Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 29 december 2009 heeft het centraal stembureau voor verkiezing van de leden van de gemeenteraad van de gemeente 's-Gravenhage (hierna: het centraal stembureau) een verzoek van de vereniging Vereniging Partij van de Islamitische Democraten (hierna: de VPID) om registratie van de aanduiding "Islamitische Democraten" afgewezen.

Uitspraak



201000060/1/H2.

Datum uitspraak: 15 januari 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de Vereniging Partij van de Islamitische Democraten, gevestigd te Den Haag,

appellante,

en

het centraal stembureau voor verkiezing van de leden van de gemeenteraad van de gemeente 's-Gravenhage,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 december 2009 heeft het centraal stembureau voor verkiezing van de leden van de gemeenteraad van de gemeente 's-Gravenhage (hierna: het centraal stembureau) een verzoek van de vereniging Vereniging Partij van de Islamitische Democraten (hierna: de VPID) om registratie van de aanduiding "Islamitische Democraten" afgewezen.

Tegen dit besluit heeft de VPID bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 4 januari 2010, beroep ingesteld.

De Kiesraad heeft op de voet van artikel 8:45 van de Algemene wet bestuursrecht inlichtingen verschaft.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 januari 2010, waar de VPID, vertegenwoordigd door mr. Ü. Arslan, advocaat te Amsterdam, en [voorzitter] van de VPID, en het centraal stembureau, vertegenwoordigd door R.J. van der Velde, werkzaam bij de gemeente Den Haag, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. F. Arichi, werkzaam bij de Kiesraad, gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel G 3, eerste lid, van de Kieswet kan een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid en waarvan de aanduiding niet reeds bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk provinciale staten, is geregistreerd aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad schriftelijk verzoeken de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden. Verzoeken, ontvangen na de drieënveertigste dag voor de kandidaatstelling, blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten behandeling.

Ingevolge het vierde lid, aanhef en onder b, beschikt het centraal stembureau slechts afwijzend op het verzoek, indien de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds op de voet van dit artikel of de artikelen G 1, onderscheidenlijk G 2, geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder op grond van dit artikel een registratieverzoek is ontvan gen, en daardoor verwarring te duchten is.

2.2. De vereniging betoogt dat het centraal stembureau haar verzoek om registratie van de aanduiding "Islamitische Democraten" ten onrechte heeft afgewezen omdat die aanduiding in hoofdzaak overeenstemt met de reeds in het register als bedoeld in artikel G 3, eerste lid, van de Kieswet geregistreerde aanduiding "Islam Democraten". Daartoe voert zij onder meer aan dat tot de aanduiding ook de afkorting PID hoort.

2.2.1. Uit het verzoek blijkt dat de vereniging registratie heeft verzocht van de aanduiding: "Islamitische Democraten". Hoewel op het formulier waarop het verzoek is verwoord tevens kan worden aangegeven wat de afkorting van de partij is en de vereniging daarbij heeft opgegeven: PID, maakt die afkorting geen deel uit van de aanduiding waarvan registratie is verzocht. Dat de vereniging, naar ter zitting is betoogd, de bedoeling had ook de afkorting deel te laten uitmaken van de aanduiding, doet er niet aan af dat dit in het verzoek om registratie niet is gevraagd. Het centraal stembureau is er dan ook terecht van uitgegaan dat is gevraagd om registratie van de aanduiding "Islamitische Democraten".

2.2.2. Het centraal stembureau heeft zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat de gewenste aanduiding "Islamitische Democraten" in hoofdzaak overeenstemt met de reeds geregistreerde aanduiding "Islam Democraten" en dat daardoor verwarring is te duchten. Hoewel een politieke groepering niet door middel van de enkele registratie van een aanduiding waarmee zij op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, het alleenrecht kan opeisen op registratie van algemene begrippen als 'islam' of 'islamitische' en 'democraten', laat dit onverlet dat het verzoek tot registratie van een aanduiding moet worden geweigerd indien de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering en daardoor verwarring te duchten is. Het centraal stembureau heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat "Islamitische Democraten" zich onvoldoende onderscheidt van "Islam Democraten".

De stelling van de VPID dat de groep kiezers die op de "Islam Democraten" dan wel haar eigen partij wil stemmen het onderscheid tussen beide partijen goed kent en dat derhalve geen verwarring te duchten is, kan niet leiden tot een ander oordeel. De vraag of verwarring is te duchten moet naar objectieve maatstaven worden beantwoord. Het antwoord op die vraag kan niet afhankelijk worden gesteld van een inschatting van de bekendheid die beide partijen bij een specifieke groep kiezers genieten.

2.2.3. Hetgeen overigens door de VPID naar voren is gebracht kan, gelet op het beoordelingskader van de Kieswet en de daarin opgenomen termijnen, niet leiden tot gegrondbevinding van het beroep.

2.3. Het beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, ambtenaar van Staat.

w.g. Lubberdink w.g. Poot

voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2010

362.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature