Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebieden:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Inhoudsindicatie AWB 09/4925

Betreft binnenplanse ontheffing en bouwvergunning voor het bouwen van 36 seniorgeschikte appartementen aan de Willibrorduslaan-Haagstraat te Valkenswaard. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet uitgesloten is dat bij de belangenafweging een onjuist uitgangspunt is gehanteerd. De geprojecteerde parkeerplaatsen zijn in strijd met de bestemming. Er bestaat onvoldoende zekerheid dat wordt voorzien in benodigde parkeerplaatsen. Het bestreden besluit wordt geschorst.

Uitspraak



RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 09/4925

Uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 december 2009

inzake

[verzoeker]

te Valkenswaard,

verzoeker,

[gemachtigde]

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard,

verweerder,

[gemachtigde]

Aan het geding heeft als partij deelgenomen [vergunninghoudster], te Valkenswaard, vergunninghoudster, [gemachtigde]

Procesverloop

Bij besluit van 8 september 2009 heeft verweerder aan [vergunninghoudster] te Valkenswaard (hierna: vergunninghoudster) ontheffing als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en reguliere bouwvergunning verleend voor het bouwen van 36 seniorgeschikte appartementen, gelegen op het perce[adres] te Valkenswaard, kadastraal bekend gemeente Valkenswaard, sectie E, nummer 3466 en 3685.

Tegen dit besluit heeft verzoeker een bezwaarschrift ingediend.

Bij brief van 15 oktober 2009 heeft verzoeker tevens de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De zaak is behandeld op de zitting van 4 december 2009, waar verzoeker is verschenen in persoon, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigde. Verschenen is voorts de gemachtigde van vergunninghoudster.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Voor zover de toetsing aan dit criterium meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld heeft dit oordeel een voorlopig karakter en is dit niet bindend voor de beslissing in die procedure.

3. De voorzieningenrechter zal beoordelen of er aanleiding bestaat verweerders besluit van 8 september 2009, waarbij binnenplanse ontheffing en reguliere bouwvergunning is verleend voor het bouwen van 36 seniorgeschikte appartementen gelegen op het perce[adres] te Valkenswaard, te schorsen totdat hierover in bezwaar is beslist.

Feiten

4. De aanvraag om bouwvergunning dateert van 22 december 2008. Op 28 april 2009 heeft verweerder besloten medewerking te verlenen aan ontheffing. Het bouwplan is gepubliceerd in de Kempener Koerier. De ontwerpbesluiten bouwvergunning en ontheffing hebben van

14 mei 2009 tot en met 24 juni 2009 ter inzage gelegen. Verzoeker heeft bij brief van

29 januari 2009 zijn zienswijze kenbaar gemaakt.

5. De verleende ontheffing heeft betrekking op het bebouwingspercentage dat wordt overschreden tot 63,7% en de goothoogte die wordt overschreden tot 15,40 meter en is

-samengevat- van de volgende onderbouwing voorzien:

De structuur van het gebouw wordt gevormd door een schil met woningen. Door extra ruimte toe te voegen kan er een centrale vide over de volledige hoogte worden gerealiseerd. Vanuit het financiële kader is er geen ruimte voor een kelder met bergingencluster. De uitbreiding levert geen grote hinder op voor de aangrenzende bebouwing.

Om vijf bouwlagen te kunnen realiseren met een plat dak en te voldoen aan de thans volgens het Bouwbesluit vereiste verdiepinghoogte volstaat de hoogte van 14 meter niet. Aan de zijde van de [adres] is het gebouw om architectonische redenen voorzien van een iets verhoogde rand. Met vier bouwlagen wordt de capaciteit die het bestemmingsplan biedt, niet optimaal benut.

Standpunten partijen

6. Verweerder heeft -zakelijk weergegeven- aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat het belang dat wordt gediend met het verlenen van ontheffing groter is dan de belangen van verzoeker. Volgens verweerder zal de bezonning van de voorgevel van verzoekers woning niet worden belemmerd door het bouwplan en wordt de inbreuk op de privacy niet groter door de in het bestemmingsplan toegestane verhoging van de goothoogte, omdat het aantal toegestane woningen er niet door wordt vergroot. Volgens verweerder voldoet het aantal parkeerplaatsen aan de in de beleidsnota “Parkeernormering gemeente Valkenswaard” (hierna: de parkeernota) gestelde eisen en neemt de verkeers- en geluidsoverlast niet onevenredig toe omdat wordt voldaan aan de gestelde parkeernorm behorende bij deze bebouwing.

7. Verzoeker heeft zich -zakelijk weergegeven- op het standpunt gesteld dat de verleende ontheffing voor de goothoogte strijdig is met een goede ruimtelijke ordening omdat daardoor vijf bouwlagen mogelijk worden, terwijl het bouwplan niet in het centrumgebied is gelegen. Bovendien betekent het bouwplan volgens verzoeker een ernstige aantasting van zijn privacy doordat het voorziet in een vijfde bouwlaag en zal er sprake zijn van een belemmering van de bezonning op de voorgevel van zijn woning. Voorts heeft verzoeker gesteld dat het bebouwingspercentage onjuist is bepaald doordat de geprojecteerde parkeerplaatsen niet zijn betrokken bij de berekening en dat het aanleggen van deze parkeerplaatsen in strijd is met de geldende bestemming. Tot slot heeft verzoeker gesteld dat de parkeernota geen rechtskracht heeft en dat het aantal benodigde parkeerplaatsen niet juist is berekend doordat ten onrechte is uitgegaan van de normering voor seniorenwoningen.

Wettelijk kader

8. Ingevolge artikel 40, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woningwet (Ww) is het verboden te bouwen zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning.

9. Ingevolge artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de Ww mag slechts en moet de reguliere bouwvergunning worden geweigerd, indien het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld.

10. Ingevolge artikel 3.6, eerste lid, onder c, van de Wro kan bij bestemmingsplan worden bepaald dat burgemeester en wethouders met inachtneming van de bij het plan te geven regels ontheffing kunnen verlenen.

11. Het perceel waarop het bouwplan wordt gerealiseerd is gelegen in het geldende bestemmingsplan “Valkenswaard Noord” en heeft daarin de bestemming “wonen” met de aanduiding (wc-g) IV 60%. Dit bestemmingsplan is per 25 december 2008 onherroepelijk geworden.

12. Op grond van artikel 17.1 (Bestemmingsomschrijving) van het bestemmingsplan zijn de gronden op de plankaart aangewezen voor “wonen” bestemd voor:

a. eengezinswoningen en gestapelde woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor:

1. een aan-huis-verbonden beroep;

2. detailhandel op de begane grond ter plaatse van de aanduiding (dh), mits gelegen binnen het hoofdbouwvlak dan wel gelegen aansluitend aan de achterzijde van het hoofdbouwvlak tot een diepte van 5 mtr.;

3. (zakelijke) dienstverlening (inclusief) kantoren op de begane grond ter plaatse van de aanduiding (dv);

4. horecabedrijven op de begane gronde ter plaatse van de aanduiding (h1);

5. restaurants op de begane grond ter plaatse van de aanduiding (h2);

6. cafetaria’s/afhaalrestaurants op de begane grond ter plaatse van de aanduiding (h3);

b. op kelderniveau(s) uitsluitend voor parkeervoorzieningen, bergingen, goederenstalling, en nutsvoorzieningen vanwege de woonfunctie op de begane grond en de verdiepingen;

c. aanbouwen en bijgebouwen;

met de daarbijbehorende:

d. tuinen en erven;

e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

13. Op grond van artikel 17.3.1, onder a, van het bestemmingsplan zijn de op de plankaart voor “wonen” binnen het bouwvlak (wc-g) aangewezen gronden bestemd voor bebouwing met gestapelde woningen (wc-g).

Onder b van voormeld artikel is bepaald dat de goothoogte van gestapelde woningen en het aantal bouwlagen niet meer mogen bedragen dan op de plankaart voor bouwvlakken is aangegeven. Voor klasse IV is op de plankaart aangegeven een maximum goothoogte van

14 m en een maximum aantal bouwlagen van 5.

14. Op grond van artikel 22, tweede lid, van het bestemmingsplan zijn burgemeester en wethouders bevoegd vrijstelling te verlenen van de desbetreffende bepalingen van het plan voor geringe afwijkingen van de in het plan voorgeschreven maten ten aanzien van afstand tussen woningen, van afstand tot zijdelingse perceelsgrenzen, van bebouwde oppervlakten, alsmede van goothoogte van gebouwen met ten hoogste 10%.

Oordeel van de voorzieningenrechter

15. Aan het verlenen van een ontheffing dient een belangenafweging vooraf te gaan. Verweerder heeft in het bestreden besluit gesteld dat het bouwplan met een hoogte van 15,40 meter, op een afstand van ongeveer 26 meter van verzoekers woning, met een zonnestand onder een hoek van 45 graden geen belemmering van de bezonning zal geven van de voorgevel van verzoekers woning. Dit standpunt is in het bestreden besluit niet nader toegelicht. Verweerder heeft dit standpunt desgevraagd ook ter zitting niet van een (inzichtelijke) onderbouwing voorzien. Nu verzoeker heeft aangegeven dat weldegelijk sprake zal zijn van een belemmering van de bezonning van zijn woning, valt op voorhand niet geheel uit te sluiten dat verweerder bij de belangenafweging een onjuist uitgangspunt heeft gehanteerd. Verweerder zal bij het nemen van het besluit op bezwaar nader dienen in te gaan op de gestelde belemmering van de bezonning. Ter zitting is door vergunninghoudster toegezegd dat in het kader van de lopende bezwaarprocedure een bezonningsdiagram zal worden opgesteld. Verweerder zal dit bezonningsdiagram dienen te betrekken bij de belangenafweging.

16. Verzoeker heeft betoogd dat de geprojecteerde parkeerplaatsen in strijd zijn met de bestemming. Dit betoog wordt gevolgd. Op grond van het bepaalde in artikel 17.1 van het bestemmingsplan wordt geoordeeld dat parkeerplaatsen binnen de bestemming “wonen”, anders dan op kelderniveau, niet zijn toegestaan. Het standpunt van verweerder dat parkeerplaatsen kunnen worden aangemerkt als bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals onder e van voormeld artikel bedoeld, wordt niet gevolgd. Op grond van vaste jurisprudentie, waarin aansluiting is gezocht bij de definitie uit de Modelbouwverordening van de VNG, dient onder bouwwerken te worden verstaan: elke constructie van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect steun vindt in de grond. Bij parkeerplaatsen is geen sprake van een constructie. Derhalve zijn deze niet aan te merken als bouwwerken. Verweerder heeft dit miskend.

17. Voor de beoordeling of ten behoeve van het bouwplan wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid heeft verweerder gebruik gemaakt van de parkeernota. Vastgesteld wordt dat de parkeernota ten tijde van het bestreden besluit niet was gepubliceerd. Reeds gelet hierop kan de parkeernota niet worden aangemerkt als beleid in de zin van titel 4.3 van de Awb. Verweerder mocht de in de parkeernota vervatte normering echter wel hanteren als richtlijn bij de toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening van de gemeente Valkenswaard (hierna: de Bouwerordening). Verweerder dient zijn besluitvorming hierover dan wel te voorzien van een draagkrachtige en op de concrete situatie toegesneden motivering.

18. Verweerder heeft ten aanzien van het aantal benodigde parkeerplaatsen verwezen naar de door hem goedgekeurde parkeertoets van 22 maart 2008. Voor het onderhavige bouwplan is daarbij uitgegaan van een parkeernorm voor seniorenappartementen van 1,00 per appartement. In de parkeernota zijn bij “seniorenwoning” de volgende kenmerken vermeld: tot maximaal 90 m2 bvo (anders type II), de primaire ruimtes (keuken, woonkamer, 1 slaapkamer en badkamer) zijn gelijkvloers en rolstoelvriendelijk, lift aanwezig bij gestapelde bouw en woningen kunnen eenvoudig worden aangepast met speciale voorzieningen. Ter zitting heeft vergunninghoudster toegelicht dat de huurappartementen, die gelijkvloers zijn en rolstoelvriendelijk, primair zullen worden uitgegeven aan personen van 60 jaar en ouder. Verweerder is derhalve op goede gronden uitgegaan van de parkeernorm voor seniorenwoningen, met uitzondering van de vijf appartementen die, zoals ter zitting is vastgesteld, groter zijn dan 90 m2. Voor deze appartementen geldt op basis van de parkeernota een norm van 1,8 parkeerplaats per woning (type II). Verweerder heeft dit miskend bij voormelde parkeertoets, waarin overigens ook is uitgegaan van 34 in plaats van 36 woningen. Nu de geprojecteerde parkeerplaatsen bovendien in strijd zijn met de bestemming, bestaat vooralsnog onvoldoende zekerheid dat wordt voorzien in de op grond van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening benodigde parkeerplaatsen.

Conclusie

19. Reeds op grond van vorenstaande overwegingen is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen niet kan worden ontzegd. Gelet hierop bestaat aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening, in die zin dat verweerders besluit van 8 september 2009 wordt geschorst tot en met 6 weken na de bekendmaking van het besluit op het bezwaarschrift. In het licht hiervan behoeft hetgeen overigens door verzoeker is aangevoerd thans geen bespreking.

20. De voorzieningenrechter acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 874,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) verzoekschrift;

• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

• waarde per punt € 437,00

• wegingsfactor 1.

21. Tevens acht de voorzieningenrechter termen aanwezig te voldoen aan verzoekers verzoek in het formulier “Staat van kosten” om verweerder te veroordelen in de reiskosten die verzoeker in redelijkheid met de behandeling van zijn verzoek heeft moeten maken. Deze kosten zijn vast te stellen op € 15,30, zijnde reiskosten per openbaar middel van vervoer, laagste prijsklasse, van Valkenswaard naar ’s-Hertogenbosch v.v. De reiskosten van de gemachtigde van verzoeker zijn reeds begrepen in de vergoeding voor rechtsbijstand.

22. De voorzieningenrechter zal bepalen dat verweerder aan verzoeker het door hem gestorte griffierecht ten bedrage van € 150,00 dient te vergoeden.

23. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter,

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe, in die zin dat het bestreden besluit van 8 september 2009 wordt geschorst tot en met zes weken na de bekendmaking van het besluit op het bezwaarschrift;

- bepaalt dat verweerder aan verzoeker het door hem gestorte griffierecht dient te vergoeden ten bedrage van € 150,00;

- veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten vastgesteld op € 889,30.

Aldus gedaan door mr. L.C. Michon als voorzieningenrechter in tegenwoordigheid van A.J.H. van der Donk als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2009.

?


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature