Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Drie mannen zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot gevangenisstraffen van respectievelijk 8, 6 en 2 maanden. Een vierde 42-jarige man uit Waardenburg is veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur en voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden

Uitspraak



RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/701339-14 (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 9 maart 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1972] ,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres

[adres] [woonplaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 7 juli 2016, 7 december 2016, 13 februari 2017 en 14 februari 2017. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 13 en 14 februari 2017. Ter zitting van 23 februari 2017 is het onderzoek gesloten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officieren van justitie en van hetgeen mr. B.P.J. van Riel, advocaat te Arnhem, namens verdachte naar voren heeft gebracht.

2 Tenlastelegging

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 13 februari 2017 gewijzigd.

De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt, kort en feitelijk weergegeven, neer op het volgende:

1. Primair, medeplegen van afpersing in de periode van 1 juli 2014 tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg /Hilversum/Utrecht/Vianen/Berlicum van [A] ;

Subsidiair, medeplegen van dwang;

2. Primair, medeplegen van afpersing in de periode van 1 juli 2014 tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg /Hilversum/Utrecht/Vianen/Berlicum van [B] ;

Subsidiair, medeplegen van dwang;

3. Medeplegen van het in voorraad hebben en/of te koop aanbieden en/of verkopen van circa 436 emmers valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken (Sigma verf), in de periode van 28 augustus 2014 tot en met 4 november 2014 te Utrecht;

4. Verkopen dan wel aanwezig hebben van 20,5 pillen PMMA op 4 november 2014 te Hilversum.

3 Voorvragen

3.1

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman primair bepleit dat het Openbaar Ministerie (het OM) niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het OM heeft niet als prioriteit om reguliere inbreuken op te sporen en te vervolgen en vervolgt in beginsel enkel op grond van artikel 337 van het Wetboek van Strafrecht wanneer het algemeen belang in het geding is. In de Aanwijzing intellectuele-eigendomsfraude van het college van procureurs-generaal, in werking getreden op 1 februari 2006 (de Aanwijzing) worden enkele niet-cumulatieve gevallen opgesomd waarbij het algemeen belang in het geding is. Nu volgens de raadsman aan geen van de in deze Aanwijzing genoemde gevallen wordt voldaan, heeft het OM het vervolgingsrecht verloren.

De officieren van justitie hebben betoogd dat bij dit soort kwesties terughoudendheid wordt betracht bij de vervolging, maar dat dit niet geldt voor zaken waarbij op grote schaal in strijd met artikel 337 van het Wetboek van Strafrecht gehandeld is. Daarnaast was er een indicatie van betrokkenheid van een criminele organisatie. Dit leidt tot de conclusie dat een niet-ontvankelijkheid van het OM in deze situatie niet aan de orde is.

De rechtbank overweegt als volgt.

Vooropgesteld zij dat de rechtbank rekening dient te houden met de uit het opportuniteitsbeginsel voortvloeiende beleidsvrijheid van het OM in die zin dat het zich daarbij dient te beperken tot een marginale toetsing. De vraag die derhalve voorligt, is of het OM in redelijkheid tot zijn vervolgingsbeslissing heeft kunnen komen.

De rechtbank heeft acht geslagen op de Aanwijzing, die moet worden beschouwd als recht in de zin van artikel 79 van de Wet op de rechterlijke organisatie . Volgens de Aanwijzing is het uitgangspunt van het OM bij de bestrijding van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten dat handhaving door de rechthebbende zelf (de civielrechtelijke weg) voorop staat, tenzij het algemeen belang in het geding is. De Aanwijzing noemt een aantal gevallen waarbij dit laatste het geval is, waaronder de situatie waarin sprake is van grootschalige namaak en piraterij, gepleegd in beroep of bedrijf die de markt verstoren en het bestaan van aanwijzingen van betrokkenheid van criminele organisaties of georganiseerde criminaliteit. Uit het dossier volgt dat het een verdenking betrof van het te koop aanbieden van (in ieder geval) 436 emmers verf met een vals merk. Verdachte heeft zelf verklaard dat het zou gaan om in totaal 10.000 liter verf. Daarnaast volgt uit het dossier dat er onderzoek is gedaan naar het bestaan van een criminele organisatie. In dit licht kan worden vastgesteld dat er aanknopingspunten waren dat vanwege de verdenking van het op grote schaal vervalsen van emmers merkverf het algemeen belang in het geding was. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het OM, gelet op de in de Aanwijzing vermelde criteria voor strafrechtelijke handhaving, in redelijkheid tot zijn vervolgingsbeslissing heeft kunnen komen. Het OM is ontvankelijk in de strafvervolging van verdachte.

3.2

De overige voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie achten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feit 4 stelt de raadsman dat er geen aanwijzingen zijn dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan handel in PMMA pillen, maar dat wel tot een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van de pillen kan worden gekomen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

Vrijspraak feit 1 primair en 2 primair

De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank acht deze feiten niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair en 2 subsidiair

Voorgeschiedenis

[A] en [B] hadden samen een bedrijf, [bedrijf] , onder andere handelend onder de naam [bedrijfsnaam 1] , aan de [adres] in [vestigingsplaats] . Het bedrijf is op 7 maart 2013 opgericht en ieder had 50% van de aandelen.

Zowel [A] als [B] waren verdachten in een onderzoek ter zake van hennepteelt (onderzoek [onderzoeksnaam] ) in hun bedrijfspand in [vestigingsplaats] . Onder [A] werd in september 2013 een hoeveelheid van 53 kilo natte hennep in beslag genomen. Beiden zijn vervolgens veroordeeld door de rechtbank Oost-Brabant. Uit het vonnis van de rechtbank en de verklaringen bij de politie van 13 september 2013 en 16 april 2014 volgt dat [A] belastende verklaringen heeft afgelegd over de betrokkenheid van anderen bij de hennepteelt. [A] heeft verder verklaard dat de waarde van de in beslag genomen hennep ongeveer € 32.000,- was en dat hij dat bedrag nu was verschuldigd. Uit een tapgesprek van 16 juli 2014 blijkt dat [A] meerdere keren klappen heeft gekregen.

Volgens [B] is [A] daardoor zo bang geworden dat hij niet meer alleen in de zaak durft te staan. [B] vertelt dat als hij er die dag niet bij en tussen was geweest dan was hij (de rechtbank begrijpt: [A]) waarschijnlijk aan de zaak kapot geslagen geweest. [B] vertelt dat [A] “met iets over de brug moest komen”, omdat ze (de rechtbank begrijpt: degenen die de klappen hebben gegeven) anders alle motoren en ander spul uit de zaak kwamen halen.

Bewijsmiddelen

Tapgesprekken

13 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte ( [verdachte] ) en medeverdachte [medeverdachte 1]:

[verdachte] : He luister eens, heb jij het nummer van die [C] , dat ene mongooltje die [A] klappen heeft gegeven, heb je daar het nummer van

[medeverdachte 1] : Nee, waarom?

[verdachte] : kan je niet het nummer achter halen? Hij is een beetje vervelend aan het worden nou.

(…)

[verdachte] : Wat denk jij zelf? Er mee bemoeien of er niet me bemoeien? Of denk je die [A] heeft.

[medeverdachte 1] : Die [A] heeft geauwehoert. Maar tegen over die andere vind ik het kut.

(…)

[medeverdachte 1] : Ja en daarom moet hij nou gewoon ophouden nou klaar. En daar staat die ouwe ook achter hoor als je dat doet hoor (..)

13 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte en [B] :

[verdachte] : (…) Zouden ze vandaag komen, of niet?

[B] : ja ja in principe

[verdachte] : oké uh ik heb er een beetje over nagedacht he

(…)

ik hoop dat ze vandaag niet komen maar het lijkt me verstandig als ik er dan ook ff bij ben. Dan is dat dat het is afgehandeld. Snap je?

(…)

Dan kan ik vanaf nu zeggen ik neem het over. Trap ik die [A] eruit bij die man en die man neemt de zaak over. Op zijn eigen. Zijn eigen naam.

[B] : ja

[verdachte] : zo gaan we het gewoon doen.

[B] : ja duidelijk

[verdachte] : dus ja jij trekt je (onverstaanbaar) die zaak op je eigen naam, hij gaat afstand tekenen dat hij een schuld bij jou hebt.

[B] : ja

[verdachte] : ja snap je

[B] : ja ja ja

(…)

Dus jij hebt het liefste stel dat ze weet ik wat dat ze vandaag of morgen wel zouden komen dat ik je heel even een belletje geef en de telefoon overdraag zeg maar.

[verdachte] : juist dat heb ik liever.

[B] : ja is goed

[verdachte] : ja dan zal ik ff duidelijk maken wie ik ben, snap je

[B] : ja

[verdachte] : begrijp je

[B] : ja

[verdachte] : ja zo en zo en zo, ik ben die en die en die, ja

[B] : ja

[verdachte] : ik ben de Nomad ja van die en die en die. zal ik ze ff goed duidelijk maken. Luister es jullie komen nou wat doen. ja, doe maar ja.

[B] : ja

[verdachte] : Je benadert die oude man hier mee, zeg maar hij hebt garant gestaan, maar dan is het klaar, want ik ga mij er nou mee bemoeien.

[B] : ja oke

[verdachte] : ja dan is het ook over en dan heb ik ook het recht om te zeggen nou ga ik me ermee bemoeien. Snap je wat ik bedoel?

[B] : ja duidelijk

[verdachte] : dan weet hij wie ik ben. Wie erachter zit. Ja dan is het helemaal klaar. Ik kan het nu al doen, maar dat wil je niet. Je wilt het afhandelen.

[B] : ja

[verdachte] : je hebt het dan afgehandeld. Ja dan en dan moet ik het met [B] afhandelen of euh met [A] afhandelen.

[B] : ja beter

(…)

[verdachte] : Dan ga ik wel op [A] zitten. Dan bonjour ik hem er uit. Hoef je niks, hoef je niks an te doen. Doe ik allemaal zelf. Zeg ik kom pik afspraakje maken. ff naar de notaris zet het terug. Ja? Op naam he. Wat van hem is is van hem, he [B] ?

(…)

[verdachte] : (…) En dan gaat ie netjes, dan gaat kankerzooi met me mee. blijft, als er geld open blijft staan ja, ja dan moet hij dat gewoon betalen. Maar eerst de zaak uit.

[B] : ja eerst, ja duidelijk.

[verdachte] : Ja als hij zegt ja luister es de zaak die euh die kost me om euh, dat je hem uit moet kopen of wat of wat dan ook, dan mag je zelf een bedrag in zijn hoofd zetten en dat trek je van die 35 duizend euro af.

[B] : ja oke

[verdachte] : en dan blijft nog altijd, dan blijft dat bedrag wat dan open blijft staan, want dan kan ik hem daarmee prikken elke keer.

(…)

[verdachte] : ja goed en zo gaat het gewoon gebeuren en je laat je niet meer in de maling nemen en vooral niet meer garant staan, ja?

(…)

[verdachte] : Ja ik sla hem helemaal de kanker die [C] .

[B] : ja

[verdachte] : begrijp je en euh dan is het gelijk over. Kijk en dat scheelt, dat had jou 35 duizend euro gekost, dat scheelt.

[B] : ja ja maar aan de andere kant heb ik ook weer het idee op een gegeven moment want misschien dat ze hier over een maand of 3, 4 dat hier in ene weer met iets staan.

[verdachte] : nee hoor, nee hoor, weet je waarom? Nee omdat dan had ik die [A] eruit gebonjourd en dan had ik met jou in de zaak gezeten.

(…)

[verdachte] : goed zo we gaan het afwikkelen en we gaan het gewoon zo doen en hij gaat er gewoon uit. Wat er gebeurt gebeurt er hij gaat er uit. Anders betaalt hij gewoon gelijk 35 duizend euro.

[B] : ja

[verdachte] : Ja maar daarom wil ik dat je gelijk die telefoon geeft en moet je zeggen hij hebt de zaak gedaan niet ik. Ik heb niets meer gedaan. Hij is superboos op mij dat jij je motor weggeeft. Ja daar ben ik superboos over moet je zeggen. Moet je zeggen dat het niet normaal is dat jij nou een schuld hebt 35 duizend euro en op hem. Je gaat gewoon betalen of je gaat de zaak overdragen. (…)

[B] : ja

[verdachte] : (…) Maar ik geef hem wel het zetje, dat mag je van mij aannemen.

[B] : ja nee dat is duidelijk

[verdachte] : oke, ik geef hem een zware zetje. Heel simpel klaar. (…)

13 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte en [B]:

[verdachte] : He [B] , he luister, ik ben morgen om half tien bij jou op de zaak.

(…)

[verdachte] : oke, want ik had liever eigenlijk dat je wegging daar dat ze de deur dicht gaan doen want ik ben er morgen zeker bij om half tien en ik blijf een dagje met je meelopen en dan moet het daar klaar zijn met die mensen…

[B] : ja

[verdachte] : ga ik daar normaal met hem zitten (…) begrijp je … dan zeg ik he luister eens als het aan mij had gelegen dan had je de motor niet meegekregen… (…)

(…)

[verdachte] : dan ga ik hem drukken dus eh… ga ik tegen hem zeggen… luister eens ik heb [A] ingekocht bij [B] … ga ik zo zitten praten he…

[B] : ja

[verdachte] : zo praat ik dan… ik zeg (…) hier hebben, is dat wel het geval dan hebben wij een zwaar probleem… tegen die jongen tegen die [C] …ja…dan ben je daar helemaal vanaf dan hoeft die ook nooit meer te komen… als ik dit niet doe, kan het zijn dat hij nog een keer terug komt snap je…

[B] : ja, duidelijk

[verdachte] : ja… dus er gebeurd helemaal niks… ik ben gewoon daar en er zijn ook twee jongens bij… ja… van mijn club… dat zijn allemaal securerity… (…) dan ga ik er met jou zitten en dan neem ik het gesprek helemaal over.. maak je maar niet meer druk en dan is het klaar en bonjour ik hem zo de weg uit… net dat die [A] terug komt… dan ga ik hem aanslaan voor wat jij garant voor hem gestaan heb…ja… voor die motor.. ja… en dan zeg jij van luister eens ik vond het zo erg [verdachte] jij hebt gewoon… jij heb gewoon mij dat geld geven en dan handel ik het met [A] af. Dan is het klaar … ja..

[B] : ja, oke…

(…)

[verdachte] : goed zo dat, dat ga ik nou doen… snap je… je wordt niet meer, helemaal niks… als het aan mij ligt pik… hou jij gewoon morgen je motor, sla ik hem helemaal de kanker dan komt ie nooit meer terug,… maar dat wil je niet, nou oke… klaar, snap je..

[B] : ja, dat wat ik je vanmiddag al zei, gewoon hier, hier rondom de zaak gewoon rust… ik kan dat niet hebben joh…

[verdachte] : oke, ik zorg dat jij rust over de zaak heb en beloof je, ik beloof het jou… [A] heb ik niks mee te maken, die vieze kankergore, kanker nagemaakte,… vind ik echt een vies mannetje,..dat hij jou dit aandoet, dat ie me niet een rooitje betaald heb, daar zit ik mee, dat een rooitje heb aanbetaald in die zes weken, hij wist dat jij die motor kwijt zou raken..ja….(…)

1 3 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte en [D] :

(…)

[verdachte] : en dan moet hij (de rechtbank begrijpt: [A]) snel wieberen… heel snel moet hij wieberen. Snap je ? Want hij heb al die problemen veroorzaakt.(…)[verdachte] : Juist… en dan krijg hij en dan krijgt hij ook nog die rekening van 20, die hij elke maand moet gaan betalen. Gaat hij wel zegge, ja ik heb nou geen werk meer, want uh.. snap je.. nou da’s jouw probleem [A] . (…) Ik heb die man financieel geholpen en ik wil m’n geld ook hebben… klaar.. wanneer ga jij betalen…(...)

[verdachte] : hij gaat helemaal niet blij worden.

Proces-verbaal van verhoor getuige [E] bij de rechter-commissaris d.d. 10 november 2016

De precieze datum weet ik niet meer, maar ik ben een keer bij [bedrijfsnaam 1] geweest.

Ik ben er samen met [verdachte] naartoe gegaan en nog een jongen. Die jongen heette [F] (de rechtbank begrijpt: [F] ).

Ik ben lid geweest van No Surrender.

De getuige legt de belofte af.

U vraagt mij nogmaals wat het doel was van bezoek aan de motorzaak [bedrijfsnaam 1] . In het begin wisten we niet waarvoor wij daarheen gingen. We werden alleen meegevraagd door [verdachte] . U vraagt mij waarom ik net heb gelogen. Misschien om [verdachte] te beschermen, maar ja.

U vraagt mij waarom ik mee moest. Binnen de club, in het begin, als iemand je mee vraagt die hoger is dan jij, dan ga je gewoon mee.

U vraagt mij wat voor kleding ik aan had. In het begin kwamen we zonder full colours. Later hebben we ze aangetrokken.

[verdachte] had het erover dat de eigenaar werd lastig gevallen, dat wij moesten gaan zitten ter bescherming en die kleding moesten aantrekken. Dat zou helpen om de mensen af te schrikken.

Ik weet dat we eerst naar [bedrijfsnaam 1] zijn geweest, het was in de ochtend dat we daar heen gingen. We zijn er gebleven tot een uur of drie of vier in de middag denk ik.

14 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte en [G]:

[verdachte] heeft een paar bromfietsen van vrienden bij [G] neergezet. Morgen worden die bromfietsen opgehaald. [G] vindt het prima.

15 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte en [F] (de rechtbank begrijpt: [F] ):

[F] : oke, maar luister… dat ding, die (…), die is van die [A] , die is niet van hem zelf he

(…)

[verdachte] : hoe weet je dat

[F] : ik heb op internet opgezocht. Dus weet als hij terug komt, die wil het misschien terug hebben, weet je… die moet gelijk weg, snap je… lijkt mij.

[verdachte] : nee, hij moet betalen, hij moet een rekening betalen bij die andere toch.

[F] : ja klopt toch, maar als hij weg is, dan kan hij ook niks moeilijk doen, snap je

[verdachte] : Ja maar [A] moest betalen

15 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2]:

[medeverdachte 2] vraagt aan [verdachte] of ze nog bij die man zijn geweest om die bromfiets op te halen. [verdachte] zegt dat ze geweest zijn, maar dat het heel anders liep. Wel gunstig voor [verdachte] . Dat zal hij [medeverdachte 2] in persoon nog vertellen.

16 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte en [A] :

[verdachte] : (…) hoe is het.

[A] : ja niet goed he.

[verdachte] : Niet goed he, dat klopt. Luister kunnen wij met z’n tweetjes ff gaan zitten bij van der Valk of zo of bij Mac Donalds ff om het een en ander uit de wereld te helpen.

(…)

[verdachte] : (…) kom jij alleen eerst, ik wil je eerst ff zelf spreken, weet je wel en dan komen wij er wel uit. En ga nou niet in je koppie dingen bedenken en voelen die er niet zijn, ja. De rust op dit moment is gewoon, de rust is er, hoor je dat.

[A] : Ja.

[verdachte] : De rust is er, dat geef ik je nu heel duidelijk door, de rust heb ik doorgegeven, dat de rust er wel is.

[A] : Ja, oke, ja.

[verdachte] : Maar een maandag wil ik je spreken, ik kom alleen, ik heb niemand eh, je weet zelf wel, niemand dinge. Bij van der Valk of zo (…)

[A] : Dat is goed.

[verdachte] : Ik heb de rust in de tent gegooid op dit moment. (…)

Ik ben nou hier, de rust, de Lul is rustig, die anderen zijn rustig begrijp je die heb ik achter mij nou. Alles is rustig, maar er moeten een paar dingen geregeld worden.

16 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte en [B] :

[verdachte] belt naar [B] (…). Hij vraagt aan [B] alle gegevens, zodat hij een schuldbekentenis op kantoor kan laten maken. Dan kan hij die gelijk maandag aan hem overleggen. [B] vraagt of het om dat bedrag van 40.000,00 gaat. [verdachte] zegt ja…(…)

16 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte en [B]:

[B] belt naar [verdachte] en vertelt over een kenteken wat overgeschreven is. Dat het helemaal goed is. [verdachte] vertelt dat de jongens zo die andere gaan overschrijven en of hij daar last mee krijgt? [B] zegt nee. Die jongens die de motoren hebben overgenomen die hebben alle papieren. [verdachte] zegt ik wil er van af. Ik wil geen gezeik. [B] zegt ik zou blij zijn als ik de vrijwaring bewijzen kreeg. [verdachte] zegt dat hij dat gaat regelen.

Uitdraai RDW

Waaruit volgt dat de Zelfbouw, type Bobber van [A] tot 18 augustus 2014 op naam van de zaak van [A] en [B] stond en vanaf 18 augustus 2014 op naam van [F] (de rechtbank begrijpt: [F] ).

Uitdraai RDW

Waaruit volgt dat de Kawasaki, type VN800 Classic tot 18 augustus 2014 op naam stond van [A] en vanaf 18 augustus 2014 op naam van [F] (de rechtbank begrijpt: [F] ).

18 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte en [B]:

[verdachte] : Ik ben bij de boekhouder voor een schuldbekentenis voor jou weet je wel. Ik doe de verkoop van die motor dan, maar wat is het er voor 1? Kan je mij de gegevens door appe?

[B] : Die High Nekker?

[verdachte] : Juist, die wil ik dan aanslaan dat hij die wel in zijn mik heeft.

18 augustus 2014, tapgesprek tussen verdachte en [B] :

[verdachte] : Kijk het gaat er om dat je er zelf ook bij bent. Ik heb om 11 uur in Vianen afgesproken dat je zelf ook bij bent. Dat je duidelijk kan maken, “he luister eens, hij heeft het van mij overgenomen zo en zo. Hij geeft mij het geld en jij geeft hem het pand en ik wil met jou niets te maken hebben meer” Dan sta je met mij natuurlijk wel sterk. Snap je?

[B] : Ja.

[verdachte] : En dan ben je er ook van af en dan kunnen we het gelijk rond maken met hem en dan kan je gelijk een afspraak maken en dan kan hij gelijk zijn aandeel aan jou toe sluiten. En dan is het gewoon einde verhaal voor hem. Dan kan die wieberen en heb je dat gezeik niet meer.

[B] : Ja.

[verdachte] : Dan is het ook gelijk einde verhaal van die pet (fon) verhaal weet je wel, dan is dan ook gelijk weg (…). Ik heb hier een bekentenis voor me die moet hij tekenen dan kan hij mij iedere keer betalen en dan schuif ik het zo door naar jou.

(…)

Jij doet de dingen, ik kom bij jou in de zaak. (…)

Ik hou die pet ook weg wezen. Die ander hadden ook andere plannen met jou maar dat gaat ook niet door want dan moeten ze over mij.

Uit een afschrift van de ABN AMRO Bank van rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van [bedrijfsnaam 2] , de onderneming van verdachte, blijkt dat [A] in de periode van 1 september 2014 tot en met (in ieder geval) 1 februari 2015 een bedrag van in totaal € 9.500,- heeft overgemaakt.

Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 17 september 2014 waaruit volgt dat op 27 augustus 2014 [A] is uitgetreden uit [bedrijf] en dat vanaf 28 augustus 2014 [B] enig aandeelhouder is.

8 september 2014, tapgesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 2] en [B] :

[B] : (…) maar wij hebben toch wel heel concreet gehoord vanuit relatie Oss dat [A] wel degelijk elke dag werk hebt hoor.

[medeverdachte 2] : Ja maar dat heb ik met [verdachte] al doorgenomen hoor, (…) en dan ging donderdag hij even naar Oss toe. Effen een bezoekje bij hem brengen.

[B] : ja nee duidelijk want hij moet het wel voelen hoor. Want hij loopt echt weer een beetje de pipo uit te hangen snap je.

[medeverdachte 2] : Ja nee maar die is zo weer pipo af. lacht

[B] : Ja die moet heel snel weer pipo af zijn inderdaad want hij eh (..)

(…)

[B] : (…) ja duidelijk en helemaal als we een beetje zo samen spannen dan heeft hij helemaal geen kant meer op te gaan

[medeverdachte 2] : dan eh zit ie helemaal in een hoek.

[B] : dat bedoel ik en daar heb ik hem voorlopig het allerliefste en dat hij zo snel mogelijk een beetje begint af te tikken.

[medeverdachte 2] : dat gaat [verdachte] eh [verdachte] donderdag allemaal regelen want dan ging hij naar Oss toe. (…)

[medeverdachte 2] : Ik denk ook naar zijn nieuwe werkgever meteen. (…)

[medeverdachte 2] : Ja nee maar hij denkt de druk is er af, he (…)

[medeverdachte 2] : hij denkt ik heb een regeling getroffen en nou ben ik veilig. Maar zo werkt het niet.

Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 17 september 2014

waaruit volgt dat op 12 september 2014 [bedrijf] ( [bedrijfsnaam 1] ) is opgehouden te bestaan en dat per 12 september 2014 [B] en verdachte tezamen bestuurders zijn van [bedrijfsnaam 3] (voorheen [bedrijf] ( [bedrijfsnaam 1] )).

12 september 2014, tapgesprek tussen verdachte en [B] :

[verdachte] : Ja anders moet je gewoon tegen [A] zeggen ik heb ruzie met die Marokkaan. Zo moet je praten altijd he, je weet he.

[B] : ja

[verdachte] : Ik heb er ruzie met die Marokkaan over. Vriend jij gaat het er afhalen want eh wil je het weer zo eh ver laten komen?

22 oktober 2014, tapgesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] :

[verdachte] : he als die jou belt die [B]

[verdachte] : okee dan weet je dat. Ga maar helemaal los op hem. Ja. (…)

[medeverdachte 2] : ja natuurlijk

[verdachte] : zeg maar ben je gek geworden jij of zo. Ben je gek geworden. Gewoon los op hem.

(…)

[verdachte] : Ik wil hem een paar dagen ziek hebben, je hoeft mij niet te bellen, bel [medeverdachte 2] maar. Ik ben woedend op jou ja zeg ik tegen hem. (…)

Dus eh lekker laten bibberen, kankerlijer, vieze leugenaar, Ik ben eerlijk met hem en jij ook. En hij loopt geld weg te trekken uit de B.V. Is ie gek geworden of zo. (…)

[verdachte] : dus als hij belt moet je gewoon vol gas der op. Moet je zeggen ja dat had ik niet van jou verwacht [B] . (...)

22 oktober 2014, tapgesprek tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] :

[medeverdachte 2] : [medeverdachte 2] wil je alsjeblieft naar me toe. Ik zeg ik kom morgen wel effen. Is ie erg boos op me? Ik zeg nou… ik zeg ja. Lacht

[verdachte] : ja nee goed. Tuurlijk. Tuurlijk.

(…)

[verdachte] : wat zei je, zei je niet hij heb jou van de ander geholpen? (…)

[medeverdachte 2] : Heb ik gezegd. Ik zeg ik weet het niet hoor maar je had je hele toko, je spullen en thuis had je alles kwijt geweest.

[verdachte] : ja

[medeverdachte 2] : en dan pakt ie geen 1 motor hoor die gaan voor het bedrijf, dan pakken ze je auto en dan komen ze thuis je spullen ophalen.

[verdachte] : ja

(…)

[medeverdachte 2] : ja nee maar ik begrijp het spel. Natuurlijk ik begrijp precies hoe het werkt.

(…)

[verdachte] : je moet ook geduld hebben.

[medeverdachte 2] : ja hij staat nu in de min. Hij staat nu goed in de min.

[verdachte] : Hij staat zwaar in de min. (…)

[medeverdachte 2] : ja en mag hij gaan verdienen.

Proces-verbaal van verhoor [A] d.d. 26 januari 2015

Het gaat beter. Ik heb rust gekregen nu ik van mijn zaak af ben.

Ik had zoveel stress, de gasten die daar in de zaak kwamen. Ik wilde dat niet meer.

Ben je onder druk gezet met de overname van jouw zaak? Misschien wel een beetje, (...) ik was zo blij dat ik van die zaak af was dat ik het goed vond. Ik zat er zo in, ik wil een nieuw leven beginnen en daar gaat het om. Ik heb rust nu.

Wat voor offer heb je moeten brengen om van de zaak af te komen?

Veel, maar ik ben blij dat ik er vanaf ben.

Wij denken dat je afgeperst bent?

Ja, okay. Het kan mij niet interesseren of het eerlijk is gegaan of niet. (...) Ik heb getekend om er vanaf te zijn. Het kon mij niet meer schelen hoeveel geld ik verloren heb

Wij weten dat jouw motor nog in de zaak stond toen jouw zaak werd overgenomen. We weten dat je motor ongeveer getaxeerd stond voor 30.000 euro en dat je motor is verkocht voor 15.000,- en je hebt er geen cent voor gehad?

Ja, het kan wel inderdaad. Ik ben zo blij dat ik van de zaak af ben dus dat neem ik maar voor lief. Ik had namelijk een schuld werd mij verteld.

Ik wil geen aangifte doen van afpersing. Ik ga nu met plezier naar mijn werk en dat wou ik ook zo houden.

Heb jij nog een schuldbekentenis ondertekend?

Nee, ik heb alleen een briefje ondertekend bij de notaris.

Wij weten dat je een ontmoeting hebt gehad ivm de overnamen en de schuldverklaring weet jij met wie en waar?

Alleen [B] , [verdachte] en nog een bolle man was daar bij. Dat was bij van de Valk in de buurt van Vianen. (..) Ik wil geen last meer van die jongens. Het is nu rustig.

Het is toch niet niks wat jou is overkomen?

Dat klopt inderdaad, het is ook niet niets maar niemand kan wat voor mij betekenen. Een vriend van mij wordt ook afgeperst en niemand kan wat doen voor hem. Als ze straks voor mijn deur staan komen jullie mij dan helpen? Niemand kan wat voor mij doen. Ik wil dit gewoon niet meer. Mijn vrouw mijn kinderen ik wil rust hebben.

Proces-verbaal van verhoor [A] d.d. 23 maart 2015

Wie is [C] ?

Ik ken geen [C] . Ik wil er niet over praten.

Waar ben je bang voor?

Ik ben bang dat het verkeerd loopt. Ik kan een hoop zeggen, maar dat doe ik niet. (…)

Uit onderzoek is gebleken dat jij klappen hebt gehad van [C] , wat kun je hierover vertellen?

Ik wil daar niets over verklaren. Ik wil niet alles vertellen omdat ik bang ben. (…)

(…) Ik wil met rust gelaten worden. Jullie hebben straks een zaak opgelost en ik zit er dan mee. Ik krijg dan alleen meer ellende van.

Uit onderzoek is gebleken dat jij een Kawasaki op naam had staat die ten tijde van de toetreding van [verdachte] tot [bedrijfsnaam 1] is overgegaan op [F] ? Heb je er geld voor gekregen?

Nee, ik heb alles achtergelaten. Die Kawasaki en mijn eigen motor een kleine een Bobbertje en gereedschap.

Vertel hoe het is gegaan met de motor van het merk Harley Davidson. Jij had deze motor achtergelaten in de zaak toen [verdachte] het stokje van jou overnam. Hoe is dat gegaan?

Dat is dat Bobbertje omdat ik schulden had en zo hoopte ik vanaf te zijn.

Uit onderzoek is gebleken dat jij meerdere malen grote bedragen over hebt gemaakt op de rekening van [bedrijfsnaam 2] , wat kun je hier over verklaren?

Ja, dat kan maar daar wil ik niet over verklaren.

Waar ben je bang voor?

Dat zij misschien mijn kind of mijn vrouw iets aan willen doen.

Uit onderzoek is gebleken dat je meerdere grote bedragen hebt overgemaakt naar de rekening van [verdachte] , op de rekening van [bedrijfsnaam 2] te [vestigingsplaats] . Wat kun je hiervoor verklaren?

Als jullie dat toch weten dan hoef ik niet te zeggen. (…) Daar wil ik niets over kwijt.

Heb je na februari 2015 nog geld overgemaakt?

Daar wil ik niets over zeggen.

Proces-verbaal van verhoor [B] d.d. 29 januari 2015

Waarom is [A] op een gegeven moment uit de zaak gegaan?

(…) Hij had schulden gemaakt.

Hoe kwamen die schulden er?

Dat weet ik niet. Dat is zijn pakkie an, dan moet hij eh….

Dat waren geen zakelijke schulden?

Nee.

Zaten mensen hem achterna of zo?

Geen flauw idee, dat eh, nogmaals ik heb daar verder niks meer over te verklaren.

Maar hoe komt dan in één keer die [verdachte] om de hoek kijken?

Ja, die heb eh, (…) Die heb op een gegeven moment op de één of andere manier, maar hoe dat verder in elkaar zit dan moet je echt bij [A] zijn. (…) Maar die heb op een gegeven moment dus de schuld over genomen van [A] . En zodoende kwam hij eigenlijk bij ons, of bij mij dan in de zaak zeg maar.

Ging die overdacht van [A] op [verdachte] met jou toestemming?

Nou ja, ik… Nee.

(…)

Daar wil je niet over verklaren?

Nee.

Ik zit er niet ver naast denk ik. Wel dan?

(diepe zucht)

Hoeveel procent van de aandelen bezit je nu?

45.

En die andere 55 procent?

45 bij [verdachte] en 10 procent bij ene [medeverdachte 2] .

Maar je hebt dus het meerderheidsbelang in de zaak verloren?

Ja.

Dan is de vraag: hoe kijk je terug op het uittreden van [A] ?

Ja, gewoon één waardeloze bende. Gewoon waardeloos, echt waardeloos, dit de hele situatie had gewoon never nooit zo moeten zijn. We hadden gewoon lekker daar een mooie zaak moeten opbouwen. We hadden er al anderhalf jaar voor geknokt. (…) Dus ik vind het gewoon ja… waardeloos.

Ben je dusdanig onder de indruk van het geheel dat je het allemaal laat passeren?

(diepe zucht)

Dat je eigenlijk niet anders kon.

Ja, ik moet, alles bij elkaar kon ik natuurlijk ook zo niet anders. Want ik bedoel, [A] , [A] die had het gewoon zo eh, ja.

Wat vind je er van dat je hier als verdachte zit?

Als verdachte vind ik dat waardeloos.

Hoe zie je jezelf dan? Als slachtoffer?

Nou ja….Ja.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 maart 2015

Op donderdag 29 januari 2015 hebben wij verdachte [B] verhoord. Tijdens het verhoor vroegen wij aan [B] hoe het uittreden van [A] is verlopen en hoe [verdachte] als medebestuurder en aandeelhouder in de BV is getreden.

Wij zagen dat [B] bij deze vraag angstig uit zijn ogen keek en bijna moest huilen. Wij zagen dat hij waterige ogen kreeg en dat hij een ingedoken houding aan nam. We hoorden dat [B] zachter ging praten en begon te hakkelen. Wij hoorden dat [B] zei dat het heel vervelend is verlopen en er eigenlijk niet over wilde praten. Ook zagen wij dat hij meerdere malen naar de dictafoon wees.

We zagen meerdere malen tijdens het verhoor als de naam [verdachte] werd genoemd dat hij direct angstig werd en waterige ogen kreeg en zachter begon te praten en daarbij zei dat hij dat niet wilde vertellen. Ook zagen en hoorden wij hem meerdere malen diep zuchten.

Wij verbalisanten vroegen hem of hij bang was om de waarheid te vertellen omtrent [verdachte] . [B] gaf hier geen antwoord op en knikte met zijn hoofd naar de dictafoon.

Proces-verbaal van verhoor [B] d.d. 24 maart 2015

Forse creditcardbetalingen (ruim € 11.500,-) in december en januari waardoor er een debetstand (schuld) ontstaat van ca. € 10.000,-. Wat kun je hierover verklaren?

Ja, dat is van de creditcard van [verdachte] . Dat is de gezamenlijke creditcard van de zaak en de bedragen zijn door [verdachte] opgenomen. We hadden allebei een creditcard. Ik heb alleen 1 keer een coating besteld uit Amerika, dat was ongeveer voor een bedrag van 1400 euro. De rest van de bedragen ongeveer € 8.600,- zijn door [verdachte] opgenomen voor zijn privé doeleinden. Door de opnames van deze bedragen is het binnen ons bedrijf ook geëxplodeerd. We hebben afgesproken dat ik de opgebouwde schulden ga aflossen en dat hij het bedrijf dan uit ging.

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 maart 2015

Is het juist dat je betrokken bent bij een motorclub?

Dat is juist ja.

Wat kan je daarover vertellen?

Niet veel. (…)

Wat is No Surrender voor jou?

Dat is een motorclub, wat net als elke club zijn treffers en ritjes heeft. (…)

Ik zat in de security functie.

Proces-verbaal van verhoor van [A] bij de rechter-commissaris d.d. 20 oktober 2016

(…) Ik ken [verdachte] .

U vraagt mij hoe de overdracht van aandelen in zijn werk is gegaan. Ik zat ermee, ik wilde stoppen, ik zat in de situatie van het wiet gebeuren en alles er omheen. Ik heb besloten ermee te kappen. Ik wilde met rust gelaten worden. Ik heb niets gekregen voor de aandelen. Ik was zo blij dat ik er vanaf was.

U vraagt mij waarom ik alles heb achtergelaten. Ik wilde ervan af zijn. Vluchten. Ik wilde rust.

(…)

De getuige legt de eed af.

U zegt mij dat er een motor in de zaak stond, getaxeerd op 30.000 euro. Ja. (…)

U vraagt mij of de motor op mij naam stond of op de zaak. (…) U zegt mij dat de motor voor 15.000 euro is verkocht. Ja, ik heb hem daar achtergelaten. Ik heb er niets voor gehad, zo blij was ik dat ik daar weg kon. Ik ging er iedere dag met buikpijn naar toe.

Proces-verbaal van verhoor van [B] bij de rechter-commissaris d.d. 9 januari 2017

(…) In eerste instantie kende ik [verdachte] niet, maar [A] bleek schulden te hebben bij [verdachte] , althans zo heb ik het begrepen.

U vraagt mij waarom [A] zijn aandelen dan heeft overgedragen. Omdat hij een schuld bleek te hebben bij [verdachte] .

U vraagt mij hoe de overdracht in zijn werk is gegaan. [A] zei me dat hij zijn aandelen moest verkopen. Hij zei me dat zijn aandelenpakket werd gevorderd door [verdachte] , omdat hij daar nog schulden had staan.

Vanuit [verdachte] kwam eigenlijk geen werk en zo’n driekwart jaar later zijn we in overeenstemming uit elkaar gegaan. (…) Ik heb de schulden van de zaak op me genomen, zodat ik mezelf vrij kon kopen.

U vraagt mij of ik de indruk had dat [A] graag zijn aandelen afstond of dat het tegen wil en dank was. Zoiets doe je niet graag natuurlijk. Zeker omdat hij daarvoor had gezegd dat hij door de verkoop van zijn huis schuldenvrij was, kwam het als donderslag bij heldere hemel voor mij dat hij nu weer opnieuw schulden had. Ik was er ook best kwaad om, we hadden een mooie zaak samen.

U vraagt mij of ik de indruk had dat hij met mij door had willen gaan. Ja, die indruk had ik wel, onder normale omstandigheden. (…)

U vraagt mij of ik wist dat [A] een motor van 40.000,- euro had. Ik wist wel dat hij een dure motor had ja.

U vraagt mij of ik een Harley heb verkocht aan [A] voor 40.000,- euro. Nee. U vraagt mij of [verdachte] een bemiddelaar was bij de verkoop van de motor. Nee. U zegt mij dat [verdachte] heeft verklaard dat de maandelijkse aflossing naar [B] moest (…) Er werd helemaal niet maandelijks een bedrag op mijn rekening gestort, ik heb niets gekregen. Ik weet niet waarom [verdachte] dat heeft verklaard.

U zegt mij dat [verdachte] heeft verklaard dat hij tegen mij heeft gezegd dat ik het bedrijf terug mocht krijgen en dat ik [verdachte] heb uitgekocht voor 25.000,- euro. Dat waren de schulden die het bedrijf op dat moment toen open had staan. U vraagt mij of ik [verdachte] een motor heb gegeven. Ja, dat was een motor die ongeveer 12.000,- euro waard was. U zegt mij dat [verdachte] heeft verklaard dat hij 12.000,- euro van mij heeft gekregen, die op zijn zakelijke rekening zijn gestort. Dat waren de schulden van de zaak. Ik heb helemaal geen 12.000,- euro op de zakelijke rekening van [verdachte] gestort. (…) Ik heb hem die motor en 12.000,- euro contant gegeven. Daarnaast heb ik dus de schulden op me genomen. U vraagt mij hoe hoog die schulden waren. Ik zou dat moeten nakijken, ik schat iets van 10.000,- tot 14.000,- euro. (…)

U zegt mij dat u mij in het begin ook gevraagd heeft hoeveel ik betaald heb voor het terug leveren van de aandelen en dat ik toen alleen heb gezegd dat ik de schulden op me had genomen. U vraagt mij waarom ik niet heb verklaard dat ik daarnaast nog 12.000,- euro en een motor heb betaald. Omdat ik dacht dat we dat onder ons zouden houden.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

Conclusie

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [A] en [B] onder dwang van verdachte diverse goederen en geldbedragen hebben afgegeven en dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank stelt vast dat de handelingen van verdachte van zodanige aard zijn geweest dat zij in de gegeven omstandigheden hebben geleid tot een zodanige bedreigende situatie en psychische druk dat [A] en [B] hieraan geen weerstand konden bieden.

De rechtbank neemt daarbij allereerst de context waarbinnen een en ander zich heeft afgespeeld in aanmerking. [A] had een schuld vanwege de opgerolde hennepkwekerij. Daarnaast heeft hij belastende verklaringen afgelegd in dat strafrechtelijke onderzoek. Ook volgt uit de vele taps in het dossier dat [B] “garant” heeft gestaan voor [A] en er klappen zijn gevallen in de zaak van [B] en [A] . Duidelijk is dat [A] en [B] zich in een benarde situatie bevonden waarbij verdachte zich blijkens de taps in eerste instantie als redder in nood en beschermer opwerpt. Hij zal degene(n) die [A] bedreig(d)en duidelijk maken ‘wie hij is’, de ‘Nomad’, van die en die, (lees: de motorclub No Surrender). Met hem valt niet te sollen en dat maakt hij ook duidelijk in de tapgesprekken. Hij zet dit kracht bij door een keer met een paar jongens van zijn club in full colours te verschijnen en in de zaak van [A] en [B] te posten. Doordat verdachte op intimiderende en dreigende wijze zijn reputatie en zijn positie binnen de motorclub heeft benadrukt waren [A] en [B] zich terdege van de werkwijze en positie van verdachte bewust en ook dat hij het toepassen van geweld niet zou schuwen.

Dat er motoren, aandelen en geldbedragen door zowel [A] als [B] zijn afgegeven, blijkt uit de hiervoor uitgewerkte bewijsmiddelen. De rechtbank is er op grond van het dossier van overtuigd dat deze afgifte niet op vrijwillige basis heeft plaatsgevonden. Uit de grote hoeveelheid tapgesprekken blijkt in veelal bedekte termen dat zowel [A] als [B] daartoe door verdachte zijn gedwongen. De strekking van de tapgesprekken is helder: [A] en [B] hebben geen keuze en moeten doen wat verdachte hen opdraagt. Verdachte geeft aan hoe het gaat gebeuren en niet anders. Ondersteuning daarvoor ziet de rechtbank in de verklaringen van [B] en [A] zelf, zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris. Zij verklaren meerdere malen over onder meer ‘dat zij er af wilden zijn’, ‘rust wilden hebben’, ‘als ze straks voor mijn deur staan, komen jullie mij dan helpen? Ik wil dit gewoon niet meer. Mijn vrouw mijn kinderen ik wil rust hebben.’, ‘vluchten’, ‘zichzelf vrij willen kopen’. Uitlatingen die niet passen bij het in goed overleg met elkaar afspraken maken. Ook de processen-verbaal van verhoor van [A] en [B] en het sfeer proces-verbaal van [B] schetsen een gemoedstoestand van [B] en [A] die daarmee niet is te rijmen en waaruit naar voren komt dat sprake is van intimidatie en een psychische druk.

Dat, zoals door de verdediging is aangevoerd, [B] en [A] geen aangifte hebben gedaan, en dat zij zelfs “onder grote druk” van de rechter-commissaris en de officieren van justitie tijdens het getuigenverhoor niet belastend over verdachte hebben verklaard, acht de rechtbank - gelet op de context waarbinnen een en ander zich heeft afgespeeld - niet meer dan logisch. [A] en [B] zijn, zo blijkt uit het dossier, zich bewust van wat de consequenties kunnen zijn van belastend verklaren. Dat in de op zitting beluisterde tapgesprekken verdachte op een luchtige, niet dreigende wijze lijkt te spreken, hecht de rechtbank - nog los van de vraag of zij die conclusie deelt – weinig waarde. Immers, uit het dossier blijkt dat verdachte zich bewust is van het risico dat hij kan worden getapt door de politie. Daar lijkt ook in dit geval sprake van te zijn. Als het er echt om gaat, moet er een “bakkie worden gedronken” of wordt het nog wel een keer “in persoon verteld”.

4.3.2.

Ten aanzien van feit 3

Bewijsmiddelen

Proces-verbaal van aangifte

Ik ben werkzaam bij PPG Coatings Nederland BV, hieronder valt het merk Sigma Coatings.

[bedrijfsnaam 4] , gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats] heeft zich medio 2014 bij ons ingeschreven met de bedoeling om verf van ons af te nemen. [bedrijfsnaam 4] heeft vervolgens nooit verf bij ons afgenomen.

Vorige week is ons bedrijf door de politie Midden-Nederland benaderd met de mededeling dat een bedrijf Sigma Coatings verf verkoopt en gebruik maakt van stickers met hetzelfde naam en logo als dat van ons bedrijf genaamd Sigma Coatings. Daarbij werd mij verteld dat er een aantal pallets emmers met daarin verf is aangetroffen met ons logo Sigma Coatings.

U toont mij stickers met daarop “Sigma coatings, Sigma tex Semi-Gloss Hoogwaardige schrobvaste latex muurverf. Peinture latex lessivable haut de gamme. Colour Base L, contents 10L” die aangetroffen is waar de verf emmers stonden.

Ik kan u zeggen dat de getoonde stickers vals zijn en nagemaakt. Zo zie ik dat de kleuren van deze stickers niet overeenkomen met de labels die wij gebruiken. Wel zie ik dat het Sigma logo en het merk overeenkomen met de ons originele tekst. Wij maken geen gebruik van stickers op de emmers, maar printen het gelijk op de emmers verf.

Een geschrift, te weten een uitdraai uit het merkenregister

Uit een uitdraai van het merkenregister d.d. 14 februari 2017 waaruit blijkt dat het merk Sigma is in geschreven in dit register en aldus door PPG Coatings Nederland BV gedeponeerd is volgens het Benelux Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom.

Een geschrift, te weten een brief (met bijlagen) van advocaat Brouwer van Bird&Bird behorende bij het proces-verbaal van aangifte

PPG is houdster van een groot aantal Sigma-merken, waaronder het Gemeenschapswoordmerk SIGMA met registratienummer 000048181 en het Gemeenschapsbeeldmerk zoals hieronder afgebeeld met registratienummer 000050815, allen ingeschreven voor onder meer verven en lakken (klasse 2). [Afbeelding van het beeldmerk Sigma Coatings] Als rechthebbende op deze merkrechten is PPG exclusief gerechtigd om deze rechten te gebruiken en om derden, die daartoe geen toestemming van PPG hebben gekregen, dit gebruik te verbieden.

Proces-verbaal van bevindingen

Op 4 november 2014 hebben wij, verbalisanten, bij de doorzoeking in perceel [adres] te [vestigingsplaats] een telling gehouden van de daar aangetroffen pallets met emmers, die gevuld waren met een witte vloeistof. De pallet met emmers zijn genummerd van 1 t/m 13.

Opsomming van de aangetroffen verf:

Pallet 3: 78 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Superlatex, 5 liter mat wit.

Pallet 4: 41 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Semi-Gloss, 10 liter base L.

Pallet 5: 41 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigma Pearl-Clean, 10 liter mat wit.

Pallet 7: 78 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Superlatex, 5 liter mat wit.

Pallet 11: 42 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Superlatex, 5 liter mat wit.

Pallet 12: 78 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Superlatex, 5 liter mat wit.

Pallet 13: 78 emmers, voorzien van stickers met als opschrift: Sigma Coatings, Sigmatex Superlatex, 5 liter mat wit.

Proces-verbaal sporenonderzoek met bijlagen

Op 4 november 2014 werd door mij, verbalisant, als forensisch onderzoeker een forensisch onderzoek naar sporen verricht tijdens een doorzoeking van een bedrijfspand aan de [adres] te [vestigingsplaats] .

In de bedrijfshal stonden diverse pellets met emmers verf (foto 1 t/m 3). Aan de linkerzijde stonden 7 pellets en aan de rechterzijde 6 pallets. Op de pallets stond een kartonnen doos met opschrift ‘126 X’.

In deze doos zaten losse etiketstickers met opdruk ‘Sigma Coatings, Sigmatex, semi-glos, hoogwaardige schrobvaste latex muurverf’ (foto 4 t/m 6).

De eerste twee pallets aan de rechterzijde niet voorzien waren van etiketten.

Op de pallets ernaast stonden nagenoeg identieke verfemmers echter met een etiket van Sigma Coatings (foto 10 & 11). In de kamer links naast de bar stonden diverse verf emmers op een wagentje (foto 13 t/m 15). Hierbij viel op dat de emmers opnieuw nagenoeg identiek leken, maar dat er 2 verschillende etiketten op de emmers zaten; een van het merk Sigma Coatings en een van het merk Ralston (foto 16). Tevens viel direct op dat onder het sigma Coatings etiket een aftekening zat van een onderliggend etiket. Bij loshalen van het sigma etiket bleek ook een ander etiket te zitten (foto 17 & 18).

Proces-verbaal van verhoor aangever

U toont mij enkele foto’s die door de Forensische Opsporing van de politie Midden-Nederland werden gemaakt van onder andere de bij de doorzoeking aangetroffen emmers met verf. Aan de hand van de door u getoonde foto’s kan ik u verklaren dat de door u bij de doorzoeking aangetroffen emmers met verf niet bij ons zijn geproduceerd. Ik kan dat zien omdat er op de door u aangetroffen emmers een aantal afwijkingen zichtbaar zijn ten opzichte van de door ons geproduceerde emmers met verf.

U toont mij een etiketsticker die door u in beslag werd genomen. De door u getoonde sticker is niet afkomstig van ons bedrijf.

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] met bijlage d.d. 15 januari 2015

Ik ben eigenaar van [bedrijfsnaam 5] gevestigd [adres] te [vestigingsplaats] . Enkele dagen voor 28 augustus 2014 zijn er mannen in mijn zaak geweest.

Een van hen had een schilderszaak of zoiets in Utrecht.

Ze wilden witte verf hebben.

Ik ben gaan rondbellen en toen ik een partij verf had bemachtigd bij [bedrijfsnaam 6] in [vestigingsplaats] hebben ze die bij mij opgehaald.

De verf werd betaald door de grote kale man. Hij heeft mij 12.000,- contant betaald en vervolgens heb ik de rekening die u mij heeft getoond opgemaakt.

De partij verf bestond in ieder geval uit een grote hoeveelheid blanco emmers met verf. In totaal 8000 liter verf. Er zat beslist geen verf tussen met het opschrift Sigma. De verf stond op pallets met folie daar omheen.

Bijlage: factuur d.d. 28 augustus 2014 van [bedrijfsnaam 5] voor [bedrijfsnaam 4] , [adres] te [vestigingsplaats] , 8000 liter à 1,50, € 12.000,-.

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] met bijlagen (foto’s) d.d. 2 maart 2015

De man afgebeeld op foto 1 is de man die het geld betaald heeft voor de partij verf.

De mannen op foto 2 en foto 4 waren samen met de man van foto 1 voor de verf.

Foto1, [medeverdachte 3]

Foto 2, [verdachte] .

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2]

Ik ben algemeen directeur van [bedrijfsnaam 6] . Deze BV heeft een winkel/verkooppunt in [vestigingsplaats] . Het is juist dat ik op of omstreeks 28 augustus 2014 een partij verf heb verkocht aan [getuige 1] te [vestigingsplaats] . Deze partij bestond uit:

- witte emmers verf met een inhoud van 10 liter, die afkomstig waren van de verffabriek Global te Beneden-Leeuwen. Op de deksel van deze emmers stond het woord “superdek” geprint;

- witte emmers verf met een blauwe deksel van het merk Ralston.

Het kan juist zijn dat de partij een hoeveelheid had van 8.000 liter.

De emmers die u mij toonde, maakten inderdaad deel uit van die partij verf. Ik moet er wel bij opmerken dat de stickers van het merk Sigma niet op de emmers geplakt waren toen ik deze aan [getuige 1] verkocht.

De partij werd vervoerd op ongeveer 20 pallets.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4]

[medeverdachte 4] verklaart kort gezegd dat hij in opdracht van [medeverdachte 2] en [H] en [I] stickers heeft gemaakt met het Sigma logo. Hij kreeg hiervoor bestanden aangeleverd op een usb stick.

De kartonnen doos met opschrift ‘126 X’ komt bij hem, [medeverdachte 4] , vandaan.

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3]

Omstreeks juni 2014 kwam die [medeverdachte 2] weer bij mij in de zaak en bood mij verf aan van de merken Sigma en Ralston.

Tapgesprek d.d. 10 september 2014

[medeverdachte 3] belt verdachte. [medeverdachte 3] zegt dat ze [J] nog moeten bellen over de verf. Verdachte zegt dat ze gestickerd en gedaan zijn.

Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 2]

Mijn bedrijf [bedrijfsnaam 4] is gevestigd op de [adres] te [vestigingsplaats] .

De verf die bij de doorzoeking [adres] werd aangetroffen, was van mij.

Die verf is eigenlijk door mij gekocht bij [getuige 1] in [vestigingsplaats] .

[H] is met [K] , [medeverdachte 3] en [L] daar geweest om die verf te kopen.

Ik ben twee of drie keer bij Beukenboom geweest samen met [medeverdachte 3] . Wij wilden proberen om die Sigma verf aan hem te verkopen.

De stickers met het opschrift Sigma Coatings zijn op de emmers geplakt. Ik heb stickers laten bijmaken voor de emmers waar nog geen sticker opzat.

[verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ) zou voor mij kopers voor die verf zoeken. Hij probeerde ook wat te verdienen aan mijn verf.

Ik heb op Ralston verf, stickers over het etiket heen laten plakken van Sigma. Dit liet ik doen omdat Ralston niet werd verkocht, omdat het een onbekend merk is. Ik wilde doen voorkomen dat die verf echte Sigma verf was. Het klopt dat ik daar dan met merkvervalsing bezig ben geweest.

OVC gesprekken

28 augustus 2014, 1912, gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 3] , [K] en [H] :

[medeverdachte 3] : Wij moeten gewoon echt die stickertjes nou laten maken vast eigenlijk hee, het zijn witte emmers hebben we gezien, dus waarom zouden we het niet doen, is beter, verkoopt echt lekker hoor, oh, [naam] .

[K] : O die wat je verleden keer heb gedaan die stickers.

[medeverdachte 3] : Ja, tuurlijk, doe je stickers er op (…)

(…)

[K] : Dat is mooi sticker er af en die andere sticker erop.

(…)

[medeverdachte 3] : Ja.

3 september 2014, 2691, gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 3] en verdachte

(terwijl [verdachte] eerst een telefoongesprek voert met ene [G] ):

[verdachte] : Ja hallo, ja ik hoor je beter, luister [G] het is latex verf, dekkend één keer dekkend, is van Sigma, ja, (…) kijk je eens effe of jij mensen interesse hebben die voor de latex voor de verkoop, we hebben tienduizend, (…) ja tienduizend liter hebben wij leggen, op dit moment in, ga je het effe rond delen? (..) drie euro liter een ex. Yes maar het is van sig, het is Sigma he. Sigma he (…) emmertje kost gewoon tussen de honderd zeventig euro en de tweehonderd euro he (…)

[verdachte] : (…) En de prijs. Moeten we wel die stickers erop doen, snap je?

(…)

[verdachte] : zo ken je het niet verkopen, als Sigma erop staat dan ken je het verkopen.

[medeverdachte 3] : ja dan verkoop je het.

[verdachte] : ik ken niet foto maken ook niks, ik durf geen foto’s te maken, om te laten zien, ja.

(…)

[verdachte] : die andere heb ik wel een foto gemaakt heb ik een emmertje een foto van gegeven

[medeverdachte 3] : Gewone dingen joh als er Sigma, als je dat erop hebt is het klaar.

3 september 2014, 2712, gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 3] en verdachte:

[medeverdachte 3] : (..) ik zei gelijk je moet gewoon die stickers gelijk doen, dan laat je pas mensen zien. Stiekem naar binnen gaan, nou hebben ze lege emmers gezien. Hadden ze niet moeten laten zien.

[verdachte] : Nee

[medeverdachte 3] : Hun zouden die stickers doen en ik zou ze gelijk erop plakken,

[verdachte] : Ja

[medeverdachte 3] : Voordat iedereen ze gezien had, dus staat voor, dan denkt iedereen gewoon hee dat is echt. Nou denken ze o dus ze hebben weer lopen kloten.

(…)

[verdachte] : maar nu zijn die stickers er?

(…)

[medeverdachte 3] : nee, hij gaat ze, krijgt ze morgen binnen. Onder op. Allemaal plakken, die Richard en die andere gek. Gaan de hele dag zitten alles plakken, er overheen, gaan ze ook over die grijze heen plakken.

(…)

[verdachte] : dan mag hij wel zijn deur dicht gooien (…)

(…)

[verdachte] : als die Sigma stickers erop gaan. Snap je?

(…)

[verdachte] : kom je weer met die copywrite dingen (lacht)

[medeverdachte 3] : ja nou (lacht)

15 september 2014, 3885, gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 3] en [M] :

[medeverdachte 3] : de verf gaat hard. (…) Ik pak toch 25 euro op een emmer. (…) Dit is toch veel makkelijker dan een baan.

Conclusie

Op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en dat hij dat heeft gedaan samen met medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] . Verdachte was aanwezig bij de inkoop van de verf. Hij heeft vervolgens samen met medeverdachte [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 3] deze verf proberen te verkopen en hij was op de hoogte van en bemoeide zich met het plakken van de stickers op de emmers. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte een dermate significante bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde feit en dat hij dusdanig nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] dat sprake is van medeplegen.

4.3.3.

Ten aanzien van feit 4

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan, voor zover dat ziet op het aanwezig hebben van de pillen. Verdachte heeft deze feiten bekend (uit eigen beweging heeft hij de pillen overhandigd aan de politie waarbij hij aangaf dat het Xtc-pillen betrof) en er is door de verdediging geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen:

- Proces-verbaal d.d. 10 november 2014.

- Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 7 november 2014.

- NFI rapport d.d. 21 november 2014.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat

1.

hij op tijdstippen in de periode van 01 juli 2014 tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg en Hilversum en Utrecht en Vianen en Berlicum, alleen, [A] , telkens door enige feitelijkheid en/of telkens door bedreiging met enige feitelijkheid gericht tegen die [A] wederrechtelijk heeft gedwongen telkens iets te doen, en te dulden,

te weten het

- afpakken van een motorfiets (merk Zelfbouw, type Bobber, althans een op een Harley Davidson gelijkend merk of type), welk goed geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [A] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en

- overdragen, van zijn aandelen in [bedrijf] , althans [bedrijfsnaam 3] , welke aandelen geheel of ten dele toebehoorden aan voornoemde [A] en

- betalen van meerdere geldbedragen van in totaal (tenminste) 9.500,- Euro, en

- aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld ter hoogte van

een bedrag van (ongeveer) 40.000,-,

bestaande (telkens) die feitelijkheid en (telkens) die bedreiging met die feitelijkheid uit (telkens)

- het zich visueel en verbaal presenteren als lid van motorclub No Surrender, en

- het wijzen op een (criminele) schuld die voornoemde [A] zou hebben en problemen die voornoemde [A] met (een) derde(n) zou hebben en

- het bezoeken, welk bezoek was gepland en georganiseerd, van die bedrijfsruimte van [bedrijf] (" [bedrijfsnaam 1] "), waar voornoemde [A] zijn bedrijf hield, in aanwezigheid van twee personen die kleding droegen van motorclub No Surrender en

- het mededelen op dwingende toon dat de oplossing voor de schuld en de problemen van die [A] is dat hij, die [A] , gaat betalen of de zaak moet overdragen en

- het aandringen op een ontmoeting met voornoemde [A] op een openbare locatie en

- het mededelen aan [A] : " Hoe is het (...) Niet goed he, dat klopt. Luister kunnen wij met z'n tweetjes ff gaan zitten bij Van der Valk of zo of bij de Macdonalds om een en ander uit de wereld te helpen. (...) Kom jij alleen eerst. Ik wil je eerst ff zelf spreken, weet je wel en dan komen wij er wel uit. en ga nou niet in je koppie dingen bedenken en voelen die er niet zijn. De rust op dit moment is gewoon, de rust is er, dat geef ik je nu heel duidelijk door, de rust heb ik doorgegeven, dat de rust er wel is.(...) Maar maandag wil ik je spreken. Ik heb de rust in de tent gegooid op dit moment (...) Ik ben nou hier,(...) de lul is rustig, die anderen zijn rustig begrijp je die heb ik achter mij nou. Alles is rustig maar er moeten een paar dingen geregeld worden." althans woorden van dreigende aard of strekking, en aldus een dermate bedreigende en/ intimiderende situatie voor voornoemde [A] te creëren,

waardoor voornoemde [A] (telkens) wederrechtelijk werd gedwongen te doen,

en te dulden zoals hierboven omschreven;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 01 juli 2014 tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg en Hilversum en Utrecht en Vianen en Berlicum, alleen, [B] , telkens door enige feitelijkheid en telkens door bedreiging met enige feitelijkheid gericht tegen voornoemde [B] telkens wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, en te dulden, te weten het

- afgeven van een deel van zijn aandelen in [bedrijf] althans

[bedrijfsnaam 3] , welke aandelen, geheel toebehoorden aan

voornoemde [B] , en

- het overnemen van een schuld, te weten een creditcardschuld van totaal (ongeveer) Euro 8.600,-; en

- het betalen van een geldbedrag van Euro 12.000,-; en

- afgifte van een motorfiets (merk Harley Davidson of daarop gelijkend) ter waarde van ongeveer Euro 12.000,-,

bestaande telkens die feitelijkheid en

telkens die bedreiging met die feitelijkheid uit

- het zich visueel en verbaal presenteren als lid van de motorclub No Surrender, en

- het wijzen op een (criminele) schuld en problemen die [A] , zijn de

de zakenpartner van voornoemde [B] , had met (een) derde(n) en

- het refereren aan de klappen die de zakenpartner, te weten [A] , had

gehad en

- het aandringen op ontmoetingen met voornoemde [B] en [A] en het

mededelen dat hij, verdachte de problemen zou oplossen en

- het bezoeken, welk bezoek was gepland en georganiseerd, van de

bedrijfsruimte waarin [bedrijf] (" [bedrijfsnaam 1] ") (waar die [A] en voornoemde [B] hun bedrijf hielden) was gevestigd in aanwezigheid van twee personen die kleding droegen van motorclub No Surrender en

- het mededelen aan voornoemde [B] : “Dus ja jij trekt je (…) die zaak op je eigen naam, hij gaat afstand tekenen dat hij een schuld bij je heb.” en

“Ja dan is het ook over en dan heb ik ook het recht om te zeggen: “Nou ga ik me ermee bemoeien. Snap je wat ik bedoel?” en “Dan weet hij wie ik ben. Wie erachter zit. Ja, dan is het helemaal klaar. Ik kan het nu al doen, maar dat wil je niet. Je wilt het afhandelen.” En “Je hebt het dan afgehandeld. Ja dan en dan moet ik het met [B] afhandelen of euh met [A] afhandelen.” En “Dan ga ik wel op [A] zitten. Dan bonjour ik hem eruit.

Hoef je niks, hoef je niks aan te doen. Doe ik helemaal zelf. Zeg ik: "kom

pik, afspraakje maken. FF naar de notaris zet het terug. Ja?. Op naam he. wat

van hem is, is van hem, he [B] ." en/of "Ik ben gewoon daar en er zijn ook

twee jongens bij van mijn club dan zijn allemaal security (...) sla hem

helemaal de kanker en die komt nooit meer terug" en "Ik heb om 11 uur

in Vianen afgesproken dat je er zelf ook bij bent. Dat je duidelijk kan maken

"hé luister, hij heeft het van mij overgenomen (...) en ik wil met jou niets

te maken hebben meer." Dan sta je met mij natuurlijk wel sterk. En dan kan hij

gelijk zijn aandeel aan jou toe sluiten. Ik heb hier een bekentenis voor me en

die moet hij tekenen en dan kan hij mij iedere keer betalen. Ik kom bij jou in

de zaak. De anderen hadden ook plannen met jou maar dat gaat ook niet door

want dan moeten ze over mij.", althans soortgelijke woorden van bedreigende

aard of strekking en

- het zeggen dan wel laten zeggen tegen [B] dat hij, verdachte woedend is op [B] en zeggen dan wel laten zeggen tegen [B] “maar je had je hele toko, je spullen en thuis, had je alles kwijt geweest. (…) en dan pakt ie geen 1 motor hoor die gaan dan voor het bedrijf, dan pakken ze je auto en dan komen ze thuis je spullen ophalen; en

- aldus een dermate bedreigende en intimiderende situatie voor voornoemde [B] te creëren,

waardoor voornoemde [B] telkens wederrechtelijk werd gedwongen te doen,

en te dulden zoals hierboven omschreven;

3.

hij op meer tijdstippen in de periode van 28 augustus 2014 tot en met 04 november 2014 te Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk

- valse en wederrechtelijk vervaardigde merken, te weten etiketten

of stickers met het opschrift Sigma coatings met bijbehorend logo van Sigma Coatings in voorraad heeft gehad en

- waren waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of

een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst, te weten

(ongeveer) 436 emmers verf, met daarop etiketten met het opschrift Sigma coatings en/of

Sigmatex superlatex met bijbehorend logo van Sigma Coatings

te koop heeft aangeboden en in voorraad heeft gehad;

4.

hij op 04 november 2014 te Hilversum, opzettelijk aanwezig heeft gehad 20,5 pillen/tabletten van een materiaal bevattende PMMA, zijnde PMMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als

Feiten 1 subsidiair en 2 subsidiair: een ander door een feitelijkheid/bedreiging met

een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen

iets te doen/te dulden, meermalen gepleegd

Feit 3: medeplegen van het opzettelijk valse of wederrechtelijk vervaardigde merken in voorraad hebben en van het opzettelijk waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst, te koop aanbieden en in voorraad hebben

Feit 4: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet

gegeven verbod

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte voor de onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 4 betoogd dat kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke sanctie. Voorts heeft de verdediging bepleit dat bij het bepalen van de strafmaat rekening moet worden gehouden met de ouderdom van de feiten.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan dwang zoals hiervoor omschreven in de bewezenverklaring. De rechtbank wijkt af van wat er in gevallen van dwang doorgaans voor straf wordt opgelegd. Gelet op de context en de manier waarop de dwang is toegepast door verdachte, kan niet worden volstaan met een andere straf dan een vrijheidsbenemende straf.

Verdachte heeft gedurende een langere periode twee personen onder druk gezet. Verdachte is daarbij op geraffineerde wijze te werk gegaan door eerst hulp en bescherming te bieden en de slachtoffers vervolgens zodanig onder druk te zetten dat zij deden wat hij vroeg om daarna hun bedrijf financieel leeg te trekken en hen met nog hogere schulden achter te laten dan ze al hadden. De slachtoffers hebben aan verdachte grote geldbedragen afgegeven, alsmede goederen die een hoge waarde vertegenwoordigen. Verdachte heeft enkel oog gehad voor zijn eigen financieel gewin. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers als gevolg van dergelijke feiten nog langdurig last hebben van nadelige psychische gevolgen, zoals gevoelens van angst en onveiligheid. Verdachte heeft zich hiervan geen enkele rekenschap gegeven en heeft ook geen verantwoordelijkheid voor de feiten genomen.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan merkenvervalsing door het in vereniging in voorraad hebben, te koop aanbieden en verkopen van ‘gewone’ verf voor Sigma verf. Hiermee heeft verdachte gehandeld in strijd met het merkenrecht van PPG Coatings Nederland BV en daarmee het vertrouwen beschaamd dat gesteld moet kunnen worden in het beschermde merk. Er is door verdachte misbruik gemaakt van de goede naam van Sigma met als doel snel geld te verdienen. Tevens is door het handelen van verdachte aan bonafide bedrijven die zich wel aan hun verplichtingen houden oneerlijke concurrentie aangedaan. Verdachte heeft enkel gehandeld uit financieel gewin en lijkt de ernst van de situatie niet in te zien.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van 20,5 pillen PMMA. Hij heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in het land. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 4 mei 2016 waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank is – alles overwegende – van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden ten aanzien van feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair een passende en geboden reactie vormt. Ten aanzien van feit 3 acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur 2 maanden passend en geboden. Ten aanzien van het aanwezig hebben van de PMMA acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 1 week passend en geboden.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de omstandigheid dat in deze zaak de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden is geschonden. Immers, tussen de datum van de doorzoeking op 4 november 2014 – zijnde het moment dat verdachte bekend werd met het feit dat tegen hem een strafrechtrechtelijk onderzoek liep – en de datum van het eindvonnis van heden zit ruim twee jaar en vier maanden. De rechtbank zal daarom, in aanmerking genomen de ouderdom van de bewezen verklaarde feiten, op de overwogen totale gevangenisstraf van 8 maanden en een week, 1 week in mindering brengen, zodat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden resteert.

9 Het beslag

9.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officieren van justitie hebben ter terechtzitting van 14 februari 2017 een beslaglijst overgelegd en gevorderd tot onttrekking aan het verkeer van het voorwerp onder 4 genoemd op de beslaglijst en teruggave aan verdachte van het voorwerp onder 5 genoemd op de beslaglijst.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de op de beslaglijst aangeduide voorwerpen onder verdachte in beslag zijn genomen.

De rechtbank zal het onder 4 op de beslaglijst genoemde voorwerp dat aan verdachte toebehoort, onttrekken aan het verkeer, nu met betrekking tot dit voorwerp het onder feit 4 bewezen geachte is begaan en het van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, te weten:

- 15.00 STK Drugs, een plastic zakje met strip 15 XTC pillen

De onder verdachte in beslag genomen laptop (Samsung, onder 5 genoemd op de beslaglijst) acht de rechtbank vatbaar voor teruggave aan verdachte.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 47, 57, 63, 284 en 337 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet , zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Feiten 1 subsidiair en 2 subsidiair: een ander door een feitelijkheid/bedreiging met

een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen

iets te doen/te dulden, meermalen gepleegd

Feit 3: medeplegen van het opzettelijk valse of wederrechtelijk vervaardigde merken in voorraad hebben en van het opzettelijk waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst, te koop aanbieden en in voorraad hebben

Feit 4: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet

gegeven verbod

Strafbaarheid

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.

Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beslissingen ten aanzien van het beslag

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

15.00 STK Drugs, een plastic zakje met strip 15 XTC pillen (nr. 4)

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- Samsung Laptop (nr. 5)

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.A. Bos, voorzitter,

mrs. A.C. van den Boogaard en J.A. Spee, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.S. Wijkstra, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 maart 2017.

BIJLAGE : De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat:

1.

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2014

tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg en/of Hilversum en/of Utrecht en/of

Vianen en/of Berlicum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door (telkens) geweld en/of

bedreiging met geweld [A] heeft gedwongen tot (telkens)

- de afgifte van een motorfiets (merk Zelfbouw, type Bobber, althans een op een Harley Davidson gelijkend merk of type), welk goed geheel of ten dele toebehorende aan

voornoemde [A] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of

- de afgifte van (een deel van) zijn aande(e)l(en) in [bedrijf] ,

althans [bedrijfsnaam 3] , welke aande(e)l(en) geheel of ten dele

toebehoorden aan voornoemde [A] en/of

- de afgifte van een of meerdere geldbedragen van in totaal (tenminste) 9.500,- Euro, althans een geldbedrag en/of

- het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld ter hoogte

van een bedrag van (ongeveer) 40.000,-,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) uit (telkens)

- het zich (visueel en/of verbaal) presenteren en/of bekendmaken als lid of

betrokken bij de motorclub No Surrender, althans een motorclub en/of

- het wijzen op of noemen van een (criminele) schuld die voornoemde [A]

zou hebben en/of problemen die voornoemde [A] met (een) derde(n) zou

hebben en/of

- het refereren aan klappen die voornoemde [A] (mede) in verband met die

(een) schuld en/of problemen had gehad en/of

- het bezoeken, welk bezoek was gepland en/of georganiseerd, van de

bedrijfsruimte van [bedrijf] " [bedrijfsnaam 1] " (waar voornoemde [A]

zijn bedrijf hield) in aanwezigheid van twee personen die kleding droegen van

motorclub No Surrender en/of

- het aandringen op en/of mededelen van (een) ontmoeting(en) met voornoemde

[A] (op (een) openbare locatie(s)) en/of

- het mededelen op agressieve en/of dwingende toon dat de oplossing voor de

schuld en/of de problemen van die [A] is dat hij, die [A] , gaat betalen of de zaak moet overdragen en/of

- het mededelen aan voornoemde [A] : " Hoe is het (...) Niet goed he, dat

klopt. Luister kunnen wij met z'n tweetjes ff gaan zitten bij Van der Valk of

bij MacDonalds om een en ander uit de wereld te helpen (...) Kom jij alleen

eerst. Ik wil je eerst ff zelf spreken, weet je wel en dan komen wij er wel

uit. En ga nou niet in je koppie dingen bedenken en voelen die er niet zijn.

de rust op dit moment is gewoon, de rust is er, dat geef ik je nu heel

duidelijk door, de rust heb ik doorgegeven, dat de rust er wel is. (...) Maar

maandag wil ik je wel spreken. (...) Ik heb de rust in de tent gegooid op dit

moment. (...) Ik ben nou hier, de rust, de lul is rustig, die anderen zijn

rustig begrijp je die heb ik achter mij nou. Alles is rustig maar er moeten

een paar dingen geregeld worden." althans woorden van dreigende aard of

strekking en/of

- ( aldus) een dermate (zeer) bedreigende en/of intimiderende situatie voor voornoemde [A] te creëren waardoor voornoemde [A] (telkens) gedwongen werd tot

bovengenoemde afgifte(s) en/of aangaan en/of teniet doen van bovengenoemde

(in)schuld;

art 47 lid 1 ahf en onder 1 Wetboek van Strafrecht

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2014

tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg en/of Hilversum en/of Utrecht en/of Vianen en/of Berlicum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, [A] , (telkens)

door geweld of enige andere feitelijkheid en/of (telkens) door bedreiging met

geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [A]

wederrechtelijk heeft gedwongen (telkens) iets te doen, niet te doen en/of te

dulden, te weten het

- afgeven, althans afpakken van een motorfiets (merk Zelfbouw, type Bobber, althans een op een Harley Davidson gelijkend merk of type), welk goed geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [A] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of

- afgeven, althans overdragen, van (een deel van) zijn aande(e)l(en) in [bedrijf] , althans [bedrijfsnaam 3] , welke aande(e)l(en) geheel of ten dele

toebehoorden aan voornoemde [A] en/of

- afgeven, althans betalen van een of meerdere geldbedragen van in totaal (tenminste) 9.500,- Euro, althans een geldbedrag en/of

- aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld ter hoogte van

een bedrag van (ongeveer) 40.000,-,

bestaande (telkens) dat geweld en/of die enige andere feitelijkheid en/of

(telkens) die bedreiging met geweld en/of die enige andere feitelijkheid uit

(telkens)

- het zich (visueel en/of verbaal) presenteren en/of bekendmaken als lid van

of betrokken bij motorclub No Surrender, althans een motorclub en/of

- het wijzen op of noemen van een (criminele) schuld die voornoemde [A]

zou hebben en/of problemen die voornoemde [A] met (een) derde(n) zou

hebben en/of

- het refereren aan klappen die voornoemde [A] (mede) in verband met die

(een) schuld en/of die problemen had en/of

- het bezoeken, welk bezoek was gepland en/of georganiseerd, van die

bedrijfsruimte van [bedrijf] (" [bedrijfsnaam 1] "), waar voornoemde [A]

zijn bedrijf hield, in aanwezigheid van twee personen die kleding droegen

van motorclub No Surrender en/of

- het mededelen op agressieve en/of dwingende toon dat de oplossing voor de

schuld en/of de problemen van die [A] is dat hij, die [A] , gaat betalen of de zaak moet overdragen en/of

- het aandringen op en/of mededelen van (een) ontmoeting(en) met voornoemde [A] (op (een) openbare locatie(s)) en/of

- het mededelen aan/zeggen tegen voornoemde [A] : " Hoe is het (...) Niet

goed he, dat klopt. Luister kunnen wij met z'n tweetjes ff gaan zitten bij Van

der Valk of zo of bij de Macdonalds om een en ander uit de wereld te helpen.

(...) Kom jij alleen eerst. Ik wil je eerst ff zelf spreken, weet je wel en

dan komen wij wij er wel uit. en ga nou niet in je koppie dingen bedenken en

voelen die er niet zijn. De rust op dit moment is gewoon, de rust is er, dat

geef ik je nu heel duidelijk door, de rust heb ik doorgegeven, dat de rust er

wel is.(...) Maar maandag wil ik je spreken. Ik heb de rust in de tenst

gegooid op dit moment (...) Ik ben nou hier,(...) de lul is rustig, die

anderen zijn rustig begrijp je die heb ik achter mij nou. Alles is rustig

maar er moeten een paar dingen geregeld worden." althans woorden van dreigende

aard of strekking, en/of

(aldus) een dermate (zeer) bedreigende en/of intimiderende situatie voor voornoemde [A] te creëren,

waardoor voornoemde [A] (telkens) wederrechtelijk werd gedwongen te doen,

niet te doen en/of te dulden zoals hierboven omschreven;

art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

Primair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2014

tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg en/of Hilversum en/of Utrecht en/of

en/of Vianen en/of Berlicum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door (telkens) geweld

en/of bedreiging met geweld [B] heeft gedwongen tot

- de afgifte van (een deel van) zijn aandelen in [bedrijf] althans

[bedrijfsnaam 3] , welke aandelen, geheel of ten dele toebehoorde aan

voornoemde [B] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte; en/of

- het aangaan van een schuld (via [bedrijf] , althans [bedrijfsnaam 3]

te weten een (creditcard)schuld van totaal (ongeveer) Euro

8.600,-, althans de afgifte van een geldbedrag van in totaal Euro 8.600,-; en/of

- afgifte van een contant geldbedrag van (ongeveer) Euro 12.000,-; en/of

- afgifte van een motorfiets (merk Harley Davidson of daarop gelijkend) ter waarde van ongeveer Euro 12.000,-

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het zich (visueel en verbaal) presenteren of bekend maken als lid van of

betrokken bij de motorclub No Surrender, althans een motorclub en/of

- het wijzen op een (criminele) schuld en/of problemen die [A] , zijnde de

zakenpartner van voornoemde [B] , had met (een) derde(n) en/of

- het refereren aan de klappen die de zakenpartner, te weten [A] , had

gehad en/of

- het aandringen op (een) ontmoeting(en) met voornoemde [B] en/of [A] en/of het

mededelen/aanbieden dat hij, verdachte, de problemen zou oplossen en/of

- het bezoeken, welk bezoek was gepland en/of georganiseerd, van de

bedrijfsruimte waarin [bedrijf] (" [bedrijfsnaam 1] ") was gevestigd (waar

die [A] en voornoemde [B] hun bedrijf hielden) in aanwezigheid van twee

personen die kleding droegen van motorclub No Surrender en/of

- het zeggen of het mededelen aan voornoemde [B] : "Dus ja jij trekt je (...)

die zaak op je eigen naam, hij gaat afstand tekenen dat hij een schuld bij je

heb." en/of "Ja dan is het ook over en dan heb ik ook het recht om te zeggen:

"Nou ga ik me ermee bemoeien. Snap je wat ik bedoel?" en/of "Dan weet hij

wie ik ben. Wie erachter zit. Ja, dan is het helemaal klaar. Ik kan het nu al

doen, maar dat wil je niet. Je wilt het afhandelen." en/of "Je hebt het dan

afgehandeld. Ja dan en dan moet ik het met [B] afhandelen of euh met [A]

afhandelen." en/of "Dan ga ik wel op [A] zitten. Dan bonjour ik hem eruit.

Hoef je niks, hoef je niks aan te doen. Doe ik helemaal zelf. Zeg ik: "kom

pik, afspraakje maken. FF naar de notaris zet het terug. Ja?. Op naam he. wat

van hem is, is van hem, he [B] ." en/of "Ik ben gewoon daar en er zijn ook

twee jongens bij van mijn club dan zijn allemaal security (...) sla hem

helemaal de kanker en die komt nooit meer terug" en/of "Ik heb om 11 uur

in Vianen afgesproken dat je er zelf ook bij bent. Dat je duidelijk kan maken

"hé luister, hij heeft het van mij overgenomen (...) en ik wil met jou niets

te maken hebben meer." Dan sta je met mij natuurlijk wel sterk. En dan kan hij

gelijk zijn aandeel aan jou toe sluiten. Ik heb hier een bekentenis voor me en

die moet hij tekenen en dan kan hij mij iedere keer betalen. Ik kom bij jou in

de zaak. De anderen hadden ook plannen met jou maar dat gaat ook niet door

want dan moeten ze over mij.", althans soortgelijke woorden van bedreigende

aard of strekking en/of

- Het zeggen tegen [B] dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) woedend zijn op [B] en/of zeggen tegen [B] “maar je had je hele toko, je spullen en thuis, had je alles kwijt geweest. (…) en dan pakt ie geen 1 motor hoor die gaan dan voor het bedrijf, dan pakken ze je auto en dan komen ze thuis je spullen ophalen; en/of

- ( aldus) een dermate (zeer) bedreigende situatie voor voornoemde [B] te

creëren waardoor voornoemde [B] (telkens) werd gedwongen tot bovengenoemde

afgifte en/of het aangaan van bovengenoemde inschuld;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2014

tot en met 26 februari 2015 te Waardenburg en/of Hilversum en/of Utrecht en/of

Vianen en/of Berlicum, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, [B] , (telkens) door geweld

of enige andere feitelijkheid en/of (telkens) door bedreiging met geweld of

enige andere feitelijkheid gericht tegen voornoemde [B] (telkens)

wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te

weten het

- afgeven van (een deel van) zijn aandelen in [bedrijf] althans

[bedrijfsnaam 3] , welke aandelen, geheel of ten dele toebehoorden aan

voornoemde [B] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

- aangaan van een schuld (via [bedrijf] , althans [bedrijfsnaam 3]

B.V.), althans het overnemen van een schuld, te weten een (creditcard)schuld van totaal (ongeveer) Euro 8.600,-,

althans de afgifte van een geldbedrag van in totaal Euro 8.600,-; en/of

-afgifte, althans het betalen van een geldbedrag van (ongeveer) Euro 12.000,-; en/of

-afgifte, althans overdacht van een motorfiets (merk Harley Davidson of daarop gelijkend) ter waarde van ongeveer Euro 12.000,-,

bestaande (telkens) dat geweld en/of die enige andere feitelijkheid en/of

(telkens) die bedreiging met geweld en/of die enige andere feitelijkheid uit

- het zich (visueel en verbaal) presenteren of bekend maken als lid van of

betrokken bij de motorclub No Surrender, althans een motorclub en/of

- het wijzen op een (criminele) schuld en/of problemen die [A] , zijn de

de zakenpartner van voornoemde [B] , had met (een) derde(n) en/of

- het refereren aan de klappen die de zakenpartner, te weten [A] , had

gehad en/of

- het aandringen op (een) ontmoeting(en) met voornoemde [B] en/of [A] en/of het

mededelen/aanbieden dat hij, verdachte de problemen zou oplossen en/of

- het bezoeken, welk bezoek was gepland en/of georganiseerd, van de

bedrijfsruimte waarin [bedrijf] (" [bedrijfsnaam 1] ") (waar die [A] en voornoemde [B] hun bedrijf hielden) was gevestigd in aanwezigheid van twee personen die kleding droegen van motorclub No Surrender en/of

- het mededelen aan voornoemde [B] : “Dus ja jij trekt je (…) die zaak op je eigen naam, hij gaat afstand tekenen dat hij een schuld bij je heb.” en/of

“Ja dan is het ook over en dan heb ik ook het recht om te zeggen: “Nou ga ik me ermee bemoeien. Snap je wat ik bedoel?”” en/of “Dan weet hij wie ik ben. Wie erachter zit. Ja, dan is het helemaal klaar. Ik kan het nu al doen, maar dat wil je niet. Je wilt het afhandelen.” en/of “Je hebt het dan afgehandeld. Ja dan en dan moet ik het met [B] afhandelen of euh met [A] afhandelen.” en/of “Dan ga ik wel op [A] zitten. Dan bonjour ik hem eruit.

Hoef je niks, hoef je niks aan te doen. Doe ik helemaal zelf. Zeg ik: "kom

pik, afspraakje maken. FF naar de notaris zet het terug. Ja?. Op naam he. wat

van hem is, is van hem, he [B] ." en/of "Ik ben gewoon daar en er zijn ook

twee jongens bij van mijn club dan zijn allemaal security (...) sla hem

helemaal de kanker en die komt nooit meer terug" en/of "Ik heb om 11 uur

in Vianen afgesproken dat je er zelf ook bij bent. Dat je duidelijk kan maken

"hé luister, hij heeft het van mij overgenomen (...) en ik wil met jou niets

te maken hebben meer." Dan sta je met mij natuurlijk wel sterk. En dan kan hij

gelijk zijn aandeel aan jou toe sluiten. Ik heb hier een bekentenis voor me en

die moet hij tekenen en dan kan hij mij iedere keer betalen. Ik kom bij jou in

de zaak. De anderen hadden ook plannen met jou maar dat gaat ook niet door

want dan moeten ze over mij.", althans soortgelijke woorden van bedreigende

aard of strekking en/of

- Het zeggen tegen [B] dat hij, verdachte en/of zijn mededaders(s) woedend zijn op [B] en/of zeggen tegen [B] “maar je had je hele toko, je spullen en thuis, had je alles kwijt geweest. (…) en dan pakt ie geen 1 motor hoor die gaan dan voor het bedrijf, dan pakken ze je auto en dan komen ze thuis je spullen ophalen; en/of

- ( aldus) een dermate (zeer) bedreigende en/of intimiderende situatie voor voornoemde [B] te creëren,

waardoor voornoemde [B] (telkens) wederrechtelijk werd gedwongen te doen,

niet te doen en/of te dulden zoals hierboven omschreven;

art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 augustus

2014 tot en met 04 november 2014 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

- valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, te weten etiketten

of stickers met het opschrift Sigma en/of Sigma coatings en/of Sigma

superlatex en/of/met bijbehorend logo van Sigma Coatings en/of

- waren die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de

handelsnaam van een ander of van het merk waar een ander recht op heeft, te

weten (ongeveer) 436 emmers verf, althans een groot aantal emmers verf, met

daarop etiketten met het opschrift Sigma en/of Sigma coatings en/of Sigmatex

superlatex en/of/met bijbehorend logo van Sigma Coatings en/of

- waren waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of

een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe

afwijking, is nagebootst, te weten

(ongeveer) 436 emmers verf, althans een groot aantal emmers verf, met daarop

etiketten met het opschrift Sigma en/of Sigma coatings en/of

Sigmatex superlatex en/of/met bijbehorend logo van Sigma Coatings

heeft/hebben ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verkocht, te koop

heeft/hebben aangeboden en/of heeft afgeleverd, uitgedeeld en/of in voorraad

heeft/hebben gehad;

art 47 lid 1 ahf en onder 1 Wetboek van Strafrecht

art 337 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 337 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 04 november 2014 te Hilversum, althans in Nederland,

opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in

elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,(ongeveer) 20,5 althans een of

meer, pil(len)/tablet(ten), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende PMMA, zijnde PMMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet

behorende lijst I;

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 2 ahf/ond B Opiumwet

art 10 lid 4 Opiumwet

Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier Onderzoek [onderzoeksnaam] bevinden, volgens de in dat dossier (bovenin) toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

De inhoud van de processtukken wordt steeds zakelijk weergegeven.

Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

Uittreksel Kamer van Koophandel d.d. 17 september 2014, blz. 6241-6242 en proces-verbaal van verhoor [B] d.d. 29 januari 2015, blz. 6301.

Rechtbank Oost-Brabant 3 december 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:7676 (vonnis [A] ) en Rechtbank Oost-Brabant 14 juli 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:4545 (vonnis [B] ).

Proces-verbaal van verhoor verdachte [A] , blz. 6607.

Tapgesprek d.d. 16 juli 2014, blz. 6436.

Tapgesprek d.d. 13 augustus 2014, blz. 6439.

Tapgesprek d.d. 13 augustus 2014, blz. 6441.

Tapgesprek d.d. 13 augustus 2014, blz. 6442.

Tapgesprek d.d. 13 augustus 2014, blz. 6441-6442.

Tapgesprek d.d. 13 augustus 2014, blz. 6446-6447.

Tapgesprek d.d. 13 augustus 2014, blz. 6446.

Tapgesprek d.d. 13 augustus 2014, blz. 6449-6450.

Tapgesprek d.d. 13 augustus 2014, blz. 6450.

Proces-verbaal van verhoor getuige [E] bij de rechter-commissaris d.d. 10 november 2016.

Tapgesprek d.d. 15 augustus 2014, blz. 6461.

Tapgesprek d.d. 15 augustus 2014, blz. 6463.

Tapgesprek d.d. 15 augustus 2014, blz. 6469.

Tapgesprek d.d. 16 augustus 2014, blz. 6470.

Tapgesprek d.d. 16 augustus 2014, blz. 6474.

Tapgesprek d.d. 16 augustus 2014, blz. 6477.

Een geschrift, zijnde een uitdraai van de RDW d.d. 8 februari 2017, door het OM toegevoegd aan het dossier bij e-mail van 9 februari 2017.

Een geschrift, zijnde een uitdraai RDW d.d. 8 februari 2017, door het OM toegevoegd aan het dossier bij e-mail van 9 februari 2017.

Tapgesprek d.d. 18 augustus 2014, blz. 6482.

Tapgesprek d.d. 18 augustus 2014, blz. 6484.

Bijlage bij proces-verbaal van verhoor [A] d.d. 23 maart 2015, blz. 6293.

Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 17 september 2014, blz. 6241.

Tapgesprek d.d. 8 september 2014, blz. 6506.

Uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel d.d. 17 september 2014, blz. 6240-6241.

Tapgesprek d.d. 12 september 2014, blz. 6511.

Tapgesprek d.d. 22 oktober 2014, blz. 6520.

Tapgesprek d.d. 22 oktober 2014, blz. 6522-6523.

Proces-verbaal van verhoor [A] d.d. 26 januari 2015, blz. 6285.

Proces-verbaal van verhoor [A] d.d. 23 maart 2015 met bijlage, blz. 6289.

Proces-verbaal van verhoor [A] d.d. 23 maart 2015 met bijlage, blz. 6290.

Proces-verbaal van verhoor [A] d.d. 23 maart 2015 met bijlage, blz. 6291.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [B] d.d. 29 januari 2015, blz. 6309.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [B] d.d. 29 januari 2015, blz. 6310.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [B] d.d. 29 januari 2015, blz. 6315.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [B] d.d. 29 januari 2015, blz. 6316.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [B] d.d. 29 januari 2015, blz. 6322.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [B] d.d. 29 januari 2015, blz. 6323.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 maart 2015, blz. 6340-6341.

Proces-verbaal van verhoor [B] d.d. 24 maart 2015, blz. 6336.

Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 maart 2015, blz. 6100.

Proces-verbaal van verhoor [A] bij de rechter-commissaris d.d. 20 oktober 2016.

Proces-verbaal van verhoor [B] bij de rechter-commissaris d.d. 9 januari 2017.

Proces-verbaal van aangifte van [N] (namens PPG Coatings Europe) d.d. 27 november 2014, blz. 5419-5433.

Aangifte, blz. 5420.

Een geschrift, te weten een uitdraai uit het merkenregister d.d. 14 februari 2017, door het OM ter terechtzitting van 14 februari 2017 overgelegd.

Een geschrift, te weten een brief (met bijlagen) van advocaat Brouwer van Bird&Bird, opgenomen bij het onder voetnoot 11 genoemde proces-verbaal, blz. 5422-5433.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 november 2014, blz. 5398-5399.

Proces-verbaal Sporenonderzoek met bijlagen d.d. 14 november 2014, blz. 5480-5492.

Proces-verbaal Sporenonderzoek, blz. 5480.

Proces-verbaal van verhoor aangever [N] d.d. 8 januari 2015, blz. 5471-5473.

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] met bijlage d.d. 15 januari 2015, blz. 5517-5519.

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , blz. 5518.

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , blz. 5519.

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] met bijlagen (foto’s) d.d. 2 maart 2015, blz. 5520-5527.

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] met bijlagen (foto’s) d.d. 2 maart 2015, blz. 5520, 5521 en 5523.

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] d.d. 19 januari 2015, blz. 5528-5530:

Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 16 februari 2015, blz. 5563-5584.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] d.d. 16 februari 2015, blz. 5579.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] , blz. 5571.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 4] , blz. 5582.

Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] d.d. 8 januari 2015 (blz. 5501-5503), blz. 5502.

Tapgesprek, blz. 5270.

Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 5] d.d. 30 maart 2015, blz. 5605-5615.

Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] , blz. 5606.

Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] , blz. 5607-5608.

Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 5] , blz. 5609.

Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 5610.

Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 5614.

Proces-verbaal van bevindingen OVC d.d. 17 december 2014 met bijlagen, blz. 5279-5280, proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 december 2014, blz. 5301-5320, proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2014, blz. 5321-5335, proces-verbaal van bevindingen d.d. 5347-5349 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 december 2014, blz. 5350-5369.

Blz. 5308-5309.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2014 OVC-gesprek, blz. 5325.

Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 november 2014 OVC-gesprek, blz. 5334.

Blz. 5348.

Proces-verbaal d.d. 10 november 2014, blz. 7179.

Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 7 november 2014, blz. 7180-7182.

NFI-rapport d.d. 21 november 2014, blz. 7183-7184.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature