Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

IPR, huwelijksvermogensregime van partijen wordt bepaald door Turks recht. Naar Nederlands recht hebben partijen gemeenschappelijke zaken die verdeeld moeten worden met toepassing van Nederlands recht. Verrekening van schulden met toepassing van Turks recht.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.041.233

(zaaknummers rechtbank 90301 ES RK 07-1074 en 92386/ES RK 08-215)

beschikking van de familiekamer van 2 februari 2010

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep, verder te noemen "de man",

advocaat: mr. U. Ugur, te Deventer,

en

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster in hoger beroep, verder te noemen "de vrouw",

advocaat: mr. S. van den Berg, te Deventer.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de (tussen)beschikkingen van de rechtbank Almelo van 5 maart 2008, 28 mei 2008, 19 november 2008 en 11 maart 2009, uitgesproken onder zaaknummers 90301 ES RK 07-1074 en 92386 ES RK 08-215.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 5 juni 2009, is de man in hoger beroep gekomen van voormelde beschikkingen van 19 november 2008 en 11 maart 2009. De man verzoekt het hof die beschikkingen te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de door hem voorgestane verdeling uit te spreken, voor het overige de beschikkingen in stand te laten en de vrouw te veroordelen in de kosten van deze instantie, nu zij op geen enkele wijze enige bereidheid heeft om op billijke wijze tot verdeling te komen, een en ander, voor zover de wet het toelaat, uitvoerbaar bij voorraad.

2.2 Bij verweerschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 6 oktober 2009, heeft de vrouw het verzoek in hoger beroep van de man bestreden. De vrouw verzoekt het hof primair de man in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren dan wel hem dat te ontzeggen, met bekrachtiging van de bestreden beschikking(en), voor zoveel nodig met verbetering en/of aanvulling van de gronden, subsidiair een verdeling door te voeren met inachtneming van de –gewijzigde- stellingen van partijen in hoger beroep, met compensatie van kosten.

2.3 De mondelinge behandeling heeft op 15 december 2009 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, de man bijgestaan door mr. U. Ugur, en de vrouw bijgestaan door mr. S. van den Berg.

2.4 Ter mondelinge behandeling heeft mr. U. Ugur op verzoek van het hof ontbrekende stukken uit de eerste aanleg overgelegd, te weten een akte van mr. S. van den Berg van 17 december 2008 met bijlagen.

3. De vaststaande feiten

3.1 Partijen zijn op 29 juli 1980 in Turkije met elkaar gehuwd. Partijen bezaten ten tijde van de huwelijkssluiting de Turkse nationaliteit. In 1995 hebben zij beiden daarnaast de Nederlandse nationaliteit verkregen.

3.2 Bij beschikking van 5 maart 2008 heeft de rechtbank echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlij-ke stand.

3.3 Bij beschikking van 28 mei 2008 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, de zaak naar de rol van woensdag 25 juni 2008 verwezen voor uitlating partijen, de zaak naar de rol van woensdag 9 juli 2008 verwezen voor de reactie van beide partijen op bovenstaande informatie/stukken, en iedere verdere beslissing aangehouden.

3.4 Bij beschikking van 19 november 2008 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang:

I. bepaald dat de man aan de vrouw binnen vier weken na 19 november 2008 de koelkast en de magnetron dient af te geven;

II. bepaald dat de vrouw binnen vier weken na 19 november 2008 de verzochte informatie betreffende haar spaarrekening bij de ABN AMRO en de Postbank dient te verstrekken;

III. een deskundigenonderzoek gelast te beantwoording van de vraag wat de onderhandse verkoopwaarde -vrij van huur- is van de woning aan de [straat en nummer] te [woonplaats] per 28 mei 2008;

IV. tot deskundige daartoe benoemd de heer J.G.M. Snijders, makelaar verbonden aan Thoma NVM makelaars te Rijssen, telefoon 0548 540045;

V. het voorschot van de declaratie van de deskundige bepaald op € 750,-, welk voorschot voorlopig zal worden gedragen door de griffier;

(…)

X. bepaald dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden;

(…)

XVI. onderdeel I. en V. van het dictum uitvoerbaar bij voorraad verklaard;

XVII. bepaald dat uitsluitend van onderdeel I. en V. van het dictum hoger beroep mogelijk is;

XVIII. iedere verdere beslissing aangehouden.

3.5 Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank:

I. bepaald dat het huwelijksgoederenregime van partijen thans is afgewikkeld, zonder dat te dezen vorderingsrechten over en weer resteren;

II. de verdeling van de beperkte gemeenschap als volgt vastgesteld:

aan de man wordt toegescheiden:

- de woning aan de Vink 47 te [woonplaats] € 252.000,-

- de op deze woning rustende hypotheek - 235.000,-

-------------

Totaal € 17.000,-

Aan de vrouw wordt toegescheiden:

- de Nissan Micra € 5.000,-

III. de man veroordeeld om vanwege overbedeling, voortvloeiend uit de verdeling van de beperkte gemeenschap, een bedrag van € 6.000,- over te maken op rekening van de vrouw;

IV. de man veroordeeld om op de voet van artikel 244 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering binnen drie weken na deze beschikking aan de griffier van dit gerecht de helft van de kosten van de makelaar te voldoen, te weten een bedrag van € 446,25 op bankrekening nummer 19.23.25.744 ten name van MvJ Arr. Almelo onder vermelding van deskundigenbericht nr. 92386 ES RK 08/215;

V. de vrouw veroordeeld om op de voet van artikel 244 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering binnen drie weken na deze beschikking aan de griffier van dit gerecht de helft van de kosten van de makelaar te voldoen, te weten een bedrag van € 446,25 op bankrekening nummer 19.23.25.744 ten name van MvJ Arr. Almelo onder vermelding van deskundigenbericht nr. 92386 ES RK 08/215;

VI. de onderdelen II. tot en met V. uitvoerbaar bij voorraad verklaard;

VII. de overige kosten van deze procedure gecompenseerd in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

VIII. het meer of anders verzochte afgewezen.

3.6 Partijen hebben in 1995 een woning gekocht. Deze aankoop van deze woning is gefinancierd met een aflossingsvrije hypotheek. De hypothecaire schuld bedraagt thans € 235.000,-.

4. De motivering van de beslissing

4.1 Nu beide partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter bevoegd van dit geschil kennis te nemen.

4.2 Partijen zijn na 23 augustus 1977 en vóór 1 september 1992 met elkaar zijn gehuwd, zodat op basis van het arrest Chelouche-Van Leer (HR 10 december 1976, NJ 1977, 275) het volgende geldt. Bij gebreke van een rechtskeuze geldt het gemeenschappelijk nationale recht van de echtgenoten, bij gebreke daarvan het recht van het eerste huwelijksdomicilie en bij gebreke daarvan het recht waarmee de echtgenoten, alle omstandigheden in aanmerking genomen, het nauwst zijn verbonden. Aanknopingspunt daarbij is het moment van de huwelijkssluiting. Nu partijen ten tijde van het huwelijk de Turkse nationaliteit hadden, wordt het huwelijksvermogensregime beheerst door Turks recht.

4.3 Gesteld noch gebleken is dat partijen op enig moment voorafgaand aan of tijdens het huwelijk huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, zodat het Turkse wettelijke huwelijks-goederenstelsel voor partijen van toepassing is. Voor de periode vanaf de huwelijkssluiting tot 1 januari 2002 kende het Turkse Burgerlijke Wetboek (hierna ook : TBW) als wettelijk stelsel de algehele scheiding van goederen. Tot 1 januari 2002 is dan ook tussen partijen geen sprake van een huwelijksgoederengemeenschap die voor verdeling vatbaar is.

4.4 Het hoger beroep betreft de volgende geschilpunten:

1. de voormalige echtelijke woning;

2. de auto (Nissan Micra);

3. de hierna te noemen banksaldi.

De voormalige echtelijke woning

4.5 Vast staat dat partijen in 1995 gezamenlijk een woning in Nederland hebben gekocht. Ter mondelinge behandeling heeft de advocaat van de man erkend dat terzake van deze woning een beperkte gemeenschap naar Nederlands recht is ontstaan. De advocaat van de man stelt, zo begrijpt het hof, dat de man een vordering op de vrouw heeft naar Turks recht, omdat hij steeds gedurende het huwelijk kosten van de woning heeft voldaan. Ter mondelinge behandeling is gebleken dat de hypothecaire lening aflossingsvrij is, en dat dus slechts Hypotheekrente is voldaan. Betaling van Hypotheekrente dient beschouwd te worden als betaling van kosten van de huishouding. Niet valt in te zien dat de artikelen 227, 230, 231 of 236 TBW van toepassing zijn op de betaling van dergelijke kosten. De betaling van Hypotheekrente is geen bijdrage aan de verkrijging, de verbetering of het behoud van de woning, zoals bedoeld in artikel 227 TBW. De artikelen 231 en 236 TBW zijn niet van toepassing, aangezien geen sprake is van aflossing op de hypotheek waardoor vermogen is ontstaan. Evenmin is sprake van een schuld van de vrouw betreffende haar persoonlijk vermogen, waarover in artikel 230 TBW wordt gesproken. Gelet op het voorgaande kan in het midden blijven wie de kosten van de huishouding heeft gedragen. De grief gericht tegen de overweging van de rechtbank in de bestreden beschikking van 19 november 2008 op pagina 3, derde alinea, behoeft daarom geen bespreking.

4.6 Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet conflictenrecht goederenrecht , voor zover hier van belang, wordt het goederenrechtelijke regime met betrekking tot een zaak beheerst door het recht van de staat op welks grondgebied de zaak zich bevindt.

Het hof is op grond van deze bepaling, evenals de rechtbank, van oordeel dat op de verdeling en verrekening van de overwaarde van de woning niet Turks huwelijksvermogensrecht, maar Nederlands goederenrecht van toepassing is, hetgeen met zich brengt dat ter zake deze woning een beperkte gemeenschap is ontstaan in de zin van Boek 3, Titel 7 BW, waartoe beide partijen op grond van artikel 3:166 lid 2 BW voor de helft gerechtigd zijn. Nu partijen zijn overeengekomen dat de woning wordt toegescheiden aan de man, heeft de vrouw recht op de helft van de overwaarde. Niet valt in te zien, zoals ter mondelinge behandeling is betoogd, dat de waardering van de echtelijke woning opnieuw zou moeten plaatsvinden, uitsluitend vanwege het feit dat tijd is verstreken door het instellen van hoger beroep. Bij beschikking van 11 maart 2009 is de beperkte gemeenschap verdeeld, waarbij de waarde is vastgesteld op grond van een toen recente taxatie van 15 december 2008. Uit het vorenstaande volgt dat de bestreden beschikking op dit punt dient te worden bekrachtigd.

Auto (Nissan Micra)

4.7 Het hof stelt vast dat de auto, evenals de voormalige echtelijke woning, in een beperkte gemeenschap naar Nederlands recht valt. De rechtbank heeft de waarde van deze auto vastgesteld op € 5.000,-. Tegen deze waardering zijn geen grieven gericht. Onduidelijk is wat het bezwaar van de man is vervat in alinea 14 van het beroepschrift, ook na toelichting ter mondelinge behandeling. Dit betekent dat de bestreden beschikking ook op dit punt zal worden bekrachtigd.

Banksaldi

4.8 Anders dan de rechtbank, legt het hof artikel 230 en 231 TBW in samenhang gelezen zo uit, dat ook passiva tussen partijen moeten worden verrekend. Als onbetwist staat vast dat de bankrekening van de man met nummer 48.45.32.642 op de peildatum een negatief saldo van € 8.076,93 had, en de bankrekening van de vrouw met nummer 50.52.74.914 een negatief saldo van € 5.163,28. Dit betekent dat de vrouw aan de man de helft van (€ 8.076,93 - € 5.163,28 =) € 2.913,65, dat wil zeggen afgerond € 1.456,80,- moet betalen. De man heeft ter mondelinge behandeling voorts gesteld dat hij 8 maal € 200,-, dus € 1.600,- in totaal, op het negatieve saldo van de vrouw heeft afgelost, hetgeen de vrouw heeft erkend. Dit bedrag dient de vrouw aan de man te vergoeden.

4.9 Ter zake van het spaartegoed heeft de vrouw op 1 mei 2000 een spaarrekening bij de ABN AMRO met rekeningnummer 50.52.74.914 geopend, die zij in juni 2007 heeft opgeheven. Het geld dat op deze rekening stond heeft zij besteed aan de inrichting van een nieuwe woning, de kinderen en aan vakantie. Omdat dit spaartegoed op de peildatum niet meer aanwezig was, kan dit niet betrokken worden bij de verrekening tussen partijen.

5. De slotsom

5.1 Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient het hof de bestreden beschikkingen, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, te bekrachtigen, met uitzondering van het in het dictum van de bestreden beschikking van 11 maart 2009 sub III bepaalde. Dit leidt tot de volgende conclusies.

De man dient aan de vrouw ter zake van de hem toegescheiden woning de helft van de overwaarde van € 17.000,-, dat wil zeggen € 8.500,- te betalen.

De vrouw dient aan de man te betalen:

- de helft van de waarde van de auto Nissan Micra van € 5.000,-, dat wil zeggen € 2.500,-;

- ter zake van verrekening van de negatieve saldi van de bankrekeningnummers 48.45.32.642 (van de man) en 50.52.74.914 (van de vrouw) € 1.456,80.

Voorts dient de vrouw aan de man € 1.600,- wegens door hem gedane aflossingen op haar bankrekeningnummer 50.52.74.914 te betalen.

Dit betekent dat de man in totaal € 2.943,20 (€ 8.500,- min € 2.500,- = € 6.000,- min € 1.600,- min € 1.456,80) ter zake de verdeling van de gemeenschap aan de vrouw dient te betalen.

5.2 Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren, nu partijen gewezen echtgenoten zijn.

6. De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Almelo van 19 november 2008;

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Almelo van 11 maart 2009, met uitzondering van het in het dictum sub III bepaalde, de beschikking in zoverre vernietigend, en in zoverre opnieuw beschikkende:

bepaalt dat de man terzake van overbedeling en verrekening aan de vrouw € 2.943,20 dient te betalen;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, C.W.P. van Gelder en B.F. Keulen, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier, en is op 2 februari 2010 uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature