Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

WW - niet-verzekeringsplichtige arbeid - buitenwettelijk, begunstigend beleid van het Uwv

Uitspraak



RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector bestuursrecht

procedurenummer: AWB 09/523

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 december 2009 als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres (hierna: [eiseres]),

gemachtigde: S. Borger, werkzaam bij CNV Dienstenbond te Drachten,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),

verweerder (hierna: het Uwv),

gemachtigde: F.M.J. Eijmaal, werkzaam bij het Uwv.

Procesverloop

Bij brief van 18 februari 2009 heeft het Uwv [eiseres] mededeling gedaan van een besluit op bezwaar betreffende de toepassing van de Werkloosheidswet (WW). Tegen dit besluit heeft [eiseres] beroep ingesteld. De zaak is behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 23 april 2009. [eiseres] is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en vergezeld van haar echtgenoot. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen. Bij brief van 12 mei 2009 heeft de griffier partijen bericht dat het onderzoek is heropend om het Uwv een aantal vragen te stellen. Bij brief van 27 mei 2009 heeft het Uwv de vragen van de rechtbank beantwoord. De zaak is opnieuw behandeld ter zitting van de rechtbank, gehouden op 26 oktober 2009. [eiseres] is wederom in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en vergezeld van haar echtgenoot. Het Uwv heeft zich, daartoe opgeroepen, door zijn gemachtigde laten vertegenwoordigen.

Motivering

Feiten

1.1 [eiseres] was als administratief medewerkster werkzaam in dienst van Coöperatie De Friesland U.A. te Leeuwarden (hierna: De Friesland) voor 16 uren per week. Met ingang van 26 september 2007 is [eiseres] vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden in het kader van dit dienstverband, maar behield zij recht op onverminderde doorbetaling van haar loon. Per 1 september 2008 is de arbeidsovereenkomst beëindigd. Het Uwv heeft [eiseres] per 1 september 2008 een WW-uitkering toegekend, gebaseerd op een arbeidspatroon van 16 uren per week.

1.2 Inmiddels was [eiseres] per 22 oktober 2007 op basis van een zorgovereenkomst als zorgverlener in dienst getreden van haar moeder. In het kader van deze overeenkomst verleent [eiseres] haar moeder zes uren per week hulp bij het huishouden tegen een vergoeding van € 414,75 per maand. Deze vergoeding wordt betaald vanuit het persoonsgebonden budget (pgb) dat de moeder van [eiseres] ontvangt ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning. [eiseres] is in het kader van deze werkzaamheden niet verzekerd voor de WW.

1.3 Bij besluit van 5 november 2008 heeft het Uwv de WW-uitkering van [eiseres] met terugwerkende kracht herzien en die uitkering met ingang van 1 september 2008 alsnog gebaseerd op een recht van 10 uren per week. Het Uwv heeft dit besluit gebaseerd op de overweging dat [eiseres] vóór haar eerste werkloosheidsdag gemiddeld zes uren per week als huishoudelijk medewerkster heeft gewerkt voor haar moeder, terwijl zij op dat moment reeds was vrijgesteld van haar werkzaamheden bij De Friesland. Bij besluit van 6 november 2008 heeft het Uwv de over de periode van 1 september 2008 tot en met 3 oktober 2008 onverschuldigd betaalde WW-uitkering van [eiseres] teruggevorderd tot een bedrag van

€ 369,50. Bij het bestreden besluit heeft het Uwv het bezwaar van [eiseres] tegen het besluit van 5 november 2008 ongegrond verklaard.

Geschil

2.1 [eiseres] is van mening dat het Uwv de huishoudelijke werkzaamheden die zij op basis van de zorgovereenkomst voor haar moeder verricht ten onrechte in mindering heeft gebracht op de grondslag van haar uitkering. Daartoe heeft zij aangevoerd dat zij deze werkzaamheden vóór 22 oktober 2007 ook reeds verrichtte. [eiseres] voert voorts aan dat geen sprake was van een gezagsverhouding, dat zij de werkzaamheden had kunnen verrichten naast haar dienstverband van zestien uren per week en dat zij dit ook daadwerkelijk gedaan heeft. Deze werkzaamheden staan dan ook niet in de weg aan haar beschikbaarheid voor arbeid. Het Uwv heeft volgens [eiseres] onvoldoende gemotiveerd waarom de vóór 22 oktober 2007 verrichte werkzaamheden niet worden aangemerkt als niet-verzekeringsplichtige werkzaamheden en de daarna verrichte werkzaamheden wel.

2.2 Het Uwv stelt zich op het standpunt dat [eiseres] met ingang van 22 oktober 2007 op grond van de voormelde zorgovereenkomst voor zes uren per week werkzaamheden is gaan verrichten in niet-verzekeringsplichtige arbeid. Weliswaar verrichtte zij deze werkzaamheden al vóór het intreden van de werkloosheid per 1 september 2008, maar het arbeidsurenverlies van 16 uren per week is reeds op 26 september 2007 ingetreden omdat [eiseres] met ingang van die datum is vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden. Hieruit volgt volgens het Uwv dat [eiseres] na het intreden van het arbeidsurenverlies is begonnen met de niet-verzekeringsplichtige arbeid voor zes uren per week en dat deze uren daarom vanaf de eerste werkloosheidsdag tot gedeeltelijke beëindiging van het recht op uitkering dienen te leiden. De vóór 22 oktober 2007 verrichte werkzaamheden kunnen volgens het Uwv niet als niet-verzekeringsplichtige arbeid worden aangemerkt, omdat geen sprake is van werkzaamheden die in het economisch verkeer worden verricht en waarmee het verkrijgen van enig geldelijk voordeel wordt beoogd.

Beoordeling van het geschil

3.1 Ingevolge artikel 20, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de WW eindigt het recht op uitkering voor zover de werknemer zijn hoedanigheid van werknemer verliest. Ingevolge het tweede lid eindigt het recht op uitkering voor de werknemer op wie het eerste lid, onderdeel a, van toepassing is terzake van het aantal uren dat hij werkzaamheden verricht uit hoofde waarvan hij niet als werknemer in de zin van deze wet wordt beschouwd.

3.2 Het Uwv hanteert het beleid dat na het intreden van het arbeidsurenverlies verrichte werkzaamheden uit hoofde waarvan de betrokkene niet als werknemer wordt beschouwd niet op het recht op uitkering in mindering worden gebracht, indien soortgelijke werkzaamheden ook reeds voordien werden verricht en voorzover aan die werkzaamheden, beoordeeld per week en afgezet tegen het gemiddeld aantal uren waarop als zelfstandige werd gewerkt, geen uitbreiding wordt gegeven. In de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is dit als buitenwettelijk aan te merken beleid niet onaanvaardbaar geacht (zie onder meer de uitspraak van de CRvB van 2 december 1997, LJN: ZB7285).

3.3 In het geval van [eiseres] stelt het Uwv, zo begrijpt de rechtbank, zich op het standpunt dat dit beleid niet van toepassing is, omdat [eiseres] vóór 22 oktober 2007 bij haar moeder geen werkzaamheden verrichtte die als niet-verzekeringsplichtige arbeid kunnen worden beschouwd. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van niet-verzekeringsplichtige arbeid in de zin van de WW is volgens vaste jurisprudentie van de CRvB van belang of het gaat om werkzaamheden die onder omstandigheden als beloonbare arbeid zouden moeten worden aangemerkt, en niet (bijvoorbeeld) om werkzaamheden die zo zeer zijn verbonden met het normale, dagelijkse leven en die zich ook binnen het gezinsverband dan wel de directe familie van de betrokkene afspelen, dat daarmee naar maatschappelijke opvatting geen geldelijk voordeel wordt beoogd of kan worden verwacht, dan wel dat daar enige beloning tegenover zou moeten worden gesteld. De rechtbank verwijst naar onder meer de uitspraken van de CRvB van 3 mei 2006, LJN: AX3050, en van 17 mei 2006, LJN: AX6466.

3.4 Het Uwv heeft, zoals ook de CRvB in zijn vaste jurisprudentie overweegt (zie de uitspraak van 2 december 2007, LJN: ZB7285), zijn onder 3.2 bedoelde beleid ontwikkeld ter voorkoming van enkele naar zijn mening onbevredigende effecten van de bepalingen van de WW in hun onderlinge samenhang. Nu dit buitenwettelijk, begunstigend beleid is, dient een dergelijk beleid volgens de vaste jurisprudentie door de bestuursrechter terughoudend te worden getoetst. Dit houdt in dat de aanwezigheid en de toepassing van dat beleid als een gegeven worden aanvaard met dien verstande dat wordt getoetst of een zodanig beleid op consistente en niet onredelijke wijze is toegepast. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van de CRvB van 26 september 2007, LJN: BB7577.

3.5 Het beleid voorziet alleen in situaties waarin voor het intreden van het arbeidsurenverlies sprake was van soortgelijke - dat wil zeggen: niet-verzekeringsplichtige - werkzaamheden. De rechtbank kan, mede gelet op de in 3.3 genoemde jurisprudentie, het Uwv volgen in zijn standpunt dat de werkzaamheden die [eiseres] vóór het intreden van het arbeidsurenverlies op 26 september 2007 en vóór het sluiten van de zorgovereenkomst op 22 oktober 2007 bij haar moeder deed en die onder meer bestonden uit het doen van de was, het schoonhouden van de woning en het verschonen van het bed, niet aangemerkt konden worden als niet-verzekeringsplichtige arbeid in de zin van de WW.

3.6 Tussen partijen is verder niet in geschil dat [eiseres] na 22 oktober 2007 precies dezelfde werkzaamheden is blijven doen. Het enige verschil tussen de vóór en na 22 oktober 2007 verrichte werkzaamheden is dat deze werkzaamheden vóór 22 oktober 2007 nog niet werden betaald en nadien wel. Hieruit volgt dat de werkzaamheden die [eiseres] voor haar moeder verrichtte niet in de plaats zijn gekomen van haar werkzaamheden voor De Friesland. Voorts volgt hieruit dat indien de zorgovereenkomst een aantal maanden eerder in werking zou zijn getreden (waarvoor naar het oordeel van de rechtbank geen belemmeringen bestonden), de door [eiseres] voor haar moeder verrichte werkzaamheden niet in mindering zouden zijn gebracht op het recht op uitkering. Naar het oordeel van de rechtbank had het Uwv in de bijzondere omstandigheden van dit geval aanleiding moeten vinden om zijn beleid ook in dit geval toe te passen, in die zin dat de werkzaamheden die [eiseres] op basis van de zorgovereenkomst voor haar moeder verricht niet in mindering worden gebracht op haar recht op uitkering, voor zover deze werkzaamheden niet worden uitgebreid ten opzichte van de werkzaamheden die [eiseres] vóór 26 september 2007 voor haar moeder verrichtte.

3.7 De conclusie van de rechtbank is, dat het bestreden besluit in strijd met de redelijkheid is genomen. De rechtbank zal het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. Voorts zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien door het primaire besluit van 5 november 2008 te herroepen.

3.8 Met toepassing van artikel 8:75 van de Awb veroordeelt de rechtbank het Uwv in de proceskosten. Overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht bedragen de proceskosten van [eiseres] € 1.127,00, ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (bezwaarschrift één punt; beroepschrift één punt; verschijnen ter zitting één punt; verschijnen ter nadere zitting 0,5 punt; gewicht van de zaak: gemiddeld; waarde per punt € 322,00).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het primaire besluit van 5 november 2008 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- bepaalt dat het Uwv het betaalde griffierecht van € 41,00 aan [eiseres] vergoedt;?

- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van [eiseres] tot een bedrag van € 1.127,00.

Aldus gegeven door mr. P.G. Wijtsma, rechter, in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Emst als griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 december 2009.

w.g. P.G. Wijtsma

w.g. F.F. van Emst

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat voor partijen het rechtsmiddel hoger beroep open. Gelijke bevoegdheid komt toe aan andere belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:13 in samenhang met artikel 6:24 van de Awb .

Indien u daarvan gebruik wenst te maken dient u binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een brief (beroepschrift) alsmede een afschrift van deze uitspraak te zenden aan:

de Centrale Raad van Beroep

Postbus 16002

3500 DA Utrecht

In het beroepschrift vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature