Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verweerder heeft toepassing gegeven aan artikel 32, tweede lid, aanhef en onder b, van de ZW en de verhoging van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht in mindering gebracht op eisers recht op ziekengeld. Aan verweerders besluit ligt naar het oordeel van de rechtbank geen deugdelijke motivering ten grondslag. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van dit besluit in stand aangezien de toepassing van artikel 32, tweede lid, aanhef en onder b, van de ZW in dit geval niet in strijd komt met het rechtszekerheidsbeginsel.

Uitspraak



RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummer: 08/2080 ZW

Uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [adres],

eiser,

gemachtigde mr. J. Heek,

tegen

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (districtskantoor Heerlen),

verweerder.

Ontstaan en loop van de zaak

Bij besluit van 15 oktober 2007 heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat op het ziekengeld dat hij vanaf 5 oktober 2005 ontvangt met ingang van 13 december 2005 het verhogingsbedrag van zijn uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (hierna: WAO) van € 37,93 in mindering wordt gebracht. Tegen dit besluit heeft eiser bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 10 december 2007 heeft verweerder het bedrag aan WAO-uitkering dat vanaf 13 december 2005 in mindering wordt gebracht op het ziekengeld van eiser gewijzigd vastgesteld op € 39,73. Dit houdt volgens verweerder in dat eiser gedurende de periode 13 december 2005 tot 4 oktober 2006 € 22,82 (de rechtbank begrijpt: € 22,28) en vanaf 4 oktober 2006 € 3,68 aan ziekengeld krijgt uitbetaald.

Verweerder heeft het bezwaar van eiser met toepassing van het bepaalde in de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mede gericht geacht tegen het besluit van 10 december 2007.

Bij besluit van 5 juni 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 11 juli 2008 beroep ingesteld.

De rechtbank heeft de zaak behandeld ter zitting van 19 oktober 2009. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigde

J. de Haan.

Motivering

1. De rechtbank moet beoordelen of verweerder terecht en op goede gronden heeft besloten om met ingang van 13 december 2005 de verhoging van eisers WAO-uitkering in mindering te brengen op het aan hem vanaf 5 oktober 2005 toegekende ziekengeld.

2. Voor deze beoordeling is de volgende regelgeving met name van belang.

Ingevolge artikel 32, tweede lid, aanhef en onder b, van de Ziektewet (hierna: ZW) – voor zover hier van belang – wordt, indien de verzekerde ter zake van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte zowel recht heeft op toekenning van ziekengeld op grond van deze wet als op herziening van een arbeidsongeschiktheiduitkering in verband met de artikelen 38, 39 of 39a van de WAO , het ziekengeld slechts uitbetaald voor zover dit het bedrag, waarmee de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO in verband met die herziening is verhoogd, overtreft.

3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

3.1. Eiser is met ingang van 19 augustus 2002 gaan werken bij [werkgever]. Hij ontving toen een WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Eiser heeft zich ziek gemeld op 5 oktober 2005 en van 17 oktober 2005 tot 24 oktober 2005. Met ingang van 15 november 2005 is eiser ziek gebleven. Met ingang van 15 november 2006 is in verband met eisers ziekte een uitkering ingevolge de ZW aangevraagd. Deze is bij besluit van 10 april 2006 geweigerd. Na een ingediend bezwaarschrift is bij beslissing op bezwaar van 20 juli 2006 het besluit van

10 april 2006 herroepen. Verweerder heeft in het besluit van 20 juli 2006 het standpunt ingenomen dat eiser recht heeft op een Ziektewetuitkering en dat hij door de afdeling ZW zal worden geïnformeerd over de duur en hoogte van de Ziektewetuitkering.

Vervolgens is bij besluit van 27 september 2006 aan eiser meegedeeld dat verweerder voor de beoordeling van zijn aanvraag om een Ziektewetuitkering met ingang van 5 oktober 2005 enige tijd nodig heeft en dat eiser bericht zal ontvangen zodra verweerder een definitieve beslissing heeft genomen. Vanaf 5 oktober 2005 betaalt verweerder alvast een voorschot van € 310,05 bruto per week . Bij besluit van - eveneens - 27 september 2006 deelt verweerder eiser mee dat hij een Ziektewetuitkering ontvangt, maar met ingang van 24 oktober 2005 aan het werk is en inkomsten ontvangt. De hoogte van de Ziektewetuitkering is in verband daarmee vastgesteld op nihil. Eiser heeft over het recht op Ziektewetuitkering nadien geruime tijd geen besluiten meer ontvangen. De betalingen zijn wel hervat. De Ziektewetuitkering is over de gehele periode die hier in geding is aan de werkgever van eiser uitbetaald, die loon aan eiser heeft doorbetaald. Bij besluit van 10 oktober 2007 heeft verweerder de Ziektewetuitkering van eiser vanwege het bereiken van de maximale duur van 104 weken met ingang van 2 oktober 2007 beëindigd. Eiser heeft vervolgens op 12 oktober 2007 telefonisch contact met verweerder opgenomen om te vragen of de verrichte betalingen wel juist waren.

3.2. Inmiddels had verweerder bij besluit van 13 juli 2006 de WAO-uitkering van eiser met terugwerkende kracht tot 13 december 2005 verhoogd naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. De na te betalen bedragen aan WAO-uitkering over de periode van 13 december 2005 tot 1 juli 2006 zijn in kas gehouden ter verrekening met de teveel uitbetaalde Ziektewetuitkering. De WAO-uitkering die verweerder verschuldigd was met ingang van 1 juli 2006 is uitbetaald aan eiser.

3.3. Bij besluit van 10 december 2007 heeft verweerder eiser meegedeeld dat het bedrag waarmee de WAO-uitkering is verhoogd op het ziekengeld in mindering wordt gebracht. De vordering over de periode 13 december 2005 tot 1 juli 2006 zal zo ver dat mogelijk is worden verrekend met het tegoed van de afdeling WAO. Over de hoogte van de vordering die ontstaat vanaf 1 juli 2006 zal verweerder eiser zo spoedig mogelijk informeren, aldus het besluit van 10 december 2007.

3.4. Bij besluit van 11 december 2007 is van eisers werkgever een bedrag aan ziekengeld teruggevorderd van € 12.951,98 over de periode 3 juli 2006 tot en met 1 oktober 2007. De werkgever heeft in dit besluit berust. Ter zitting heeft eiser meegedeeld dat de werkgever dit bedrag op hem heeft verhaald. Van eiser zelf heeft verweerder niets teruggevorderd. Verweerder heeft ter zitting bevestigd dat er ook geen terugvordering komt, omdat over de periode 13 december 2005 tot 1 juli 2006 is verrekend zoals aangekondigd in het besluit van 10 december 2007.

4. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat een wettelijke grondslag voor het uitkeren van ziekengeld ontbrak. De toekenning van de Ziektewetuitkering op voorschotbasis is nimmer omgezet in een definitieve toekenning en bij besluit van 27 september 2006 is de hoogte van het ziekengeld met ingang van 24 oktober 2005 op nihil vastgesteld. Voorts heeft verweerder aangegeven dat bij samenloop van een Ziektewetuitkering en een WAO-uitkering toepassing moet worden gegeven aan artikel 32, tweede lid, aanhef en onder b, van de ZW en dat het ziekengeld slechts voor uitbetaling in aanmerking komt voor zover dit bedrag de verhoging van de WAO-uitkering overtreft. Dit betekent dat op het met terugwerkende kracht tot 5 oktober 2005 aan eiser toegekende ziekengeld vanaf 13 december 2005 het verhoogde gedeelte van de WAO-uitkering had moeten worden gekort. Eiser had volgens verweerder op grond van het besluit van 27 september 2006 kunnen weten dat de betaling van ziekengeld vanaf 24 oktober 2005 ten onrechte plaatsvond.

5. Eiser heeft aangevoerd dat verweerder niet met terugwerkende kracht tot herziening van zijn Ziektewetuitkering mocht overgaan aangezien het hem redelijkerwijs niet duidelijk kon zijn dat hij ten onrechte dan wel te veel ziekengeld ontving over de periode 24 oktober 2005 tot en met 2 oktober 2007. Volgens eiser kon verweerder als enige weten dat hij teveel uitkering ontving aangezien de Ziektewetuitkering eerst na bezwaar met terugwerkende kracht is toegekend op het moment dat de verhoging van de WAO-uitkering reeds bij verweerder bekend was en de uitbetaling van het ziekengeld aan de werkgever plaatsvond. Verder ondervond eiser ten tijde van de besluitvorming in juli 2006 en september 2006 ernstige depressieve klachten zodat hij niet is staat was zijn belangen te behartigen. Door de ex-partner van eiser werd post achtergehouden als gevolg waarvan eiser ook niet op de hoogte was van verweerders beslissingen. Ook rekeningafschriften werden door eisers ex-partner achtergehouden.

6. De rechtbank overweegt dat een ziekmelding door een ontvanger van een gedeeltelijke WAO-uitkering vanuit een arbeidssituatie een tweeledige werking heeft. Ingevolge de ZW krijgt hij wegens ziekte voor zijn arbeid ziekengeld vanaf de dag van de ziekmelding naast de gedeeltelijke WAO uitkering. Daarnaast dient naar aanleiding van de ziekmelding te worden bezien of sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid voor de WAO. De WAO regelt dat bij een relevante toename van de arbeidsongeschiktheid – na het verstrijken van de wettelijke wachttijd – verhoging van de arbeidsongeschiktheidsklasse volgt. Deze verhoogde WAO uitkering kan samenlopen met het recht op ziekengeld indien er sprake is van een wachttijd van vier weken. Bij deze samenloop regelt artikel 32 van de ZW dat het ziekengeld slechts wordt uitbetaald voor zover het de verhoging van de WAO-uitkering overtreft. Volgens vaste jurisprudentie (zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 februari 2004, gepubliceerd in RSV 2004, 143) blijft bij de toepassing van dit artikel het recht op ziekengeld in stand – en wordt dus niet herzien – maar vindt betaling van het toegekende ziekengeld niet plaats. In dat geval zijn de Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen (Stcrt 2006, 230) niet van toepassing, maar komt wel betekenis toe aan het rechtszekerheidsbeginsel, dat inhoudt dat het ongedaan maken van de betaling van ziekengeld met terugwerkende kracht in het algemeen in strijd moet worden geacht met de rechtszekerheid, tenzij de belanghebbende wist, althans redelijkerwijs kon weten, dat hij ernstig rekening diende te houden met de mogelijkheid van niet betaling van het ziekengeld. Bij die beoordeling is ook de feitelijke inkomenspositie van de betrokkene van belang. Bij een vertraagde afhandeling van de verhoging van de WAO-uitkering, die gepaard gaat met een nabetaling, wordt de betrokkene weliswaar geconfronteerd met het ongedaan maken met terugwerkende kracht van eerdere betalingen van ziekengeld, maar hij krijgt daartegenover een gelijk bedrag aan WAO-uitkering toegekend en uitbetaald.

7. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat een recht op betaling van ziekengeld over de in het geding zijnde periode ontbreekt, omdat de voorschotbeslissing van 27 september 2006 nooit is omgezet in een definitieve toekenning. Hieruit volgt volgens verweerder dat de teveel betaalde bedragen aan ziekengeld zonder meer kunnen worden teruggevorderd, omdat ten onrechte betaalde voorschotten te allen tijde kunnen worden teruggevorderd. De rechtbank kan zich met dat standpunt niet verenigen. Verweerder heeft bij besluit van 27 september 2006 een voorschot op een Ziektewetuitkering toegekend met ingang van 5 oktober 2005. Op dat moment was bij verweerder al bekend dat eisers WAO-uitkering met ingang van 13 december 2005 was verhoogd. Bij besluit van eveneens

27 september 2006 is aangegeven dat eisers Ziektewetuitkering - en dus niet het voorschot daarop - met ingang van 24 oktober 2005 op nihil is gesteld in verband met het door eiser verrichten van werkzaamheden. Vervolgens is met ingang van 15 november 2005 de betaling van ziekengeld hervat, zonder dat daarover door verweerder een besluit is genomen. Het eerstvolgende besluit omtrent eisers recht op ziekengeld is het besluit van 10 oktober 2007, waarmee de Ziektewetuitkering van eiser met ingang van 2 oktober 2007 is beëindigd vanwege het bereiken van de maximale duur van 104 weken. Verweerder heeft dus feitelijk nooit definitief ziekengeld toegekend, maar wel gehandeld als was sprake van een definitieve toekenning. Gelet op het tijdsverloop is in dit opzicht duidelijk sprake van een omissie van verweerder. Onder die omstandigheden komt verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet het recht toe om de aan eiser toegekende bedragen terug te vorderen als ware er sprake van een voorschot. Daar komt bij dat verweerders standpunt dat eiser over de in het geding zijnde periode geen recht had op ziekengeld niet juist is. Uit artikel 32 van de ZW vloeit immers voorts dat eiser ook na de verhoging van de WAO-uitkering recht op ziekengeld heeft behouden, met dien verstande dat bij de betaling van het ziekengeld rekening moet worden gehouden met de WAO-uitkering. Gelet op een en ander zal de rechtbank de zaak beoordelen alsof verweerder definitief ziekengeld aan eiser heeft toegekend overeenkomstig het bij besluit van 27 september 2006 toegekende voorschot.

8. Het standpunt van verweerder dat eiser op basis van het tweede besluit van

27 september 2006 redelijkerwijs had kunnen weten dat hij ten onrechte ziekengeld ontving over de periode van 13 december 2005 tot 7 oktober 2007 kan de rechtbank evenmin onderschrijven. Uit dit besluit blijkt duidelijk dat het ziekengeld op nihil is gesteld omdat eiser met ingang van 24 oktober 2005 weer aan het werk was en inkomsten ontving. Eiser heeft van 24 oktober 2005 tot 15 november 2005 gewerkt en zich met ingang van

15 november 2005 weer ziek gemeld. Het besluit kan dus uitsluitend betrekking hebben op de periode van 24 oktober 2005 tot 15 november 2005. Bovendien geldt ook hier dat vanaf

15 november 2005 weer recht bestond op ziekengeld met dien verstande dat bij de uitbetaling daarvan rekening moest worden gehouden met de verhoging van de WAO-uitkering met ingang van 13 december 2005.

9. Gelet op het voorgaande ligt aan het bestreden besluit geen deugdelijke motivering ten grondslag. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12 van de Awb .

10. De rechtbank zal, ter finale beslechting van het geschil tussen eiser en verweerder, bezien of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb in stand kunnen blijven. De rechtbank overweegt daarbij dat de vraag of toepassing van artikel 32, tweede lid, aanhef en onder b, van de ZW in dit geval in strijd komt met het rechtszekerheidsbeginsel door de rechtbank vol getoetst moet worden en dat verweerder bij de beantwoording van die vraag geen beleids- of beoordelingsvrijheid heeft.

11. De rechtbank stelt vast dat eisers werkgever loon aan eiser heeft doorbetaald vanaf het moment dat eiser ziek is geworden. Ook in de periode waarin aan eiser (nog) geen Ziektewetuitkering was toegekend, betaalde de werkgever hem het loon door en de werkgever is dat blijven doen nadat eisers WAO-uitkering was verhoogd. Of eiser al dan niet recht had op ziekengeld heeft hierbij geen rol gespeeld. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de werkgever een te hoog bedrag aan loon is blijven doorbetalen omdat hij er niet van op de hoogte was dat eisers WAO-uitkering was verhoogd. Dat eiser achteraf bezien teveel inkomen heeft ontvangen is dan ook niet te wijten aan het feit dat hij achteraf alsnog een te hoog bedrag aan ziekengeld toegekend heeft gekregen, maar aan het feit dat zijn werkgever hem ten onrechte een te hoog bedrag aan loon heeft doorbetaald.

De rechtbank overweegt voorts dat de toepassing van artikel 32, tweede lid, aanhef en onder b, van de ZW met terugwerkende kracht er niet toe heeft geleid dat eiser zelf feitelijk een bedrag aan verweerder heeft moeten terugbetalen. Over de periode 13 december 2005 tot

1 juli 2006 is de verhoging van de WAO-uitkering in kas gehouden ter verrekening met de teveel betaalde Ziektewetuitkering. Eiser heeft over deze periode loon van zijn werkgever

en een gedeeltelijke WAO-uitkering ontvangen. Eiser heeft over deze periode dus een bedrag aan inkomen ontvangen waar hij recht op had en heeft door de verrekening over deze periode niets terug behoeven te betalen aan verweerder of aan zijn werkgever. Ook zijn werkgever heeft over deze periode niets terugbetaald. Onder die omstandigheden is geen sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel als achteraf nog een besluit ingevolge artikel 32, tweede lid, aanhef en onder b, van de ZW wordt genomen.

Over de periode 1 juli 2006 tot 1 oktober 2007 is het teveel betaalde bedrag aan ziekengeld van eisers werkgever teruggevorderd. Eisers werkgever, die in de terugvordering heeft berust, heeft dit bedrag op eiser verhaald. Deze vordering op eiser vindt echter niet zijn grondslag in het feit dat aan eiser achteraf bezien een te hoog bedrag aan ziekengeld is toegekend, maar in de omstandigheid dat zijn werkgever hem een te hoog bedrag aan loon heeft doorbetaald. Ook voor deze periode geldt dus dat artikel 32, tweede lid, aanhef en onder b, van de ZW niet heeft geleid tot een terugbetalingsverplichting voor eiser, zodat geen sprake is van schending van het rechtszekerheidsbeginsel.

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de toepassing van artikel 32, tweede lid, aanhef en onder b, van de ZW over de periode 13 december 2005 tot 2 oktober 2007 niet in strijd komt met het rechtszekerheidsbeginsel. Hetgeen eiser heeft aangevoerd doet daaraan geen afbreuk, evenmin als de omstandigheid dat verweerder niet adequaat heeft gehandeld door na de verhoging van de WAO-uitkering alsnog een (voorschot op een) volledige Ziektewetuitkering toe te kennen. Dit betekent dat het bestreden besluit inhoudelijk juist is, zodat de rechtsgevolgen ervan in stand kunnen blijven.

12. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren, het bestreden besluit vernietigen en bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Verweerder hoeft dus niet opnieuw op de bezwaren van eiser te beslissen.

13. Nu het besluit van verweerder inhoudelijk juist was bestaat er geen grond voor het toekennen van de gevraagde schadevergoeding. De rechtbank zal het verzoek om schadevergoeding dan ook afwijzen.

14. Bij deze beslissing is er aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser voor de behandeling van zijn beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft de rechtbank de kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 644,00. Hierbij heeft de rechtbank zowel voor het opstellen van het beroepschrift als voor het verschijnen ter zitting één punt toegekend en het gewicht van de zaak aangemerkt als gemiddeld. Voor vergoeding van de kosten voor een deskundige ziet de rechtbank geen aanleiding aangezien het besluit van verweerder inhoudelijk juist was.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven;

- wijst eisers verzoek om schadevergoeding af.

- bepaalt dat verweerder aan eiser het griffierecht ten bedrage van € 39,00 vergoedt.

- veroordeelt verweerder in de aan de zijde van eiser redelijkerwijs gemaakte proceskosten ten bedrage van € 644,00;

- bepaalt dat de betaling van € 644,00 dient te worden gedaan aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.J. Berkers, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Horio, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2009.

griffier rechter

Tegen deze uitspraak kunnen belanghebbenden – in elk geval de eisende partij – en verweerder hoger beroep instellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (beroepschrift) en een kopie van de uitspraak te zenden aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature