Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op basis van de g-grond. Tussenbeschikking teneinde werknemer in de gelegenheid te stellen een deskundigenoordeel bij het UWV aan te vragen. Dit om te beoordelen of werknemer gelet op haar psychische gesteldheid in staat moet worden geacht te voldoen aan de haar opgelegde re-integratieverplichtingen.

Uitspraak



RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 5766896 \ HA VERZ 17-21

Beschikking van de kantonrechter van 10 mei 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEZONDHEIDSCENTRUM VOOR ASIELZOEKERS B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Wageningen,

verzoekende partij, hierna te noemen GCA,

gemachtigde: mr . drs. D. Eringa-Oudijk

tegen

[verweerster] ,wonende te [plaats] ,

verwerende partij, hierna te noemen [verweerster] ,

gemachtigde: mr. H.A. van der Kleij.

1 De procedure

1.1.

Op 2 maart 2017 is ter griffie ontvangen het verzoekschrift van GCA strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] . [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend, dat op 11 april 2017 ter griffie is ontvangen.

1.2.

Op 21 april 2017 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Ter zitting is door de gemachtigde van GCA een pleitnota voorgedragen en overgelegd.

2 De feiten

2.1

[verweerster] , geboren [1958] , is op 1 juni 2014 in dienst getreden bij GCA in de functie van consulent GGZ 1e –lijn. Het salaris bedroeg laatstelijk € 1.709,67 exclusief toeslagen, bruto per maand, te vermeerderen met 6% eindejaarsuitkeringen en 8% vakantietoeslag. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst is onder meer bepaald:

3.1

De werknemer heeft een contract voor een minimum aantal uren per week, de garantie-uren.

(…)

3.5

De werkgever is niet verplicht de werknemer op te roepen voor het verrichten van werkzaamheden, zodra werknemer het minimaal aantal te werken uren heeft bereikt.

3.6

De werkgever betaalt loon voor het totaal aantal uren dat de medewerker werkt, waarbij minstens het loon voor de garantie-uren wordt betaald (ongeacht of hij heeft gewerkt of niet).

(…)

4.1

De arbeidsduur van de werknemer bedraagt minimaal 16 uur (0,44 fte) en maximaal 32 uur (0,89 fte) per week, te meten per kwartaal.

2.2

Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Gezondheidscentra van toepassing.

2.3

Op 7 september 2015 is [verweerster] uitgevallen wegens ziekte.

2.4

Voor de medische begeleiding van [verweerster] heeft GCA in het voorjaar van 2016 het bedrijf Ergatis B.V. ingeschakeld ten behoeve van advisering over adequate behandeling en benutbare mogelijkheden gericht op duurzame arbeidsparticipatie. Ergatis heeft op of omstreeks 29 juni 2016 aan GCA gerapporteerd over de arbeidsmogelijkheden van [verweerster] .

2.5

De officier van justitie heeft op 20 april 2016 aan de rechtbank verzocht om een voorlopige machtiging te verlenen voor het doen opnemen en doen verblijven van [verweerster] in een psychiatrisch ziekenhuis. Bij beschikking van 9 mei 2016 van de rechtbank Overijssel heeft de rechter geoordeeld dat niet geconcludeerd kan worden dat er een dwangopname plaats moet vinden als enig middel om het zeker aanwezige gevaar af te wenden. Het verzoek is afgewezen.

2.6

Op 2 augustus 2016 heeft GCA aan [verweerster] per brief een officiële waarschuwing gegeven in verband met haar gedrag tegenover collega’s. In de brief staat onder meer:

(…) Wanneer wij constateren dat u wederom niet op een respectabele en fatsoenlijke manier communiceert, nemen wij verdergaande maatregelen waarbij ontslag tot de mogelijkheden behoort. Wij vertrouwen erop dat u laat blijken dat dit niet nodig is. (…)

2.7

De arbeidsdeskundige van het UWV oordeelt in het deskundigenoordeel van 16 november 2016 als volgt: De door de werknemer uitgevoerde re-integratie-inspanningen zijn niet voldoende.

2.8

Naar aanleiding van dit deskundigenoordeel deelt GCA bij brief van 28 november 2016 aan [verweerster] mee dat zij met ingang van 16 november 2016 de loondoorbetaling staakt.

2.9

Bij brief van 6 december 2016 schrijft GCA aan de gemachtigde van [verweerster] : (…) In uw brief stelt u dat wij ten onrechte het loon met terugwerkende kracht hebben gestaakt. Daar heeft u gelijk in. Mijn excuses, daar is iets fout gegaan. De loonstaking had niet per 16, maar pas per 28 november jl. mogen ingaan. Wij zullen dit corrigeren.

(…)

Wij hebben bericht gekregen dat mevrouw [verweerster] inmiddels wel gehoor heeft gegeven aan de oproep bij de bedrijfsarts op donderdag 1 december 2016. Vanaf die datum zullen de loonbetalingen dan ook weer aanvangen. (…)

2.10

Bij brief van 15 december 2016 schrijft GCA bij wijze van ‘laatste officiële waarschuwing en re-integratie’: Op 14 december bent u gestart met uw re-integratie op AZC Schalkhaar. Bij het betreden van het terrein diende u zich te legitimeren. In ongepaste bewoordingen, althans op een ongepaste manier heeft u hier uw ongenoegen over geuit tegen de beveiliging. De beveiliging heeft naar aanleiding hiervan contact met GC A opgenomen om hun beklag te doen. Dit is niet de eerste keer dat u hierop wordt aangesproken. Op 2 augustus jl. hebt u ook al een officiële waarschuwing ontvangen voor uw ongepaste, intimiderende uitlatingen in juli. Op 14 maart van dit jaar was u ook al op uw uitlatingen aangesproken. U ontvangt bij deze voor de laatste keer een officiële waarschuwing voor uw gedrag. (…)

Een nieuwe overschrijding van de binnen GC A regels dan wel fatsoensnormen zal tot arbeidsrechtelijke sancties lieden. U moet daarbij rekening houden met een ontslag (op staande voet)

Daarnaast vernamen wij gisteren per mail van u dat u zich volgende week niet aan uw re-integratieafspraken zult houden, maar verlof opneemt. GC A gaat daar niet mee akkoord. U heeft hier geen toestemming voor gekregen (noch van GC A, noch van de bedrijfsarts).

(…)

Wij verzoeken u daarom dringend, en indien nodig sommeren wij u daartoe, om vanaf maandag 19 december a.s., zoals afgesproken uw re-integratie voor 13 uur per week te vervolgen.

Voor de volledigheid wijzen wij u erop dat ook ten aanzien van dit punt geldt dat wanneer u handelt in strijd met onze instructies, dit tot consequenties zal leiden, waarbij u in ieder geval rekening moet houden met een nieuwe loonstaking. Maar ook ontslag (op staande voet) behoort tot de mogelijkheden. (…)

2.11

[verweerster] is op 19 december 2016 niet op het werk verschenen.

2.12

Bij brief van 20 december 2016 (verzonden per e-mail en per post) schrijft GCA aan [verweerster] :

Vorige week bent u opnieuw gewaarschuwd voor uw gedrag en hebben wij u gesommeerd per maandag 19 december uw werkzaamheden te hervatten. Wij hebben u hiervan per mail, gewone én aangetekende brief op de hoogte gesteld. Desondanks bent u niet op komen dagen. Wij staken daarom, zoals was aangekondigd, per maandag 19 december opnieuw uw loon.

De maat is nu echt vol. Wij sommeren u voor de laatste maal om aan uw re-integratieverplichtingen te voldoen en woensdag 21 december om 13:00 uur uw re-integratie op de locatie Schalkhaar te hervatten. U werkt dan gedurende 4 uur aan de met u besproken taak, nadat wij eerst met u over uw gedrag in gesprek zijn gegaan.

Wanneer u geen gehoor geeft aan deze oproep zullen wij ons niet beperken tot een loonstaking, maar overgaan tot ontslag. (…)

2.13

[verweerster] is op 21 december 2016 niet op het werk verschenen.

2.14

Op 21 december 2016 schrijft de bedrijfsarts het volgende:

Op aanvraag volgt hier een aanvullend schrijven voor de werkgever en werknemer:

Zie ook het advies van 3 weken geleden.

Betrokkene wordt medisch gezien in staat geacht zich normaal te gedragen, zich normaal te uiten en tevens zich aan gemaakte afspraken te houden en deze na te kunnen komen. Vanuit het de bekende medische aandoeningen zijn er geen grondslagen waaruit blijkt dat betrokkene beperkt zou zijn in deze zaken.

Indien zich op deze gebieden zich problemen voordoen dan zal dit buiten medische kaders om, op reguliere wijze door de leidinggevende/werkgever opgepakt dienen te worden.

2.15

Bij brief van 27 december 2016 heeft GCA aan [verweerster] meegedeeld dat zij onvoldoende mogelijkheden ziet om het dienstverband nog langer voort te zetten.

2.16

[verweerster] is opgeroepen voor het spreekuur van de bedrijfsarts op 12 januari 2017, maar zij is op die afspraak niet verschenen.

3 Het verzoek

3.1.

Werkgever verzoekt ingevolge artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW) de arbeidsovereenkomst met werknemer primair te ontbinden op grond van artikel 7:669 lid 3, onderdeel g BW. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft zij daaraan subsidiair toegevoegd het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op basis van de e-grond uit voornoemd wetsartikel.

3.2.

Aan dit verzoek legt GCA, kort samengevat, ten grondslag dat [verweerster] onvoldoende meewerkt aan haar re-integratie en dat [verweerster] zich ondanks waarschuwingen op ongepaste wijze uitlaat tegenover collega’s en derden. De arbeidsrelatie met [verweerster] is daardoor zodanig verstoord geraakt dat van GCA niet gevergd kan worden het dienstverband nog langer voort te zetten. Subsidiair stelt GCA dat er aan de zijde van [verweerster] sprake is van verwijtbaar handelen aangezien zij zonder deugdelijke grond heeft verzuimd haar re-integratieverplichtingen na te komen. Zelfs nadat de loonbetaling was gestaakt en nadat zij een nieuwe kans kreeg om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen, heeft zij dat niet gedaan

3.3.

[verweerster] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Zij voert daartoe – samengevat – aan dat het verzoek verband houdt met het opzegverbod tijdens ziekte. Voorts voert zij aan dat er geen sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding met een directe collega op de werkvloer en betwist zij dat er sprake is van verwijtbaar handelen. Het is juist het gevolg van haar medische problemen dat zij niet kan doen wat er van haar gevraagd wordt.

4 De beoordeling

4.1

De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een opzegverbod, omdat [verweerster] ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid wegens ziekte. GCA stelt dat dit opzegverbod niet aan een ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg staat aangezien de ontslaggronden - verstoorde arbeidsrelatie dan wel het verwijtbaar handelen van [verweerster] - geen verband houden met de ziekte. GCA wijst in verband daarmee op het bericht van de bedrijfsarts van 21 december 2012, waarin deze schrijft dat [verweerster] medisch gezien in staat moet worden geacht zich normaal te kunnen gedragen en afspraken na kan komen. Ook voert GCA aan dat [verweerster] niet aan de re-integratieverplichtingen voldoet (niet verschijnen op spreekuur), hetgeen bevestigd wordt door het deskundigenoordeel van het UWV.

4.2

[verweerster] stelt daarentegen dat het opzegverbod, gezien artikel 7:671b lid 6 BW , wel in de weg staat aan ontbinding. Volgens [verweerster] houden de communicatieproblemen op de werkvloer en de communicatieproblemen ten aanzien van het ziekteverzuim en de re-integratie wel degelijk verband met de ziekte van [verweerster] . Er is sprake van een complexe medische situatie, met een samenstel van psychische en lichamelijk problemen. Zowel door de bedrijfsarts als in het deskundigenoordeel van het UWV is onvoldoende rekening gehouden met de psychische klachten als oorzaak van de communicatieproblemen.

4.3

Dienaangaande overweegt de kantonrechter het volgende.

4.4

De psychische component in de gezondheidsproblemen van [verweerster] komt in de rapporten van de bedrijfsarts, het UWV en Ergatis niet expliciet naar voren. [verweerster] heeft ook geen UWV-deskundigenoordeel overgelegd waaruit de psychische component van haar gezondheidsklachten in relatie tot haar (re-intergratie-)verplichtingen op grond van de arbeidsovereenkomst naar voren komen. Toch acht de kantonrechter het standpunt van [verweerster] in deze niet op voorhand onaannemelijk gelet op:

- Het feit dat een officier van justitie in de loop van 2016 op basis van een geneeskundige verklaring een rechterlijke machtiging in het kader van de Wetboek Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) heeft gevorderd. Deze vordering mag dan zijn afgewezen, maar niet vanwege het ontbreken van een psychische stoornis, maar vanwege het ontbreken van een gevaar van een zekere omvang, dat niet op een andere manier dan door een dwangopname kan worden afgewend.

- De aantekening van de huisarts van [verweerster] in het journaal op 18-04-2016, dat zij zich zorgen maakt om de “somatische toestand, psyche en alcoholgebruik”;

- In de rapportage van de arbeidsdeskundige van het UWV staat onder het kopje ‘visie van de verzekeringsarts’, temidden van alle klachten en beperkingen van somatische aard, ook: “Beperking op eigen gevoelens uiten, omgaan met klanten en patiënten.”

4.5

Tegen deze achtergrond ligt het op de weg van [verweerster] om de re-integratieadviezen van de bedrijfsarts aan het deskundigenoordeel van het UWV te onderwerpen, teneinde te beoordelen of en in hoeverre zij in staat is om, mede gelet op haar psychische gesteldheid, te voldoen aan de haar opgelegde re-integratieverplichtingen, waaronder ook het in acht nemen van normale gedrags- en omgangsnormen, het nakomen van afspraken en het volgen van de juiste medische behandeling.

4.6

Gelet op het standpunt van [verweerster] zal de kantonrechter haar in de gelegenheid stellen om alsnog een dergelijk deskundigenoordeel van het UWV aan te vragen. Iedere verdere beslissing zal in verband hiermee worden aangehouden.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1

stelt [verweerster] in de gelegenheid om een deskundigenoordeel bij het UWV aan te vragen en de rapportage daarvan voor of uiterlijk op 12 juli 2017 in deze procedure over te leggen;

5.2

stelt daarna GCA in de gelegenheid om te reageren;

5.2

houdt in verband hiermee iedere verdere beslissing aan;

Deze beschikking is gegeven door mr. F. Koster, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2017. (ap)


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature