Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Geen procesbelang. Appellante kan zich (...) ook in hoger beroep niet verenigen met de manier waarop het primaire besluit van 15 november 2006 is geredigeerd, en dan met name de daarin vervatte mededeling dat de eigen bijdrage per maand is verschuldigd zonder dat die periode nader is gespecificeerd. Appellante wenst met het onderhavige geding te bereiken dat de formulieren, waarin de maandelijkse verschuldigde eigen bijdrage wordt meegedeeld, redactioneel gewijzigd worden om te voorkomen dat anderen met de volgens haar zelfde onduidelijke mededelingen worden geconfronteerd.

Uitspraak



08/5588 AWBZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante)

tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 8 augustus 2008, 07/305 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

OHRA Zorgverzekeringen N.V., gevestigd te ’s-Gravenhage (hierna: OHRA)

Datum uitspraak: 1 december 2009

I. PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

OHRA heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2009. Voor appellante is verschenen haar [naam echtgenoot]. OHRA heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1. Appellante heeft over de periode van 30 september 2006 tot en met 7 oktober 2006 verbleven in de instelling Mechropa te ’s-Gravenhage. Bij besluit van 15 november 2006 is appellante meegedeeld dat zij in verband hiermee op grond van artikel 14, onder 1, van het Bijdragebesluit zorg met ingang van 30 september 2006 een bijdrage van € 706,-- per maand verschuldigd is.

1.2. Bij besluit van 15 februari 2007 heeft OHRA het bezwaar van appellante tegen het besluit van 15 november 2006 ongegrond verklaard. OHRA heeft zich op het standpunt gesteld dat de eigen bijdrage van € 706,-- de maximale eigen bijdrage is die is gebaseerd op het verzamelinkomen van € 82.001,-- over peiljaar 2004. De eigen bijdrage is pro rato voor de periode van 30 september 2006 tot en met 7 oktober 2006 verschuldigd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 15 februari 2007 ongegrond verklaard.

3. Appellante heeft zich gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Ingevolge vaste rechtspraak van de Raad is slechts sprake van voldoende procesbelang indien het resultaat, dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van (hoger) beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Van de bestuursrechter kan in een geval waarin de uitkomst van het (hoger) beroep niet in concreto tot een voor de betrokkene gunstiger resultaat kan leiden, geen uitspraak worden gevraagd uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan.

4.2. Uit de gedingstukken komt naar voren dat de feitelijk door appellante verschuldigde eigen bijdrage in verband met haar verblijf in de instelling Mechropa over de periode van 30 september 2006 tot en met 7 oktober 2006 € 185,69 bedroeg. Voorts is gebleken dat appellante dit bedrag heeft betaald en dat tussen partijen geen geschil bestaat over de hoogte en de verschuldigdheid hiervan. Appellante kan zich evenwel ook in hoger beroep niet verenigen met de manier waarop het primaire besluit van 15 november 2006 is geredigeerd, en dan met name de daarin vervatte mededeling dat de eigen bijdrage per maand is verschuldigd zonder dat die periode nader is gespecificeerd. Appellante wenst met het onderhavige geding te bereiken dat de formulieren, waarin de maandelijkse verschuldigde eigen bijdrage wordt meegedeeld, redactioneel gewijzigd worden om te voorkomen dat anderen met de volgens haar zelfde onduidelijke mededelingen worden geconfronteerd. Naar het oordeel van de Raad kan deze - algemene - wens van appellante niet aangemerkt worden als een rechtens te honoreren procesbelang als bedoeld onder 4.1, nu de uitkomst van dit hoger beroep niet kan leiden tot een concreet gunstiger resultaat voor appellante.

4.3. Het onder 4.1 en 4.2 overwogene betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van een procesbelang.

4.4. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema in tegenwoordigheid van B.E. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken op 1 december 2009.

(get.) H.C.P. Venema.

(get.) B.E. Giesen.

RB


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature