Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

De rechtbank Noord Nederland, locatie Groningen, heeft vandaag een man veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandelverplichting. Daarnaast heeft zij opgelegd een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Verdachte heeft een levensgevaarlijke verkeerssituatie doen ontstaan door plotseling naar links te sturen, terwijl schuin achter hem een motorrijder reed. Verdachte heeft de motorrijder hierbij geraakt, waarna deze zelf zijn motor tijdig kon stoppen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door zijn gedragingen op deze weg, terwijl hij wist dat de motorrijder schuin naast hem reed, ook bewust de aanmerkelijke kans op het overlijden van de motorrijder heeft aanvaard.

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830370-16

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 maart 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonadres] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16 februari 2017.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.A. Lubbers, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A. van den Oever.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

primair

hij op of omstreeks 29 december 2015 te en/of bij Kiel-Windeweer , op de N385,

geheten de Kielsterachterweg , binnen de gemeente Hoogezand-Sappemeer ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer]

van het leven te beroven, met dat opzet rijdende in een personenauto

op de rechter rijstrook, op een autoweg waar ter plaatse een maximumsnelheid

van 80km/u gold, terwijl hij op dat moment reed met een snelheid van tussen

de 80 km/u en 50 km/u, althans met een aanzienlijke snelheid, en terwijl op

dat moment die [slachtoffer] naast hem reed op een motorfiets, (plotseling) een

of meer (abrupte) stuurbeweging(en) naar links heeft gemaakt, waardoor hij,

verdachte, met zijn auto op de linker rijstrook terecht kwam en in botsing

kwam met de motorfiets van die [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] van de weg werd

gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 29 december 2015 te en/of bij Kiel-Windeweer , op de N385,

geheten de Kielsterachterweg , binnen de gemeente Hoogezand-Sappemeer ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet rijdende in een personenauto op de rechter rijstrook, op een

autoweg waar ter plaatse een maximumsnelheid van 80km/u gold, terwijl hij op

dat moment reed met een snelheid van tussen de 80 km/u en 50 km/u, althans

met een aanzienlijke snelheid, en terwijl op dat moment die [slachtoffer] naast

hem reed op een motorfiets, (plotseling) een of meer (abrupte)

stuurbeweging(en) naar links heeft gemaakt, waardoor hij, verdachte, met zijn

auto op de linker rijstrook terecht kwam en in botsing kwam met de motorfiets

van die [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] van de weg werd gereden, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 29 december 2015 te Kiel-Windeweer , gemeente Hoogezand-Sappemeer, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de N 385, geheten de Kielsterachterweg , op de rechter rijstrook, op een autoweg waar ter plaatse een maximumsnelheid van 80km/u gold, terwijl hij op dat moment reed met een snelheid van tussen de 80 km/u en 50 km/u, althans met een aanzienlijke snelheid, en terwijl op dat moment die [slachtoffer] naast hem reed op een motorfiets, (plotseling) een of meer (abrupte) stuurbeweging(en) naar links heeft gemaakt, waardoor hij, verdachte, met zijn auto op de linker rijstrook terecht kwam door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de primair ten laste gelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte in zijn auto ongeveer tachtig kilometer per uur reed op een tweebaansweg met bomen aan weerszijden. Achter hem reed de motorrijder, die hem links inhaalde of in elk geval links naast verdachte ging rijden, nadat er tegenliggers waren gepasseerd. Verdachte verloor hem vervolgens even uit het zicht, terwijl hij de motorrijder een fractie daarvoor nog in het vizier had en op dat moment stuurde verdachte tweemaal naar links. Hij raakte hierbij de motorrijder. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte door zijn handelen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de motorrijder, een kwetsbare verkeersdeelnemer, zou verongelukken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de motorrijder dicht achter verdachte reed en bumper kleefde. De motorrijder ging links naast verdachte rijden en liet vervolgens het gas weer los. Hij zat toen schuin achter verdachte en haalde niet in. Verdachte voelde zich onveilig en stuurde naar links. Dat was geen bewuste actie en zijn intentie was niet om de motorrijder te raken of letsel te bezorgen, zodat geen sprake kan zijn van boos opzet. Van voorwaardelijk opzet is evenmin sprake, nu er geen aanmerkelijke kans was op het intreden van de dood van de motorrijder. De motorrijder heeft na het contactmoment met verdachtes auto zelf zijn motor tot stilstand kunnen brengen. Ter zitting heeft verdachte bovendien verklaard dat hij de motorrijder geen letsel wilde toebrengen. De motorrijder reed achter hem toen hij naar links stuurde. Verdachte had niet het idee dat hij hem zou raken, zodat hij een eventuele aanmerkelijke kans op de dood ook niet heeft aanvaard.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte op de terechtzitting van 16 februari 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:

Op 29 december 2015 reed ik in mijn auto op de Kielsterachterweg . Dicht achter me reed een motorrijder. Ik reed ongeveer 80 kilometer per uur. Hij bleef dicht achter me rijden totdat er ruimte was om in te halen. Hij keek toen bij mij naar binnen. Op de camerabeelden die op de zitting worden getoond zie ik dat hij op de linkerbaan rijdt en mij niet voorbij gaat. Hij ging waarschijnlijk iets langzamer dan ik. Ik zag hem op dat moment even niet meer. Op de beelden zie ik dat hij toen schuin achter me zat. Daarna ben ik naar links gegaan. Op de beelden zie ik ook dat ik naar links ga. Ik zie twee stuurbewegingen. Ik raak hem. Ter plaatse staan bomen langs de kant van de weg en daarachter ligt een sloot. Er rijdt veel verkeer. Ik weet nog dat er een auto me tegemoet kwam rijden, zodat ik daarna de berm in moest.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 29 december 2015, opgenomen op pagina 5 van het dossier met nummer 2015382278 d.d. 19 april 2016, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op dinsdag 29 december 2015, omstreeks 16.00 uur, meldde een man zich aan het politiebureau. De man gaf op te zijn dhr. [verdachte] , die bestuurder was van een blauwe [auto] met kenteken [kenteken] . Halverwege de Kielsterachterweg tussen Hoogezand en Veendam haalde de motorrijder [verdachte] in en ging naast de [auto] rijden. Volgens [verdachte] had de motorrijder [verdachte] nogal dwingend aangekeken en had een handgebaar naar hem gemaakt. Verbalisant hoorde [verdachte] zeggen dat hij "het stuur van de [auto] een zwieper naar links had gegeven".

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland d.d. 31 december 2015, opgenomen op pagina 1 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer] :

Plaats delict: N385 ( Kielsterachterweg ) ter hoogte van hectometerpaal 8.0, Kiel-Windeweer, binnen de gemeente Hoogezand-Sappemeer.

Op dinsdag 29 december 2015 omstreeks 15.20 uur reed ik op mijn motor. Op de Kielsterachterweg besloot ik de personenauto maar in te halen. Op het moment dat ik naast de auto reed, kwam ineens de auto vol naar links. Ik week uit naar links en nam gas terug. Ik werd niet geraakt, maar nog voordat ik door had wat er gebeurde, kwam de auto voor een tweede keer vol naar links. Ik kon hem niet meer ontwijken en werd geraakt op mijn koffer, welke rechtsachter op mijn motor zat. Ik kreeg een klapper in mijn stuur, maar kon overeind blijven. De auto bleef naar links komen en ik kwam op een pechstrook c.q. bushalte aan de linkerzijde van de weg terecht. Ik kon net voorkomen dat ik in de berm kwam. Ik kwam tot stilstand en ik zag dat de personenauto door de berm bleef rijden. Ik zag dat hij de weg op wilde sturen, maar weer de berm indook, want er kwam namelijk een tegenligger aan. Ik heb het kenteken genoteerd. Dit was [kenteken] , een lichtblauwe [auto] , oud model.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 5 april 2016, opgenomen op pagina 9 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als relatering van verbalisant:

Op dinsdag 29 december 2015 tussen 15.20 uur en 15.30 uur heeft er een incident plaatsgevonden tussen een motorrijder en een automobilist. Door getuige [getuige] is er een gedeelte van dit voorval vastgelegd met de camera van haar mobiele telefoon. Ze reed terwijl ze dit filmde in een voertuig achter de betreffende motorrijder en automobilist aan. De beelden beginnen ter hoogte van de Kielsterachterweg te Hoogezand.

0.01: De motorrijder rijdt kort op de personenauto.

0.38: De motorrijder rijdt nog steeds achter de personenauto en beweegt nu naar links achter de personenauto.

0.39: De motorrijder beweegt zich nu naar rechts achter de personenauto.

0.41: De motorrijder beweegt zich nu weer naar rechts achter de personenauto.

0.42: De motorrijder beweegt zich naar de linker rijbaan.

0.44: De motorrijder rijdt in het midden van de linker rijbaan ter hoogte van de personenauto.

0.46: De motorrijder draait zijn hoofd in de richting van de personenauto.

0.49: De personenauto beweegt zich naar de linker rijbaan.

0.50: De personenauto blijft zich naar de linker rijbaan bewegen.

0.51: De personenauto raakt met de linker achterzijde de voorzijde van de motorrijder.

0.52: De personenauto corrigeert zich met een beweging naar rechts.

0.53: De personenauto raakt met de linker achterzijde de voorzijde van de motorrijder nogmaals.

0.54: De personenauto en motorrijder rijden beide de pechstrook op die zich aan de linkerzijde van de rijbanen bevindt op.

0.56: De motorrijder blijft stil staan op de pechstrook.

0.58: De personenauto rijdt bij de pechstrook door de berm in.

1.00: De personenauto rijdt door de berm aan de linkerzijde van de rijbanen.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat verdachte met zijn personenauto op een tweebaansweg reed met een snelheid van ongeveer tachtig kilometer per uur. Aan weerszijden van de rijbaan stonden bomen en verdachte heeft ter zitting opgemerkt dat daarachter een sloot lag. Er was veel verkeer op de weg. Aangever reed enige tijd vlak achter hem op een motor. Op een gegeven moment zag verdachte dat aangever links naast hem ging rijden. Daarna verdween de motorrijder enkele ogenblikken uit verdachtes zicht. Verdachte heeft een stuurbeweging naar links gemaakt en vlak daarna maakte hij nog een stuurbeweging naar links. Hij raakte hierbij de motor van aangever, die ternauwernood naar links kon uitwijken en terechtkwam op een pechstrook.

De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte plotseling twee stuurbewegingen naar links heeft gemaakt, terwijl hij de motorrijder niet zag hoewel die kort daarvoor nog naast hem had gereden. Verdachte moest als ervaren vrachtwagenchauffeur hebben geweten dat de motorrijder zeer waarschijnlijk schuin achter hem in de dode hoek zat. Door die stuurbewegingen bestond er een naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten kans dat de auto van verdachte de motor(rijder) zou raken dan wel dat in ieder geval de rijrichting van de motor dusdanig zou worden beïnvloed dat deze van de weg zou raken, zou kantelen of ergens tegenaan zou botsen, met als gevolg dat de motorrijder ten val zou komen en zou komen te overlijden. De rechtbank acht daarbij van belang dat een motorrijder een kwetsbare verkeersdeelnemer is en dat de gevolgen van een motorongeluk bij een dergelijke snelheid zeer ernstig kunnen zijn voor de bestuurder. Bovendien betreft de Kielsterachterweg een smalle weg met bomen langs beide zijden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte door zijn gedragingen op deze weg, terwijl hij wist dat de motorrijder schuin naast hem reed, ook bewust de aanmerkelijke kans op het overlijden van de motorrijder heeft aanvaard. Bewezen kan derhalve worden dat verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van de motorrijder heeft gehad. Naar het oordeel van de rechtbank kan de primair ten laste gelegde poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen worden.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 29 december 2015 bij Kiel-Windeweer , op de N385, geheten de Kielsterachterweg , binnen de gemeente Hoogezand-Sappemeer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet rijdende in een personenauto op de rechter rijstrook, op een autoweg waar ter plaatse een maximumsnelheid van 80km/u gold, terwijl hij op dat moment reed met een snelheid van tussen de 80 km/u en 50 km/u, en terwijl op dat moment die [slachtoffer] naast hem reed op een motorfiets, plotseling abrupte stuurbewegingen naar links heeft gemaakt, waardoor hij,

verdachte, met zijn auto op de linker rijstrook terecht kwam en in botsing kwam met de motorfiets van die [slachtoffer] , waardoor die [slachtoffer] van de weg werd gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Primair Poging tot doodslag

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering deze heeft geadviseerd, te weten een meldplicht en ambulante behandeling bij de AFPN. Voorts heeft zij een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat zij niet tot een bewezenverklaring komt van het primair en subsidiair ten laste gelegde, maar tot een bewezenverklaring van de meer subsidiair ten laste gelegde overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 . De raadsvrouw heeft gepleit voor oplegging van een taakstraf.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een levensgevaarlijke verkeerssituatie doen ontstaan door plotseling naar links te sturen, terwijl schuin achter hem een motorrijder reed. Verdachte heeft de motorrijder hierbij geraakt. Beiden reden op dat moment op een tweebaansweg met bomen langs de kanten en met tegemoetkomend verkeer. Verdachte voelde zich geïrriteerd en onveilig door het gedrag van de motorrijder, die aan het 'bumperkleven' was. Dit rechtvaardigt echter niet de buitenproportionele reactie van verdachte. Niet alleen voor de bewuste motorrijder, maar ook voor het overige verkeer op de weg en de passagiers in verdachtes auto was de door irritatie en angst ingegeven actie van verdachte levensgevaarlijk. De rechtbank rekent verdachte dit aan. Het was geenszins aan verdachte te danken dat de motorrijder zijn motor op een pechstrook tot stilstand heeft kunnen brengen.

Voorts heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder met justitie en politie in aanraking is geweest. Hij is nooit eerder betrokken geweest bij een ongeval, terwijl hij ruim twintig jaar werkzaam is als vrachtwagenchauffeur en in die hoedanigheid vrijwel dagelijks heeft deelgenomen aan het verkeer.

Tenslotte heeft de rechtbank de persoon van verdachte en het omtrent hem door de reclassering opgestelde rapport in aanmerking genomen. Daaruit blijkt weliswaar dat het recidiverisico laag is, maar ook wordt er bij verdachte een beperkte draagkracht en een rigide denkpatroon gesignaleerd, wat van invloed is geweest op het moment van de confrontatie met de motorrijder. De reclassering heeft om die reden het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf voorgesteld met toezicht op bijzondere voorwaarden.

Gezien de ernst van het door verdachte gepleegde delict acht de rechtbank, zich bewust zijnde van de consequenties die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid voor verdachte kunnen hebben, niettemin een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf en een (deels voorwaardelijke) ontzegging van de rijbevoegdheid passend en geboden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 45, 287 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994 , zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 10 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich meldt bij Reclassering Nederland, Leonard Springerlaan 21 te Groningen, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde zich laat behandelen bij de forensische polikliniek van de AFPN te Groningen, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven. De behandeling dient te bestaan uit het opstellen van een delictscenario en de risicofactoren die vanuit dit scenario naar voren komen. Voorts dient er aandacht te zijn voor de eventuele aanwezigheid van (trekken van) autisme, de familierelaties, de draagkracht en het emotioneel welzijn van de veroordeelde, waarbij het vergroten van zijn assertiviteit onderdeel dient uit te maken.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepen- voor de tijd van 12 maanden.

Bepaalt dat van deze bijkomende straf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.V. Nolta, voorzitter, mr. P.H.M. Smeets en mr. M. Haisma, rechters, bijgestaan door mr. L.S. Gosselaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 maart 2017.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature