Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Zaak (voorlopige voorziening) met veel onduidelijkheden. De vraag is voor wiens rekening dat moet komen. De voorzieningenrechter oordeelt dat dat voor rekening van verweerder moet komen, omdat de onduidelijkheden – zoals in de uitspraak is uiteengezet en geoordeeld – met name door het handelen van verweerder zijn veroorzaakt. De voorlopige voorziening wordt toegewezen.

Uitspraak



RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummers: SHE 17/1045

uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 mei 2017 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

M&A Milieuadviesbureau B.V., verzoekster,

(gemachtigde: mr. L.A. Sluiter),

en

Normec Certification B.V. (voorheen: Eerland Certification), Normec

(gemachtigde: mr. M. de Jong).

Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2017 (het besluit) heeft Normec het SC-540-certificaat van verzoekster met ingang van 3 april 2017 onvoorwaardelijk geschorst voor de duur van dertig dagen. Daartegen heeft verzoekster bezwaar gemaakt en zij heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Die voorziening zou moeten inhouden dat het besluit wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op het bezwaar. Normec heeft in een brief van 3 april 2017 meegedeeld dat de effectuering van het bestreden besluit zal worden uitgesteld totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan. Op 25 april 2017 heeft het onderzoek op de zitting plaatsgevonden. Namens verzoekster is naar de zitting gekomen [directeur] , directeur, bijgestaan door de gemachtigde van verzoekster. Normec heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

Feiten

1. Verzoekster doet onderzoek en geeft advies op het gebied van (onder meer) asbestinventarisatie. Normec is een certificerende en keurende instelling, onder meer op het gebied van asbestinventarisatie.

2. De schorsing van 30 dagen waar het in deze zaak om gaat, is opgelegd omdat tijdens een bedrijfsaudit (verricht door [medewerker] , medewerker van Normec) op 3 februari 2017 is geconstateerd dat er sprake was van vijf afwijkingen, waarvan drie categorie II-afwijkingen. In het op 1 maart 2017 uitgebrachte voornemen is het volgende vermeld:

“Deze afwijkingen zijn uitgeschreven op de volgende toetspunten:

Toetspunt 31: ‘Niet van elke als asbest(verdacht) aan te merken bron is een representatief monster genomen’.

Toetspunt 30: ‘Niet van alle asbestverdachte bronnen zijn de hoeveelheden (afmeting of gewicht of volume) aangegeven op plattegrond en/of geregistreerd’.

Toetspunt 58: ‘De rapportage van de asbestinventarisatie voldoet niet aan de vereiste inhoud zoals te rapporteren gegeven’.

Er is geen zienswijze ingediend op de uitgeschreven afwijkingen”

3. In het besluit is verwezen naar het voornemen en is vermeld dat omdat geen gebruik is gemaakt van de gelegenheid om een zienswijze in te dienen, het certificaat wordt geschorst.

4. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij niet in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze in te dienen, dat niet goed is gemotiveerd waarom de schorsing is opgelegd en dat de schorsing niet proportioneel en evenredig is. Een schorsing legt haar bedrijfsvoering een maand lang stil en dat is voor haar financieel niet op te brengen.

Het oordeel van de voorzieningenrechter

5. De voorzieningenrechter wijst de gevraagde voorziening toe. Daartoe wordt het volgende overwogen.

6. Bij het voornemen is door Normec een aantal zogenaamde afwijkingsformulieren meegezonden, waarop de tijdens de audit door [medewerker] geconstateerde afwijkingen zijn vermeld. De voorzieningenrechter heeft op de zitting gevraagd wat precies de aard is van deze formulieren. Daarop hebben partijen uiteengezet dat Normec in de formulieren digitaal heeft vermeld welke afwijkingen er zijn geconstateerd, voorzien van een toelichting op de afwijking. Vervolgens heeft verzoekster – ook digitaal – de formulieren voorzien van een reactie op de geconstateerde afwijkingen. In het veld “Toelichting op de afwijking” heeft Normec aldus achter elke geconstateerde afwijking een inhoudelijke reactie vermeld.

7. In het voornemen is – per abuis – vermeld dat verzoekster de mogelijkheid heeft tot het vragen van een voorlopige voorziening bij de rechtbank Oost-Brabant. Ook is in het voornemen vermeld dat verzoekster tot uiterlijk 15 maart 2017 de tijd heeft om een zienswijze in te dienen. De gemachtigde van verzoekster heeft op 14 maart 2017 een brief aan Normec geschreven, waarin zij wijst op deze tegenstrijdigheid en in verband daarmee het volgende heeft vermeld: “Omdat het niet mogelijk is gebleken gisteren of vandaag hierover te spreken met de contactpersoon die de brief van 1 maart jl. heeft opgesteld en er ook overigens geen collega aanwezig was ter vervanging, wil ik u verzoeken mij schriftelijk te bevestigen dat op dit moment slechts sprake is van een voornemen tot schorsing waartegen zienswijzen kunnen worden ingediend en dat hiervoor op grond van het bepaalde in artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht alsnog twee weken de tijd voor wordt gegeven. Dit tevens ter voorkoming van een bezwaarschriftenprocedure. Ook wil ik u verzoeken om nu alvast duidelijker te motiveren waarom het voornemen tot schorsing aan cliënt wordt opgelegd, terwijl cliënt in de drie door u genoemde gevallen de betreffende afwijkingsformulieren heeft ingediend waarin wordt aangegeven wat volgens hem de oorzaak is van de afwijkingen en de maatregelen die daarop door hem zijn genomen.”

8. Normec heeft op deze brief niet gereageerd. Op 20 maart 2017 heeft Normec het besluit tot schorsing genomen. Daarin is geen reactie gegeven op wat er in de brief van 15 maart 2017 is vermeld. Evenmin is in het besluit iets gezegd over de inhoudelijke reacties die verzoekster in de afwijkingsformulieren op de geconstateerde afwijkingen heeft gegeven en waarop verzoeksters gemachtigde in de laatste zin van haar brief van 15 maart 2017 nog had gewezen. In het besluit is enkel vermeld dat verzoekster geen zienswijze heeft ingediend en dat daarom tot schorsing wordt overgegaan. Voor de motivering is door Normec in het besluit verwezen naar het voornemen.

9. Op de zitting heeft verzoekster de afwijkingen die haar worden verweten, opnieuw inhoudelijk weersproken. Zo heeft zij onder meer aangevoerd dat ten onrechte is geconstateerd dat één van de in de afwijkingsformulieren opgenomen asbestbronnen direct waarneembaar was; volgens verzoekster is die asbestbron alleen waarneembaar door een klein gat achter een betondeel, als men bij het kijken op de buik gaat liggen.

10. De gemachtigde van Normec heeft op die weersprekingen gereageerd door te verwijzen naar een volgens hem opgemaakte – zich niet tussen de gedingstukken bevindende – rapportage van de Inspectie SZW (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Over de in overweging 9 genoemde weerspreking heeft de gemachtigde van Normec gezegd dat niet in te zien valt dat de asbestbron niet direct waarneembaar is, daar waar de Inspectie toch in staat is gebleken om de bron direct waar te nemen.

11. Verzoekster heeft dat echter weer weersproken door te stellen dat op het moment dat de Inspectie controleerde, al was begonnen met de sloop waardoor verschillende asbestbronnen, die daarvóór verscholen waren, zichtbaar werden.

12. Als de voorzieningenrechter dit alles op een rij zet, dan komt zij tot de volgende vaststellingen. Tijdens de audit is een aantal afwijkingen geconstateerd. Dat aantal afwijkingen moest volgens Normec leiden tot schorsing van het certificaat. Via een digitaal systeem heeft verzoekster inhoudelijk gereageerd op de afwijkingen. Die reacties zijn aldus opgenomen in de afwijkingsformulieren. In het voornemen wordt niet op die inhoudelijke reacties gereageerd, en in het besluit evenmin, terwijl er nog op 15 april 2017 een brief was verstuurd namens verzoekster waarin opnieuw op die inhoudelijke reacties was gewezen en waarin gevraagd werd om duidelijker te motiveren wat de redenen waren van de voorgenomen schorsing. Op de zitting heeft verzoekster opnieuw de afwijkingen inhoudelijk bestreden, op dezelfde manier als zij al in de afwijkingsformuleren had opgenomen. In het dossier bevindt zich geen stuk of rapportage waaruit blijkt hoe de afwijkingen zijn geconstateerd en waarop ze zijn gebaseerd. Op de zitting is door Normec verwezen naar een rapport van de Inspectie SZW waarin kennelijk een nadere onderbouwing kan worden gevonden van de in de afwijkingsformulieren opgenomen afwijkingen, maar dat rapport bevindt zich niet tussen de stukken en de voorzieningenrechter kan dat dus niet controleren.

13. Er zijn dus, al met al, erg veel onduidelijkheden in deze zaak. De vraag is voor wiens rekening dit moet komen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het voor rekening van Normec moet komen, nu de onduidelijkheden – zoals blijkt uit wat hiervoor is overwogen – met name door haar handelen zijn veroorzaakt. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen.

14. Nu de gevraagde voorziening wordt toegewezen, wordt Normec opgedragen het door verzoekster betaalde griffierecht aan haar te vergoeden. Ook zal Normec worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die verzoekster heeft moeten maken. Die kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 990,– (1 punt voor het indienden van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 495,–).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

schorst het besluit van 20 maart 2017 tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op het bezwaarschrift van verzoekster;

draagt Normec op het betaalde griffierecht van € 333,– aan verzoekster te vergoeden;

veroordeelt Normec in de proceskosten tot een bedrag van € 990,–, te betalen aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Lie, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C.J. Kohl, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2017.

De griffier is verhinderd voorzieningenrechter

de uitspraak te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature