Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

Opties voor deze uitspraak

LJN BL6847, Rechtbank Haarlem, 15/801104-09
Datum uitspraak: 31-12-2009
Datum publicatie: 09-03-2010
Rechtsgebied: Straf
Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummers: 15/801104-09
Inhoudsindicatie:
Artikel 1 OW, medeplegen invoer cocaine, vrijspraak, onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte een afhaler is, snorder.

Uw eigen juridische database
OpMaat, uw eigen juridische database, altijd en overal toegang, snel, uitgebreide zoekmogelijkheden, compleet, gebruiksvriendelijk en actueel, www.sneltotdekern.nl
gesponsorde link
Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/801104-09
Uitspraakdatum: 31 december 2009
Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 december 2009 in de zaak tegen:

[med[medeverdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
postadres te [adres],
verblijvende te [adres]

1. Tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 03 augustus 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam-Zuidoost, gemeente Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet , ongeveer 2007,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit en gevorderddat:
?verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;
?de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen worden teruggegeven aan verdachte.


4. Vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd. Verdachte moet derhalve worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Op 3 augustus 2009 wordt [medeverdachte] terzake de invoer van verdovende middelen aangehouden op de luchthaven Schiphol. [medeverdachte] werkt desgevraagd mee aan een onderzoek teneinde zijn afhaler te onderkennen. Gedurende dit onderzoek krijgt [medeverdachte] van zijn opdrachtgevers de instructie om bij de bushalte Kraaiennest aan de Kromwijkdreef te Amsterdam Zuidoost te wachten tot een auto hem komt ophalen. Vervolgens stopt er een auto voor [medeverdachte] en wenkt de bestuurder hem in te stappen. De bestuurder, verdachte, wordt vervolgens aangehouden.

Verdachte heeft hierover verklaard dat hij als snorder actief is. Op het moment dat hij [medeverdachte] met een koffer naast de bushalte zag staan, heeft hij contact met hem proberen te maken. Hiertoe heeft hij een zijraam van zijn auto opengedraaid en een handbeweging, een zogenoemd ‘snordersgebaar’, naar deze [medeverdachte] gemaakt teneinde vast te stellen of [medeverdachte] van een snorder gebruik wilde maken, aldus verdachte.

De officier van justitie acht vorenstaande verklaring van verdachte ongeloofwaardig. De officier van justitie heeft daartoe - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat het wel heel toevallig en daarmee onaannemelijk is dat verdachte precies op dat moment [medeverdachte] wilde meenemen. Tevens zet de officier van justitie vraagtekens bij de verklaring van verdachte aangaande zijn bezigheden eerder die dag en wijst hij er op dat verdachte wisselend heeft verklaard over wie – hijzelf of [medeverdachte] – nu als eerste een gebaar heeft gemaakt. Daarnaast heeft de officier van justitie gewezen op het zogenaamde ‘snordersregister’, waar verdachte niet in voorkomt en acht hij het opmerkelijk dat verdachte zijn daadwerkelijke verblijfplaats drie dagen na zijn aanhouding heeft verzwegen.

De door de officier van justitie aangevoerde omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit te komen. Dat verdachte niet direct openheid van zaken heeft gegeven over zijn daadwerkelijke verblijfplaats, kan naar het oordeel van de rechtbank voortkomen uit verscheidende andere oorzaken, die niet per definitie hoeven samen te hangen met het ten laste gelegde feit. Uit de omstandigheid dat verdachte niet voorkomt in het ‘snordersregister’ blijkt naar het oordeel van de rechtbank slechts dat verdachte (nog) niet als zodanig in dat register geregistreerd staat. Dat betekent echter niet dat verdachte, al dan niet sporadisch, als snorder actief kan zijn. Daarbij heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank grotendeels consistente verklaringen afgelegd over zijn werkzaamheden als snorder en het ophalen van [medeverdachte], die de rechtbank niet onaannemelijk voorkomen. Verdachte heeft verklaard als snorder actief te zijn. Daarbij heeft hij verklaard dat mensen, die in de Bijlmer met tassen naast een bushalte staan, voor snorders potentiële klanten zijn. Nu verdachte op het moment van zijn aanhouding naar eigen zeggen op zoek was naar klanten en [medeverdachte] met zijn bagage naast de bushalte stond, acht de rechtbank het zeer wel mogelijk dat verdachte om die reden contact heeft gezocht met [medeverdachte]. Daarbij merkt de rechtbank op dat het inderdaad wel zeer toevallig is dat verdachte nu juist op dat moment deze persoon heeft benaderd, maar – zoals hiervoor overwogen – van een volstrekt onaannemelijke verklaring van verdachte– ook als de overige door de officier van justitie aangevoerde punten in ogenschouw worden genomen – is geen sprake.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank hetgeen verdachte ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal derhalve worden vrijgesproken.

Nu verdachte reeds om bovenstaande reden zal worden vrijgesproken behoeven de overige door de raadsman gevoerde verweren geen verdere bespreking.

5. Beslissing
De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem tenlastegelegde feit.

Gelast de teruggave aan verdachte van:
(12) 1 STK Sleutelbos en
(13) 1 STK Diverse, factuur.


Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. J.M. van Santen, voorzitter,
mr. R. van der Heijden en mr. J.L. de Vries, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.S. Kikkert,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 december 2009.

Mr. De Vries is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.





Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven     |     zoeken     |     uitgebreid zoeken