Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Onderzoek Kulja. Mensensmokkel met zeilboot naar Engeland. Wederrechtelijke doorreis en rechtmatig verblijf. Poging of voltooid. Voorzienbaarheid levensgevaar. Hennepteelt. Criminele organisatie.

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/871991-15 (P)

Uitspraakdatum: 21 april 2017

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9, 13, 15 en 16 maart 2017 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. E. Visser, en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. M. Jansen, advocaat te Spijkenisse, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na een nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 15 augustus 2015 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Amsterdam en/of te Huizen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

13, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Vietnamese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [gesmokkelde 1] en/of [gesmokkelde 2] en/of [gesmokkelde 3] en/of [gesmokkelde 4] en/of [gesmokkelde 5] en/of [gesmokkelde 6] en/of [gesmokkelde 7] en/of [gesmokkelde 8] en/of [gesmokkelde 9] en/of [gesmokkelde 10] en/of [gesmokkelde 11] en/of [gesmokkelde 12] en/of [gesmokkelde 13])

en/of

11, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Albanese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [gesmokkelde 14] en/of [gesmokkelde 15] en/of [gesmokkelde 16] en/of [gesmokkelde 17] en/of [gesmokkelde 18] en/of [gesmokkelde 19] en/of [gesmokkelde 20] en/of [gesmokkelde 21] en/of [gesmokkelde 22] en/of [gesmokkelde 23] en/of [gesmokkelde 24]),

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Groot-Brittannië en/of Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, in elk geval een of meer sta(a)t(en) die is/zijn toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

of die perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

doordat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een boot (genaamd [boot]) heeft/hebben gekocht/verworven, althans ter beschikking heeft/hebben gehad;

- onderhoud aan die boot heeft/hebben verricht en/of laten verrichten en/of 30, althans meer zwemvest(en) heeft/hebben gekocht;

- die boot heeft/hebben gebracht naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden en/of daarvoor liggeld heeft/hebben betaald;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben opgehaald en/of op heeft/hebben laten halen vanaf het (centraal) station te Amsterdam en/of (een) andere locatie(s);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben gebracht naar een woning (op het adres [adres 1] te Huizen);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben ondergebracht en/of bewaakt en/of begeleid en/of vergezeld in die woning (op het adres [adres 1] te Huizen);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) (vanuit die woning) heeft/hebben vervoerd en/of gebracht en/of begeleid naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) reddingsvesten heeft/hebben gegeven/ter beschikking gesteld;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben gebracht en/of begeleid naar en/of heeft/hebben ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd [boot]) (met het kennelijke doel om die perso(o)n(en) met die boot naar Groot-Brittannië of een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot genoemd protocol te brengen),

terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 perso(o)n(en) en/of voor [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] (zijnde de bemanning van die boot), te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd [boot]) zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart;

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 15 augustus 2015 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Amsterdam en/of te Huizen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een ander of anderen, te weten

13, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Vietnamese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [gesmokkelde 1] en/of [gesmokkelde 2] en/of [gesmokkelde 3] en/of [gesmokkelde 4] en/of [gesmokkelde 5] en/of [gesmokkelde 6] en/of [gesmokkelde 7] en/of [gesmokkelde 8] en/of [gesmokkelde 9] en/of [gesmokkelde 10] en/of [gesmokkelde 11] en/of [gesmokkelde 12] en/of [gesmokkelde 13])

en/of

11, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Albanese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [gesmokkelde 14] en/of [gesmokkelde 15] en/of [gesmokkelde 16] en/of [gesmokkelde 17] en/of [gesmokkelde 18] en/of [gesmokkelde 19] en/of [gesmokkelde 20] en/of [gesmokkelde 21] en/of [gesmokkelde 22] en/of [gesmokkelde 23] en/of [gesmokkelde 24]),

behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Groot-Brittannië en/of Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, in elk geval een of meer sta(a)t(en) die is/zijn toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

of die perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

doordat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een boot (genaamd [boot]) heeft gekocht/verworven, althans ter beschikking heeft gehad;

- onderhoud aan die boot heeft verricht en/of laten verrichten en/of 30, althans meer zwemvest(en) heeft gekocht;

- die boot heeft gebracht naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden en/of daarvoor liggeld heeft betaald;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft opgehaald en/of op heeft laten halen vanaf het (centraal) station te Amsterdam en/of (een) andere locatie(s);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft gebracht naar een woning (op het adres [adres 1] te Huizen);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft ondergebracht en/of bewaakt en/of begeleid en/of vergezeld in die woning (op het adres [adres 1] te Huizen);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) (vanuit die woning) heeft vervoerd en/of gebracht en/of begeleid naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) reddingsvesten heeft gegeven/ter beschikking gesteld;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft gebracht en/of begeleid naar en/of heeft/hebben ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd [boot]) (met het kennelijke doel om die perso(o)n(en) met die boot naar Groot-Brittannië of een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot genoemd protocol te brengen),

terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 perso(o)n(en) en/of voor [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] (zijnde de bemanning van die boot), te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd [boot]) zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 december 2015 tot en met 23 december 2015 te Bussum en/of te Huizen, althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

in de uitoefening van een beroep of bedrijf

opzettelijk

heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd,

- in/vanuit een pand aan de [adres 2] te Bussum (knipperij), en/of

- in/vanuit een pand aan de [adres 3] te Bussum (drogerij) en/of

- in/vanuit een pand aan de [adres 4] te Huizen (kwekerij),

(telkens) (een) (grote) hoeveelheid/hoeveelheden hennep, waaronder in elk geval 17.420 gram henneptoppen en/of 578 hennepplanten, zijnde hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 12 januari 2016 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Bussum en/of te Huizen, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- mensensmokkel (artikel 197a wetboek van strafrecht ), en/of

- het (in uitoefening van een beroep of bedrijf) opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of aanwezig hebben van hennep (artikel 3 jo 11 Opiumwet ).

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 als eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde (kort gezegd: de voltooide mensensmokkel), en de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten (kort gezegd: bewerken/telen van hennep en deelneming aan een criminele organisatie).

3.2.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde mensensmokkel heeft de raadsman van verdachte bepleit dat de ten laste gelegde strafverzwarende omstandigheid dat door het feit levensgevaar voor anderen te duchten was, niet bewezen kan worden. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat deze omstandigheid voor verdachte niet voorzienbaar is geweest, omdat hij als leek niet in staat was om een oordeel te vellen over de staat waarin de boot (de [boot]) verkeerde, en hij niet wist dat er 24 personen met deze boot vervoerd zouden worden. In dit verband heeft de raadsman tevens aangevoerd dat niet is uitgesloten dat de groep met meerdere schepen vervoerd zou worden.

Daarnaast heeft de raadsman verzocht de pleegperiode van het onder 1 ten laste gelegde feit te beperken tot 14 en 15 augustus 2015, omdat het verdachte voor die tijd niet bekend was dat met de boot personen zouden worden vervoerd.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde (kort gezegd: deelneming aan een criminele organisatie) heeft de raadsman (partiële) vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde oogmerk om mensensmokkel te plegen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de mensensmokkel bij toeval op het pad van verdachte is gekomen net als het samenwerkingsverband hierin.

3.3.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 (eerste cumulatief/alternatief), 2 en 3 ten laste gelegde feiten op grond van het volgende.

Ten aanzien van de mensensmokkel (feit 1) en deelneming aan een criminele organisatie (feit 3)

Aanleiding Op 15 augustus 2015 om 15:30 uur zijn getuige [getuige 1] en haar echtgenoot de haven van IJmuiden binnengevaren en hebben hun boot daar aangemeerd. [getuige 1] zag op een boot die ook in die haven lag een grote groep mensen aan boord gaan. Later zagen zij nog meer mensen aankomen. Het was heel slecht weer en er was storm voorspeld. Ze waren bang dat de boot met al die mensen naar zee zou varen. Terwijl getuige en haar man keken, kwamen er steeds meer mensen aan boord van die boot. Toen hebben zij besloten om het kantoor van de jachthaven te bellen. De eerste groep die aan boord ging bestond uit zeven tot acht mensen en een begeleider. De begeleider had een Midden-Oosters uiterlijk, Arabier misschien, of Turks. De rest van de groep zag er buitenlands uit, het hadden Syriërs kunnen zijn. De tweede groep was de groep Chinezen, zij gingen ook aan boord van de boot. Die groep bestond uit ongeveer vijf mensen, die ook begeleid werden. Twee personen van de Chinese groep droegen splinternieuwe oranje reddingsvesten. Toen die groep aan boord stapte, gingen zij naar het achterste gedeelte van de boot. De eerste groep was naar de voorkant gegaan. Daarna hebben getuige en haar man nog een groep gezien. Deze groep werd door een vrouw naar de boot begeleid. Getuige denkt dat deze groep uit acht personen bestond. Getuige denkt dat elke groep uit zeven of acht mensen bestond. Tegen die tijd hadden getuige en haar man ruim twintig mensen op de boot geteld. Gezien de omvang van de boot en het aantal mensen aan boord, was dat niet veilig. Getuige heeft in totaal drie begeleiders gezien. Op de boot heeft getuige onder het afdekzeil twee mannen zien zitten. Als één van de groepen aan boord kwam dirigeerden zij die mensen naar een bepaalde kant van de boot.

Vervolgens werd op diezelfde dag door de Koninklijke Marechaussee (district West, brigade Noord-Holland) een melding ontvangen van een medewerker van Marina Seaport IJmuiden, dat er vermoedelijk 20 illegalen op een zeiljacht zaten dat mogelijk uit ging varen naar Groot-Brittannië. Het zeiljacht lag in de jachthaven in IJmuiden afgemeerd. Op het dek van deze boot [genaamd: [boot]] werden twee mannen aangetroffen, te weten de later aangehouden verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Van zowel [betrokkene 1] als [betrokkene 2] lagen aan boord hun legitimatiebewijzen. Uit het vooronder kwamen in totaal 11 mannen tevoorschijn. Eén van hen verklaarde dat zij allen van Albanese afkomst waren. In de achtersteven van de boot werd een aantal mannen en vrouwen aangetroffen van vermoedelijk Aziatische afkomst. In het portiek van het appartementencomplex bij de haven werden vervolgens nog eens drie mannen van vermoedelijk Aziatische afkomst aangetroffen. Eén van hen was in het bezit van een zwemvest. In totaal werden ter plaatse 24 vreemdelingen aangetroffen, waarvan is vastgesteld dat 11 van Albanese afkomst waren en 13 van Vietnamese afkomst.

De op en nabij de boot aangetroffen vreemdelingen zijn allen als getuigen gehoord. De (11) Albanese personen hebben allen verklaard dat zij met de boot waarop zij waren aangetroffen een stukje zouden gaan varen. Getuigen [gesmokkelde 20], [gesmokkelde 14], [gesmokkelde 22] en [gesmokkelde 16] hebben verklaard over geldbedragen die zij hiervoor zouden hebben betaald of nog zouden betalen. Getuige [gesmokkelde 18] heeft verklaard dat er werd gezegd dat ze snel de boot in moesten, dat ze niet gezien moesten worden. Van de (13) Vietnamese vreemdelingen hebben getuigen [gesmokkelde 1], [gesmokkelde 2], [gesmokkelde 10], [gesmokkelde 5], [gesmokkelde 13], [gesmokkelde 7], [gesmokkelde 9] en [gesmokkelde 11] verklaard dat zij naar Engeland wilden. Getuige [gesmokkelde 11] heeft bij de rechter-commissaris op 2 februari 2016 verklaard dat iedereen die op de boot zat naar Engeland wilde. Enkele Vietnamese vreemdelingen hebben later nog een uitgebreide verklaring afgelegd over hun doorreis door Nederland vanaf het centraal station in Amsterdam naar (uiteindelijk) de boot waarop zij in IJmuiden zijn aangetroffen. Bij getuige [gesmokkelde 8] zijn twee treintickets aangetroffen van de Thalys van Parijs naar Amsterdam, met als aankomsttijd 19.42 uur in Amsterdam. Op camerabeelden van het centraal station van Amsterdam d.d. 14 augustus 2015 om 19.44 uur zijn vier personen zichtbaar met dezelfde kleding als getuigen [gesmokkelde 9], [gesmokkelde 12], [gesmokkelde 2] en [gesmokkelde 8] ten tijde van hun aanhouding droegen.

Getuige [getuige 2] heeft tegenover de politie verklaard dat haar vriend [betrokkene 2] haar had verteld dat hij aan het oefenen was met zeilen. Hij zou 25 mensen naar Engeland brengen. Hij deed dat samen met [betrokkene 1]. Hij zou er veel geld voor krijgen. [betrokkene 2] had haar verteld dat hij sinds ongeveer anderhalve week oefende met zeilen. Hij zou woensdag weggaan, maar dat ging niet door. Hij zei dat hij in de ochtend van zaterdag zou gaan varen.

Op camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden van de periode 10 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015 is te zien dat verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] op 10, 12, 14 en 15 augustus 2015 meermalen de steiger, waaraan de [boot] lag, op- en aflopen. Op deze dagen en tijdstippen stralen de telefoons van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ook telkens zendmasten aan in de directe omgeving van de jachthaven. Op camerabeelden, gericht op de havenmond van de jachthaven, is te zien dat de [boot] op 10 augustus 2015 de haven in en uit vaart. Op camerabeelden van 14 augustus 2015 is te zien dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] de jachthaven binnenkomen met sporttassen, soortgelijk aan tassen die later aan boord van de [boot] werden aangetroffen.

Op een onder [betrokkene 2] inbeslaggenomen telefoon zijn afbeeldingen van delen van zeekaarten van de vaarroute Nederland-Engeland aangetroffen, geïnstalleerde apps met betrekking tot het weer en navigatie op zee, een filmbestand van 10 augustus 2015, waarin met de [boot] wordt gevaren, en foto’s van de [boot] van 13 augustus 2015, waarop onder meer dezelfde schoenen zichtbaar zijn als de schoenen die verdachte [betrokkene 1] bij zijn aanhouding droeg. Tevens is uit onderzoek gebleken dat met deze telefoon op 15 augustus 2015 op internet is gezocht naar onder meer ‘scheepsweerbericht’ en ‘migranten vermist op zee’. Daarnaast werden in de telefoon WhatsApp-chatsessies aangetroffen tussen [betrokkene 2] en getuige [getuige 2] (‘Vienna’) en tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1]. Op 10 augustus 2015 appt [betrokkene 2] getuige [getuige 2] dat hij met [betrokkene 1] aan het varen is, dat er hoge golven zijn, en dat hij op een vaarroute van grote schepen zat en dat de kustwacht eraan kwam. Op 14 augustus 2015 appt hij getuige [getuige 2] dat hij met [betrokkene 1] op de boot is en dat zij alles even aan het neerleggen zijn zoals zij willen. Op 15 augustus 2015 appt [betrokkene 2] getuige [getuige 2] ten slotte om 01.47 uur dat zij net een stukje waren varen op zee, met harde regen en bliksem. Uit WhatsApp-chatsessies met [betrokkene 1] volgt dat [betrokkene 1] op 11 augustus 2015 een Boating Europa navigatie is gaan halen. [betrokkene 1] vraagt [betrokkene 2] of hij wil kijken of hij een betere kan vinden, en of het vervoer voor de terugweg al is geregeld. Op 12 augustus 2015 appt [betrokkene 1] dat het de komende dagen slecht weer gaat worden, en dat ze vragen of ze met een uurtje klaar kunnen staan om alles in orde te maken voor vertrek.

Bij een doorzoeking in de woning (chalet) van [betrokkene 1] werden onder meer uitgeprinte bescheiden aangetroffen met betrekking tot de weers- en windverwachting van het KNMI in de periode 9 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015, en ook een schrijfblok met handgeschreven instructies over het varen op zee. Ook werden op een laptop in die woning vier documenten aangetroffen met instructies over varen en vaarregels.

Bij de doorzoeking van de [boot] werd een zwarte schrijfmap aangetroffen met daarin een zeekaart ‘Passage Chart – Southern North Sea’, waarop met pen een route was getekend van IJmuiden naar de kust van Engeland, ter hoogte van de plaats Sea Palling. Ook werden handgeschreven instructies met betrekking tot het varen op zee aangetroffen en een handgeschreven notitie genaamd ‘onze taken’, met daarin onder meer opgesomd: ‘kotszakken geven/uitleggen’, ‘drinken en eten uitleggen’, ‘uitleg wc spoelen’, ‘reddingsvesten’ en ‘wat ze niet mogen’.Het NFI heeft het handschrift van deze notities vergeleken met de handschriften van in de woningen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] inbeslaggenomen notities en is tot de conclusie gekomen dat het handschrift van de op de [boot] aangetroffen notities grote overeenkomsten vertoont met het handschrift van [betrokkene 1].

Tot slot werden op de [boot] 33 zwemvesten aangetroffen, waarvan er 19 nog geheel in de plastic verpakking zaten, en grote hoeveelheden potten pindakaas en chocopasta. Ook werd achter het roer een vlag van het Verenigd Koninkrijk aangetroffen, en een digitale fotocamera met als user account [betrokkene 1]@hotmail.com en foto’s van [betrokkene 1], ook samen met [betrokkene 2]. Op één van de inbeslaggenomen verpakkingen van de zwemvesten is een vingerafdruk van [betrokkene 1] aangetroffen, en op één van de op de [boot] inbeslaggenomen flessen handzeep een vingerafdruk van [betrokkene 2].

[verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij op aan hem getoonde foto’s van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] de twee jongens herkent aan wie hij op 10 of 12 augustus 2015 de sleutels van de [boot] heeft overgedragen en die op de boot zaten toen hij de mensen naar de boot bracht. [verdachte] herkent op aan hem getoonde camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden d.d. 10 en 12 augustus 2015 zichzelf, [medeverdachte 3], en de twee jongens van de getoonde foto’s [de rechtbank begrijpt: [betrokkene 1] en [betrokkene 2]].

In een in de Penitentiaire Inrichting (JCS) opgenomen gesprek tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bespreken [betrokkene 1] en [betrokkene 2] “dat er een half jaar per persoon op staat, maar dat een poging korter is, zodat ze vier jaar kunnen vragen”. [betrokkene 1] zegt dat hij er allang vanuit is gegaan dat hij een paar jaar naar binnen moet. Ook spreken zij over tien ruggen [de rechtbank begrijpt: 10.000 euro].

- aanschaffen/verwerven ‘[boot]’ Tijdens een doorzoeking op de [boot] werd een formulier aangetroffen met tarieven per 01-01-2015 van de Stichting Jachthaven Huizen. [getuige 3] heeft verklaard dat hij eigenaar is geweest van het zeilschip ‘[boot]’ en dat hij de boot op 12 april 2015 heeft verkocht. Uit de door [getuige 3] overgelegde kopie van het koopcontract volgt dat hij de boot ([boot]) op 12 april 2015 heeft verkocht aan [getuige 4]. [getuige 4] heeft verklaard dat hij de boot (‘[boot]’) op 21 juli 2015 heeft verkocht aan een negroïde man. Er was een Belgische expert ingehuurd, die de boot grondig controleerde. De boot lag toen in Huizen. Getuige [getuige 5], havenmeester van de jachthaven in Huizen, heeft op 19 oktober 2015 verklaard dat hij van een collega had gehoord dat er die dag een man langs was geweest die had aangegeven de eigenaar te zijn van de ‘[boot]’. De man was blijkens door hem achtergelaten personalia geheten: [betrokkene 3]. Op het door [getuige 4] in kopie overgelegde koopcontract van de [boot] is de naam van de koper niet ingevuld, maar is door de koper (partij B) wel een handtekening geplaatst. Een forensisch handschriftdeskundige heeft deze handtekening vergeleken met door verdachte [betrokkene 3] ondertekende politieverhoren in deze zaak en is tot de conclusie gekomen dat het waarschijnlijker is dat de handtekening onder het koopcontract afkomstig is van verdachte [betrokkene 3] dan dat die handtekening een nabootsing betreft.

- (laten) verrichten van onderhoud aan de boot Uit telecomonderzoek is gebleken dat een telefoonnummer dat wordt toegeschreven aan verdachte [medeverdachte 4] op 29 juli 2015 heeft gebeld met het bedrijf Shipshape Jachtservice Muiderzand te Almere [hierna: Shipshape]. Getuige [getuige 6], medewerker van Shipshape, heeft verklaard dat hij op 29 juli 2015 werd gebeld door een persoon die een servicebeurt wilde laten uitvoeren aan de motor van zijn boot. Het betrof een boot met een Yanmar YSB12 dieselmotor. De [boot] is voorzien van een 12pk Yanmar Diesel motor. In de onder [medeverdachte 5] inbeslaggenomen telefoon is een notitie aangetroffen van 24 juli 2015 met de tekst: ‘Ysb12Yanmar diesel’.

Getuige [getuige 6] heeft verklaard dat op 5 augustus 2015 een blanke man van ongeveer 50 jaar de factuur in de winkel contant kwam betalen. De man gaf aan dat hij toevallig in de buurt was met een boot die hij voor de winkel met een hijskraan uit het water had laten halen. Getuige verklaart dat dit door de havenmeester van Marina Muiderzand moet zijn gedaan. Nadat de man de factuur had betaald gaf hij getuige te kennen dat hij een dieptemeter op zijn boot wilde installeren. Getuige heeft de man voor de aanschaf daarvan verwezen naar het naastgelegen bedrijf [naam] Boat Equipment. Getuige heeft de man later geholpen om de dieptemeter op de boot te installeren. Getuige [getuige 7], die op 4 augustus 2015 in de haven in Huizen het onderhoud aan de motor van de boot heeft uitgevoerd, heeft bij het zien van een foto van de ‘[boot]’ verklaard dat dat wel het schip moest zijn waaraan hij de werkzaamheden had uitgevoerd, nu er niet zoveel van dit type boten zijn. Uit de factuur van Shipshape blijkt dat deze was gericht aan [bedrijf], welk bedrijf volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel op naam staat van verdachte [betrokkene 3]. Uit onderzoek bij de jachthaven Marina Muiderzand te Almere is gebleken dat op 5 augustus 2015 op verzoek van ‘Lex’ een boot met een lengte van 9 meter uit het water op de bok is gezet. ‘Lex’ maakte gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer]. [verdachte] heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer was.

Op de [boot] werd een navigatiesysteem van het merk Raymarine, een dieptemeter van het merk Condor F238, en een zeekaart van het merk Imray C25 aangetroffen. Uit onderzoek bij [naam] Boat Equipment te Almere [hierna: [naam]] is gebleken dat op 24 juli 2015 om 15.06 uur precies dezelfde goederen zijn gekocht. Uit telecomonderzoek is gebleken dat op 24 juli 2015 op dit tijdstip de telefoonnummers die worden toegeschreven aan [medeverdachte 4], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] gebruik maakten van zendmasten in de directe omgeving van [naam]. Tevens is gebleken dat op een laptop, die tijdens een doorzoeking op de [adres 5] in Bussum in beslag is genomen, op 24 juli 2015 in de ochtend via Google is gezocht naar ‘plotter navigatie boot kopen Gooi’ en ‘[adres 6]’, zijnde het adres van [naam]. Het adres [adres 5] in Bussum is het BRP-adres van [medeverdachte 6] en was in die periode tevens de feitelijke verblijfplaats van [medeverdachte 5].[verdachte] heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij een dieptemeter op de [boot] heeft geïnstalleerd.- kopen van 30 zwemvestenTijdens de doorzoeking van de [boot] werden aan boord 33 zwemvesten aangetroffen. Op de verpakking van één van drie inbeslaggenomen zwemvesten werd door de Unit Forensische Opsporing van de Koninklijke Marechaussee een vingerafdruk aangetroffen van verdachte [medeverdachte 3]. Uit telecomonderzoek is gebleken dat telefoonnummer [telefoonnummer] op 25 juli 2015 en op 27 juli 2015 belcontacten heeft met het bedrijf MC Service Nautical te Alphen aan den Rijn, welk bedrijf soortgelijke zwemvesten verkoopt als die op de [boot] zijn aangetroffen. Op 27 juli 2015 heeft het nummer om 9.29 uur en 9.46 uur een uitgaand belcontact met het bedrijf. Genoemd telefoonnummer wordt toegeschreven aan verdachte [medeverdachte 4]. Getuige [getuige 8], eigenaar van MC Service Nautical, heeft verklaard dat hij op 27 juli 2015 door voornoemd telefoonnummer werd gebeld met de vraag of hij 30 reddingsvesten op voorraad had. Toen getuige dit bevestigde gaf de beller met voornoemd nummer door dat een maatje van hem de reddingsvesten zou komen ophalen. Als telefoonnummer van dit maatje werd het nummer [telefoonnummer] doorgegeven. Deze persoon zou bellen als hij in de buurt was, en dat is ook gebeurd. Getuige heeft verklaard dat de reddingsvesten vervolgens door twee mannen in een witte bestelauto, getuige denkt een Peugeot Partner, zijn opgehaald. [medeverdachte 3] had op deze dag een witte Peugeot Partner (kenteken [kenteken]) op naam van zijn bedrijf, Bouwbedrijf NWK B.V., staan. Uit telecomonderzoek volgt dat verdachte [medeverdachte 3] als gebruiker van dit telefoonnummer kan worden aangemerkt en dat dit telefoonnummer op 27 juli 2015 om 11.12 uur een uitgaand belcontact maakt met MC Service Nautical, en daarbij gebruik maakt van een zendmast gelegen aan de Energieweg te Alphen aan den Rijn, de straat waarin MC Service Nautical is gevestigd.

- Omvaren boot naar Seaport IJmuiden en betalen liggeld Verdachte [verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met verdachte [medeverdachte 3] een boot, die in de haven van Huizen lag, naar de jachthaven van IJmuiden heeft gevaren en daar heeft aangemeerd. Zij hebben hiervoor 250 euro gekregen. Dat geld lag netjes bij hem in de brievenbus. [verdachte] heeft verder verklaard dat hij in IJmuiden ook liggeld voor de boot heeft betaald, en de ligplaats later nog eenmaal heeft verlengd. Het door [verdachte] voorgeschoten liggeld heeft hij later ook in een enveloppe in de brievenbus gekregen. Bij de verlenging van de ligplaats kreeg [verdachte] het wel vooraf, met wat extra's voor het ernaartoe rijden. [verdachte] herkent op een hem getoonde foto van de [boot] de boot die hij met [medeverdachte 3] van Huizen naar IJmuiden heeft gevaren. Op de door de algemeen directeur van Marina Seaport IJmuiden overhandigde twee facturen betreffende de betaling van het liggeld voor de ‘[boot]’ over de periode 8 augustus 2015 tot en met 12 augustus 2015 en de periode 12 augustus tot en met 17 augustus 2015, staat de naam ‘[verdachte]’ vermeld.

- Ophalen personen vanaf het centraal station in Amsterdam en/of (een) andere locatie(s) Getuige [gesmokkelde 1] heeft verklaard dat hij op 14 augustus 2015 vanuit Parijs met de trein naar Amsterdam was gereisd, en dat hij werd opgehaald door een Westerse man die hem in een witte bestelbus meenam. Getuige zou naar Engeland gaan. Op de boot waren twee Westerse mannen aanwezig. Getuige [gesmokkelde 12] heeft verklaard dat hij/zij samen met getuige [gesmokkelde 8] naar Engeland wilde om daar te werken. Zij waren een dag voor hun aanhouding [de rechtbank begrijpt: 14 augustus 2015] vanuit Parijs met de trein naar Amsterdam gereisd. Vanaf Amsterdam Centraal zijn zij, samen met nog twee andere Vietnamezen, met een taxi naar een adres gegaan, waar zij vervolgens door een Westerse man met een klein, wit vrachtautootje werden opgehaald. Getuige [gesmokkelde 8] heeft ten slotte verklaard dat hij samen met getuige [gesmokkelde 12] en nog twee anderen vanuit Frankrijk met de trein naar Nederland is gegaan. Vanaf het Centraal Station in Amsterdam namen zij een taxi naar een adres waar zij moesten overstappen in een witte auto met een soort box.

Verdachte [verdachte] heeft bij de politie verklaard dat de meeste vreemdelingen met een taxi in de buurt van het adres [adres 1] te Huizen waren afgezet, bij de sportvelden. [verdachte] heeft hen daar opgepikt. [verdachte] heeft verklaard dat hij dit samen met verdachte [medeverdachte 3] heeft gedaan. [verdachte] denkt dat ze vanaf het centraal station in Amsterdam kwamen. Er was een Amsterdamse taxichauffeur en één taxi had ‘TCA’ op zijn bordje.

- (onder)brengen van personen in/naar een woning aan het adres [adres 1] te Huizen Getuige [gesmokkelde 12] heeft verklaard dat zij, nadat zij waren overgestapt in een klein wit vrachtautootje, naar een woning reden. De auto reed bij de woning naar binnen. Daar stapten zij uit en werden zij direct via een trap naar boven gebracht. Beneden zaten de Albanezen, boven zaten de Vietnamezen. Getuige [gesmokkelde 8] heeft verklaard dat de witte auto met een box waarin zij waren overgestapt, ergens achteruit werd geparkeerd, waarna zij in een woning uitstapten. In de nacht kwamen steeds meer mensen aan. Verdachte [verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij en [medeverdachte 3] de vreemdelingen van de sportvelden naar de woning aan het adres [adres 1] te Huizen brachten. Dit was de woning van [betrokkene 3]. Dit is bevestigd door de eigenaar van de woning, getuige [getuige 9]. Uit onderzoek naar (foto’s van) de woning op internet (www.funda.nl) is gebleken dat de woning beschikt over een inpandige garage, met een deur naar de woning. [verdachte] heeft verklaard dat op het adres [adres 1] te Huizen [betrokkene 3] de mensen opving en hen te eten en te drinken gaf. De mensen hebben overal in het huis gezeten. Er waren Aziaten, maar ook Europeanen, [verdachte] denkt uit de buurt van Bulgarije of Kosovo. [verdachte] heeft verklaard dat hij, [medeverdachte 3] en [betrokkene 3] wisten dat de vreemdelingen op het adres [adres 1] te Huizen verbleven. Dat wisten de volgende dag ook degenen die de vreemdelingen moesten ophalen: [medeverdachte 7], [medeverdachte 5] en nog een onbekend gebleven jongen. Uit telecomonderzoek is gebleken dat de telefoons, waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik waren bij de verdachten [verdachte], [medeverdachte 3], [betrokkene 3] en [medeverdachte 5] op 14 en 15 augustus zendmasten in de directe omgeving van [adres 1] te Huizen hebben aangestraald.

- brengen/begeleiden van personen naar de jachthaven Seaport in IJmuiden / ter beschikking stellen reddingsvesten Getuige [gesmokkelde 12] heeft verklaard dat zij de volgende ochtend met dezelfde witte auto naar de haven werden gebracht. Ze zaten toen met ongeveer zes personen in de auto. Toen ze uitstapten zagen zij de zee en de haven. Iedereen die in de woning was, was er al, ook de Albanezen. Vanaf het strand werden ze vervolgens in groepjes van vijf naar de haven begeleid. Er waren vijf personen bij: drie blanke mannen, een zwarte man en een dikke vrouw. Getuige [gesmokkelde 8] heeft verklaard dat zij de volgende ochtend met ongeveer zeven personen weer in dezelfde auto zijn gestapt en dat zij vervolgens naar de zee, de plaats waar zij later werden aangehouden, zijn gereden.

Getuige [getuige 10], woonachtig in de straat [adres 1], had zicht op de woning aan het [adres 1] te Huizen en heeft verklaard dat hij op 15 augustus 2015 rond 13.30 uur vijf donkere personen vanuit de woning aan het [adres 1] in een behoorlijk looptempo naar een auto op een nabijgelegen parkeerplaats zag lopen. Ongeveer 10 minuten later zag getuige nog eens vijf donkere personen in een behoorlijk looptempo naar een auto op die parkeerplaats gaan, en weer 10 minuten later nog eens vijf donkere personen. Kort daarop zag getuige vervolgens de drie witte bestelauto’s waarover hij eerder al heeft verklaard, met behoorlijke snelheid over het woonerf naar [adres 1] rijden, waar zij snel met de achterzijde naar de garage gingen staan en daar naar binnen reden. Kort daarna vertrokken de auto’s weer met aanzienlijke snelheid. Rond 15.00 uur heeft getuige de laatste vijf donkere personen in een behoorlijk looptempo naar eerder genoemde parkeerplaats zien lopen. Getuige heeft dan twintig personen snellopend naar de auto’s zien gaan en zes personen die de drie witte bestelauto’s bemanden. Met de drie witte bestelauto’s bedoelt getuige een witte Peugeot Expert met kenteken [kenteken], een witte Peugeot Partner met kenteken [kenteken] en een witte Fiat Doblo met kenteken [kenteken].

Uit gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) volgt dat kenteken [kenteken] (Peugeot Expert) op naam stond van Bouw en Handelsbedrijf Noordgarant B.V., welk bedrijf op naam stond van verdachte [medeverdachte 4]. Kenteken [kenteken] (Peugeot Partner) stond tot 4 augustus 2015 op naam van Bouwbedrijf NWK B.V., welk bedrijf op naam stond van verdachte [medeverdachte 3]. Verder is uit gegevens van de RDW gebleken dat een Opel Vectra met kenteken [kenteken] op naam stond van [verdachte], de zoon van verdachte [verdachte], een Audi A3 met kenteken [kenteken] op naam van verdachte [medeverdachte 7], en een Jaguar S-type met kenteken [kenteken] op naam van verdachte [betrokkene 3].

[verdachte] heeft verklaard dat hij wel eens in de Doblo [de rechtbank begrijpt: de Fiat Doblo met kenteken [kenteken]], de Peugeot Partner van [medeverdachte 3] [de rechtbank begrijpt: de Peugeot Partner met kenteken [kenteken]] en de Opel Vectra met kenteken [kenteken] van zijn zoon, rijdt. Tijdens observaties is waargenomen dat verdachte en medeverdachten gebruik maakten van elkaars voertuigen. In een opgenomen telefoongesprek is te horen dat [verdachte] verschillende medeverdachten belt om na te gaan wie in het bezit is van de autosleutel van de Peugeot Expert is [de rechtbank begrijpt: de Peugeot Expert met kenteken [kenteken]] en met de vraag waar de Fiat Doblo is. Daarnaast zijn tijdens een doorzoeking op de [adres 5] te Bussum, het adres waarop [medeverdachte 6] verblijft, de autosleutels aangetroffen van de Peugeot Expert ([kenteken]) en de Fiat Doblo ([kenteken]).

Op camerabeelden van de rotonde nabij Marina Seaport IJmuiden d.d. 15 augustus 2015 is te zien dat in een tijdsbestek van 26 minuten achtereenvolgens de volgende voertuigen richting de haven rijden: om 15.25 uur een voertuig, gelijkend op de Opel Vectra met kenteken [kenteken] op naam van de zoon van [verdachte], om 15.33 een voertuig, gelijkend op de Peugeot Expert met kenteken [kenteken] op naam van het bedrijf van [medeverdachte 4] (Bouw en Handelsbedrijf Noordgarant BV), om 15.45 een voertuig, gelijkend op de Audi A3 met kenteken [kenteken] op naam van verdachte [medeverdachte 7], en om 15.51 uur twee voertuigen, gelijkend op respectievelijk de Fiat Doblo met kenteken [kenteken] en de Jaguar S-type met kenteken [kenteken] op naam van verdachte [betrokkene 3].

Op camerabeelden van de toegang tot Marina Seaport IJmuiden van 15 augustus 2015 is te zien dat om 15.54 uur NNman3 samen met vier personen met een Mediterraans uiterlijk in de haven richting de steiger loopt. Om 16.04 uur loopt NNman1 de haven binnen, vergezeld door drie mannen met een Mediterraans uiterlijk. Om 16.11 uur loopt NNman4 samen met drie mannen en twee vrouwen met een Aziatisch uiterlijk de steiger op en om 16.39 uur loopt NNman2 de haven binnen, vergezeld door vijf personen met een Aziatisch uiterlijk. Om 17.20 uur ten slotte loopt NNvrouw1 samen met zes mannen met een Mediterraans uiterlijk de steiger op. Op de camerabeelden is verder te zien dat NNman2 om 16.20 uur bij de toegangspoort naar de steigers een telefoon aan zijn oor houdt. Uit een analyse van de mastverkeersgegevens van zendmasten nabij de haven van IJmuiden is gebleken dat op 15 augustus 2015 om 16.20 uur telefoonnummer [telefoonnummer], welk nummer is afgegeven op naam van [medeverdachte 5], belcontact maakt met telefoonnummer [telefoonnummer]. Dit nummer was in gebruik bij verdachte [verdachte].

Verdachte [verdachte] heeft bij de politie verklaard zichzelf als NNman2 op de beelden te herkennen, samen met Aziatische personen. [verdachte] heeft verklaard dat hij de Aziatische personen heeft meegenomen in de auto, hij denkt de Doblo. Hij heeft dit op verzoek van een onbekend gebleven persoon gedaan. Hij zou hiervoor 30 euro per persoon krijgen. De mensen wilden graag naar Engeland. [verdachte] heeft deze mensen opgepikt bij de woning aan het [adres 1] te Huizen. Hij heeft deze mensen vervolgens naar de boot in IJmuiden gebracht, naar die twee jongens waar hij een paar dagen daarvoor de sleutels van de boot had gegeven [de rechtbank begrijpt: verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2]]. Op de boot zaten behalve die twee jongens, nog vijf andere Aziatische personen. [verdachte] dacht op dat moment dat de boot voor 12 personen geschikt zou zijn. [verdachte] heeft verklaard dat [medeverdachte 5] er die dag ook bij was. Hij liep ook met vier mensen. [verdachte] heeft verklaard dat hij op 15 augustus 2015 rond de middag naar de woning aan het [adres 1] te Huizen is gegaan. Ze hebben het in overleg gedaan: hij, [medeverdachte 3], [medeverdachte 7], [medeverdachte 5], [betrokkene 3] en de onbekende jongen. [verdachte] reed in de Doblo, [medeverdachte 3] in de Opel Vectra, [betrokkene 3] in zijn eigen Jaguar, [medeverdachte 7] in haar eigen Audi, en [medeverdachte 5] en de andere jongen in de Partner van NWK [de rechtbank begrijpt: de Peugeot Partner]. [verdachte] heeft verklaard dat hun hele groepje erbij betrokken is geweest. Met het hele groepje bedoelt hij: [medeverdachte 7], [medeverdachte 3], [medeverdachte 5], [betrokkene 3], hijzelf en de onbekende jongen. [verdachte] heeft verder verklaard dat hij en [medeverdachte 3] voor het incident van 15 augustus 2015 naast hun gebruikelijke werktelefoons voor de wiet, een andere prepaid telefoon hadden gekregen. In die telefoon stonden vier nummers, [verdachte] denkt onder meer de nummers van de jongens van de boot. [verdachte] heeft verklaard dat hij de telefoon heeft gekregen op de dag dat hij de ligplaats van de boot heeft verlengd, op 12 augustus 2015. De telefoon is voornamelijk op 14 en 15 augustus 2015 gebruikt.

[medeverdachte 7] heeft bij de politie verklaard dat zij zichzelf op haar getoonde screenshots van camerabeelden van de haven in IJmuiden van 15 augustus 2015 herkent, waarbij achter haar zes mannen lopen. Op de beelden is zichtbaar dat twee van de zes mannen een zwemvest dragen. [medeverdachte 7] heeft verklaard dat zij op 14 augustus 2015 op verzoek van [verdachte] naar de woning aan het [adres 1] te Huizen is gegaan. Daar waren [betrokkene 3] en [verdachte]. [verdachte] heeft toen haar auto geleend en is weggegaan. Later kwamen er nog twee buitenlandse mannen binnen. Zij waren licht getint en spraken met elkaar dezelfde taal. De ene man kwam een beetje agressief over, de ander was rustig. [medeverdachte 7] herkent op een aan haar getoonde foto van [medeverdachte 5] de rustige jongen die zij op 14 augustus 2015 in de woning aan het [adres 1] te Huizen heeft gezien. Over 15 augustus 2015 heeft [medeverdachte 7] verklaard dat [verdachte] haar had gevraagd om op 15 augustus 2015 mensen weg te brengen. Hij vroeg haar dit via haar ‘werktelefoon’, de telefoon die normaliter alleen gebruikt werd voor het maken van afspraken over het knippen van wiet, en welke telefoons, of simkaarten daarvan, maandelijks weer vernietigd moesten worden. Zij is die dag eerst met haar auto naar de woning aan het [adres 1] te Huizen gegaan. Daar waren ook [verdachte], [betrokkene 3] en twee onbekende jongens. Zij kreeg daar van [verdachte] de opdracht om drie jongens naar IJmuiden te rijden. Die jongens kwamen van boven uit de woning. In IJmuiden heeft zij haar auto geparkeerd en is zij naar het strand gelopen. Die drie jongens liepen met haar mee. Op het strand zag zij [verdachte] en [betrokkene 3] weer. Ook stonden daar mensen in groepjes. Vervolgens moest zij op teken van [verdachte] naar het einde van de steiger lopen en liepen er mensen achter haar aan. Na het afleveren van de mensen heeft zij de steiger weer verlaten en is zij weer naar haar auto gelopen. Zij zag toen [betrokkene 3] bij een bushalte staan, en in het bushokje daarbij zaten niet Nederlandse mensen. [medeverdachte 7] herkent op een haar getoonde foto van [medeverdachte 5] de rustige jongen die zij eerder omschreef als een van de aanwezigen in de woning aan het [adres 1] de dag ervoor, op 14 augustus 2015. [medeverdachte 7] heeft hem op 15 augustus 2015 weer in de woning aan het [adres 1] gezien. [medeverdachte 7] heeft de rustige jongen [de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 5]] op 15 augustus 2015 ook op de parkeerplaats bij de haven van IJmuiden gezien. Daar waren toen ook [verdachte] en [betrokkene 3]. Tot slot heeft [medeverdachte 7] verklaard dat zij op 14 augustus 2015 haar auto aan [verdachte] heeft uitgeleend. Zij ging er vanuit dat zij voor het wegbrengen van de mensen ‘gewoon 15 euro per uur’ zou krijgen.

[medeverdachte 5] heeft bij de politie verklaard dat hij gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer]. Hij heeft verklaard dat dit het enige telefoonnummer is dat hij gebruikt. Uit telecomonderzoek is gebleken dat dit telefoonnummer op 14 augustus 2015 van 19.12 uur tot en met 21.09 uur, en van 23.30 uur tot en met 23.57 uur zendmasten in de directe omgeving van de woning aan het [adres 1] te Huizen aanstraalt. Op 15 augustus 2015 straalt het nummer van 00:51 uur tot en met 10:03 uur wederom zendmasten aan in de directe omgeving van die woning, en ook tussen 13.30 uur en 14.45 uur. Vervolgens verplaatst het nummer zich in de richting van IJmuiden en maakt het daar tussen 15.29 uur en 17.02 uur meermalen gebruik van een zendmast in de directe omgeving van de jachthaven van IJmuiden. Uit een overzicht van belcontacten volgt dat het nummer op 15 augustus 2015 zes maal contact maakt met [verdachte], waarbij zendmasten in de directe omgeving van de jachthaven IJmuiden worden aangestraald, en vijftien keer met [medeverdachte 3], waarbij zendmasten in de directe omgeving van het adres [adres 1] te Huizen en de jachthaven van IJmuiden worden aangestraald.

Uit telecomonderzoek is gebleken dat ook de telefoons, waarvan is vastgesteld dat deze in gebruik waren bij [medeverdachte 3] en [betrokkene 3], op 15 augustus 2015 tussen 15.23 uur en 17.52 uur meermalen zendmasten in de directe omgeving van de jachthaven in IJmuiden aanstralen.

- Levensgevaar deskundige 2], scheeps- en werktuigkundig expert, heeft in zijn rapport van 2 maart 2016 na onderzoek van de [boot] geconcludeerd dat het transport dat door de bemanning zou worden uitgevoerd volstrekt onverantwoordelijk was. Door de uitrusting van het zeiljacht, waaronder de beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, welke met name geschikt waren voor gebruik in beschut water, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van het zeiljacht, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis bij de bemanning, en het vaargebied, dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart, acht [deskundige 2] het onwaarschijnlijk dan wel onmogelijk dat het transport tot een goed einde gebracht had kunnen worden. Door het gebrek aan goed zeemanschap zouden schip, opvarenden en bemanning naar zijn oordeel in direct levensgevaar zijn gebracht. Ook deskundige [deskundige 3], scheepsexpert, concludeert in zijn rapport dat de [boot] onder alle omstandigheden ongeschikt was voor een overtocht van IJmuiden naar Engeland met 24 passagiers en bemanning aan boord. De staat van het voertuig en de uitrusting en geschiktheid om zoveel passagiers te vervoeren werd door de deskundige als zwaar onvoldoende beoordeeld, waardoor de kans op schipbreuk bijzonder groot zou zijn geweest.

Bij een doorzoeking op het adres [adres 5] te Bussum, het BRP-adres van verdachte [medeverdachte 6] en de verblijfplaats van verdachte [medeverdachte 5], is een laptop van het merk Acer inbeslaggenomen. Uit onderzoek van deze laptop is gebleken dat op 10 augustus 2015 via Google Maps is gezocht naar de plaats Winterton-on-Sea (UK). Deze plaats ligt op 14 autominuten van de Engelse plaats Sea Palling, naar welke plaats de route op de, op de [boot] aangetroffen, zeekaart vanuit IJmuiden was getekend. Voorts is op deze laptop in de periode van 20 april 2015 tot en met 7 augustus 2015 via Google gezocht naar het kopen van zeewaardige boten, nieuws over vluchtelingen en boten, het vergroten van een brandstoftank op een boot, landingsplaatsen van immigranten, boten huren om naar Engeland te varen, ‘military boats sea europe illegal immigrants’, het aanvragen van een Albanees visum, het kopen van zwemvesten, en staat daarin het telefoonnummer van Shipshape Jachtservice en IJmuiden vermeld.

[verdachte] heeft verklaard dat iedereen gebruik maakte van de woning aan de [adres 5]. Onder meer [verdachte], [medeverdachte 4], [medeverdachte 3], [betrokkene 3], en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] beschikten over een sleutel van deze woning. Tijdens observaties van het pand is de aanwezigheid van deze personen aldaar geconstateerd. Als gevolg van stankoverlast zijn ze, aldus [verdachte], verhuisd naar het pand aan de [adres 6] te Bussum. Het pand werd per 1 december 2015 gehuurd door Bouw en handelsbedrijf Noordgarant B.V., het bedrijf van verdachte [medeverdachte 4].

Op een in het pand aan de [adres 6] te Bussum inbeslaggenomen laptop (merk Acer) is in de periode van 14 juli 2015 tot en met 24 juli 2015 eveneens met behulp van Google gezocht hoe lang en hoeveel kilometer het varen is naar Engeland. Ook is gezocht naar het kopen van zwemvesten. [verdachte] heeft verklaard dat van het pand aan de [adres 6] te Bussum in ieder geval [verdachte], [medeverdachte 3], [medeverdachte 6], [betrokkene 3], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] een sleutel hadden. Deze personen zijn waargenomen tijdens observaties van het pand. [verdachte] en [medeverdachte 7] noemen het pand aan de [adres 6] te Bussum ‘het kantoor’.

Ten aanzien van de hennepzaken (feit 2) en deelneming aan een criminele organisatie (feit 3)

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 maart 2017 afgelegd;

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor door de Koninklijke Marechaussee d.d. 25 januari 2016, waarin opgenomen de bekennende verklaring van verdachte (dossierpagina 095 e.v. persoonsdossier [verdachte]);

de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 7] door de Koninklijke Marechaussee d.d. 14 januari 2016, 22 januari 2016, en 9 februari 2016 (dossierpagina’s 169 e.v., 195 e.v. en 211 e.v. persoonsdossier [medeverdachte 7]);

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen Opiumwet d.d. 30 maart 2016 (dossierpagina’s 009-029 ZD1 C-2);

3.4.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van de mensensmokkel (feit 1)

Wederrechtelijke doorreis door Nederland en rechtmatig verblijf

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of bewezen kan worden dat sprake is geweest van een wederrechtelijke doorreis door Nederland, temeer daar vast is komen te staan dat 9 van de 11 Albanese mannen rechtmatig verblijf in Nederland hadden.

‘Doorreis’

Het bestanddeel ‘doorreis’ in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is volgens de Memorie van Toelichting synoniem voor transit of doortocht, welke term is ontleend aan de titel van de Richtlijn en het Kaderbesluit inzake mensensmokkel. Personen die op doorreis zijn, reizen in de regel door naar een andere bestemming.

Uit de verklaringen van de vreemdelingen over de eindbestemming van de reis – Engeland – in samenhang met hetgeen is aangetroffen aan boord van de [boot], op de telefoon van [betrokkene 2] en in het chalet van [betrokkene 1], zoals zeekaarten met daarop ingekleurde vaarroutes naar Engeland, taken van de bemanning en vaarinstructies in het algemeen, alsmede gelet op de specifieke zoekslagen op de telefoon van [betrokkene 2], leidt de rechtbank af dat alle vreemdelingen op de boot en degenen die nog in de haven stonden te wachten, via Nederland naar Groot-Brittannië wilden reizen. Deze conclusie vindt ook steun in de verklaring van getuige [getuige 2] die Engeland als reisbestemming heeft genoemd. Met het oog daarop waren deze vreemdelingen (mogelijk op twee of drie na die hebben verklaard dat zij rechtstreeks naar IJmuiden zijn gebracht) op 14 augustus 2015 ondergebracht in de woning aan het [adres 1] te Huizen. Van daaruit zijn zij de volgende dag met auto’s naar het strand van IJmuiden gebracht en vervolgens in groepjes begeleid naar de [boot], de boot die nog geen maand daarvoor was aangeschaft en na enkele reparatie- en onderhoudswerkzaamheden en vaaroefeningen naar de haven van IJmuiden is gevaren. Dat deze boot vervolgens is aangetroffen met aan boord ruim 20 vreemdelingen van twee nationaliteiten en een tweekoppige bemanning, brengt de rechtbank tot de conclusie dat deze voor geen ander doel was bestemd dan voor de smokkel van vreemdelingen vanuit Nederland naar Groot-Brittannië.

‘Wederrechtelijkheid van de doorreis’

Het feit dat ten aanzien van een deel van de aangetroffen vreemdelingen is gebleken dat zij rechtmatig in Nederland verbleven, sluit onder bovengenoemde omstandigheden de wederrechtelijke doorreis in de zin van artikel 197a Sr niet uit. De handelswijze van de vreemdelingen, gefaciliteerd en begeleid door verdachte en zijn medeverdachten, heeft er immers toe geleid en was er op gericht om het de Nederlandse autoriteiten onmogelijk te maken te controleren wie het land door- en uitreisde. De omstandigheid dat het merendeel van de vreemdelingen ten tijde van hun aanhouding ongedocumenteerd waren dan wel niet in het bezit van een grensoverschrijdingsdocument voorzien van geldig visum voor Engeland, maakt ook in de gevallen waarin de vreemdelingen op zichzelf rechtmatig in Nederland verbleven die (verdere) doorreis, gelet op de strekking van artikel 197a Sr, -het tegengaan van illegale grensoverschrijding-, alsnog wederrechtelijk.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat in casu van een wederrechtelijke doorreis sprake was.

Poging of voltooide mensensmokkel

Artikel 197a Sr bevat een zelfstandig strafbaar gestelde medeplichtigheid; door het behulpzaam zijn, en het gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen kan men zich schuldig maken aan het plegen dan wel medeplegen van mensensmokkel. In de Nota naar aanleiding van het Eindverslag Kamerstukken II bij de wijzigingswet van 1996 (24269, nr. 5, p. 9) worden onder meer de volgende behulpzaamheden genoemd die onder deze bepaling kunnen vallen: ‘de begeleiding tijdens de reis en het verlenen of verzorgen van onderdak en vervoer tijdens de reis’. Mensensmokkel is een voortdurend delict en is reeds voltooid op het moment dat de illegale doorreis een aanvang heeft genomen.

De rechtbank is van oordeel dat in de voorliggende zaak sprake is van een voltooide mensensmokkel omdat verdachte en zijn mededaders behulpzaam zijn geweest bij de wederrechtelijke doorreis door Nederland van 24 vreemdelingen. De behulpzaamheidshandelingen voor deze reis nemen, voor zover die de betrokkenheid van verdachte en/of zijn medeverdachten betreffen, reeds een aanvang bij de aankoop van de [boot] op 21 juli 2015 in de haven van Huizen en eindigen op het moment van het aantreffen van de vreemdelingen op de boot op 15 augustus 2015 onder de in de bewijsmiddelen genoemde omstandigheden. Dat de boot nog niet was uitgevaren doet aan het behulpzaam zijn bij het plaatsvinden van die illegale doorreis niet af. Wel is in dat verband van belang dat de vreemdelingen zich op het moment van aantreffen op de boot en in de haven van IJmuiden op 15 augustus 2015 nog geen toegang hadden verschaft tot Groot-Brittannië, zodat het onderdeel ‘behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Groot-Brittannië’, niet bewezen kan worden.

De rechtbank gaat er vanuit dat de keuze van ten laste leggen door het Openbaar Ministerie (zowel cumulatief als alternatief) op een misslag berust; de exact gelijkluidende ten laste gelegde gedragingen kunnen immers niet tegelijkertijd een voltooide alsmede een onvoltooide mensensmokkel opleveren. De rechtbank gaat uit van een alternatieve tenlastelegging en komt bij een bewezenverklaring van de voltooide mensensmokkel niet meer toet aan de poging. Ter zitting heeft de officier van justitie ook niet expliciet vrijspraak gevorderd van de ten laste gelegde poging toen zij tot bewezenverklaring requireerde van de voltooide mensensmokkel.

Te duchten levensgevaar

De vreemdelingen zoals opgenomen in de tenlastelegging zijn (nagenoeg allemaal) kort na aankomst in Nederland ondergebracht in de woning aan het [adres 1] in Huizen, die om die reden door de rechtbank als ‘safehouse’ wordt beschouwd. Hoewel geen aanwijzingen bestaan dat door het onderbrengen van de vreemdelingen in het safehouse als onderdeel van de doorreis en het vervoer naar de haven in IJmuiden enig levensgevaar te duchten is geweest, komt dit gevaar wel concreet in beeld vanaf het moment dat de vreemdelingen in groepjes, al dan niet met zwemvesten worden begeleid en ingescheept op het zeiljacht [boot]. In dat kader hecht de rechtbank aan de verklaring van getuige [getuige 1]. Zij beschrijft dat zij en haar man de havenmeester hebben gebeld omdat zij ruim 20 man aan boord hebben zien gaan, terwijl dit aantal gelet op de omvang van de boot -20 tot 21 foot- niet veilig was. Ook was de boot in slechte staat. Volgens de getuige [getuige 1] was het heel slecht weer en was er storm voorspeld.

Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden kan worden afgeleid dat verdachte op 15 augustus 2015 een prominente rol heeft gehad in het vervoeren en begeleiden van de vreemdelingen naar de haven van IJmuiden en het daar inschepen van de vreemdelingen aan boord van de [boot]. Ook in een eerder stadium, te weten bij de aankoop van de boot op 21 juli 2015, moet dit te duchten levensgevaar naar het oordeel van de rechtbank voor verdachte voorzienbaar zijn geweest. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Er is documentatie en ander materiaal inbeslaggenomen over vaarroutes naar Engeland en het verkrijgen van visa, waaruit valt af te leiden dat al langere tijd informatie en inlichtingen werden verzameld over het op illegale wijze vervoeren van mensen. Voorts is een gebruikt zeiljacht aangekocht amper een maand voor 15 augustus 2015. Er is bemanning gezocht en ingezet die op dat moment nog moest lerenzeilen. Er zijn reddingsvesten gekocht die niet bestemd waren voor gebruik op open zee. Vervolgens is een grote groep vreemdelingen op 14 augustus ondergebracht in een daarvoor bestemd safehouse, waarna zij de volgende dag naar de haven zijn gebracht waar de boot gereed lag.

Gelet hierop kan het niet anders dan dat al deze handelingen van verdachten tezamen erop gericht waren om een groep mensen met deze boot over zee naar Engeland te smokkelen en dat verdachte, gelet op de vele vastgestelde contacten met zijn medeverdachten en hun onderlinge samenwerking, daar ook weet van moet hebben gehad. Dat het volstrekt onverantwoord was om met dit gebrekkige zeiljacht de oversteek naar Engeland te maken, blijkt ook uit de daarover opgemaakte deskundigenrapporten. Hierdoor was van het begin af aan reeds voorzienbaar dat door deze handelswijze levensgevaar te duchten was voor de te smokkelen personen. Daaraan kan niet afdoen dat de boot met de vreemdelingen aan boord nog niet was uitgevaren. Daarbij geldt overigens dat niet is vereist dat het opzet van verdachte gericht moet zijn geweest op dit te duchten levensgevaar, omdat deze kwalificerende strafverzwarende omstandigheid voor rekening van alle medeplegers van het gronddelict mensensmokkel komt en dus ook aan verdachte kan worden toegerekend. Deze gevaarlijke bootreis hadden de betreffende vreemdelingen mede door toedoen van verdachte in het vooruitzicht.

Gelet op het voorgaande, in samenhang met de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte als medepleger van een voltooide mensensmokkel van de in de tenlastelegging genoemde personen kan worden aangemerkt, terwijl door dit feit voor die personen en de bemanning levensgevaar te duchten was.

Ten aanzien van de hennepzaken (feit 2)

Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen leidt de rechtbank de volgende gang van zaken af, waarbij verdachte telkens als medepleger van (kort gezegd) de hennepteelt kan worden aangemerkt.

Op 3 en 4 december 2015 wordt in het pand [adres 2] te Bussum een hoeveelheid henneptoppen geknipt door [medeverdachte 7], [medeverdachte 5] en nog vier anderen. Ook op 21 december wordt op deze locatie door dit groepje henneptoppen geknipt. De henneptoppen worden aangevoerd in grote blauwe tonnen. Het afval wordt hierin weer afgevoerd, zoveel mogelijk aansluitend aan de knipdag. De uitbetaling van de knippers vindt plaats na de tweede knipdag. De geknipte henneptoppen worden gedroogd in de daarvoor door [verdachte] en [medeverdachte 3] ingerichte droogruimte op de zolder van [adres 3] te Bussum. Het vervoer van de hennep naar de drooglocatie is op 21 december verzorgd door [verdachte] en [medeverdachte 3], zo valt af te leiden uit de observaties. De hennep blijft zo’n drie dagen liggen op de drooglocatie. De drooglocatie is uitgerust met een alarm dat in ieder geval op 21 december na de inval door de politie daar binnenkomt bij een van de medeverdachten. Onder de drooglocatie is medeverdachte [betrokkene 3] woonachtig. Op de begane grond van [adres 3] woont de vriendin van [betrokkene], een broer van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5]. De hennep wordt geteeld op de [adres 4] te Huizen. Dit pand wordt vanaf 2013 gehuurd op naam van Bouwbedrijf NWK BV vertegenwoordigd door [medeverdachte 3]. Daar is op 23 december 2015 een professionele hennepkwekerij aangetroffen met twee kweekruimtes. Naar die locatie is uitgeweken voor de tweede knipdag na de inval op [adres 3].

De onderlinge communicatie verloopt veelal met behulp van zogenoemde werktelefoons met voorgeprogrammeerde contacten. Deze telefoons worden maandelijks gewisseld. Uit de onderlinge communicatie blijkt dat verdachten aan weinig woorden genoeg hebben om te weten waarover wordt gesproken. Er is een afgesproken vaste gang van zaken. Uit het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte zich met anderen gestructureerd bezig houdt met hennepteelt waarbij het op 3 en 4 december is gelukt een oogst binnen te halen. Onder deze omstandigheden kan worden gesproken van beroepsmatig handelen.

Ten aanzien van deelneming aan een criminele organisatie (feit 3)

Om tot een bewezenverklaring te komen van een gedraging strafbaar gesteld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht dient er sprake te zijn van deelname aan een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband van twee of meer personen dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Om iemand te kunnen aanmerken als deelnemer dient hij of zij tenminste een aandeel te hebben in, dan wel ondersteuning te verlenen aan gedragingen die strekken tot, of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de betreffende organisatie.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van een dergelijk duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen verdachte en (in ieder geval) medeverdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 5], waarbij de organisatie, en daarmee verdachte en zijn medeverdachten, tot oogmerk had mensensmokkel en, kort gezegd, het telen van hennep. Verdachten vervulden in de ten laste gelegde periode ieder een eigen rol ten aanzien van de (verschillende) doelstellingen van de organisatie. De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen zijn vervat. Ter toelichting dient nog het volgende.

Uit verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte 7] in samenhang met afgeluisterde telefoongesprekken, observaties en telecomonderzoek (zendmastgegevens) is duidelijk geworden dat verdachten in verschillende samenstellingen en situaties onderling (telefonisch) contact met elkaar hielden, gebruik maakten van elkaars auto’s en frequent bijeenkwamen in ‘het kantoor’, eerst gelegen aan de [adres 5], en daarna aan de [adres 6] te Bussum. In het kantoor werden onder meer de wietknippers uitbetaald. Telefonisch contact werd met elkaar onderhouden via zogenaamde ‘werktelefoons’. Deze telefoons werden telkens gedurende een korte periode gebruikt om daarna weer buiten gebruik te worden gesteld, dan wel te worden vernietigd. Zo is uit telecom- en zendmastgegevens gebleken dat de werktelefoons die voor en ten tijde van het mensensmokkelincident werden gebruikt, vlak daarna niet meer bij verdachten in gebruik waren. Ook is gebleken dat negen prepaid telefoons op 17 oktober 2015 in een tijdsbestek van 15 minuten werden geactiveerd, waarbij al deze telefoons dezelfde zendmast in de directe omgeving van de [adres 5] in Bussum aanstraalden. Tevens is uit onderzoek gebleken dat verdachten gebruik maakten van elkaars voertuigen, welke voertuigen blijkens verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte 7], observaties en camerabeelden tevens gebruikt werden voor het ondernemen van gezamenlijke criminele activiteiten. Op camerabeelden zijn auto’s van verdachten op 15 augustus 2015 nabij de ingang van Marina Seaport in IJmuiden te zien, en uit observaties is het vervoer door [verdachte] en [medeverdachte 3] van geknipte henneptoppen op 21 december 2015 in één van die auto’s naar de [adres 3] in Huizen gebleken.

[verdachte] en [medeverdachte 7] hebben ten aanzien van de mensensmokkelzaak en de hennepzaak beiden over hun eigen rol en die van hun medeverdachten verklaard. In samenhang met de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden leidt de rechtbank de navolgende rolverdeling af.

[verdachte] was de regelaar/coördinator. In de mensensmokkelzaak had [verdachte] een grote en belangrijke rol: hij droeg (mede) zorg voor het onderhoud aan de [boot], hij betaalde rekeningen met betrekking tot dit onderhoud en het liggeld voor de haven van IJmuiden, hij voer samen met [medeverdachte 3] de boot van Huizen naar IJmuiden, en hij begeleidde samen met [medeverdachte 3] de vreemdelingen van het centraal station in Amsterdam naar de woning aan het [adres 1] te Huizen, en – samen met [medeverdachte 3], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 5] – begeleidde hij vreemdelingen van de woning aan het [adres 1] naar de haven van IJmuiden, en uiteindelijk naar de [boot]. Hierbij had [verdachte] behalve een uitvoerende, tevens een coördinerende rol. Hij coördineerde het vervoer en de begeleiding van de vreemdelingen van het [adres 1] naar het strand van IJmuiden, en van het strand naar de boot. In de hennepzaak heeft [verdachte] bekend dat hij samen met [medeverdachte 3] de zolderverdieping van het door hem, [verdachte], gehuurde pand aan de [adres 3] te Bussum had ingericht als hennepdrogerij, en dat hij samen met [medeverdachte 3] zorgdroeg voor het organiseren van knippers en (indien nodig) het vervoer van de knippers en (daarna) van de hennep en het hennepafval. [verdachte] zorgde tevens voor eten en drinken voor de knippers.

Ook [medeverdachte 3] had een grote rol in het mensensmokkelincident. Hij heeft samen met een medeverdachte de (33) reddingsvesten opgehaald, hij heeft samen met in ieder geval [verdachte] bemoeienis gehad met het onderhoud aan de boot en/of de aanschaf van aan de boot gerelateerde zaken, en hij heeft samen met [verdachte] de boot van Huizen naar IJmuiden gevaren. Ook heeft [medeverdachte 3] samen met [verdachte] vreemdelingen van het centraal station in Amsterdam naar de woning aan het [adres 1] te Huizen gebracht, en – samen met [verdachte], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 5] – van de woning aan het [adres 1] naar de haven van IJmuiden, en uiteindelijk naar de [boot]. In de hennepzaak heeft [medeverdachte 3] samen met [verdachte] de zolderverdieping van het door [verdachte] gehuurde pand aan de [adres 3] te Bussum ingericht als hennepdrogerij, en droeg hij samen met [verdachte] zorg voor het organiseren van de knippers en (daarna) van de hennep en het hennepafval. Daarnaast werd in een door [medeverdachte 3] gehuurde loods aan de [adres 4] te Huizen een hennepkwekerij aangetroffen.

[medeverdachte 7] heeft in het mensensmokkelincident op verzoek van [verdachte] samen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] een groep vreemdelingen vervoerd vanaf de woning aan het [adres 1] te Huizen naar de haven van IJmuiden, waar zij de vreemdelingen vervolgens naar de boot heeft begeleid. In de hennepzaak heeft [medeverdachte 7] samen met [medeverdachte 5] meermalen hennep geknipt. Zij onderhield hiertoe contact met [verdachte], die samen met [medeverdachte 3] de boel coördineerde.

[medeverdachte 5], tot slot, heeft in het mensensmokkelincident, getuige een notitie in zijn telefoon over een Yanmar Diesel scheepsmotor, actieve bemoeienis gehad met de boot, en hij heeft op 15 augustus 2015 samen met [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] een groep vreemdelingen vervoerd vanaf de woning aan het [adres 1] te Huizen naar de haven van IJmuiden. In de hennepzaak heeft hij meermalen hennep geknipt.

De rechtbank is gelet op het voorgaande en de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat van oordeel dat er een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband kan worden vastgesteld en dat verdachte een aandeel heeft gehad in gedragingen die strekten tot de verwezenlijking van het oogmerk van die criminele organisatie.

3.5.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 als eerste cumulatief/alternatief en de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

hij op tijdstippen in de periode van 20 juli 2015 tot en met 15 augustus 2015 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Amsterdam en/of te Huizen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

13 personen met een Vietnamese nationaliteit, te weten de personen bekend als: [gesmokkelde 1] en [gesmokkelde 2] en [gesmokkelde 3] en [gesmokkelde 4] en [gesmokkelde 5] en [gesmokkelde 6] en [gesmokkelde 7] en [gesmokkelde 8] en [gesmokkelde 9] en [gesmokkelde 10] en [gesmokkelde 11] en [gesmokkelde 12] en [gesmokkelde 13],

en

11 personen met een Albanese nationaliteit, te weten de personen bekend als: [gesmokkelde 14] en [gesmokkelde 15] en [gesmokkelde 16] en [gesmokkelde 17] en [gesmokkelde 18] en [gesmokkelde 19] en [gesmokkelde 20] en [gesmokkelde 21] en [gesmokkelde 22] en [gesmokkelde 23] en [gesmokkelde 24],

behulpzaam is geweest bij hun doorreis door Nederland, of die personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wisten of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

doordat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een boot (genaamd [boot]) heeft/hebben gekocht/verworven, althans ter beschikking hebben gehad;

- onderhoud aan die boot heeft/hebben verricht en/of laten verrichten en/of 30 zwemvesten heeft/hebben gekocht;

- die boot heeft/hebben gebracht naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden en/of daarvoor liggeld heeft/hebben betaald;

- één of meer van die personen heeft/hebben opgehaald vanaf het centraal station te Amsterdam en/of (een) andere locatie(s);

- één of meer van die personen heeft/hebben gebracht naar een woning aan het adres [adres 1] te Huizen;

- één of meer van die personen heeft/hebben ondergebracht in die woning aan het adres [adres 1] te Huizen;

- één of meer van die personen (vanuit die woning) heeft/hebben vervoerd en/of gebracht en/of begeleid naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden;

- één of meer van die personen reddingsvesten ter beschikking heeft/hebben gesteld;

- één of meer van die personen heeft/hebben gebracht en/of begeleid naar en/of heeft/hebben ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd [boot]) met het kennelijke doel om die personen met die boot naar Groot-Brittannië te brengen,

terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 personen en de bemanning van die boot te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd [boot]), zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart;

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde

hij op tijdstippen in de periode van 2 december 2015 tot en met 23 december 2015 te Bussum en/of te Huizen, telkens tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft geteeld, bewerkt, verwerkt, verkocht, en/of vervoerd,

- in/vanuit een pand aan de [adres 2] te Bussum (knipperij), en/of

- in/vanuit een pand aan de [adres 3] te Bussum (drogerij) en/of

- in/vanuit een pand aan de [adres 4] te Huizen (kwekerij),

telkens een grote hoeveelheid hennep, waaronder in elk geval 17.420 gram henneptoppen en 578 hennepplanten, zijnde hennep, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde

hij in de periode van 20 juli 2015 tot en met 12 januari 2016 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Bussum en/of te Huizen, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- mensensmokkel (artikel 197a wetboek van strafrecht ), en

- het (in uitoefening van een beroep of bedrijf) opzettelijk telen, bewerken, verwerken, verkopen, vervoeren en/of aanwezig hebben van hennep.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde

Medeplegen van mensensmokkel, terwijl van het feit levensgevaar voor een ander te duchten is

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde, telkens

Medeplegen van in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, gegeven verbod

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de straf

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte bij het plegen van de mensensmokkel op verschillende momenten een aanzienlijke rol heeft gespeeld, en zich daarnaast schuldig heeft gemaakt aan overtredingen van de Opiumwet en deelneming aan een criminele organisatie. Bij het bepalen van haar eis heeft de officier van justitie in het voordeel van verdachte rekening gehouden met de open en meewerkende opstelling van verdachte in het onderzoek.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft de rechtbank verzocht om bij een strafoplegging rekening te houden met de meewerkende proceshouding van verdachte en met de omstandigheid dat verdachte destijds uit naïviteit het strafbare en laakbare van zijn handelen ten aanzien van de mensensmokkel niet heeft ingezien. Daarnaast heeft de raadsman gewezen op de medische omstandigheden van verdachte en de psychische gevolgen daarvan. Detentie is naar het oordeel van de raadsman gelet op deze omstandigheden als sanctie niet gepast. Tot slot heeft de raadsman verzocht om opheffing bij vonnis, dan wel voortzetting van de schorsing, van het bevel tot voorlopige hechtenis.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Verdachte is tegen een (in het vooruitzicht gestelde) geldelijke beloning behulpzaam geweest bij de wederrechtelijke doorreis van 24 Vietnamese en Albanese vreemdelingen via Nederland naar Engeland. Van deze reis was door onvoldoende kundigheid van de bemanning in combinatie met de omvang en slechte staat van de boot, levensgevaar voor die vreemdelingen en de bemanning te duchten. Hierbij heeft verdachte een prominente rol vervuld bij het in gereedheid brengen van het zeiljacht en het coördineren van het vervoer en de begeleiding van de te smokkelen personen naar en van het safehouse en naar de boot. Deze gevaarlijke boottocht hadden de vreemdelingen, waaronder ook minderjarigen, mede door toedoen van verdachte in het vooruitzicht. Verdachte heeft desondanks zijn eigen financieel gewin voorop gesteld, en heeft bij deze doorreis in de uitvoering een onmisbare schakel gevormd. Mensensmokkel, in al zijn verschillende uitvoeringen, is een ernstig feit dat inbreuk maakt op de (internationale) rechtsorde en in de samenleving gevoelens van grote onrust veroorzaakt. Smokkel doorkruist niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere Schengenlanden, maar draagt ook bij aan het in standhouden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het draagvlak om de ‘echte’ asielzoekers, dat wil zeggen politieke vluchtelingen in de zin van de Conventie van Genève, ruimhartig op te vangen, daardoor in ernstige mate wordt ondermijnd.

Ook heeft verdachte zich samen met anderen in de uitoefening van beroep en bedrijf beziggehouden met, kort gezegd, hennepteelt, waaronder begrepen het knippen en drogen van hennep. Het gebruik van hennep heeft schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid. Daarnaast heeft verdachte met zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van het illegale circuit betreffende de handel in softdrugs. Het is een feit van algemene bekendheid dat niet alleen aan het gebruik van en aan de handel in drugs maatschappelijk bezwaren kleven, maar ook dat het illegale circuit kan leiden tot allerlei maatschappelijke problemen, waaronder die van criminaliteit en overlast.

Tot slot wordt verdachte verweten deelneming aan een criminele organisatie die zich bezig hield met mensensmokkel en hennepteelt. Verdachte had binnen de organisatie een aanzienlijke uitvoerende en coördinerende rol.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 maart 2016 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke delicten is veroordeeld.

Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het over verdachte opgemaakte voorlichtingsrapport d.d. 21 april 2016, opgemaakt door [reclasseringswerker], als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland, waaruit volgt dat er geen sprake is van problematiek op de relevante leefgebieden, zodat reclasseringstoezicht niet lijkt te zijn geïndiceerd.

De rechtbank vindt, alles afwegende, dat alleen een aanzienlijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is, mede als afschrikwekkende reactie op een dergelijke manier van mensensmokkel, waar verdachte met anderen in georganiseerd verband toe bereid is gebleken. Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft de rechtbank in sterke mate rekening gehouden met de schrijnende gezondheidstoestand van verdachte, alsmede zijn open en meewerkende opstelling in het onderzoek, en zijn beperkte justitiële documentatie.

7 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: de artikelen 47, 57, 140 en 197a van het Wetboek van Strafrecht, en de artikelen 3 en 10 van de Opiumwet , zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ,2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 3.5 bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaar.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst af het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.W. Groenendijk, voorzitter,

mrs. A.S. van Leeuwen en W. Aardenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.O. Markenstein,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 april 2017.

De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 8 juli 2016

Proces-verbaal d.d. 27 augustus 2015, p. 080 ZD3 C-1

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 augustus 2015, p. 043 e.v. ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek verblijfplaats vreemdelingen met bijlage d.d. 28 augustus 2015, p. 223 e.v. ZD3 C-1.

Processen-verbaal van verhoor van getuigen [gesmokkelde 19] (p. 085 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 20] (p. 087 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 24] (p. 090 e.v. C-1 ZD3) en [gesmokkelde 14] (p. 093 e.v. C-1 ZD3) d.d. 15 augustus 2015; Processen-verbaal van verhoor van getuigen [gesmokkelde 22] (p. 097 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 17] (p. 0099 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 15] (p. 101 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 23] (p. 103 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 16] (p. 119 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 18] (p. 128 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 21] (p. 130 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 6] (p. 095 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 4] (p. 106 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 1] (p. 109 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 2] (p. 112 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 10] (p. 114 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 5] (p. 124 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 13] (p. 126 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 3] (p. 132 e.v. C-1 ZD3) en [gesmokkelde 11] d.d. 16 augustus 2015; Processen-verbaal van verhoor van getuigen [gesmokkelde 12] (p. 116 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 7] (p. 134 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 9] (p. 136 e.v. C-1 ZD3) en [gesmokkelde 8] (p. 139 e.v. C-1 ZD3) d.d. 17 augustus 2015.

Getuige [gesmokkelde 11] ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 2 februari 2016.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen goederen KVI 90 tot en met KV1 92 en KVI 96 d.d. 23 oktober 2015, p. 463 e.v. ZD2 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen camerabeelden Amsterdam Centraal Station d.d. 22 oktober 2015, p. 467 e.v. ZD2 C-1.

Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 28 augustus 2015, p. 159 e.v. ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen camerabeelden Marina Seaport IJmuiden d.d. 27 oktober 2015, p. 190 e.v. ZD3 C-1

Proces-verbaal van onderzoek historische verkeersgegevens telefoonnummer [telefoonnummer], p. 70 persoonsdossier [betrokkene 1] (B.1); Proces-verbaal van onderzoek historische verkeersgegevens telefoonnummer [telefoonnummer], p. 99 persoonsdossier [betrokkene 2] (B.2).

Proces-verbaal van bevindingen camerabeelden Marina Seaport IJmuiden d.d. 27 oktober 2015, p. 190 e.v. ZD3 C-1; proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen aangetroffen bagage d.d. 16 oktober 2015, p. 422 ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek aangetroffen foto afbeeldingen en zeekaarten d.d. 4 november 2015, p. 716 e.v. ZD2 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen digitale gegevensdragers en communicatiemiddelen, p. 413-414 ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen telefoon Samsung met bijlagen d.d. 3 november 2015, p. 56 ZD5 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen telefoon Samsung met bijlagen d.d. 3 november 2015, p. 319 e.v. ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen digitale gegevensdragers en communicatiemiddelen, p. 413-414 ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek papieren bescheiden printgegevens d.d. 20 oktober 2015, p. 344 e.v. ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek papieren bescheiden schrijfblok d.d. 21 oktober 2015, p. 348 e.v. ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek laptop/harde schijf KVI 16 d.d. 23 oktober 2015, p. 351 e.v. ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek schrijfmap met bijlagen d.d. 21 oktober 2015, p. 425 e.v. ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen handschriftvergelijking d.d. 26 november 2015, p. 798 e.v. ZD2 C-1.

Een geschrift, te weten een rapport van het NFI betreffende vergelijkend handschriftonderzoek, opgemaakt door drs. [deskundige 1] d.d. 4 februari 2016, p. 791 e.v. ZD2 C-1.

Proces-verbaal d.d. 27 augustus 2015, p. 080 ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen inbeslagname zeiljacht ‘[boot]’ (C) d.d. 20 oktober 2015, p. 420 ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen goederen KVI 82 + KVI 70 d.d. 23 oktober 2015, p. 487 e.v. ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen dactyloscopische sporen d.d. 29 oktober 2015, p. 453 e.v. ZD4 C-1.

Proces-verbaal van (2e) verhoor verdachte [verdachte] d.d. 13 januari 2016, p. 069-072 persoonsdossier [verdachte]; proces-verbaal van (3e) verhoor van [verdachte] d.d. 14 januari 2016, p. 077, persoonsdossier [verdachte].

Proces-verbaal van bevindingen OVC d.d. 25 september 2015, p. 232 en 236, ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen ‘eigenaar zeilschip [boot]’ d.d. 12 november 2015 (p. 176 ZD1 C-1).

Proces-verbaal van getuigenverhoor [getuige 3] d.d. 16 september 2015 (p. 189 e.v. ZD1 C-1).

Een geschrift, te weten een ondertekend koopcontract tussen [getuige 3] en [getuige 4] betreffende de verkoop van een zeilboot (naam: [boot]), Yamaha 29 A, d.d. 12 april 2015 (p. 194 ZD1 C-1).

Proces-verbaal van getuigenverhoor [getuige 4] d.d. 6 januari 2016 (p. 242 e.v. ZD1 C-1).

Proces-verbaal van getuigenverhoor [getuige 5] d.d. 19 oktober 2015 (p. 239 e.v. ZD1 C-1).

Een geschrift, te weten een ondertekend koopcontract tussen [getuige 4] (Partij A) en Partij B betreffende de verkoop van een motorzeiljacht Yamaha 29 A, d.d. 21 juli 2015 (p. 250 ZD1 C-1).

Een geschrift, te weten een deskundigenrapport betreffende forensisch schriftonderzoek, opgemaakt door [deskundige 4], gerechtelijk deskundige voor handschriftonderzoek, d.d. 10 augustus 2016 (ongenummerd)

Proces-verbaal van bevindingen gebruik telefoonnummers [telefoonnummer], [telefoonnummer],[telefoonnummer]en [telefoonnummer]d.d. 18 februari 2016 (p. 358 e.v. ZD1 C-1).

Proces-verbaal van getuigenverhoor van [getuige 6] d.d. 3 februari 2016 (p. 292 e.v. ZD1 C-1).

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek in beslag genomen goederen van het zeiljacht KVI 104 d.d. 2 november 2015 (p. 490 ZD4 C-1).

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Apple Iphone 6 d.d. 1 maart 2016, p. 110 A-02, dossier 1.

Proces-verbaal van getuigenverhoor van [getuige 6] d.d. 3 februari 2016 (p. 292 e.v. ZD1 C-1).

Proces-verbaal van getuigenverhoor van [getuige 7] d.d. 3 februari 2016 (p. 299 e.v. ZD1 C-1).

Een geschrift, te weten een factuur van Shipshape Jachtservice Muiderzand aan [bedrijf]n d.d. 5 augustus 2015 (p. 297, ZD1 C-1).

Een geschrift, te weten een uittreksel Kamer van Koophandel d.d. 15 september 2015 betreffende [bedrijf] (p. 057 B.05, Persoonsdossier [betrokkene 3]).

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek eigenaar [boot] (vervolg) d.d. 17 maart 2016 (p. 270 ZD1 C-1).

Proces-verbaal van (1e) verhoor [verdachte] d.d. 12 januari 2016, p. 053, persoonsdossier [verdachte].

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek eigenaar [boot] (vervolg) d.d. 17 maart 2016 (p. 271-273 ZD1 C-1).

Proces-verbaal van bevindingen gebruik telefoonnummers [telefoonnummer], [telefoonnummer], [telefoonnummer]en [telefoonnummer] d.d. 18 februari 2016 (p. 358 e.v. ZD1 C-1).

Proces-verbaal van bevindingen gebruiker telefoonnummers [telefoonnummer], [telefoonnummer] en [telefoonnummer], p. 161 e.v. persoonsdossier [medeverdachte 6] (B.08).

Proces-verbaal van bevindingen gebruiker telefoonnummer [telefoonnummer], p. 103 e.v. persoonsdossier [medeverdachte 3]

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek eigenaar [boot] (vervolg) d.d. 17 maart 2016, p. 272 ZD1 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek laptop Acer d.d. 9 maart 2016, p. 304 e.v. ZD1 C-1.

Proces-verbaal van (1e) verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 19 januari 2016, p. 051 e.v., persoonsdossier [medeverdachte 5] (B.04).

Verklaring ter terechtzitting van 9 maart 2017.

Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 15 september 2015 (p. 380 e.v. ZD1 C-1).

Proces-verbaal van bevindingen aankoop reddingsvesten d.d. 8 maart 2016 (p. 344 en 345 ZD1 C-1).

Proces-verbaal van bevindingen gebruik telefoonnummers [telefoonnummer], [telefoonnummer], [telefoonnummer] en [telefoonnummer] d.d. 18 februari 2016 (p. 358 e.v. ZD1 C-1).

Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 8] d.d. 5 februari 2016 (p. 348 e.v. ZD1 C-1) en proces-verbaal van bevindingen aankoop reddingsvesten d.d. 8 maart 2016, p. 351 ZD1 C-1.

Een geschrift, te weten een uittreksel RDW d.d. 22 maart 2016, p. 087 ZD1 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen gebruiker telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] d.d. 7 maart 2016, p. 361 e.v. ZD1 C-1.

Proces-verbaal van (2e) verhoor verdachte [verdachte] d.d. 13 januari 2016 (p. 066-068 Persoonsdossier [verdachte]).

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen goederen KVI 7 d.d. 26 oktober 2015, p. 388 ZD1 C-1.

Proces-verbaal van verhoor van getuige [gesmokkelde 1] d.d. 16 augustus 2015 (p. 109 e.v. C-1 ZD3) en proces-verbaal van verhoor getuige [gesmokkelde 1] d.d. 23 september 2015 (p. 494 e.v. ZD4 C-1).

Proces-verbaal van verhoor van getuige [gesmokkelde 12] d.d. 10 september 2015 (p. 455 e.v. ZD2 C-1).

Proces-verbaal van verhoor van getuige [gesmokkelde 8] d.d. 17 augustus 2015 (p. 139 e.v. ZD3 C-1) en proces-verbaal van verhoor van getuige [gesmokkelde 8] d.d. 10 september 2015 (p. 448 e.v. ZD2 C-1).

Proces-verbaal van (3e) verhoor van [verdachte] d.d. 14 januari 2016 (p. 084, persoonsdossier [verdachte])

Proces-verbaal van verhoor van getuige [gesmokkelde 12] d.d. 10 september 2015 (p. 455 e.v. ZD2 C-1)

Proces-verbaal van verhoor van getuige [gesmokkelde 8] d.d. 17 augustus 2015 (p. 139 e.v. ZD3 C-1) en proces-verbaal van verhoor van getuige [gesmokkelde 8] d.d. 10 september 2015 (p. 448 e.v. ZD2 C-1).

Proces-verbaal van (3e) verhoor van [verdachte] d.d. 14 januari 2016 (p. 084, persoonsdossier [verdachte])

Proces-verbaal van (2e) verhoor van [verdachte] d.d. 13 januari 2016 (p. 065, persoonsdossier [verdachte])

Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 9] d.d. 21 januari 2016, p. 520 e.v. ZD2 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen [adres 1] te Huizen d.d. 10 november 2015, p. 473 ZD2 C-1.

Proces-verbaal van (3e) verhoor van [verdachte] d.d. 14 januari 2016 (p. 084, persoonsdossier [verdachte]).

Proces-verbaal van (1e) verhoor van [verdachte] d.d. 12 januari 2016, p. 056, persoonsdossier [verdachte].

Proces-verbaal van bevindingen gebruiker telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer], p. 122 e.v. persoonsdossier [medeverdachte 3] (B.09).

Proces-verbaal van bevindingen gebruiker telefoonnummers [telefoonnummer], [telefoonnummer] en [telefoonnummer], p. 160 e.v. persoonsdossier [betrokkene 3] (B.05).

Proces-verbaal van bevindingen gebruik telefoonnummer [telefoonnummer] d.d. 28 december 2015, p. 135 e.v. persoonsdossier [medeverdachte 5] (B.04).

Proces-verbaal van bevindingen gebruik telecommunicatie 15 augustus 2015 d.d. 30 maart 2016, p. 171-174 ZD1 C-1.

Proces-verbaal van verhoor van getuige [gesmokkelde 12] d.d. 10 september 2015 (p. 455 e.v. ZD2 C-1)

Proces-verbaal van verhoor van getuige [gesmokkelde 8] d.d. 17 augustus 2015 (p. 139 e.v. ZD3 C-1) en proces-verbaal van verhoor van getuige [gesmokkelde 8] d.d. 10 september 2015 (p. 448 e.v. ZD2 C-1).

Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 10] met bijlagen (e-mailberichten) d.d. 28 oktober 2015, p. 499 onderaan, p. 505 en p. 510-511 ZD2 C-1; Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 10] ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 29 augustus 2016.

Een geschrift, te weten een uitdraai van de RDW d.d. 22 maart 2016 betreffende kenteken [kenteken], p. 080 ZD1 C-1

Een geschrift, te weten een uittreksel KvK d.d. 22 september 2015, p. 083 persoonsdossier [medeverdachte 4] (B.06).

Een geschrift, te weten een uitdraai van de RDW d.d. 22 maart 2016 betreffende kenteken [kenteken], p. 087 ZD1 C-1

Een geschrift, te weten een uittreksel KvK d.d. 8 maart 2016, p. 032 persoonsdossier [medeverdachte 3] (B.09)

Een geschrift, te weten een uitdraai van de RDW d.d. 16 maart 2016 betreffende kenteken [kenteken], p. 116 ZD1 C-1

Een geschrift, te weten een uitdraai van de RDW d.d. 16 maart 2016 betreffende kenteken [kenteken], p. 103 ZD1 C-1

Een geschrift, te weten een uitdraai van de RDW d.d. 22 maart 2016 betreffende kenteken [kenteken], p. 095 ZD1 C-1

Proces-verbaal van (1e) verhoor [verdachte] d.d. 12 januari 2016, p. 063-064, persoonsdossier [verdachte].

Proces-verbaal van bevindingen gezamenlijk gebruik voertuigen met bijlagen d.d. 17 maart 2016, p. 174 e.v. C-3.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek camerabeelden Marina Seaport IJmuiden d.d. 8 maart 2016, p. 552-554 ZD2 C-1.

Proces-verbaal verdenking NN-verdachten d.d. 29 september 2015, p. 036 e.v. AD A-01.

Proces-verbaal van bevindingen vaststelling identiteit NNman2 / gebruiker telefoonnummer [telefoonnummer], p. 140 e.v., persoonsdossier [verdachte].

Proces-verbaal van (1e) verhoor [verdachte] d.d. 12 januari 2016, p. 053, persoonsdossier [verdachte].

Proces-verbaal van (2e) verhoor van [verdachte] d.d. 13 januari 2016 (p. 069 en 072, persoonsdossier [verdachte])

Proces-verbaal van (3e) verhoor van [verdachte] d.d. 14 januari 2016 (p. 079-080, persoonsdossier [verdachte]).

Proces-verbaal van (3e) verhoor van [verdachte] d.d. 14 januari 2016 (p. 085-086, persoonsdossier [verdachte]).

Proces-verbaal van (2e) verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 14 januari 2016, p. 142 persoonsdossier [medeverdachte 7].

Proces-verbaal van (3e) verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 14 januari 2016, p. 175 e.v., persoonsdossier [medeverdachte 7].

Proces-verbaal van (3e) verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 14 januari 2016, p. 168, persoonsdossier [medeverdachte 7].

Proces-verbaal van (3e) verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 14 januari 2016, p. 164-166 en 174, persoonsdossier [medeverdachte 7].

Proces-verbaal van (3e) verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 14 januari 2016, p. 167, persoonsdossier [medeverdachte 7]

Proces-verbaal van (4e) verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 22 januari 2016, p. 194 en 200, persoonsdossier [medeverdachte 7]

Proces-verbaal van (3e) verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 14 januari 2016, p. 167, persoonsdossier [medeverdachte 7].

Proces-verbaal van (3e) verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 14 januari 2016, p. 168, persoonsdossier [medeverdachte 7].

Proces-verbaal van (1e) verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 19 januari 2016, p. 058 persoonsdossier [medeverdachte 5].

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek historische verkeersgegevens telecommunicatienummer

[telefoonnummer], p. 172 e.v. persoonsdossier [medeverdachte 5].

Proces-verbaal van bevindingen gebruiker telefoonnummer [telefoonnummer], p. 103 e.v. persoonsdossier [medeverdachte 3] en proces-verbaal van bevindingen gebruiker telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer], p. 122 e.v. persoonsdossier [medeverdachte 3] (B.09).

Proces-verbaal van bevindingen gebruiker telefoonnummers [telefoonnummer], [telefoonnummer] en [telefoonnummer], p. 160 e.v. persoonsdossier [betrokkene 3] (B.05).

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 maart 2016, p. 555 ZD2 C-1.

Een geschrift, te weten een deskundigenbericht, opgemaakt door [deskundige 2], scheeps- en werktuigkundig expert, d.d. 2 maart 2016, p. 393 e.v. ZD1 C-1.

Een geschrift, te weten een rapport van bevindingen, opgemaakt door [deskundige 3], scheepsexpert, d.d. 31 oktober 2016 (ongenummerd).

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek laptop Acer d.d. 9 maart 2016, p. 700 e.v. ZD2 C-1.

Proces-verbaal van (3e) verhoor van [verdachte] d.d. 14 januari 2016, p. 083, persoonsdossier [verdachte].

Proces-verbaal van bevindingen [adres 5] en [adres 6] te Bussum d.d. 22 maart 2016 met bijlagen, p. 764-766, ZD2 C2.

Proces-verbaal van (3e) verhoor van [verdachte] d.d. 14 januari 2016, p. 066 en p. 083, persoonsdossier [verdachte].

Proces-verbaal van bevindingen [adres 5] en [adres 6] te Bussum d.d. 22 maart 2016 met bijlagen, p. 763 en p. 769, ZD2 C2;

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek laptops Acer Dorotheagaarde d.d. 16 maart 2016, p. 708 ZD2 C-1.

Proces-verbaal van (4e) verhoor van [verdachte] d.d. 25 januari 2016, p. 111, persoonsdossier [verdachte].

Proces-verbaal van bevindingen [adres 5] en [adres 6] te Bussum d.d. 22 maart 2016 met bijlagen, p. 765-766, ZD2 C2.

Proces-verbaal van (1e) verhoor van [verdachte] d.d. 12 januari 2016, p. 066, persoonsdossier [verdachte]; proces-verbaal van (4e) verhoor van [medeverdachte 7] d.d. 22 januari 2016, p. 197 persoonsdossier [medeverdachte 7].


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature