Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

12 jaar gevangenisstraf voor moord op schrijver

Uitspraak



Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/091344-03

Datum zitting : 16 maart 2004, 8 juni 2004, 29 juni 2004, 14 september 2004

Datum uitspraak: 28 september 2004

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Arnhem - De Berg, Arnhem Noord, Wilhelminastraat 16 Arnhem.

Raadsman: mr. R.S. Teekens, advocaat te Nijmegen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 17 juni 2003 te Tiel opzettelijk en met voorbedachten rade J.J. [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, deze [slachtoffer] een hoeveelheid (slaap)middelen, onder meer bevattende nitrazepam, heeft toegediend en/of (vervolgens) een plastic zak over het hoofd (tot aan/over de schouders) van deze [slachtoffer] heeft gedaan en/of deze plastic zak rond de hals van deze [slachtoffer] heeft dichtgemaakt en/of vastgeknoopt met een stuk touw, in elk geval één of meerdere handelingen heeft verricht die de luchttoevoer voor die [slachtoffer] heeft/hebben belemmerd, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 16 maart 2004, 8 juni 2004, 29 juni 2004 en 14 september 2004 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. R.S. Teekens, advocaat te Nijmegen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair (moord) tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van veertien (14) jaren, met aftrek van de tijd in verzeke-ring en voorlopige hechtenis doorge-bracht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De rechtbank neemt op basis van de bevindingen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) aan dat Paul [slachtoffer] tussen 16 juni 2003 18.30 uur en 17 juni 2003 07.00 uur in de door hem en de verdachte bewoonde woning is overleden, dat de doodsoorzaak verstikking is als gevolg van een om het hoofd met een touw vastgebonden plastic zak, en dat in de maag en in het bloed van Paul [slachtoffer] een aanzienlijke concentratie van (omzettingsproducten van) nitrazepam is aangetroffen. Voorts neemt de rechtbank op grond van de verklaring van de verdachte aan dat in de genoemde periode en in de daarvóór gelegen periode, te rekenen vanaf 16 juni 2003 12.30 uur, niemand anders dan de verdachte en Paul [slachtoffer] in die woning aanwezig is geweest. Weliswaar heeft de verdachte de aanwezigheid van een derde persoon als mogelijkheid genoemd maar hij heeft daarbij op geen enkele wijze aannemelijk weten te maken hoe deze zich ongemerkt de toegang van de woning kan hebben verschaft, waar deze zich geruime tijd onopgemerkt in de woning kan hebben opgehouden en hoe deze derde de gelegenheid heeft gehad een aantal

- nader te noemen - activiteiten te ontplooien die, ook in de visie van de verdediging, niet los kunnen worden gezien van het overlijden van Paul [slachtoffer].

Een en ander leidt de rechtbank tot het oordeel dat er slechts twee mogelijke oorzaken zijn van het overlijden van Paul [slachtoffer]: òf Paul [slachtoffer] heeft zichzelf het leven benomen òf Paul [slachtoffer] is door de verdachte om het leven gebracht. Van feiten of omstandigheden die een van beide mogelijkheden zonder meer uitsluiten, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken.

Dat er sprake is geweest van zelfdoding zou met name moeten blijken uit een in het Engels gestelde afscheidsbrief die door Paul [slachtoffer] zou zijn geschreven en waarin Paul [slachtoffer] aangeeft waarom hij heeft besloten

zijn leven te beëindigen. Blijkens die brief zou de directe aanleiding

tot zelfdoding zijn gelegen in een aan Paul [slachtoffer] gericht e-mailbericht, verstuurd door een zekere [naam] uit [woonplaats], onder bijvoeging van kopieën van twee gelijkluidende e-mailberichten gericht aan de beide werkgevers van Paul [slachtoffer]. In deze laatste e-mailberichten beschuldigt die [naam] Paul [slachtoffer] ervan hem met het HIV-virus te hebben besmet en verwijst die [naam] naar een website waarin een beschrijving is te vinden van de seksuele activiteiten van Paul [slachtoffer]. Daarnaast zouden blijkens

de afscheidsbrief de wetenschap met HIV te zijn besmet en financiële problemen Paul [slachtoffer] tot zijn besluit tot zelfdoding hebben gebracht.

Met een dergelijke gang van zaken acht de rechtbank bezwaarlijk te rijmen dat blijkens de bevindingen van het NFI de desbetreffende

e-mailberichten rond het overlijden van Paul [slachtoffer] zijn aangemaakt op de personal computer van de verdachte en zijn verzonden vanuit de door de verdachte en Paul [slachtoffer] bewoonde woning, via de bij hen

beiden in gebruik zijnde internetaansluiting. Bovendien lijkt daarmee onverenigbaar dat de brief grammaticale fouten bevat waarvan gezien

de bevindingen van het NFI allerminst aannemelijk is dat deze worden gemaakt door iemand met een zeer goede beheersing van de Engelse taal, zoals bij Paul [slachtoffer] aanwezig, terwijl die fouten daarentegen heel goed passen bij personen van Bosnische afkomst, zoals de verdachte.

De verdediging heeft benadrukt dat, blijkens de rapportage van het NFI, Paul [slachtoffer] wel in staat moet worden geacht een brief te vervaardigen die de geconstateerde grammaticale fouten bevat en heeft voorts gesteld

dat Paul [slachtoffer] die brief ook daadwerkelijk heeft geschreven en de

e-mailberichten zelf heeft verzonden met het oogmerk zijn dood, die

in werkelijkheid zelfdoding was, te doen overkomen als een door de verdachte gepleegde moord, waarbij het motief van Paul [slachtoffer] wraak is geweest. Als auteur van science-fictionverhalen zou Paul [slachtoffer] heel wel

in staat moeten worden geacht een dergelijk scenario te bedenken en uit te werken.

Naar het oordeel van de rechtbank gaat het hierbij om een scenario dat als louter hypothetisch terzijde moet worden geschoven. In dit verband acht de rechtbank het volgende van belang.

Uit de bevindingen van het NFI is gebleken dat het eerdergenoemde, aan Paul gerichte e-mailbericht en de daarbij gevoegde bijlagen afkomstig zijn van het e-mailadres [naam]. Voorts blijkt dat de gebruikersnaam subfisteeuk 111 maal voorkomt in de zogeheten fileslack en unallocated clusters op de computer van de verdachte, tienmaal op de computer van Paul [slachtoffer] en viermaal op de computer waarvan

de verdachte op zijn werk gebruik maakt en van die laatste vier maal éénmaal als afzender. In dit licht bezien acht de rechtbank de bewering van de verdachte dat hij zich nimmer van deze gebruikersnaam heeft bediend en deze zelfs niet kent, volstrekt ongeloofwaardig. Naar het oordeel van de rechtbank is de verdachte gebruiker van het genoemde internet-account geweest. De rechtbank neemt daarbij tevens in aanmerking dat blijkens de bevindingen van het NFI door de gebruiker van het account subfisteeuk gebruik werd gemaakt van het wachtwoord campus, waarvan de verdachte blijkens diens verklaring gebruik maakte

bij bezoeken aan bepaalde websites alsmede de omstandigheid dat een zogeheten alternatief e-mailadres voor het genoemde account was ingesteld op [naam].com, welk e-mailadres blijkens zijn eigen verklaring door de verdachte werd gebruikt.

De hardnekkige ontkenning van de verdachte iets uitstaande te hebben met het genoemde account vormt naar het oordeel van de rechtbank

een duidelijke aanwijzing dat de verdachte de ware toedracht rond het gebruik van deze account op en vóór 16 juni 2003 heeft willen verhullen. Mede in het licht daarvan staat voor de rechtbank vast dat niet Paul [slachtoffer], maar de verdachte verantwoordelijk is voor het opstellen en verzenden van de eerdergenoemde e-mailberichten. Voorts is de rechtbank tot de overtuiging gekomen dat die berichten onderdeel vormen van een door de verdachte bedacht en met gebruikmaking van onder meer de website [naam] uitgewerkt scenario, waarin de verdachte de dood van Paul [slachtoffer] als een zelfdoding heeft willen doen voorkomen, terwijl Paul [slachtoffer] in werkelijkheid door de verdachte om het leven werd gebracht.

De rechtbank acht mitsdien wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

op of omstreeks 17 juni 2003 te Tiel opzettelijk en met voorbedachten rade

J.J. [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, deze [slachtoffer] een hoeveelheid (slaap)middelen, r bevattende nitrazepam, heeft toegediend en vervolgens een plastic zak over het hoofd (tot aan/over de schouders) van deze [slachtoffer] heeft gedaan en deze plastic zak rond de hals van deze [slachtoffer] heeft dichtgemaakt met een stuk touw, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

De rechtbank heeft haar overtuiging verkregen op grond van de wettige bewijsmiddelen zoals deze ter zitting zijn voorgehouden en onderwerp van debat zijn geweest.

Haar overtuiging heeft de rechtbank mede gebaseerd op de navolgende feiten en omstandigheden.

De verdachte heeft verklaard dat Paul [slachtoffer] op 16 juni 2003 tussen 18.30 uur en 19.00 uur naar bed is gegaan en dat hij hem daarvóór heeft verteld dat hij, Paul [slachtoffer], slaappillen had ingenomen. Dit maakt onaannemelijk dat Paul de auteur is van de afscheidsbrief, nu deze blijkens de bevindingen van het NFI op die dag tussen 19.22 uur en

19.40 uur is opgesteld. De rechtbank laat dan nog daar dat het ten minste bevreemding wekt dat de verdachte van de daarmee samen-hangende (computer)activiteiten van Paul niets zou hebben gemerkt.

De verdachte heeft voorts verklaard dat hij vóór Paul [slachtoffer]s dood voor hem heeft gekookt en samen met hem heeft gegeten. De verdachte heeft tevens verklaard dat hij voor Paul [slachtoffer] soep en goulash heeft gekookt. Op basis van getuigenverklaringen staat voor de rechtbank vast dat de verdachte bovendien grapefruitsap voor Paul heeft gemaakt en dat Paul hiervan heeft gedronken.

Op grond van de bevindingen van het NFI neemt de rechtbank aan dat het mogelijk is tabletten nitrazepam op te lossen in warme soep en warme goulash alsmede in grapefruitsap. De door de deskundige Lusthof persoonlijk geconstateerde bittere nasmaak van de goulash en de soep waarin de nitrazepam was opgelost, dwingt naar het oordeel van de rechtbank geenszins tot de conclusie dat ook Paul [slachtoffer] een dergelijke nasmaak heeft geproefd of dat een dergelijke nasmaak Paul [slachtoffer] ervan heeft weerhouden de desbetreffende producten te nuttigen. Daarbij kent de rechtbank ook betekenis toe aan de omstandigheid dat Paul [slachtoffer] volgens een der getuigen heeft medegedeeld dat hij de laatste tijd veel sliep en dat dit kwam omdat de verdachte hem melk met aspirine te drinken gaf.

Op basis van de door de gezamenlijke huisarts van Paul [slachtoffer] en de verdachte afgelegde verklaring alsmede op basis van de verklaringen van vrienden en kennissen van Paul [slachtoffer] is de rechtbank voorts van oordeel dat de door de verdachte zo benadrukte HIV-besmetting bij Paul medisch niet is vastgesteld. De verdachte heeft zelf verklaard dat Paul zich in de zomer van 2002 in Nederland op HIV heeft laten testen en

dat de uitslag negatief was. Dat Paul [slachtoffer] zich in september 2002 aansluitend nog eens in München zou hebben laten testen en dat de uitslag van deze test positief was, zoals de verdachte heeft verklaard, zonder dit op enigerlei wijze te kunnen staven, acht de rechtbank daarom onaannemelijk. Gelet op de door getuigen afgelegde verklaringen acht de rechtbank voorts evenmin aannemelijk dat bij Paul sprake was van een neerslachtige of zelfs depressieve geestesgesteldheid, die hem in combinatie met de beweerde HIV-besmetting tot het besluit tot zelfdoding zou hebben gebracht.

De verdachte heeft zich naar het oordeel van de rechtbank een alibi willen verschaffen door in de avond van 16 juni 2003 tot twee keer toe - en in ieder geval wat hen betreft voor het eerst - een bekende mee te vragen naar het Ginkelse Zand en later meermalen aan derden te kennen te geven dat Paul op die dag op of rond 24.00 uur was overleden.

Ten slotte kan niet buiten beschouwing blijven dat de verdachte

- hoewel uit e-mailberichten van Paul [slachtoffer] en uit verklaringen van getuigen het tegendeel blijkt - heeft ontkend dat er sprake was van een op handen zijnde echtscheiding, terwijl daarin voor de verdachte nu juist een motief kan zijn gelegen om Paul van het leven te beroven.

Hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde:

Moord

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen feit of omstandigheid aannemelijk geworden, ook niet uit de multidisciplinaire rapportage van Drs. J.P.M. van der Leeuw, psycholoog/psychotherapeut en Dr. H.E.M. van Beek, psychiater, gedateerd 27 mei 2004, waardoor de strafbaarheid van verdachte wordt opgeheven of uitgesloten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 18 augustus 2004; en

- het reeds hiervoor genoemde multidisciplinaire rapport.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan moord, het zwaarste commune delict dat ons Wetboek van Strafrecht kent. Verdachte is – zoals hiervoor reeds aangegeven – koelbloedig en berekenend te werk gegaan. Het motief van verdachtes handelen is voor de rechtbank niet komen vast te staan.

Nu verdachte volledig verantwoordelijk moet worden geacht voor zijn handelen is een zeer langdurige gevangenisstraf de enige passende reactie op hetgeen verdachte heeft begaan. De rechtbank stelt de duur van deze straf op 12 jaren.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is, behalve op de hiervoor genoemde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van TWAALF (12) JAREN.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer- legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. A. van Waarden, rechter, als voorzitter,

mr. A.Th.M. Vrijhoeven, rechter,

mr. J.H.M. Westenbroek, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. E.J.M. de Wild, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september 2004.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren