Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Vrijstelling en bouwvergunning voor het vergroten van de kap op de eerste verdieping van een woning. De rechtbank is van oordeel dat verweerder na het advies van de commissie bezwaarschriften niet had mogen volstaan met de enkele constatering dat niet aannemelijk is dat er sprake is van onaanvaardbare schaduwwerking of beperking van de daglichttoetreding in de woonkamer van eisers. In zoverre is het bestreden besluit onvoldoende daadkrachtig gemotiveerd. Het bouwplan past echter wel in het nieuwe bestemmingsplan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij de gebruikmaking van haar bevoegdheid om vrijstelling te verlenen, heeft mogen anticiperen op het toekomstige bestemmingsplan.

Uitspraak



RECHTBANK UTRECHT

Sector bestuursrecht

zaaknummer: SBR 09/166

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eisers], te [woonplaats],

eisers,

gemachtigde: mr. R. Bom, advocaat te Breda

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder,

gemachtigde: mr. D.L. de Vries, werkzaam bij de gemeente Utrechtse Heuvelrug.

Inleiding

1.1 Bij besluit van 21 juli 2008 heeft verweerder aan mevrouw [vergunninghoudster] (hierna: de vergunninghoudster) vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het vergroten van de kap op de eerste verdieping op de woning aan de [adres]. Eisers hebben hiertegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 11 december 2008 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Eisers hebben hiertegen beroep bij deze rechtbank ingesteld.

1.2 De vergunninghoudster heeft aangegeven als partij aan deze beroepszaak te willen deelnemen.

1.3 Het geding is behandeld ter zitting van 11 maart 2010, waar eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens de vergunninghoudster is verschenen haar schoonzoon, de heer [A].

1.4 De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:64 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het onderzoek ter zitting geschorst en bepaald dat het vooronderzoek wordt hervat. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld haar te berichten of bij verweerder bereidheid bestaat het door het door eisers gewenste daglichtonderzoek alsnog uit te voeren. Bij faxbericht van 25 maart 2010 heeft verweerder bericht daartoe niet bereid te zijn. De rechtbank heeft eisers vervolgens in de gelegenheid gesteld te reageren. Eisers hebben van die gelegenheid bij brief van 6 april 2010 gebruik gemaakt.

1.5 Nadat partijen toestemming hebben gegeven om uitspraak te doen zonder nadere zitting, heeft de rechtbank het onderzoek op 15 april 2010 gesloten.

Overwegingen

2.1 De vergunninghoudster heeft op 20 februari 2008 een bouwvergunning aangevraagd voor het vergroten van de kap op de eerste verdieping op de woning aan de [adres].

2.2 Eisers wonen aan de [adres]. Het perceel waarop hun woning staat grenst aan het perceel met de woning waarop de bouwvergunning en vrijstelling betrekking heeft.

2.3 De rechtbank stelt voorop dat op 1 juli 2008 de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking is getreden. Ingevolge het overgangsrecht opgenomen in de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening (Stb. 2008, 180) dienen voor die datum ingediende aanvragen, zoals in dit geval, om bouwvergunning en vrijstelling te worden getoetst aan respectievelijk de Woningwet en de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), zoals deze luidden tot 1 juli 2008.

2.4 Artikel 44 van de Woningwet (Ww) bepaalt dat een bouwvergunning slechts mag en moet worden geweigerd indien het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, de bouwverordening, het bouwbesluit of redelijke eisen van welstand.

2.5 Op de betreffende percelen is het bestemmingsplan “Hoenderdaal, uitwerking Noordoost, herziening 1” van toepassing. Binnen dit bestemmingsplan heeft het perceel waarop het bouwplan betrekking heeft de bestemming “Eensgezingshuizen-II”.

2.6 Ingevolge artikel 2.10-1 van het bestemmingsplan zijn de gronden die zijn aangewezen als “Eengezinshuizen-II” bestemd voor wonen, met de daartoe nodige gebouwen, andere bouwwerken, andere werken, tuinen en erven.

Artikel 2.10-2a van het bestemmingsplan bepaalt in combinatie met artikel 2.10- 2e dat op of in deze gronden uitsluitend gebouwen en /of andere bouwwerken mogen worden gebouwd, die blijkens aard en indeling rechtstreeks en uitsluitend ten dienste staan van het wonen, met dien verstande dat over maximaal 70% van de bebouwde oppervlakte een kap is toegestaan.

2.7 Hieruit volgt dat het vigerende bestemmingsplan reeds in de mogelijkheid voorziet maximaal 70% van de woning van een kap te voorzien. De vrijstelling ziet daarom op maximaal 30% van de overkapping. Tussen partijen is niet in geschil dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan.

2.8 Ingevolge artikel 46, derde lid, van de Ww moet een aanvraag die slechts kan worden ingewilligd na vrijstelling als bedoeld in de artikelen 15, 17 en 19 van de WRO worden geacht mede een verzoek om zodanige vrijstelling in te houden.

2.9 Ingevolge artikel 19, derde lid, van de WRO kunnen burgemeesters en wethouders vrijstelling verlenen van het bestemmingsplan in bij algemene maatregel van bestuur aan te geven gevallen.

2.10 Artikel 20, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 (BRO) bepaalt dat voor de toepassing van artikel 19, derde lid, van de WRO in aanmerking komt een uitbreiding van of een bijgebouw bij een woongebouw in de bebouwde kom, mits het aantal woningen gelijk blijft.

2.11 Het beroep richt zich tegen de door verweerder verleende vrijstelling. De rechtbank overweegt dat de bevoegdheid om vrijstelling te verlenen een eigen, discretionaire bevoegdheid van verweerder is, waarbij verweerder de betrokken belangen tegen elkaar dient af te wegen. De bestuursrechter kan de gebruikmaking van die bevoegdheid slechts marginaal toetsen. Voor de rechtbank is in deze zaak dan ook ter beoordeling of verweerder in dit geval in redelijkheid tot het verlenen van deze vrijstelling heeft kunnen komen.

2.12 Eisers hebben aangevoerd dat er een verslechtering van hun woonsituatie zal optreden door de realisering van de kap op de woning van vergunninghoudster. De plaatsing van de kap zal leiden tot een aanzienlijke daglichtvermindering in de woning van eisers en eiseres hebben vanuit hun woning via een grote schuifpui direct zicht op de te realiseren kap. Volgens eisers heeft verweerder ten onrechte nagelaten om een daglichtonderzoek te doen uitvoeren, terwijl dit wel is geadviseerd door de commissie bezwaarschriften. De beslissing op bezwaar mist derhalve een zorgvuldige onderbouwing, aldus eisers.

2.13 De rechtbank stelt voorop dat verweerder niet gehouden is het advies van de commissie bezwaarschriften te volgen. Afwijking van het advies van de bezwaarschriften-commissie dient wel in de beslissing op bezwaar te worden gemotiveerd. Verweerder heeft in de beslissing op bezwaar toegelicht dat zij geen nader onderzoek wenst uit te voeren naar de daglichtintreding, omdat zij niet aannemelijk acht dat er sprake is van onaanvaardbare schaduwwerking.

2.14 De rechtbank is met eisers van oordeel dat verweerder na het advies van de commissie bezwaarschriften niet had mogen volstaan met de enkele constatering dat niet aannemelijk is dat er sprake is van onaanvaardbare schaduwwerking of beperking van de daglichttoetreding in de woonkamer van eisers. Immers, niet duidelijk is waarop verweerder deze conclusie heeft gebaseerd. In zoverre is het bestreden besluit onvoldoende daadkrachtig gemotiveerd. De verwijzing naar een andere zaak waarin door deze rechtbank is geoordeeld dat verweerder wel gemotiveerd was afgeweken van een advies van de commissie bezwaarschriften, kan hieraan niet afdoen.

2.15 Hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen kan evenwel niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Bij de beslissing om geen nader onderzoek te verrichten en de vrijstelling te verlenen heeft, blijkens de beslissing op bezwaar, eveneens een belangrijke rol gespeeld dat het bouwplan past binnen het op dat moment vastgestelde bestemmingsplan “Woongebied Driebergen-Rijsenburg”.

2.16 Dat het bouwplan in overeenstemming is met het nieuwe bestemmingsplan is tussen partijen niet in geschil. Het nieuwe bestemmingsplan is nog niet onherroepelijk, omdat tegen het bestemmingsplan beroep is ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Ter zitting is door verweerder toegelicht dat de in die procedure ingediende beroepsgronden zich niet richten tegen bepalingen die zien op de gronden waar de woningen van eisers en de vergunninghoudster staan. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de procedure bij de ABRvS geen verandering zal brengen in het feit dat het bouwplan in overeenstemming is met het nieuwe bestemmingsplan. Dit brengt, gelet op het bepaalde in artikel 44 Ww , met zich dat verweerder aan de vergunninghoudster zonder meer een bouwvergunning zal moeten verlenen, als zij een nieuwe aanvraag doet met hetzelfde bouwplan.

2.17 In het aanvullende bezwaarschrift hebben eisers in dat kader opgemerkt dat bij toetsing aan het nieuwe bestemmingsplan ook moet worden getoetst aan de artikelen 17 en 28.1.2 van dat bestemmingsplan, waarin is bepaald dat vrijstellingen slechts worden verleend indien de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabij gelegen gronden niet onevenredig worden geschaad en het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad. Eisers zien daarbij evenwel over het hoofd dat het bouwplan aan de in het nieuwe bestemmingsplan gestelde eisen voldoet, zodat geen vrijstelling van dat bestemmingplan behoeft te worden verleend. Het bouwplan behoeft onder het nieuwe bestemmingsplan dus niet meer te worden getoetst aan de door eisers genoemde bepalingen.

2.18 De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij de gebruikmaking van haar bevoegdheid om vrijstelling te verlenen, heeft mogen anticiperen op het toekomstige bestemmingsplan en dat verweerder om die reden heeft kunnen beslissen geen nader daglichtonderzoek in te stellen, omdat het bouwplan met dat bestemmingsplan in overeenstemming is. Hiermee is het aangevochten besluit voldoende daadkrachtig gemotiveerd.

2.19 Eisers hebben nog aangevoerd dat bij realisering van de kap in feite een seniorenwoning gebruikt zal worden voor dubbele bewoning, hetgeen volgens hen in strijd is met de doelstelling van een seniorenwoning.

2.20 Zoals hiervoor reeds werd overwogen, rust op het perceel waarop het bouwplan ziet, de bestemming “Eengezinshuizen-II”. De gronden met die bestemming zijn bestemd voor wonen, met de daartoe nodige gebouwen, andere bouwwerken, andere werken, tuinen en erven. Op grond van het toepasselijke bestemmingsplan zijn op het perceel waarop het bouwplan ziet derhalve bouwwerken toegestaan met de bestemming wonen. Binnen die bestemming is de bewoning door een moeder, haar dochter en haar schoonzoon, toegestaan. Het huidige noch het nieuwe bestemmingsplan vereist dat bouwwerken op het perceel als seniorenwoning worden gebruikt. Dit betoog leidt dan ook niet tot het oordeel dat verweerder in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van haar bevoegdheid om vrijstelling te verlenen.

2.21 Met de door verweerder verleende vrijstelling is de strijdigheid met het bestemmingsplan opgeheven. Dat zich anderszins een weigeringsgrond voordeed als bedoeld in artikel 44 van de Woningwet , is gesteld noch gebleken. Het beroep is dan ook ongegrond.

2.22 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.R. van Es-de Vries en in het openbaar uitgesproken op

20 mei 2010.

De griffier is buiten staat deze De rechter:

uitspraak mede te ondertekenen.

V. Liemburg mr. J.R. van Es-de Vries

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature