Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online


 

E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBROT:2016:4089
Rechtbank Rotterdam, C/10/446235 / HA ZA 14-258

Inhoudsindicatie:

Kolmar, eiseres in conventie, is een bedrijf dat zich bezighoudt met de handel in energie- en petrochemische producten. In het najaar van 2012 hebben contacten plaatsgehad tussen medewerkers van Kolmar en van Odfjell. Daarbij zijn diverse concepten van overeenkomsten tussen Kolmar en Odfjell uitgewisseld, waaronder concepten van een Storage Agreement en van een Operational Agreement. Aan haar schadevergoedingsvorderingen in conventie van ruim USD 17.000.000 en € 3.500.000 legt Kolmar ten grondslag dat Odfjell zich niet aan de gemaakte afspraken (overeenkomsten) heeft gehouden. Beoordeling van aan Kolmar opgedragen bewijs over de toezeggingen van Odfjell waarop Kolmar zich beroept. Door Odfjell gehanteerde VOTOB-voorwaarden, die toepasselijk zijn (vonnis van 13 mei 2015). Ter afwering van haar aansprakelijkheid op het punt van haar onvermogen om haar afspraak gestand te doen dat door Kolmar op de terminal van Odfjell gebutaniseerd kan gaan worden vanaf 1 april 2013 doet Odfjell een beroep op o.a. de overmachtclausule van art. 60 VOTOB-Voorwaarden en de exoneratieclausule van art. 57 VOTOB-Voorwaarden. Geen sprake van ‘gross negligence’ (‘grove schuld’) in de zin van lid 3 van art. 57 VOTOB-Voorwaarden, dat wil zeggen, een in laakbaarheid aan opzet grenzende schuld (HR 12 maart 1954, NJ 1955, 386 en HR 30 september 1994, NJ 1995, 45). Bij de beoordeling wordt voorop gesteld dat het hier gaat om twee zakelijke partijen die regelmatig contracten sluiten over opslag. Het is bij dergelijke contracten zeer gebruikelijk dat aansprakelijkheid voor schade wordt uitgesloten, zoals in de VOTOB-voorwaarden. Kolmar moet worden geacht zich hiervan bewust te zijn geweest (HR 31 december 1993, NJ 1995, 389 (Matatag/De Schelde)). Uitgangspunt is dat Odfjell een beroep mag doen op de exoneratieclausule, nu partijen die welbewust zijn overeengekomen. De rechtbank dient de stelling dat sprake is van ‘gross negligence’ dan ook terughoudend te toetsen. Kolmar beroept zich op het Telfort/Scaramea-arrest van de Hoge Raad van 5 september 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BD2984), waarin sprake was van ‘bewust roekeloos’ handelen van de partij die zich op een exoneratieclausule in haar algemene voorwaarden beriep, zodat naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid dit beroep als onaanvaardbaar werd beoordeeld. In dit geval is er geen sprake van grove schuld. Uit hetgeen is overwogen in dit vonnis ter onderbouwing van het oordeel dat geen sprake is van ‘grove schuld’ blijkt dat van onaanvaardbaarheid van het beroep op de exoneratieclausule vanwege bewuste roekeloosheid evenmin sprake is.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug