Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

schending zorgplicht verzekeringstussenpersoon, dekking arbeidsongeschiktheidsverzekering

Uitspraak



RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/185341 HA ZA 16-174

Vonnis van 22 maart 2017

in de zaak van

[eiser] ,wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen [A] ,

advocaat: mr. D. Beljon te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] ,gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen [gedaagde] ,

advocaat: thans mr. W.M. Stolk te Rotterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de akte uitlaten producties van [A] .

1.2.

Op 10 januari 2017 heeft een enkelvoudig pleidooi plaatsgevonden, waar partijen hun standpunten hebben toegelicht. Beide advocaten hebben zich bediend van een pleitnotitie, [gedaagde] heeft ook nadere stukken in het geding gebracht.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald. Dit vonnis wordt met instemming van partijen gewezen door een andere rechter dan degene (mr. Zweers) ten overstaan van wie het pleidooi is gehouden.

2 De feiten

2.1.

[A] is psycholoog en voert als zelfstandige een praktijk, sinds 2010 in de vorm van een vennootschap onder firma met zijn echtgenote. Van de winst komt [A] 60% toe en zijn echtgenote 40%.

2.2.

Begin 2011 heeft [A] bij een rechtsvoorgangster van [gedaagde] in de persoon van de heer [C] , advies gevraagd over het afdekken van zijn arbeidsongeschiktheidsrisico door afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering en eventueel aanvullende verzekeringen. In het verslag van het eerste gesprek, gevoerd op 11 januari 2011, heeft [C] genoteerd:

Doelstelling

U wilt kijken naar de financiële situatie als de heer [A] arbeidsongeschikt zou worden. U heeft aangegeven dat dit doel voor u belangrijk is.

U wilt ook kijken naar de financiële situatie als mevrouw [A] arbeidsongeschikt zou worden. Haar inkomen moet werden aangevuld tot 65 jaar. U heeft aangegeven dat dit doel voor u belangrijk is.

2.3.

Na een tweede gesprek op 18 mei 2011 heeft [gedaagde] een risicoanalyserapport opgesteld. Daarin is onder meer te lezen:

U heeft als financiële doelstelling bij arbeidsongeschiktheid van de heet [A] het

volgende aangegeven: Het inkomen dient aangevuld te worden tot leeftijd 65 van de heer

[A] en het besteedbaar inkomen mag ten opzichte van het huidig besteedbaar inkomen met maximaal 20% dalen. Deze doelstelling acht u belangrijk.

en

Aangezien u met de reguliere arbeidsongeschiktheidsverzekeringen in de markt maximaal

80% van het gemiddelde inkomen van de afgelopen 3 jaar kunt verzekeren kunnen we niet

met een dergelijk product het volledig geconstateerde hiaat afdekken. Het gemiddelde

inkomen van de heer [A] over de afgelopen 3 jaren bedraagt € 37.175,-. Tachtig

procent hiervan bedraagt € 29.740,- hetgeen maximaal verzekerd zou kunnen worden. U

heeft al € 20.000,- bij ABN AMRO verzekerd waardoor u nog € 9.740,- aanvullend kunt

verzekeren op een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Hiervoor hebben we een voorstel

gemaakt. Op deze wijze hebben wij het jaarlijks hiaat in het netto besteedbaar inkomen

van ongeveer € 15.000,- kunnen terugbrengen naar ongeveer € 8.500,- (bij beiden dient

nog tekening te worden gehouden met inflatie, dit vindt u in de cijfermatige bijlage terug)

Dit is nog steeds een flink hiaat en de terugval is dan nog steeds meer dan de 20% daling

die u acceptabel vindt. Een optie is dan nog om een aanvullende woonlastenverzekering

ernaast te laten lopen met een (netto) verzekerd bedrag gelijk aan uw werkelijke

woonlasten (wij zijn hierbij uitgegaan van de kale huur) Een voorstel treft u bijgaand tevens

aan. Ook hierbij zijn wij uitgegaan van dezelfde criteria als bij de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het effect van beide oplossingen ziet u in het scenario “Besteedbaar inkomen na advies”. Ook door middel van deze maatregel kunnen we het hiaat niet helemaal overbruggen. Dit komt mede doordat het inkomen van 2010 veel hoger ligt dan het gemiddelde inkomen van de afgelopen drie jaren. En van die laatste mogen we uitgaan zoals eerder gezegd.

2.4.

Het rapport is op 19 augustus 2011 besproken. In het door [C] opgestelde gespreksverslag staat:

Tijdens het bezoek hebben we het risicoanalyserapport voor het arbeidsongeschiktheidsrisico uitgebreid besproken. De heer en mevrouw [A] begrijpen dat wanneer er nu verder geen maatregelen worden genomen er bij een arbeidsongeschiktheidssituatie een enorme terugval is in het netto besteedbaar inkomen ondanks het feit dat de heer [A] al een verzekering heeft lopen. De heer en mevrouw [A] hebben aangegeven hiervoor aanvullende verzekeringen te willen afsluiten. De door ons geboden oplossingen worden nu overwogen echter met de volgende kanttekeningen:

- mevrouw [A] heeft toch wel inkomsten gehad vanuit een Ioondienstverband in 2008. Zij zal hiervan alsnog een opgave verstrekken. Aangezien de hoogte hiervan ongeveer hetzelfde is als in 2009 zal het door ons eerder vastgestelde gemiddelde inkomen lager uitvallen waardoor de te verzekeren som ook lager uitvalt. Het effect hiervan zullen we na ontvangst van de gegevens opnieuw in de analyse doorrekenen en we zullen de offertes van de

productoplossingen hierop aanpassen.

- daarnaast willen de heer en mevrouw [A] ook een offerte zien voor een product met inbouw van (dus zonder) provisie. Zij overwegen het adviestraject en het beheer toch op basis van urendeclaratie te vergoeden aan [gedaagde] . We zullen hiervoor een berekening en voorstel maken

- de heer en mevrouw [A] zullen zeer waarschijnlijk over 3 tot 5 jaar voorgoed naar Turkije emigreren. De effecten van de te kiezen opties op de lange termijn wegen hierdoor aanmerkelijk minder mee. Echter tot vertrek willen zij de risico’s in ieder geval optimaal afdekken. Wat in dit verband dan wel nader onderzoek bij de productkeuze vergt is

wat er gebeurt met een eventuele uitkering mocht de heer of mevrouw vóór emigratie arbeidsongeschikt worden. Het is namelijk niet vanzelfsprekend dat dit in een dergelijke situatie gewoon wordt gecontinueerd.

2.5.

Via [gedaagde] is voor [A] een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij verzekeraar Allianz tot stand gekomen met als ingangsdatum 20 oktober 2012 en met een verzekerd bedrag voor zowel het eerste jaar als de jaren daarna van € 35.850,00. Dat bedrag is 80% van het door [C] op basis van gegevens van de boekhouder van [A] berekende gemiddelde inkomen van [A] persoonlijk over 2009, 2010 en 2011. Voorts heeft [A] een zogenoemd nazorgabonnement bij [gedaagde] genomen. Er is geen woonlastenverzekering afgesloten.

2.6.

Een door [gedaagde] in augustus 2013 aan [A] toegezonden zogeheten onderhoudsformulier is door [A] begin september 2013 aan [gedaagde] geretourneerd zonder dat hij daarbij kenbaar heeft gemaakt wijziging van zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering te wensen

2.7.

In september 2013 heeft [A] bij [gedaagde] gemeld dat hij ziek was en een beroep wilde doen op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Na de eerste uitbetaling door Allianz heeft [A] (na nader onderzoek) geconcludeerd dat hij niet naar wens was verzekerd, omdat het arbeidsongeschiktheidsrisico onvoldoende was afgedekt. In een mailwisseling daarover met [C] heeft [C] op 22 januari 2014 aan [A] laten weten:

Bij deze kom ik zoals beloofd terug op de twee vragen die jullie aangaande de

arbeidsongeschiktheidsdekking hadden:

1. Allianz kent twee aov producten. Een met een dekking van maximaal 80% van het gemiddelde inkomen en een product (en deze hebben jullie) waarbij maximaal 100% van het gemiddelde inkomen kan worden verzekerd (in het eerste jaar) Er is op dit moment 80% van het gemiddelde inkomen verzekerd.

2.8.

Nadat [gedaagde] een klacht van [A] had afgewezen, heeft [A] een klacht ingediend bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (hierna: Kifid). Hij heeft die klacht ingetrokken nadat de Ombudsman Financiële Dienstverlening een voorlopig oordeel kenbaar had gemaakt waarop hij de reactie van partijen had gevraagd. Deze ombudsman heeft bij brieven van 5 juni 2015 aan [gedaagde] laten weten:

De klacht van de heer [A] valt in feite in twee onderdelen uiteen, namelijk:

i. zijn klacht dat [gedaagde] hem onjuist heeft geïnformeerd dat een maximale dekking van 80% mogelijk was, terwijl een dekking van 100% mogelijk en ook gewenst was en

ii. zijn klacht dat [gedaagde] heeft nagelaten een woonlastenverzekering af te sluiten.

(…)

De arbeidsongeschiktheidsdekking

Op basis van het klachtdossier kom ik voorshands tot het oordeel dat [gedaagde] de

heer [A] niet juist heeft geïnformeerd (en geadviseerd) op dit punt. In haar adviesrapport

van 18 augustus 2011 stelt [gedaagde] immers expliciet:

“Aangezien u met de reguliere arbeidsongeschiktheidsverzekertngen in de markt maximaal 80%

van het gemiddelde inkomen van de afgelopen 3 jaar kunt verzekeren kunnen we niet met een

dergelijk product het volledig geconstateerde hiaat afdekken.”

Door de heer [A] is gesteld, hetgeen door [gedaagde] niet weersproken is, dat het

wél mogelijk was een 100% dekking af te sluiten. Op basis van de stukken die zich in het

klachtdossier bevinden stel ik bovendien vast dat de heer [A] steeds te kennen heeft

gegeven maximaal 20% inkomensverlies te willen lijden. Voorshands neem ik dan ook aan dat hij — indien hij correct geïnformeerd zou zijn — gekozen zou hebben voor een dekking van 100%. Dit te meer nu het premieverschil beperkt is en het standpunt van [gedaagde] dat het de heer [A] te doen was om een zo laag mogelijke premie geen steun vindt in het

dossier.

In het licht van dit alles verzoek ik u — in het kader van de schadevaststelling — te

onderbouwen (i) dat een 100% dekking in de branche alleen mogelijk was (is) voor het

eerste jaar en (ii) wat het premieverschil is tussen een 80% dekking en een 100% dekking in het eerste jaar.

En aan [A] :

Voor wat betreft de schadevaststelling merk ik het volgende op. Op basis van het

klachtdossier neem ik voorshands aan dat u deugdelijk geïnformeerd bent over het feit dat

sprake was van een dekking van uw bruto inkomen. Graag stel ik u in de gelegenheid daarop

uw reactie kenbaar te maken.

(…)

De woonlastenverzekering

Voor wat betreft uw klacht dat [gedaagde] heeft nagelaten een woonlastenverzekering

voor u af te sluiten, volg ik [gedaagde] voorshands in haar stelling dat dit een bewuste

keuze is geweest. In dat kader acht ik het van belang dat u nimmer geïnformeerd hebt of

bezwaar hebt gemaakt in verband met het feit dat deze verzekering niet tot stand gekomen

is. Dit terwijl dit aan u kenbaar had moeten zijn gezien het feit dat u geen polis ontvangen

hebt, u geen premie betaald heeft, et cetera. Het lag op uw weg hierover navraag te doen.

3 Het geschil

3.1.

[A] verwijt [gedaagde] dat zij:

hem niet heeft laten weten dat hij voor het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid een dekking van 100% in plaats van de verzekerde 80% had kunnen verzekeren,

hem heeft laten denken dat het bij Allianz verzekerde bedrag een netto bedrag zou zijn,

hem niet heeft voorgesteld, ook niet tijdens de looptijd van het nazorgabonnement, de arbeidsongeschiktheidsverzekering te wijzigen vanwege zijn tot het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid stijgende inkomen,

geen woonlastenverzekering voor hem heeft afgesloten en hem daarover niet heeft geïnformeerd.

3.2.

[A] vordert – samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. verklaring voor recht dat [gedaagde] jegens [A] toerekenbaar te kort is geschoten, dan wel onrechtmatig heeft gehandeld, door niet de vereiste zorg te betrachten die van een assurantietussenpersoon mag worden verwacht bij het informeren en adviseren ten behoeve van het afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering en eventueel verdere verzekeringen ter afdekking van het inkomensrisico;

II. veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van alle door [A] als gevolg van de wanprestatie dan wel onrechtmatige daad van [gedaagde] geleden en te lijden schade, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, steeds te vermeerderen met wettelijke rente;

III. veroordeling van [gedaagde] tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten;

IV. veroordeling van de [gedaagde] in de proceskosten;

V. veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de kosten ter vaststelling en begroting van de schade.

3.3.

[gedaagde] concludeert - samengevat - tot afwijzing van de vordering van [A] . Zij stelt te hebben gehandeld zoals het een assurantietussenpersoon betaamt en haar zorgplicht te hebben nageleefd.

4 De beoordeling

4.1.

Beoordelingscriterium

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of en zo ja, in welke opzichten en in welke mate [gedaagde] tekort is geschoten in haar zorgplicht als verzekeringstussenpersoon jegens [A] . Uitgangspunt voor deze beoordeling is dat een verzekeringstussenpersoon tegenover haar opdrachtgever de zorg dient te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. Bij de beoordeling van de beroepsaansprakelijkheid is verder van belang dat er altijd een zekere marge bestaat. De maatstaf is de zorg die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht, en niet of de beroepsbeoefenaar de best denkbare prestatie heeft geleverd.

Wanneer een verzekeringstussenpersoon een cliënt adviseert in het kader van een door die cliënt te nemen beslissing over het al dan niet aangaan van verzekeringen en het maken van keuzes uit het aanbod van geschikte verzekeringen, brengt de zorgplicht mee dat de verzekeringstussenpersoon de cliënt in staat stelt goed geïnformeerd te beslissen. Het antwoord op de vraag of en in welke mate de tussenpersoon daarbij behoort te informeren over en te waarschuwen voor een bepaald risico, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In dat kader kan onder meer betekenis toekomen aan de ernst en omvang van het desbetreffende risico, de mate van waarschijnlijkheid dat dit zich zal realiseren en de mate waarin de cliënt ervan blijk heeft gegeven zich reeds van dat risico bewust te zijn.

4.2.

Dekking eerste jaar 80%, niet 100%

In het risicoanalyserapport heeft [gedaagde] [A] uitdrukkelijk laten weten dat maximaal 80% van het gemiddelde inkomen kon worden verzekerd. Nergens heeft [gedaagde] het gehad over een dekking van 100% voor het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid. Dat die mogelijkheid wel bestond, en zelfs bij dezelfde verzekeraar, bleek pas uit de mail van

22 januari 2014 van [gedaagde] . Deze mogelijkheid stond volgens die mail alleen het eerste jaar open. [A] heeft niet voldoende gemotiveerd gesteld dat ook voor latere jaren een dekking van 100% had kunnen worden verzekerd.

[gedaagde] heeft [A] dus de mogelijkheid ontnomen te beslissen of hij voor het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid een dekking van 100% in plaats van 80% wilde. Daarmee is [gedaagde] tekort geschoten in haar zorgplicht.

4.3.

Verzekerd bedrag netto

Het verzekerde bedrag van € 35.850,00 is berekend aan de hand van het gemiddelde inkomen van [A] persoonlijk over 2009, 2010 en 2011. De boekhouder van [A] heeft de inkomensgegevens aan [C] ter beschikking gesteld. Het is evident dat het daarbij ging om het bruto inkomen en daarmee is gegeven dat ook het verzekerde bedrag een bruto bedrag was. [gedaagde] mocht ervan uitgaan dat dit op grond van de gesprekken en van het risicoanalyserapport voor [A] , een man met een academische opleiding en een eigen onderneming, voldoende duidelijk was. Van tekort schieten in de zorgplicht is geen sprake.

4.4.

Ontbreken nazorg

Het verwijt van [A] dat [gedaagde] hem niet heeft voorgesteld, ook niet tijdens de looptijd van het nazorgabonnement, de arbeidsongeschiktheidsverzekering te wijzigen vanwege zijn tot het intreden van zijn arbeidsongeschiktheid stijgende inkomen, is onjuist. Daartoe is allereerst van belang dat [gedaagde] de verzekering juist wel heeft verhoogd op basis van het hogere inkomen van [A] over 2011. In een mail van 24 juli 2012 klaagt [A] voorts bij [gedaagde] over het ontbreken van ‘economisch positieve ontwikkelingen’ en meldt hij dat hij op de kosten moet letten. [gedaagde] hoefde op grond daarvan niet te vermoeden dat het inkomen van [A] zodanig steeg dat zijn arbeidsongeschiktheidsverzekering mogelijk moest worden verhoogd. Daar komt bij dat [A] begin september 2012 via een formulier heeft laten weten geen wijziging van zijn verzekering te wensen. Kortom, [gedaagde] kan niet worden verweten dat hij [A] niet heeft voorgesteld de verzekering te verhogen.

4.5.

Geen woonlastenverzekering

[gedaagde] heeft een woonlastenverzekering geadviseerd, maar die is niet tot stand gekomen. Uit de stukken blijkt niet van een opdracht van [A] aan [gedaagde] om de woonlastenverzekering af te sluiten. [gedaagde] heeft ook niet schriftelijk vastgelegd dat [A] die verzekering niet wilde. De rechtbank stelt wel vast dat gesteld noch gebleken is dat [A] een aanvraagformulier voor een woonlastenverzekering heeft ingevuld en dat er geen offerte voor zo’n verzekering is uitgebracht. Verder heeft [A] nooit een polis of een premienota ontvangen. Toch heeft [A] kennelijk nooit aan [gedaagde] gevraagd hoe het zat met de geadviseerde woonlastenverzekering. Dat die verzekering was inbegrepen in de arbeidsongeschiktheidsverzekering die wel is afgesloten, is ongeloofwaardig, nu het gaat om een verzekering met een ander karakter bij een andere verzekeraar.

Gelet op deze omstandigheden en op het feit dat [A] niet concreet heeft aangeboden te bewijzen dat hij [gedaagde] heeft opgedragen de woonlastenverzekering af te sluiten, neemt de rechtbank als vaststaand aan dat [A] de woonlastenverzekering niet wilde. Van een tekortschieten van [gedaagde] in de zorgplicht is dus geen sprake.

4.6.

Schade

De conclusie is dat [gedaagde] op één punt tekort is geschoten in haar zorgplicht jegens [A] : zij had hem moeten informeren over de mogelijkheid een verzekering te kiezen die voor het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid een dekking van 100% biedt. Dit tekortschieten heeft alleen schade voor [A] tot gevolg als aannemelijk is dat hij voor die 100% dekking zou hebben gekozen als hij van die optie had geweten. En dat acht de rechtbank aannemelijk. Uit het verslag van het gesprek op 19 januari 2011 blijkt immers dat [A] maximaal 20% reductie van het besteedbaar inkomen wilde accepteren en dat hij niet bereid was het uitgavenpatroon fors te verlagen bij arbeidsongeschiktheid. Op

19 augustus 2011 is, zo blijkt uit het verslag van dat gesprek, besproken dat [A] en zijn echtgenote de risico’s van arbeidsongeschiktheid in ieder geval optimaal wilden afdekken, totdat zij uitvoering zouden geven aan hun voornemen te emigreren naar Turkije.

De rechtbank neemt dus aan dat [A] had gekozen voor een dekking van 100% voor het eerste jaar als hij had geweten dat hij die kon krijgen. De schade die daarvan het gevolg is, kan naar het zich laat aanzien in deze procedure worden vastgesteld, zodat verwijzing naar de schadestaatprocedure niet nodig is. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen opdat eerst [gedaagde] en daarna [A] zich uit kan laten over de hoogte van de schade. Daarna zal naar verwachting eindvonnis kunnen worden gewezen.

5 De beslissing

De rechtbank

I. verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 19 april 2017 voor akte uitlaten aan de zijde van [gedaagde] zoals overwogen onder punt 4.6;

II. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2017.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature