Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2017, hebben [verzoekers] verzocht om wraking van de staatsraad bij de behandeling van de zaken nrs. 201604008/1/R3 en 201605582/1/R3.

Uitspraak



201604008/4/R3.

Datum beslissing: 10 mei 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op het verzoek van:

[verzoeker A], wonend te [woonplaats], en [verzoeker B], wonend te [woonplaats],

verzoekers,

om wraking (artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van mr. Th.C. van Sloten (hierna: de staatsraad) als voorzitter van de meervoudige kamer bij de behandeling van de zaken nrs. 201604008/1/R3 en 201605582/1/R3.

Procesverloop

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 april 2017, hebben [verzoekers] verzocht om wraking van de staatsraad bij de behandeling van de zaken nrs. 201604008/1/R3 en 201605582/1/R3.

De staatsraad heeft niet in de wraking berust.

De staatsraad heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

De Afdeling heeft op 8 mei 2017 [verzoekers], vertegenwoordigd door mr. G.J. Hollema, advocaat te Almelo, gehoord. De staatsraad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te worden gehoord. Voorts is ter zitting [belanghebbende], die als toehoorder aanwezig was op de zitting van 17 maart 2017 in de zaken nrs. 201604008/1/R3 en 201605582/1/R3, als getuige gehoord. Tevens zijn ter zitting van 8 mei inlichtingen verstrekt door ING. M.H. Middelkamp, de gemachtigde van [verzoekers] op de zitting van 17 maart 2017 (hierna: gemachtigde).

Overwegingen

1.    Artikel 8:15 van de Awb luidt: "Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden."

    Artikel 8:16, eerste lid, luidt: "Het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden."

    Artikel 8:61, eerste lid, van de Awb luidt: "De voorzitter heeft de leiding van de zitting."

2.    Ter zitting hebben de gemachtigde en [belanghebbende] een verklaring afgelegd over de gang van zaken tijdens de zitting van 17 maart 2017. Daarbij is onder meer gebleken dat de vermelding van [belanghebbende] in de processen-verbaal van de zitting van 17 maart als vertegenwoordiger van [verzoekers] op een misverstand berust en dat hij op die zitting als toehoorder aanwezig was.

3.    De zaken nrs. 201604008/1/R3 en 201605582/1/R3 zijn op 17 maart 2017 ter zitting behandeld. [verzoekers] hebben hun verzoek om wraking eerst bij brief van 5 april 2017, ingekomen bij de Raad van State op 6 april 2017, ingediend. In deze brief en ook ter zitting van 8 mei hebben zij toegelicht dat de redenen voor hun verzoek voornamelijk zijn gelegen in hetgeen ter zitting van 17 maart is voorgevallen, maar dat deze redenen hun pas in het evaluatiegesprek van de zitting op 3 april 2017 met hun gemachtigde bekend werden, omdat zij zelf niet ter zitting aanwezig zijn geweest. In dat gesprek werden zij ook pas bekend met de mogelijkheid van wraking.

    De Afdeling overweegt dat [verzoekers] weliswaar niet persoonlijk op de zitting aanwezig zijn geweest, maar dat zij zich daar door hun gemachtigde hebben laten vertegenwoordigen en dat de kennis van die gemachtigde daarmee aan hen moet worden toegeschreven. Dat brengt met zich dat hun verzoek niet is gedaan zodra de feiten of omstandigheden die zij aan hun verzoek ten grondslag hebben gelegd, aan hen bekend zijn geworden. [verzoekers] hebben aldus niet voldaan aan het gestelde in artikel 8:16, eerste lid, van de Awb .

4.    Bovendien staan de beslissingen omtrent het verloop van de zitting en de orde in de zittingszaal als zodanig in een wrakingsprocedure niet ter beoordeling. Als maatstaf geldt dat de staatsraad uit hoofde van zijn aanstelling wordt verondersteld onpartijdig te zijn en dat het aan de verzoeker is om aannemelijk te maken dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die een uitzondering op deze veronderstelling rechtvaardigen. De argumenten die [verzoekers] aan hun verzoeken om wraking ten grondslag hebben gelegd, zien op processuele beslissingen van de voorzitter van de zittingskamer in het kader van diens taak om leiding te geven aan het onderzoek ter zitting. Zodanige beslissingen kunnen slechts leiden tot inwilliging van een wrakingsverzoek, indien sprake is van flagrante schending van eisen van een goede procesorde, dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, die een eerlijk en onafhankelijk proces waarborgen, en die schending aanleiding geeft voor een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid of vooringenomenheid van de betrokken staatsraad. Uit hetgeen is aangevoerd, noch uit hetgeen ter zitting is verklaard dan wel is vermeld in de processen-verbaal, blijkt dat daarvan sprake is.

5.    Gelet op het voorgaande dient het verzoek te worden afgewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzitter, en mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. Y. Verhage, griffier.

w.g. Parkins-de Vin    w.g. Verhage

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 mei 2017

655.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature