeenkomst, de overtredende partij schriftelijk ingebreke worden gesteld. Indien na deze ingebrekestelling de overtredende partij in gebreke blijft bij de uitvoering van een of meer verplichtingen, zal deze ten behoeve van de andere partij een onmiddellijk opeisbare boete verbeuren van fl. 25.000,-- per overtreding en fl. 5.000,-- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, onverminderd het recht van de benadeelde partij om daarnaast vergoeding van de door hem geleden schade te vorderen.

Artikel 25 Duur en be ëindiging

25.2. Indien een der partijen niet tenminste 12 maanden voor afloop van de in lid 1 genoemde einddatum de andere partij schriftelijk kenbaar heeft gemaakt de overeenkomst niet te willen voortzetten, zal de overeenkomst telkens stilzwijgend worden verlengd met een periode van 5 jaar, tenzij een der partijen door middel van een aangetekende brief tenminste 12 maanden voor het einde van de lopende kontraktstermijn aan de ander te kennen heeft gegeven de overeenkomst te willen beëindigen, of zoveel korter als gevolg van opzegging van de huurovereenkomst door de eigenaar aan de Franchisegever. Franchisegever is slechts gerechtigd de overeenkomst op te zeggen indien van hem in redelijkheid niet kan worden gevergd de onderhavige overeenkomst te laten voortduren.

25.3. Bij opzegging door Franchisegever wegens bedrijfseconomische redenen verbindt Franchisegever zich ten opzichte van Franchisenemer tot terugkoop van door Franchisegever aan Franchisenemer geleverde roerende zaken tegen afschrijvingspercentages van inventaris 5 jaar, automatisering-hardware 3 jaar/software 2 jaar. Tevens verbindt Franchisegever zich tot terugkoop van de door Franchisegever aan Franchisenemer beleverde en door Franchisenemer aan Franchisegever betaalde voorraad tegen inkoopwaarde minus 10%. Franchisegever is alleen dan verplicht genoemde zaken van franchisenemer terug te nemen indien en voorzover deze vrij zijn van aanspraken van derden waaronder maar niet beperkt tot bancaire instellingen.

25.4. Beëindiging van deze overeenkomst kan slechts gelijktijdig geschieden met de beëindiging van de tussen Franchisenemer als huurder en de rechtsvoorganger van Franchisenemer (bedoelt zal zijn Franchisegever, kantonrechter) –De Boer Drogisterijen B.V.- als verhuurder gesloten huurovereenkomst voor de bedrijfsruimte van het Verkooppunt. Opzegging van de franchiseovereenkomst of het tekortschieten in de nakoming van de franchiseovereenkomst wordt beschouwd als opzegging of tekortschieten in de nakoming van de huurovereenkomst en omgekeerd. De huurovereenkomst maakt onlosmakelijk onderdeel uit van deze overeenkomst.

Artikel 29 Gevolgen van beëindiging van de overeenkomst

29.4. Beëindiging van de franchiseovereenkomst is gelijktijdig beëindiging van de huurovereenkomst voor het Verkooppunt. Franchisenemer dient bij het einde van deze franchiseovereenkomst de bedrijfsruimte van het Verkooppunt leeg en bezemschoon aan verhuurder op te leveren.

…”

8. Door fusie in 2000 tussen Trekpleister B.V. en Kruidvat Retail, is Trekpleister B.V. opgehouden te bestaan. De Trekpleister-formule en Kruidvat-formule behoren na de fusie tot hetzelfde concern.

9. Bij aangetekende brief van 18 mei 2006 heeft Watson Health namens Kruidvat Retail de franchiseovereenkomst met [gedaagde] opgezegd per 7 november 2010. In deze brief is verder opgenomen dat met het einde van de franchiseovereenkomst tevens de huurovereenkomst zal eindigen.

10. Bij aangetekende brief van 26 juli 2006 heeft Watson Health de hoofdhuurovereenkomst met [naam] Exploitatiemaatschappij B.V. per 7 november 2010 opgezegd, hetgeen door laatstgenoemde op 28 juli 2006 is bevestigd.

11. Vanaf begin 2009 heeft Kruidvat diverse brieven gezonden aan [gedaagde] omtrent betalingsachterstanden.

12. Op 3 augustus 2009 heeft [gedaagde] aan de heer [naam] van Kruidvat aangegeven niet akkoord te gaan met opzegging van “het kontrakt”.

13. Bij aangetekende brief van 10 september 2009 heeft Kruidvat Retail de huurovereenkomst met [gedaagde] “volledigheidshalve” nogmaals opgezegd tegen 7 november 2010. Hierbij heeft Kruidvat aangegeven dat zulks geschiedt op basis van de algemene belangenafweging en tevens op grond van niet goed huurderschap.

14. [gedaagde] heeft bij aangetekende brief van 1 oktober 2009 aan Trekpleister B.V. laten weten niet akkoord te gaan met de opzegging van het franchisecontract per 7 november 2010.

15. Watson Health heeft bij aangetekende brief van 13 oktober 2009 aan [gedaagde] de huurovereenkomst, voorzover Watson Property, danwel Watson Health als verhuurder mochten gelden, namens deze vennootschappen opgezegd.

De vordering in conventie

16. Kruidvat heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. Het tijdstip waarop de huurovereenkomst tussen Kruidvat Retail, althans Watson

Property, althans Watson Health en [gedaagde] of VOF [gedaagde]

met betrekking tot het gehuurde zal eindigen en vast te stellen op 7 november 2010,

althans een in goede justitie te bepalen datum:

2. [Gedaagde] en [gedaagde] hoofdelijk, althans [gedaagde] en VOF

[gedaagde] hoofdelijk te veroordelen het gehuurde op 7 november 2010 te

ontruimen, althans op een door de kantonrechter vast te stellen datum, met al het

hunne en de hunnen, mogelijke onderhuurders of gebruikers inbegrepen, en leeg en

ontruimd aan eiseres ter beschikking te stellen zulks op straffe van verbeurte van een

jegens eiseres direct opeisbare dwangsom ad € 10.000,-- per dag of gedeelte daarvan

dat gedaagde niet of niet geheel aan dit bevel zal voldoen, zulks met machtiging aan eiseres bij gebreke aan dit bevel de ontruiming zelf te bewerkstelligen, op kosten van

gedaagde, zonodig met behulp van de sterke arm, onder de voorwaarde dat aan gedaagde een bankgarantie is gesteld van € 35.000,-- althans een nader door de kantonrechter vast te stellen bedrag;

3. Te verklaren voor recht dat de franchiseovereenkomst tussen Watson Health en

VOF [gedaagde] per 7 november 2010 eindigt;

met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

Zij heeft daaraan, kort samengevat en voorzover thans van belang, het volgende ten grondslag gelegd.

17. Het aantal franchisevestigingen van Trekpleister is sedert 1995 sterk afgenomen en op basis van strategische en bedrijfseconomische afwegingen heeft Kruidvat in 2005 besloten de franchise van de Trekpleister-formule geheel te beëindigen. Slechts met [gedaagde] is geen overeenstemming bereikt, waarna de franchiseovereenkomst en huurovereenkomst met hem zijn opgezegd. Gelet op de samenloop van de overeenkomsten is sprake van een gemengde overeenkomst, bestaande uit een franchisedeel en een huurdeel, waardoor de huurbeschermingsbepalingen niet gelden. Subsidiair stelt Kruidvat zich op het standpunt dat de franchiseovereenkomst sowieso per 7 november 2010 eindigt en dat ten aanzien van de huurovereenkomst de algemene belangenafweging in het voordeel van Kruidvat dient uit te vallen, nu zij een zwaarwegend belang heeft bij het einde van de huurovereenkomst. Van haar kan niet gevergd worden dat zij uitsluitend voor [gedaagde] de franchise-formule met daaraan gekoppeld administratief systeem handhaaft. Tevens kan Kruidvat [gedaagde] na 7 november 2010 niet meer het genot van het gehuurde verschaffen, nu de hoofdhuurovereenkomst dan eindigt. Verder is sprake van verzuim aan de zijde van [gedaagde], nu deze de verplichtingen niet goed of niet tijdig nakomt ten aanzien van betaling voor goederen en van franchisefees. Dit tekortschieten in de franchiseovereenkomst dient ook door te werken ten aanzien van de huurovereenkomst, zodat ook daar sprake is van wanprestatie.

Het verweer in conventie

18. De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering. Hij heeft daartoe, kort samengevat en voorzover thans van belang, het volgende aangevoerd.

19. Er is geen gemengde overeenkomst, maar er zijn twee separate overeenkomsten. Er is geen sprake van dat van Kruidvat in redelijkheid niet verlangd kan worden de franchiseovereenkomst te laten voortduren, nu zulks Kruidvat betrekkelijk weinig moeite kost. De opzegging van de huurovereenkomst voldoet niet aan de wettelijke bepalingen en is niet rechtsgeldig. De belangenafweging dient in het voordeel van [gedaagde] uit te vallen, nu Kruidvat geen belang had bij opzegging van de hoofdhuurovereenkomst. Van wanprestatie zijdens [gedaagde] is geen sprake, nu [gedaagde] ongevraagd goederen geleverd kreeg en hij de facturen daaromtrent terecht niet voldeed. De bedingen in de huurovereenkomst waarop Kruidvat zich ten aanzien van beëindiging van de huurovereenkomst beroept, zijn afwijkende bedingen, die niet door de kantonrechter zijn goedgekeurd en zijn daarom nietig.

De vordering in reconventie

20. [gedaagde] vordert -na wijziging van eis- bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. Te verklaren voor recht dat Kruidvat bij de beëindiging van de hoofdhuur en de

bepaling van het tijdstip van ontruiming onvoldoende voor de belangen van [gedaagde]

heeft gewaakt; en

2. Te verklaren voor recht dat Kruidvat jegens [gedaagde] gehouden is tot vergoeding van

schade die [gedaagde] lijdt, dan zal lijden, tengevolge van de beëindiging van de

hoofdhuurovereenkomst op/per 7 november 2010, met veroordeling van Kruidvat tot

vergoeding van deze schade nader op te maken bij staat; en

3. Te verklaren voor recht dat Kruidvat gehouden is tot terugkoop van de in artikel 25. 3

vermelde roerende zaken en voorraad tegen de in artikel 25.3 genoemde percentages; en

4. Te verklaren voor recht dat Kruidvat in strijd met de exclusiviteitsbepaling van artikel

23.2 van de franchiseovereenkomst heeft gehandeld waardoor zij toerekenbaar tekort

schiet in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de franchiseovereenkomst

jegens [gedaagde]; en

5. Te verklaren voor recht dat Kruidvat jegens [gedaagde] gehouden is om de in artikel 24 van de franchiseovereenkomst vermelde boete en de dientengevolge door [gedaagde] geleden schade te vergoeden, met veroordeling van Kruidvat tot vergoeding van deze boete- en schadebedragen nader vast te stellen bij staat; en

6. Kruidvat te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] bij wijze van voorschot te betalen een bedrag van € 350.000,-- te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf heden, tot aan de dag der algehele voldoening:

met veroordeling van Kruidvat in de kosten van het geding in reconventie.

Zij stelt daartoe hetzelfde als in haar verweer in conventie, alsmede het volgende. Bij de opzegging van de hoofdhuurovereenkomst heeft Kruidvat geen rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van [gedaagde] en is Kruidvat derhalve schadeplichtig. Verder dient Kruidvat bij einde van de franchiseovereenkomst de roerende zaken terug te kopen volgens de overeenkomst. Kruidvat heeft in de directe omgeving van het gehuurde een Kruidvat filiaal geopend, hetgeen in strijd is met het bepaalde in de franchiseovereenkomst. Tevens biedt Kruidvat via internet dezelfde goederen aan als [gedaagde] en handelt daarmee eveneens in strijd met de franchiseovereenkomst. Vanwege de hoge omvang van de door [gedaagde] gelden schade en verbeurte boetes van ruim € 4.500.000, is er aanleiding [gedaagde] een voorschot toe te kennen.

Het verweer in reconventie

21. Kruidvat heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. Zij heeft daartoe hetzelfde aangevoerd als hetgeen zij ten grondslag heeft gelegd aan haar vordering in conventie. Daarnaast heeft zij gesteld dat zij op basis van artikel 1 lid 2 van de huurovereenkomst niet tot vergoeding van schade gehouden is bij het einde van de huur. Tevens heeft zij gesteld dat er geen sprake is van overtreding van het exclusiviteits/concurrentiebeding.

Beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

22. In verband met de verwevenheid van de vorderingen in conventie en in reconventie, worden deze gezamenlijk behandeld.

Gemengde overeenkomst?

23. Hoewel in zowel de franchiseovereenkomst als de huurovereenkomst is opgenomen dat deze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat bij einde van de ene overeenkomst de andere ook eindigt, leidt dit er niet toe dat sprake is van een gemengde overeenkomst met eigen regels en dat daardoor de wettelijke bepalingen, meer in het bijzonder de artikelen 7: 290 e.v. BW, terzijde worden geschoven. Beide overeenkomsten kunnen immers op zichzelf genomen los van elkaar bestaan.

Dit leidt ertoe dat voor het einde van ieder van de overeenkomsten eigen regels gelden, waaronder, voor wat betreft de huurovereenkomst, de (semi-)dwingendrechtelijke huurbeschermingsbepalingen bedrijfsruimte.

franchiseovereenkomst; opzegging

24. Ten aanzien van de franchiseovereenkomst is het allereerst de vraag of Kruidvat deze overeenkomst kon en mocht opzeggen. In de franchiseovereenkomst is hieromtrent opgenomen dat opzegging mogelijk is als in redelijkheid niet van franchisegever gevergd kan worden deze te laten voortduren. Kruidvat heeft aangevoerd dat zij om strategische en bedrijfseconomische redenen heeft besloten te stoppen met de Trekpleister-formule en dat zij overleg heeft gevoerd met de franchisehouders, hetgeen [gedaagde] niet heeft weersproken. In beginsel heeft een franchisegever als ondernemer het recht keuzes te maken op grond van marktontwikkelingen en bedrijfseconomische omstandigheden. Dit kan ertoe leiden, zoals in casu, dat een Kruidvat als franchisegever de strategische keuze maakt een bepaalde franchiseformule, Trekpleister, te staken. In zoverre wordt dan ook voldaan aan het criterium dat in redelijkheid niet van haar gevergd kan worden de overeenkomst voort te laten duren; het continueren zou immers haaks staan op het ingezette beleid. Hierbij dient Kruidvat uiteraard rekening te houden met de belangen van de franchisenemers. Dit houdt onder meer in dat overleg dient te worden gevoerd over de consequenties van beëindiging van de formule, dat ruime termijnen bij opzegging worden gehanteerd (in de lijn met de jurisprudentie omtrent de lengte van opzegtermijnen bij duurovereenkomsten) en dat wordt voldaan –indien en voorzover van toepassing- aan de terugkoopbepalingen.

25. Kruidvat heeft onweersproken gesteld dat zij met de franchisenemers overleg heeft gevoerd. Tevens heeft zij een opzegtermijn van ruim vier jaar gehanteerd. Dat in de brief van 18 mei 2006 niet letterlijk is opgenomen dat opzegging plaatsvond in verband met het criterium “in redelijkheid te vergen” maakt niet dat deze opzegging geen gelding heeft, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd. Kruidvat heeft immers onweersproken gesteld dat al voor die datum met de franchisenemers overleg is gevoerd over het staken van de Trekpleister-formule, zodat het standpunt van Kruidvat en haar overwegingen reeds bekend waren. Kruidvat heeft verder onweersproken gesteld dat met alle franchisenemers, met uitzondering van [gedaagde], overeenstemming is bereikt. Het handhaven van de franchise Trekpleister-formule voor alleen [gedaagde] gaat te ver, ook al zou dat –zoals [gedaagde] heeft aangevoerd- Kruidvat relatief weinig inspanning kosten. De strategische keuze die Kruidvat gemaakt heeft prevaleert in dit verband. Onder deze omstandigheden kon en mocht Kruidvat de franchiseovereenkomst dan ook opzeggen, zodat deze eindigt per 7 november 2010. De in conventie gevorderde verklaring voor recht (vordering 3) zal dan ook worden toegewezen.

huurovereenkomst; opzegging

26. De bepalingen in de huurovereenkomst, die aangeven dat de huur eindigt als de franchiseovereenkomst eindigt, zijn in strijd met de huurbeschermingsbepalingen van art. 7:290 e.v. BW. Deze bepalingen hebben alleen gelding als zij door de kantonrechter zijn goedgekeurd zoals bedoeld in het huidige artikel 7:291 BW. Ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst in 1995 bestond art. 7A: 1629 BW met dezelfde strekking. [gedaagde] heeft onweersproken aangevoerd dat geen sprake is van goedkeuring van dit afwijkende huurbeding, zodat de wettelijke huurbeschermingsbepalingen onverkort gelding behouden. Dit leidt er toe dat er geen sprake is van automatisme ten aanzien van het einde van de huurovereenkomst gelijktijdig met de franchiseovereenkomst, maar dat afzonderlijke opzegging van de huurovereenkomst dient plaats te vinden met inachtneming van art. 7: 296 BW. De huurovereenkomst loopt ex art. 7: 300 lid 1 BW immers thans voor onbepaalde tijd. Bij opzegging is dan onder meer art. 7:296 BW van overeenkomstige toepassing. In dit kader heeft Kruidvat zich beroepen op de belangenafweging en het zich niet gedragen als een goed huurder door [gedaagde].

27. Niet valt in te zien waarom het belang van Kruidvat bij het einde van de huurovereenkomst groter zou zijn dan dat van [gedaagde]. Kruidvat was in feite slechts een tussenschakel tussen de hoofdverhuurder en [gedaagde]. Bij einde van de franchiseovereenkomst verzet niets zich ertegen de huursituatie te laten voortduren. Dit zou anders zijn als Kruidvat het gehuurde zelf wilde gebruiken als verkooppunt, maar zulks is niet aan de orde. Integendeel, Kruidvat heeft zelf de hoofdhuurovereenkomst opgezegd. [gedaagde], die in het gehuurde al jaren zijn onderneming uitoefent, had en heeft een groot belang bij voortduring van de huursituatie, namelijk continuering van zijn bedrijf. Kruidvat heeft verder gesteld dat zij [gedaagde] niet meer het genot van het gehuurde kan verschaffen, omdat de hoofdhuurovereenkomst eindigt en dat ook daarom op basis van de belangenafweging de huurovereenkomst dient te eindigen. Dit betoogt faalt, nu Kruidvat deze situatie zelf in het leven heeft geroepen en haar dan geen beroep op die zelf gecreëerde situatie toekomt. De belangenafweging valt aldus uit in het voordeel van [gedaagde], zodat de opzeggingsgrond belangenafweging faalt.

28. [gedaagde] heeft onweersproken aangevoerd dat hij de huur tijdig betaald heeft en dat geen sprake is van achterstand. Van wanprestatie hieromtrent is dan ook geen sprake. Kruidvat heeft in dit kader gesteld dat er wel sprake is van achterstanden ten aanzien van franchiseovereenkomst en dat die wanprestatie “doorwerkt” naar de huurovereenkomst, in die zin dat dan ook sprake is van wanprestatie ten aanzien van de huurovereenkomst. De kantonrechter deelt deze visie niet. Er is weliswaar bij een franchiseovereenkomst als de onderhavige sprake van verwevenheid met de huurovereenkomst, maar deze gaat niet zo ver dat tekortkoming in de nakoming van de franchiseovereenkomst door niet-betaling, met het mogelijke rechtsgevolg van ontbinding van de overeenkomst, doorwerkt in de huurovereenkomst, die op zichzelf correct wordt nagekomen. Daar komt bij dat [gedaagde] gemotiveerd betwist dat sprake is geweest van een tekortkoming in de nakoming van de franchiseovereenkomst, nu hij de betreffende vorderingen waar Kruidvat zich op beroept, heeft betwist. Kruidvat heeft de door haar gestelde tekortkoming in dit kader onvoldoende onderbouwd, zodat haar standpunt dat sprake is van wanprestatie zijdens [gedaagde] faalt. Ook de opzeggingsgrond dat [gedaagde] zich niet heeft gedragen als een goed huurder faalt aldus. Dit leidt ertoe dat door opzegging geen einde is gekomen aan de huurovereenkomst. De daartoe strekkende vorderingen in conventie (1 en 2) van Kruidvat worden afgewezen.

hoofdhuurovereenkomst; opzegging

29. Bij de opzegging van de hoofdhuurovereenkomst heeft Kruidvat niet de reactie van [gedaagde] ten aanzien van de huur afgewacht, maar is zij direct (te) voortvarend te werk gegaan. Hierbij heeft Kruidvat ten onrechte geen rekening gehouden met de gerechtvaardigde belangen van [gedaagde]. Nu voor Kruidvat immers vaststond dat zij de Trekpleister-formule zou staken, was er aanleiding te veronderstellen dat [gedaagde] met een andere formule, danwel als zelfstandige drogisterij, zonder gebondenheid aan een keten, zijn onderneming zou willen continueren. Kruidvat heeft die mogelijkheid voor [gedaagde] illusoir gemaakt, want zij is direct tot opzegging van de hoofdhuurovereenkomst overgegaan. Hierdoor heeft Kruidvat ten opzichte van [gedaagde] onzorgvuldig gehandeld. Deze onzorgvuldigheid is van dien aard dat zulks Kruidvat schadeplichtig maakt jegens [gedaagde], overeenkomstig het bepaalde in art. 7:306 lid 2 BW. Terzake heeft Kruidvat zich beroepen op het bepaalde in art. 1 lid 2 van de huurovereenkomst, met -kort weergegeven- een uitsluiting van aansprakelijkheid. Dit beroep wordt verworpen, omdat dit beding, zoals [gedaagde] terecht heeft aangegeven, een afwijkend beding betreft dat de rechten van de huurder aantast en dat niet door de kantonrechter is goedgekeurd. Aangezien de mogelijkheid van schade aannemelijk is en de schade thans niet is vast te stellen, zal deze in een schadestaatprocedure moeten worden bepaald. De vorderingen van [gedaagde] in reconventie hieromtrent (onderdelen 1 en 2) worden toegewezen.

franchiseovereenkomst; terugkoop

30. Op basis van art. 25 lid 3 van de franchiseovereenkomst is Kruidvat gehouden tot terugkoop van bepaalde zaken tegen overeengekomen percentages. Partijen zijn het daarover in beginsel eens, zij het dat zij van mening verschillen welke zaken dit betreft. [gedaagde] heeft evenwel voldoende belang bij de gevorderde verklaring voor recht, zodat deze wordt toegewezen.

franchiseovereenkomst; exclusiviteit/concurrentie

31. Op basis van art. 23 van de franchiseovereenkomst was het Kruidvat niet toegestaan om binnen een bepaald, op een bij de overeenkomst gevoegde plattegrond aangegeven, gebied andere filialen van Trekpleister te (laten) vestigen. Van vestiging van een dergelijke Trekpleister- vestiging in het “beschermde gebied” is evenwel geen sprake, zodat in zoverre Kruidvat het beding niet heeft overtreden. Terzake heeft [gedaagde] gesteld dat na de fusie tussen Trekpleister en Watson en het aldus gaan behoren tot het Kruidvat-concern, ook de filialen van Kruidvat hieronder dienen te worden begrepen en voorts, dat er wel een Kruidvat vestiging in het beschermde gebied is gevestigd, te weten in [plaatsnaam]. Deze redenering van [gedaagde] faalt. Een beding als het onderhavige dient niet te extensief te worden uitgelegd, in die zin dat er geen ruimte is het beding op te rekken tot buiten het bereik dat partijen destijds kennelijk voor ogen stond. In het beding wordt expliciet gesproken over Trekpleister filialen, terwijl Kruidvat vestigingen ook in 2000 al bestonden. Hieruit volgt dat het de bedoeling van partijen is geweest het beding te beperken tot Trekpleister filialen. Dit is niet onlogisch, aangezien de franchise-overeenkomst alleen de Trekpleister-formule betrof en in een bepaald gebied nu eenmaal meerdere ketens naast elkaar (kunnen) bestaan. Van overtreding van het beding is dan ook geen sprake. Dit onderdeel van de vordering in reconventie wordt afgewezen.

32. Hetzelfde geldt voor de stelling van [gedaagde] dat verkoop via internet door Kruidvat op www.trekpleister.nl als overtreding van het beding dient te worden beschouwd. Ook hier is voor ruimere uitleg dan de tekst van het beding aangeeft geen plaats. Volgens de tekst hebben partijen duidelijk het oog gehad op het voorkomen van een andere fysieke vestiging van een Trekpleister filiaal in de buurt van het gehuurde. Blijkbaar hebben partijen destijds niet voorzien dat verkoop via internet een grote vlucht zou nemen en dit niet geregeld. Dit wil echter niet zeggen dat een dergelijke niet voorziene lacune met een wel zeer ruime uitleg van het beding ingevuld zou moeten worden, met voor Kruidvat forse sancties.

Voorschot

33. Aangezien de vorderingen ten aanzien van de exclusiviteit, waar [gedaagde] een zeer substantiële vordering op baseerde, is afgewezen en niet voldoende inzichtelijk is wat de hoogte is van de schade die [gedaagde] leidt op basis van de te voeren schadestaatprocedure en evenmin tot welk bedrag de terugkoop van zaken zal belopen, wordt het door [gedaagde] gevorderde voorschot afgewezen.

34. De slotsom is dat vordering sub 3 in conventie wordt toegewezen, evenals de vorderingen sub 1 tot en met 3 in reconventie. De overige vorderingen worden afgewezen. Aangezien alleen de verklaringen voor recht worden toegewezen, is voor uitvoerbaar verklaring bij voorraad geen plaats.

35. Nu beide partijen zowel in conventie als in reconventie deels in het ongelijk zijn gesteld worden de proceskosten gecompenseerd in die zin dat iedere partij zowel in conventie als in reconventie de eigen kosten draagt.

Beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter:

in conventie:

verklaart voor recht dat de franchiseovereenkomst tussen Watson Health en

VOF [gedaagde] per 7 november 2010 eindigt;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie:

verklaart voor recht dat Kruidvat bij de beëindiging van de hoofdhuur en de bepaling van het tijdstip van ontruiming onvoldoende voor de belangen van [gedaagde] heeft gewaakt;

verklaart voor recht dat Kruidvat jegens [gedaagde] gehouden is tot vergoeding van schade die [gedaagde] lijdt, dan zal lijden, tengevolge van de beëindiging van de hoofdhuurovereenkomst op/per 7 november 2010, met veroordeling van Kruidvat tot vergoeding van deze schade nader op te maken bij staat;

verklaart voor recht dat Kruidvat gehouden is tot terugkoop van de in artikel 25.3 vermelde roerende zaken en voorraad tegen de in artikel 25. 3 genoemde percentages;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in conventie en in reconventie:

compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is gewezen door mr B.C. Vink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni, in aanwezigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature