Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

De rechtbank veroordeelt een man tot 12 maanden jeugddetentie waarvan 7 maanden voorwaardelijk voor het plegen van een gewelddadige woningoverval. De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de adviezen van de psychiater en de psycholoog dat het bewezen verklaarde in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend.

Uitspraak



RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht

Parketnummer: 16/661672-14, 16/143197-14 (ttzgv) en 16/661214-15 (ttzgv) (P)

Vonnis van de meervoudige strafkamer van 1 mei 2015.

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [1995] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. B.J. de Pree, advocaat te Amersfoort.

De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2 Tenlasteleggingen

De tenlasteleggingen inzake parketnummer 16/661672-14 en parketnummer 16/143197-14 zijn op de zitting van 16 oktober 2014 gewijzigd.

De tenlasteleggingen zijn, met wijziging, als bijlagen aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

16/661672-14

1. op 12 juli 2014 te Doorn zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan een woningoverval;

2. op 10 april 2014 te Doorn ambtenaren heeft beledigd;

3. op 10 april 2014 te Doorn zich schuldig heeft gemaakt aan wederspannigheid;

4. op 4 februari 2014 te Doorn zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan een woninginbraak;

16/143197-14

op 27 april 2014 te Doorn zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging met vernieling van een fiets, dan wel aan vernieling van een fiets;

16/661214-15

in de periode 15 december 2013 tot en met 29 maart 2014 te Doorn zich schuldig heeft gemaakt aan heling van een kentekenplaat.

3 Voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Waardering van het bewijs

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie is van mening dat het ten laste gelegde feit 1 van 16/661672-14 wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht, en laat daarbij in het midden of de bedreiging heeft plaatsgevonden met een mes of met een schroevendraaier.

Voorts acht de officier van justitie de ten laste gelegde feiten 2, 3 en 4 van 16/661672-14 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat bij feit 4 niet sprake is van medeplegen.

De ten laste gelegde feiten van de parketnummers 16/143197-14 en 16/661214-15 acht de officier van justitie eveneens wettig en overtuigend bewezen, als openlijke geweldpleging respectievelijk opzetheling.

De officier van justitie baseert zich daarbij op de in de dossiers bevindende bewijsmiddelen en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de onder parketnummer 16/661672-14 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden geacht, gelet op de bekennende verklaringen van verdachte.

Met betrekking tot het ten laste gelegde feit met parketnummer 16/143197-14 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat verdachte de fietstassen niet heeft aangestoken en dat hij probeerde het vuur te doven. Zijn intentie was het doven van het vuur en niet het plegen van openlijk geweld dan wel het beschadigen van de fiets. Omdat de vereiste opzet ontbreekt, wordt verzocht verdachte zowel van het primair als het subsidiair ten laste gelegde vrij te spreken.

De verdediging heeft ten aanzien van het ten laste gelegde feit met parketnummer 16/661214-15 eveneens vrijspraak bepleit, omdat verdachte de kentekenplaat heeft gekregen en niet vaststaat dat de kentekenplaat uit misdrijf afkomstig is.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak inzake 16/661214-15

De rechtbank acht het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de rechtbank verdachte hiervan zal vrijspreken. Op grond van het dossier staat het voor de rechtbank niet vast dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de kentekenplaat een door een misdrijf verkregen goed betrof.

Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen inzake 16/661672-14, feiten 1 tot en met 4

Aangezien verdachte deze feiten heeft bekend en de raadsman niet tot vrijspraak heeft gepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering , met een opsomming van de bewijsmiddelen:

Feit 1

- de aangifte door [aangever 1] d.d. 12 juli 2014;

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 september 2014

- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 september 2014;

- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 2 oktober 2014;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 21 april 2015;

Feit 2

- de aangifte van [aangever 2] d.d. 10 april 2014;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [B] d.d. 10 april 2014;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 21 april 2015;

Feit 3

- het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 april 2014;

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 21 april 2015;

Feit 4

- de aangifte van [aangever 3] d.d. 4 februari 2014;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 04-02-2014

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 21 april 2015;

Bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen inzake 16/143197-14

Op 28 april 2014 heeft [aangeefster 4] aangifte gedaan van beschadiging van een fiets van vernieling van fietstassen. Aangeefster heeft verklaard dat zij haar fiets op 26 april 2014 onbeschadigd en afgesloten in de fietsenstalling ter hoogte van het gemeentehuis te Doorn heeft gezet. Toen zij op 27 april 2014 omstreeks 15:00 uur terug kwam bij haar fiets, zag zij dat haar fietstassen verbrand op de grond lagen en dat haar fiets beschadigd was.

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij met een aansteker de fietstassen in de brand heeft gezet.

Op 30 april 2014 heeft verbalisant [A] de camerabeelden uitgekeken die zijn geregistreerd door camera’s op de Dorpsstraat te Doorn. Verbalisant [A] heeft verklaard dat hij op de camerabeelden ziet dat een persoon meerdere keren tegen een brandende fiets trapt en dat hij die persoon herkent als [verdachte] (hierna: verdachte). Verbalisant ziet dat even later een andere jongen meerdere malen tegen de fiets trapt. Verbalisant ziet vervolgens dat verdachte de deels brandende fiets oppakt, door de lucht gooit en dat de fiets ongeveer twee à drie meter verderop weer op de grond terecht komt. Daarna trapt verdachte nog meerdere keren tegen de fiets aan. Daarna pakt een andere jongen de fiets van de grond en versleept deze fiets.

De rechtbank acht het op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van de verweten gedraging niet aannemelijk dat verdachte, zoals door de verdediging is betoogd, uitsluitend heeft geprobeerd het vuur te doven.

De rechtbank komt op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde openlijke geweldpleging.

5 Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

16/661672-14

1.

hij op of omstreeks 12 juli 2014 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin [onder andere] een bankpas en/of een ID-kaart en/of een rijbewijs en/of een zorgpas en/of diverse klantenpasjes en/of een hoeveelheid geld) en/of een mobiele telefoon (merk Nokia) en/of een of meer horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s):

- bij de woning van die [aangever 1] hebben/heeft aangebeld en/of nadat die [aangever 1] de voordeur op een kier had geopend met kracht op/tegen de voordeur hebben/heeft geduwd en/of aldus die woning van die [aangever 1] zijn/is binnengedrongen, althans binnengegaan en/of

- die [aangever 1] een schroevendraaier en/of een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp hebben/heeft getoond en/of vervolgens die schroevendraaier en/of dat mes, althans dat op een mes gelijkende voorwerp, op die [aangever 1] hebben/heeft gericht en/of die schroevendraaier en/of dat mes, althans dat op een mes gelijkende voorwerp, hebben/heeft gehouden op (ongeveer) 10 centimeter afstand, althans op korte afstand, van de borst van die [aangever 1] en/of tegen die [aangever 1] hebben/heeft gezegd: "Je geld, je geld" en/of "op de bank zitten" althans woorden van gelijke aard of strekking;

2. ( gevoegd parketnummer 086070-14):

hij op of omstreeks 10 april 2014 te Doorn, in de gemeente Utrechtse Heuvelrug, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [aangever 2] (werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar bij Connexxion) en/of [B] (werkzaam als controleur vervoersbewijzen bij Connexxion via uitzendbureau Consolid), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "krijg de kanker, kankerlijers, je naait je moeder maar" en/of "klootzakken, etterbakken" en/of "jullie zijn flikkers", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of zijn middelvinger naar/in de richting van voornoemde ambtena(a)r(en) heeft opgestoken, althans gebaren van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 10 april 2014 te Doorn, in de gemeente Utrechtse Heuvelrug, toen de aldaar dienstdoende [C] en/of [D] (beiden hoofdagent van Politie Utrecht) verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 267 van het Wetboek van strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde

hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten het politiebureau te Doorn, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig zich in tegengestelde

richting te bewegen dan die waarin voornoemde ambtena(a)r(en) hem trachtten te brengen en/of een aantal stappen terug te doen en/of zijn arm(en) naar achteren te bewegen en/of een vechthouding aan te nemen en/of te proberen zijn armen in te trekken en/of beledigingen in de richting van voornoemde ambtena(a)r(en) te uiten;

4. ( gevoegd parketnummer 661341-14):

hij op of omstreeks 04 februari 2014 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een laptop en/of een iPad en/of een wireless toetsenbord en/of vier, althans één of meerdere horloge(s) en/of een zelftellende spaarpot (met daarin ongeveer 80 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van inklimming, immers is/zijn verdachte en/of zijn mededader(s) de brandtrap op geklommen naar de eerste verdieping en/of heeft/hebben hij/zij aldaar via

een binnenplaats/dakterras voornoemde woning betreden;

16/143197-14

hij op of omstreeks 27 april 2014 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Dorpsstraat/Kerkplein, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een fiets (met fietstassen), welk geweld bestond uit het in de brand steken van de fiets(tas(sen)) en/of het gooien met die fiets en/of het trappen op die fiets en/of het verslepen van die fiets, waarbij hij, verdachte, opzettelijk die fiets heeft vernield;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6 De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als

16/661672-14

1. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

3. wederspannigheid, meermalen gepleegd;

4. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

16/143197-14

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.

Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het Pro Justitia rapport d.d. 23 september 2014, opgemaakt door C.J.F. Kemperman, psychiater.

Het rapport vermeldt - samengevat - dat bij verdachte sprake is van misbruik van speed, cannabis en alcohol, in detentie in gedwongen remissie, en een angststoornis niet anders omschreven (n.a.o.), gefundeerd op een persoonlijkheidsstoornis met cluster B (antisociale) en cluster C (ontwijkende en afhankelijke) trekken. Geadviseerd wordt om de toerekeningsvatbaarheid van verdachte als verminderd te zien.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het Pro Justitia rapport d.d. 29 september 2014, opgemaakt door L. Vermeulen, GZ-psycholoog.

Het rapport vermeldt - samengevat - dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en wel een angststoornis n.a.o. en alcoholmisbruik. Daarnaast is verdachte lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis n.a.o. met antisociale trekken. De deskundige geeft de rechtbank in overweging de verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank maakt de conclusies van voornoemde deskundigen tot de hare en zal verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde, omdat niet gebleken is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat op verdachte het jeugdstrafrecht van toepassing zal worden geacht en dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en met als bijzondere voorwaarden de door de reclassering genoemde voorwaarden.

Daarnaast heeft de officier van justitie een werkstraf voor de duur van 150 uren gevorderd, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 75 dagen.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft om toepassing van het jeugdstrafrecht gevraagd.

De verdediging heeft er op gewezen dat verdachte al 159 dagen in voorarrest onder het volwassenenregime heeft gezeten. Om die reden heeft de verdediging verzocht om over te gaan tot een matiging van de door de officier van justitie gevorderde straffen.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een gewelddadige woningoverval, waarbij hij en zijn mededader bij het slachtoffer zijn binnengedrongen nadat deze de voordeur had geopend. Het slachtoffer is vervolgens bedreigd met een schroevendraaier. Juist op een plek waar het slachtoffer zich veilig zou moeten voelen, is hij overvallen. Uit zijn slachtofferverklaring blijkt dat hij maanden lang nachtmerries heeft gehad en zich niet meer veilig voelde in zijn eigen woning. Dat is des te schrijnender nu het slachtoffer een kwetsbare gezondheid heeft.

Dit is een bijzonder ernstig feit dat in beginsel een langdurige vrijheidsstraf rechtvaardigt. Bovendien is verdachte degene geweest die zijn medeverdachte heeft voorgesteld dit feit mede te plegen en degene die het slachtoffer met de schroevendraaier heeft bedreigd.

Daarnaast heeft verdachte zich nog schuldig gemaakt aan andere hiervoor genoemde misdrijven, waaronder een diefstal uit een woning, waarbij verdachte de toegang tot die woning heeft verschaft door via de brandtrap naar een dakterras te klimmen en vervolgens de woning te betreden. Verdachte heeft daar apparatuur gestolen waarvan de eigenaar afhankelijk was en niet alleen materiële schade veroorzaakt maar ook ongemak en gevoelens van onveiligheid.

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 maart 2015, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsmisdrijven.

In de onder 7 genoemde rapporten van de deskundigen wordt geadviseerd toepassing te geven aan het jeugdstrafrecht. Ter terechtzitting van 21 april 2015 heeft deskundige L. Vermeulen haar advies herhaald en nader toegelicht. Zij heeft verklaard dat verdachte een in zijn ontwikkeling gestagneerde jongeman is die een jongere indruk maakt dan zijn kalenderleeftijd. Hij handelt impulsief en denkt op die momenten niet na over de consequenties van zijn handelen voor een ander. Hij zal baat hebben bij een aanpak waarin ook rekening wordt gehouden met zijn pedagogische tekorten en is op een leeftijd waarop de beschreven beginnende persoonlijkheidsstoornis nog niet geheel verankerd is.

De jeugdreclasseerder van Samen Veilig Midden-Nederland, [E], heeft ter terechtzitting van 21 april 2015 het standpunt van de deskundigen ten aanzien van het toepassen van het jeugdstrafrecht onderschreven, in die zin dat hij heeft geadviseerd dat verdachte de eerste zes maanden na wijzen vonnis nog onder het ITB Plus regime van Samen Veilig Midden-Nederland dient te vallen en daarna de uitvoering van het toezicht en de begeleiding aan de volwassenenreclassering in Rotterdam kan worden overgedragen.

Hoewel verdachte ten tijde van de tenlastegelegde feiten 18 jaar was en derhalve voor de wet meerderjarig, vindt de rechtbank in de persoonlijkheid van verdachte en in de hiervoor genoemde adviezen aanleiding recht te doen overeenkomstig de in artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht genoemde artikelen van het jeugdstrafrecht.

In het voordeel van verdachte zal rekening worden gehouden met het feit dat verdachte zich na zijn schorsing heeft gehouden aan de gestelde voorwaarden in het kader van ITB Plus. De jeugdreclasseerder heeft ter terechtzitting aangegeven dat verdachte bewust is verhuisd uit zijn oude omgeving, om te voorkomen dat hij in zijn omgeving en de bijbehorende risico’s terecht komt. Hij is in Brielle gaan wonen met zijn vriendin en heeft daar zelf hulp gezocht en gekregen van de stichting To reach it en is bereid zich aan zichzelf te werken en zich aan de door reclassering geadviseerde voorwaarden te houden.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging verder rekening met de adviezen van de psychiater en de psycholoog dat het bewezen verklaarde in verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden de straf zoals die door de officier van justitie is gevorderd passend is.

9 Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel

16/661672-14, feit 1, benadeelde partij [aangever 1]

De benadeelde partij [aangever 1] vordert een bedrag van € 4.880,96, bestaande uit € 2.400,00 aan immateriële schade en € 2.480,96 aan materiële schade.

De officier van justitie heeft de volledige toewijzing van de vordering gevorderd, inclusief rente en de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft - samengevat - betoogd dat het bedrag aan immateriële schade niet onderbouwd is met enig voorbeeld van een soortgelijke zaak en dat de opgevoerde kosten van rechtsbijstand door mr. J.R.A. Röschlau gematigd dienen te worden.

De rechtbank overweegt het volgende.

De behandeling van een gedeelte van de vordering van [aangever 1] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De verdediging heeft de door de benadeelde partij opgevoerde kosten ter zake van benzinegeld en geld uit portemonnee niet betwist en de rechtbank acht deze kosten (van totaal € 40,00) dus toewijsbaar.

De behandeling van de kosten van derving van inkomsten (van € 151,66) levert een onevenredige belasting van het strafgeding op.

De immateriële schade wordt door de rechtbank geschat op € 1.500,00. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voor het overige levert de behandeling van deze schadepost een onevenredige belasting van het strafproces op.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, een bedrag van € 1.540,00 toewijsbaar. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente berekend van 12 juli 2014 tot de dag der algehele voldoening. De vordering zal voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaard worden. De benadeelde partij kan dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

De kosten van rechtsbijstand

De kosten van rechtsbijstand zijn op de voet van artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal deze kosten toewijzen tot een bedrag van € 768,--. De rechtbank heeft voor de hoogte van dit bedrag aansluiting gezocht bij het liquidatietarief in burgerlijke zaken (een punt ad € 384,00, waarbij in deze zaak is uitgegaan van twee punten, te weten opstellen vordering en toelichting ter zitting).

De door de rechtbank toegewezen bedragen, daaronder begrepen de kosten van rechtsbijstand, zullen steeds hoofdelijk worden toegewezen, nu verdachte niet als enige verantwoordelijk is voor de gepleegde woningoverval. De hoofdelijke veroordeling in de proceskosten ligt in de rede omdat de raadsman van de benadeelde partij dezelfde vordering heeft ingediend in deze zaak en de zaak van de medeverdachte en die zaken op zitting gelijktijdig inhoudelijk zijn behandeld.

16/661672-14, feit 2, benadeelde partij [aangever 2]

De benadeelde partij [aangever 2] vordert een bedrag van € 150,00 aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft de volledige toewijzing van de vordering gevorderd, inclusief rente en de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft betoogd dat een bedrag van € 125,00 voor toewijzing in aanmerking komt, gelet ook op de vordering van [B].

De rechtbank overweegt het volgende.

De behandeling van een gedeelte van de vordering van [aangever 2] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De immateriële schade wordt door de rechtbank geschat op € 75,00. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voor het overige levert de behandeling van deze schadepost een onevenredige belasting van het strafproces op.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, een bedrag van € 75,00 toewijsbaar. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente berekend van 10 april 2014 tot de dag der algehele voldoening. De vordering zal voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaard worden. De benadeelde partij kan dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

16/661672-14, feit 2, benadeelde partij [B]

De benadeelde partij [B] vordert een bedrag van € 125,00 aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft de volledige toewijzing van de vordering gevorderd, inclusief rente en de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft betoogd dat het gevorderde bedrag van € 125,00 voor toewijzing in aanmerking komt.

De rechtbank overweegt het volgende.

De behandeling van een gedeelte van de vordering van [B] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De immateriële schade wordt door de rechtbank geschat op € 75,00. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voor het overige levert de behandeling van deze schadepost een onevenredige belasting van het strafproces op.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, een bedrag van € 75,00 toewijsbaar. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente berekend van 10 april 2014 tot de dag der algehele voldoening. De vordering zal voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaard worden. De benadeelde partij kan dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

16/661672-14, feit 4, benadeelde partij [aangever 3]

De benadeelde partij [aangever 3] vordert een bedrag van € 3.236,81, bestaande uit € 400,00 aan immateriële schade en € 2.836,81 aan materiële schade.

De officier van justitie heeft de volledige toewijzing van de vordering gevorderd, inclusief rente en de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft een matiging van het toe te wijzen bedrag bepleit. Daarbij is gewezen op het afschrijvingspercentage dat niet voor alle goederen steeds gelijk is, en op de hoge aanschafprijs van 2 USB-sticks.

De rechtbank overweegt het volgende.

De verdediging heeft de door de benadeelde partij opgevoerde kosten onvoldoende gemotiveerd betwist en de rechtbank acht deze dus toewijsbaar.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, een bedrag van € 3.236,81 toewijsbaar, met dien verstande dat dit bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente berekend van 4 februari 2014 tot de dag der algehele voldoening.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

16/143197-14, benadeelde partij [aangeefster 4]

De benadeelde partij [aangeefster 4] vordert een bedrag van € 350,00 aan materiële schade.

De officier van justitie heeft de volledige toewijzing van de vordering gevorderd, inclusief rente en de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft primair verzocht om niet-ontvankelijkverklaring van de vordering, aangezien ten aanzien van het ten laste gelegde feit vrijspraak is bepleit. Subsidiair is verzocht om matiging van het toe te wijzen bedrag, omdat het schadebedrag niet is onderbouwd.

De rechtbank overweegt het volgende.

De behandeling van een gedeelte van de vordering van [aangeefster 4] levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De omvang van de schade is niet nader onderbouwd en bovendien betwist. Nu wel vast staat dat de benadeelde partij enige schade heeft geleden zal de rechtbank die schade schatten. De materiële schade wordt door de rechtbank geschat op € 100,00. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen.

Voor het overige levert de behandeling van deze schadepost een onevenredige belasting van het strafproces op.

De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, een bedrag van € 100,00 toewijsbaar. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, met dien verstande dat dit bedrag vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente berekend van 27 april 2014 tot de dag der algehele voldoening. De vordering zal voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaard worden. De benadeelde partij kan dat deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

Het door de rechtbank toegewezen bedrag, zal hoofdelijk worden toegewezen, nu verdachte niet als enige verantwoordelijk is voor de geleden schade.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 27, 77 a, 77c, 77g, 77i, 77l, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 180, 266, 267, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde, en op de reeds aangehaalde artikelen.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

11 Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van hetgeen hem onder parketnummer 16/661214-15 is ten laste gelegd;

Bewezenverklaring

- verklaart bewezen het ten laste gelegde onder 1 tot en met 4 van parketnummer 16/661672-14, zodanig als hiervoor onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

- verklaart bewezen het primair ten laste gelegde van parketnummer 16/143197-14, zodanig als hiervoor onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

16/661672-14

1. diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd;

3. wederspannigheid, meermalen gepleegd;

4. diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

16/143197-14

openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen;

- verklaart verdachte daarvoor strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 12 (twaalf) maanden, waarvan 7 (zeven) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren;

- beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering zal worden gebracht;

- stelt als algemene voorwaarden:

de verdachte zal zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maken aan een strafbaar feit;

de verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

de verdachte zal medewerking verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in 77aa, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

de verdachte zal tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarden naleven;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

 de verdachte moet zich gedurende de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die in het kader van de maatregel Toezicht en Begeleiding,

waarvan de eerste 6 (zes) maanden ITB Plus, worden gegeven door of namens Samen Veilig Midden-Nederland (de eerste 6 maanden) respectievelijk de Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (de laatste 18 maanden);

 de verdachte wordt onder elektronisch toezicht gesteld, bestaande uit een elektronische enkelband, voor de duur van maximaal zes maanden;

- draagt de reclasseringsinstelling Samen Veilig Midden-Nederland ( de eerste 6 maanden) respectievelijk de reclasseringsinstelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (de laatste 18 maanden) op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 150 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 75 dagen;

Benadeelde partijen

16/661672-14, feit 1, benadeelde partij [aangever 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde [aangever 1] van € 1.540,00, waarvan € 40,00 ter zake van materiële schade en € 1.500,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 12 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op € 768,00;

- bepaalt dat voor zover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 1], € 1.540,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2014, bij niet betaling te vervangen door 25 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

16/661672-14, feit 2, benadeelde partij [aangever 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde [aangever 2] van € 75,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 april 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 2] € 75,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 april 2014, bij niet betaling te vervangen door 1 dag jeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

16/661672-14, feit 2, benadeelde partij [B]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde [B] van € 75,00 ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 10 april 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [B] € 75,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 april 2014, bij niet betaling te vervangen door 1 dag jeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

16/661672-14, feit 4, benadeelde partij [aangever 3]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde [aangever 3] van € 3.236,81, waarvan € 400,00 ter zake van immateriële schade en € 2.836,81 ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 4 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 3], € 3.236,81 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2014, bij niet betaling te vervangen door 42 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

16/143197-14, benadeelde partij [aangeefster 4]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde [aangeefster 4] van € 100,00 ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 27 april 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangeefster 4] € 100,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 april 2014, bij niet betaling te vervangen door 2 dagen jeugddetentie, met dien verstande dat toepassing van de vervangende jeugddetentie de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Voorlopige hechtenis

- heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. Brouwer, voorzitter,

mrs. A.J.P. Schotman en M.A.E. Somsen, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 mei 2015.

Mr. Somsen en de griffier zijn verhinderd het vonnis mee te ondertekenen.

BIJLAGE : De tenlasteleggingen

Aan B. Nett wordt, na wijziging, ten laste gelegd:

16/661672-14

1.

hij op of omstreeks 12 juli 2014 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (met daarin [onder andere] een bankpas en/of een ID-kaart en/of een rijbewijs en/of een zorgpas en/of diverse klantenpasjes en/of een hoeveelheid geld) en/of een mobiele telefoon (merk Nokia) en/of een of meer horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s):

- bij de woning van die [aangever 1] hebben/heeft aangebeld en/of (nadat die [aangever 1] de voordeur op een kier had geopend) (met kracht) op/tegen de voordeur hebben/heeft geduwd en/of aldus die woning van die [aangever 1] zijn/is binnengedrongen, althans binnengegaan en/of

- die [aangever 1] een schroevendraaier en/of een mes, althans een op een mes gelijkend voorwerp hebben/heeft getoond en/of (vervolgens) die schroevendraaier en/of dat mes, althans dat op een mes gelijkende voorwerp, op die [aangever 1] hebben/heeft gericht en/of die schroevendraaier en/of dat mes, althans dat op een mes gelijkende voorwerp, hebben/heeft gehouden op (ongeveer) 10 centimer afstand, althans op korte afstand, van de borst van die [aangever 1] en/of tegen die [aangever 1] hebben/heeft gezegd: "Je geld, je geld" en/of "op de bank zitten", althans woorden van gelijke aard of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2. ( gevoegd parketnummer 086070-14):

hij op of omstreeks 10 april 2014 te Doorn, in de gemeente Utrechtse Heuvelrug opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [aangever 2] (werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar bij Connexxion) en/of [B] (werkzaam als controleur vervoersbewijzen bij Connexxion via uitzendbureau Consolid), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "krijg de kanker, kankerlijers, je naait je moeder maar" en/of "klootzakken, etterbakken" en/of "jullie zijn flikkers", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of zijn middelvinger naar/in de richting van voornoemde ambtena(a)r(en) heeft opgestoken, althans gebaren van gelijke beledigende aard en/of strekking;

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 10 april 2014 te Doorn, in de gemeente Utrechtse Heuvelrug toen de aldaar dienstdoende [C] en/of [D] (beiden hoofdagent van Politie Utrecht) verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 267 van het Wetboek van strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde

hem ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en hem daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten het politiebureau te Doorn, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig zich in tegengestelde

richting te bewegen dan die waarin voornoemde ambtena(a)r(en) hem trachtten te brengen en/of een aantal stappen terug te doen en/of zijn arm(en) naar achteren te bewegen en/of een vechthouding aan te nemen en/of te proberen zijn armen in te trekken en/of beledigingen in de richting van voornoemde ambtena(a)r(en) te uiten;

art 180 Wetboek van Strafrecht

4. ( gevoegd parketnummer 661341-14):

hij op of omstreeks 04 februari 2014 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een laptop en/of een iPad en/of een (wireless) toetsenbord en/of vier, althans één of meerdere horloge(s) en/of een (zelftellende) spaarpot (met daarin ongeveer 80 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van inklimming, immers is/zijn verdachte en/of zijn mededader(s) de brandtrap op geklommen naar de eerste verdieping en/of heeft/hebben hij/zij (aldaar) (via

een binnenplaats/dakterras) voornoemde woning betreden;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

16/143197-14

Primair

hij op of omstreeks 27 april 2014 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Dorpsstraat/Kerkplein, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een fiets (met fietstassen), welk geweld bestond uit het in de brand steken van de fiets(tas(sen)) en/of het gooien met die fiets en/of het trappen op die fiets en/of het verslepen van die fiets, waarbij hij, verdachte, opzettelijk die fiets heeft vernield;

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 141 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

hij op of omstreeks 27 april 2014 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug opzettelijk en wederrechtelijk een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

16/661214-15

hij in of omstreeks de periode van 15 december 2013 tot en met 29 maart 2014 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kentekenplaat heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kentekenplaat wist(en, althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] d.d. 13 juli 2014 met bijlagen, opgenomen op pagina 127-134 van het proces-verbaal dossiernummer PL0900-2014188973 (pv einddossier), in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 662.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 september 2014, opgenomen op pagina 226 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 16 september 2014 met bijlagen, opgenomen op pagina 99-118, van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 2 oktober 2014 met bijlagen, opgenomen op pagina 119-216, van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

Het proces-verbaal van de zitting van 21 april 2015.

Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] d.d. 10 april 2014, opgenomen op pagina 11-13 van het proces-verbaal dossiernummer PL0950-2014083681, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 23.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [B] d.d. 10 april 2014, opgenomen op pagina 16-18 van het onder voetnoot 6 genoemde proces-verbaal;

Het proces-verbaal van de zitting van 21 april 2015.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 april 2014, opgenomen op pagina 7-8 van het onder voetnoot 6 genoemde proces-verbaal.

Het proces-verbaal van de zitting van 21 april 2015.

Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] d.d. 4 februari 2014 met bijlage, opgenomen op pagina 28-31 van het proces-verbaal dossiernummer PL0900-2014028325, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 93.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 4 februari 2014, opgenomen op pagina 32-34 van het onder voetnoot 11 genoemde proces-verbaal.

Het proces-verbaal van de zitting van 21 april 2015.

Het proces-verbaal van aangifte door [aangeefster 4] d.d. 29 april 2014, opgenomen op pagina 48-49 van het proces-verbaal dossiernummer PL0900-2014198555, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met 65.

Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2] d.d. 26 mei 2014, opgenomen op pagina 59-62 van het onder voetnoot 14 genoemde proces-verbaal, in het bijzonder pagina 60.

Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 mei 2014, opgenomen op pagina 26-30 van het onder voetnoot 14 genoemde proces-verbaal, in het bijzonder pagina 29 en 30.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature