Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Beroep door rechtbank ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Afgaande op de zeer summiere bewoordingen van die brief en op het daaropvolgende bestreden besluit heeft het Uwv daarbij een op nihilstelling van een voorschot in de zin van artikel 31 van de WW voor ogen gestaan. De brief van 10 juli 2008 is daarmee gericht op rechtsgevolg en is aldus een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Vernietiging aangevallen uitspraak met terugwijzing naar de rechtbank.

Uitspraak



09/6356 WW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 26 oktober 2009, 09/73,

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 1 april 2010.

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.J. van ’t Hoff hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2010. Namens appellant is mr. Van ’t Hoff verschenen. Het Uwv is niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

1. Appellant had een tijdelijk dienstverband voor de duur van één jaar met [naam werkgever] (werkgever). Tussentijds is dat contract herzien en heeft appellant een nieuwe arbeidsovereenkomst met dezelfde werkgever gesloten met als einddatum 30 juni 2008. Appellant heeft op 27 juni 2008 bij het Uwv een aanvraag om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) gedaan. Op 10 juli 2008 heeft het Uwv appellant schriftelijk laten weten nog geen beslissing te nemen op de aanvraag, in afwachting van het verloop van een door appellant ingestelde procedure tegen diens voormalige werkgever. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 9 december 2008 (bestreden besluit) heeft het Uwv die bezwaren ongegrond verklaard. Het Uwv heeft daartoe overwogen dat appellant een benadelingshandeling heeft gepleegd door tussentijds accoord te gaan met een contract tot en met 30 juni 2008, terwijl appellant in dienst had kunnen blijven tot 3 september 2008. Volgens het Uwv kan de WW-uitkering niet tot uitbetaling komen tot 3 september 2008.

2. Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank onder meer dat beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en onder toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) appellant niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar tegen – in de woorden van de rechtbank – ‘het primaire besluit […] van 10 juli 2008’. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de brief van 10 juli 2008 enkel kan worden gezien als een mededeling van informatieve aard die geen nieuwe rechtsgevolgen in het leven roept.

3. Appellant heeft in hoger beroep onder meer gesteld dat als de brief van 10 juli 2008 overeenkomstig de opvatting van de rechtbank al niet is gericht op enig rechtsgevolg, deze in ieder geval een weigering behelst om een besluit te nemen. Op grond van artikel 6:2 van de Awb wordt een schriftelijke weigering een besluit te nemen voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld. Appellant wijst er voorts op dat uit de bewoordingen van de brief van 10 juli 2008 volgt dat het mogelijk is dat nooit zal worden beslist op de aanvraag en de mededeling in die brief in ieder geval tot gevolg heeft dat het Uwv niet tijdig beslist op de aanvraag. Op grond van artikel 6:2 van de Awb wordt ook het niet tijdig nemen van een besluit voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld.

4. De Raad overweegt als volgt.

4.1. Met de brief van 10 juli 2008 heeft het Uwv appellant het recht op een WW-uitkering ontzegd. Het Uwv heeft daarvoor verwezen naar het verloop van een procedure tegen de werkgever van appellant. Afgaande op de zeer summiere bewoordingen van die brief en op het daaropvolgende bestreden besluit heeft het Uwv daarbij een op nihilstelling van een voorschot in de zin van artikel 31 van de WW voor ogen gestaan. De brief van 10 juli 2008 is daarmee gericht op rechtsgevolg en is aldus een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

4.2. De aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking. Nu tot op heden geen inhoudelijke behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden, het Uwv ter zitting van de Raad niet was vertegenwoordigd en appellant daarom heeft verzocht, zal de zaak naar de rechtbank worden teruggewezen.

4.3. In het vorenstaande vindt de Raad aanleiding om het Uwv op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van € 644,-- aan kosten van rechtsbijstand.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Wijst de zaak terug naar de rechtbank Maastricht.

Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 april 2010.

(get.) H.G. Rottier.

(get.) P. Boer.

BvW


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature