Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Onderzoek Kulja. Mensensmokkel met zeilboot naar Engeland. Wederrechtelijke doorreis en rechtmatig verblijf. Poging of voltooid. Voorzienbaarheid levensgevaar.

Uitspraak



RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf

Locatie Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/810278-15 (P)

Uitspraakdatum: 21 april 2017

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9, 13, 15 en 16 maart 2017 in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mw. mr. E. Visser, en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. M.M.J. Nuijten, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 15 augustus 2015 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Amsterdam en/of te Huizen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

13, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Vietnamese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [gesmokkelde 1] en/of [gesmokkelde 2] en/of [gesmokkelde 3] en/of [gesmokkelde 4] en/of [gesmokkelde 5] en/of [gesmokkelde 6] en/of [gesmokkelde 7] en/of [gesmokkelde 8] en/of [gesmokkelde 9] en/of [gesmokkelde 10] en/of [gesmokkelde 11] en/of [gesmokkelde 12] en/of [gesmokkelde 13])

en/of

11, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Albanese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [gesmokkelde 14] en/of [gesmokkelde 15] en/of [gesmokkelde 16] en/of [gesmokkelde 17] en/of [gesmokkelde 18] en/of [gesmokkelde 19] en/of [gesmokkelde 20] en/of [gesmokkelde 21] en/of [gesmokkelde 22] en/of [gesmokkelde 23] en/of [gesmokkelde 24]),

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Groot-Brittannië en/of Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, in elk geval een of meer sta(a)t(en) die is/zijn toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

of die perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

doordat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een boot (genaamd [boot]) heeft/hebben gekocht/verworven, althans ter beschikking heeft/hebben gehad;

- onderhoud aan die boot heeft/hebben verricht en/of laten verrichten en/of 30, althans meer zwemvest(en) heeft/hebben gekocht;

- die boot heeft/hebben gebracht naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden en/of daarvoor liggeld heeft/hebben betaald;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben opgehaald en/of op heeft/hebben laten halen vanaf het (centraal) station te Amsterdam en/of (een) andere locatie(s);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben gebracht naar een woning (op het adres [adres 1] te Huizen);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben ondergebracht en/of bewaakt en/of begeleid en/of vergezeld in die woning (op het adres [adres 1] te Huizen);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) (vanuit die woning) heeft/hebben vervoerd en/of gebracht en/of begeleid naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) reddingsvesten heeft/hebben gegeven/ter beschikking gesteld;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft/hebben gebracht en/of begeleid naar en/of heeft/hebben ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd [boot]) (met het kennelijke doel om die perso(o)n(en) met die boot naar Groot-Brittannië of een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot genoemd protocol te brengen),

terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 perso(o)n(en) te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd [boot]) zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart;

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 juli 2015 tot en met 15 augustus 2015 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Amsterdam en/of te Huizen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een ander of anderen, te weten

13, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Vietnamese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [gesmokkelde 1] en/of [gesmokkelde 2] en/of [gesmokkelde 3] en/of [gesmokkelde 4] en/of [gesmokkelde 5] en/of [gesmokkelde 6] en/of [gesmokkelde 7] en/of [gesmokkelde 8] en/of [gesmokkelde 9] en/of [gesmokkelde 10] en/of [gesmokkelde 11] en/of [gesmokkelde 12] en/of [gesmokkelde 13])

en/of

11, althans één of meer, perso(o)n(en) met een Albanese nationaliteit (te weten de perso(o)n(en) (bekend als): [gesmokkelde 14] en/of [gesmokkelde 15] en/of [gesmokkelde 16] en/of [gesmokkelde 17] en/of [gesmokkelde 18] en/of [gesmokkelde 19] en/of [gesmokkelde 20] en/of [gesmokkelde 21] en/of [gesmokkelde 22] en/of [gesmokkelde 23] en/of [gesmokkelde 24]),

behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Groot-Brittannië en/of Nederland of een andere lidstaat van de Europese Unie, in elk geval een of meer sta(a)t(en) die is/zijn toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad,

of die perso(o)n(en) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

doordat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een boot (genaamd [boot]) heeft gekocht/verworven, althans ter beschikking heeft gehad;

- onderhoud aan die boot heeft verricht en/of laten verrichten en/of 30, althans meer zwemvest(en) heeft gekocht;

- die boot heeft gebracht naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden en/of daarvoor liggeld heeft betaald;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft opgehaald en/of op heeft laten halen vanaf het (centraal) station te Amsterdam en/of (een) andere locatie(s);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft gebracht naar een woning (op het adres [adres 1] te Huizen);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft ondergebracht en/of bewaakt en/of begeleid en/of vergezeld in die woning (op het adres [adres 1] te Huizen);

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) (vanuit die woning) heeft vervoerd en/of gebracht en/of begeleid naar de (jacht)haven Seaport in IJmuiden;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) reddingsvesten heeft gegeven/ter beschikking gesteld;

- ( één of meer van) die perso(o)n(en) heeft gebracht en/of begeleid naar en/of heeft/hebben ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd [boot]) (met het kennelijke doel om die perso(o)n(en) met die boot naar Groot-Brittannië of een andere lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot genoemd protocol te brengen),

terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 perso(o)n(en) te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd [boot]) zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit (kort gezegd: de voltooide mensensmokkel).

3.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft daartoe, kort samengevat, aangevoerd dat verdachte niet wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat de vreemdelingen op de boot illegaal in Nederland waren, zodat hij niet wist dat hij op dat moment behulpzaam was bij een wederrechtelijk verblijf in dan wel doorreis door Nederland, of toegang tot een ander land. Verdachte heeft geen woord met de vreemdelingen gesproken, er zijn geen paspoorten getoond, en er is geen geld aan verdachte betaald. De illegale status van de vreemdelingen kon verdachte dan ook niet bekend zijn. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat van negen Albanese en twee Vietnamese personen is vastgesteld dat zij rechtmatig in Nederland verbleven, zodat het aantal ‘illegale vreemdelingen’ dient te worden teruggebracht tot tien personen.

Met betrekking tot de kwalificatie van het feit heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat noch van een voltooide mensensmokkel, noch van een poging daartoe sprake is, omdat naar de uiterlijke verschijningsvorm nog geen aanvang was gemaakt met de wederrechtelijke doorreis naar Engeland. Omdat de politie immers ter plaatse kwam voordat de boot afvoer of daartoe aanstalten was gemaakt, is in de visie van de verdediging hooguit sprake geweest van voorbereidingshandelingen en die zijn niet ten laste zijn gelegd, zodat vrijspraak moet volgen.

3.3.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit (kort gezegd: voltooide mensensmokkel).

Aanleiding Op 15 augustus 2015 om 15:30 uur zijn getuige [getuige 1] en haar echtgenoot de haven van IJmuiden binnengevaren en hebben hun boot daar aangemeerd. [getuige 1] zag op een boot die ook in die haven lag een grote groep mensen aan boord gaan. Later zagen zij nog meer mensen aankomen. Het was heel slecht weer en er was storm voorspeld. Ze waren bang dat de boot met al die mensen naar zee zou varen. Terwijl getuige en haar man keken, kwamen er steeds meer mensen aan boord van die boot. Toen hebben zij besloten om het kantoor van de jachthaven te bellen. De eerste groep die aan boord ging bestond uit zeven tot acht mensen en een begeleider. De begeleider had een Midden-Oosters uiterlijk, Arabier misschien, of Turks. De rest van de groep zag er buitenlands uit, het hadden Syriërs kunnen zijn. De tweede groep was de groep Chinezen, zij gingen ook aan boord van de boot. Die groep bestond uit ongeveer vijf mensen, die ook begeleid werden. Twee personen van de Chinese groep droegen splinternieuwe oranje reddingsvesten. Toen die groep aan boord stapte, gingen zij naar het achterste gedeelte van de boot. De eerste groep was naar de voorkant gegaan. Daarna hebben getuige en haar man nog een groep gezien. Deze groep werd door een vrouw naar de boot begeleid. Getuige denkt dat deze groep uit acht personen bestond. Getuige denkt dat elke groep uit zeven of acht mensen bestond. Tegen die tijd hadden getuige en haar man ruim twintig mensen op de boot geteld. Gezien de omvang van de boot en het aantal mensen aan boord, was dat niet veilig. Getuige heeft in totaal drie begeleiders gezien. Op de boot heeft getuige onder het afdekzeil twee mannen zien zitten. Als één van de groepen aan boord kwam dirigeerden zij die mensen naar een bepaalde kant van de boot.

Vervolgens werd op diezelfde dag door de Koninklijke Marechaussee (district West, brigade Noord-Holland) een melding ontvangen van een medewerker van Marina Seaport IJmuiden, dat er vermoedelijk 20 illegalen op een zeiljacht zaten dat mogelijk uit ging varen naar Groot-Brittannië. Het zeiljacht lag in de jachthaven in IJmuiden afgemeerd. Op het dek van deze boot [genaamd: [boot]] werden twee mannen aangetroffen, te weten de later aangehouden verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Van zowel [betrokkene 1] als [betrokkene 2] lagen aan boord hun legitimatiebewijzen. Uit het vooronder kwamen in totaal 11 mannen tevoorschijn. Eén van hen verklaarde dat zij allen van Albanese afkomst waren. In de achtersteven van de boot werd een aantal mannen en vrouwen aangetroffen van vermoedelijk Aziatische afkomst. In het portiek van het appartementencomplex bij de haven werden vervolgens nog eens drie mannen van vermoedelijk Aziatische afkomst aangetroffen. Eén van hen was in het bezit van een zwemvest. In totaal werden ter plaatse 24 vreemdelingen aangetroffen, waarvan is vastgesteld dat 11 van Albanese afkomst waren en 13 van Vietnamese afkomst.

De op en nabij de boot aangetroffen vreemdelingen zijn allen als getuigen gehoord. De (11) Albanese personen hebben allen verklaard dat zij met de boot waarop zij waren aangetroffen een stukje zouden gaan varen. Getuigen [gesmokkelde 20], [gesmokkelde 14], [gesmokkelde 22] en [gesmokkelde 16] hebben verklaard over geldbedragen die zij hiervoor zouden hebben betaald of nog zouden betalen. Getuige [gesmokkelde 18] heeft verklaard dat er werd gezegd dat ze snel de boot in moesten, dat ze niet gezien moesten worden. Van de (13) Vietnamese vreemdelingen hebben getuigen [gesmokkelde 1], [gesmokkelde 2], [gesmokkelde 10], [gesmokkelde 5], [gesmokkelde 13], [gesmokkelde 7], [gesmokkelde 9] en [gesmokkelde 11] verklaard dat zij naar Engeland wilden. Getuige [gesmokkelde 11] heeft bij de rechter-commissaris op 2 februari 2016 verklaard dat iedereen die op de boot zat naar Engeland wilde. Enkele Vietnamese vreemdelingen hebben later nog een uitgebreide verklaring afgelegd over hun doorreis door Nederland vanaf het centraal station in Amsterdam naar (uiteindelijk) de boot waarop zij in IJmuiden zijn aangetroffen. Bij getuige [gesmokkelde 8] zijn twee treintickets aangetroffen van de Thalys van Parijs naar Amsterdam, met als aankomsttijd 19.42 uur in Amsterdam. Op camerabeelden van het centraal station van Amsterdam d.d. 14 augustus 2015 om 19.44 uur zijn vier personen zichtbaar met dezelfde kleding als getuigen [gesmokkelde 9], [gesmokkelde 12], [gesmokkelde 2] en [gesmokkelde 8] ten tijde van hun aanhouding droegen.

Getuige [getuige 2] heeft tegenover de politie verklaard dat haar vriend [betrokkene 2] haar had verteld dat hij aan het oefenen was met zeilen. Hij zou 25 mensen naar Engeland brengen. Hij deed dat samen met [betrokkene 1]. Hij zou er veel geld voor krijgen. [betrokkene 2] had haar verteld dat hij sinds ongeveer anderhalve week oefende met zeilen. Hij zou woensdag weggaan, maar dat ging niet door. Hij zei dat hij in de ochtend van zaterdag zou gaan varen.

Op camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden van de periode 10 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015 is te zien dat verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] op 10, 12, 14 en 15 augustus 2015 meermalen de steiger, waaraan de [boot] lag, op- en aflopen. Op deze dagen en tijdstippen stralen de telefoons van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ook telkens zendmasten aan in de directe omgeving van de jachthaven.

Op camerabeelden, gericht op de havenmond van de jachthaven, is te zien dat de [boot] op 10 augustus 2015 de haven in en uit vaart. Op camerabeelden van 14 augustus 2015 is te zien dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] de jachthaven binnenkomen met sporttassen, soortgelijk aan tassen die later aan boord van de [boot] werden aangetroffen.

In de fouillering van [betrokkene 2] werd een parkeerkaart aangetroffen van Marina Seaport IJmuiden, geldig van 12 augustus 2015 tot en met 17 augustus 2015.

Op een onder [betrokkene 2] inbeslaggenomen telefoon zijn afbeeldingen van delen van zeekaarten van de vaarroute Nederland-Engeland aangetroffen, geïnstalleerde apps met betrekking tot het weer en navigatie op zee, een filmbestand van 10 augustus 2015, waarin met de [boot] wordt gevaren, en foto’s van de [boot] van 13 augustus 2015, waarop onder meer dezelfde schoenen zichtbaar zijn als de schoenen die verdachte [betrokkene 1] bij zijn aanhouding droeg. Tevens is uit onderzoek gebleken dat met deze telefoon op 15 augustus 2015 op internet is gezocht naar onder meer ‘scheepsweerbericht’ en ‘migranten vermist op zee’. Daarnaast werden in de telefoon WhatsApp-chatsessies aangetroffen tussen [betrokkene 2] en getuige [getuige 2] (‘Vienna’) en tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1]. Op 10 augustus 2015 appt [betrokkene 2] getuige [getuige 2] dat hij met [betrokkene 1] aan het varen is, dat er hoge golven zijn, en dat hij op een vaarroute van grote schepen zat en dat de kustwacht eraan kwam. Op 14 augustus 2015 appt hij getuige [getuige 2] dat hij met [betrokkene 1] op de boot is en dat zij alles even aan het neerleggen zijn zoals zij willen. Op 15 augustus 2015 appt [betrokkene 2] getuige [getuige 2] ten slotte om 01.47 uur dat zij net een stukje waren varen op zee, met harde regen en bliksem. Uit WhatsApp-chatsessies met [betrokkene 1] volgt dat [betrokkene 1] op 11 augustus 2015 een Boating Europa navigatie is gaan halen. [betrokkene 1] vraagt [betrokkene 2] of hij wil kijken of hij een betere kan vinden, en of het vervoer voor de terugweg al is geregeld. Op 12 augustus 2015 appt [betrokkene 1] dat het de komende dagen slecht weer gaat worden, en dat ze vragen of ze met een uurtje klaar kunnen staan om alles in orde te maken voor vertrek.

Bij een doorzoeking in de woning (chalet) van [betrokkene 1] werden onder meer uitgeprinte bescheiden aangetroffen met betrekking tot de weers- en windverwachting van het KNMI in de periode 9 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015, en ook een schrijfblok met handgeschreven instructies over het varen op zee. Ook werden op een laptop in die woning vier documenten aangetroffen met instructies over varen en vaarregels.

Bij de doorzoeking van de [boot] werd een zwarte schrijfmap aangetroffen met daarin een zeekaart ‘Passage Chart – Southern North Sea’, waarop met pen een route was getekend van IJmuiden naar de kust van Engeland, ter hoogte van de plaats Sea Palling. Ook werden handgeschreven instructies met betrekking tot het varen op zee aangetroffen en een handgeschreven notitie genaamd ‘onze taken’, met daarin onder meer opgesomd: ‘kotszakken geven/uitleggen’, ‘drinken en eten uitleggen’, ‘uitleg wc spoelen’, ‘reddingsvesten’ en ‘wat ze niet mogen’.Het NFI heeft het handschrift van deze notities vergeleken met de handschriften van in de woningen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] inbeslaggenomen notities en is tot de conclusie gekomen dat het handschrift van de op de [boot] aangetroffen notities grote overeenkomsten vertoont met het handschrift van [betrokkene 1].

Op de [boot] werden 33 zwemvesten aangetroffen, waarvan er 19 nog geheel in de plastic verpakking zaten, en grote hoeveelheden potten pindakaas en chocopasta. Ook werd achter het roer een vlag van het Verenigd Koninkrijk aangetroffen, en een digitale fotocamera met als user account [betrokkene 1]@hotmail.com en foto’s van [betrokkene 1], ook samen met [betrokkene 2]. Op één van de inbeslaggenomen verpakkingen van de zwemvesten is een vingerafdruk van [betrokkene 1] aangetroffen, en op één van de op de [boot] inbeslaggenomen flessen handzeep een vingerafdruk van [betrokkene 2].

[deskundige 2], scheeps- en werktuigkundig expert, heeft in zijn rapport van 2 maart 2016 na onderzoek van de [boot] geconcludeerd dat het transport dat door de bemanning zou worden uitgevoerd volstrekt onverantwoordelijk was. Door de uitrusting van het zeiljacht, waaronder de beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, welke met name geschikt waren voor gebruik in beschut water, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van het zeiljacht, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis bij de bemanning, en het vaargebied, dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart, acht [deskundige 2] het onwaarschijnlijk dan wel onmogelijk dat het transport tot een goed einde gebracht had kunnen worden. Door het gebrek aan goed zeemanschap zouden schip, opvarenden en bemanning naar zijn oordeel in direct levensgevaar zijn gebracht. Ook deskundige [deskundige 3], scheepsexpert, concludeert in zijn rapport dat de [boot] onder alle omstandigheden ongeschikt was voor een overtocht van IJmuiden naar Engeland met 24 passagiers en bemanning aan boord. De staat van het voertuig en de uitrusting en geschiktheid om zoveel passagiers te vervoeren werd door de deskundige als zwaar onvoldoende beoordeeld, waardoor de kans op schipbreuk bijzonder groot zou zijn geweest.

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij op aan hem getoonde foto’s van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] de twee jongens herkent aan wie hij op 10 of 12 augustus 2015 de sleutels van de [boot] heeft overgedragen en die op de boot zaten toen hij de mensen naar de boot bracht. [medeverdachte 1] herkent op aan hem getoonde camerabeelden van Marina Seaport IJmuiden d.d. 10 en 12 augustus 2015 zichzelf, [medeverdachte 3], en de twee jongens van de getoonde foto’s [de rechtbank begrijpt: [betrokkene 1] en [betrokkene 2]].

In een in de Penitentiaire Inrichting (JCS) opgenomen gesprek tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bespreken [betrokkene 1] en [betrokkene 2] “dat er een half jaar per persoon op staat, maar dat een poging korter is, zodat ze vier jaar kunnen vragen”. [betrokkene 1] zegt dat hij er allang vanuit is gegaan dat hij een paar jaar naar binnen moet. Ook spreken zij over tien ruggen [de rechtbank begrijpt: 10.000 euro].

3.4.

Bewijsoverwegingen

Wederrechtelijke doorreis door Nederland en rechtmatig verblijf

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of bewezen kan worden dat sprake is geweest van een wederrechtelijke doorreis door Nederland, temeer daar vast is komen te staan dat 9 van de 11 Albanese mannen rechtmatig verblijf in Nederland hadden.

‘Doorreis’

Het bestanddeel ‘doorreis’ in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is volgens de Memorie van Toelichting synoniem voor transit of doortocht, welke term is ontleend aan de titel van de Richtlijn en het Kaderbesluit inzake mensensmokkel. Personen die op doorreis zijn, reizen in de regel door naar een andere bestemming.

Uit de verklaringen van de vreemdelingen over de eindbestemming van de reis – Engeland – in samenhang met hetgeen is aangetroffen aan boord van de [boot], op de telefoon van [betrokkene 2] en in het chalet van [betrokkene 1], zoals zeekaarten met daarop ingekleurde vaarroutes naar Engeland, taken van de bemanning en vaarinstructies in het algemeen, alsmede gelet op de specifieke zoekslagen op de telefoon van [betrokkene 2], leidt de rechtbank af dat alle vreemdelingen op de boot en degenen die nog in de haven stonden te wachten, via Nederland naar Groot-Brittannië wilden reizen. Deze conclusie vindt ook steun in de verklaring van getuige [getuige 2] die Engeland als reisbestemming heeft genoemd. Met het oog daarop waren deze vreemdelingen (mogelijk op twee of drie na die hebben verklaard dat zij rechtstreeks naar IJmuiden zijn gebracht) op 14 augustus 2015 ondergebracht in de woning aan het [adres 1] te Huizen. Van daaruit zijn zij de volgende dag met auto’s naar het strand van IJmuiden gebracht en vervolgens in groepjes begeleid naar de [boot], de boot die nog geen maand daarvoor was aangeschaft en na enkele reparatie- en onderhoudswerkzaamheden en vaaroefeningen naar de haven van IJmuiden is gevaren. Dat deze boot vervolgens is aangetroffen met aan boord ruim 20 vreemdelingen van twee nationaliteiten en een tweekoppige bemanning, brengt de rechtbank tot de conclusie dat deze voor geen ander doel was bestemd dan voor de smokkel van vreemdelingen vanuit Nederland naar Groot-Brittannië.

‘Wederrechtelijkheid van de doorreis’

Het feit dat ten aanzien van een deel van de aangetroffen vreemdelingen is gebleken dat zij rechtmatig in Nederland verbleven, sluit onder bovengenoemde omstandigheden de wederrechtelijke doorreis in de zin van artikel 197a Sr niet uit. De handelswijze van de vreemdelingen, gefaciliteerd en begeleid door verdachte en zijn medeverdachten, heeft er immers toe geleid en was er op gericht om het de Nederlandse autoriteiten onmogelijk te maken te controleren wie het land door- en uitreisde. De omstandigheid dat het merendeel van de vreemdelingen ten tijde van hun aanhouding ongedocumenteerd waren dan wel niet in het bezit van een grensoverschrijdingsdocument voorzien van geldig visum voor Engeland, maakt ook in de gevallen waarin de vreemdelingen op zichzelf rechtmatig in Nederland verbleven die (verdere) doorreis, gelet op de strekking van artikel 197a Sr - het tegengaan van illegale grensoverschrijding -, alsnog wederrechtelijk.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat in casu van een wederrechtelijke doorreis sprake was.

Het verweer van de raadsman dat verdachte geen wetenschap had, of redelijkerwijs kon hebben gehad van de illegale status van de vreemdelingen aan boord van de [boot] wordt verworpen. Samen met medeverdachte [betrokkene 1] vormde hij de bemanning op de [boot]. Onder de genoemde omstandigheden, zoals vervat in de bewijsmiddelen, kan het niet anders dan dat verdachte precies wist wat hem te doen stond, namelijk zoveel mogelijk vreemdelingen tegen betaling aan boord brengen van de hem ter beschikking gestelde boot met het doel deze mensen op illegale wijze naar Engeland te varen.

Poging of voltooide mensensmokkel

Artikel 197a Sr bevat een zelfstandig strafbaar gestelde medeplichtigheid: door het behulpzaam zijn, en het gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen kan men zich schuldig maken aan het plegen dan wel medeplegen van mensensmokkel. In de Nota naar aanleiding van het Eindverslag Kamerstukken II bij de wijzigingswet van 1996 (24269, nr. 5, p. 9) worden onder meer de volgende behulpzaamheden genoemd die onder deze bepaling kunnen vallen: ‘de begeleiding tijdens de reis en het verlenen of verzorgen van onderdak en vervoer tijdens de reis’. Mensensmokkel is een voortdurend delict en is reeds voltooid op het moment dat de illegale doorreis een aanvang heeft genomen.

De rechtbank is van oordeel dat in de voorliggende zaak sprake is van een voltooide mensensmokkel omdat verdachte en zijn mededaders behulpzaam zijn geweest bij de wederrechtelijke doorreis door Nederland van 24 vreemdelingen. De behulpzaamheidshandelingen voor deze reis nemen, voor zover die de betrokkenheid van verdachte en/of zijn medeverdachten betreffen, reeds een aanvang bij de aankoop van de [boot] op 21 juli 2015 in de haven van Huizen en eindigen op het moment van het aantreffen van de vreemdelingen op de boot op 15 augustus 2015 onder de in de bewijsmiddelen genoemde omstandigheden. Dat de boot nog niet was uitgevaren doet aan het behulpzaam zijn bij het plaatsvinden van die illegale doorreis niet af. Wel is in dat verband van belang dat de vreemdelingen zich op het moment van aantreffen op de boot en in de haven van IJmuiden op 15 augustus 2015 nog geen toegang hadden verschaft tot Groot-Brittannië, zodat het onderdeel ‘behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot Groot-Brittannië’, niet bewezen kan worden.

De rechtbank gaat er vanuit dat de keuze van ten laste leggen door het Openbaar Ministerie (zowel cumulatief als alternatief) op een misslag berust; de exact gelijkluidende ten laste gelegde gedragingen kunnen immers niet tegelijkertijd een voltooide alsmede een onvoltooide mensensmokkel opleveren. De rechtbank gaat uit van een alternatieve tenlastelegging en komt bij een bewezenverklaring van de voltooide mensensmokkel niet meer toet aan de poging. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie ook niet expliciet vrijspraak gevorderd van de ten laste gelegde poging toen zij tot bewezenverklaring requireerde van de voltooide mensensmokkel.

Te duchten levensgevaar

Getuige [getuige 1] heeft eerst bij de politie, en later bij de rechter-commissaris verklaard dat zij en haar man de havenmeester hebben gebeld, omdat zij ruim 20 man aan boord van de [boot] hebben zien gaan, terwijl dit aantal gelet op de omvang van de boot – 20 tot 21 foot – niet veilig was. Ook verkeerde de boot in slechte staat. Volgens getuige [getuige 1] was het heel slecht weer en was er storm voorspeld. Op de boot en in de woningen van de verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] is documentatie en ander materiaal inbeslaggenomen met betrekking tot vaarroutes naar Engeland, regels en (handgeschreven) instructies betreffende het varen (op zee) en handgeschreven instructies betreffende de omgang met de vreemdelingen aan boord. Op de boot bevonden zich onder meer 33 zwemvesten en een groot aantal potten pindakaas en chocopasta. Verdachte en zijn medeverdachte [betrokkene 2] hebben dit zeiljacht ter beschikking gekregen ruim voor de beoogde vertrekdatum en zij hebben in de dagen voorafgaand aan hun aanhouding blijkens camerabeelden daarmee proefgevaren en het vaartuig voor vertrek in orde gemaakt. Vervolgens zijn de vreemdelingen op 15 augustus 2015 door medeverdachten in groepjes aan boord van de [boot] gebracht, waarop verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zich op dat moment bevonden, en die de vreemdelingen ook naar een kant van de boot dirigeerden.

Gelet hierop kan het niet anders dan dat al deze handelingen van verdachten tezamen erop gericht waren om een groep mensen met deze boot over zee naar Engeland te smokkelen en dat verdachte, gelet op het voorgaande en het inbeslaggenomen materiaal, daar ook weet van moet hebben gehad. Dat het volstrekt onverantwoord was om met dit gebrekkige zeiljacht de oversteek naar Engeland te maken, blijkt ook uit de daarover opgemaakte deskundigenrapporten. Hierdoor was van het begin af aan reeds voorzienbaar dat door deze handelswijze levensgevaar te duchten was voor de te smokkelen personen. Daaraan kan niet afdoen dat de boot met de vreemdelingen aan boord nog niet was uitgevaren, of dat er eveneens levensgevaar voor verdachte zelf te duchten was. Daarbij geldt overigens dat niet is vereist dat het opzet van verdachte gericht moet zijn geweest op dit te duchten levensgevaar, omdat deze kwalificerende strafverzwarende omstandigheid voor rekening van alle medeplegers van het gronddelict mensensmokkel komt en dus ook aan verdachte kan worden toegerekend. Deze gevaarlijke bootreis hadden de betreffende vreemdelingen mede door toedoen van verdachte in het vooruitzicht.

Gelet op het voorgaande, in samenhang met de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte als medepleger van een voltooide mensensmokkel van de in de tenlastelegging genoemde personen kan worden aangemerkt, terwijl door dit feit voor die personen en de bemanning levensgevaar te duchten was.

3.5.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op tijdstippen in de periode van 10 augustus 2015 tot en met 15 augustus 2015 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of te Amsterdam en/of te Huizen, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

13 personen met een Vietnamese nationaliteit, te weten de personen bekend als: [gesmokkelde 1] en [gesmokkelde 2] en [gesmokkelde 3] en [gesmokkelde 4] en [gesmokkelde 5] en [gesmokkelde 6] en [gesmokkelde 7] en [gesmokkelde 8] en [gesmokkelde 9] en [gesmokkelde 10] en [gesmokkelde 11] en [gesmokkelde 12] en [gesmokkelde 13],

en

11 personen met een Albanese nationaliteit, te weten de personen bekend als: [gesmokkelde 14] en [gesmokkelde 15] en [gesmokkelde 16] en [gesmokkelde 17] en [gesmokkelde 18] en [gesmokkelde 19] en [gesmokkelde 20] en [gesmokkelde 21] en [gesmokkelde 22] en [gesmokkelde 23] en [gesmokkelde 24],

behulpzaam is geweest bij hun doorreis door Nederland, of die personen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wisten of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was,

doordat verdachte en/of zijn mededader(s):

- een boot (genaamd [boot]) ter beschikking heeft/hebben gehad;

- één of meer van die personen heeft/hebben ingescheept/ondergebracht op die boot (genaamd [boot]) met het kennelijke doel om die personen met die boot naar Groot-Brittannië te brengen,

terwijl door dit feit levensgevaar voor die 24 personen te duchten was, door de uitrusting van die boot (genaamd [boot]) zoals beperkte en niet geschikte reddingsmiddelen, het ontbreken van de mogelijkheid tot het geven van noodsignalen, de technische staat van die boot, de overbelading, het gebrek aan vaarkennis van de bemanning en/of het vaargebied dat zich kenmerkt door sterke stromingen en drukke scheepvaart.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van mensensmokkel, terwijl van het feit levensgevaar voor een ander te duchten is

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de straf

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. Tevens het de officier van justitie de verbeurdverklaring gevorderd van de onder [betrokkene 2] inbeslaggenomen boot [boot] en (Samsung) telefoon.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft de rechtbank verzocht om bij een strafoplegging rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte bij een eventuele overtocht ook zijn eigen leven in de waagschaal heeft gelegd, het ontbreken van relevante documentatie en de geringe rol van de verdachten [betrokkene 1] en [betrokkene 2] in vergelijking met die van de medeverdachten, aan wie ook hennepteelt en deelneming aan een criminele organisatie wordt verweten. De raadsman heeft verzocht om een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen, eventueel aangevuld met een voorwaardelijk deel en een taakstraf. Tot slot heeft de raadsman, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, verzocht om bij vonnis te bepalen dat het bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven. Het gaat goed met verdachte. Verdachte werkt twaalf tot zestien uur per dag. Hij heeft zijn schulden in kaart gebracht en gebruikt geen drank of drugs meer.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan mensensmokkel. Verdachte is tegen een (in het vooruitzicht gestelde) geldelijke beloning behulpzaam geweest bij de wederrechtelijke doorreis van 24 Vietnamese en Albanese vreemdelingen via Nederland naar Engeland. Van deze reis was door onvoldoende kundigheid van verdachte en zijn medeverdachte [betrokkene 1] als bemanning, de omvang en de slechte staat van de boot, levensgevaar voor die vreemdelingen te duchten. Verdachte heeft desondanks zijn eigen financieel gewin voorop gesteld en is dit onzalige avontuur aangegaan, waarbij hij bereid bleek mensenlevens op het spel te zetten van zowel volwassen als minderjarige vreemdelingen. Dat verdachte zo lichtvaardig bereid is gebleken om een volstrekt onverantwoorde oversteek over de Noordzee aan te gaan, neemt de rechtbank hem hoogst kwalijk.

Door zich beschikbaar te stellen als bemanningslid bij deze doorreis vormde verdachte een onmisbare schakel in de uitvoering van deze overzeese mensensmokkel.

Mensensmokkel, in al zijn verschillende uitvoeringen, is een ernstig feit dat inbreuk maakt op de (internationale) rechtsorde en in de samenleving gevoelens van grote onrust veroorzaakt. Smokkel doorkruist niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere Schengenlanden, maar draagt ook bij aan het in standhouden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het draagvlak om de ‘echte’ asielzoekers, dat wil zeggen politieke vluchtelingen in de zin van de Conventie van Genève, ruimhartig op te vangen, daardoor in ernstige mate wordt ondermijnd.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 18 augustus 2015 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke delicten is veroordeeld.

Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het over verdachte opgemaakte (beknopte) voorlichtingsrapport d.d. 24 september 2015 en 6 november 2015, opgemaakt door respectievelijk [reclasseringswerker 1] en [reclasseringswerker 2], als reclasseringswerkers verbonden aan Reclassering Nederland en de aanvulling hierop bij mail d.d. 13 maart 2017.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur op zijn plaats is, mede als afschrikwekkende reactie op een dergelijke manier van mensensmokkel waar verdachte met anderen toe bereid is gebleken.

6.4

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven zeilboot ([boot]) verbeurd moet worden verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de boot toebehoort aan (een) perso(o)n(en) die bekend was/waren met het gebruik van die boot in verband met het onder 3.5 bewezenverklaarde.

7. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven mobiele telefoon (merk Samsung) kan worden teruggegeven aan verdachte, aangezien verdachte redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: de artikelen 33, 47, 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor onder 3.5 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder 3.5 bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaar.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd: een zeilboot ([boot]).

Gelast de teruggave aan verdachte van: een mobiele telefoon (Samsung).

Wijst af het verzoek tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.W. Groenendijk, voorzitter,

mrs. A.S. van Leeuwen en W. Aardenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.O. Markenstein,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 april 2017.

De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 8 juli 2016.

Proces-verbaal d.d. 27 augustus 2015, p. 080 ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 augustus 2015, p. 043 e.v. ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek verblijfplaats vreemdelingen met bijlage d.d. 28 augustus 2015, p. 223 e.v. ZD3 C-1.

Processen-verbaal van verhoor van getuigen [gesmokkelde 19] (p. 085 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 20] (p. 087 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 24] (p. 090 e.v. C-1 ZD3) en [gesmokkelde 14] (p. 093 e.v. C-1 ZD3) d.d. 15 augustus 2015; Processen-verbaal van verhoor van getuigen [gesmokkelde 22] (p. 097 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 17] (p. 0099 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 15] (p. 101 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 23] (p. 103 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 16] (p. 119 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 18] (p. 128 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 21] (p. 130 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 6] (p. 095 e.v. C-1 ZD3), S. Le (p. 106 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 1] (p. 109 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 2] (p. 112 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 10] (p. 114 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 5] (p. 124 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 13] (p. 126 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 3] (p. 132 e.v. C-1 ZD3) en [gesmokkelde 11] d.d. 16 augustus 2015; Processen-verbaal van verhoor van getuigen [gesmokkelde 12] (p. 116 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 7] (p. 134 e.v. C-1 ZD3), [gesmokkelde 9] (p. 136 e.v. C-1 ZD3) en [gesmokkelde 8] (p. 139 e.v. C-1 ZD3) d.d. 17 augustus 2015.

Getuige [gesmokkelde 11] ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 2 februari 2016

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen goederen KVI 90 tot en met KV1 92 en KVI 96 d.d. 23 oktober 2015, p. 463 e.v. ZD2 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen camerabeelden Amsterdam Centraal Station d.d. 22 oktober 2015, p. 467 e.v. ZD2 C-1.

Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 28 augustus 2015, p. 159 e.v. ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen camerabeelden Marina Seaport IJmuiden d.d. 27 oktober 2015, p. 190 e.v. ZD3 C-1

Proces-verbaal van onderzoek historische verkeersgegevens telefoonnummer [telefoonnummer], p. 70 persoonsdossier [betrokkene 1] (B.1); Proces-verbaal van onderzoek historische verkeersgegevens telefoonnummer [telefoonnummer], p. 99 persoonsdossier [betrokkene 2] (B.2).

Proces-verbaal van bevindingen camerabeelden Marina Seaport IJmuiden d.d. 27 oktober 2015, p. 190 e.v. ZD3 C-1; proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen aangetroffen bagage d.d. 16 oktober 2015, p. 422 ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen goederen KVI 6 d.d. 26 oktober 2015, p. 342 e.v. ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek aangetroffen foto afbeeldingen en zeekaarten d.d. 4 november 2015, p. 716 e.v. ZD2 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen digitale gegevensdragers en communicatiemiddelen d.d. , p. 413-414 ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen telefoon Samsung met bijlagen d.d. 3 november 2015, p. 56 ZD5 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen inbeslaggenomen telefoon Samsung met bijlagen d.d. 3 november 2015, p. 319 e.v. ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen digitale gegevensdragers en communicatiemiddelen d.d. , p. 413-414 ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek papieren bescheiden printgegevens d.d. 20 oktober 2015, p. 344 e.v. ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek papieren bescheiden schrijfblok d.d. 21 oktober 2015, p. 348 e.v. ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek laptop/harde schijf KVI 16 d.d. 23 oktober 2015, p. 351 e.v. ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek schrijfmap met bijlagen d.d. 21 oktober 2015, p. 425 e.v. ZD4 C-1

Proces-verbaal van bevindingen handschriftvergelijking d.d. 26 november 2015, p. 798 e.v. ZD2 C-1

Een geschrift, te weten een rapport van het NFI betreffende vergelijkend handschriftonderzoek, opgemaakt door drs. [deskundige 1] d.d. 4 februari 2016, p. 791 e.v. ZD2 C-1.

Proces-verbaal d.d. 27 augustus 2015, p. 080 ZD3 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen inbeslagname zeiljacht ‘[boot]’ (C) d.d. 20 oktober 2015, p. 420 ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen onderzoek inbeslaggenomen goederen KVI 82 + KVI 70 d.d. 23 oktober 2015, p. 487 e.v. ZD4 C-1.

Proces-verbaal van bevindingen dactyloscopische sporen d.d. 29 oktober 2015, p. 453 e.v. ZD4 C-1.

Een geschrift, te weten een deskundigenbericht, opgemaakt door [deskundige 2], scheeps- en werktuigkundig expert, d.d. 2 maart 2016, p. 393 e.v. ZD1 C-1.

Een geschrift, te weten een rapport van bevindingen, opgemaakt door [deskundige 3], scheepsexpert, d.d. 31 oktober 2016 (ongenummerd).

Proces-verbaal van (2e) verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 13 januari 2016, p. 069-072 persoonsdossier [medeverdachte 1]; proces-verbaal van (3e) verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 14 januari 2016, p. 077, persoonsdossier [medeverdachte 1].

Proces-verbaal van bevindingen OVC d.d. 25 september 2015, p. 232 en 236, ZD3 C-1.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature