Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

a. Geen premature beslissing officier van justitie gelet op inhoud brief gemachtigde van 21 februari 2007. Uitstellen beslissing totdat in het kader van Wob opgevraagde stukken in geding worden gebracht hoeft niet.

b. Verzuim officier van justitie om te reageren op verzoek om toezending zaakoverzicht leidt i.c. niet tot vernietiging inleidende beschikking. Kantonrechter kan de zaak niet terugwijzen.

c. Geen twijfel aan bevoegdheid verbalisant t.t.v. gedraging: aanstelling in vaste dienst en beëdiging, daarna foto uitgelezen.

d. Ontoereikende opsporinsbevoegheid? Standpunt gemachtigde berust op onjuiste lezing van art. 2, lid 2 sub a, BAHV.

e. Beroep op gelijkheidsbeginsel (HR 15 maart 1994, "handelsnaam") mist feitelijke grondslag en faalt, zie LJN BD0008.

Niet gebleken dat zonder geldige reden ten nadele van de betrokkene is afgeweken van het geldende beleid m.b.t. gedragingen als de onderhavige.

Uitspraak



WAHV 108.003.976

11 juli 2008

CJIB 39100532762

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Roermond

van 17 december 2007

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [woonplaats],

voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts,

kantoorhoudend te Beegden.

1. De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Roermond genomen beslissing ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van proceskosten afgewezen. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.

3. Beoordeling

3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 130,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht; driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 oktober 2006 om 18.02 uur op de Eindhovenseweg in Blerick met de auto met het kenteken [AB-00-AB].

3.2. De gemachtigde voert aan dat er geen sprake is geweest van een eerlijke administratieve fase. De officier van justitie heeft het gevraagde zaakoverzicht niet toegezonden en heeft prematuur beslist. Bovendien lijdt zijn beslissing aan een motiveringsgebrek nu hij ten onrechte heeft overwogen dat de betrokkene niet tijdig de gronden van het beroep heeft aangevuld. Al op grond van het laatste had de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie dienen te vernietigen. Ook heeft de kantonrechter ten onrechte de zaak niet teruggewezen naar de officier van justitie of de inleidende beschikking vernietigd.

3.3. Niet gesteld kan worden dat de officier van justitie prematuur heeft beslist. Vooropgesteld dient te worden dat de inleidende beschikking ten aanzien van het kenteken van het voertuig, de aard, plaats en tijd van de gedraging voldoende gegevens bevat om de gedraging waarop de beschikking betrekking heeft te individualiseren. Van de gemachtigde mocht dan ook worden verwacht dat hij op basis van de inleidende beschikking in staat was geweest de bezwaren tegen die beschikking te formuleren. Naar aanleiding van het bij brief van 19 december 2006 pro forma ingestelde administratief beroep, heeft de officier van justitie de gemachtigde bij brief van 15 februari 2007 in de gelegenheid gesteld binnen veertien dagen na dagtekening van de brief de gronden van het beroep aan te vullen en erop gewezen wat de consequentie is indien niet binnen de gestelde termijn wordt gereageerd. Bij brief van 21 februari 2007 heeft de gemachtigde nogmaals verzocht om toezending van het zaakoverzicht en aangekondigd dit stuk, alsmede de nog van de politie te ontvangen stukken, te zullen gebruiken voor nadere motivering van het beroep. Verder heeft hij in die brief nog één grond aangevoerd. Gelet op de inhoud van de brief van de gemachtigde van 21 februari 2007 bestond er voor de officier van justitie geen aanleiding te wachten met het nemen van een beslissing. Een beslissing op beroep hoeft ook niet uitgesteld te worden totdat in het kader van de Wob opgevraagde stukken door de gemachtigde zijn ontvangen en in het geding worden gebracht.

3.4. De officier van justitie had wel dienen te reageren op het verzoek om toezending van het zaakoverzicht. Voormeld verzuim behoeft evenwel niet tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie te leiden. Ingevolge artikel 6:22 Awb kan een besluit waartegen beroep is ingesteld, ondanks schending van een vormvoorschrift door het orgaan dat op het beroep beslist, in stand worden gelaten indien blijkt dat de belanghebbende daardoor niet is benadeeld. Nu blijkens de brief van de griffier van de rechtbank van 17 oktober 2007 de op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaande aan de zitting van de kantonrechter ter inzage zijn gelegd, en de gemachtigde in voornoemde brief van 27 november 2007 heeft meegedeeld dat hij noch de betrokkene op de zitting van de kantonrechter zouden verschijnen, is het in overweging 2.3. van de beslissing van de kantonrechter besloten liggend oordeel dat bedoeld verzuim van de officier van justitie niet zou moeten leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking niet onbegrijpelijk. Het feit dat de betrokkene de rechtsgang naar de kantonrechter heeft moeten maken, leidt niet tot een ander oordeel.

3.5. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Hij heeft overwogen dat niet tijdig een aanvulling op het beroepschrift is ontvangen en dat de wel aangevoerde argumenten geen stand houden. De kantonrechter heeft terecht geoordeeld dat de gronden van het beroep wel tijdig zijn aangevuld. Dat betekent dat de motivering van de beslissing van de officier van justitie niet juist is, maar niet dat zijn beslissing onjuist is. Voor terugwijzing naar de officier van justitie is echter geen plaats. Op grond van artikel 9 eerste lid, WAHV is hoofdstuk 8 van de Awb immers niet van toepassing, terwijl uit artikel 13 WAHV volgt dat de kantonrechter een beslissing van de officier van justitie niet wegens een gebrekkige motivering dan wel ontoereikende gegevensverzameling kan vernietigen en terugwijzen met het oog op het nemen van een nieuwe beslissing (vgl. Hoge Raad 8 juni 1993, LJN ZC9385, NJ 1994, 157 m.nt. Corstens, en VR 1995, 1, m.nt. Vellinga).

3.6. Verder voert de gemachtigde aan dat de verbalisant om twee redenen onbevoegd is. De akte van aanstelling van verbalisant [verbalisant A], die meestal de apparatuur plaatst, is verlopen. Voor zowel verbalisant [verbalisant A] als voor verbalisant [verbalisant B], die de foto's meestal uitleest, geldt dat zij niet bevoegd zijn tot het opsporen van de (=alle) bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, óf Provinciewet óf Gemeentewet strafbaar gestelde feiten en dat hun opsporingsbevoegdheid daarom ontoereikend is. De gemachtigde beroept zich daarbij op artikel 2 lid 2 sub a van het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994 (BAHV).

3.7. Uit de foto's die zich in het dossier bevinden blijkt dat de gedraging is geconstateerd door middel van een vaste opstelling. De foto's zijn blijkens het zaakoverzicht uitgelezen door verbalisant [verbalisant B]. Er bestaat geen aanleiding om aan te nemen dat verbalisant [verbalisant A] bij deze zaak betrokken is.

3.8. De advocaat-generaal heeft twee stukken in het geding gebracht die betrekking hebben op verbalisant [[verbalisant B]]. Het wijzigingsbesluit van 27 september 2005, waarbij zij met ingang van 1 oktober 2005 in vaste dienst is aangesteld en de akte van opsporingsbevoegdheid en akte van beëdiging tot buitengewoon opsporingsambtenaar ten behoeve van de functie van buitengewoon opsporingsambtenaar van politie van 17 maart 2006. Gelet op de omstandigheid dat de verbalisant de gemaakte foto van de gedraging heeft uitgelezen, ziet het hof geen aanleiding te twijfelen aan de bevoegdheid van de verbalisant ten tijde van de gedraging.

3.9. Artikel 2 lid 2 sub a BAHV luidt als volgt:

"Met de toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn mede belast:

a. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover deze ambtenaren krachtens de akte of aanwijzing, de bevoegdheid hebben tot het opsporen van alle strafbare feiten, dan wel tot het opsporen van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Provinciewet of de Gemeentewet strafbaar gestelde feiten."

3.10. Het hof overweegt dat de opsporingsbevoegdheid van de verbalisant in de onderhavige zaak berust op artikel 3 WAHV in combinatie met het hiervoor aangehaalde artikel. Artikel 2 lid 2 onder a BAHV verwijst vervolgens naar de akte of aanwijzing. Uit de akte van beëdiging van de verbalisant blijkt dat zij ten tijde van de gedraging in het bezit was van een opsporingsbevoegdheid ter zake van gedragingen als de onderhavige. Derhalve is het hof van oordeel dat niet gesproken kan worden van een onbevoegd opgelegde sanctie. Het door de gemachtigde ingenomen standpunt berust op een onjuiste lezing van artikel 2 lid 2 sub a BAHV. Het verweer van de gemachtigde treft dan ook geen doel.

3.11. Tot slot voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter het beroep op het gelijkheidsbeginsel ten onrechte heeft afgewezen. Nu sinds een uitspraak van de Hoge Raad in 1994 geen sancties kunnen worden opgelegd aan een v.o.f., dient ook aan anderen dan een v.o.f. geen sanctie te worden opgelegd. Zolang niet is besloten tot het staken van ongerechtvaardigd geachte bevoordeling van jegens een bepaalde groep (v.o.f.) gevoerd beleid, kunnen anderen zich beroepen op het gelijkheidsbeginsel, aldus de gemachtigde. Zoals de RDW niet toestaat dat een kenteken op naam van een eenmanszaak of handelsnaam wordt gesteld, had dit ook geweigerd dienen te worden ten aanzien van maatschappen en andere vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid.

3.12. Het hof verwijst met betrekking tot het beroep op het gelijkheidsbeginsel naar zijn uitspraak van 14 februari 2008, LJN BD0008, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, waarin het hof naar aanleiding van een identiek verweer van de gemachtigde heeft geoordeeld dat dit beroep feitelijke grondslag mist. Dit beroep faalt derhalve.

3.13. Gelet echter op de persistente wijze waarop - naar het hof waarneemt - de gemachtigde in bijna iedere zaak een dergelijk verweer voert zal het hof de verwerping van het verweer niet alleen baseren op de omstandigheid, dat het feitelijke grondslag mist, maar tevens ingaan op het beroep op het gelijkheidsbeginsel.

3.14. Met betrekking hiertoe overweegt het hof dat de omstandigheid dat in andere gevallen zogenoemde Muldergedragingen om welke reden dan ook zonder sanctie blijven, niet meebrengt dat ook de betrokkene, die de gedraging heeft verricht, daarvan gevrijwaard zou moeten blijven. Immers, van schending van het gelijkheidsbeginsel ten aanzien van de betrokkene zou slechts dan sprake zijn indien zonder geldige reden ten nadele van de betrokkene zou zijn afgeweken van het met betrekking tot gedragingen als de onderhavige geldende beleid (HR 11 april 2000, 474-99-V; zie ook o.m. Hof Leeuwarden 8 oktober 2003, LJN AM5326, WAHV 03/598, VR 2004,19). Daarvan is niet gebleken.

3.15. Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat het hof de beslissing van de kantonrechter zal bevestigen. Voor toekenning van een vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding.

4. De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Van der Heide als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature