Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De rechtbank acht verdachte schuldig aan verkrachting, opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, poging tot opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven, poging tot verkrachting, poging tot doodslag en het bezit van kinderporno. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes jaar en tbs met dwangverpleging.

Uitspraak



VONNIS

RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16.601172-09 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 februari 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1977] te [geboorteplaats]

zonder bekende woon- of verblijfplaats

thans verblijvende in Penitentiaire Inrichting Nieuwegein

raadsman mr. O.E. de Jong, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 11 februari 2010, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: een vrouw heeft verkracht;

feit 2: een vrouw van haar vrijheid heeft beroofd;

feit 3: een vrouw van haar vrijheid heeft beroofd, dan wel heeft geprobeerd dat te doen;

feit 4: heeft geprobeerd een vrouw te verkrachten, dan wel heeft bedreigd met verkrachting;

feit 5: heeft geprobeerd twee agenten van het leven te beroven althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel de twee agenten heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, dan wel als bestuurder van een motorvoertuig gevaar op de weg heeft veroorzaakt;

feit 6: een usb-stick in zijn bezit heeft gehad met daarop 15 afbeeldingen en 2 films van kinderpornografische aard.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig, doch partieel nietig.

De rechtbank zal de dagvaarding wat betreft het laatste streepje van het onder 6 tenlastegelegde feit ambtshalve nietig verklaren, nu de opgave van dat deel van het feit niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank overweegt daartoe het navolgende. In het voornoemde deel van de tenlastelegging ontbreekt een verwijzing naar de nummers dan wel beschrijvingen van de afbeeldingen of filmbestanden in het proces-verbaal ‘Beschrijving Mediafiles’. Hierdoor is het onduidelijk om welke afbeeldingen of filmbestanden het in dit deel van de tenlastelegging gaat en kan de rechtbank niet uitsluiten dat afbeeldingen of filmbestanden hiermee dubbel worden beschreven.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op:

feit 1 en 2: de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte;

feit 3 subsidiair en 4 primair: de aangifte, de camerabeelden en de verklaring van verdachte, in onderling verband en nauwe samenhang bezien met de feiten 1 en 2 die zich kort na deze feiten hebben voltrokken;

feit 5 primair: de verklaringen van beide verbalisanten, de verklaring van getuige[slachtoffer 1] en de verklaring van verdachte. Verdachte heeft met zijn rijgedrag bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de agenten van de weg zouden geraken en zouden komen te overlijden;

feit 6: het proces-verbaal van bevindingen en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1 en feit 2 en wijst daarbij op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte.

De verdediging neemt verder het standpunt in dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 3 primair en feit 4 primair en subsidiair. De verdediging wijst daarbij op de camerabeelden. Hieruit is volgens de verdediging niet op te maken dat verdachte het slachtoffer wilde verkrachten of heeft bedreigd.Verdachte heeft verklaard dat hij slechts de telefoon van het slachtoffer wilde stelen. Dit wordt ondersteund door de vondst van de mobiele telefoon van het slachtoffer in de bus van verdachte. De verklaring van aangeefster dat verdachte zou hebben gezegd ‘doe maar pijpen dan’ en dat hij met zijn hand iets aan zijn broek deed waardoor zij kon ontsnappen, wordt volgens de verdediging door geen enkel ander bewijsmiddel ondersteund. Tot slot mogen de vrijheidsberoving en de verkrachting van[slachtoffer 1] die een half uur later plaatsvonden naar de opvatting van de verdediging niet bijdragen aan het bewijs van de feiten 3 en 4.

Voorts is de verdediging van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 5 primair omdat verdachte op een aantal cruciale momenten is uitgeweken zodat van voorwaardelijk opzet op doodslag of zware mishandeling geen sprake is. De verdediging voert aan dat er weliswaar een ‘wilde’ achtervolging heeft plaatsgevonden, maar dat dit feitencomplex slechts is te kwalificeren als overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 .

Tot slot is de verdediging van mening dat de rechtbank ten aanzien van feit 6 niet tot een bewezenverklaring kan komen van de gewoonte en de zinsnede: ‘en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft’. Voor het overige kan dit feit naar het oordeel van de verdediging wel worden bewezen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het onder 3 primair ten laste gelegde feit en overweegt daartoe dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat verdachte het slachtoffer [slachtoffer 2] zonder haar toestemmiing gedurende enige tijd in zijn autobus heeft vast gehouden en haar aldus van haar vrijheid heeft beroofd.

De rechtbank acht verder niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder feit 6, tweede streepje, is ten laste gelegd, nu de omschrijving welke is weergegeven in dit deel van de tenlastelegging niet overeenkomt met de in het proces-verbaal Multimedia weergegeven omschrijving.

De rechtbank acht echter wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 primair, 5 primair en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Bewezenverklaring

Ten aanzien van feit 1 en feit 2 overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de verklaring van [slachtoffer 1], aangeefster blijkt dat zij op voornoemde datum rond 01.15 uur richting Utrecht fietste. Zij zag op dat moment dat er een wit busje kwam aanrijden. Ze probeerde dit tevergeefs te ontwijken en werd door het busje aangereden, waardoor zij ten val kwam. Aangeefster zag dat verdachte uitstapte, waarna hij haar bij haar rug vastpakte en haar richting de bus duwde. Ze probeerde tegen te werken en van hem los te komen en hoorde hem meermalen op dwingende toon tegen haar zeggen: ‘hup, de auto in, meekomen’. Ook hoorde zij hem zeggen: ‘ik wil seks met je hebben’ en ‘ga me nu maar pijpen’. Hierna deed verdachte zijn broek omlaag, pakte haar hoofd met beide handen stevig vast en duwde vervolgens haar hoofd in de richting van zijn penis, waardoor zij hem moest pijpen. Verdachte bewoog het hoofd van aangeefster telkens heen en weer. Als zij stopte duwde hij haar opnieuw naar zijn penis. Ze moest hem tussendoor ook aftrekken, waarna zij hem wederom moest pijpen. Daarbij zei verdachte: ‘als je het niet kan afmaken, ga je alsnog de auto in’. Hierna werd ze de bus ingeduwd door de verdachte. Ze heeft tevergeefs geprobeerd zich hiertegen te verzetten, maar het lukte verdachte uiteindelijk om haar in de bus te krijgen, waarna hij zei: ‘stap niet uit, want ik kom er toch wel achter waar je woont’. Verdachte reed vervolgens met hoge snelheid weg.

Ter terechtzitting van 11 februari 2010 heeft verdachte bekend dat hij op 30 oktober 2009 te Utrecht [slachtoffer 1] heeft gedwongen hem te pijpen. Verdachte heeft verklaard dat hij in een bestelbus reed en haar heeft aangereden toen zij aldaar op de openbare weg fietste, dat hij haar vervolgens heeft vastgepakt en dat hij heeft gezegd dat zij hem moest pijpen. Vervolgens heeft hij het slachtoffer in zijn bus geduwd en heeft hij gezegd dat ze moest blijven zitten, waarna hij met hoge snelheid is weggereden.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Ten aanzien van feit 3 subsidiair en 4 primair overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de verklaring van [slachtoffer 2], aangeefster, blijkt dat zij op 30 oktober 2009 omstreeks 01.00 uur in Utrecht fietste. Zij reed over de parkeerplaats van een benzinestation op het moment dat zij een witte bestelbus aan zag komen rijden. De bestelbus reed haar aan, waardoor zij ten val kwam. De bestuurder, verdachte, pakte haar beet bij haar rechterarm en schouder en probeerde haar vervolgens richting de bus te sleuren en de bus in te duwen. Aangeefster pakte vervolgens haar telefoon, om het kenteken van de bus te noteren. Dit lukte echter niet. Verdachte heeft haar vervolgens, telkens als zij wilde wegkomen, steeds weer beetgepakt en geprobeerd haar in de bus te duwen en de klep dicht te doen. Het lukte aangeefster echter om telkens weer uit de bus te komen als hij de klep wilde dichtdoen. De laatste keer dat verdachte de klep van zijn bus wilde dichtdoen, kon aangeefster zich zodanig verzetten dat hij de klep ook toen niet dicht kreeg. Verdachte heeft haar geslagen en gebeten en heeft haar met een hand bij de keel gegrepen. Hij zei op een gegeven moment tegen aangeefster: ‘doe maar pijpen dan’. Toen verdachte met beide handen met zijn broek bezig was is het haar gelukt om te ontsnappen en is ze weggerend.

Deze verklaring wordt ondersteund door de beelden van de beveiligingscamera van het betreffende tankstation, welke ter terechtzitting van 11 februari 2010 door de rechtbank zijn gezien en die naar het oordeel van de rechtbank de verklaring van aangeefster tot in detail ondersteunen.

Tegen verbalisant [verbalisant 1], die omstreeks 1.15 uur ter plaatse kwam, heeft aangeefster verklaard dat ze uit de auto kon komen, weg wilde rennen, maar toen werd vastgepakt door de man. Vervolgens zei de man tegen haar dat ze hem moest pijpen. Terwijl hij dat zei wilde hij met één hand zijn broek open maken.

Ter terechtzitting van 11 februari 2010 heeft verdachte verklaard dat hij op 30 oktober 2009 [slachtoffer 2] heeft aangereden. Hij bevestigt ook dat hij en [slachtoffer 2] zijn te zien op de ter terechtzitting getoonde beelden. Verdachte weerspreekt echter dat hij heeft getracht haar in zijn bus te krijgen en te verkrachten. Verdachte heeft verklaard dat hij met geweld heeft geprobeerd haar telefoon af te pakken, omdat hij had gezien dat ze aan het bellen was.

De rechtbank overweegt dat uit de verklaring van [slachtoffer 2] blijkt dat zij pas toen zij door verdachte werd vastgepakt haar mobiele telefoon wilde pakken, om het kenteken van de bus te noteren. Uit deze verklaring blijkt niet dat het slachtoffer al aan het bellen was op het moment dat zij werd aangereden, dan wel op het moment dat verdachte haar beetpakte. De rechtbank acht de verklaring van verdachte voor zover deze betrekking heeft op de telefoon dan ook niet geloofwaardig.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft getracht [slachtoffer 2] met geweld in zijn bus te krijgen en heeft geprobeerd zich door haar te laten pijpen. De rechtbank neemt daarbij mede in overweging dat aangeefster meteen bij de politie heeft verteld dat verdachte had geprobeerd haar in de bus te duwen en wilde dat zij hem zou pijpen en dat zij later bij de aangifte consistent hetzelfde heeft verklaard. Voorts wordt de verklaring van aangeefster ondersteund door de beelden. Tot slot constateert de rechtbank dat aangeefster eenzelfde modus operandi heeft beschreven als welke bewezen is verklaard onder de feiten 1 en 2.

Dit alles in onderling verband en samenhang bezien acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 3 subsidiair en 4 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Ten aanzien van feit 5 primair overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de verklaring van verbalisant [verbalisant 2] blijkt dat hij samen met zijn collega [verbalisant 3] op 30 oktober 2009 te Utrecht in een opvallend politievoertuig reed. Verbalisant voerde zowel optische als geluidsignalen, omdat verdachte, die in een bestelbus reed, het aan hem gerichte stopteken negeerde. Voornoemde verbalisant heeft verklaard dat de maximumsnelheid op de Waterlinieweg 70 km/h was, maar dat de snelheid die verdachte voerde hoger was dan 80 km/h. Omdat verdachte niet wilde stoppen is verbalisant het voertuig van verdachte voorbij gereden en ervoor gaan rijden. Op het moment dat verbalisant voor verdachte reed, verminderde verbalisant vaart door het gaspedaal te laten vieren, later helemaal los te laten en enkele malen te remmen. Verbalisant zag dat verdachte snel op hem af reed en dat hij vervolgens ging bumperkleven. Verbalisant bleef ondertussen vaart minderen. Vervolgens zag, hoorde en voelde verbalisant dat verdachte, kennelijk opzettelijk, met de voorzijde van zijn voertuig tegen de achterzijde van zijn politievoertuig reed. Verbalisant voelde een duw in zijn rug en voelde dat zijn hoofd in een klap naar achteren bewoog. Ook voelde verbalisant dat de verdachte de voorzijde van zijn voertuig tegen de achterzijde van zijn politievoertuig hield. Dit heeft verdachte minimaal driemaal gedaan. Bij de laatste keer voelde verbalisant dat hij de controle over zijn voertuig verloor en zag en voelde hij dat het politievoertuig ronddraaide en achterstevoren op de rechterzijde van de Waterlinieweg tot stilstand kwam. Verbalisant zag dat enkele voertuigen moesten remmen om een aanrijding met zijn politievoertuig te voorkomen. Toen verbalisant uitstapte zag hij dat zowel het politievoertuig als de vangrail die zich bevond aan de rechterzijde van de Waterlinieweg, op het viaduct van de Koningsweg, beschadigd waren.

De verklaring van verbalisant [verbalisant 2] wordt in zijn geheel bevestigd door verbalisant [verbalisant 3]. Uit de verklaring van verbalisant [verbalisant 3] blijkt verder dat verdachte op de Waterlinie 100 km/h reed, terwijl de maximum toegestane snelheid 70 km/h was. Op het moment dat het politievoertuig waarin verbalisanten zaten voor het voertuig van verdachte reden, werden zij in totaal driemaal met een harde klap van achteren geraakt. Verbalisant voelde vervolgens dat het politievoertuig door naar rechts schoof, de vangrail van de Koningsbrug raakte en vervolgens een draai van 360 graden maakte.

De verklaringen van beide verbalisanten worden ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 1] die bij verdachte in de auto zat. Zij heeft verklaard dat verdachte steeds harder ging rijden toen meerdere politievoertuigen hem wilden doen stoppen, dat verdachte tegen een politievoertuig aanreed en dat hij zei dat hij toch wel zou doorrijden.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 11 februari 2009 ter terechtzitting de feitelijkheden bekend, maar ontkent dat hij grote risico’s heeft genomen. Verdachte wilde slechts ontsnappen aan de politie.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte halsbrekende kapriolen heeft uitgehaald om te kunnen ontsnappen aan de politie en dat hij met zijn rijgedrag bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de verbalisanten zouden verongelukken. De rechtbank overweegt hiertoe dat verdachte met hoge snelheid meermalen opzettelijk tegen het voor hem rijdende politievoertuig is aangereden terwijl zij nota bene op een viaduct reden. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsman dat de feiten niet kunnen worden gekwalificeerd als een poging tot doodslag. De jurisprudentie welke door de raadsman is aangehaald doelt op andere feiten en is dan ook niet vergelijkbaar met het onderhavige geval.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 5 primair ten laste gelegde feit heeft begaan.

Ten aanzien van feit 6 overweegt de rechtbank het volgende.

Op 30 oktober 2009 is door de recherche bij doorzoeking van de bus waarin verdachte reed onder andere een usb-stick gevonden. Op deze usb-stick zijn 15 afbeeldingen en 2 filmbestanden aangetroffen, waaronder de afbeeldingen en filmbestanden die zijn vermeld in de tenlastelegging. De afbeeldingen en filmbestanden zijn door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5], beiden zedenrechercheur, beschreven. Uit die beschrijvingen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat deze afbeeldingen en filmbestanden een kinderpornografisch karakter hebben, zoals in de bewezenverklaring is vermeld.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 11 februari 2010 bekend dat hij in het bezit was van de in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen en filmbestanden.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 6 ten laste gelegde feit heeft begaan.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat

1.

hij op 30 oktober 2009 te Utrecht, [slachtoffer 1] door geweld en bedreiging met geweld heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede hebben bestaan uit, het seksueel binnendringen van het lichaam, bestaande uit het door hem, verdachte,

- met een bestelbus aanrijden van die op de openbare weg fietsende [slachtoffer 1] en

- het (vervolgens) vastpakken van die [slachtoffer 1] en

- het tegen die [slachtoffer 1] (op dwingende toon) zeggen: "ik wil seks met je", en "hup het busje in" en "ga me maar pijpen nu" en "als je het niet af kan maken, ga je alsnog de auto in" en

- het (vervolgens) bij haar hoofd vastpakken en houden van die [slachtoffer 1] en het bewegen van het hoofd van die [slachtoffer 1] in de richting van zijn penis, en

- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer 1], en

- het houden en bewegen van zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] en

- die [slachtoffer 1] zijn, verdachtes, penis laten aftrekken;

2.

hij op 30 oktober 2009 te Utrecht, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd, immers heeft hij, verdachte, toen daar opzettelijk wederrechtelijk met een bestelbus die op de openbare weg fietsende [slachtoffer 1] aangereden en vastgepakt en (op dwingende toon) gezegd "hup het busje in", en die [slachtoffer 1] in die bestelbus geduwd en gezegd "stap niet uit, want ik kom er toch wel achter waar je woont" en gedurende geruime tijd (met haar) in die bestelbus (met hoge snelheid) gereden (mede waardoor het voor die [slachtoffer 1] niet mogelijk was de bestelbus te verlaten);

3.

Subsidiair

hij op 30 oktober 2009 te Utrecht, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid te beroven, met dat opzet

- met een bestelbus die op de openbare weg fietsende [slachtoffer 2] aangereden waardoor die [slachtoffer 2] ten val is gekomen en

- (vervolgens) meerdere malen die [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en

- die [slachtoffer 2] meerdere malen naar een bestelbus heeft gesleurd en

- die [slachtoffer 2] bij de keel heeft gegrepen en gebeten en geslagen en

- die [slachtoffer 2] meerdere malen in een bestelbus heeft geduwd en

- meerdere malen heeft getracht de klep van de bestelbus te sluiten,

(terwijl zij, [slachtoffer 2], zich tegen voornoemde handelingen verzette) zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

4.

Primair

hij op 30 oktober 2009 te Utrecht, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, opzettelijk

- met een bestelbus die op de openbare weg fietsende [slachtoffer 2] heeft aangereden

waardoor die [slachtoffer 2] ten val is gekomen en

- die [slachtoffer 2] meerdere malen heeft vastgepakt en

- die [slachtoffer 2] (vervolgens) meerdere malen naar een bestelbus heeft gesleurd en in een bestelbus heeft geduwd en

- die [slachtoffer 2] bij de keel heeft gegrepen en gebeten en geslagen en

- heeft gezegd "doe maar pijpen dan" en (daarbij) met beide handen naar zijn broek heeft gegrepen,

(terwijl zij, [slachtoffer 2], zich tegen voornoemde handelingen verzette) zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

5.

Primair

hij op 30 oktober 2009 te Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [verbalisant 2] en [verbalisant 3], beiden hoofdagent van politie, van het leven te beroven, met dat opzet als bestuurder van een bestelbus, terwijl voor hem, verdachte, die [verbalisant 2] en [verbalisant 3] in een opvallende politieauto met optische en akoestische signalen reed, met hoge snelheid meerdere malen tegen de politieauto van die [verbalisant 2] en [verbalisant 3] is aangereden en terwijl die politieauto duidelijk zichtbaar remde en snelheid minderde telkens is doorgereden en daarbij die politieauto heeft geduwd waardoor die politieauto tegen de vangrail is gereden, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

6.

hij op 30 oktober 2009 te Utrecht, in elk geval in Nederland, één gegevensdrager, te weten een USB-stick, bevattende zeventien afbeeldingen, te weten 15 foto's en 2 films, in bezit gehad heeft terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit

- het (laten) vasthouden en in de mond (laten) nemen van de stijve penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (nr. 16 van in het proces-verbaal "Beschrijving en schermafdruk van de videobestanden" omschreven film/bestand: genaamd [...])

en

- het door een volwassen man masturberen boven en ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (nr.17 van in het proces-verbaal "Beschrijving en schermafdruk van de videobestanden" omschreven film/bestand genaamd: [...])

en

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die personen nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (afbeeldingen met nrs./description 1 tot en met 15 van in het proces-verbaal "Beschrijvingen multimediafiles" omschreven bestanden).

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

feit 1: verkrachting;

feit 2: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven;

feit 3 subsidiair: poging tot opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven;

feit 4 primair: poging tot verkrachting;

feit 5 primair: poging tot doodslag;

feit 6: een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van de periode die verdachte reeds in voorarrest heeft ondergaan. Zij heeft, gelet op het psychologisch rapport en het psychiatrisch rapport, tevens gevorderd de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen.

Verder vordert de officier van justitie de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [verbalisant 2] geheel toe te wijzen en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Voorts vordert de officier van justitie de onttrekking aan het verkeer van de usb-stick. De telefoons kunnen retour naar de verdachte en de bus en de bumper kunnen worden teruggegeven aam de rechtmatige eigenaar, te weten [naam].

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair aangevoerd dat als de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de rechtbank bij tussenvonnis de verdachte dient te plaatsen in een observatiekliniek. De verdediging voert hiertoe aan dat in het psychologische rapport en het psychiatrische rapport te snel is gegrepen naar de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Deze maatregel mag naar het oordeel van de verdediging slechts als ultimum remedium worden ingezet. Eerst dient te worden onderzocht of terbeschikkingstelling met voorwaarden een geschikte maatregel is.

De verdediging heeft subsidiair aangevoerd dat als de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, de rechtbank geen terbeschikkingstelling met dwangverpleging dient op te leggen, omdat dit op het moment een te zwaar middel is.

De verdediging heeft verder verzocht de vordering van de benadeelde partij [verbalisant 2] af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren nu de verdediging van mening is dat feit 5 slechts kan worden gekwalificeerd als overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en politieagenten gezien hun beroep bestand dienen te zijn tegen ‘gewone’ achtervolgingen. De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kunnen naar het oordeel van de verdediging worden toegewezen. Met betrekking tot het beslag conformeert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft door (te pogen) zijn slachtoffers van hun vrijheid te beroven en (te pogen) zijn slachtoffers te verkrachten op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van zijn slachtoffers geschonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van de slachtoffers. Ook in dit geval hebben de slachtoffers ernstige traumatische ervaringen opgelopen, die zij nooit meer geheel zullen kwijtraken. Dit blijkt mede uit de ter terechtzitting van 11 februari 2010 voorgelezen slachtofferverklaringen. Daarbij is ook de maatschappij ernstig geschokt geraakt door de feiten. Verdachte heeft volstrekt willekeurig zijn slachtoffers uitgezocht, waardoor in de maatschappij een sterk gevoel van onrust is ontstaan. Het kan immers iedereen overkomen. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen behoeftebevrediging vooropgesteld.

Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit door met een bestelbus opzettelijk een andere auto aan te rijden waardoor een levensbedreigende situatie werd gecreëerd. Deze situatie had fataal voor de slachtoffers kunnen aflopen. De rechtbank rekent het verdachte bovendien zwaar aan dat hij heeft gehandeld op de openbare weg, waardoor nog meer mensen betrokken hadden kunnen worden bij het ongeluk. Voorts overweegt de rechtbank dat het rijgedrag van verdachte zodanig roekeloos was, dat dit naar het oordeel van de rechtbank niet meer behoort tot het beroepsrisico van politieagenten.

Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderporno. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen. Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op het aantal plaatjes dat verdachte in bezit had, de leeftijd van de kinderen op de plaatjes en de aard van de handelingen waartoe de kinderen zijn gedwongen.

De rechtbank acht strafverzwarend dat verdachte eerder in aanraking is geweest met justitie en dat hij twee jaar geleden reeds is veroordeeld voor een poging tot wederrechtelijke vrijheidsberoving onder soortgelijke omstandigheden. Verdachte zat voor onder andere dat feit een gevangenisstraf uit, maar keerde niet terug na zijn verlof, waarna hij de bewezen verklaarde feiten heeft gepleegd.

Verder heeft de rechtbank de gangbare strafmaat in vergelijkbare gevallen in overweging genomen.

Blijkens het psychologisch rapport van 1 februari 2010, opgesteld door E. Muller, gezondheidspsycholoog, is er bij verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling die zich diagnostisch laat omschrijven als een ernstige antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderlinetrekken. Daarnaast is er sprake van een (in de persoonlijkheid verweven) alcoholafhankelijkheid. Verdachte ondervindt vanuit deze stoornis grote problemen op het vlak van affect- en impulsregulatie, het zelfbesef (de identiteitsvorming) en de gewetensfuncties (sociaal moreel inzicht, inlevingsvermogen en altruïsme). Deze stoornis was aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. Verdachte kon vanuit zijn beperkte ontwikkeling slechts in beperkte mate zijn wil bepalen. Geadviseerd wordt om verdachte voor alle ten laste gelegde feiten als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De kans op recidive wordt hoog geschat. Hierbij spelen factoren die voortkomen uit de stoornis van verdachte en het ontbreken van een sociale en maatschappelijke inbedding een rol. Gezien het langdurige en intensieve karakter van de aangewezen behandeling adviseert de rapporteur aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen.

Blijkens het psychiatrisch rapport van 4 februari 2010, opgesteld door drs. A.C. Vink, psychiater, is verdachte lijdende aan een ziekelijke stoornis die in diagnostische zin te omschrijven is als alcoholafhankelijkheid en mogelijk een aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens die in diagnostische zin te omschrijven is als een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderlinetrekken. Deze was ook aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde en beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes en gedrag zodanig dat het ten laste gelegde daaruit deels kan worden verklaard. Verdachte wordt met betrekking tot de feiten 3, 4 en 5 verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Factoren voortkomend uit de stoornis kunnen bij de inschatting van de kans op recidive een rol spelen. Het gaat hierbij om de roekeloze onverschilligheid voor de veiligheid van zichzelf en anderen, de impulsiviteit, het niet in staat zijn zich te conformeren aan de maatschappelijke norm dat men zich aan de wet moet houden, het chronisch gevoel van leegte en verveling, de instabiele relatievorming en de gebrekkige identiteit. Tevens dient in ogenschouw genomen te worden dat verdachte weinig structuur in zijn leven kent wat betreft relaties en dagbesteding. Om het recidiverisico te verminderen is een klinische behandeling geïndiceerd. Deze behandeling dient een gestructureerd karakter te hebben met een hoog veiligheidsniveau. Een ambulante behandeling biedt te weinig structuur. Een terbeschikkingstelling met voorwaarden zal een te laag veiligheidsniveau bieden en een klinische behandeling in een Forensisch Psychiatrische Kliniek of forensische verslavingskliniek zal of te weinig structuur bieden, of te beperkte behandeling. Derhalve adviseert de rapporteur om aan verdachte de maatregel terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op te leggen.

De rechtbank neemt de conclusie van voornoemde deskundigen, voor wat betreft de toerekeningsvatbaarheid van verdachte over.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstaf van 6 jaren met de, door de deskundigen geadviseerde, maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege passend en geboden. Dit om de ernst van de feiten te benadrukken en de verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen.

De rechtbank is van oordeel dat er in casu sprake is van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Gelet op het voorgaande zal het verzoek van de verdediging om het onderzoek in de strafzaak te schorsen en te bepalen dat verdachte dient te worden geplaatst in een observatiekliniek worden afgewezen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 5.482,27 voor feit 1 en feit 2.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt en de verdediging heeft ten aanzien van de hoogte van het bedrag geen verweer gevoerd, zodat de vordering zal worden toegewezen.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 2.752,00 voor feit 3 en feit 4.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van deze bewezen verklaarde feiten en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt en de verdediging heeft ten aanzien van de hoogte van het bedrag geen verweer gevoerd, zodat de vordering zal worden toegewezen.

De benadeelde partij [verbalisant 2] vordert een schadevergoeding van € 500,00 voor feit 5.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van deze bewezen verklaarde feiten en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt en de verdediging heeft ten aanzien van de hoogte van het bedrag geen verweer gevoerd, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 De onttrekking aan het verkeer

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat het feit is begaan met behulp van dit voorwerp.

8.2 De teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan [naam], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8.3 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36 b, 36c, 36f, 37a, 37b, 45, 57, 240b, 242, 282 en 287 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Partiele nietigverklaring dagvaarding

- verklaart de dagvaarding partieel nietig ten aanzien van feit zes onder het laatste streepje;

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 3 primair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: verkrachting;

feit 2: opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven;

feit 3 subsidiair: poging tot opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven;

feit 4 primair: poging tot verkrachting;

feit 5 primair: poging tot doodslag;

feit 6: een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Maatregel

- gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer het volgende in beslag genomen voorwerp: de USB-stick van het merk Sony;

- gelast de teruggave aan de rechthebbende, [naam], van de volgende in beslag genomen voorwerpen: de autobus van het merk Mercedes-Benz met het kenteken [kenteken] en de stukken van de bumper van voornoemde autobus;

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende in beslag genomen voorwerpen: de grijze en de zwarte mobiele telefoon;

Benadeelde partijen

ten aanzien van feit 1 en 2:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 5.482,27 waarvan € 482,27 ter zake van materiële schade en € 5.000,00 ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het hierna te noemen slachtoffer het daarbij vermelde bedrag te betalen, bij niet-betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 1], € 5.482,27, 62 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

ten aanzien van feit 3 en 4:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 2.752,00 ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het hierna te noemen slachtoffer het daarbij vermelde bedrag te betalen, bij niet-betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 2], € 2.752,00, 38 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

ten aanzien van feit 5:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [verbalisant 2] van € 500,00 ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het hierna te noemen slachtoffer het daarbij vermelde bedrag te betalen, bij niet-betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [verbalisant 2], € 500,00, 10 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, mr. Y.A.T. Kruijer en mr. M.P. Gerrits-Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.C. de Vries, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 februari 2010.

Mr. Y.A.T. Kruijer is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature