Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Veroordeelde is veroordeeld voor de grootschalige handel in en opslag van professioneel vuurwerk. De rechtbank schat het daarbij door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 23.000,-- en legt veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer ontneming: 01/997021-15 Datum uitspraak: 25 april 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

wonende te [adresgegevens] ,

hierna: [veroordeelde] .

Onderzoek van de zaak.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 april 2017.

De behandeling van de vordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 01/997021-15.

De vordering van de officier van justitie van 28 februari 2017 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [veroordeelde] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. De officier van justitie had dit voordeel voorlopig geschat op € 23.600,00.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Inleiding.

Bij vonnis van de meervoudige economische kamer in deze rechtbank van 25 april 2017 is [veroordeelde] veroordeeld voor (onder meer) het meermalen opzettelijk plegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer (artikel 1.2.2, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit); meer concreet de handel in illegaal vuurwerk, gepleegd in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 17 november 2015.

De officier van justitie heeft de vordering tijdig ingediend.

Ingevolge het bepaalde in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of, en zo ja in hoeverre, [veroordeelde] voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de feiten waarvoor de veroordeling heeft plaatsgevonden en/of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door [veroordeelde] zijn begaan.

Standpunten.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gepersisteerd bij haar vordering.

De raadsman van [veroordeelde] heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen omdat [veroordeelde] geen voordeel heeft genoten. Daartoe is aangevoerd dat in het ‘rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel’ dat aan de vordering ten grondslag ligt, geen rekening is gehouden met de waarde van de door de politie inbeslaggenomen vuurwerkvoorraad. Die vuurwerkvoorraad heeft te gelden als het (her-) investeren van gerealiseerde omzet. Omdat in casu een pleegperiode ten laste is gelegd en de aanschaf van de vuurwerkvoorraad binnen die pleegperiode is gelegen, dienen de kosten van de (her-)investeringen op de uiteindelijke winst in mindering te worden gebracht aldus de raadsman. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat de in het ‘rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel’ vermelde opbrengsten dienen te worden gematigd, nu uit het dossier blijkt dat door de afnemers van het vuurwerk in veel gevallen een lagere prijs werd betaald dan op voorhand was afgesproken. Op grond hiervan acht de raadsman het gelegitimeerd om de berekende winst van [veroordeelde] met 25% te matigen. Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat enkele door [veroordeelde] in verband met de vuurwerkhandel gemaakte autoritten en de daarmee gemoeide kosten ontbreken in de berekening.

Het bewijs.

Het wederrechtelijk voordeel dat [veroordeelde] heeft verkregen is berekend in het “rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict” met rapportnummer OBRBA15005-205 en de daarbij behorende bijlagen, opgemaakt door de politie Team Milieu (OB), afgesloten op 15 april 2016.

Het hiervoor genoemde rapport en de daarbij behorende bijlagen houden onder meer, zakelijk weergegeven, in:

pag. 83: [veroordeelde] verklaarde tijdens zijn politieverhoor van 19 november 2015 onder meer:

V: Sinds wanneer handel jij in vuurwerk?

A: Sinds drie weken ongeveer.

V: Heb je eerdere jaren ook gehandeld in vuurwerk?

A: Dat heb ik wel eens gedaan ja.

[verbalisant 1] relateerde op 15 april 2017 onder meer:

pag. 13: De inhoud van de inbeslaggenomen iPhone van de verdachte [veroordeelde] werd onderzocht.

Daaruit bleek dat 81 WhatsApp-berichten, 23 i-Message-berichten, 103 sms-berichten en 120 e-mails betrekking hadden op de handel in vuurwerk. De meeste contacten die betrekking hadden op de inkoop en verkoop van vuurwerk, waren schijnbaar opgeslagen met een naam beginnend met de letters Vw. Er stonden 150 contacten die begonnen met de letters Vw. In het overgrote deel van het berichtenverkeer werd vanaf de iPhone van [veroordeelde] professioneel vuurwerk aangeboden. Enkele contactpersonen boden professioneel vuurwerk aan. De verkopen gingen vooral over Cobra 6, Cobra 8, Jorge Fp3 nitraten en Butterfly Crackers. Het betrof de periode tussen 7 november 2014 en 17 november 2015. Veel gesprekken hadden daadwerkelijk tot een koopovereenkomst geleid. Uit de berichten viel op te maken dat het vuurwerk op verschillende locaties in Nederland werd geleverd, maar ook dat het opgehaald kon worden in ’s-Hertogenbosch.

pag. 14: Bovenstaande gesprekken, berichten en e-mails heb ik geanalyseerd en verwerkt in één Excel-totaaloverzicht. In dit overzicht heb ik opgenomen wanneer gebruiker [veroordeelde] vermoedelijk professioneel vuurwerk bestelde. Voor zover uit de berichten viel op te maken is in dit overzicht tevens opgenomen wat bij hem werd besteld ten behoeve van de verkoop. Indien mogelijk werd in het overzicht aangegeven welke bestellingen vermoedelijk hebben geleid tot daadwerkelijk levering door gebruiker [veroordeelde] . […] Tevens zijn er bestellingen geplaatst, met daarbij de gegevens en het aantal van het gewenste soort vuurwerk, met een bevestiging van de levering zonder dat er bedragen genoemd werden. Om tot een gemiddelde verkoop- en inkoopprijs per soort professioneel vuurwerk te komen heb ik per bestelling een onderverdeling gemaakt van het soort vuurwerk, het aantal pakken en indien bekend de verkoopprijs en inkoopprijs van het betreffende vuurwerk. Door het bedrag van de totale verkopen, per soort vuurwerk, te delen door het totaal aantal verkochte pakken van het zelfde soort vuurwerk verkreeg ik de gemiddelde verkoopprijs per pakje. Op deze wijze heb ik ook de gemiddelde inkoopprijs berekend. Ik heb onderscheid gemaakt tussen de bevestigde leveringen en de onbevestigde leveringen. Door het totaal van het aantal verkochte pakken, per soort vuurwerk, te vermenigvuldigen met het verschil van de gemiddelde verkoop-en inkoopprijs werd per soort vuurwerk het wederrechtelijk verkregen voordeel bepaald. De winstmarge is het verschil van de gemiddelde verkoop- en inkoopprijs gedeeld door de gemiddelde verkoopprijs vermenigvuldigd met 100 in procenten. Dit levert het volgende overzicht op:

Soort vuurwerk

Levering

Aantal pakjes verkocht

Gemiddelde

verkoopprijs

Gemiddelde inkoopprijs

Winstmarge

Wederr.

verkregen

voordeel

Fp3

Ja

8.394

€ 3,50

€ 2,23

36,29

€10.660,38

Fp3

Vermoedelijk

3.968

€ 3,50

€ 2,23

36,29

€ 5.039,36

Cobra 6

Ja

1.128

€ 9,28

€ 6,27

32,44

€ 3.395,28

Cobra 6

Vermoedelijk

829

€ 8,94

€ 6,27

29,87

€ 2.213,43

Cobra 8

Ja

19

€ 19,86

€12,50

37,06

€ 139,84

Cobra 8

Vermoedelijk

111

€ 18,17

€12,50

31,21

€ 629,37

Butterfly crackers

Ja

292

€ 9,43

€ 6,37

32,44

€ 893,25

Butterfly crackers

Vermoedelijk

264

€ 9,26

€ 6,49

29,87

€ 730,21

Spanish crackers

Ja

72

€ 10,49

€ 7,09

32,44

€ 245,01

Spanish crackers

Vermoedelijk

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

Totaal

€23.946,14

De winstmarges van de butterfly crackers en de Spanish crackers waren onbekend omdat er geen inkoopprijzen bekend waren van bovengenoemde crackers. De winstmarges van de butterfly crackers en de Spanish crackers werden bepaald aan de hand van de laagste winstmarges in procenten van de overige soorten vuurwerk. De winstmarges van de cobra 6 van zowel de bevestigde leveringen als de vermoedelijke leveringen hadden de laagste waarden in procenten en zijn voor de berekening van de crackers in de berekening meegenomen. De aftrekbare kosten zijn in bovenstaand overzicht nog niet verwerkt.

pag. 22: De volgende kosten staan in directe relatie tot de voltooiing van het delict en zouden niet zijn gemaakt als het strafbare feit niet was gepleegd:

- De huur van de opslagbox bij het bedrijf Allsafe vanaf 15 oktober 2015: € 89,66

- De huur van de bus (Citroën Jumper) op 29 oktober en 12 november 2015: € 118,00

- De reiskosten gemaakt door de Citroën Jumper op bovengenoemde datums:

’s-Hertogenbosch-Wellerlooi 236 km x 0,19 = € 44,84

’s-Hertogenbosch-Luik 260km x 0,19 = € 49,40

- Hangslot € 10,00

Totaal € 311,90

De reiskosten die gemaakt zijn om het vuurwerk aan de man te brengen, heb ik buiten beschouwing gelaten omdat deze kosten vergoed werden door de koper. Deze zijn dan ook niet als opbrengst in de verkoopprijs verwerkt.

Het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt op basis van het vorenstaande:

Opbrengst € 23.946,14

Af Kosten € 311,90

Wederrechtelijk verkregen voordeel € 23.634,24

Het oordeel van de rechtbank.

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat [veroordeelde] voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de feiten ter zake waarvan [veroordeelde] is veroordeeld en door middel van of uit de baten van andere feiten en stelt zij het bedrag waarop dat wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, vast op een bedrag van (afgerond) € 23.600,00.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de investeringen die [veroordeelde] heeft gedaan in verband met de inkoop van de vuurwerkvoorraad zoals deze door de politie is aangetroffen en in beslag is genomen, niet zijn aan te merken als kosten die op het door de verkoop van vuurwerk verkregen voordeel in mindering dienen te worden gebracht. Immers zijn deze kosten naar het oordeel van de rechtbank niet kosten die in directe relatie staan tot het delict of de delicten waaruit het voordeel is gegenereerd.

Voor zover de raadsman heeft betoogd dat de kosten van enkele door [veroordeelde] in verband met de vuurwerkhandel gemaakt autoritten ontbreken in de berekening, is de rechtbank van oordeel dat uit hetgeen door de verdediging ter terechtzitting naar voren is gebracht onvoldoende duidelijk is geworden welke autoritten concreet zijn bedoeld en welke kosten [veroordeelde] in verband met die ritten zou hebben gemaakt. Nu deze kosten niet aannemelijk zijn geworden zal de rechtbank aan dit betoog voorbij gaan.

De stelling van de raadsman dat de afnemers van het vuurwerk in veel gevallen minder hebben betaald dan de vooraf afgesproken prijs zodat het behaalde voordeel geringer is geweest, is naar het oordeel van de rechtbank aan de hand van hetgeen daarover ter terechtzitting - overigens niet gestaafd met concrete feiten en omstandigheden - is aangevoerd, niet aannemelijk geworden. De rechtbank gaat derhalve uit van de in de berekening gehanteerde prijzen en marges, welke naar het oordeel van de rechtbank gebaseerd zijn op concrete resultaten van het opsporingsonderzoek en voldoende duidelijk zijn, en welke de rechtbank redelijk voorkomen.

Toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

De rechtbank:

- Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 23.600,00 (drieëntwintigduizend zeshonderd euro).

- Legt aan [veroordeelde] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 23.600,00 (drieëntwintigduizend zeshonderd euro), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, dat hij, door middel van of uit de baten van de feiten ter zake waarvan hij is veroordeeld en andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door [veroordeelde] zijn begaan, heeft verkregen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.G. Vos, voorzitter,

mr. E. Boersma en mr. W.F. Koolen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. P. Susijn, griffier,

en is uitgesproken op 25 april 2017.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature