Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Kort geding, intellectueel eigendom, auteursrecht, slaafse nabootsing

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/318001 / KG ZA 17-113

Vonnis in kort geding van 13 april 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PETITE AMÉLIE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Bussum,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.J. Gevers te Assen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LAAGSTEPRIJSGARANTIE B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.A.H. van de Sanden te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Petite Amélie en Laagsteprijsgarantie genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 15 maart 2017 met 9 producties

de akte van 20 maart 2017 met vijf producties en aankondiging van een eis in reconventie van de zijde van Laagsteprijsgarantie

de brief van 21 maart 2017 van Petite Amélie met producties 9 tot en met 11

de brief met productie van 21 maart 2017 van Laagsteprijsgarantie

de brief met productie van 22 maart 2017 van de zijde van Petite Amélie

de mondelinge behandeling die plaats vond op 23 maart 2017

de pleitnota van Petite Amélie

de pleitnota van Laagsteprijsgarantie

de akte van de zijde van Petite Amélie, ingediend op 29 maart 2017

de akte van de zijde van Laagsteprijsgarantie van 31 maart 2017, die bij brief van 3 april 2017 is ingetrokken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Petite Amélie houdt zich – blijkens het door haar overgelegde uittreksel van de kamer van koophandel – bezig met de productie van en het voeren van een detailhandel en groothandel via internet van meubels en accessoires voor baby- en kinderkamers.

Eén van de meubels die zij verkoopt – en waar het in dit kort geding om gaat – is een peuterbedje dat verkocht wordt onder de naam “Leon” (in de kleur grijs) en onder de naam “Vivien” (hetzelfde model als “Leon” maar dan in het wit). Hierna wordt dit peuterbed aangeduid als “Leon”.

Het peuterbed “Leon” wordt sinds 9 mei 2015 te koop aangeboden door Petite Amélie.

2.2.

Laagsteprijsgarantie voert een webwinkel waarop onder meer meubels, waaronder peuterbedden verkocht worden.

Eén van de peuterbedjes die op de website van Laagsteprijsgarantie aangeboden worden is een peuterbed met de naam “Milène”. Dit peuterbed wordt verkocht in de kleuren grijs en wit.

2.3.

Blijkens foto’s die zijn overgelegd als productie bij de dagvaarding heeft zowel het bed “Leon” als het bed “Milène” aan één lange kant een – volledig – spijlenhek en aan de andere kant een gedeeltelijk spijlenhek.

2.4.

Eind 2016 heeft Laagsteprijsgarantie zonder toestemming van Petite Amélie foto’s afkomstig van Petite Amélie van het bed “Leon” op haar website geplaatst ten behoeve van de verkoop van haar eigen peuterbed “Milène”.

2.5.

Bij brief van 17 januari 2017 heeft mr. Gevers namens Petite Amélie – voor zover thans van belang – het volgende aan Laagsteprijsgarantie medegedeeld:

‘(…)

Cliënte ontwerpt, produceert en verkoopt kindermeubels waaronder peuterbedden. In verband hiermee zijn door cliënte professionele foto’s van de door haar ontworpen, geproduceerde en verkochte producten gemaakt. Deze foto’s zijn auteursrechtelijk beschermd en worden door cliënte gebruikt voor het aanprijzen en verkopen van haar producten. Daarbij is cliënte als maker in de zin van artikel 1 Auteurswet aan te merken.

Cliënte heeft recent geconstateerd dat u, zonder toestemming en medeweten van cliënte, voornoemde foto’s van cliënte gebruikt. De betreffende foto’s zijn door u op uw website gepubliceerd en in uw opdracht tevens vindbaar via Google en Marktplaats. (…)

(…) Door zonder toestemming en medeweten van cliënte de auteursrechtelijk beschermde foto’s van cliënte openbaar te maken en te verveelvoudigen handelt u in strijd met de Auteurswet en is er sprake van een onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW .

U bent gehouden deze onrechtmatige daad per direct te staken, gestaakt te houden en de hierdoor door cliënte geleden en nog te lijden schade te vergoeden.

Namens cliënte sommeer ik u om binnen 24 uur na heden:

1. Alle foto’s afkomstig van cliënte, welke op uw website en door of namens u op websites van derden zijn gepubliceerd te verwijderen en verwijderd te houden;

2. Bijgaande onthoudingsverklaring door een bevoegd persoon getekend te retourneren.

(…)’.

2.6.

Naar aanleiding van bovenstaande brief heeft Laagsteprijsgarantie de foto’s van haar website gehaald en schriftelijk verklaard dat zij deze foto’s niet weer zal gebruiken.

2.7.

Op 17 januari 2017 heeft Petite Amélie een brief gezonden naar de Nederlandse Thuiswinkel Organisatie met – voor zover van belang – de volgende inhoud:

‘(…)

Petite Amélie Nederland is lid van de Nederlandse Thuiswinkel Organisatie en wordt sinds enige tijd ernstig benadeeld door collega lid “Laagsteprijsgarantie.com”. Professionele foto’s van door Petite Amélie ontworpen, geproduceerde en verkochte producten worden zonder toestemming door Laagsteprijsgarantie.com gebruikt en productontwerpen van Petite Amélie zijn zonder toestemming gekopieerd. Het betreft het peuterbed “Vivien” en “Leon” van Petite Amélie die op Laagsteprijsgarantie.com sinds enige tijd tegen lage prijzen worden aangeboden als “Peuterbed Milene”. (…)

(…). Klanten denken dus een origineel en veilig Petite Amélie peuterbed te kopen en ontvangen een inferieur, zonder toestemming gekopieerd product. (…)

(…)’

3 Het geschil in conventie

3.1.

Petite Amélie vordert samengevat -:

1. Laagsteprijsgarantie te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis de inbreuk op de auteursrechten van Petite Amélie ten aanzien van de foto’s te staken en gestaakt te houden;

2. Laagsteprijsgarantie te veroordelen tot voldoening van een voorschot van € 1.112,- op de door Petite Amélie geleden schade in verband met het onrechtmatig gebruik van haar foto’s;

3. Laagsteprijsgarantie te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis de inbreuk op het ontwerp van Petite Amélie ten aanzien van het peuterbed “Leon” middels het aanprijzen en verkopen van het peuterbed “Milène” te staken en gestaakt te houden;

4. Laagsteprijsgarantie te veroordelen in de proceskosten ex artikel 1019h Rv .

3.2.

Aan haar vorderingen heeft Petite Amélie – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd.

De foto’s die Petite Amélie gebruikt om haar peuterbed aan te prijzen zijn professionele foto’s waarvan de auteursrechten toebehoren aan Petite Amélie. Nu vast staat dat Laagsteprijsgarantie deze foto’s zonder toestemming van Petite Amélie heeft gebruikt om haar eigen product aan te bieden, staat eveneens vast dat Laagsteprijsgarantie onrechtmatig heeft gehandeld jegens Petite Amélie en is zij verplicht de daaruit voortvloeiende schade aan Petite Amélie te vergoeden. De schade bestaat uit de kosten die Petite Amélie heeft moeten maken om de foto’s te laten maken en uit het verlies dat zij lijdt door het gebruik van de foto’s door Laagsteprijsgarantie.

Behalve dat Laagsteprijsgarantie de foto’s van Petite Amélie zonder haar toestemming heeft gebruikt, heeft Laagsteprijsgarantie ook het door Petite Amélie ontworpen peuterbed “Leon” gekopieerd en op de markt gebracht. Het peuterbed “Leon” is een eigen origineel ontwerp en draagt het persoonlijk stempel van de maker. Bij het ontwerp heeft Petite Amélie bepaalde keuzes gemaakt die niet technisch bepaald zijn en waarmee het ontwerp van het bed zich onderscheidt van andere peuterbedden van concurrenten op de markt.

Met het op de markt brengen van peuterbed Milène, dat in ontwerp en kleur nagenoeg identiek is aan het ontwerp van Petite Amélie, maakt Laagsteprijsgarantie inbreuk op het auteursrecht van Petite Amélie, dan wel maakt zij zich jegens Petite Amélie schuldig aan slaafse nabootsing.

3.3.

Laagsteprijsgarantie voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

Laagsteprijsgarantie vordert samengevat - Petite Amélie te veroordelen tot het vergoeden van de kosten van deze procedure op basis van artikel 1019h Rv ., voorts vordert Laagsteprijsgarantie om Petite Am élie te veroordelen om binnen zeven dagen na de datum van dit vonnis een schriftelijke rectificatie te richten aan Nederlandse Thuiswinkel Organisatie in vervolg op haar eerdere brief van 17 januari 2017, in welke rectificatie Petite Amélie mededeelt dat Laagsteprijsgarantie geen inbreuk maakt op (niet-bestaande) intellectuele eigendomsrechten op het kinderbedje “Leon”, dit op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag en tot slot vordert Laagsteprijsgarantie om Petite Amélie te veroordelen tot het betalen aan een schadevergoeding, nader op te maken bij staat, vanwege onder meer gederfde winst, uit hoofde van onrechtmatige daad.

4.2.

Petite Amélie voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden in gegaan.

5 De beoordeling in conventie

5.1.

Het spoedeisend belang van Petite Amélie bij haar vorderingen voor zover deze betreffen het stoppen van het verkopen door Laagsteprijsgarantie van peuterbed “Leon” op basis van het door Petite Amélie gestelde auteursrecht dan wel op basis van onrechtmatige nabootsing, is voldoende aannemelijk. Als daadwerkelijk inbreuk wordt gemaakt op de intellectuele eigendomsrechten van Petite Amélie, dan wel anderszins onrechtmatig jegens haar wordt gehandeld, wegens slaafse nabootsing van haar producten, dan heeft Petite Amélie er belang bij dat daar zo spoedig mogelijk een einde aan komt.

5.2.

Petite Amélie heeft zich in de eerste plaats beroepen op het auteursrecht in de zin van de Auteurswet. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of het peuterbed “Leon” van Petite Amélie auteursrechtelijke bescherming geniet. Als Petite Amélie zelf geen auteursrecht heeft, staat het haar niet vrij om Laagsteprijsgarantie te beschuldigen van inbreuk op het auteursrecht.

5.3.

Op grond van het bepaalde in artikel 1 jo. artikel 10 Auteurswet komen voor auteursrechtelijke bescherming die werken in aanmerking die voldoende oorspronkelijk zijn en een eigen karakter hebben en bovendien het persoonlijke stempel van de maker dragen. Dat het voortbrengsel een eigen, oorspronkelijk karakter moet bezitten, houdt in dat de vorm niet ontleend mag zijn aan het werk van een ander. Om te voldoen aan de eis dat het werk het persoonlijke stempel van de maker moet dragen, zal sprake moeten zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en die aldus voortbrengselen zijn van de menselijke geest. Het auteursrecht kan slechts gelden met betrekking tot materiaal dat oorspronkelijk is, in die zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur ervan. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen. Als vuistregel voor de beantwoording van de vraag of het werk een persoonlijk stempel draagt en een eigen karakter heeft, wordt wel gehanteerd dat het werk niet zo voor de hand liggend mag zijn, dat iemand (onafhankelijk van de maker) tot precies hetzelfde werk had kunnen komen.

5.4.

Petite Amélie heeft gesteld dat zij het peuterbed “Leon” ontworpen heeft en dat het bed in haar opdracht wordt geproduceerd.

Laagsteprijsgarantie heeft echter betwist dat het bed een eigen origineel ontwerp is, en Petite Amélie kan dan vervolgens niet volstaan met stellen maar zij had haar stelling nader moeten onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van van haar afkomstige tekeningen van het ontwerp. Nu verdere onderbouwing van de stelling van Petite Amélie dat zij het bedje zelf heeft ontworpen is uitgebleven, is in het licht van de betwisting door Laagsteprijsgarantie van deze stelling, onvoldoende aannemelijk gebleven dat het peuterbed “Leon” een eigen ontwerp van Petite Amélie is.

Het beroep van Petite Amélie op artikel 4 en 7 van de Auteurswet , waarin is bepaald wie in bepaalde gevallen als maker van het werk wordt beschouwd, kan haar niet baten, nu zij (ook) op basis van deze artikelen geen auteursrecht kan doen gelden aangezien bij gebrek aan onderbouwing eveneens onvoldoende aannemelijk is gebleven dat het bedje in haar opdracht is ontworpen en gemaakt al dan niet door een bij haar in dienst zijnde werknemer.

Bovenstaande overwegingen leiden ertoe dat voorshands niet kan worden aangenomen dat Petite Amélie de maker in auteursrechtelijke zin van het peuterbed “Leon” is zodat haar geen rechtsgeldig beroep op het auteursrecht toekomt, en haar vordering voor zover die is gegrond op inbreuk op haar auteursrecht ten aanzien van het peuterbed wordt afgewezen.

5.5.

Petite Amélie heeft voorts gesteld dat Laagsteprijsgarantie zich schuldig heeft gemaakt aan het slaafs nabootsen van haar peuterbed “Leon”.

Degene die jegens een concurrent een beroep doet op slaafse nabootsing hoeft niet de ontwerper van het product te zijn.

Om een op slaafse nabootsing gestoelde vordering te doen slagen, is in de eerste plaats vereist dat aannemelijk is dat het nagebootste product een eigen plaats inneemt in de markt. Dat wil zeggen dat het product zich uiterlijk van andere in de handel zijnde soortgelijke producten aanmerkelijk onderscheidt. Bij de vraag of het product een eigen plaats in de markt heeft is beslissend de marktsituatie ten tijde van de aanvang van de gestelde ‘inbreuk’.

Dat het peuterbed “Leon” van Petite Amélie een eigen plaats inneemt in de markt is door Laagsteprijsgarantie gemotiveerd betwist, waarbij zij afbeeldingen van reeds voor 2015 in de handel zijnde peuterbedden met een model dat vergelijkbaar is met het model “Leon” van Petite Amélie heeft overgelegd.

5.6.

Ten aanzien van de door Laagsteprijsgarantie overgelegde afbeeldingen van peuterbedjes van andere aanbieders heeft Petite Amélie gesteld dat deze bedjes niet op de Nederlandse markt werden aangeboden en dat niet gebleken is dat deze bedjes al voor mei 2015 te koop werden aangeboden.

Deze stellingen kunnen Petite Amélie niet baten. De foto’s zijn allen afkomstig van verschillende websites en niet is gebleken dat deze websites niet voor Nederlandse consumenten bereikbaar zouden zijn. Voorts blijkt uit het bij productie 1 van Laagsteprijsgarantie gevoegde overzicht van de door haar geraadpleegde websites wanneer deze websites laatstelijk zijn aangepast. Bij vijf van de tien websites ligt deze datum ruim voor mei 2015, zodat naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands kan worden aangenomen dat reeds voordat Petite Amélie het bedje “Leon” op de markt bracht, door andere aanbieders bedjes met een vergelijkbaar model te koop werden aangeboden op de Nederlandse markt.

5.7.

De totale indruk van deze peuterbedjes van andere aanbieders verschilt nagenoeg niet van die van het peuterbed “Leon”, zodat moet worden geconcludeerd dat het peuterbed “Leon” van Petite Amélie onvoldoende onderscheidend vermogen heeft ten opzichte van de peuterbedjes die door andere aanbieders al eerder op de markt werden aangeboden.

Bij gebreke van onderscheidend vermogen kan er ook geen verwarringsgevaar bestaan omtrent de herkomst van het in dit kort geding ter beoordeling voorliggende peuterbed en is niet voldaan aan dit noodzakelijke element voor het aannemen van onrechtmatige slaafse navolging. De vordering van Petite Amélie voor zover die is gegrond op slaafse nabootsing wordt dan ook afgewezen.

5.8.

Naast de vorderingen die gegrond zijn op inbreuk op het auteursrecht dan wel op slaafse nabootsing vordert Petite Amélie een bedrag uit hoofde van schadevergoeding vanwege het onrechtmatig gebruik van haar foto’s door Laagsteprijsgarantie.

Alhoewel Petite Amélie terecht verontwaardigd is over het gebruik zonder toestemming van haar foto’s door Laagsteprijsgarantie, kan de door haar op basis van dit onrechtmatig gebruik ingestelde vordering tot betaling van een schadevergoeding in kort geding niet worden toegewezen. Petite Amélie heeft de door haar gestelde schade (die door Laagsteprijsgarantie gemotiveerd is betwist) niet onderbouwd, en niet is gebleken dat er sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, zodat deze vordering de terughoudende toets die geldvorderingen in kort geding ondergaan, niet doorstaat.

5.9.

Nu Laagsteprijsgarantie onweersproken heeft gesteld dat zij het gebruik van de foto’s van Petite Amélie al maanden geleden heeft gestaakt en dat zij schriftelijk verklaard heeft dat dit gebruik ook gestaakt zal blijven wordt Petite Amélie geacht bij toewijzing van haar vordering die ziet op het gebruik zonder toestemming van haar foto’s geen belang te hebben, zodat ook deze vordering wordt afgewezen.

5.10.

In reconventie heeft Laagsteprijsgarantie gevorderd Petite Amélie te veroordelen in de proceskosten op basis van artikel 1019h Rv . Omdat Petite Am élie in conventie in het ongelijk wordt gesteld en zij daarom in de proceskosten wordt veroordeeld, zal het gedeelte van de vordering in reconventie dat ziet op veroordeling van Petite Amélie in de proceskosten in de hiernavolgende overweging beoordeeld worden.

5.11.

De vordering in reconventie is aangekondigd namens Laagsteprijsgarantie bij brief van 20 maart 2017. Aan het eind van de mondelinge behandeling ter zitting op 23 maart 2017 heeft mr. Van de Sanden de akte tot indiening van de eis in reconventie overgelegd met als bijlage een specificatie van de ten behoeve van zijn cliënt gemaakte kosten als bedoeld in artikel 1019h Rv .

Mr. Gevers heeft bezwaar gemaakt tegen het eerst na het sluiten van de zitting overleggen van de akte en in het bijzonder tegen de daarbij overgelegde specificatie van de proceskosten. Mr. Gevers is hierop door de voorzieningenrechter in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk over de door mr. Van de Sanden ingediende akte uit te laten, van welke gelegenheid mr. Gevers gebruik heeft gemaakt bij akte van 29 maart 2017.

In deze akte heeft mr. Gevers verweer gevoerd tegen de door mr. Van de Sanden bij akte van 23 maart 2017 opgevoerde kostenspecificatie.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door Laagsteprijsgarantie gevorderde proceskosten op basis van artikel 1019h Rv . niet onredelijk dan wel onevenredig zijn. Het gaat in deze procedure om handhaving van (onder meer) door Petite Amélie gestelde rechten ingevolge de auteurswet, zodat de proceskosten voor vergoeding conform artikel 1019h Rv . in aanmerking komen. Het door mr. Van de Sanden gedeclareerde salaris valt binnen het door het Landelijk Overleg Voorzitters van de Civiele sectoren van de rechtbanken (LOVCK) vastgestelde indicatietarief in intellectuele eigendomszaken voor een eenvoudig kort geding.

Dit betekent dat Petite Amélie wordt veroordeeld in de proceskosten van Laagsteprijsgarantie met toepassing van artikel 1019h Rv . en zoals gespecificeerd in de bij akte van 23 maart 2017 gevoegde bijlage.

De kosten aan de zijde van Laagsteprijsgarantie worden begroot op:

- griffierecht € 618,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 5.915,00

Totaal € 6.533,00

6 De beoordeling in reconventie

6.1.

Gelet op de beoordeling in conventie ten aanzien van de door Laagsteprijsgarantie gevorderde proceskostenveroordeling hoeft de vordering in reconventie in zoverre geen bespreking meer.

6.2.

Ten aanzien van de door Laagsteprijsgarantie gevorderde rectificatie heeft Petite Amélie geen gemotiveerd verweer gevoerd zodat deze vordering, nu in conventie geoordeeld is dat van een inbreuk op door Petite Amélie gestelde intellectuele eigendomsrechten geen sprake is, wordt toegewezen. Petite Amélie heeft gesteld dat zij, in het geval zij zou worden veroordeeld tot verzenden van de gevorderde rectificatie, uieraard haar medewerking aan deze veroordeling zou verlenen. De voorzieningenrechter heeft voorshands geen reden aan de oprechtheid van deze stelling van Petite Amélie te twijfelen en gaat er van uit dat Petite Amélie ook daadwerkelijk aan de hiernavolgende veroordeling zal voldoen, zodat de gevorderde dwangsom wordt afgewezen.

6.3.

Omdat de voorzieningenrechter geen verklaring voor recht kan geven kan hij partijen ook niet naar de schadestaat verwijzen. Reeds daarom zal de gevorderde schadevergoeding worden afgewezen.

6.4.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten in reconventie worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

7 De beslissing

De voorzieningenrechter,

in conventie

7.1.

wijst de vorderingen af,

7.2.

veroordeelt Petite Amélie in de proceskosten, aan de zijde van Laagsteprijsgarantie tot op heden begroot op € 6.533,00,

7.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

7.4.

veroordeelt Petite Amélie om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis een schriftelijke rectificatie te richten aan Nederlandse Thuiswinkel Organisatie, waarin zij, in vervolg op haar eerdere brief van 17 januari 2017, mededeelt dat Laagsteprijsgarantie geen inbreuk maakt op intellectuele eigendomsrechten op het kinderbedje “Leon”,

7.5.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.6.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

7.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 13 april 2017.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature