Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Openlijk geweld.

Uitspraak



Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/742052-16

Datum uitspraak: 26 april 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. J. de Back, advocaat te Rotterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 april 2017.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C. Nij-Bijvank heeft gevorderd:

- bewezenverklaring van het tenlastegelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 uren met aftrek van voorarrest naar de rato van 2 uur per inverzekeringstelling en in voorlopige hechtenis door de verdachte doorgebrachte dag, waarvan 40 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

Waardering van het bewijs

Het in vereniging plegen.

Standpunt verdediging/ officier van justitie

De raadsman heeft namens de verdachte volledige vrijspraak bepleit.

Aangevoerd is dat een voor de bewezenverklaring van het in vereniging plegen van geweld vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten ontbreekt. De situatie van de verdachte moet op zichzelf staand worden beoordeeld.

De verdachte werd meegetrokken in de zich voordoende situatie op dat moment en heeft niet willen deelnemen aan collectief geweld. Er was geen vooropgezet plan, er blijkt niet van een onderlinge taakverdeling en van andere feiten of omstandigheden waaruit die nauwe en bewuste samenwerking zou moeten worden afgeleid blijkt evenmin, aldus de raadsman.

Aangevoerd is daarnaast het bewijs voor het opjutten dan wel aanmoedigen in het dossier ontbreekt.

De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Het bewijs voor zowel het in vereniging plegen van geweld als het opjutten en/of aanmoedigen baseert de officier van justitie, naast de verklaringen van de aangevers en de verklaringen van de verdachten, op de verklaringen van de gehoorde getuigen [naam getuige 1] en [naam getuige 2] .

Beoordeling

Anders dan door de verdediging betoogd, kan de verdachte, nu door de groep jongeren waarvan de verdachte deel uitmaakte collectief geweld is gepleegd en de verdachte, naar hij heeft verklaard, daarin ook zelf een rol heeft vervuld, als medepleger van het aangewende geweld worden aangemerkt en is het tenlastegelegde door de verdachte in vereniging plegen van openlijk geweld, wettig en overtuigend bewezen.

Wel is de rechtbank met de verdediging van oordeel dat het opjutten dan wel aanmoedigen van een of meer van de mededaders van de verdachte niet wettig en overtuigend is bewezen. De verdachte zal dan ook van dat onderdeel van de tenlastelegging (partieel) worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 08 november 2015 te Rotterdam, op de openbare weg, te weten [plaats delict] ,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit het

- met kracht slaan en/of trappen tegen het hoofd

en/of het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of die [naam slachtoffer 2] en/of die [naam slachtoffer 3] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Het bewezen feit levert op:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Strafbaarheid feit.

Door de raadsman is aangevoerd dat de verdachte heeft gehandeld ter noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding en dat dus sprake is van een noodweersituatie, op grond waarvan de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat van een noodweersituatie alleen sprake kan zijn in een geval van daadwerkelijke verdediging, niet van een actie-reactie situatie zoals die zich in het onderhavige geval – onder meer gelet op hetgeen de getuigen [naam getuige 1] en [naam getuige 2] daarover hebben verklaard- heeft voorgedaan.

Maar zelfs indien wel sprake zou zijn geweest van een noodweersituatie waarin het gebruik van geweld door de verdachte geboden was, dan blijkt uit de ernst van het letsel van de slachtoffers dat het door de verdachte aangewende geweld niet is aan te merken als gepast geweld in de gegeven situatie en past dit niet binnen de grenzen van noodweer.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat er tussen de groep waarvan de verdachte deel heeft uitgemaakt en de leden van de groep waarmee zij in conflict zijn geraakt over en weer geweld is toegepast.

Uit de verklaringen die de verdachte, zijn medeverdachten, de getuigen en de aangevers hebben afgelegd is geen eenduidig beeld ontstaan over de vraag wie als eerste geweld heeft toegepast, waardoor niet kan worden beoordeeld of en zo ja ten aanzien van wie zich mogelijk een situatie heeft voorgedaan waarin de noodzakelijkheid van verdediging geboden was en mogelijk sprake is geweest van een noodweersituatie.

Het beroep op noodweer wordt verworpen.

Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

Verdachte heeft zich samen met anderen tijdens het uitgaan schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in de binnenstad van Rotterdam.

Meerdere personen uit een andere groep zijn geslagen en getrapt door de groep jongeren waartoe de verdachte behoorde. Omdat de verbalisanten snel ter plaatse waren is het geweld opgehouden. Bij de slachtoffers is door het geweld ernstig letsel ontstaan. [naam slachtoffer 3] heeft diverse breuken in het gezicht opgelopen, waaronder een oogkasbodembreuk en een neusbreuk. Hij heeft een operatie moeten ondergaan. [naam slachtoffer 1] heeft een hersenschudding opgelopen en een neusbreuk waaraan hij geopereerd is.

Het handelen van verdachte heeft niet alleen impact op de slachtoffers, maar ook op de samenleving. Geweld tijdens het uitgaan, vaak begaan onder invloed van alcohol, zorgt voor gevoelens van ergernis, onrust en onveiligheid. Verdachte heeft met dit alles geen rekening gehouden en zich alleen laten leiden door zijn gevoelens van boosheid en frustratie tijdens het incident.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 maart 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

14 december 2016. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte woont bij zijn ouders. Hij heeft een Mbo-opleiding afgerond en volgt nu een (vervolg)Hbo-opleiding ondernemen en detailhandel. Naast zijn schoolopleidingen heeft hij altijd gewerkt, op dit moment als persoonlijk begeleider van een dame met vermoedelijk schizofrenie. Zijn ouders bekostigen zijn studie. De verdachte ontvangt per maand € 100,00 aan studiefinanciering en ongeveer € 400,00 aan inkomsten uit zijn bijbaantje. Hij heeft geen schulden. De verdachte heeft laten weten nooit drugs te hebben gebruikt en gematigd alcohol te gebruiken. .

Er lijkt sprake van een situationeel bepaald delict en het recidiverisico wordt ingeschat als laag. Nu er geen leefgebieden zijn waarop reclasseringsinterventies zouden moeten worden ingezet is toezicht op bijzondere voorwaarden niet geïndiceerd.

Indien de verdachte schuldig wordt bevonden, wordt geadviseerd een werkstraf op te leggen.

Straffen

Gezien de ernst van het feit zal de rechtbank een taakstraf van na te noemen duur opleggen.

Bij de bepaling van de duur van de taakstraf heeft de rechtbank allereerst acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De rechtbank heeft er in strafmatigende zin rekening mee gehouden dat de verdachte voor het eerst ter zake van een geweldsdelict met justitie in aanraking is gekomen en dat hij zijn leven op orde heeft.

De rechtbank heeft ten slotte in aanmerking genomen dat ook de slachtoffers zich tijdens de lichamelijke confrontatie met de verdachte en diens mededaders niet onbetuigd hebben gelaten en geweld hebben toegepast.

Een deel van de op te leggen taakstraf zal voorwaardelijk worden opgelegd, dit om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 5.173,60, bestaande uit

€ 875,00 eigen risico medische kosten, € 8,10 parkeerkosten en € 4.290,50 inkomstenderving, alsmede een vergoeding van € 2.500,= voor immateriële schade.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot volledige toewijzing van de vordering ter zake van materiele schade tot een totaalbedrag van € 5.173,60. De gevorderde vergoeding van € 2.500,= voor immateriële schade is reeds door het Schadefonds Geweldsmisdrijven uitgekeerd. Voor dit deel van de vordering dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft het standpunt ingenomen dat, gelet op de bepleite vrijspraak, de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.

Subsidiair heeft de verdediging het standpunt ingenomen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering voor de gestelde immateriële schade. Die schade is reeds vergoed door het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

De benadeelde partij is evenmin ontvankelijk in de vordering voor de gestelde (materiële) schade aan inkomstenderving, omdat de gestelde inkomstenderving onvoldoende is onderbouwd.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht, bestaande uit (in ieder geval) uit medische kosten ad € 875,00, parkeerkosten ad € 8,10 en inkomstenderving tot een bedrag van € 1.217,50, en de vordering ten aanzien van die schadeposten genoegzaam is onderbouwd, zal de vordering tot een bedrag van € 2.100,60, ondanks de betwisting door de verdachte, worden toegewezen.

De behandeling van het overige deel van de door de benadeelde partij gevorderde vergoeding voor inkomstenderving levert een onevenredige belasting van het strafgeding op.

De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij zal voorts niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering tot toekenning van een vergoeding van € 2.500,- voor immateriële schade, nu de benadeelde partij blijkens een bij de vordering gevoegde beslissing van Schadefonds Geweldsmisdrijven

ter zake van deze schadepost reeds van genoemd Schadefonds een uitkering van € 2.500,- heeft ontvangen.

Nu de verdachte het strafbare feit, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn hij en zijn mededaders daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 8 november 2015.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 2.100,60, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 november 2015. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het tenlastegelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

bepaalt dat van deze taakstraf een gedeelte, groot 40 (veertig) uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (2 dagen) is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 76 (zesenzeventig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde het onvoorwaardelijke deel van de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 38 dagen;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde] , te betalen een bedrag van € 2.100,60 (zegge: tweeduizend eenhonderd euro en zestig eurocent), aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 8 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 2.100,60 (hoofdsom, zegge: tweeduizend eenhonderd euro en zestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 november 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 2.100,60 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 31 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader/mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.J. van den Berg, voorzitter,

en mrs. M.V. Scheffers en M. Timmerman, rechters,

in tegenwoordigheid van J.P. van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 april 2017.

De jongste en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 08 november 2015 te Rotterdam,

op of aan de openbare weg, te weten [plaats delict] , in elk geval op of aan een

openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2]

en/of [naam slachtoffer 3] ,

welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal:

- ( met kracht) slaan/stompen en/of schoppen/trappen in/op/tegen het hoofd

en/of het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of die [naam slachtoffer 2] en/of die [naam slachtoffer 3] , en/of

- opjutten en/of aanmoedigen van één of meer van zijn mededader(s);

(artikel 141 Wetboek van Strafrecht )


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature