Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Afwijzing verzoeken om tegemoetkoming planschade. Het raadsbesluit over de windturbines is gepubliceerd. Deze publicatie was voldoende duidelijk over de locatie van de windturbines. De rechtbank is van oordeel dat de realisatie van de windturbines op de huidige locatie ten tijde van de aankoop van de woningen voorzienbaar was. Er is geen sprake van het doorbreken van de voorzienbaarheid.

Uitspraak



RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummers: UTR 16/208, UTR 16/2684 en UTR 16/2737

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 12 april 2017 in de zaken tussen

[eisers 1] en anderen (eisers 1, in de bijlage bij deze uitspraak staan alle eisers weergegeven),

[eisers 2] (eisers 2),[eisers 3] (eisers 3),allen te [woonplaats] ,

(gemachtigde: mr. R. van Domselaar),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten, verweerder

(gemachtigde: mr. G.J. Bosch).

Procesverloop

Bij 24 afzonderlijke besluiten van 17 juni 2015 heeft verweerder de verzoeken van eisers 1 om een tegemoetkoming in planschade op grond van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) afgewezen.

Bij besluit van 1 december 2015 heeft verweerder de bezwaren van eisers 1 ongegrond verklaard.

Eisers 1 hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd

onder zaaknummer UTR 16/208.

Bij twee afzonderlijke besluiten van 29 maart 2016 heeft verweerder de verzoeken van eisers 2 en 3 om een tegemoetkoming in planschade op grond van artikel 6.1 van de Wro afgewezen.

Eisers 2 en 3 hebben hiertegen bezwaar gemaakt en verweerder verzocht in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter als bedoeld in artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht . Verweerder heeft hiermee ingestemd en de bezwaarschriften bij brief van 2 juni 2016 aan de rechtbank toegezonden ter behandeling als rechtstreeks beroep. De beroepen van eisers 2 en 3 zijn geregistreerd onder zaaknummers UTR 16/2684 onderscheidenlijk UTR 16/2737

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de beroepen ter zitting van 12 april 2017 gevoegd behandeld. Een aantal van eisers 1, zoals weergegeven in de bijlage, is verschenen, waarbij [eisers 1] als woordvoerder heeft opgetreden, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld van mr. [A] , werkzaam bij [naam] .

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Eisers hebben verweerder verzocht om een tegemoetkoming in planschade, omdat zij door de komst van windturbines in een nadeliger positie zijn komen te verkeren. Aan de afwijzing van de verzoeken om planschade liggen adviezen van [naam] ten grondslag. [naam] heeft onder verwijzing naar het op 4 april 2001 gepubliceerde raadsbesluit van 13 maart 2001 geconcludeerd dat de ontwikkeling van de windturbines voorzienbaar was ten tijde van de koop van de woningen van eisers. Verweerder heeft zich bij de besluitvorming gebaseerd op de adviezen van [naam] .

3. Eisers betogen dat de planschade niet voorzienbaar was ten tijde van de koop van hun woningen. Zij stellen dat het raadsbesluit van 13 maart 2001 niet kan worden aangemerkt als een voldoende concreet beleidsvoornemen, omdat de aanduiding van de locatie afwijkt van de huidige locaties van de windturbines langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Verder voeren zij aan dat uit de publicatie van het raadsbesluit in ’t Groentje van 4 april 2001 niet volgt dat het raadsbesluit ter inzage heeft gelegen, terwijl dit op grond van rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) wel vereist is. Bovendien wordt in de publicatie slechts gesproken over een (samenvatting van de complete) inrichtingsstudie.

4. De rechtbank stelt voorop dat zij zich gelet op de korte afstand tussen de woningen en de windturbines kan voorstellen dat de windturbines impact hebben op het woon- en leefklimaat en dat daarvan enige hinder kan worden ondervonden. In deze zaken ligt echter alleen de vraag voor of de realisatie van de windturbines ten tijde van de aankoop van de woningen voorzienbaar was. Niet in geschil is dat alle woningen na 4 april 2001 zijn gekocht.

5. De rechtbank stelt vast dat de raad in het raadsbesluit van 13 maart 2001 heeft besloten om drie locaties onder randvoorwaarden geschikt te verklaren voor de realisatie van windenergie. De eerste locatie die in het raadsbesluit wordt genoemd is de locatie ten noorden van het Amsterdam-Rijnkanaal, ter hoogte van bedrijventerrein De Meerpaal. Het raadsbesluit is vervolgens gepubliceerd in de gemeenterubriek van ’t Groentje van 4 april 2001. In deze publicatie is kort weergegeven wat de raad besloten heeft. In de publicatie staat weliswaar vermeld dat het project op de Meerpaal als eerste ontwikkeld wordt, maar de locatie staat elders in de publicatie ook omschreven als de locatie langs bedrijventerrein de Meerpaal en als de locatie ten noorden van het Amsterdam Rijnkanaal, ter hoogte van bedrijventerrein de Meerpaal. Dat in de publicatie één keer de locatie op de Meerpaal staat vermeld, betekent niet dat eisers daardoor op het verkeerde been zijn gezet. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de publicatie voldoende duidelijk dat de aangewezen locatie voor de windturbines niet op maar langs het bedrijventerrein is. De rechtbank volgt eisers dan ook niet in hun standpunt dat sprake is van een onvoldoende concreet beleidsvoornemen.

6. Volgens vaste rechtspraak van de ABRvS moet, om op grond van een concreet beleidsvoornemen voorzienbaarheid te kunnen aannemen, een redelijk denkend en handelend koper uit de openbaarmaking daarvan kunnen begrijpen op welk gebied dat beleidsvoornemen betrekking heeft, wat de zakelijke inhoud ervan is, en dat hij van de inhoud ervan kan kennisnemen. Uit deze vaste rechtspraak kan niet worden afgeleid dat de terinzagelegging van het raadsbesluit, zoals eisers betogen, een vereiste is bij de openbaarmaking. De rechtbank is van oordeel dat de publicatie van het raadsbesluit voldoet aan de hiervoor beschreven eisen. Daarbij komt dat volgens de publicatie in het Wooninformatiecentrum van de gemeente Houten meer informatie beschikbaar is over windenergie. De publicatie vermeldt dat aldaar een samenvatting van de complete inrichtingsstudie naar de mogelijke windturbinelocaties in Houten en het voorstel en de argumentatie voor de keuze van de locaties verkrijgbaar is. Anders dan eisers betogen, was dus niet alleen de (samenvatting van de complete) inrichtingsstudie in te zien. De rechtbank is in navolging van verweerder van oordeel dat met de publicatie van het raadsbesluit op 4 april 2001 de windturbines op de huidige locatie voorzienbaar waren.

7. Eisers betogen dat de voorzienbaarheid is doorbroken. Daarbij wijzen zij op de uitspraken van de ABRvS van 21 juni 2006 (ECLI:NL:RVS:2006:AX9022) en 17 oktober 2007 (ECLI:NL:RVS:2007:BB5861), waarin de milieuvergunning voor de windturbines en het bestemmingsplan ‘Windturbines Veerwagenweg’ zijn vernietigd. Daarnaast wijzen zij op brieven van Defensie en op het vervallen van de noodzaak van een milieuvergunning voor de windturbines door de wijziging van Activiteitenbesluit van 1 januari 2011. Deze omstandigheden leiden de rechtbank niet tot het oordeel dat de voorzienbaarheid is doorbroken, omdat verweerder steeds heeft vastgehouden aan zijn beleidsvoornemen om een windpark op de locatie langs het Amsterdam-Rijnkanaal te realiseren en hierop niet is teruggekomen.

8. Omdat reeds op basis van de publicatie van het raadsbesluit van 13 maart 2001 in ’t Groentje van 4 april 2001 voorzienbaarheid kan worden aangenomen, behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking meer.

9. De beroepen zijn ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

10. Partijen zijn op de zitting gewezen op de mogelijkheid van deze uitspraak in hoger beroep te komen. Dit kan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J.W. Verhaagh, voorzitter, en mr. S. Lanshage en mr. B. Rademaker, leden, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 april 2017.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Bijlage

[eisers 1] * en [eisers 4][eisers 5] en [eisers 6][eisers 7] en [eisers 8][eisers 9] en [eisers 10][eisers 11] * en [eisers 12][eisers 13] en [eisers 14][eisers 15] en [eisers 16][eisers 17] en [eisers 18][eisers 19] * en [eisers 20] [eisers 21] en [eisers 22] [eisers 23] en [eisers 24][eisers 25] en [eisers 26][eisers 27] * en [eisers 28][eisers 29] en [eisers 30][eisers 31] en [eisers 32] [eisers 33] en [eisers 34][eisers 35] en [eisers 36][eisers 37] * en [eisers 38] [eisers 39] en [eisers 40] *[eisers 41] en [eisers 42][eisers 43] en [eisers 44] * [eisers 45] * en [eisers 46] [eisers 47] en [eisers 48] [eisers 49] * en [eisers 50]

*ter zitting verschenen


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature