Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Contractenrecht. Overeenkomst van opdracht. Vaststelling gebruikelijk loon voor accountant-administratieconsulent. Art. 7.450 lid 2 BW. Toepassing HR 6 juni 1997; NJ 1998,723. Verwijzing naar art. 51 Wet op de Accountants-Administratieconsulenten en artikelen 8 en 12 Besluit regelen beroepsuitoefening accountant-administratieconsulent.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 448166 / CV EXPL 09-8475

datum uitspraak: 18 maart 2010

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiseres]

te [adres]

eiseres

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde H.S.R. Hörst

tegen

[gedaagde]

te [adres]

gedaagde

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. M. Shioda-Bresser

De procedure

[eiseres] heeft [gedaagde] gedagvaard op 15 december 2009. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. Daarbij heeft [gedaagde] een zelfstandige tegenvordering ingediend.

Vervolgens zijn partijen op 16 februari 2010 voor de kantonrechter verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. Bij die gelegenheid heeft [eiseres] geantwoord op de tegenvordering. De griffier heeft aantekening gehouden van wat over en weer is gezegd, welke aantekeningen zonodig in een proces-verbaal worden uitgewerkt.

Hierna is de uitspraak van dit vonnis op vandaag bepaald.

De feiten

1. In 2007 is een overeenkomst gesloten tussen [gedaagde] en mevrouw [portefeuilehoudster] voor het verzorgen van de salarisadministratie, BTW aangiften en de jaarrekening ten behoeve van het in 2006 opgericht bedrijf van [gedaagde]. Afgesproken werd het volgende aanvangstarief: € 100, - per personeelslid per jaar (salarisadministratie), € 100, - per maand voor de BTW en € 600, - voor het samenstellen van de jaarrekening. Aanvullende diensten zouden worden verleend voor € 50, - per uur.

2. Per 1 januari 2008 is de portefeuille van mevrouw [portefeuillehoudster] waaronder [gedaagde], overgenomen door [eiseres]. Feitelijk bleef mevrouw [portefeuillehoudster] die mee was overgegaan naar [eiseres], de werkzaamheden verrichten. Alle communicatie met [eiseres] verliep via haar. Naar aanleiding van een vraag van [gedaagde], over de tarieven die [eiseres] in rekening ging brengen, liet mevrouw [portefeuillehoudster] weten dat het ‘wellicht iets duurder zou worden.’

3. Volgens daarop aan [gedaagde] verstuurde facturen werd echter een veel hoger tarief in rekening gebracht dan voorheen. Op 18 maart 2008 kreeg [gedaagde] bijvoorbeeld € 5.117, - gefactureerd voor het voeren van de administratie over het 4e kwartaal 2007, de BTW aangifte over dat kwartaal en het opstellen van de jaarrekening 2007. Op 29 april 2008 volgde een factuur voor € 1.900,73 voor het verzorgen van de administratie en de BTW aangifte over het 1e kwartaal 2009. Op 17 juni 2009 volgde een factuur voor € 1.362,85 voor het bijwerken van de administratie en aangifte BTW over de maand april 2008, evenals het geven van een boekhoudkundig advies. Op 20 augustus volgde een factuur van € 1.433,95 wegens het bijwerken van de administratie over mei en juni 2008, het verzorgen van aangiften BTW en het opstellen van een bezwaar vennootschapsbelasting 2007. Op 31 oktober 2008 volgde een factuur van € 2.124,15 wegens het bijwerken van de administratie en het verzorgen van de BTW aangiften over de maanden juli, augustus en september 2008.

4. Al de hiervoor onder 3. opgesomde facturen zijn weliswaar door [gedaagde] betaald, maar voortdurend heeft [gedaagde] zich beklaagd over de hoogte daarvan. Daarop kwam echter geen, althans geen concreet antwoord.

5. Op 31 december 2008 volgde een factuur (nummer 108535) van € 1.804,34 wegens het opstellen van een publicatiebalans 2007 voor de Kamer van Koophandel, het bijwerken van de administratie en het verzorgen van de aangifte BTW over de maanden oktober en november 2008, het verzorgen van een suppletie aangifte BTW 2007, het opstellen van een overzicht rekening-courant DGA en het beantwoorden van vragen. Deze factuur is ondanks herhaalde aanmaning onbetaald gebleven.

6. Op 16 februari 2009 volgde een factuur (nummer 109052) van € 687,23 wegens het bijwerken van de administratie en het verzorgen van de aangifte BTW over de maand december 2008. Deze factuur is ondanks herhaalde aanmaning onbetaald gebleven.

7. Op 17 februari 2009 volgde tenslotte een factuur (nummer 109053) van € 2.973,51 voor het samenstellen van de jaarrekening 2008. Ook deze factuur is ondanks herhaalde aanmaningen onbetaald gebleven.

De vorderingen

[eiseres] vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.660,74 met rente in hoofdsom, vermeerderd met € 535,50 wegens buitengerechtelijke kosten, evenals de proceskosten.

Het gaat daarbij in hoofdsom om de hiervoor onder 6. en 7. bedoelde facturen. De hiervoor onder 5. bedoelde factuur wordt nog in portefeuille gehouden, in afwachting van de uitkomst van het onderhavige geding.

[eiseres] stelt dat zij een gebruikelijk en redelijk loon heeft berekend en dat de klachten van [gedaagde] over de hoogte daarvan ongegrond zijn. Weliswaar was [gedaagde] in 2007 met mevrouw [portefeuillehoudster] een veel lager tarief overeengekomen, maar dit betrof uitdrukkelijk een startertarief. [gedaagde] kon en mocht niet verwachten dat dit tarief zou blijven gelden, zeker niet gelet op de omstandigheid dat de daadwerkelijke werkzaamheden met de groei van het bedrijf sterk zijn toegenomen.

[gedaagde] vordert (samengevat) terugbetaling van wat zij tot op heden teveel aan [eiseres] mocht hebben betaald, een en ander te begroten door een door de kantonrechter te benoemen deskundige, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

De verweren

Partijen concluderen over en weer tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de respectieve vorderingen.

De beoordeling van het geschil

Partijen verschillen in de kern van mening, of het door [eiseres] in rekening gebrachte loon, gelet op de daarvóór met mevrouw [portefeuillehoudster] gemaakte afspraken en gelet op de daadwerkelijk verrichte werkzaamheden, juist is te achten. Zo ja, dan ligt de vordering van [eiseres] voor toewijzing gereed en moet de tegenvordering van [gedaagde] worden afgewezen. Zo nee, dan zal de vordering van [eiseres] geheel of gedeeltelijk moeten worden afgewezen en moet toewijzend worden beslist op de tegenvordering van [gedaagde].

Voorop gesteld moet worden dat de contractuele relatie tussen partijen is aan te merken als een overeenkomst van opdracht, zoals bedoeld in artikel 7.400 van het Burgerlijk Wetboek . Volgens artikel 7.405 van het Burgerlijk Wetboek is [gedaagde] het loon verschuldigd, dat partijen met elkaar zijn overeengekomen . In zoverre [gedaagde] heeft willen betogen dat dit loon moet worden berekend in overeenstemming met het startertarief dat zij in 2007 met mevrouw [portefeuillehoudster] heeft afgesproken, kan de kantonrechter haar daarin niet volgen. Het betrof hier immers niet voor niets een startertarief en uit de eigen stellingen van [gedaagde] volgt dat zij heel goed heeft begrepen, dat dit tarief verhoogd zou worden, nadat [eiseres] haar nieuwe contractspartner was geworden. Uit die stellingen volgt eveneens dat toen geen vast nieuw tarief is overeengekomen. Integendeel, het bleef bij een vage toezegging. Omgekeerd kan ook [eiseres] niet worden gevolgd in haar (impliciete) stelling, dat uit de betaling van de hiervoor onder 3. bedoelde facturen mocht worden afgeleid dat [gedaagde] akkoord ging met het daarin gehanteerde tarief. Integendeel, daartegen zijn door [gedaagde] voortdurend bezwaren ingebracht. Dat deze bezwaren mogelijk zijn blijven steken bij mevrouw [portefeuillehoudster] en de directie van [eiseres] niet hebben bereikt kan niet aan [gedaagde] worden tegengeworpen.

Nu daarom geen vast tarief tussen partijen is overeengekomen is volgens artikel 7.450 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek ‘het op de gebruikelijke wijze berekende loon’ verschuldigd geworden.

Bij het bepalen van wat gebruikelijk is te achten, behoort om te beginnen te worden aangesloten bij wat onder beroepsgenoten in het algemeen voor het verrichten van dergelijke werkzaamheden in rekening wordt gebracht (HR 6 juni 1997; NJ 1998,723). Voor [eiseres] als accountant-administratieconsulent geldt bovendien nog artikel 8 van het Besluit regelen beroepsuitoefening accountants-administratieconsulenten. Daarin is met zoveel woorden bepaald, dat het loon moet worden vastgesteld ‘met inachtneming van aard en omvang’ van de door de accountant-administratieconsulent of een van zijn werknemers verrichte werkzaamheden.

Een en ander doet echter niet af aan de ook voor een accountant-administratieconsulent geldende verplichting, zoals bedoeld in de artikelen 6.2 en 6.248 van het Burgerlijk Wetboek , om bij het vaststellen van het loon ook in concreto de grenzen van de redelijkheid en billijkheid in acht te blijven nemen. Het bepaalde in artikel 51 lid 1 aanhef en onder b. van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten gaat daarvan eveneens uit, nu een kennelijk onredelijk declaratiegedrag natuurlijk de goede naam en daarmee het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep schade kan toebrengen.

Bij het bepalen van wat in het onderhavige geval in concreto nog redelijk is te achten, moet naar het oordeel van de kantonrechter rekening worden gehouden met de bijzondere omstandigheden van het geval, zoals eerdere afspraken tussen partijen (althans hun rechtsvoorgangers) en/of eerdere uitlatingen van partijen. In dit geval staat vast dat aanvankelijk een startertarief voor een beginnende onderneming was overeengekomen, gevolgd door de geruststelling, dat het daarna met de verwachte kostenstijging wel mee zou vallen.

De kantonrechter acht het noodzakelijk om de door [eiseres] aan [gedaagde] in rekening gebrachte werkzaamheden, zoals hiervoor onder 3, 5 en 6 opgesomd en die (vooralsnog) moeten blijken uit de door [eiseres] volgens artikel 12 van het Besluit regelen beroepsuitoefening accountants-administratieconsulenten bijgehouden administratie, door een deskundige te laten begroten met inachtneming van de hiervoor gegeven criteria. Teneinde de kosten van de deskundigenrapportage te beperken zal de deskundige worden gevraagd om een globale begroting.

De beslissing

De kantonrechter:

- beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Is het door [eiseres], in haar hiervoor onder 3, 5 en 6 bedoelde facturen, in rekening gebrachte loon, getoetst aan de hiervoor bij de rechtsoverwegingen gehanteerde maatstaven, binnen de beroepsgroep gebruikelijk en niet kennelijk onredelijk te achten? Toelichten! Zo nee, kunt u dan schatten wat in de beroepsgroep wel gebruikelijk en redelijk was geweest? Eindberekening toelichten!

2. Geeft uw onderzoek u overigens nog aanleiding tot het maken van opmerkingen?

- benoemt tot deskundige: ;

P. Hoogeveen,

lid van de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconculenten NOvAA,

Noorderweg 42, 1948 PK Beverwijk

telefoon: 0251-221031

emailadres: p.hoogeveen@2besure.nl

- bepaalt dat de griffier de deskundige een afschrift van dit vonnis zal toezenden;

- draagt (de gemachtigden van) partijen op ieder een kopie van het procesdossier aan de deskundige toe te zenden;

- draagt [eiseres] op een overzicht aan de deskundige te verstrekken dat voldoet aan het bepaalde in artikel 12 van het Besluit regelen beroepsuitoefening accountants-administratieconsulenten, onder gelijktijdige toezending van een kopie aan de griffie en aan de gemachtigde van [gedaagde];

- begroot de kosten van de deskundige voorlopig op € 3.570,- inclusief omzetbelasting;

- bepaalt dat partijen, in afwachting van de beslissing over de proceskosten bij eindvonnis, de kosten van dit onderzoek voorlopig gezamenlijk dragen;

- draagt partijen op ieder de helft van het voorlopig begrote bedrag, ad € 1.785,- als voorschot binnen drie weken na dit vonnis te storten op bankrekening RBS 56.99.90.629 t.n.v. MvJ Arrondissement Haarlem onder vermelding van het zaaknummer;

- draagt de griffier op na ontvangst van het voorschot de deskundige te melden dat deze kan beginnen met het onderzoek en verwijst de zaak pro forma naar de rol van 20 mei 2010;

- bepaalt dat de deskundige zelfstandig het onderzoek zal verrichten en daartoe zo spoedig mogelijk zal overgaan op een door hem in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;

- bepaalt dat de deskundige partijen bij het onderzoek in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen;

- bepaalt dat de deskundige in het rapport zal vermelden dat aan het hiervoor genoemde voorschrift is voldaan, onder vermelding van eventuele opmerkingen en verzoeken;

- verzoekt de deskundige om, indien hij constateert dat zijn uiteindelijke declaratie hoger zal zijn dan zijn begroting, de griffier daarover onmiddellijk in te lichten, om aanvulling van het ter griffie gedeponeerde voorschot te verzoeken en zijn onderzoek op te schorten tot ontvangst van het bericht van de griffier dat de aanvulling is ontvangen;

- bepaalt dat de deskundige een schriftelijk, met redenen omkleed en ondertekend rapport in drievoud vóór 20 mei 2010 ter griffie van de sector kanton locatie Zaandam van deze rechtbank zal inleveren;

- draagt de griffier op een afschrift van het rapport aan partijen toe te zenden;

- bepaalt dat [eiseres] zich op de eerste rolzitting na 4 weken na toezending door de griffier schriftelijk kan uitlaten over het rapport, waarna [gedaagde] in de gelegenheid zal worden gesteld een antwoordakte te nemen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Visser en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature