Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 1 februari 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellant] om zorgtoeslag over het berekeningsjaar 2013 afgewezen.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



201608581/1/A2.

Datum uitspraak: 17 mei 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 6 oktober 2016 in zaak nr. 16/2141 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Belastingdienst/Toeslagen.

Procesverloop

Bij besluit van 1 februari 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellant] om zorgtoeslag over het berekeningsjaar 2013 afgewezen.

Bij besluit van 21 maart 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 oktober 2016 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De Belastingdienst/Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 mei 2017, waar [appellant], en de Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door mr. drs. J.H.E. van der Meer, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    [appellant] stelt zich op het standpunt dat zijn belastingadviseur in maart 2014 bij zijn elektronische aangifte inkomstenbelasting over 2013 tevens elektronisch zorgtoeslag over 2013 voor hem heeft aangevraagd. Volgens [appellant] is hem in december 2015 uit telefonisch contact met de belastingtelefoon gebleken dat die aanvraag niet door de Belastingdienst/Toeslagen is ontvangen en heeft hij daarom op 8 december 2015 opnieuw een aanvraag voor zorgtoeslag over 2013 ingediend.

2.    De Belastingdienst/Toeslagen heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat [appellant] tot 1 september 2014 een aanvraag zorgtoeslag over 2013 kon indienen, zodat zijn aanvraag van 8 december 2015 te laat is ingediend. Volgens de Belastingdienst/Toeslagen valt niet te achterhalen dat de belastingadviseur van [appellant] vóór 1 september 2015 al een aanvraag zorgtoeslag over 2013 had ingediend. In het besluit van 21 maart 2016 heeft de Belastingdienst/Toeslagen er voorts op gewezen dat de dienst [appellant] bij brief van 24 april 2014 heeft meegedeeld dat zijn zorgtoeslag over 2013 niet wordt verlengd en dat, indien hij recht denkt te hebben op zorgtoeslag over dat berekeningsjaar, hij die zorgtoeslag opnieuw moet aanvragen.

    De rechtbank heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellant] om zorgtoeslag over 2013 terecht heeft afgewezen, omdat deze te laat is ingediend.

Behandeling van het hoger beroep

3.    [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht zijn aanvraag zorgtoeslag 2013 heeft afgewezen omdat deze te laat is ingediend. Hij voert aan dat bij de voorwaarden voor het verkrijgen van een zorgtoeslag die op de website van de Belastingdienst/Toeslagen zijn vermeld, niet is vermeld dat een aanvraag om zorgtoeslag vóór een bepaalde datum moet zijn ingediend. Hij voert verder aan dat geen waarde valt te hechten aan de informatie op ‘mijntoeslagen’ en in de brief van de Belastingdienst/Toeslagen van 24 april 2014. Daarbij verwijst hij naar een schermafdruk van zijn statusoverzicht over de periode 1 januari 2012 - 31 december 2013 op ‘mijntoeslagen’, waarop geen aanvraag zorgtoeslag over 2012 van hem is vermeld. Verder is volgens [appellant] de brief van 24 april 2014 een standaardbrief en bevatten standaardbrieven van de Belastingdienst/Toeslagen volgens hem vaak fouten.

    [appellant] betoogt verder dat de rechtbank heeft miskend dat zijn belastingadviseur op de zitting van de rechtbank heeft verklaard dat hij de aanvraag om zorgtoeslag over 2013 in maart 2014 elektronisch bij de Belastingdienst/Toeslagen heeft ingediend. In hoger beroep heeft [appellant] een schriftelijke verklaring van de belastingadviseur overgelegd, waarin de adviseur zijn bij de rechtbank afgelegde verklaring bevestigt.

3.1.    Artikel 15, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) luidt als volgt: Een aanvraag om een tegemoetkoming met betrekking tot een berekeningsjaar kan tot 1 september van het jaar volgend op het berekeningsjaar worden ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen. Indien de belanghebbende of diens partner voor de in de eerste volzin genoemde datum is uitgenodigd om over het berekeningsjaar aangifte inkomstenbelasting te doen binnen een termijn die na die datum verloopt, wordt de in die volzin bedoelde termijn verlengd tot de laatste dag van de door de inspecteur voor het indienen van die aangifte gestelde termijn. De tweede volzin is van overeenkomstige toepassing ingeval een medebewoner is uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen en de aanvraag betrekking heeft op een tegemoetkoming op grond van een inkomensafhankelijke regeling waarin is bepaald dat naast de draagkracht van de belanghebbende en diens partner ook de draagkracht van medebewoners van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming. Indien meer dan een van de personen, bedoeld in de tweede en derde volzin, is uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen, wordt voor de toepassing van die volzinnen uitgegaan van de aangifte waarvan de indieningstermijn het laatst verloopt.

3.2.    Uit artikel 15, eerste lid, van de Awir volgt dat een aanvraag om zorgtoeslag uiterlijk v óór 1 september van het jaar volgend op het berekeningsjaar door de Belastingdienst/Toeslagen moet zijn ontvangen, behoudens de vermelde uitzonderingen. Niet is gebleken dat in deze zaak één van die uitzonderingen van toepassing is.

    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 11 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:51) is het tijdig aanvragen van een zorgtoeslag één van de vereisten om voor die toeslag in aanmerking te kunnen komen. Dat, zoals [appellant] heeft gesteld, dit vereiste niet als voorwaarde voor het verkrijgen van een zorgtoeslag op de website van de Belastingdienst/Toeslagen is vermeld, wat daarvan ook zij, betekent niet dat de Belastingdienst/Toeslagen in afwijking van voormelde wettelijke bepaling een zorgtoeslag kon toekennen.

    De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat aan de verklaring van de belastingadviseur niet de door [appellant] gewenste betekenis kan worden toegekend. Daarbij heeft de rechtbank met juistheid in aanmerking genomen dat de belastingadviseur niet met zekerheid kan verklaren wat hij wel of niet heeft gedaan bij het doen van de aangifte inkomstenbelasting van [appellant] over 2013, gezien het grote aantal belastingaangiften van ongeveer 180 dat hij jaarlijks doet. Met de verklaring van de belastingadviseur heeft [appellant] dan ook niet aannemelijk gemaakt dat die adviseur bij de aangifte inkomstenbelasting in maart 2014 tevens een zorgtoeslag over 2013 voor hem heeft aangevraagd. [appellant] heeft geen ander bewijs overgelegd ter staving van zijn stelling dat hij in maart 2014 een aanvraag om zorgtoeslag over 2013 heeft ingediend. Het voorgaande betekent dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat die aanvraag is gedaan. Vast staat dat de aanvraag om zorgtoeslag over 2013 van 8 december 2015 te laat is ingediend.

    Het betoog van [appellant] dat aan de brief van de Belastingdienst/Toeslagen van 24 april 2014 geen betekenis toekomt, volgt de Afdeling niet. De brief is aan hem geadresseerd en daarin is, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

"Wij verlengen uw zorgtoeslag voor 2013 niet. Dit is omdat u over (het laatste deel van) 2012 ook al geen zorgtoeslag meer kreeg. Of omdat u volgens onze informatie vanaf 1 januari 2013 hierop geen recht meer hebt. (…) Denkt u wel recht te hebben op zorgtoeslag in 2013? Dan kunt u deze toeslag opnieuw aanvragen met Mijn toeslagen op www.toeslagen.nl."

[appellant] had uit deze brief kunnen en moeten begrijpen dat hij voor het verkrijgen van een zorgtoeslag over 2013 nog een aanvraag moest indienen.

    De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellant] om zorgtoeslag voor het berekeningsjaar 2013 terecht heeft afgewezen omdat de aanvraag te laat is ingediend.

    Het betoog faalt.

4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Oranje, griffier.

w.g. Steendijk    w.g. Oranje

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2017

507.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature