Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Een 53-jarige man uit de Verenigde Staten is door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf. De man is schuldig aan meerdere oplichtingen, valsheid in geschrifte en faillissementsfraude. Hij deed zich voor als kapitaalkrachtige zakenman en wist met valse beloftes telkens op grote schaal grote geldbedragen, goederen en diensten los te krijgen. De man moet zo’n 635.000 euro aan schadevergoedingen betalen.

Uitspraak



Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.960100-15 (LP) (P)

Datum vonnis: 16 februari 2017

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1963 te [geboorteplaats] (Verenigde Staten),

thans in voorarrest verblijvende in het Huis van Bewaring Ter Apel.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 30 augustus 2016, 31 januari 2017, 1 februari 2017 en 2 februari 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.K.J. Kooij en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman, mr. R.D.A. van Boom, en diens raadsvrouw mr. N.J.H. Lina, advocaten te Utrecht, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zich heeft schuldig gemaakt aan oplichting van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [hotel 1] en/of [hotel 2] , in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015, al dan niet in vereniging;

feit 2: zich heeft schuldig gemaakt aan een poging tot oplichting van de ING bank te Amsterdam, in de periode van 1 januari 2014 tot en met 23 april 2015, al dan niet in vereniging;

feit 3: zich heeft schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift, in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015, al dan niet in vereniging;

feit 4: als bestuurder van een rechtspersoon voor de intreding van het faillissement niet aan bepaalde verplichtingen heeft voldaan, in de periode van 23 augustus 2013 tot en met 2 juni 2015.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte – na wijziging daarvan ter terechtzitting van 30 augustus 2016 –, dat:

Feit 1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 te Zeist en/of Arnhem en/of Amsterdam en/of Rotterdam en/of Ermelo, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, telkens

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer perso(o)n(en) heeft bewogen tot

de afgifte van enig goed en/of het verlenen van een of meer dienst(en), te weten:

-een (giraal) geldbedrag van in totaal ongeveer 130.500,-- euro, in elk geval

een (groot) geldbedrag, door [slachtoffer 1] , en/of

-een (giraal) geldbedrag van in totaal ongeveer 124.795,-- euro, in elk geval

een (groot) geldbedrag, door [slachtoffer 2] , en/of

-een (giraal) geldbedrag van in totaal ongeveer 300.000,-- euro, in elk geval

een (groot) geldbedrag, door [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] en/of

-een (giraal) geldbedrag van in totaal ongeveer 7.189,-- euro, in elk geval een (groot) geldbedrag, door [slachtoffer 4] , en/of

-het verblijf en/of (het verstrekken van) een of meer consumptie(s) en/of een

of meer andere dienst(en) en/of goed(eren) door (medewerkers van) [hotel 1] , ter waarde van ongeveer 364.716,21 euro, en/of

-het verblijf en/of (het verstrekken van) een of meer consumptie(s) en/of een

of meer andere dienst(en) en/of goed(eren) door (medewerkers van) [hotel 2] , ter waarde van ongeveer 18.368,-- euro,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en/of betrouwbare investeerder die via

aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert, onder meer door zich herhaaldelijk te laten vergezellen door een advocaat en/of een notaris bij besprekingen en/of zich te laten begeleiden door (een) privé-chauffeur(s)/bodyguard(s) en/of

- een of meer valse/ongedekte bankgarantie(s) en/of valse/ongedekte/ongeautoriseerde cheques en credit cards, en/of (een) valse betalingsopdracht(en) en/of andere (al dan niet vervalste/valselijk opgemaakte) documenten getoond en/of gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een kapitaalkrachtige man is, en/of

- zich tegenover voornoemde personen/medewerkers voorgedaan en/of toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan die voornoemde personen een investering zal verstrekken, nadat die voornoemde personen/medewerkers eerst een (kleiner) geldbedrag aan hem, verdachte, overgemaakt dan wel verstrekt hebben, en/of

- aan voornoemde personen/medewerkers een of meer (valse) onderpanden verstrekt ter zekerheidsstelling en/of dekking van:

* de bedragen die voornoemde personen/medewerkers aan hem, verdachte, zouden overmaken/verstrekken en/of

* de diensten die voornoemde personen/medewerkers aan verdachte zouden verlenen, en/of

het aan voornoemde personen/medewerkers verstrekken van obligaties (MBB-bonds) ter zekerheidsstelling en/of dekking van de voornoemde bedragen en diensten, terwijl die obligaties door het handelen van verdachte (uiteindelijk) geen of slechts een zeer geringe waarde vertegenwoordigden en/of

- het initiatief nemen tot en/of opstellen van en/of ondertekenen van een ‘Letter of Intent’, ‘Joint Venture’, ‘Raamwerk’, ‘Memo of understanding’, ‘Overeenkomst investering’ en/of andere documenten waarin verdachte de intentie of verplichting uitspreekt en het vertrouwen wekt dat hij in de toekomst zal investeren en/of goederen/diensten zal afnemen van voornoemde personen/medewerkers en/of

- tegenover voornoemde personen/medewerkers herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan (in de Verenigde Staten en/of Nieuw Zeeland) en/of dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en/of dat hij dichtbij het bereiken van een grote financiële deal was en/of dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en/of (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking en/of

waardoor een of meer bovengenoemde personen/medewerkers en/of andere personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgifte(s) en/of het verlenen van bovenomschreven dienst(en);

Feit 2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 23 april 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de ING bank te Amsterdam (kantoor Haarlemmerdijk, hoofdkantoor en/of een andere ING-afdeling) te bewegen tot het verstrekken van krediet, dan wel tot afgifte van enig geldbedrag en/of het aangaan van een schuld en/of tot afgifte van enig goed (geschrift inhoudende een positief advies omtrent een bankgarantie) en/of het verlenen van een dienst (positief adviseren omtrent een bankgarantie),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

-zich jegens (een) bankmedewerker(s) van voornoemde bank voorgedaan als een succesvol zakenman en een bonafide kapitaalkrachtige persoon, onder meer door diverse malen in voornoemde bank te verschijnen in het bijzijn van een of meer bodyguard(s)/privé-chauffeur(s) en/of te arriveren in een of meer grote voertuigen, en/of

-een vals opgemaakte dan wel vervalste bankgarantie, althans een op [geboortedatum 1] 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van ongeveer 40.000.000,-- Amerikaanse dollar, in elk geval een groot geldbedrag, op naam van/uitgegeven door of namens Allianz, verstrekt en/of

- een (al dan niet vervalste of valselijk opgemaakt) concept SWIFT-bericht verstrekt waarin wordt verwezen naar voornoemde vals opgemaakte dan wel vervalste bankgarantie, althans de op [geboortedatum 1] 2014 gedateerde ‘financial guarantee’ en/of een letter of guarantee en/of waarin wordt gesteld/gesuggereerd dat TBT NL BV de begunstigde zou zijn van een bedrag van 40.000.000,- Amerikaanse dollar ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015, te Zeist en/of Amsterdam en/of Ermelo en/of Arnhem, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) valse of vervalste bankgarantie(s) en/of een op [geboortedatum 1] 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, en/of een concept SWIFT-bericht als ware die/ dat geschrift(en) echt en onvervalst , dan wel deze geschriften heeft afgeleverd of voorhanden heeft gehad, te weten:

- een bankgarantie, althans cheque ten bedrage van ongeveer 50.000.000,- euro, in elk geval

een groot geldbedrag, op naam van/uitgegeven door de Bank of Ireland, en/of

- een bankgarantie ten bedrage van ongeveer 200.000.000,- euro, in elk geval

een groot geldbedrag, op naam van/uitgegeven door de ABN AMRO Bank N.V. (met als begunstigde [verdachte] Bright Trust) en/of

- een bankgarantie, althans de op [geboortedatum 1] 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van ongeveer 40.000.000,- Amerikaanse dollar, in elk geval een groot geldbedrag, op naam van/uitgegeven door of namens Allianz (Italy) en/of

- een concept SWIFT-bericht met als begunstigde Swiss Garantie en/of [verdachte] Bright Trust Netherlands BV, en/of

- een bankgarantie ten bedrage van ongeveer 1 miljard euro, in elk geval een groot geldbedrag, op naam van/uitgegeven door Royal Bank of Scotland (RBS),

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd(e) geschrift(en) is/zijn overgelegd/verstrekt aan (een medewerker van) [hotel 2] te Ermelo en/of [slachtoffer 1] en/of de ING bank te Amsterdam en/of [slachtoffer 2] ( [hotel 1] ) en/of [slachtoffer 6] , en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en),

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

-de bankgarantie(s), financial guarantee, cheque en het (concept) SWIFT bericht niet door de bevoegde autoriteit(en) en/of instelling(en) is/zijn afgegeven, en/of

-de lay out stemt niet overeen met (een) onvervalste bankgarantie(s), financial guarantee en/of (concept) swiftbericht, en/of

-de uitgever of begunstigde van de bankgarantie, cheque of financial guarantee niet bekend is met het bestaan van het betreffende document, en/of

-een onjuist lettertype en logo wordt gehanteerd, en/of

-in het document ongebruikelijke tekens worden gebruikt, en/of

-specifieke stempels en handtekeningen ontbreken op het document of zijn vals/vervalst, en/of

-de persoon die het document heeft ondertekend niet voor de betreffende (bank)instelling werkzaam is, en/of

- de tenaamgestelde/verstrekker geen contacten heeft met de genoemde verzekeringsagent of de verzekeringsagent bestaat niet (meer), en/of

-in het document gegevens ontbreken die op (een) onvervalst(e) bankgarantie vermeld staan, en/of

-dat de sender van de bankgarantie een bedrijf betreft welke geen swift relatie heeft met de bank-instelling, en/of

-dat de verzender van het document geen bank-instelling betreft, en/of

-het vermelde bedrag op de bankgarantie ongebruikelijk is, en/of

-de omvang van de bankgarantie afwijkt, en/of

-er diverse spelfouten in het document staan;

terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze

geschrift(en) bestemd was/waren voor zodanig gebruik;

Feit 4.

aan hem, verdachte, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten TBT Netherlands BV, welke rechtspersoon bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank Gelderland d.d. 2 juni 2015, in staat van faillissement is verklaard, te wijten is dat in de periode van 23 augustus 2013 tot en met 2 juni 2015, te Arnhem en/of Amsterdam en/of Almere, in elk geval in Nederland, niet is voldaan aan:

- de volgens artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en /of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en /of artikel 5, eerste lid, van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in samenhang met artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omschreven verplichtingen, en /of

- de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens die artikelen administratie gevoerd is, en /of de boeken/bescheiden en andere gegevensdragers die ingevolge die artikelen zijn bewaard, niet in ongeschonden staat tevoorschijn heeft gebracht.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde (met uitzondering van medeplegen) tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe te wijzen tot een bedrag van € 130.500,- (vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel), toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij F.B.A.M. van Oss, curator van TBT Netherlands (€ 14.758,79) (vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel) en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] / [hotel 1] B.V. tot een bedrag van € 489.511,21 (€ 124.795,00 + € 364.716,21) (vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel).

4 De voorvragen

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de feiten 1 en 3 sprake is van een impliciet cumulatieve tenlastelegging en dat deze tenlastelegging allerlei gebreken vertoont nu – zakelijk weergegeven en hier van belang – na het uitstrepen en aldus bewezenverklaring door de rechtbank van onderdelen van die tenlastelegging problemen ontstaan in die bewezenverklaring die zouden moeten leiden tot (partiele) nietigheid wegens onbegrijpelijkheid van hetgeen verdachte verweten wordt en aldus onduidelijk is waartegen de verdachte zich moet verdedigen.

De rechtbank verwerpt dit verweer omdat de vraag of een tenlastelegging al dan niet inhoudelijk geldig is – anders dan de raadsman kennelijk veronderstelt – niet plaatsvindt na bewezenverklaring maar voordien gelet op het systeem van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Het verweer van de raadsman vindt aldus geen steun in het recht. Daarnaast is ten tijde van de behandeling ter terechtzitting op geen enkel moment gebleken dat het de verdediging onduidelijk was waartegen zij zich moest verdedigen, zodat het verweer ook om die reden wordt verworpen.

De rechtbank heeft ook voor het overige vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen ter zake het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde (met uitzondering van medeplegen). De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd, dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan oplichting en poging tot oplichting door de combinatie van de oplichtingsmiddelen aannemen van een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en samenweefsel van verdichtsels. Verdachte heeft zich ten onrechte voorgedaan als een succesvol en vermogend zakenman en potentieel investeerder. Voorts heeft verdachte gebruik gemaakt van een valse cheque van € 50 miljoen op naam van de Bank of Ireland, van een Financial Guarantee ten bedrage van $ 40 miljoen op naam van Allianz, van een valselijk opgemaakt (concept) Swift-bericht en van een bankgarantie van € 1 miljard op naam van Royal Bank of Scotland, althans dit document heeft afgeleverd, en heeft verdachte een bankgarantie van € 200 miljoen op naam van ABN AMRO Bank voorhanden gehad. Voorts heeft verdachte gehandeld in strijd met artikel 342 onder sub 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), nu het aan verdachte is te wijten dat omtrent TBT Netherlands B.V. niet is voldaan aan de verplichtingen die zijn omschreven in artikel 10 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1, 2 en 3. De verdediging heeft onder meer aangevoerd dat geen sprake is van de genoemde oplichtingsmiddelen. Verdachte heeft zich niet in strijd met de waarheid voorgedaan als een succesvol zakenman en een bonafide kapitaalkrachtige persoon. Er is geen sprake van valse documenten en voor zover sprake was van valse documenten, was verdachte niet op de hoogte van deze (vermeende) valsheid.

De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 4 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Voor wat betreft de bewezenverklaring overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het beeld naar voren komt dat de verdachte door specifieke ernstige vormen van bedrieglijk handelen bij anderen een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen teneinde daarvan misbruik te kunnen maken. Immers blijkt uit de bewijsmiddelen dat:

verdachte zich liet omringen door advocaten uit binnen- en buitenland, een notaris, bodyguards, chauffeurs en zich liet vervoeren in limousines. Daarnaast nodigde verdachte potentiële zakenpartners uit in skyboxen in de Arena te Amsterdam en het Gelredome te Arnhem. Verdachte wekte daardoor bij die potentiële zakenpartners de indruk een kapitaalkrachtige zakenman te zijn;

verdachte door het tonen van financiële documenten die een aanzienlijke waarde zouden vertegenwoordigen, een bankgarantie van de Bank of Ireland voor een bedrag van 50 miljoen euro, een bankgarantie van de ABN AMRO voor een bedrag van 200 miljoen euro, een bankgarantie althans een financial guarantee van Allianz voor een bedrag van 40 miljoen Amerikaanse dollar en een bankgarantie van de Royal Bank of Scotland van 1 miljard euro, het vertrouwen wekte bij die potentiële zakenpartners daadwerkelijk over veel vermogen te kunnen beschikken, terwijl genoegzaam is komen vast te staan dat die documenten vals of vervalst waren. Verdachte heeft met MBB Clean Energy AG (verder: MBB) een overeenkomst gesloten, waarbij verdachte de verplichting op zich nam bonds (obligaties) met een totale nominale waarde van 500 miljoen euro te verkopen, tegen een provisie van 50 miljoen euro. Verdachte heeft niet aan zijn verplichting voldaan om deze bonds te verkopen, waardoor er geen betaling aan MBB heeft plaatsgehad van 450 miljoen euro. Daardoor zijn er meer obligaties uitgegeven dan er feitelijk zijn betaald, waardoor bij beleggers en pandnemers een positiever beeld kan zijn ontstaan omdat het geplaatste bedrag niet in verhouding staat tot de werkelijke opbrengst. Om deze reden is de handel in deze bonds op 5 juli 2014 stilgelegd en zijn de bonds niet meer te verhandelen, waardoor de waarde is gereduceerd tot nihil. Uit het vorenstaande blijkt dat deze waardereductie een rechtstreeks gevolg is van het handelen van verdachte. Verdachte heeft voor 95 miljoen euro aan bonds bij anderen in onderpand gegeven, wetende dat door niet nakoming van zijn verplichtingen in de richting van MBB deze bonds uiteindelijk niets meer waard zouden zijn, terwijl verdachte de schijn wekte richting die anderen dat deze bonds juist wel een waarde vertegenwoordigden;

verdachte zich heeft voorgedaan als een investeerder in projecten van aanzienlijke omvang zoals een scheepswerf voor een bedrag van 165 miljoen euro, de bouw van een jacht ter waarde van 150 miljoen euro, een Broadway productie voor een bedrag van uiteindelijk ruim 17 miljoen euro, een verbouwing van een hotel voor een bedrag van 1,5 miljoen euro, de bouw van schepen voor bedragen van 16 miljoen en 39 miljoen en de aankoop van een grachtenpand in Amsterdam voor een bedrag van ruim 1 miljoen euro;

verdachte na betalingsverplichtingen te zijn aangegaan (door investeringstoezeggingen, geldleningen, het afnemen van goederen en diensten, het aantrekken van personeel, het betrekken van woonruimtes) een patroon laat zien van het toezeggen van het doen van betalingen, terwijl verdachte op die momenten weet dat hij niet aan die toezeggingen kan voldoen en daardoor anderen langdurig aan het lijntje houdt. Daarnaast is uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat verdachte in de jaren dat hij in Nederland verbleef zelfs maar één betaling uit eigen middelen heeft gedaan. Voor zover er al betalingen door verdachte zijn verricht, zijn die betalingen geschied uit middelen van anderen, bijvoorbeeld door geldleningen.

Feit 1

Gelet op het voorgaande in combinatie met de in de bewijsmiddelen opgenomen verklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , (medewerkers van) [hotel 1] en (medewerkers van) [hotel 2]

concludeert de rechtbank dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van deze personen.

Feit 2

De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 23 april 2015 zich heeft schuldig gemaakt aan poging tot oplichting van de ING bank te Amsterdam door opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich jegens bankmedewerkers van voornoemde bank voor te doen als een succesvol zakenman en een bonafide kapitaalkrachtige persoon, door een vals opgemaakte dan wel vervalste op [geboortedatum 1] 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van 40.000.000,- Amerikaanse dollar, op naam van Allianz, te verstrekken en door een concept SWIFT-bericht te verstrekken waarin wordt verwezen naar voornoemde vals opgemaakte dan wel vervalste op [geboortedatum 1] 2014 gedateerde ‘financial guarantee’ en een letter of guarantee en waarin wordt gesteld/gesuggereerd dat TBT Netherlands B.V. de begunstigde zou zijn van een bedrag van 40.000.000,- Amerikaanse dollar.

Het voorwaardelijke verzoek van de verdediging om [naam 1] te horen als getuige omtrent de echtheid van het Ricom document wordt afgewezen, nu het Ricom document niet is gebezigd voor het bewijs en aldus niet aan de voorwaarde is voldaan.

Feit 3

De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste geschriften als waren die geschriften echt en onvervalst, terwijl hij, verdachte, wist dat deze geschriften bestemd waren voor zodanig gebruik, dan wel deze geschriften heeft afgeleverd of voorhanden gehad. Zo heeft verdachte een valse/vervalste cheque ten bedrage van 50.000.000,- euro, op naam van/uitgegeven door de Bank of Ireland overgelegd/verstrekt aan (een medewerker van) [hotel 2] te Ermelo, een valse/vervalste bankgarantie ten bedrage van 200.000.000,- euro, op naam van/uitgegeven door de ABN AMRO Bank N.V. (met als begunstigde [verdachte] Bright Trust) overgelegd/verstrekt aan [slachtoffer 1] , een valse/vervalste bankgarantie, althans de op [geboortedatum 1] 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van 40.000.000,- Amerikaanse dollar, op naam van/uitgegeven door of namens Allianz (Italy), overgelegd/verstrekt aan [slachtoffer 1] , een vals/vervalst concept SWIFT-bericht met als begunstigde [verdachte] Bright Trust Netherlands BV overgelegd/verstrekt aan de ING bank te Amsterdam en [slachtoffer 2] ( [hotel 1] ) en een valse/vervalste bankgarantie ten bedrage van 1 miljard euro, op naam van/uitgegeven door Royal Bank of Scotland (RBS), overgelegd/verstrekt aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 6] .

Feit 4

De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen van oordeel dat het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan. De rechtbank heeft voor de leesbaarheid van het vonnis de bewezenverklaring opgesplitst bij feit 1 ten aanzien van de slachtoffers en bij feit 3 ten aanzien van de diverse geschriften. De bewezenverklaring luidt dat:

Feit 1.

hij in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 22 juni 2015 in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten:

- een geldbedrag van in totaal 130.500,- euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en betrouwbare investeerder die via

aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert, door zich herhaaldelijk te laten vergezellen door een advocaat bij besprekingen en zich te laten begeleiden door privé-chauffeurs/bodyguards en

- valse/ongedekte bankgaranties en andere (al dan niet vervalste/valselijk opgemaakte) documenten getoond en gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een kapitaalkrachtige man is, en

- zich tegenover voornoemde persoon voorgedaan en toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan voornoemde persoon een investering zal verstrekken, nadat die voornoemde persoon eerst een (kleiner) geldbedrag aan hem, verdachte, overgemaakt dan wel verstrekt heeft, en

- het aan voornoemde persoon verstrekken van obligaties (MBB-bonds) ter zekerheidsstelling en/of dekking van de voornoemde bedragen, terwijl die obligaties door het handelen van verdachte (uiteindelijk) geen of slechts een zeer geringe waarde vertegenwoordigden en

- het initiatief nemen tot en/of opstellen van en ondertekenen van een ‘Memo of understanding’, en andere documenten waarin verdachte de intentie of verplichting uitspreekt en het vertrouwen wekt dat hij in de toekomst zal investeren en

- tegenover voornoemde personen/medewerkers herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan en dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en dat hij dichtbij het bereiken van een grote financiële deal was en dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en/of (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking,

waardoor bovengenoemde persoon telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiftes;

en

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten:

- een geldbedrag van in totaal 124.795,- euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en betrouwbare investeerder die via

aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert, onder meer door zich herhaaldelijk te laten vergezellen door een advocaat en een notaris bij besprekingen en zich te laten begeleiden door privé-chauffeurs en

- vervalste/valselijk opgemaakte documenten getoond en gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een kapitaalkrachtige man is, en

- zich tegenover voornoemde persoon voorgedaan en toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan die voornoemde personen een investering zal verstrekken, nadat die voornoemde persoon eerst een (kleiner) geldbedrag aan hem, verdachte, overgemaakt dan wel verstrekt heeft, en

- aan voornoemde persoon verstrekken van obligaties (MBB-bonds) ter zekerheidsstelling en/of dekking van de voornoemde bedragen, terwijl die obligaties door het handelen van verdachte (uiteindelijk) geen of slechts een zeer geringe waarde vertegenwoordigden en

- het initiatief nemen tot en opstellen van en ondertekenen van een ‘Raamwerk’, waarin verdachte de intentie of verplichting uitspreekt en het vertrouwen wekt dat hij in de toekomst zal investeren en goederen/diensten zal afnemen van voornoemde persoon en

- tegenover voornoemde persoon herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan en dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en dat hij dichtbij het bereiken van een grote financiële deal was en dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking,

waardoor bovengenoemde persoon werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

hij in de periode van 1 september 2013 tot en met 22 juni 2015 in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten:

- een geldbedrag van in totaal 300.000,- euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en betrouwbare investeerder die via

aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert, onder meer door zich herhaaldelijk te laten vergezellen door een advocaat bij besprekingen en zich te laten begeleiden door een privé-chauffeur/bodyguard en

- zich tegenover voornoemde personen voorgedaan en toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan die voornoemde personen een investering zal verstrekken, nadat die voornoemde personen eerst een (kleiner) geldbedrag aan hem, verdachte, overgemaakt dan wel verstrekt hebben, en

- het aan voornoemde personen verstrekken van obligaties (MBB-bonds) ter zekerheidsstelling en/of dekking van de voornoemde bedragen, terwijl die obligaties door het handelen van verdachte (uiteindelijk) geen of slechts een zeer geringe waarde vertegenwoordigden en

- tegenover voornoemde personen herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan (in de Verenigde Staten) en dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en dat hij dichtbij het bereiken van een grote financiële deal was en dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking,

waardoor bovengenoemde personen telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiftes;

en

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten:

- een geldbedrag van in totaal ongeveer 7.189,- euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en betrouwbare investeerder die via

aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert, onder meer door zich herhaaldelijk te laten vergezellen door een advocaat bij besprekingen en zich te laten begeleiden door een privé-chauffeur/bodyguard en

- valse/ongedekte bankgaranties en valse/ongedekte/ongeautoriseerde cheques getoond en gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een kapitaalkrachtige man is, en

- zich tegenover voornoemde persoon voorgedaan en toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan die voornoemde persoon een investering zal verstrekken, nadat die voornoemde persoon eerst een (kleiner) geldbedrag aan hem, verdachte, overgemaakt dan wel verstrekt heeft, en

- het initiatief nemen tot en opstellen van en ondertekenen van een ‘Letter of Intent’, waarin verdachte de intentie of verplichting uitspreekt en het vertrouwen wekt dat hij in de toekomst zal investeren en een goed zal afnemen van voornoemde persoon en

- tegenover voornoemde personen/medewerkers herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan en dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en/of (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking,

waardoor bovengenoemde persoon telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiftes;

en

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland meermalen, althans eenmaal, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, (medewerkers van) [hotel 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten:

- het verblijf en het verstrekken van consumpties en diensten en goederen, ter waarde van 364.716,21 euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en betrouwbare investeerder die via

aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert, onder meer door zich herhaaldelijk te laten vergezellen door een advocaat en een notaris bij besprekingen en zich te laten begeleiden door privé-chauffeurs en

- vervalste/valselijk opgemaakte documenten getoond en gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een kapitaalkrachtige man is, en

- zich tegenover voornoemde medewerkers voorgedaan en toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan die voornoemde personen een investering zal verstrekken, nadat die medewerkers eerst een (kleiner) geldbedrag aan hem, verdachte, overgemaakt dan wel verstrekt hebben, en

- het aan voornoemde medewerkers verstrekken van obligaties (MBB-bonds) ter zekerheidsstelling en/of dekking van de voornoemde diensten, terwijl die obligaties door het handelen van verdachte (uiteindelijk) geen of slechts een zeer geringe waarde vertegenwoordigden en

- het initiatief nemen tot en opstellen van en ondertekenen van een ‘Raamwerk’, waarin verdachte de intentie of verplichting uitspreekt en het vertrouwen wekt dat hij in de toekomst zal investeren en goederen/diensten zal afnemen van voornoemde medewerkers en

- tegenover voornoemde medewerkers herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan en dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en dat hij dichtbij het bereiken van een grote financiële deal was en dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking,

waardoor bovengenoemde medewerkers werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

hij in de periode van 2 juni 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, (medewerkers van) [hotel 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het verlenen van diensten, te weten:

- het verblijf en het verstrekken van consumpties en/of een of meer andere dienst(en) en/of goed(eren), ter waarde van 18.368,- euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- een valse/ongedekte/ongeautoriseerde cheque getoond en valse/ongedekte/ongeautoriseerde credit cards getoond en gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een kapitaalkrachtige man is, en

- aan voornoemde personen/medewerkers een vals onderpand verstrekt ter zekerheidsstelling en/of dekking van de diensten die voornoemde medewerkers aan verdachte zouden verlenen, en

- tegenover voornoemde medewerkers herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan (in de Verenigde Staten) en dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en/of (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking,

waardoor bovengenoemde medewerkers telkens werden bewogen tot het verlenen van bovenomschreven diensten;

Feit 2.

hij in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 23 april 2015 in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

de ING bank te Amsterdam te bewegen tot afgifte van enig goed (geschrift inhoudende een positief advies omtrent een bankgarantie) en het verlenen van een dienst (positief adviseren omtrent een bankgarantie),

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich jegens bankmedewerkers van voornoemde bank voorgedaan als een succesvol zakenman en een bonafide kapitaalkrachtige persoon, door diverse malen in voornoemde bank te verschijnen in het bijzijn van bodyguard(s)/privé-chauffeur(s) en te arriveren in grote voertuigen, en

- een vals opgemaakte dan wel vervalste op [geboortedatum 1] 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van 40.000.000,- Amerikaanse dollar, op naam van Allianz, verstrekt en

- een concept SWIFT-bericht verstrekt waarin wordt verwezen naar voornoemde vals opgemaakte dan wel vervalste op [geboortedatum 1] 2014 gedateerde ‘financial guarantee’ en een letter of guarantee en waarin wordt gesteld/gesuggereerd dat TBT NL BV de begunstigde zou zijn van een bedrag van 40.000.000,- Amerikaanse dollar,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 3.

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland, meermalen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) valse of vervalste bankgarantie(s) en een op [geboortedatum 1] 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, en een concept SWIFT-bericht als waren die geschriften echt en onvervalst, dan wel deze geschriften heeft afgeleverd of voorhanden heeft gehad, te weten:

- een cheque ten bedrage van 50.000.000,- euro, op naam van/uitgegeven door de Bank of Ireland,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd geschrift is overgelegd/verstrekt aan (een medewerker van) [hotel 2] te Ermelo,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- specifieke handtekeningen ontbreken op het document, en

- een bankgarantie ten bedrage van 200.000.000,- euro, op naam van/uitgegeven door de ABN AMRO Bank N.V. (met als begunstigde [verdachte] Bright Trust)

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd geschrift is overgelegd/verstrekt aan [slachtoffer 1] ,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- de bankgarantie niet door de bevoegde autoriteit en/of instelling is afgegeven, en

- de uitgever van de bankgarantie niet bekend is met het bestaan van het betreffende document, en

- een onjuist lettertype en logo wordt gehanteerd, en

- in het document ongebruikelijke tekens worden gebruikt, en

- specifieke stempels op het document zijn vals/vervalst, en

- de persoon die het document heeft ondertekend niet voor de betreffende (bank)instelling werkzaam is, en

- een bankgarantie, althans de op [geboortedatum 1] 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van 40.000.000,- Amerikaanse dollar, op naam van/uitgegeven door of namens Allianz (Italy),

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd geschrift is overgelegd/verstrekt aan [slachtoffer 1] ,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- in het document gegevens ontbreken die op een onvervalste bankgarantie vermeld staan, en

- dat de sender van de bankgarantie een bedrijf betreft welke geen swift relatie heeft met de bankinstelling, en

- dat de verzender van het document geen bankinstelling betreft, en

- de omvang van de bankgarantie afwijkt, en

en

- een concept SWIFT-bericht met als begunstigde [verdachte] Bright Trust Netherlands BV,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd geschrift is overgelegd/verstrekt aan de ING Bank te Amsterdam en [slachtoffer 2] ( [hotel 1] ),

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- het (concept) SWIFT-bericht niet door de bevoegde autoriteit en/of instelling is afgegeven, en/of

- de omvang van de bankgarantie afwijkt, en

- een bankgarantie ten bedrage van 1 miljard euro, op naam van/uitgegeven door Royal Bank of Scotland (RBS),

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd geschrift is overgelegd/verstrekt aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 6] ,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- de bankgarantie niet door de bevoegde autoriteit en/of instelling is afgegeven, en

- de lay out stemt niet overeen met onvervalste bankgarantie, en

- de uitgever van de bankgarantie niet bekend is met het bestaan van het betreffende document, en

- het vermelde bedrag op de bankgarantie ongebruikelijk is, en

- er diverse spelfouten in het document staan,

terwijl hij, verdachte, wist dat deze geschriften bestemd waren voor zodanig gebruik;

Feit 4.

aan hem, verdachte, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten TBT Netherlands BV, welke rechtspersoon bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank Gelderland d.d. 2 juni 2015, in staat van faillissement is verklaard, te wijten is dat in de periode van 23 augustus 2013 tot en met 2 juni 2015, in Nederland, niet is voldaan aan:

- de volgens artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek omschreven verplichtingen, en

- de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens die artikelen administratie gevoerd is, en /of de boeken/bescheiden en andere gegevensdragers die ingevolge die artikelen zijn bewaard, niet in ongeschonden staat tevoorschijn heeft gebracht.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de hierna genoemde artikelen van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: oplichting, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 326 Sr ;

feit 2

het misdrijf: poging tot oplichting, strafbaar gesteld bij artikel 326 juncto artikel 45 Sr ;

feit 3

het misdrijf: opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, dan wel opzettelijk zodanig geschrift afleveren of voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 225 Sr ;

feit 4

het misdrijf: aan hem als bestuurder van een rechtspersoon, welke in staat van faillissement is verklaard, te wijten zijn dat aan de in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek omschreven verplichtingen niet is voldaan of dat de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens die artikelen administratie gevoerd is en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die in ingevolge die artikelen zijn bewaard, niet in ongeschonden staat te voorschijn zijn gebracht, strafbaar gesteld bij artikel 342 Sr (oud).

Deze wetsartikelen zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Nu de rechtbank de feiten als strafbaar kwalificeert, wordt het verweer strekkende tot ontslag van alle rechtsvervolging wegens niet strafbaarheid van het feit verworpen.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan oplichting van een groot aantal slachtoffers, waarbij in een aantal gevallen ook familieleden van de slachtoffers emotioneel en persoonlijk waren betrokken. De slachtoffers hebben grote geldbedragen afgegeven aan verdachte en door het handelen van verdachte zijn enkele slachtoffers zelfs aan de rand van faillissement beland. Verdachte heeft op een zeer slinkse wijze anderen gemanipuleerd, waarbij zelfs mensen met ervaring op het terrein waarbinnen verdachte opereerde zijn opgelicht. De werkwijze van verdachte, die hij zelfs nog ter terechtzitting heeft volgehouden, is een ander overstelpen met informatie, documenten en namen van mensen die vertrouwen zouden moeten wekken en daardoor zoveel mogelijk ruis veroorzaken. Daarmee heeft hij telkens en op grote schaal niet alleen grote geldbedragen, goederen en diensten weten los te krijgen, maar die anderen ook geruime tijd aan het lijntje gehouden. Het feit dat door gedupeerden wordt gezegd dat ze door het handelen van verdachte ten einde raad waren, lijkt hem in het geheel niet te deren. Het luxe leven dat hij hier leidde, door onder meer in een Amsterdams grachtenpand of in hotels te verblijven, zich in dure auto’s te laten verplaatsen, in restaurants te dineren, skyboxen bij meerdere betaald voetbalclubs te betrekken, lijkt daarmee het doel van de handelingen van verdachte te zijn geweest, ongeacht de gevolgen die door zijn handelen worden veroorzaakt bij ondernemers. Ook het feit dat die gevolgen niet alleen zien op het financiële aspect, maar ook dat slachtoffers zich belazerd voelen doordat het door die slachtoffers in verdachte gestelde vertrouwen is beschaamd, lijkt verdachte niets te doen.

Ook de proceshouding van verdachte getuigt op geen enkele wijze van enig inzicht in het kwalijke van zijn handelen. Verdachte heeft zelfs in zijn laatste woord nog vertrouwen in zijn oprechtheid proberen te wekken met het doen van een belofte tot terugbetaling door het aanbieden van – kennelijk – obligaties met waarde, terwijl die belofte op geen enkele wijze op concrete wijze wordt onderbouwd. In het licht van de bewezen feiten en de repeterende handelswijze van verdachte lijkt dit aanbod wederom niet meer te zijn dan een loze belofte.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan poging tot oplichting en valsheid in geschrift. In het handelsverkeer is vertrouwen een belangrijk uitgangspunt; misbruik daarvan levert economische en maatschappelijk schade op. De rechtbank neemt verdachte dit hoogst kwalijk.

Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan eenvoudige bankbreuk door het niet voeren van een deugdelijke administratie als bestuurder van een BV. Dit handelen van verdachte neemt de rechtbank verdachte eveneens zeer kwalijk. Niet alleen omdat de schuldeisers van de BV financiële schade (kunnen) leiden, maar ook omdat dergelijke vormen van faillissementsfraude het vertrouwen tussen ondernemers onderling, dat van essentieel belang is voor een goed functionerend handelsverkeer, aantasten. Bovendien heeft verdachte het werk van de curator bemoeilijkt door het niet ter beschikking stellen van een behoorlijke administratie.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is. De rechtbank heeft daarbij in het nadeel van verdachte meegewogen dat verdachte eerder (in België) is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

, wonende te [adres 1] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. Ter terechtzitting heeft [slachtoffer 1] haar vordering aangepast.

De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 33.946.329,00 (drieëndertig miljoen negenhonderdzesenveertig duizend driehonderdnegenentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- lening van € 130.500,- met 11% rente per maand (€ 7.543.581,-);

- MBB CE bonds met 6,25% rente 2013/2019 (€ 14.500.000,- en € 5.437.500,-);

- gederfde management fee voor werkzaamheden (€ 450.000,-);

- loan mrs. Zinman m.b.t. ATG (€ 110.000,-);

- schade opzeggen kantoorruimte (€ 35.000,-);

- schade door inhuur advocaat en recherchebureau (€ 2.570.248,-);

- schade door vertraging project ATG (€ 1.800.000,-);

- diverse schadeposten (€ 1.500.000,-).

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit (feit 1) rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost van een bedrag van € 130.500,- is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen voor een bedrag van € 130.500,-, inclusief de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij zal maken voor de executie van dit vonnis.

De gestelde schade voor wat betreft de overige bedragen is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.

9.3

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] / [hotel 1] B.V.

[slachtoffer 2] / [hotel 1] B.V., gevestigd te Arnhem, heeft zich op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.596.356,62 (één miljoen vijfhonderdzesennegentig duizend driehonderdzesenvijftig euro en tweeënzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- totale schade tot 1-12-2014 volgens aangifte en bekend bij verdachte (€ 964.758,29);

- twee jaar gederfde huurinkomsten (€ 390.000,00);

- twee jaar rente (€ 241.598,33).

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit (feit 1) rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn deels niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen voor een bedrag van € 489.511,21 (€ 124.795,- + € 364.716,21), inclusief de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij zal maken voor de executie van dit vonnis.

De gestelde schade voor wat betreft de overige schadeposten is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.4

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.

9.5

De vordering van de benadeelde partij F.B.A.M. van Oss

F.B.A.M. van Oss, curator van TBT Netherlands B.V., gevestigd te Harderwijk, (alsmede de

behandelaar van het faillissement mr. C.H. Strijkert) heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 14.758,79 (veertienduizend zevenhonderdachtenvijftig euro en negenenzeventig eurocent, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- materiële schade ad € 14.728,31;

- reiskosten ad € 30,48.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit (feit 4) rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 14.758,79, inclusief de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.6

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 4 is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 36f en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:feit 1

het misdrijf: oplichting, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: poging tot oplichting;

feit 3

het misdrijf: opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, dan wel opzettelijk zodanig geschrift afleveren of voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik, meermalen gepleegd;

feit 4

het misdrijf: aan hem als bestuurder van een rechtspersoon, welke in staat van faillissement is verklaard, te wijten zijn dat aan de in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek omschreven verplichtingen niet is voldaan of dat de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens die artikelen administratie gevoerd is en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die in ingevolge die artikelen zijn bewaard, niet in ongeschonden staat te voorschijn zijn gebracht;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde;

straf

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren;

bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding [slachtoffer 1]

veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 130.500,- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2015);

veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 130.500,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 365 dagen zal worden toegepast;

bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] , wonende te [adres 1] , voor het overige deel van haar vordering niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

schadevergoeding [slachtoffer 2] / [hotel 1] B.V.

veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] / [hotel 1] B.V. van een bedrag van € 489.511,21 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2015);

veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 489.511,21 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 365 dagen zal worden toegepast;

bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] / [hotel 1] B.V., gevestigd te Arnhem, voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

schadevergoeding F.B.A.M. van Oss, curator van TBT Netherlands B.V.

TBT Netherlands, gevestigd te Harderwijk, (alsmede de behandelaar van het faillissement mr. C.H. Strijkert) van een bedrag van € 14.758,79 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2015);

veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 14.758,79 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 108 dagen zal worden toegepast;

bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op € 600,00 (twee punten tegen het kanton-liquidatietarief van € 300,00).

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. J.H.W.R. Orriëns-Schipper en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2017.

Mr. Bordenga is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie Landelijke Eenheid, onderzoek 26Liesbos, proces-verbaalnummer AD RLS Lerec15001-0212. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feiten 1, 2 en 3

1. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 22 juli 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-152, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

[naam 2] bracht mij in contact met TBT (…) in 2010. Ik zocht financiering voor mijn werk. We hebben een aantal keren telefonisch contact gehad. In deze conference calls was ook steeds zijn advocaat aanwezig. Dat maakte een zekere indruk. (…) [verdachte] , kwam hier naar Nederland om de zaak en financiering te regelen. Dat maakte een betrouwbare indruk. Het ging om EUR 165.000.000 voor de bouw van een nieuwe werf in Kampen. (…) hij zou gaan zorgen voor financiering voor de bouw van mijn werf. (…) Hij wilde financieren door middel van een bankgarantie en het daar tegenover stellen van een credit line. (…) Hij wilde bij mij een jacht laten bouwen. Ik heb een jacht voor hem ontworpen. Dat heb ik gratis gedaan. Hij zou het jacht van 90 meter ook bij mij laten bestellen. Het budget voor dit jacht was EUR 150.000.000. Hiermee bedoel ik de verkoopwaarde. Daarvoor heeft hij mij zelfs een “letter of intent” gegeven. (…) Toen hij hier in 2011 in Nederland kwam kon hij geen bankrekening openen omdat hij Amerikaan is. Ik heb dat toegestaan om die rekening te gebruiken voor persoonlijk gebruik en levensonderhoud. (…)

V: Heeft [verdachte] nog schulden bij u?

A: Ja. Ik heb in het begin een tijdje zijn hotel betaald en voorzien in zijn levensonderhoud. Hij zat in een hotel in Ermelo. Volgens mij [hotel 2] van Ermelo of zoiets.

V: Hoeveel heeft u in totaal voor hem betaald?

A: Ik denk rond de EUR 50.000 al met al. (…) Iedere keer als ik in het hotel kwam dan moest ik zijn rekeningen betalen. Dat deed ik vanwege de financiering. (…) Iedere keer had hij cash geld nodig. Dat vond ik iedere keer vervelender worden. Hij beloofde altijd dat hij zou betalen. Hij gaf mij ook wel wat terug, maar dat is maar een paar duizend euro geweest. Hij gaf altijd aan dat hij mij zou financieren, dat het geen probleem zou zijn. (…)

V: Op 30 mei 2011 heeft u middels een money transfer € 2.000 verzonden naar [verdachte] in de VS. Wat kunt u hierover verklaren?

A: Dat was volgens mij voor zijn ticket voor zijn bezoek van [verdachte] aan Nederland. (…)

V: Als er besprekingen werden gevoerd bij banken, wie voerde die besprekingen?

A: [verdachte] ging naar binnen met zijn advocaat. (…) De chauffeur ging ook mee naar binnen. Dat was zijn rechter hand. (…)

A: [naam 3] (…) vertelde hetzelfde verhaal als [verdachte] , over de bankgaranties. Hij gaf aan dat hij de “legal” man was. Dit gaf mij een vertrouwd gevoel. (…)

V: En die business meetings, waren daar anderen bij?

A: Ik was meestal alleen met [verdachte] en [naam 3] . Af en toe was [naam 4] er bij. [naam 4] werd aan mij voorgesteld als zijn chauffeur. (…) De laatste tijd liep er ook een bewaker bij, iemand die fungeert als bodyguard. (…)

V: Het hotel heeft aangegeven dat er max. EUR 5.189,96 is betaald. Meer niet.

A: Ik kan mij herinneren dat ik meer betaald heb, ook contant. (…)

V: Aan medewerkers van het hotel was ook een cheque overhandigd van de Bank of Ireland. Wat kunt u hierover verklaren?

A: Ja, die had [verdachte] een keer. Tijdens het bezoek in Zwitserland had [verdachte] meerdere cheques bij zich, volgens mij drie of vier. Die waren bedoeld om zaken mee te doen in Zwitserland. Ik kan mij ook herinneren dat hij aan de balie van het hotel in Ermelo een cheque afgaf. (…) Ik kan mij herinneren dat het ging om een cheque van 50.000.000. (…) Ik kan mij wel herinneren dat het om de Bank of Ireland ging.

2. het proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel d.d. 10 mei 2016, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4] , zakelijk weergegeven:

Ik zocht financiering voor mijn werf. Ik wist van dhr. [naam 2] dat dhr. [verdachte] dit zou kunnen regelen. (…)

Ik vroeg dhr. [verdachte] wanneer hij dan zou starten met de financiering, wanneer hij met geld zou komen. Hij zei mij dan dat hij bezig was en dat het geld er aan kwam. Ik vroeg hem daar vaak naar en ik kreeg steeds dat antwoord. Het klopt dat ik in 2011 met o.a. dhr. [verdachte] naar Zwitserland ben gegaan. Het klopt dat wij o.a. bij de bank Julius Bir zijn geweest. Dat is een bekende private bank in Zwitserland. Dhr. [verdachte] had een aantal bankgaranties bij zich en op basis daarvan gingen wij bij een aantal banken langs om zo op basis van die bankgaranties een credit line te krijgen. Dat ging in elk geval om een van € 50 miljoen van Barclays bank. Eén van die credit lines zou dan bestemd zijn voor de bouw van de werf. (…) Ik heb drie of vier bankgaranties gezien die dhr. [verdachte] bij zich had in een enveloppe. (…) Het klopt dat ik later dat jaar met dhr. [verdachte] naar de Canarische Eilanden ben gevlogen. Wij ontmoetten daar dhr. [naam 5] . Hij was een soort tussenpersoon richting banken. Dhr. [verdachte] had toen een bankgarantie meegenomen, volgens mij was dat die van Barclays. En die was bedoeld voor de bouw van de werf. Daarom was ik ook mee. De bedoeling was weer om met die bankgarantie een credit line op te zetten. (…) In Nederland bleek dat er iets mis was met de bankgarantie. Ik vroeg dhr. [verdachte] daarnaar. (…) Als ik dhr. [verdachte] al eens naar details daarover vroeg, dan werd hij altijd een beetje knorrig. Hij vertelde eigenlijk nooit details over die bankgaranties. (…)

U vraagt of ik dhr. [verdachte] in de tijd dat ik hem zag heb gezien als een fatsoenlijke zakenman. Ik had nooit reden om het te verdenken of te wantrouwen. (…) Maar toen die bankgarantie niet gedekt bleek te zijn, had ik wel vragen aan hem. (…) Maar dhr. [verdachte] hield vol dat hij voor mijn financiering zou zorgen. (…)

U vraagt mij naar de cheque die in het hotel in Ermelo is achtergelaten. Het hotel had mij gevraagd of ik of dhr. [verdachte] nog eer terug zou komen, met andere woorden: komen jullie nog wel de rekening betalen. Er was daarover een gesprek tussen de hotelmanagers. een man en een vrouw en dhr. [verdachte] . Dhr. [verdachte] liet toen een paar bankgaranties zien aan de hotelmanagers en het was duidelijk dat hij die liet zien om aan te tonen dat hij kredietwaardig was. Hij liet ook één van de bankgaranties achter. Hij koos die achtergelaten bankgarantie zelf uit. Hij wilde daarmee laten zien dat hij echt weer terug zou komen bij het hotel. De exacte bewoordingen weet ik niet meer, maar dhr. [verdachte] liet één van die bankgaranties daar bij het hotel achter en zei tegen het hotelmanagement dat hij dat deed om aan te tonen dat hij echt wel terug zou komen en zijn rekening zou betalen. Toen wij daarna bij het hotel wegliepen, na achterlating van die bankgarantie, lachte dhr. [verdachte] daar wat over. Hij zei toen tegen de heren [naam 3] en [naam 4] dat die bankgarantie toch niets waard was. (…)

3. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 21 juli 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-151, inhoudende de verklaring van [naam 4] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

V: Aan medewerkers van het hotel was een cheque overhandigd van de Bank of Ireland, met

daarop een bedrag van € 50.000.000, op naam van [bedrijf 2] B.V. Wat kan u hierover verklaren?

A: [verdachte] heeft meerder cheques ontvangen in Amsterdam en één daarvan als waarborg aan het hotel gegeven. Dat heeft hij mij verteld.

V: Wie zijn de mensen die de cheques in Amsterdam aan [verdachte] hebben overhandigd?

A: Dat weet ik niet, die mensen ken ik niet. Ik was er wel bij, maar zat er niet naast. Ik heb later ook pas begrepen dat [verdachte] daar in Amsterdam die cheques heeft gekregen.

V: Maar het is uw BV? (…)

V: Op die cheques van Bank of Ireland staat uw naam op, [bedrijf 2] BV.

A: O ja, die heeft hij dus op mijn naam laten zetten, ik moet even graven in mijn geheugen.

V: Wat kunt u hierover vertellen?

A: Ik heb hem niet gemaakt niet geissued, niet uitgegeven.

V: Is deze cheque echt of vervalst volgens u?

A: Hij kan niet echt zijn want ik heb hem niet laten issuen. Ik heb nooit een zaak gedaan van

50.000.000 euro ofzo.(…) Er moeten altijd 2 handtekeningen op staan. Ik heb niks met die cheque van doen. (…)

4. het proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel d.d. 10 mei 2016, inhoudende de verklaring van [naam 4] , zakelijk weergegeven:

U vraagt of dhr. [verdachte] mij een bankgarantie van € 200 miljoen van ABN AMRO bank heeft laten zien. Ja. Dat was een valse bankgarantie. Ik kende die bankgarantie al. Die slingerde over het internet. Dat heb ik hem gezegd. Dhr. [verdachte] heeft mij bedankt voor die informatie. Hij zei mij dat hij er niets mee zou doen. (…) Ik meen dat dat in 2011 plaatsvond. (…)

Buiten dat hotel in Ermelo sprak ik dhr. [verdachte] . Hij zei dat hij een cheque had achtergelaten als onderpand. En toen zei ik tegen hem dat ik dan wel wist welke cheque hij had achtergelaten. Toen lachte hij. Ik dacht natuurlijk aan die cheque waar één handtekening op miste.

5. een geschrift, te weten een “Letter of Intent” d.d. 4 juni 2011, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

4 june 2011

To: [slachtoffer 4]

From: [verdachte]

Letter of Intent

I, [verdachte] , herewith confirm my intention tot enter into a contract with [bedrijf 1] for de construction of a Motor Yacht with a length of abt. 90 mtr, according the standards of the current superyacht market with a budget price of € 150 Million.

Yacht te be build on a new [bedrijf 1] facility in Kampen, The Netherlands. Terms and condition to be agreed in detailed specifications and contract.

6. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 8 augustus 2011 gesloten proces-verbaal van aangifte, nummer PL0612 2011103825-1, inhoudende de verklaring van [naam 6] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Op woensdag 27 juli 2011 te 09:26 uur werd op de [adres 2] (…) Ermelo het in de aanhef vermelde feit gepleegd. Ik doe aangifte van oplichting. (…) Ik ben werkzaam als general manager bij hotel “ [hotel 2] ” te Ermelo. (…)

Vanaf 2 juni 2011 verbleven er bij ons in het hotel twee manspersonen die zich uitgaven als [verdachte] en [naam 3] . (…) Een rekening van 5.189,96 euro (..) is niet betaald door [verdachte] maar door ene [slachtoffer 4] van [bedrijf 1] Holding te Urk. (…) [verdachte] en [naam 3] werden vaak opgehaald door [slachtoffer 4] . Zij hadden dan ergens een business meeting. (…) Het kenteken [kenteken] is van een donkerblauwe Lexus. Ook waren zij vaak in het gezelschap van [naam 4] van [bedrijf 2] B.v. Hij zou een van de zakenpartners van [verdachte] en [naam 3] zijn. (…)

Op dit moment, maandag 8 augustus 2011, hebben [verdachte] en [verdachte] nog een rekening openstaan van 17.534,92 euro. Wij hebben van drie verschillende credit cards in totaal 2400,00 euro afgeschreven. Van iedere credit card 800,00 euro. (…) Echter wordt deze rekening nu betwist door de Pay square en zullen wij, waarschijnlijk, deze 2400 euro terug moeten betalen. Het totaalbedrag komt dan op 19.934,92 euro. (…) Afgelopen vrijdag, 5 augustus 2011, ben ik nog gebeld door [naam 4] . (…) Ik hoorde [naam 4] zeggen dat hij druk doende was met het regelen van geld. (…) Ook [verdachte] gaf mij aan de telefoon erg over de zaak in te zitten en er druk mee bezig te zijn. Er zou geld vrijkomen in America. (…) Tijdens het verblijf van [verdachte] en [naam 3] (…) is door [verdachte] , [naam 3] en [slachtoffer 4] meerdere malen gezegd dat wij ons nergens druk om hoefde te maken omdat alles goed zou komen. Ze hebben een collega van mij een proces-verbaal van verhoor uit Antwerpen overhandigd waarop stond vermeld dat zij waren opgelicht. Vanaf hun rekening zou meerdere malen geld overgemaakt zijn naar andere rekeningen. Hun rekening zou, als gevolg hiervan, geblokkeerd zijn. (…) Door mijn collega, [naam 7] , zijn diverse bijlages afgegeven aan de politie. Deze mag u gebruiken bij het politieonderzoek. Hierbij zit onder andere een kopie van een cheque. Deze cheque is aan ons overhandigd. Deze cheque was kennelijk bedoeld om aan te geven dat hij kredietwaardig was.

7. een geschrift, inhoudende “verblijf buitenlandse gasten waar grote twijfel bij is t.a.v. betalingsverplichtingen, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

[verdachte] - [verdachte] Bright Trust New York (…)

[naam 3]

Beide heren verblijven hier vanaf 2 juni 2011.

(…)

10 juni: Fraude op een van de ‘funds’ waardoor er geen geld direct beschikbaar was. Hiervan konden ze een politieverslag laten zien. (…)

1. juli: Ze hebben een cheque van € 15.000 bij zich (26/7: BK geeft aan dat het om een cheque van € 50.000.000 gaat). Inwisselen van de cheque doen ze maandag (dat lukt nu niet meer). [naam 6] heeft de kamersleutels toch weer afgegeven en ingestemd dat betaling later kan (immers cheque als onderpand). (…)

19 juli: advies naar BK is om aangifte te doen bij de politie omdat de cheque die als onderpand is gegeven naar alle waarschijnlijkheid een valse is. (…)

19 juli: nav een mail van [naam 7] met het verzoek waar de betaling blijft (om 12.35 uur) stuurt [verdachte] een mail om 14:08 dat hij de bankzaken aan het afhandelen is en dat hij e.e.a. deze week kan regelen. (…)

25 juli: [naam 7] en [naam 8] hebben wederom een gesprek met [verdachte] en [naam 4] om e.e.a. uit te leggen en aan te geven dat de grens bereikt is. Wederom geven ze aan dat het allemaal wat moeilijk ligt en dat betalingen worden gedaan maar dat het vanuit Amerika moet komen en dat we te maken hebben met tijdsverschil.

8. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 27 augustus 2015 gesloten proces-verbaal van bevindingen nummer LEREC15001-0237, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Op maandag 17 augustus 2015 heb ik, verbalisant, telefonisch contact gezocht met de heer [naam 8] , de General Manager van [hotel 2] . (…)

Het openstaande bedrag uit het verblijf van [verdachte] bedraagt: 18.368,48 euro. (…)

9. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 30 juni 2015 gesloten proces-verbaal van verhoor, nummer LEREC15001-0098, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

[verdachte] was bezig met ingewikkelde zakelijke transacties. Hij zocht verblijf. (…) Ik heb hem een kamer en een vergaderzaal aangeboden. (…)

O: U heeft in het telefoongesprek met onze collega aangegeven dat er nog een aantal facturen van [verdachte] open staan naar aanleiding van zijn verblijf in uw hotel.

V: Welk bedrag staat hiervan nu nog open?

A: € 359.000,- aan reeds gemaakte kosten. Deze kosten bestaan uit hotelrekeningen, kosten van transport, zoals bijvoorbeeld taxivervoer. Er zitten ook kosten bij voor de stomerij en al dat soort kosten. [verdachte] heeft alles bij elkaar ongeveer twee jaar in mijn hotel verbleven. Vanaf augustus/september 2012 tot na de zomer van 2014. (…) Ik heb [verdachte] ook € 110.000,- contant geleend. Ik heb hem dit in delen geleend in 2013 en 2014, steeds bedragen van een paar duizend euro. (…) Ik heb aan het begin, dus in de zomer van 2012, € 5.000,- betaald gekregen van [verdachte] . (…) Die € 5.000,- heb ik nog niet in mindering gebracht op de door [verdachte] gemaakte kosten ad € 359.000,- of de contante geldleningen ad € 110.000,-. ik heb in voornoemde bedragen ook geen rente, etc. berekend. (…) [verdachte] zou, nadat hij zich goed en wel in Nederland/Europa had gevestigd, investeren in de (afbouw van) de vijfde verdieping. Ik was voornemens om hier zes hotelkamers van te maken, maar [verdachte] wilde hier een woonappartement van laten maken, zich daar vestigen en

gebruik blijven maken van de faciliteiten van het hotel. [verdachte] zou hiertoe € 1.500.000,-

overmaken op mijn bankrekening. (…)

V: Welke argumenten heeft [verdachte] gegeven over het nog betalen van zijn schuld aan u?

A: Dat hij heel dicht bij een hele grote deal was. Dat was een andere deal dan de MBB-deal, Dat had te maken met een Chinese Bank en bankguarantees waardoor hij liquiditeit zou krijgen. Ik heb hier met mensen over gesproken die hem kenden. De oud politieman [naam 9] , zijn notaris [naam 10] uit Gennep en de advocaat van [verdachte] uit Amsterdam; [naam 11] . (…) Ik geloof tot op de dag van vandaag dat [verdachte] zijn deals gaat afmaken en mij gaat terugbetalen. (…)

V: Wij tonen u bijlage 1, een eenzijdig getekend raamwerk (hierna te noemen: Raamwerk). Kent u dit document?

A: Ja, dat is het raamwerk waarin u ziet dat we hebben vastgelegd dat [verdachte] een aantal kamers heeft gehuurd en dat we voornemens waren dat [verdachte] zou investeren zoals ik hiervoor heb gegeven. Ik herken de parafen en de handtekening als zijnde van [verdachte] . Ik was er niet bij toen [verdachte] het raamwerk heeft ondertekend, hij heeft mij de ondertekende versie een keer gegeven om aan te geven dat hij serieuze intenties had. (…)

V: In het raamwerk staat vermeld dat u als partij aandelen met een jaarrendement van 6,25% in onderpand krijgt voor een bedrag van € 500.000,-. Heeft u van [verdachte] aandelen of

obligaties in onderpand gekregen?

A: Ja, ik heb sinds juni 2014 voor € 5.000.000,- 6,25% MMB-bonds op een speciaal daarvoor in Eindhoven geopende aandelenrekening bij de Deutsche Bank staan. De 6,25% wordt jaarlijks in mei betaald. [verdachte] heeft mij aangegeven dat ik ook nog de rente van mei 2014 zou ontvangen. Ik heb nog nooit rente ontvangen. [verdachte] heeft mij aangegeven dat de rente nooit is betaald omdat hij er een Zwitsers verzekeringsproduct aan wilde koppelen dat bekend was bij Amerikaanse banken, zijnde zakenpartners van [verdachte] . MBB zou hier in beginsel mee akkoord zijn gegaan, maar op het laatste moment voor een andere verzekeraar hebben gekozen. De Amerikaanse zakenpartners hebben zich volgens [verdachte] toen teruggetrokken. (…)

V: Waarom heeft [verdachte] deze waardepapieren aan u verstrekt?

A: [verdachte] heeft mij hiermee willen aangeven dat zijn intenties serieus waren. Hij wilde de € 5.000.000,- 6,25% MMB-bonds ook weer terug, nadat hij zijn schulden bij mij had ingelost. (…)

10. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 10 juli 2015 gesloten proces-verbaal van aangifte nummer LEREC15001-0127, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Op vrijdag 10 juli 2015 te 10:15 uur, verscheen voor ons, in het complex [hotel 1] B.V., [adres 3] in Arnhem, een persoon die ons opgaf te zijn:

[slachtoffer 2] (…)

Hij deed aangifte namens zichzelf ( [slachtoffer 2] ) en namens de benadeelde: [hotel 1] B.V., [bedrijf 3] B.V. en [bedrijf 4] B.V.. Ik doe aangifte ter zake van oplichting gericht tegen [verdachte] (hierna: [verdachte] ) (…)

[verdachte] heeft alles bij elkaar bijna twee jaar in mijn hotel verbleven, vanaf augustus/september 2012 tot mei 2014. (…) De totale kosten van het verblijf van [verdachte] in mijn hotel bedragen EUR 359.000. (…) Om mij te overtuigen dat hij zou betalen heeft [verdachte] mij verteld dat hij heel dicht bij een hele grote deal was. Dat was een andere deal dan de MBB-deal. Het had te maken met een Chinese Bank en bankguarantees waardoor hij liquiditeit zou krijgen. Ik heb hier met mensen over gesproken die hem kenden. De oud-politieman [naam 9] , zijn notaris [naam 10] uit Gennep en [naam 11] , de advocaat van [verdachte] uit Amsterdam. (…) Het is gebruikelijk dat klanten vooruitbetalen maar voor dit specifieke geval heb ik een uitzondering gemaakt. Ik heb hier twee jaar geleden een nieuw gebouw laten neerzetten en [verdachte] zou, nadat hij zich goed en wel in Nederland/Europa had gevestigd, investeren in de (afbouw) van de vijfde verdieping. (…) [verdachte] heeft op 2 mei 2014 voor EUR 5.000.000, 6,25% aan MBB-obligaties verstrekt. Deze obligaties zijn in onderpand gegeven in verband met de geplande verbouwing van het hotel. De rente coupon, die 300.000 euro, kon gebruikt worden om de openstaande rekeningen in te lossen. De intenties zijn vastgelegd in een raamovereenkomst die eenzijdig door [verdachte] is ondertekend. Ik geloof dat de raamovereenkomst eind 2012, begin 2013 is ondertekend. De obligaties hebben een rente van 6,25%, die jaarlijks in mei wordt betaald. [verdachte] heeft aan mij aangegeven dat ik de rente van mei 2014 ook nog zou ontvangen. Ik heb nog nooit rente

ontvangen. (…)

V: Wat is uw totale schade veroorzaakt door [verdachte] ?

A: Het totaalbedrag is 964.758,29 euro per 1-12-2014. (…)

V: Hoeveel heeft u [verdachte] geleend bovenop de 110.000 euro die we hebben besproken? (…)

A: Dat is 6000 euro bij elkaar in verschillende betalingen. De laatste keer was 1-5-2015. (…)

O: U laat ons mailcorrespondentie zien waaronder door [verdachte] verzonden emails met bankgaranties. V: Met welk doel heeft [verdachte] u de bankgaranties gestuurd?

A: Naar mijn mening om mij gerust te stellen en te laten zien waar hij mee bezig is en dat het goed komt. Hij liet de naam Morgan Stanley vaak vallen. Ook met ING is hij lang bezig geweest om een credit line te openen, maar dat is niet gelukt. Hij zei tegen mij dat hij een document had van waarde waartegen hij bij ING een credit line kon openen.

(…)

Bijlage 15

(…)

RECEIVER:. INGBNL2A

ING NEDERLAND

(…)

ACCOUNT NAME: TBT NETHERLANDS BV, [adres 4]

ALMERE, NETHERLANDS

(…)

LETTER OF GUARANTEE NUMBER. 46/206-8/566/B

AMOUNT: 40,000,000.00

ISSUING DATE: 140603

EXPIRY DATE: 150603

11. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 31 augustus 2015gesloten proces-verbaal, nummer LEREC15001-209, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

5 december 2014 [verdachte] stuurt een mail aan [slachtoffer 2] met notaris [naam 10] in de cc. Als bijlage is een SWIFT MT760 bericht bijgevoegd waarbij de betrokken partijen, vanwege de privacy, onleesbaar zijn gemaakt. Uit de bijlage valt op te maken:

• dat de tekst betrekking heeft op een bankgarantie van USD

40.000.000 met code: 46/206-8/566/B;

• dat TBT Netherlands B.V. de begunstigde is van de bankgarantie.

Opm. verbalisant: Betrokken partijen in de transactie zijn onleesbaar gemaakt Echter op basis van de transactiecode en het bedrag valt af te leiden dat hier gaat om de bankgarantie van Ricom / Allianz / Aurora / Swiss Garantie van USD $ 40.000.000 die door [verdachte] bij ING is aangeboden.

24 februari 2015 [verdachte] mailt een nieuwe bankgarantie (SWIFT tekst) aan [slachtoffer 2] en schrijft dat hij 300.000 euro zal betalen zodra de bankgarantie wordt geadviseerd door zijn nieuwe bank. [verdachte] sluit af met de opmerking dat hij [naam 10] (opm. verbalisant: vermoedelijk [naam 10] , notaris) vraagt om een bevestiging te sturen dat de bankgarantie naar de bankrekening van [verdachte] is gestuurd.

De bijlage is wederom een MT760 SWIFT bericht dat gedeeltelijk onleesbaar is gemaakt. Uit het document valt te herleiden dat het wederom gaat om de USD 40.000.000 bankgarantie die ook op 5 december 2014 is gestuurd.

12. het proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel d.d. 14 april 2016, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] , zakelijk weergegeven:

Ik heb inderdaad contant geld geleend aan dhr. [verdachte] . Dat was uit privé. Ook heb ik rekeningen voor hem in privé betaald. (…) Hij vroeg mij om cash geld en ik was zo dom om hem dat te geven. Ik vertrouwde hem en daarom gaf ik hem dat. Hij was gretig op cash. Hij zei dat hij dat nodig had om zijn zaken rond te maken. De afspraak met hem was dat hij dat terug zou betalen. (…) Ik gaf hem een overzicht van hoe ver de leningen inmiddels waren opgelopen en daarin meldde ik hem ook dat hij nu moest gaan terugbetalen omdat ik zelf in de problemen kwam. Hij kwam dan met verhalen dat hij met allerlei deals bezig was, dat hij even wat pech of tegens1ag had. maar steeds zij hij dat er vroeg of laat een deal zou worden gesloten door hem waarna hij mij al het hem geleende geld terug zou betalen. En ik ben goedgelovig geweest en op enig moment kom je dan op het punt dat als ik hem het hotel uit zou zetten, ik niets meet van het aan hem geleende geld terug zou zien dus ging ik maar door. Mijn enige belang was om nog iets van mijn geld terug te zien. U vraagt naar de E 6.000,- waar op blz. 1048 over wordt gesproken. Dat was ook cash. Dhr. [verdachte] gedroeg zich als een koning in mijn hotel: hij bestelde roomservice, organiseerde met Kerst diners, hij sprak mijn keukenpersoneel persoonlijk aan, nam boxen met eten mee om elders met kennissen te gaan eten, bestelde heel veel champagne en sterke drank, vroeg mijn personeel om geld te leen, enz. (…) Dhr. [verdachte] heeft inderdaad zo’n twee jaar in mijn hotel verbleven. (…) Toen dhr. [verdachte] in mijn leven kwam, kwam hij met het idee om op de 5e verdieping van de in aanbouw zijnde nieuwbouw te gaan wonen in een te realiseren penthouse. Ik heb dat steeds voor hem vrij gehouden en daarom heb ik op die verdieping in mijn hotel 6 kamers braak laten liggen. Nadat dhr. [verdachte] mijn hotel al had verlaten, heb ik hem inderdaad nog vele malen geld geleend. U vraagt waarom ik dat deed. Om dezelfde reden. Ik wilde hem steunen in zijn pogingen om een deal rond te maken. Chauffeurs van hem kwamen dat geld dan ophalen en ik heb hem ook nog een keer getroffen in een Van der Valk Hotel. U vraagt of ik toen dacht dat ik dat geld nog terug zou krijgen. Ik denk dat ik tegen beter weten in heb gehandeld. Maar ik had dat geld zo hard nodig dat ik hem heel lang het voordeel van de twijfel heb gegeven. (…) U vraagt mij of ik nog weet hoe de MBB Bonds ter sprake kwamen. Ik zei dhr. [verdachte] dat ik mijn schulden niet kon betalen omdat dhr. [verdachte] niet over de brug kwam met het terugbetalen van het door mij aan hem geleende geld. Ik eiste dat hij met iets zou komen richting mij. En toen kwam hij met die Bonds. Dat was allemaal heel ingewikkeld en ik heb daar mijn bank, de Deutsche Bank, voor ingeschakeld en op enig moment stonden die Bonds op de bankrekening van [bedrijf 3] . (…) Ik kreeg Bonds van hem voor een bedrag van € 5 miljoen. Die stonden toen op mijn bankrekening nummer bij de Deutsche Bank. (…) Ik had mijn bank opdracht gegeven de Bonds te verkopen, maar zij zeiden mij dat er geen vraag naar die Bonds was en dat er niet in gehandeld werd. Toen schoot de stress bij mij nog eens extra toe. Ik heb ook tegen dhr. [verdachte] gezegd dat ik ze zou gaan verkopen. (…) Hij schoot toen helemaal in de stress en zei dat mij dat niet zou lukken. Hij zei dat ik ze helemaal niet zou kunnen verkopen. En dat bleek ook.

13. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 28 augustus 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-0239, betreffende hotelkosten verblijf [verdachte] in [hotel 1] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

De aangeleverde mappen bevatten diverse uitdraaien uit het boekhoudsysteem van het hotel. De totale hotelkosten zijn onder te verdelen in drie perioden (op basis van de factuurdatum):

• Hotelkosten van november 2012 (factuurdatum) toten met 27 mei 2014 (factuurdatum);

• Hotelkosten van 1 juni 2014 tot en met en met 15 september 2014;

• Verblijf van 22 september 2014 tot en met 1 februari 2015

Periode november 2012-mei 2014

De totale kosten van deze periode bedragen 359.784,81 euro. (…)

Periode 1 Juni 2014-15 september 2014

De totale kosten van deze periode bedragen 14.297,51 euro. (…)

Periode 22 september 2014-1 februari 2015

De totale kosten van deze periode bedragen 6.133,89 euro. (…)

2.2

Geleende bedragen

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij geld in privé heeft geleend aan [verdachte] . Op basis van de aangeleverde documentatie is onderstaande tabel opgesteld;

Bedrag Onderbouwing

Contant geleend 2012/2013 41.280,00 Kasbonnen

Contant gelend 2014 77.215,73 Kasbonnen en facturen

Contant gelend 2015 6.300,00 Kasbonnen

Totaal 124.795,73

[slachtoffer 2] heeft in totaal een bedrag van 124.795,73 euro contant geleend aan [verdachte] . (…)

2.3

Betaalde bedragen

Uit de aangeleverde stukken van [slachtoffer 2] is één betaling (bijlage 7)aangetroffen, afkomstig van de [verdachte] Bright Trust in Boston Massachusetts. De betaling is van 24 januari 2013 en bedraagt 5.500 euro. Dit bedrag is volgens [slachtoffer 2] nog niet in mindering gebracht op het door hem genoemde openstaande bedrag.

Verder wordt opgemerkt dat uit de factuur van 5 november 2012 blijkt dat op 13 juli 2012 een bedrag van 5.000 is gestort per bank. De betaling is door het hotel in mindering gebracht op de totale factuur en daarmee dus geregistreerd als betaling.

Uit de analyse van de bankrekening van TBT Netherlands B.V. aangehouden bij de ING bank (rekeningnummer: [rekeningnummer 1] ) blijkt dat op 21 februari 2014 een bedrag van 10.000 euro is overgemaakt naar [hotel 1] B.V. Deze betaling (bijlage 8) is in mindering gebracht op de openstaande kosten. (…)

Hotelverblijf tot en met mei 2014 359.784,81

Hotelverblijf na april 2014

01/06/2014 t/m 01/09/2014 14.297,51

22/09/2014 t/m 01/02/2015 6.133,89

Totaal hotelverblijf 380.216,21

(…)

Waarvan betaald 15.500,00

14. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 19 maart 2015 gesloten proces-verbaal van verhoor aangever, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

"Ik doe aangifte van oplichting door [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1963 in de Verenigde Staten van Amerika. Doordat [verdachte] gebruik maakte van listige kunstgrepen / samenweefsel van verdichtsels, werd ik bewogen tot afgifte van geld en diensten. (…)Ik heb [verdachte] op 13 augustus 2013 ontmoet bij mij op kantoor. Dit is op initiatief geweest van de heer [naam 11] , eigenaar [bedrijf 5] te Amsterdam. Ik beschouwde [naam 11] als een goede zakenrelatie. (…)

Ik ben aan [verdachte] voorgesteld omdat hij mogelijk geïnteresseerd is om te investeren in meerdere projecten waaronder het bedrijf [bedrijf 6] B.V.. Hij was zeer geïnteresseerd in mijn financiële achtergrond omdat hij een bank wilde opzetten / overnemen. (…)

[verdachte] was zeer geïnteresseerd om projecten aangedragen te krijgen. Hij zou groot zijn geworden in vastgoed, olie, goud, zilver, beleggingen etc. [verdachte] nodigde mij op 13 augustus 2013 om een voetbalwedstrijd van Ajax in zijn businesslodge te bekijken op 18 augustus 2013. Hier had hij ongeveer 30 man uitgenodigd.

Wij hebben toen gesproken om te investeren in een musical die door mijn broer is geschreven en gedraaid zou worden op broadway in New York. Mijn broer heet [naam 12] . Ik was al een tijdje bezig voor mijn broer om de financiering rond te krijgen. Ik had meerdere bedrijven geïnteresseerd om te investeren. Tijdens de wedstrijd gaf [verdachte] aan dat hij ook geïnteresseerd was om te investeren. (…) [verdachte] is altijd onder begeleiding van 2 bodyguards en privéchauffeurs. (…) Nadat [verdachte] van mij diverse onderliggende stukken voor de musical heeft gekregen (zoals de investment prospectus) heeft hij op 26 augustus 2013 een memorandum of understanding ondertekend ter waarde van USD 14,5 miljoen. Ik had ook nog een andere investeerder genaamd [naam 13] De heer [naam 13] was bereid om 3,5 miljoen euro te investeren. De enige eis van de heer [naam 13] was dat hij [verdachte] kon ontmoeten. Dit wilde [verdachte] niet omdat hij onder de radar wilde blijven werken. Hierop trok de heer [naam 13] zich terug. Daarop heeft [verdachte] aangegeven dat hij dan het restant ook wilde betalen. Hij tekende ongeveer 3 weken later een memorandum of understanding voor USD 17.650.000 miljoen.

Het definitieve contract is getekend op of rond 22 januari 2014. Hier stonden 3 betalingsdata in. Dat was 10% voor, ik denk, 15 februari 2014, 45 % voor half februari 2014 en de rest voor 1 maart 2014. Hij heeft niet betaald en kwam met diverse excuses. (…)

Op 5 september 2014 heeft [verdachte] mij gevraagd om geld te lenen. Ik heb hem gevraagd waarom hij geld moet lenen terwijl hij altijd aangaf dat in zijn TBT Trust organisatie een vermogen USD 10.000.000.000 beheerde en dat hij voor MBB Clean Energy een full bond power op de obligaties gekregen ter waarde van EUR 500.000.000.

Door deze full bond power kan [verdachte] voor in totaal EUR 500.000.000 aan obligaties verkopen waar jaarlijks 6,25% rente door MBB Clean Energy betaald zal worden. [verdachte] heeft deze obligaties ter waarde van EUR 500.000.000 op de rekening van TBT Germany AG gestort gekregen. Uit mijn eigen ervaring kan ik melden dat dit zeer ongebruikelijk is. [verdachte] heeft echter voor EUR 100.000.000 aan obligaties gebruikt als garantie voor zijn eigen investeringen en gemaakte kosten. Toen MBB Clean Energy op 6 mei 2014 erachter kwam dat de obligaties niet verkocht zijn, hebben zij alle obligaties geblokkeerd. Hierdoor krijgen de personen die obligaties als garantie hebben ontvangen geen rente uitgekeerd en kunnen deze ook niet verhandelen. Op mijn vraag waarom [verdachte] geld moest lenen

gaf hij aan dat zat zijn geld momenteel vast stond en dat als hij nu geld heeft kon hij zijn geld sneller los krijgen. Ik heb dit met [naam 11] besproken die mij geruststelde dat het verhaal van [verdachte] klopt, dat ik 11% rente zou krijgen en dat [verdachte] binnen 30 dagen het geld zou terugbetalen, ik heb hierop EUR 100.000 overgemaakt. [verdachte] wilde EUR 25.000 overgemaakt hebben op zijn rekening van Stichting Derdengelden Jazeel. De overige EUR 75.000 moest op de rekening van zijn partner bij TBT Germany AG.

Later heeft [verdachte] ook nog op 29 januari 2014 EUR 20.000, op 1 maart 2014 EUR 6.000 en later nog een keer EUR 1.500 geleend van mij. Het geld zou hij binnen een maand terugbetalen tegen 11 % rente. Ik heb niets ontvangen. (…)

Een week of 8 geleden vertelde [verdachte] mij dat er geld aan zat te komen. Hij had een bankgarantie uit Rusland die was verzekerd door Allianz uit Italië. De bankgarantie is via de broker Ricom naar ING bank gegaan op een bankrekening van TBT Netherlands B.V. Die bankgarantie is USD 40 miljoen groot en zou worden gebruikt voor het verkrijgen van een lening (creditline) ter grootte van USD 30 miljoen bij een voor mij onbekende bank. Deze bankgarantie zou gebruikt worden als onderpand. Van deze USD 30 miljoen zou een groot deel gebruikt worden voor het betalen van de verplichting die [verdachte] bij mij heeft inzake de musical en het terugbetalen van de openstaande schulden die [verdachte] bij mij heeft. Omdat ik het document niet vertrouwde heb ik PSG Group B.V. verzocht het document te controleren. De PSG Group B.V. heeft deze bankgarantie geverifieerd bij Allianz die bevestigde dat het document valselijk is opgemaakt. (…)

Ik weet dat [verdachte] bij zijn oplichtingszaken samenwerkt met [naam 3] . Alle correspondentie die ik met [verdachte] had moest ik ook naar [naam 3] sturen. Volgens [verdachte] was [naam 3] een advocaat. (…)

Omvang schade:

Ik heb van [verdachte] EUR 1,5 miljoen tegoed. Dit bestaat uit een lening, rente, voorschotten voor de musical, een jaar lang werk, klanten die ik ben kwijt geraakt etc. Daarnaast de USD 17.650.000 voor de musical die [verdachte] zou betalen en op basis waarvan ik verplichtingen ben aangegaan. Ook heb ik nu kosten voor het uitstellen van de musical door contractuele verplichtingen. Dit is ongeveer USD 2 miljoen schade. De obligaties die ik als onderpand hiervoor heb gekregen kan ik niet verzilveren en krijg er ook geen rente op. Daarnaast betaal ik voor de obligaties die ik op mijn rekening heb ongeveer EUR 4.000 per kwartaal aan beheerskosten. (…)

15. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 31 augustus 2015 gesloten proces-verbaal, nummer LEREC15001-209, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

De door [slachtoffer 1] betaalde bedragen aan [verdachte] zijn in onderstaande tabel opgesomd. Alle bedragen zijn giraal betaald en afkomstig van bedrijven gelieerd aan [slachtoffer 1] , te weten [bedrijf 7] B.V. en [bedrijf 8] B.V.. Het totale bedrag is 130.500 euro en niet 127.500 euro zoals eerder verklaard door [slachtoffer 1] in haar aangifte. Onderstaande tabel is opgesteld op basis van door [slachtoffer 1] aangeleverde bankafschriften. De afschriften zijn bijgevoegd als bijlage 23.

Datum Rekeningnummer Begunstigde Bedrag

04-09-2013 [rekeningnummer 3] St derdengelden [naam 14] € 15.000,-

04- 09-2013 [rekeningnummer 4] [naam 15] € 60.000,-

05- 09-2013 [rekeningnummer 3] St. derdengelden [naam 14] € 10.000,-

05-09-2013 [rekeningnummer 4] [naam 15] € 15.000,-

29-01-2014 [rekeningnummer 3] St derdengelden [naam 14] € 20.000,-

01-03-2014 [rekeningnummer 3] St derdengelden [naam 14] € 6.000,-

08-05-2014 [rekeningnummer 3] St derdengelden [naam 14] € 3.000,-

15-05-2014 NL03RABO0101486251 [naam 16] / [naam 17] € 1.500,-

Totaal €130.500,-

16. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 9 juli 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-0117, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

O: In uw aangifte van 19 maart 2015 verklaart u dat [verdachte] op 26 augustus 2013 een memorandum of understanding heeft ondertekend ter waarde van USD 14,5 miljoen.

V: Wat kunt u hierover verklaren ?

A: Dat was voor de financiering van de musical. Het totale budget was 18 miljoen. We hadden 600.000 USD front money al, dat had mijn broer geregeld. Uiteindelijk had ik 3 investeerders; een vriendin van mij ( [naam 18] ) die 250.000 USD heeft geïnvesteerd, ik had een 2e investeerder dat was [naam 13] die 5 miljoen zou doen en [verdachte] zou de rest doen. [naam 13] wilde de andere investeerders ontmoeten maar [verdachte] wilde onder de radar blijven vanwege dat incident met dat pistool tegen zijn hoofd. [verdachte] wilde hem niet ontmoeten en daarop heeft [naam 13] zich teruggetrokken. Hij heeft ook een MoU getekend voor 17,5 miljoen en ook nog voor een conceptalbum van 500.000 USD. Hij heeft nooit geld overgemaakt. Hij heeft me daarop verschillende obligaties aangeboden als onderpand, waaronder van Goldman Sachs en Morgan&Stanley. Ik heb uiteindelijk gekozen voor MBB obligaties omdat dit bedrijf me aansprak en het degelijk klonk als onderdeel van Airbus zijnde.

Waarde hiervan was 14,5 miljoen euro. Dat zou op dat moment, met die dollarkoers van toen, 120% van zijn schuld dekken. Het duurde uiteindelijk 6 of 8 weken voordat het op mijn rekening stond. Omdat het zo lang duurde heb ik hem gepusht om een transfer agreement laten tekenen als hij niet aan zijn betalingsverplichting zou voldoen. Uiteindelijk is het eigendom op 28 april 2014 op mij overgegaan. Die 14,5 miljoen is eigenlijk opgesplitst in 2 delen, namelijk 14.250.000 USD en 250.000 USD. Die 250.000 USD vertegenwoordigde toen het geld wat ik hem geleend heb. Dat is later in een contract opgenomen. (…)

O: Uit de bankafschriften blijkt dat vanaf bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] ten name [bedrijf 7] BV de volgende bedragen zijn overgemaakt:

Datum Rekeningnummer Begunstigde Bedrag

04-09-2013 [rekeningnummer 3] Stichting derdengelden [naam 14] € 15.000

04-09-2013 [rekeningnummer 4] [naam 15] € 60.000

05-09-2013 [rekeningnummer 3] Stichting derdengelden [naam 14] € 10.000

05-09-2013 [rekeningnummer 4] [naam 15] € 15.000

Totaal € 100.000

V: Heeft u deze bedragen overgemaakt ?

A: Ja.

V: Waren deze overboekingen bedoeld voor de betaling aan [verdachte] ?

A: Ja. (…)

V: Heeft [verdachte] u binnen 30 dagen terugbetaald tegen een rente van 11%?

A: Nee. Ook niet binnen 300 dagen.

V: Waarom heeft u dan nog op 29 januari 2014 een bedrag geleend aan [verdachte] van €20.000, op 1 maart 2014 een bedrag van €6.000 en later nog een keer een bedrag van €1.500?

A: Omdat ik alle correspondentie bij [naam 11] zag met banken en dat zag er allemaal erg echt uit. Dat is natuurlijk wat ie doet. Hij tekent voor een project waarbij je behoorlijk persoonlijk betrokken bent, je broer al 12 jaar in werkt, en dan denk je ik doe het maar want dan gebeurt er tenminste wat. Vooral omdat ik bij [naam 11] zag dat het leek te kloppen. Als ik nu terug kijk, dan denk ik dat had hij niet mogen doen als advocaat. (…)

O: In uw aangifte van 19 maart 2015 verklaart u over een bankgarantie uit Rusland die was verzekerd door Allianz uit Italië.

V: Heeft u deze bankgarantie gezien en/of gekregen van [verdachte] ?

A: Ja. Ik heb hem of van [verdachte] of van [naam 11] namens [verdachte] gekregen via de mail. Toen ik er van wist lag de bankgarantie al 3 weken bij ING, normaal gebeurt het binnen 2 dagen of accepteren of afwijzen. (…) Daarop heb ik gevraagd om te checken of de bankgarantie niet vals was en daar kregen we snel bericht van dat dit het geval was.

(…)

V: Heeft u ook andere bankgaranties van [verdachte] ontvangen ? Zo ja welke ?

A: Niet rechtstreeks. Na die eerste bankgarantie ben ik onderzoek gaan doen en ben ik die bankgarantie van ABN op het spoor gekomen. En daarnaast heb ik via [slachtoffer 6] die bankgarantie van RBS gekregen die [slachtoffer 6] van [verdachte] had gekregen, dat was een bankgarantie van 1 miljard. Van RBS hebben we de bevestiging terug dat hij vals is.

17. het proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel d.d. 9 mei 2016, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven:

Ik beschik over alle contracten en mailwisselingen over deze MBB Bonds, waaronder alle contracten die dhr. [verdachte] heeft afgesloten. Daaruit is het volgende gebleken. Er is voor een waarde van € 500 miljoen aan Bonds geleverd door MBB Clean Energy aan TBT Germany A.G. van dhr. [verdachte] . Dhr [verdachte] had hiervoor een rekening bij Deutsche Bank in Londen. De opdracht aan dhr. [verdachte] was vervolgens om een credit line op deze obligaties te regelen. Deze credit line zou uiteraard naar MBB moeten gaan. Daar kreeg hij in eerste instantie twee weken de tijd voor. Maar dat is een aantal keren verlengd. Dhr. [verdachte] had zogenaamd geïnteresseerde partijen, waaronder Goldman Sachs. Ik hoorde van de voormalig CEO van MBB, dhr. [naam 19] , dat de CEO van Goldman Sachs had gezegd dat er nooit serieuze gesprekken met Goldman Sachs waren geweest. Diezelfde uitspraak is gedaan door de voltallige raad van Commissarissen van MBB Projects, de moedermaatschappij van MBB Clean Energy. Ik beschik over die verlengingscontracten. Dhr. [verdachte] gaf richting MBB en Berkaz aan dat hij niet in staat was om een credit line te krijgen, maar dat was hij wel. Ik beschik over mails van Deutsche Bank Londen waaruit blijkt dat hij wel degelijk een credit line had gekregen en ook een uitbreiding op die credit line. Toen dhr. [verdachte] dus zei niet in staat te zijn geweest om een credit line te organiseren, toen heeft Berkaz opdracht gegeven aan dhr. [verdachte] om de obligaties terug te leveren. Dat heeft dhr. [verdachte] geweigerd. Vervolgens heeft MBB getracht de obligaties terug geleverd te krijgen van dhr. [verdachte] . Ook dat weigerde dhr. [verdachte] . Toen hebben Berkaz en MBB opdracht gegeven aan Deutsche Bank om de obligaties terug te leveren. Dat heeft Deutsche Bank ook geweigerd, omdat zij vonden dat dhr. [verdachte] daartoe opdracht diende te geven.

Dhr. [verdachte] heeft, ondanks dat de obligaties geblokkeerd waren, kans gezien deze

obligaties toch weer te verplaatsen. Daarmee bedoel ik overboeken naar een andere rekening

van dhr. [verdachte] c.q. TBT zelf. (…)

18. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 13 augustus 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-0219, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 5] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

de getuige: [slachtoffer 5] (…) verklaarde: (…)

Ik heb meneer [verdachte] leren kennen via mijn advocaat van destijds, dhr. [naam 11] . (…) [naam 11] vertelde dat hij een gefortuneerde Amerikaanse klant had, die een huis zocht in Amsterdam. Dit ging dus om dhr. [verdachte] . Ik was van plan om mijn huis aan de [Herengracht] in Amsterdam te verkopen. Ik had dit huis bij een makelaar aangeboden voor 1,1 miljoen euro. Ik vertelde [naam 11] dat als die Amerikaan het voor 1,25 miljoen euro wilde kopen, dat het rond was. Dit speelde in september 2013. (…) [verdachte] wilde de aankoop van de woning aan de Herengracht via een bedrijf van hem financieren, maar dat liep om transfer perikelen vertraging op. Het mij bekend dat het voor Amerikanen lastig is om geld over te maken vanuit Amerika naar Europa in verband met wetgeving. [verdachte] wilde al wel vast in de woning verblijven, en omdat het leeg stond heb ik dat toegestaan.

Toen de verkooptermijn verstreken was wilde ik een onderpand hebben. [verdachte] kwam toen met een aantal bonds waaronder de beursgenoteerde bonds van MBB. Ik schatte het risico laag in van de MBB-bonds omdat de bonds via Deutsche bank liepen en de transacties via Clearstream en Bankhaus Martin verliepen. De andere optie van [verdachte] voor onderpand waren Amerikaanse bonds, waar ik niet op zat te wachten. De MBB-bonds ging om het aantal bonds van 2.000 stuks met een nominale waarde van 1.000 euro per stuk. Totaal dus 2 miljoen euro.

Ik heb toen wel een contract op laten stellen waarin stond dat als [verdachte] het huis niet binnen 3 maanden had afgenomen dat [verdachte] uit mijn huis aan de Herengracht moest en dat hij zijn 2.000 bonds die [verdachte] aan onderpand had gegeven kwijt was. Deze bonds staan bij de ABN AMRO op mijn effectenrekening. (…)

In februari 2014 vroeg [verdachte] om cash geld aan mij. [verdachte] vertelde dat hij geld nodig had ook omdat [verdachte] moeite had om geld uit Amerika te krijgen. Dat heeft de ABN AMRO en ook Credit Swiss aan mij bevestigd dat het voor een Amerikaan heel lastig is om zakelijk geld te krijgen buiten Amerika.

Hij heeft toen 300.000 euro van mij gekregen, tegen een onderpand van 2 miljoen aan MBB-bonds (2.000 stuks, nominaal 1.000 euro per stuk). Ik heb eerst 250.000 euro overgemaakt en later nog eens 50.000 euro.

Ik heb toen op schrift gesteld, onderhands, dat als [verdachte] niet voor 1 juni 2014 zijn lening had terugbetaald, die bonds mijn eigendom zijn. Deze bonds zijn overgemaakt naar mijn rekening bij Credit Swiss. (…)

Ik had dus nu in privé, 2 keer 2 miljoen euro, totaal 4 miljoen euro (nominale waarde) aan MBB-Bonds. (…) In augustus 2014 heb ik [verdachte] gezegd dat hij zijn spullen moest pakken en weg moest wezen. (…)

V: In welke periode heeft [verdachte] in dit pand verbleven?

A: In september 2013 tot augustus 2014. (…)

V: Weet u hoe [verdachte] aan dit geld zou komen?

A: Ik weet dat hij bezig was met een LC (letter of credit) bij ING bank waarop hij over fondsen zou beschikken met oorsprong uit Rusland. (…)

V: Wij hebben van uw zakenpartner [slachtoffer 3] begrepen dat [verdachte] zou investeren in de ontwikkeling van Multi purpose schepen (via de maatschappij Hollandsche Lloyd N.V.) en dat hij als onderpand MBB-obligaties heeft gegeven. Wij hebben ook begrepen dat de vordering van Hollandsche Lloyd N.V. op [verdachte] is overgegaan op Concordia Capital, in ruil voor de juridische eigendom van de MBB-obligaties. Van uw collega [slachtoffer 3] hebben wij begrepen dat als Concordia Capital deze obligaties liquide kan maken, dat [verdachte] daar mogelijk ook een deel van ontvangt. Heeft u zelf met [verdachte] afspraken gemaakt over een eventuele uitkering aan [verdachte] , wanneer de MBB obligaties door u liquide kunnen worden gemaakt?

A: Nee, in die 2 keer 2 miljoen MBB-bonds krijgt [verdachte] niets als ik deze verkoop.

19. het proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel d.d. 14 april 2016, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 5] , zakelijk weergegeven:

Ik ben inderdaad met dhr. [verdachte] in contact gekomen over de verkoop van een huis aan de Herengracht. U wijst mij op pag. 1312 waar ik over een onderpand spreek. Ik weet niet meer wanneer ik over dat onderpand sprak met dhr. [verdachte] . Het voorstel over dat onderpand kwam van dhr. [verdachte] . Ik zei dat als er geen geld kwam, hij er uit moest. Maar hij wilde daar blijven zitten. En toen kwam hij met het voorstel over die Bonds als zekerheid. Dat ging om € 2 miljoen aan Bonds als zekerheid voor die woning die een waarde had van iets van € 1,3 miljoen. Hij liet mij zien dat die Bonds helemaal zeker waren en dat ze beursgenoteerd waren. Ik heb de ABN AMRO ook naar die Bonds gevraagd en die bevestigden dat deze beursgenoteerd waren. Daarom ging ik er van uit dat ze zekerheid boden. (…) De Bonds zouden eigendom van mij worden als dhr. [verdachte] niet op tijd met geld over de brug zou komen. En dat is ook gebeurd. Ik ben eigenaar van die Bonds geworden in februari 2014. Daar hebben dhr. [verdachte] en ik beiden voor getekend. Het klopt dat in diezelfde maand dhr. [verdachte] mij geld te leen heeft gevraagd. Ik weet niet meer of ik dat geld geleend heb aan dhr. [verdachte] in privé of aan een bedrijf van hem. Dat leende ik hem omdat hij geld nodig had omdat er geen geld uit Amerika voor hem los kwam. (…) Ik heb die € 100.000.- en die € 150.000,- ook aan hem overgemaakt. 2 van de 20 miljoen aan Bonds bij Credit Suisse was als zekerheid gereserveerd voor deze totale lening van € 250.000,-. (…) Het bleek toen dat er twee handtekeningen op de uitgifte van de Bonds moesten staan en dat was niet het geval: er stond maar één handtekening op. En dat was het mankement. (…) De bank heeft ook onderzoek gedaan naar MBB. Zij zeiden dat de verzekeringsclausule niet klopten en dat er geen garantie was dat de 6,25% ook echt uitbetaald zou worden. Dat bleek nergens te staan, terwijl dat wel verteld werd bij de verkoop. (…)

20. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 17 juli 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-134, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Omdat we hierdoor nieuw kapitaal nodig hadden, heeft [slachtoffer 5] ons in contact gebracht met [verdachte] . Ik heb [verdachte] voor het eerst ontmoet op het kantoor van [naam 11] , de advocaat van [verdachte] , in Amsterdam. Hierbij was ook [slachtoffer 5] aanwezig. [verdachte] gaf aan in aandelen en olie te doen. [verdachte] gaf tevens aan enthousiast te zijn om te investeren in de ontwikkeling en bouw van onze schepen. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in een eerste overeenkomst die ik u in kopie doe toekomen. [verdachte] zou investeren voor een totaalbedrag van € 16.000.000,- gespreid over een periode van 24 maanden.(…) Omdat we grote financiële verplichtingen zouden aangaan, wilden we vanuit Hollandsche Lloyd er zeker van zijn dat [verdachte] aan zijn deel van de financiële verplichtingen wilde en kon voldoen. Op ons verzoek heeft [verdachte] ter zekerheid voor zijn betalingsverplichting bonds aan Hollandsche Lloyd in onderpand gegeven van MBB Clean Energy AG; 20.000 stuks. Belangrijk daarbij is te vermelden dat de bonds van MBB Clean Energy verzekerd waren. Als MBB Clean Energy dan in gebreke zou blijven, zou er toch worden uitgekeerd.

Bij het geven van het onderpand, de bonds van MBB Clean Energy AG, was er een probleem; Hollandsche Lloyd had geen account/bankrekening waarnaar de bonds konden worden overgemaakt Omdat we de bonds voor de eerste couponrente-uitkering wilden hebben, hebben we ervoor gekozen om de bonds op een account/bankrekening van [slachtoffer 5] bij Credit Suisse te laten overboeken. Hier staan de bonds nog steeds. [slachtoffer 5] houdt de bonds voor Hollandsche Lloyd. We hebben de deal tussen Hollandsche Lloyd en [verdachte] gevierd door een diner bij een restaurant (…) [verdachte] (…) had ook een aantal mensen meegenomen die niets met de deal te maken had. Zo had hij een bodyguard en een chauffeur bij zich. (…) Op 12 mei 2014 zijn we met [verdachte] , namens TBT Germany AG, een overeenkomst aangegaan waarin staat vermeld dat TBT Germany AG zou investeren voor een bedrag van € 39.000.000,-. (…) Ook hiervoor heeft [verdachte] bonds MBB Clean Energy in onderpand gegeven; 50.000 stuks. (…) [slachtoffer 5] en ik hebben [verdachte] vanuit privé ook nog een keer € 50.000,- geleend. Dat was in de zomer van vorig jaar, augustus. Hans heeft dit geld overgemaakt, maar we hebben de vordering op [verdachte] 50-50 verdeeld. (…)

Wij hebben met [verdachte] afgesproken dat Concordia Capital, mijn eigen

investeringsmaatschappij, in de rechten treedt van TBT Germany AG en de betalingsverplichtingen van TBT Germany AG jegens Hollandsche Lloyd zou overnemen. Als tegenprestatie zou de juridische eigendom van de bonds die Hollands Lloyd in onderpand had gekregen, worden overgedragen aan Concordia Capital. De nominale waarde van de MBB-bonds bedroeg € 70.000.000,-. De overeenkomst bevatte een regeling voor de verdeling van de opbrengst van de uitwinning van de zekerheden. Op 28 augustus 2014 zijn we een derde overeenkomst aangegaan met TBT Germany AG waarin voornoemde afspraken zijn vastgelegd. Ik doe u ook een kopie van deze derde overeenkomst toekomen.

Na deze derde overeenkomst wilden we de bonds over laten maken naar een account/bankrekening van Concordia Capital. Dat kon toen echter niet meer omdat de handel door MBB of de beurs was stilgelegd.

21. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 6 juli 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-0114, inhoudende de verklaring van [naam 20] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

V: Hoe is [verdachte] met u in contact gekomen ?

A: Ik deed gastrelations en pr voor art hotel in Amsterdam. Hij was daar gast en kwam eten in het restaurant met twee bewakers en [slachtoffer 1] . Een van de bewaker werkte ook in het hotel. Ik gaf [verdachte] en [slachtoffer 1] een persoonlijke rondleiding in het hotel nadat deze bewaker tegen mij vertelde dat [verdachte] een goede relatie zou zijn voor het Hotel. Het was heel relaxt het eerste contact. Na de rondleiding heb ik een drankje aangeboden en na mijn dienst ben ik erbij gaan zitten en hebben we een drankje gedaan. [verdachte] was toen heel druk aan het bellen en ik ben toen naast zijn advocaat, [naam 11] gezet. Daarnaast waren de twee bodyguards en ene [slachtoffer 1] (fon.) erbij. Achteraf gezien was de advocaat ( [naam 11] ) voor mijn gevoel [verdachte] aan het verkopen. De bodyguard die ook in het hotel werkte heeft mij verteld dat hij een paar jaar vooraf betaald heeft gekregen van [verdachte] . (…)

Ik denk dat het misschien wel een tactiek was van [verdachte] om mensen te laten geloven dat hij vermogend was zodat mensen met hem in zee wilden gaan / voor hem te winnen. Daarbij hielp het ook om zijn geloofwaardigheid te versterken omdat anderen over hem konden praten zodat hij dat zelf niet hoefde te doen. (…)

V: Hoe presenteerde [verdachte] zich bij u ?

A: Hij vertelde dat hij in olie investeerde en daar zijn fortuin had gemaakt, hij was niet patserig of zo en verontschuldigde hij zich wanneer hij gebeld werd. Hij maakte bedrijven gezond (onder meer door mensen te ontslaan) en daar maakte hij geen vrienden mee. Daarom wilde hij niet op Google gevonden worden. Op mijn vraag waarom dan een stichting oprichten, gaf hij aan dat hij ook iets wilde terug doen voor de maatschappij. Hij was niet te Googlen en liep met twee bodyguards en bewoog ook heel makkelijk met de mensen om zich heen. Door zijn voorkomen en de manier van praten en het feit dat ik de bodyguard kende maakt het geheel heel vertrouwd. Hij gedroeg zich chique en had ook geen grote horloges of sieraden. Hij droeg een nette spijkerbroek met een witte blouse en een jasje en nette schoenen. (…) Hij heeft mij maanden benaderd en aangegeven dat hij het vervelend vond dat ik het geld nog niet had. [verdachte] heeft aangegeven dat er veel geld in Amerika stond en dat dit geld in beide landen (ook Nederland) gecontroleerd moet worden vanuit de landelijke wetgeving. Het ging om heel veel geld wat uit Amerika zou komen. Ik heb twee en een half maand gewacht en toen begon de bank te bellen voor mijn hypotheek. Hij vertelde dat hij een fout had gemaakt en dat het overgemaakt zou worden. (…)

22. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 28 augustus 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-0205, inhoudende bevindingen obligaties MBB Clean Energy, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Onderstaande tabel geeft een opsomming van de door TBT Germany AG overgedragen en geblokkeerde MBB-obligaties. In totaal is EUR 95.700.000 aan MBB-obligaties geïdentificeerd die door [verdachte] zijn geblokkeerd of overgedragen in verband met aangegane verplichtingen en transacties. (…)

Datum contract

Nominaal bedrag

Handeling

Externe partij

Reden

31-jan-14

20.000.000

Overdracht

[slachtoffer 5] inzake Hollandsche Lloyd N.V.

Investering in 2 schepen, totaal 16 miljoen euro

31-jan-14

2.000.000

Overdracht

[slachtoffer 5]

Onderpand voor koop woning [slachtoffer 5] .

07-feb-14

250.000

Overdracht

[bedrijf 7] B.V.

Schuld [verdachte] aan [slachtoffer 1] , 126.000 euro

08-feb-14

100.000

Geblokkeerd

CBRE

Huur pand voor [bedrijf 10] Holding B.V.

08-feb-14

500.000

Overdracht

[bedrijf 5]

Schulden TBT Netherlands B.V. en [bedrijf 10] Holding bij [bedrijf 5] , totaal 402.502,51 euro

12-feb-14

1.000.000

Overdracht

[naam 21]

Persoonsbeveiliging 2014-2019

12-feb-14

100.000

Overdracht

[bedrijf 9] B.V.

Persoonsbeveiliging 2014-2019

12-feb-14

400.000

Geblokkeerd

[bedrijf 9] B.V.

Persoonsbeveiliging 2014-2019

14-feb-14

2.000.000

Overdracht

[slachtoffer 5]

Onderpand voor lening 250.000 euro, aflossing voor 6 mei 2019

17-feb-14

100.000

Geblokkeerd

[naam 17]

Onderpand voor overeengekomen

salaris bij TBT Netherlands B.V.

25-apr-14

14.250.000

Overdracht

[bedrijf 8] B.V.

Investering [verdachte] in musical project All That Glitters.

02-mei-14

5.000.000

Overdracht

[bedrijf 3] B.V.

Investering in verbouwing vijfde verdieping hotel

12-mei-14

50.000.000

Overdracht

Hollandsche Lloyd N.V.

Investering in 3 schepen, totaal 39 miljoen euro.

Totaal

95.700.000

Waarvan

600.000

Geblokkeerd

Waarvan

95.100.000

Overgedragen (overgeboekt naar de effectenrekening van de contractpartij)

Van het totaal van 95,7 miljoen euro nominale waarde aan MBB-obligaties is 95,1 miljoen euro aan MBB-obligaties geïdentificeerd die fysiek zijn overgedragen door [verdachte] naar externe partijen.

Uit de analyse blijkt dat de contractpartijen hiervoor geen geld hebben overgedragen omdat de obligaties:

• in onderpand zijn gegeven voor schulden of aankoopverplichtingen van [verdachte] en qua juridisch eigendom zijn overgegaan op de externe partij vanwege een boeteclausule in het contract;

• initieel in onderpand zijn gegeven voor langlopende projecten (Hollandsche Lloyd, [bedrijf 8] , [hotel 1] , lening 250.000 euro [slachtoffer 5] ) en daardoor op korte termijn niet beschikbaar zijn voor verkoop door [verdachte] ;

• zijn overgedragen als betaalmiddel (Hollandsche Lloyd contract 12 mei 2014) als investering in een langlopend project.

(…)

Uit de analyse blijkt dat [verdachte] via TBT Germany AG beschikking heeft (gehad) over 500.000 aan MBB-obligaties (stuks), gewaardeerd op nominale waarde van 1.000 euro per obligatie (totale nominale waarde: 500 miljoen euro). Op basis van bijlage 41 valt op te maken dat [verdachte] in ruil voor deze 500 miljoen euro aan obligaties, een bedrag van 450 miljoen euro zou moeten betalen aan MBB. Ervan uitgaande dat de obligaties worden verkocht tegen de nominale waarde van 1.000 euro per stuk (de marktwaarde kan zowel hoger als lager zijn), dan zou [verdachte] in theorie een provisiewinst kunnen realiseren van 50 miljoen euro bij volledige verkoop van de partij.

De winst neemt toe als de obligaties tegen een hogere waarde worden verkocht. Verkoop tegen een lagere waarde levert daarentegen een lagere provisiewinst op voor [verdachte] . Uit bijlagen 16, 18 en 21 blijkt dat de obligatie in april 2014 en mei 2014 is overgedragen tegen een lagere koers (93% in april 2014 en 90,50% in mei 2014). Daarnaast is in een aantal contracten (Hollandsche Lloyd, lening [slachtoffer 5] , [hotel 1] , lening [slachtoffer 1] ) meer nominale waarde overgedragen dan de feitelijke investeringsverplichting. Als voorbeeld: [verdachte] komt met Hollandsche Lloyd overeen om 16 miljoen euro te investeren, terwijl 20 miljoen euro aan obligaties wordt overgemaakt. Ook dit is een indicatie dat de marktwaarde van de obligatie lager is dan de nominale waarde (anders zou 'slechts' 16 miljoen aan obligaties in onderpand voldoende zijn geweest). Op basis van de marktwaarde (in plaats van nominale waarde) van april en mei 2014 is eerder een lagere provisiewinst te verwachten dan de eerder genoemde 50 miljoen euro tegen

nominale waarde.

Ten aanzien van de geblokkeerde en overgedragen MBB-obligaties valt het volgende op te merken:

• In totaal is 95,7 miljoen euro aan MBB-obligaties geblokkeerd of overgedragen door [verdachte] . Hiervan is 600.000 euro geblokkeerd op een effectenrekening van TBT Germany AG en 95,1 miljoen euro aan obligaties overgemaakt naar de effectenrekeningen van de externe partijen waarbij [verdachte] zaken mee deed.

• Door de overdracht van de obligaties kan [verdachte] deze stukken niet direct zelf verkopen, dit is bevestigd door [verdachte] in het vijfde verhoor.

• Omdat de overdracht van EUR 95,1 miljoen euro aan MBB-obligaties plaatsvond in het kader van onderpand in door [verdachte] gesloten overeenkomsten, heeft er fysiek geen betaling plaatsgevonden tegenover deze overdracht

• Door de overdracht (en blokkade) van MBB-obligaties kan [verdachte] nog voor maximaal EUR 404,3 miljoen euro (500 miljoen -/- 95,7 miljoen) aan MBB-obligaties verkopen aan grote partijen zoals Deutsche Bank en Goldman Sachs. Het overige deel is immers verstrekt of geblokkeerd door [verdachte] in het kader van andere verplichtingen.

In het voordeel van de verdachte ervan uitgaande dat de obligatie kan worden verkocht tegen de hogere nominale waarde van 1.000 euro per stuk, dan leidt bovenstaande tot de volgende bevindingen:

• [verdachte] heeft teveel MBB-obligaties in onderpand gegeven. Hij heeft 45,7 miljoen euro aan obligaties méér weggegeven, bovenop zijn maximale winst van 50 miljoen euro (50 miljoen + 45,7 miljoen = 95,7 miljoen);

• Voornoemd punt houdt in dat [verdachte] een verlies heeft van tenminste 45,7 miljoen euro en dit bedrag loopt op als wordt uitgegaan van de lagere marktwaarde van de obligatie.

• Er is geen documentatie aangetroffen waarin is beschreven op welke wijze [verdachte] het potentiële verlies van 45,7 miljoen euro denkt te kunnen ondervangen.

• [verdachte] draagt de obligaties over vanwege investeringen in te ontwikkelen schepen, een hotel en een musical in Broadway. Tevens zijn de obligaties overgedragen vanwege: door [verdachte] geleende bedragen, een niet nagekomen aankoopverplichting (woning [slachtoffer 5] ), toekomstige diensten (beveiliging) en eerder gemaakte kosten (huur, advocaat, etc). Deze handelingen hebben geen directe relatie met investeringen in MBB projecten en lijken daarmee niet te passen in de strategie van de samenwerking tussen TBT Germany AG, MBB en Berkaz (…).

• Uit de tijdlijn blijken tegenstrijdigheden in de communicatie tussen [verdachte] en MBB, te weten:

- in de brief bijgevoegd als bijlage 17 is opgenomen dat de MBB-obligaties nog niet

verhandeld zijn, terwijl op deze datum (14 april 2014) al meerdere MBB-obligaties

door [verdachte] contractueel in onderpand zijn gegeven;

- op 29 mei 2014 (bijlagen 33a en b) doet [verdachte] een voorstel aan MBB en

Deutsche Bank om de 500 miljoen aan obligaties over te dragen in een SPV,

terwijl op dat moment al 95,7 miljoen aan MBB-obligaties was overgedragen of

geblokkeerd;

- de mailcorrespondentie tussen [verdachte] en [naam 19] (bijlage 40) waarin MBB

navraag doet bij [verdachte] over MBB-obligaties die zouden zijn overgedragen;

• [verdachte] schrijft op 12 augustus 2014 (bijlage 44) aan MBB dat hij een transactie van 50 miljoen en een van 400 miljoen had klaarstaan. Onduidelijk is op welke wijze de verkoop had kunnen worden uitgevoerd, aangezien [verdachte] niet meer beschikte over genoeg obligaties om een verkoop van deze grootte te kunnen realiseren.

• [verdachte] richt in september 2014 twee Amerikaanse vennootschappen (LLC) op waarin 50 miljoen euro en 450 miljoen euro aan MBB-obligaties als vermogen wordt gestort, het doel van deze storting is niet duidelijk geworden uit de analyse van documenten.

• Ten aanzien van de kapitaalstortingen uit voornoemd punt is niet duidelijk of de MBB-obligaties werkelijk zijn gestort omdat:

O [verdachte] vermoedelijk beschikking had over maximaal 404,3 miljoen aan obligaties en niet over 500 miljoen en;

O de obligaties op de contractdatum niet meer verhandelbaar zijn geweest wegens het geconstateerde defect in Clearstream.

5.3

Resumé

Uit de geraadpleegde stukken blijkt niet dat MBB door [verdachte] is betaald voor de obligaties.

[verdachte] heeft bijna 20% van het totaal in onderpand weggegeven in het kader van zakentransacties, het verkrijgen van leningen en het aflossen van schulden. De verkrijgers van de obligaties (i.c. de contractpartijen) hebben hiermee een vordering op MBB gekregen in de vorm van de jaarlijkse rente van 6,25% en de aflossing van de inleg (1.000 euro per obligatie) in 2019 terwijl geen aanwijzingen zijn aangetroffen dat MBB een inleg heeft ontvangen (ter waarde van 500 miljoen euro) van [verdachte] .

De handel in de MBB-obligaties is stilgelegd. MBB heeft surseance van betaling aangevraagd en het is op dit moment nog onduidelijk of houders van de obligaties de stukken uiteindelijk nog kunnen verkopen dan wel hun geld terugkrijgen via MBB. Op dit moment betalen de houders van de obligaties wel beheerskosten aan hun banken voor het aanhouden van de portefeuille.

Het risico zoals geschetst op de website van de AFM (paragraaf 2.1), dat de uitgever van de obligatie in financiële problemen komt, lijkt in deze casus ook te spelen. Doordat MBB geen geld heeft ontvangen uit de uitgifte van obligaties is het voor het bedrijf niet mogelijk geweest om investeringen te doen. Aan de andere kant zijn er verkrijgers van de obligaties (verkregen uit misgelopen zakendeals met [verdachte] ) die een aanspraak doen op MBB om de rente van 6,25% uit te keren, Daarnaast zullen deze partijen aan het einde van de looptijd (mei 2019) de nominale waarde van 1.000 euro per obligatie claimen bij MBB, vooropgesteld dat de onderneming hiervoor de financiële middelen nog heeft.

23. een geschrift, te weten een bericht d.d. 14 april 2014, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

14 April 2014

To: [naam 19] and [naam 22]

From: [verdachte]

Re: MBB Clean Energy Bond Status Update

Dear [naam 19] and [naam 22] ,

This is a status update and commitment letter. First, I will correct some misinformation.

1. I have control the bonds and can return them.

2. I am not trading with or have generated a credit line for the bonds.

(…)

8. If TBT Germany is unable to fulfill its obligations to MBB/Berkaz then the bonds will be returned to MBB by the end of this month, April 2014 (…)

24. een geschrift, te weten een bericht d.d. 30 mei 2014, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Dear [naam 19] ;

Please take notice of the following. As you know, I have sold bonds in excess of 50 million euros to an American buyer. A buying order has been issued and trade instructions have been given tot DB. The settlement date is Monday June 2nd 2014.

(…)

Best,

[verdachte]

25. een geschrift, te weten een bericht d.d. 30 mei 2014, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

From: [naam 19] < [naam 19] . [naam 19] @mbb.ag>

Sent: 6-6-2014 12:08:47 +00:00

To: [verdachte] < [verdachte] (a)gmail.com>

(…)

Subject: Re: Settlement Goldman Press Release 6 5 2014

Hello [verdachte] ,

Please notice that you can not sell your bonds to third parties without payment to us - they will erase.

Unfortunately you haven't given me proof of settelement, just several excuses and the payment was due on June 2nd.

Best regards

[naam 19]

26. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] op 23 april 2015 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nummer 2015091656, inhoudende een proces-verbaal van aangifte gedaan door [naam 23] namens ING Bank NV, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Op donderdag 23 april 2015 bereikte mij, per post, een envelop van ING Bank NV, gericht aan Politie Amsterdam', Bureau Financieel Economische Recherche, met daarin een strafrechtelijke aangifte inclusief bijlagen.

Deze aangifte is gedaan door:

[naam 23] ,

Geboren op [geboortedatum 2]

domicilie kiezende Bijlmerdreef 100,1102 CT Amsterdam.

Hij deed aangifte en verklaarde:

"Ik ben werkzaam bij Corporate Security & Investigations van ING Bank NV, Bijlmerdreef 100 te Amsterdam en als zodanig bevoegd om namens ING Bank NV, dan wel één van haar bedrijfsonderdelen aangifte te doen van strafbare feiten.

Ik doe aangifte terzake oplichting dan wel poging daartoe en/of valsheid in geschrifte.

De aangifte is gericht tegen een man genaamd:

Naam: [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

27. een geschrift, te weten een “Aangifte “oplichting dan wel poging daartoe en valsheid in geschrifte” d.d. 15 april 2015, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Aangever: Ik, [naam 23] , geboren op [geboortedatum 2] ,

domicilie kiezende Bijlmerdreef 100,1102CT Amsterdam,

Geboorteland: Nederland

Nationaliteit: Nederlandse

Telefoonnummer: [nummer]

Aangifte namens benadeelde

Aangever is werkzaam bij Corporate Security & Investigations (CSI) van ING Bank N.V., Bijlmerdreef 100, 1102CT Amsterdam, en als zodanig bevoegd om namens ING Bank N.V. dan wel één van haar bedrijfsonderdelen aangifte te doen van strafbare feiten.

Aangever verklaart het volgende:

Pleegadres, -datum Te : Amsterdam, Haarlemmerdijk 91,1013 KD

Datum : Periode 1 augustus 2014 en 1 maart 2015

Strafbare feiten:Ik doe aangifte ter zake:

"Oplichting dan wel poging daartoe en of valsheid in geschrifte (artikel 45 in verband met artikel 326 en of artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht)"

Verdachten : Als verdachte van deze delicten kan de volgende persoon worden aangemerkt:

Naam [verdachte]

Voornamen [verdachte]

Mw. [slachtoffer 1] gaf aan dat [verdachte] ook in het bezit was van een garantie van verzekeraar ALLIANZ die alle investeringen en claims zou afdekken van Investerings Company RICOM-TRUST ZAO uit Moskou, Rusland. Deze investeringsmaatschappij zou de 'issuer' van de bankgarantie zijn zoals overhandigd aan ING. Mevrouw [slachtoffer 1] heeft achtergrond onderzoek laten doen naar deze ALLIANZ garantie. Uit dit onderzoek bleek op 10 maart 2015 dat de garantie niet van ALLIANZ afkomstig was en dat Italiaanse medewerkers van Allianz hadden bevestigd dat dit een vals document is/was en bekend bij hen was als het 'Aurora fraud scheme' (bijlage 1). (…)

Naar aanleiding van het vorenstaande heb ik contact gezocht met ING medewerker [naam 24]

. Hij is sinds 2008 als consultant Trade Finance Services bij ING Bank en werkzaam in

het district Amsterdam en Noord Holland. Hij heeft vanuit deze functie contact met

relatiemanagers van de kantoren en adviseert relaties over betaal en leveringscondities en de

manier waarop zij risico's kunnen beperken. Dit betreffen voornamelijk handelsbedrijven die

goederen en of diensten importen en exporteren buiten Europa. Hierbij wordt gebruik

gemaakt van documentaire betaalinstrumenten zoals bankgaranties. Hem is om advies

gevraagd toen de heer [verdachte] eind augustus 2014 via ING Bank Haarlemmerdijk een

bankgarantie aanbood.

Hij verklaarde als volgt over deze gebeurtenissen:

“De Besloten vennootschap [verdachte] Bright Trust Netherlands, gevestigd aan de [adres 4] Almere is een zogenaamde Midden en Klein Bedrijf ("MKB") relatie. De heer [verdachte] is eigenaar van dit bedrijf. (…)

Eind augustus 2014 word ik benaderd door ING collega mevrouw [naam 25] (Relationship Manager, MKB Amsterdam Amstelland) en zij informeert mij voor het eerst, over deze relatie ( [verdachte] ). (…)

Mw. [naam 25] vertelde mij later dat [verdachte] een vrij vermogend man zou zijn, vaak

op kantoor komt met bodyguards en in grote auto's rijdt. (…) [verdachte] heeft mijn contactgegevens gemaild met ons aanvraagformulier en een concept import Letter of Credit, waarna ik bijgaand concept garantie ontving ad 40 miljoen USD. (…)

Zowel ik, als onze Trade Finance Mid-office medewerkers hebben naar de tekst gekeken

en constateerde al snel dat het geen zuivere koffie was en wij hebben mw. [naam 25] daarover

geïnformeerd.

De heer [verdachte] heeft ons op 4 september 2014 gevraagd of het Swift adres van ING correct is, zodat het Swift bericht van de onderliggende garantie kon worden verstuurd naar ING. Wij hebben verder nooit inhoudelijk gereageerd op de tekst naar [verdachte] maar duidelijk intern aangegeven dat we hier uiterst voorzichtig mee moesten zijn. Richting de heer [verdachte] heb ik aangegeven dat wij altijd gehouden zijn een garantie niet te hoeven adviseren. Ik bedoel daarmee dat wij niet verplicht zijn om hier verder mee te gaan. Op 4 september 2014 belde de heer [verdachte] mij en heb ik hem tevens gevraagd waar de onderliggende transactie betrekking op heeft. Hij wilde daar telefonisch geen antwoord op geven. Dat vond ik vreemd. Hij vertelde dat zijn advocaat een en ander op de mail zou zetten. Dit was ook bijzonder. Als je een garantie verwacht van 40 miljoen dollar moet je toch minstens kunnen vertellen waar het precies betrekking op heeft. (…)

Op 16 december 2014 is het Swift bericht binnengekomen. Vervolgens komt op 18 december [naam 26] in beeld als advocaat (kantoor White & Williams) en introduceert dan tevens [naam 11] als advocaat van het kantoor [bedrijf 5] uit Amsterdam. Dit kantoor vertegenwoordigde [verdachte] . Enig inhoudelijke reactie over de onderliggende transactie en het doel van de garantie etc blijft wederom achterwege. Het enige wat we tot dan toe hebben ontvangen is de garantie tekst en een vaag business plan.

Op 19 december 2014 heb ik de heer [verdachte] gemaild dat we de garantie niet zullen "adviseren" (binnen 5 dagen na ontvangst van het Swift bericht) en op dezelfde dag vraagt advocaat [naam 26] om enige achtergrond informatie. (…)

Hierna is er door juristen van ING met de advocaat van [verdachte] veelvuldig contact geweest over waarom wij niet verder wilde gaan met deze bankgarantie.

We hebben hier te maken met een vals en of vervalst document. We komen tot deze conclusie om de volgende redenen:

1. Het bedrag van 40 miljoen US dollars van de garantie staat niet in verhouding tot zijn bedrijfsactiviteiten en is onwaarschijnlijk hoog;

2. TBT BV is een MKB direct relatie met een beperkte omzet over de rekening. Geen partij die je normaliter zou verwachten met betrekking tot deze garantie;

3. Er staan veel betrokken partijen in de tekst: Ricom Trust, TBT, Swiss Garantie, Coppercast Ltd Dubai, Credit Dnepr Bank. Dit is niet gebruikelijk en roept veel vragen op;

4. Afwijkend en opvallend is dat een partij in Dubai een garantie opent via Rusland in Dollars en op basis van een Swiss Garantie van verzekeringsmaatschappij Allianz uit Italië en dat dat vervolgens via Oekraïne naar Nederland loopt;

5. Er wordt in het document gesproken over Guarantee, letter of Guarantee en Stand-by LC (dit zijn twee verschillende producten waarvoor andere internationale regels gelden);

6. De Sender van de bankgarantie is een Russische Investment Company die geen Swift key met ING Bank heeft en deze investeringsmaatschappij is ook geen bank. Het zijn normaal alleen banken die bankgaranties openen;

7. Er is uiteindelijk een Oekraïense partij die het Swift bericht heeft verstuurd. Dit betreft de CREDIT DNEPR BANK waar ING wel een Swift relatie mee heeft. Deze bank fungeert echter alleen als postbus.

8. In de tekst worden termen gebruikt als 'transferable' (is niet gebruikelijk voor garanties/SBLCs) en 'assignable' en 'divisble'. De laatste twee termen hebben geen betekenis voor een garantie;

9. De garantie geeft verder niet duidelijk weer wat het dekt (transactie) en wanneer er mag worden geclaimd (in gebrekestelling). Dit is de essentie van een normale garantie en dit ontbreekt volledig.

Samenvatting aangifte:

ING Bank NV verdenkt de heer [verdachte] ervan dat hij willens en wetens een of meerdere valse en of vervalste documenten heeft aangeboden aan medewerkers van ING. Hij heeft daarmee willen doen voorkomen dat hij eigenaar was of werd van een vordering van USD 40 miljoen dollar. Naar aanleiding hiervan wilde hij met ING medewerker mevrouw [naam 25] gaan zitten om zogenaamde "business opportunities" te gaan bespreken.

Mevrouw [slachtoffer 1] heeft kennelijk een vordering op de heer [verdachte] . Zij heeft in januari 2015 contact gezocht met het management van ING en gevraagd waarom het adviseren over de bankgarantie zo lang duurde. Zij verkeerde toen in de veronderstelling dat de heer [verdachte] rechtmatig in het bezit was een geldige bankgarantie en dat ING om onduidelijke redenen deze transactie niet wilde adviseren. Pas later leerde zij dat het hier vermoedelijk om een valse bankgarantie(s) ging. (…)

28. het proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel d.d. 15 juni 2016, inhoudende de verklaring van [naam 24] , zakelijk weergegeven:

Ik heb nooit tegen dhr. [verdachte] gezegd dat wij als ING de garantie van $ 40 miljoen zouden adviseren. Ik heb hem gezegd dat wij dat ook zouden kunnen weigeren. Als ik dhr. [verdachte] telefonisch sprak (…) was er altijd telefonisch nog een advocaat op de lijn. Dat vond ik wel bijzonder altijd omdat hij zei dat hij ondernemer was. En als ondernemer weet je gewoon zelf waar je het over hebt; dan heb je geen advocaat naast je nodig. (…) Ik meende eind augustus 2014 van Marieke begrepen te hebben dat dhr. [verdachte] goederen zou gaan importeren uit Dubai of zo voor een restaurant. Ik heb hem een aanvraagformulier voor een concept import LC gestuurd. Ik kreeg na een paar weken een garantietekst toegezonden van hem. Die mail betrof een concept SWIFT-bericht/garantietekst. Daarvan is niet te zeggen dat deze van Ricom kwam. Ik kreeg dus niet het ingevulde formulier terug van hem. In die garantietekst stond het bedrag van $ 40 miljoen genoemd. Het betrof een ingescand Word-document. Er stond in dat $ 40 miljoen betaalbaar zou zijn gesteld. De garantietekst die wij ontvingen was voor ons als ING al enigszins verdacht. Ik zag een aantal “red flags”, zeg maar waarschuwingslampen, en werd achterdochtig. Tijdens het tweede gesprek werd mij niet duidelijk wat men beoogde met die $ 40 miljoen. Ik wilde weten wat de achtergrond was van de garantie. (…) Ik kreeg een vaag verhaal te horen. Het was duidelijk niet het verhaal van een ondernemer die weet wat hij gaat doen en daarvoor de hulp van een bank vraagt. Het leek mij dat $ 40 miljoen buitenproportioneel was want hij was net klant bij ons en er stond volgens mij € 0,- op zijn rekening van TBT. En hij zou dus meubels of zo naar Nederland halen en dan is $ 40 miljoen wel heel veel geld. Bovendien was het bedrag in $ en het was net in de tijd van de sancties opgelegd aan Rusland n.a.v. De Krim terwijl banken in Oekraïne en Rusland er ook een rol in zouden spelen. Dit waren voor mij allemaal “red flags”. Ik kreeg niet goed antwoord op mijn vragen. In diezelfde periode ontving ik wel een vaag businessplan van dhr. [verdachte] . (…) Hij wilde alleen (…) dat de bankgarantie werd geadviseerd op zijn eigen rekening. (…) Je kunt helemaal niet een bankgarantie geadviseerd krijgen op je eigen rekening. Daarom dacht ik dat dhr. [verdachte] kennelijk dacht dat hij dat geld op zijn eigen rekening gestort zou krijgen. Ik had het idee/vermoeden dat dhr. [verdachte] met de garantie vertrouwen wilde wekken naar investeerders. (…) Ik heb de garantie niet geadviseerd omdat ik teveel “red flags” zag.

29. een geschrift, te weten een concept Swift-bericht, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

CURRENCY CODE: USD

AMOUNT: 40,000,000.00

ISSUING DATE: .140611

EXPIRY DATE: 150611

BENEFICIARY: TBT NL BV

FOR THE VALUE THAT WE RECEIVED, WE, THE UNDERSIGNED, INVESTMENT

RUSSIAN FEDERATION BY ORDER OF OUR CLIENT

DUBAI, UNITED ARAB EMIRATES' (HEREINAFTER THE APPLICANT) HEREBY

IRREVOCABLY AND UNCONDITIONALLY WITHOUT PROTEST OR NOTIFICATION PROMISE TO PAY AGAINST THIS LETTER OF GUARANTEE TO THE ORDER OF TBT NL BV (HEREINAFTER THE BENEFICIARY) THE BEARER OR HOLDER THEREOF, AT MATURITY, THE SUM OF USD 40, 000,000.00 (SAY: FOURTY MILLION USD ONLY) IN THE LAWFUL CURRENCY OF THE UNITED STATES OF AMERICA UPON FIRST WRITTEN DEMAND BY OUR ACCEPTANCE UNDER THIS LG AND PRESENTATION AND SURRENDER OF THIS GUARANTEE AT THE OFFICE OF US. (…)

THIS IS AN OPERATIVE INSTRUMENT AND FINANCIAL GUARANTEE RELATED

TO OUR LETTER OF GUARANTEE ISSUED BY INSURANCE COMPANY ALLIANZ

S.P.A. WILL FOLLOW. (…)

THIS GUARANTEE CAN BE EXTENDED TILL 11/06/2019 BY OUR PRIOR

CONSENT.

BEST REGARDS,

CIBGRUMM

INVESTMENT COMPANY ''RICOM-TRUST'' ZAO

30. een geschrift, te weten een “e-mail van Allianz” d.d. 11 maart 2015, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Van: [naam 27] (Allianz NL) rmailto: [naam 27] @allianz.nl

Verzonden: woensdag 11 maart 2015 9:51

Van: [naam 28]

CC: Anti Fraud (Allianz NL)

Onderwerp: RE: Verzekerde bankgarantie Allianz

[naam 28] ,

Snelle terugkoppeling:

We hebben contact gezocht met onze Italiaanse collega's en we kunnen bevestigen dat het document niet van Allianz komt.

Soortgelijke valse documenten zijn bekend bij onze Italiaanse anti-fraude collega's als "Aurora scheme".

Dit is voor het eerst dat zij een melding van buiten Italië zien, Allianz zal de anti fraude afdelingen internationaal waarschuwen.

Voor meer informatie is onze anti-fraude collega vanaf volgende week dinsdag weer aanwezig, bereikbaar op [e-mail] @allianz.nl

Best regards, vriendelijke groet, cordialement,

[naam 27]

IT Security & Risk Officer Benelux

Original Message (…)

In de bijlage zoals afgesproken de vermoedelijk door Allianz verzekerde bankgarantie.

Mijn klant: [slachtoffer 1] heeft dit document als bewijs gekregen dat er binnenkort een betaling zou kunnen plaatsvinden. Wij hebben een vermoeden dat dit een oplichtingszaak betreft en dat degene die het heeft geleverd, [verdachte] , diverse personen probeert op te lichten.

31. een geschrift, te weten een “Financial Guarantee/ Garanzia Finanziaria” d.d. 11 June 2014, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Date: 11 June 2014

Financial Guarantee/Garanzia Finanziaria

From: AURORA ASSICURAZIONI

Agency of: ALLIANZ S.p.A.,Via Marconi, 8 - Trieste, ITALY

Insurance Company: ALLIANZ S.p.A. Largo Ugo Irneri 1, Trieste, Italy

To: SWISS GARANTIE (ISSUANCE) LIMITED, MIRAMAR TOWER, 132 NATHAN ROAD, TSIMSHATSUI, KOWLOON, HONG KONG

We have been informed that you, SWISS GARANTIE (ISSUANCE) LIMITED, MIRAMAR TOWER, 132 NATHAN ROAD, TSIMSHATSUI, KOWLOON, HONG KONG (BORROWERZ-'CLIENT") including all branches, are prepared, subject to certain terms and conditions, to enter into credit agreements and/or other agreements within the banking relationship (collectively and each of them, the "Agreement") with INVESTMENT COMPANY RICOM-TRUST ZAO, 6 Protochniy Une. Moscow, Russia 121099 (CUSTOMER) against our first demand guarantee.

Accordingly, we issue this Guarantee in order to secure all existing, future and contingent claims arising from the banking relationship and to ensure that you shall receive pavinent of all amounts expressed to be payable by the Customer hereunder up to the amount of

40 Mio. $ (SAY FORTY MILLION) (100% of the Financial Guarantee Amount)

in the currency and at the place provided therein at its stated or accelerated maturity (the "Indebtedness") net of any deduction or withholding whatsoever and irrespective of the factual or legal circumstances (including but not limited to, force majeure or any event or action delaying or preventing any conversión or transfer to or receipt by you in the account agreed to by you) and motives by reason of which the Customer may fail to pay the Indebtedness.

Under an agreement dated 06 June 2014 (as the same may be amended from time to time, the "Agreement"), with which we are familiar, you have agreed, subject to certain terms and conditions, to make available credit facilities or other financial accommodation to the client up to the amount of 40 Mio. $ (SAY FORTY MILLION) (Credit Amount, max.100% ofthe Financial Guarantee Amount) against our first demand guarantee. Accordingly, we issue this Guarantee in order to ensure that you shall receive payment of all amounts expressed to be payable by the Customer under the Agreement in the currency and at the place provided therein at its stated or accelerated maturity' (the "Indebtedness"), net of any deduction or withholding whatsoever and irrespective of the factual or legal circumstances (including, but not limited to, force majeure or any event or action delaying or preventing any conversion or transfer to or receipt by you in the account agreed to by you) and motives by reason of which the Customer may fail to pay the Indebtedness.

32. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar verbalisant KL005730, in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 augustus 2015 gesloten proces-verbaal, nummer LEREC15001-233, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

In het onderzoek 26Liesbos werd bij de aangehouden verdachte diverse digitale apparatuur in beslag genomen, waaronder inbeslagname nummers HO93A.01.01.004 (Apple iMac) en

HOGE93A.01.03.001 (Sony Vaio notebook). (…)

Het onderzoeksteam 26Liesbos verzocht mij om de images te onderzoeken naar bankgaranties die mogelijk opgeslagen waren op de harde schijf van de computers. Ik zocht op de bestandsnaam "Allianz" en trof een bankgarantie in de map "Downloads. De map aanwezig in het pad HOGE93A.01.03.001.E0l/Partition 3/NONAME [NTFS]/[root]/Users/dmt3/Downloads bevat in totaal 132.335 bestanden.

Vervolgens heb ik in de maplocaties gekeken en trof de in de bijlage gevoegde bestanden aan. (…)

Date: 11 June2014

Financial Guarantee/Garanzia Finanziaria

From: AURORA ASSICURAZIONI

Agency of: ALLIANZ S.p.A.,Via Marconi, 8 - Trieste, ITALY

Insurance Company: ALLIANZ S.p.A. Largo Ugo Irneri 1, Trieste, Italy

To: SWISS GARANTIE (ISSUANCE) LIMITED, MIRAMAR TOWER, 132 NATHAN ROAD, TSIMSHATSUI, KOWLOON, HONG KONG

We have been informed that you, SWISS GARANTIE (ISSUANCE) LIMITED, MIRAMAR TOWER, 132 NATHAN ROAD, TSIMSHATSUI, KOWLOON, HONG KONG (BORROWERZ-'CLIENT") including all branches, are prepared, subject to certain terms and conditions, to enter into credit agreements and/or other agreements within the banking relationship (collectively and each of them, the "Agreement") with INVESTMENT COMPANY RICOM-TRUST ZAO, 6 Protochniy Une. Moscow, Russia 121099 (CUSTOMER) against our first demand guarantee.

Accordingly, we issue this Guarantee in order to secure all existing, future and contingent claims arising from the banking relationship and to ensure that you shall receive pavinent of all amounts expressed to be payable by the Customer hereunder up to the amount of

40 Mio. $ (SAY FORTY MILLION) (100% of the Financial Guarantee Amount)

in the currency and at the place provided therein at its stated or accelerated maturity (the "Indebtedness") net of any deduction or withholding whatsoever and irrespective of the factual or legal circumstances (including but not limited to, force majeure or any event or action delaying or preventing any conversión or transfer to or receipt by you in the account agreed to by you) and motives by reason of which the Customer may fail to pay the Indebtedness.

33. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 11 augustus 2015 gesloten proces-verbaal van aangifte valsheid in geschrift, nummer LEREC15001-182, inhoudende de verklaring van [naam 29] namens Allianz Benelux N.V. en Allianz SE, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Op maandag 27 juli 2015 ontving ik uit hoofde van mijn functie als senior fraudecoördinator bij de afdeling Legal Compliance & Anti-Fraud van Allianz Nederland Groep N.V. (vestiging Rotterdam van Allianz Benelux N.V.) een e-mail van mijn collega [naam 27] aangaande een vermoedelijk valse bankgarantie met daarop het logo van Allianz. Hierop heb ik contact opgenomen met Allianz SE, hoofdkantoor van Allianz wereldwijd, waar aan mij werd bevestigd dat de bankgarantie inderdaad vals is.

De bevestiging werd gedaan door het hoofd van de afdeling "Coördinamento Antifrode en

Compliance di Gruppo Allianz S.p.A Italy. (Societé per Azioni = rechtspersoon in het Italiaans)

De redenen die daarbij werden opgegeven waren de volgende:

1. er geen contacten tussen Allianz en Aurora

2. het bedoelde document in het geheel niet wordt gebruikt door Allianz Italy (…)

V: Op het document zijn verschillende stempels en zegels aangebracht, waaronder een

geparafeerde stempel van Aurora. Wat is normaliter het doel van deze stempels en zegels?

A: Het algemene doel is vertrouwen wekken dat het allemaal wel goed zit. Allianz werkt niet met dergelijke zegels en stempels. (…)

34. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] op 4 mei 2015 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte, nummer 2015099396, inhoudende de aangifte gedaan door [naam 31] namens ABN AMRO Bank NV, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Op woensdag 29 april ontving Ik uit handen van mevrouw [naam 30] van ABN AMRO Bank NV een strafrechtelijke aangifte Inclusief een bijlage.

Deze aangifte is gedaan door:

[naam 31] , Geboren op [geboortedatum 3] , domicilie kiezende Gustav Mahlerlaan 10,1082PP Amsterdam.

Hij deed aangifte en verklaarde:

"Ik ben werkzaam bij Security & Intelligence Management van ABN AMRO Bank NV, Gustav Mahlerlaan 10,1082 PP Amsterdam en als zodanig bevoegd tot het doen van aangifte van strafbare feiten, die ten nadele van de bank en/of haar dochtermaatschappijen en/of haar klanten zijn gepleegd.

Begunstigde partij die op het valse/vervalste document wordt vermeld, betreft:

[verdachte] Bright Trust.

35. een geschrift, te weten een aangifte, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Aangever

Naam : [naam 31]

Ik ben als onderzoeker werkzaam bij de afdeling Security & Intelligence Management (verder: SIM), voorheen de afdeling Veiligheidszaken genoemd, van de ABN AMRO Bank N.V. waarvan het hoofdkantoor is gevestigd aan de Gustav Mahlerlaan 10,1082 PP Amsterdam (Postbus 283,1000 EA Amsterdam).

Namens ABN AMRO Bank N.V, (verder: de bank) ben ik bevoegd tot het doen van aangifte van strafbare feiten, die ten nadele van de bank en/of haar dochtermaatschappijen en/of haar klanten zijn gepleegd. De bank slachtoffer geworden van valsheid In geschrifte (artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht )

Op 23-03-2015 ontving de afdeling SIM een bericht van The Restructuring Company, mw. [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) wonende aan de [adres 5] . [slachtoffer 1] meldde over informatie te beschikken over een mogelijk vervalste bankgarantie van ABN AMRO van € 200 miljoen. Een kopie van de bankgarantie Is als bijlage 1 gevoegd bij deze aangifte. De begunstigde betreft [verdachte] Bright Trust.

(…) Door SIM werd bevestigd aan [slachtoffer 1] dat de bankgarantie niet door de bank is opgemaakt en dat de garantie vervalst is. De bank is niet betrokken geweest bij enige transactie met de genoemde partijen en heeft in welke vorm dan ook geen opdracht gegeven voor het stellen van een bankgarantie.

36. een geschrift, te weten een Bank Guarantee, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

ABN-AMRO (…)

**€ 200,000,000,00**

Bank Guarantee

Amount: € 200,000,000,00

Issued at: Amsterdam

Issued date: 07 april 2011

Maturity dat: 07 april 2012

Beneficiary: [verdachte] Bright Trust

37. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 29 juli 2015 gesloten proces-verbaal van bevindingen, nummer LEREC15001-171, inhoudende bevindingen omtrent valse bankgarantie ABN, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Op 19 maart 2015 heeft [naam 32] aangifte gedaan van oplichting door [verdachte] . Naar aanleiding van deze aangifte heeft zij verschillende documenten verstrekt aan de Landelijke Recherche, waaronder onderstaande vermoedelijk valse bankgarantie van ABN AMRO N.V.

ABN-AMRO (…)

**€ 200,000,000,00**

Bank Guarantee

Amount: € 200,000,000,00

Issued at: Amsterdam

Issued date: 07 april 2011

Maturity dat: 07 april 2012

Beneficiary: [verdachte] Bright Trust

Aangeefster heeft (…) een email doorgestuurd van [naam 33] van ABN AMRO Bank N.V. waarin wordt bevestigd dat de bankgarantie vals is.

“Het document met het logo ven de ABN AMRO Bank is wat wij noemen een fantasy document en wij beschouwen deze als een fraude poging. Ook de inhoud van dit fantasy document is onjuist en ABN AMRO is niet betrokken of betrokken geweest bij enige transactie met de genoemde partijen.

Wij zullen nog aangifte doen van deze fraude poging.”

Met vriendelijke groeten,

[naam 33]

Security & Intelligence Management

ABN AMRO Bank N.V.

Diezelfde dag heeft verbalisant voornoemd [naam 33] gevraagd om meer informatierond de wetenschap dat dit document vals is. Hierop heeft van Montfoort gereageerd met 16 punten waaruit blijkt dat het document vals is. De meest opvallende punten:

• In de bankgarantie wordt niet het juiste lettertype en logo gehanteerd.

ABN AMRO werkt niet met sterretjes in documenten.

• 'Original' stempel wordt niet door ABM Amro gebruikt

• Petra van de Hoeken (heeft documenten ondertekend) werkt niet voor ABN AMRO Bank.

38. een geschrift, te weten een “Bank Guarantee”, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Bank Guarantee (…)

Issuer Name: The Royal Bank of Scotland PLC

Issuer Date 09 Oct 2013 (…)

Total issued amount 1,000,000,000

First closing date 22 Sept 2004

Next closing date 23 Sept 2015

Last closing date 22 Sept 2014 (…)

39. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 20 augustus 2015 gesloten proces-verbaal van aangifte, nummer LEREC15001-232, inhoudende de aangifte van [naam 34] namens Royal

Bank of Scotland, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Op donderdag 20 augustus 2015 te 10:15 uur. verscheen voor ons, in het complex van de Royal Bank of Scotland (hierna te noemen RBS), Gustav Mahlerlaan 350,1082ME Amsterdam, een persoon die ons opgaf te zijn:

Achternaam : [naam 34]

Voornamen : [naam 34]

(…) Hij deed aangifte van valsheid in geschrift namens de benadeelde RBS. (…)

"Op maandag 27 juli 2015 ontving ik van u, mevrouw [verbalisant] , een e-mail aangaande een vermoedelijk valse bankgarantie met daarop de naam van RBS. Hierop heb ik contact opgenomen met onze garantie specialisten in Nederland en het United Kingdom, waar aan mij werd bevestigd dat dit document geen bankgarantie is en niet afkomstig is van RBS. De reden die daarbij werd opgegeven is dat een door RBS afgegeven garantie normaal gesproken een garantietekst, referentienummer en betrokken partijen bevat. Deze zijn allen niet aanwezig. Om kort te gaan: dit komt niet van RBS af.

(…)

Dit stuk spreekt over 1 miljard. Onze garantiespecialisten moesten daarop ook hartelijk lachten omdat dit wel heel ongebruikelijk is. Dat zie je alleen bij multinationals en overheden. Verder staan er spelfouten in de tekst. Deutsche Bank staat verkeerd geschreven op pagina 6, dat zou normaal gesproken nooit voorkomen. En op pagina 2 staat issuer country ‘Great Brittain’en wij zouden altijd spreken over United Kingdom. Wat verder opvalt is dat de lay-out totaal anders is. Een garantie is normaal gesproken 3 of 4 pagina’s. En een garantie wordt normaal ook niet bij Euroclear geregistreerd. (…)

40. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] op 3 september 2015 in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nummer 011979/15, inhoudende de verklaring van [naam 35] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Vraag : Kunt u iets vertellen over de ontvangst van de ABN bankgarantie (bijlage 2)?

Antwoord: Voor mij was het zeer eenvoudig. Ik moest eerst een brief ondertekenen dat dit stuk 'for my eyes only' was en toen kreeg ik dat stuk doorgestuurd. Ik heb geen verstand van dergelijke stukken, maar het was [verdachte] die me vertelde dat al het nodige er op stond. Hij bedoelde daarmee de slempels, de identiteitscode van de bankbediende. Ik had zo'n stuk nog nooit eerder gezien. Ik wist wel dat er 'hard copy' moest op staan en de identiteitscode van de bankbediende. (…)

Vraag : [verdachte] heeft verklaard dat u de ABN bankgarantie aan hem heeft verstrekt. Wat is daarop uw reactie?

Antwoord: (lacht) Dat is de grootste leugen die ik al ooit gehoord heb.

Vraag : Leest u alstublieft deze mailcorrespondentie (bijlage 3). Kunt u vertellen waar deze e-mailcorrespondentie over gaat?

Antwoord : Het betreft mailverkeer tussen [verdachte] en mijzelf. Het komt er op neer dat hij me iets zou doorsturen waarover ik moest zwijgen, een soort geheimhoudingsdocument. Vandaar dat ik er nooit aan gedacht heb om naar de ABN AMRO te gaan. In het tweede mailtje stuur ik het ondertekend, geheimhoudingsdocument terug in bijlage. In het derde mailtje ontvang ik de bankgarantie. In het vierde mailtje zeg ik hem dat in nooit verwacht had dal het bij ABN AMRO zou zijn en ik vraag hem wanneer ik mijn geld krijg. Ik bedoel daarmee een deel van de 26.000.000 euro waar ik recht op had.

Daarna vraagt hij mij om te skypen. (…)

Ik kon met die 200.000.000 van de bankgarantie niets doen omdat het op zijn naam stond, Maar zo wist ik wel dat mijn geld er zou aankomen. (…) Het was opvallend dat [verdachte] voor kleine zaken wel communiceerde via email, maar wanneer het over de bankgarantie was alles steeds via skype diende te verlopen. (…)

41. een geschrift, te weten emailcorrespondentie, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

— Original Message —

From: [verdachte]

To: [naam 36]

Sent: Wednesday, April 13, 2011 10:02 AM

Subject: Letter

Hello [naam 36] ,

Please read over, print, sign, initial and email back to me. I will send over relevant information after I get the letter back from you.

I will be available on SKYPE around 6AM EST this morning to talk.

Best regards

[verdachte]

On Wed, Apr 13, 2011 at 7:17 AM, [naam 36] < [naam 36] @skynet. be> wrote:

Hello [verdachte] ,

Signed and in attachment!

Brgds.

[naam 36] .

— Original Message —

From: [verdachte]

To: [naam 36]

Sent: Wednesday, April 13 2011 1:31 PM

Subject: Re: Letter

For your eyes only,

[verdachte]

On Wed, Apr 13, 2011 at 7:50 AM, [naam 36] < [naam 36] @skynet.be> wrote:

Nice [verdachte] !

I never expected it to be an ABN BG...

For when the FUNDS???

Brds.

[naam 36]

From: [verdachte] lil < [verdachte] @gmail.com>

Subject: Re: Letter

Date: 13 Apr 2011 14:08:54 CEST

To: [naam 36] < [naam 36] @skynet.be>

skype

42. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 22 juni 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-0062, inhoudende de verklaring van verdachte d.d. 22 juni 2015 te 10:00 uur, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

V: Kunt u wat meer vertellen over uw zakencontact mevrouw [slachtoffer 1] ? (…) Op welke wijze bent u met haar in contact gekomen?

Ik heb haar via meneer [naam 11] ontmoet. (…) [naam 11] , mijn advocaat. (…)

43. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 14 juli 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-0124, inhoudende de verklaring van verdachte d.d. 14 juli 2015 te 10:00 uur, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

A: [slachtoffer 4] en ik waren bezig om te proberen een scheepswerf te bouwen hier in Nederland. (…)

Er waren obligaties / effecten waartegen ik probeerde een kredietlijn te regelen. Een deel van die kredietlijn zou gebruikt worden voor de financiering van de partnerschap met mevrouw [slachtoffer 1] . (…) Mevrouw [slachtoffer 1] heeft specifieke effecten ontvangen ter waarde van EUR 17.500.000. Een deel van die effecten was voor de investering in de musical. Het andere deel was voor de EUR 127.500 die zij naar mij toegestuurd had. (…)

V: Met welk doel heeft u dit geld geleend?

A: Om een bedrijf aan te schaffen.

Het geld dat de bankgarantie van USD 40,000.000 zou opleveren, daarvan zou een deel naar de oprichting van de scheepswerf gaan. (…)

V: Zou het mogelijk zijn dat u in de periode van 02 juni 2011 tot en met 27 juli 2011 in [hotel 2] verbleef?

A: Dat zou kunnen, (…).

V: Door [hotel 2] is aangifte gedaan van oplichting tegen u. Door een medewerker van het hotel is verklaard dat er nog een rekening open staat ter hoogte van EUR 17.534. Wat kunt u hierover verklaren?

A: Ik geloof dat er een rekening openstaat. (…)

A: ik heb tijd doorgebracht in [hotel 1] . (…)

V: Wanneer bent u daar voor het laatst geweest?

A: Waarschijnlijk ergens een keer begin 2014, eind 2013. (…)

V: Uit onderzoek is gebleken dat u bij dit hotel nog een rekening open heeft staan, ter hoogte van EUR 354.000, Dit betreffen kosten voor hotelrekeningen, transportkosten, stomerij kosten etc.

Wat kunt u daarover verklaren?

A: Ik weet wat de rekeningen zijn. (…)

44. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant] en [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 4 augustus 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-0144, inhoudende de verklaring van verdachte d.d. 4 augustus 2015 te 10:15 uur, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

De eigenaar van [hotel 1] en ik hadden constant contact, We hadden een overeenkomst Hij heeft meer dan voldoende onderpand gehad voor wat ik hem schuldig was. (…) In deze mail (bijlage 5) zit een bijlage, genaamd 'Payment confirmation'. In dit document, gedateerd op 11 februari 2015, staat opgenomen dat u garant staat voor de openstaande facturen bij [hotel 1] en dat de facturen binnen 10 dagen na dagtekening zullen worden voldaan. Wij hebben begrepen dat u de openstaande facturen tot op heden (4 augustus 2015) nog niet heeft voldaan. Dit is vijf maanden later. Waarom heeft u nog niet voldaan?

A: Meneer [slachtoffer 2] heeft voldoende onderpand gekregen.

O: Bij het nalezen wil verdachte graag toevoegen:

A: dat er moeilijkheden waren. (…)

V: De MBB obligaties?

A: Ja, dat is voldoende voor wat hij claimt. (…)

45. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 augustus 2015 gesloten proces-verbaal van bevindingen, nummer LEREC15001-234, inhoudende de verklaring van [naam 17] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

V: Kent u [verdachte] ?

A: Ja, ik heb een tijd bij een advocatenkantoor gewerkt en hij was daar een klant. Daarna ben ik in dienst geweest bij een bedrijf van hem.

V: Bij welk bedrijf?

A: TBT Netherlands BV.

V: Welke periode heeft u werkzaamheden verricht voor TBT Netherlands BV?

A: Ik meen dat dit is geweest van 01 nov. 2013 t/m 01 okt 2014. (…)

(…)

V: Was het een goed lopend bedrijf?

A: Nee. Ik heb niet betaald gekregen voor mijn werkzaamheden, dus dat zegt genoeg.

V: Hoeveel is [verdachte] u momenteel nog schuldig?

A: Ik zou ongeveer 5.000 euro per maand ontvangen, dus rekent u maar uit.

V: 5.000 bruto of netto?

A: Bruto.

V: Waarmee verdiende TBT Netherlands zijn geld? Waren er inkomsten vanuit TBT Netherlands BV?

A: Geen. (…)

46. het proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel d.d. 18 mei 2016, inhoudende de verklaring van [naam 17] , zakelijk weergegeven:

(…) Toen ik voor dhr. [verdachte] werkte, was ik een soort chef de bureau, een administratieve kracht. (…) Ik ben (…) op 1 november 2013 bij dhr. [verdachte] in dienst gekomen. Ik heb voor hem gewerkt tot eind september 2014. (…) U vraagt of ik op de hoogte ben geweest van vermogen van de bedrijven van dhr. [verdachte] . De illusie was dat er vermogen was, maar ik heb het nooit gezien. Ik had stellig de indruk dat er vermogen was. Dat baseerde ik op het feit dat hij grote partijen obligaties overboekte van de ene rekening naar de andere. (…) Ik heb zelf nooit echt geld gezien, anders dan geld voor een lunch bv. (…) Ik had niet het idee dat er veel cash geld was. Ik ben nooit voor mijn werkzaamheden betaald. (…) Mij werden fantastische beelden geschetst maar tot uitbetalen kwam het nooit. Toen de politie mij daar dus naar vroeg, heb ik alles wat dhr. [verdachte] had op nul gewaardeerd: een papieren tijger. U zegt dat ik ook bij de politie ben gevraagd of er inkomsten vanuit TBT Netherlands waren en ik zeg daar dat ik wel die indruk had. Ik bedoelde daarmee dat ik wel de indruk had dat er geld was. Ik zag immers dat er allerlei Bonds werden overgeboekt. Ik had de indruk dat het om serieus geld ging. (…) Hij liet zich ook rondrijden in grote auto’s en sliep in hotels en had een kantoor aan de Herengracht en sprak met mij over het investeren van geld in goede doelen en dat deed ook de indruk ontstaan dat hij geld had. Maar dat is allemaal niet door gegaan. (…) Ik heb een overzicht gemaakt van de schulden waar ik kennis van droeg. (…) Ik heb vervolgens daarin een prioritering gemaakt van welke schulden er in mijn opinie als eerste betaald zouden moeten worden. (…) Hij had meermalen bijeenkomsten met schuldeisers om ze te vertellen dat het goed zou komen en daarmee hield hij ze weer een tijde op afstand. (…) Hij hield dat soort bijeenkomsten met partijen waar hij direct afhankelijk van was. (…) Andere partijen waar hij niet afhankelijk van was, liet hij door mij op afstand houden. (…) Er werden geen facturen betaald. (…)

Feit 4

47. de door F.B.A.M. van Oss op 10 augustus 2015 opgemaakte en ondertekende aangifte terzake van vermoedelijke faillissementsfraude, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Ondergetekende,

naam: Frans van Oss

(…) is bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Gelderland, locatie Zutphen

d.d. 2 juni 2015 benoemd tot curator in het faillissement van:

TBT Netherlands B.V.

(…)

Deze aangifte richt zich tegen:

[verdachte] , [geboortedatum 1] 1963. (…)

Hierbij doe ik aangifte terzake van vermoedelijke overtreding van:

Artikel 342 Wetboek van Strafrecht: eenvoudige bankbreuk door de bestuurder of commissaris van een gefailleerde rechtspersoon. (…)

"Op 2 juni 2015 ben ik benoemd tot curator in het faillissement van TBT Netherlands B.V.. Ik zal verder spreken over TBT. Onmiddellijk na ontvangst van het vonnis heb ik de bestuurder, de heer [verdachte] , hierna te noemen [verdachte] , bericht dat het faillissement is uitgesproken, hem gewezen op de verzettermijn van 14 dagen. Ik heb dat gedaan zowel in het Engels als in het Nederlands per mail van 3 juni 2015. Per mail heb ik ook, in het Engels, gevraagd waar de administratie van TBT is. Dat was op 10 juni 2015, nadat ik herhaaldelijk per mail heb verzocht om contact op te nemen voor het maken van een afspraak. [verdachte] heeft slechts twee keer gereageerd, dat was op 3 juni en op [geboortedatum 1] 2015. Uit zijn mail van [geboortedatum 1] 2015 blijkt dat hij kennis heeft genomen van mijn verzoek tot afgifte van de administratie van TBT. Vervolgens is mij gebleken dat er veel schuldeisers zijn die zich opgelicht voelen door TBT en [verdachte] . Zij zijn af gegaan op gescande bankgaranties en verklaringen die naar mijn overtuiging vals zijn. Verificatie van die verklaringen en vermeende bankgaranties leverden inderdaad op dat deze niet echt waren.

Ik bedoel dan verklaringen waaruit zou blijken dat TBT goed is voor zijn geld. Bij het onderzoek hebben wij geen administratie aangetroffen. Eerst bij het bezoek aan de recherche op 10 augustus 2015 hebben wij een viertal ordners gezien waarin enige administratie is opgenomen van TBT, maar ook administratie die in het geheel niet bij TBT thuis lijkt te horen. Uit de administratie kan door mij niet worden afgeleid wat de rechten en plichten van de vennootschap zijn. In de ordners tref ik facturen aan en een aantal belastingaanslagen. Informatie bij de fiscus leverde al op dat er (vrijwel) alleen ambtshalve aanslagen zijn opgelegd en er in ieder geval in 2014 en 2015 geen aangifte is gedaan. Vermoedelijk geldt dat ook voor 2013, maar dat moet ik nog verifiëren bij de Belastingdienst. Er zijn geen jaarstukken ingediend bij de Kamer van Koophandel terwijl de jaarstukken van 2013 al gedeponeerd hadden moeten zijn. Uit een notariële akte van 26 maart 2015 kan afgeleid worden dat een zekere mevrouw [naam 37] in dienst is geweest bij TBT. Zij zou nog een

loonvordering hebben en zowel zij als de heer [verdachte] verklaren in die akte dat er geen

loonspecificaties zijn opgemaakt In de ordners die mij door de recherche ter inzage zijn gegeven heb ik in het geheel geen loonadministratie aangetroffen. Er zijn geen aanslagen aangetroffen in het faillissement. De fiscus is niet bekend met het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Dat leid ik af uit het feit dat geen aanslagen ter zake bij mij zijn ingediend. Deze mevrouw [naam 37] heeft aan mijn kantoorgenoot mevrouw Mr. [naam 38] telefonisch aangegeven dat zij in het huis van [verdachte] in Zeist administratie bij heeft gehouden, waarbij zij aangaf dat dit niet meer inhield dan het verzamelen van aanmaningen. Dat is ook wat ik aantref in de ordners die de recherche mij ter beschikking heeft gesteld. Ik heb een afspraak gepland met [verdachte] in het huis van bewaring op 26 augustus 2015. Ik zal hem dan nogmaals vragen om administratie. (…) Het gaat in totaal om een bedrag van 1.409.063,11 EUR, waarvan 26.121 EUR preferent, 65.991,62 EUR betwisten 1.316.950,49 EUR concurrent, van in totaal 11 schuldeisers."

48. een geschrift, te weten het vonnis van de Rechtbank Gelderland d.d. 2 juni 2015, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Vonnis RECHTBANK GELDERLAND

(…) uitspraakdatum: 2 juni 2015

Vonnis faillissement

De beslissing

De rechtbank;

verklaart in staat van faillissement:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TBT Netherlands BV,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 53589866,

statutair gevestigd Arnhem,

correspondentieadres: 1001 AL Amsterdam, Postbus 3685,

vestigingsadres: [adres 4] . (…)

49. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 18 augustus 2015 gesloten proces-verbaal van bevindingen, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

Uit het verhoor van [naam 4] bleek dat TBT Netherlands als accountant Ernst & Young (EY) had. (…) een medewerker van EY, namelijk [naam 39] (…) vertelde;

• Ze hebben een aantal jaar geleden kennis gemaakt met [verdachte] . Sindsdien is er wat

mailcorrespondentie geweest.

• EY heeft TBT in advies voorzien aangaande wat moet gebeuren om aan de openstaande

belastingvorderingen te voldoen.

• EY heeft GEEN jaarrekening opgemaakt noch aangifte gedaan namens TBT. Dat was wel

de bedoeling maar EY wilde dat hij het af te dragen bedrag aan belasting dan eerst op de

derdengeldrekening van de notaris zou storten (notaris [naam 10] van Notariaat Gennep)

voordat EY bereid was aangifte te doen namens TBT.

• [verdachte] heeft de boekhouding van TBT gebracht naar EY Eindhoven ( Prof. Dr.

Dorgelolaan 14) met dat doel. Dat zijn 4 a 5 ordners,

• EY heeft nog openstaande rekeningen op TBT / [verdachte] .

• [naam 39] vertelde dat [verdachte] aandrong op een controleverklaring van EY. Hij wilde

ook een verklaring dat TBT kredietwaardig is. Dat heeft hij niet gekregen. Wel is een

engagement agreement getekend (oftewel een opdrachtbrief).

50. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 24 augustus 2015 gesloten proces-verbaal van bevindingen, nummer LEREC15001-234, inhoudende de verklaring van [naam 17] , zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

V: Kent u [verdachte] ?

A: Ja, ik heb een tijd bij een advocatenkantoor gewerkt en hij was daar een klant. Daarna ben ik in dienst geweest bij een bedrijf van hem.

V: Bij welk bedrijf?

A: TBT Netherlands BV.

V: Welke periode heeft u werkzaamheden verricht voor TBT Netherlands BV?

A: Ik meen dat dit is geweest van 01 nov. 2013 t/m 01 okt 2014. (…)

V: Kan u iets meer vertellen over de administratie die u deed?

A: Dit was het versturen van administratie, voorbereiden van gesprekken, invullen van formulieren, opmaken van non disclosure verklaringen, telefoon aannemen, huur van het pand regelen, voorbereiden inkoopcontracten.

V; Was het een goed lopend bedrijf?

A: Nee. Ik heb niet betaald gekregen voor mijn werkzaamheden, dus dat zegt genoeg.

V: Hoeveel is [verdachte] u momenteel nog schuldig?

A: Ik zou ongeveer 5.000 euro per maand ontvangen, dus rekent u maar uit.

V: 5.000 bruto of netto?

A: Bruto.

V: Waarmee verdiende TBT Netherlands zijn geld? Waren er inkomsten vanuit TBT Netherlands BV?

A: Geen. Ik had geen zicht op de financiële gang van zaken, want dat werd van mij weggehouden, maar ik had wel die indruk.

V: U gaf aan dat u de administratie deed, maar u had geen zicht op de financiële gang van zaken?

A: Nee. Ik deed meer de algemene administratie en de werkzaamheden zoals voornoemd. Ik had geen zicht op de financiële gang van zaken.

V: U heeft dus geen balansen opgemaakt?

A: nee. Ik heb wel contact gehad met de accountant.

V: Wie was de accountant?

A: Ernst&Young. Ik was doorgeefluik met alles wat met de fiscus te maken had.

V: Had Ernst&Young zicht op de financiële kant van het bedrijf?

A: Dat denk ik niet. Zij zaten net zo verlegen om informatie als ik. Er werd wat mij bekend is geen administratie bijgehouden.

51. het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] in de wettelijke vorm opgemaakt en op 27 augustus 2015 gesloten proces-verbaal nummer LEREC15001-0207, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

TBT NETHERLANDS B.V.

Gevestigd op 01 augustus 2011

wordt gedreven per 11 oktober 2012

Bestuurder sinds 23 augustus 2013: [verdachte]

Aandeelhouders sinds 22 augustus 2013: [verdachte] (90%) en [naam 4] (10%) (…)

[verdachte] is sinds 23 augustus 2013 de bestuurder van TBT Netherlands BV, die op 02 juni 2015 door de rechtbank Gelderland in staat van faillissement is verklaard. (…)

Ten tijde van het onderzoek is er geen deugdelijke administratie van TBT Netherlands BV

aangetroffen, danwel door/namens [verdachte] aan de politie/curator overhandigd.

[verdachte] heeft op 04 augustus 2015 bij de politie verklaard dat rekeningen en informatie over TBT Netherlands BV bij Ernst&Young liggen en een deel bij zijn advocaten. [verdachte] zou de stukken verschaffen. Hieraan is vooralsnog niet voldaan.

De bescheiden die onder Ernst&Young, danwel tijdens de doorzoeking in de woning van [verdachte] en/of in het [hotel 1] , zijn aangetroffen en inbeslaggenomen, voldoen niet aan de eisen die gesteld zijn in artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 10 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, om een administratie te voeren. Ten tijde van het opmaken van dit proces-verbaal is er nog geen deugdelijke administratie, balans en/of staat van baten en lasten van TBT Netherlands BV overhandigd aan de curator Er is onvoldoende informatie beschikbaar waaruit de rechten en verplichtingen van TBT Netherlands BV blijken. (…)

Ten tijde van het onderzoek is de curator niet in het bezit gekomen van administratie waaruit de rechten en verplichtingen van TBT Netherlands BV blijken. Er werden (aan/door de politie) enkel mappen met achtereen diverse facturen, openstaande rekeningen, aanmaningen, (ambtshalve opgelegde) belastingaanslagen en rekeninggegevens verstrekt/aangetroffen. Gedurende het onderzoek is niet gebleken dat er balansen en staten van baten en lasten met betrekking tot TBT Netherlands BV zijn opgemaakt. Er is namens TBT Netherlands BV geen belastingaangifte gedaan en er zijn geen jaarstukken ingediend bij de Kamer van Koophandel. Het was de bedoeling dat Ernst&Young de jaarrekening zou opmaken en belastingaangifte zou doen namens TBT Netherlands BV, maar dat zou pas worden gedaan als het af te dragen bedrag aan belasting eerst op de derdengeldenrekening van de notaris gestort zou zijn.

De rechten en verplichtingen van TBT Netherlands BV blijken op dit moment nergens uit. (…)

Gedurende het onderzoek is niet gebleken dat de balans en de staat van baten en lasten van TBT Netherlands BV over de jaren 2013-2015 zijn opgemaakt en op papier zijn gesteld. Deze stukken zijn niet overhandigd aan de politie/curator, niet bekend bij de belastingdienst en niet ingediend bij de Kamer van Koophandel. Het was de bedoeling dat Ernst&Young de jaarrekening zou opmaken en aangifte zou doen namens TBT Netherlands BV, maar dat zou pas worden gedaan als het af te dragen bedrag aan belasting eerst op de derdengeldenrekening van de notaris gestort zou zijn.

Ordner 2; Pagina 858 e.v.

Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel mr. R.M. van Vuure in aanwezigheid van griffier D. van der Steeg d.d. 10 mei 2016

Ordner 4; Pagina 2378 e.v.

Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel mr. R.M. van Vuure in aanwezigheid van griffier D. van der Steeg d.d. 10 mei 2016

Ordner 2; Pagina 905

Ordner 2; Pagina 922 e.v.

Ordner 2; Pagina 930 e.v.

Ordner 2; Pagina 951 e.v.

Ordner 2; Pagina 973 e.v.

Ordner 2; Pagina 1002 e.v.

Ordner 2; Pagina 820 e.v.

Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel mr. R.M. van Vuure in aanwezigheid van griffier B. Oostindiën d.d. 14 april 2016

Ordner 2; Pagina 1039 e.v.

Ordner 2; Pagina 1217 e.v.

Ordner 2; Pagina 820 e.v.

Ordner 2; Pagina 1232 e.v.

Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel mr. R.M. van Vuure in aanwezigheid van griffier D. van der Steeg d.d. 9 mei 2016

Ordner 3; Pagina 1311 e.v.

Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel mr. R.M. van Vuure in aanwezigheid van griffier B. Oostindiën d.d. 14 april 2016

Ordner 3; Pagina 1322 e.v.

Ordner 3; Pagina1374 e.v.

Ordner 3; Pagina 1396 e.v.

Ordner 3; Pagina 1447 e.v.

Ordner 3; Pagina 1487 e.v.

Ordner 3; Pagina 1487 e.v.

Ordner 1; Pagina 525 e.v.

Ordner 1; Pagina 527 e.v.

Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel mr. R.M. van Vuure in aanwezigheid van griffier D. van der Steeg d.d. 15 juni 2016

Ordner 4; Pagina 2203 e.v.

Ordner 1; Pagina 533 e.v.

Ordner 3; Pagina 1656 e.v.

Ordner 4; Pagina 2467 e.v.

Ordner 4; Pagina 2267 e.v.

Ordner 4; Pagina 2034 e.v.

Ordner 4; Pagina 2036 e.v.

Ordner 4; Pagina 2038

Ordner 4; Pagina 2078 e.v.

Ordner 4; Pagina 2341 e.v.

Ordner 4; Pagina 2408 e.v.

Ordner 6; Pagina 4018 e.v.

Ordner 6; Pagina 4025 e.v.

Ordner 1; Pagina 624 e.v.

Ordner 3; Pagina 1666 e.v.

Ordner 1; Pagina 696 e.v.

Ordner 5; Pagina 3123 e.v.

Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal verhoor van getuige door de rechter-commissaris strafzaken rechtbank Overijssel mr. R.M. van Vuure in aanwezigheid van griffier D. van der Steeg d.d. 18 mei 2016

Ordner 5; Pagina 3013 e.v.

Ordner 5; Pagina 3016 e.v.

Ordner 5; Pagina 3060 e.v.

Ordner 5; Pagina 3123 e.v.

Ordner 5; Pagina 3004 e.v.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature