Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

vrijspraak artikel 6 Wegenverkeerswet 1994

Uitspraak



RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/866245-16

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 april 2017

in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adres verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. L.E.M. Hendriks, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 april 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte een dodelijk verkeersongeluk heeft veroorzaakt.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte op 5 april 2016 [naam slachtoffer] heeft aangereden. [naam slachtoffer] is als gevolg van de aanrijding overleden. De verdachte reed in een zelfrijdend werktuig (een soort kraanwagen) op de Limburglaan in Maastricht. Hij heeft een rood stoplicht genegeerd op het moment dat [naam slachtoffer] een daarvoor bestemde oversteekplaats overstak. [naam slachtoffer] had groen licht. De verdachte heeft kort daarvoor bij een eerder stoplicht door geel gereden en reed met een te hoge snelheid in relatie tot de complexe verkeerssituatie ter plaatse. Hij had bovendien vanwege die verkeerssituatie moeten kiezen voor een andere route of een ander tijdstip of het voertuig moeten laten vervoeren met een dieplader. De verdachte heeft door het maken van deze fouten en verkeerde keuzen teveel risico genomen en aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld, wat tot een bewezenverklaring moet leiden van het primair ten laste gelegde misdrijf van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 , aldus de officier van justitie.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het primair ten laste gelegde. De verdachte heeft niet gezien dat het licht voor hem op rood stond en hij heeft [naam slachtoffer] niet opgemerkt, maar dat levert in deze zaak geen aanmerkelijke schuld en dus geen misdrijf op. Andere (verkeers-)fouten heeft de verdachte niet gemaakt. Dat zou in deze zaak moeten leiden tot een vrijspraak van het primair ten laste gelegde misdrijf. Ten aanzien van het bewijs van de subsidiair ten laste gelegde overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.1.

De relevante bewijsmiddelen, de ongevalsanalyse en de verklaring van de verdachte

De rechtbank kan op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting vaststellen dat in de ochtend van 5 april 2016 de toen 22-jarige [naam slachtoffer] is aangereden door een zelfrijdend werktuig van het merk Magni met daaraan gekoppeld een aanhangwagen (hierna te noemen: de Magni). De verdachte bestuurde dit motorrijtuig. [naam slachtoffer] is ten gevolge van de aanrijding overleden.

De aanrijding vond plaats in Maastricht op de Limburglaan. Uit de ongevalsanalyse van de politie komt -kort samengevat- naar voren dat [naam slachtoffer] , rijdend op een scooter, de Limburglaan is overgestoken op de daarvoor bestemde oversteekplaats in de richting van de Renier Nafzgerstraat, nadat zij groen licht gekregen had. De verdachte kwam vanaf de rotonde die een de kruising vormt tussen de Limburglaan, de Renier Nafzgerstraat en Avenue Ceramique en reed op de Limburglaan in de richting van de Hoge Weerd. De snelheid van het voertuig van de verdachte bedroeg tussen de 27 en 30 km per uur.

Het verkeerslicht bij de oversteekplaats was voor de verdachte rood. De verkeersinstallatie werkte naar behoren en er waren geen weers- of wegomstandigheden of technische gebreken aan de voertuigen die van invloed zijn geweest op het ongeval. De constructie van de Magni leverde wel zichtbelemmeringen op bij het rijden over de rotonde en kort voor de stopstreep van de oversteekplaats, maar de verdachte kon zowel de verkeerslichten als [naam slachtoffer] goed waarnemen. De verdachte reed op een afstand van ongeveer 30 meter voor de stopstreep van de oversteekplaats toen het licht rood werd. Hij had zijn voertuig op tijd tot stilstand kunnen brengen.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [naam slachtoffer] niet heeft gezien. Ook heeft hij niet gezien dat voor hem, nadat hij voorbij de rotonde was gereden, het licht inmiddels op rood was gegaan.

3.3.2.

De conclusies van de rechtbank uit het bewijs en haar bewijsoverwegingen

De verdachte heeft [naam slachtoffer] niet gezien. Ook heeft hij niet gezien dat voor hem, nadat hij voorbij de rotonde was gereden, het licht bij de oversteekplaats inmiddels op rood was gegaan. Dat betekent dat hij twee cruciale omstandigheden niet heeft opgemerkt, waar dat wel had gemoeten. De verdachte heeft daarom, algemeen gezegd, schuld aan het ongeval.

De vraag is of deze combinatie van fouten naar strafrechtelijke maatstaven de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van aanmerkelijke schuld in de zin van de Wegenverkeerswet. Uitgangspunt voor de juridische beoordeling is dat gekeken moet worden naar het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Die moeten een aanmerkelijke mate van verwijtbare onoplettendheid en/of onvoorzichtigheid meebrengen om een verdachte te kunnen veroordelen voor het misdrijf van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 . Vaste rechtspraak is dat de ernst van de gevolgen daarbij niet de bepalende factor is.

De verdachte kan -zoals gezegd- verweten worden dat hij niet gezien heeft dat het licht voor hem op oranje en vervolgens op rood is gesprongen en dat [naam slachtoffer] bezig was met oversteken. De verdachte heeft dus niet opgelet, terwijl daarvoor voldoende tijd en gelegenheid was. Andere verwijten kunnen de verdachte echter niet gemaakt worden.

De verdachte heeft ter plaatse namelijk niet verwijtbaar te hard gereden. Uit de ongevalsanalyse van de politie komt immers naar voren dat er voldoende tijd was om het voertuig tot stilstand te brengen, ook met de snelheid die de verdachte, tussen de 27 en 30 km per uur, moet hebben gehad. Deze snelheid was weliswaar hoger dan de voor het type voertuig toegestane 25 km per uur, maar dat levert geen causale relatie op met de aanrijding.

Ook kan niet als verwijtbare omstandigheid worden meegenomen dat de verdachte in een bijzonder voertuig met beperkt zicht reed en niet op de gedachte is gekomen het voertuig op een dieplader te vervoeren waardoor het ongeval wellicht voorkomen had kunnen worden, zoals de officier van justitie heeft aangevoerd. Het is immers toegelaten met de Magni deel te nemen aan het wegverkeer, ook in de bebouwde kom en ook in de spits. De situatie ter plaatse bij en voorbij de rotonde is niet uitzonderlijk onoverzichtelijk of gevaarlijk en niet is gebleken dat de zichtbelemmeringen van het voertuig de aanrijding mede hebben veroorzaakt. De verkeerssituatie en het tijdstip brengen dan ook niet mee dat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank af had moeten zien van deelname aan het verkeer ter plaatse of bijzondere maatregelen had moeten nemen.

Gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot de Wegenverkeerswet 1994, brengt dat alles voor de rechtbank mee dat de ondergrens voor het aannemen van aanmerkelijke schuld niet wordt gehaald in deze zaak. Zij is het met de raadsman eens dat de verdachte van het primaire verwijt moet worden vrijgesproken.

De verwijtbare onoplettendheid van de verdachte heeft wel evident gevaar veroorzaakt, wat betekent dat de overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 , zoals subsidiair ten laste is gelegd, bewezen verklaard zal worden.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

subsidiair

op 5 april 2016, in de gemeente Maastricht, als bestuurder van een motorrijtuig (rijdend werktuig van het merk Magni met daaraan gekoppeld een aanhangwagen), daarmee rijdende op de weg, de Limburglaan, komende vanuit de richting van de Avenue Ceramique en gaande over het verkeersplein dat de kruising vormt tussen de Limburglaan, de Renier Nafzgerstraat en Avenue Ceramique, zo onoplettend in strijd met een voor hem, verdachte, geldend rood licht uitstralend driekleurig verkeerslicht en een voor hem bestemde stopstreep op het wegdek, gaande in de richting van de Hoge Weerd, de kruising met een fiets-/bromfietspad in de richting van de Renier Nafzgerstraat is opgereden, zulks op het moment dat een over dat fiets-/bromfietspad rijdende voor hem, verdachte, van rechts komende bestuurster van een motorrijtuig (snorfiets) voornoemde kruising opreed, waardoor een aanrijding is ontstaan tussen zijn, verdachtes, motorrijtuig en die bestuurster van die snorfiets, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

subsidiair

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 .

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte een taakstraf op te leggen van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis, wanneer de taakstraf niet of niet naar behoren wordt uitgevoerd. Daarnaast moet aan de verdachte een rij-ontzegging worden opgelegd van één jaar.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht een straf op te leggen die past bij zijn visie op het bewijs. Ten aanzien van de hoogte van een op te leggen taakstraf heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsman heeft verder verzocht af te zien van het opleggen van een onvoorwaardelijke rij-ontzegging, omdat een rij-ontzegging van lange duur ertoe leiden zal dat de verdachte zijn werk verliest.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft als bestuurder van een zelfrijdend werktuig [naam slachtoffer] aangereden. Door deze verkeersfout van de verdachte is zij komen te overlijden. Het leed dat veroorzaakt is door het ongeval is groot en onherstelbaar. Voor de nabestaanden van het jonge slachtoffer is er sprake van een tragisch en onomkeerbaar verlies. Zij staan voor de moeilijke taak het verlies van [naam slachtoffer] een plaats in hun leven te geven. Zij worden, zo blijkt uit de indrukwekkende slachtofferverklaring, dagelijks met dit verlies geconfronteerd en hun levens zijn voorgoed veranderd. Op een gewone dag vertrok [naam slachtoffer] naar haar nieuwe werk om daar vervolgens niet aan te komen, waarna het meest verschrikkelijke bericht kwam dat een ouder kan treffen.

Naast het leed dat door het feit is veroorzaakt moet de rechtbank de persoon van de verdachte bij haar oordeel betrekken. Alhoewel de gevolgen van het ongeval voor de verdachte zich niet laten vergelijken met het leed van de nabestaanden, houdt de rechtbank er ook rekening mee dat de verdachte zeer is aangeslagen door het ongeval en dat hij dagelijks wordt geconfronteerd met het besef dat door zijn toedoen een jonge vrouw om het leven is gekomen. De rechtbank houdt daarnaast in het voordeel van de verdachte rekening met het feit dat de verdachte al jarenlang professioneel bestuurder is en een blanco strafblad heeft.

Wat voor straf is passend? Geen enkele straf kan recht doen aan het verlies dat de familie van [naam slachtoffer] heeft geleden en het verdriet dat dat verlies nog steeds veroorzaakt. Maar hoewel het gevolg van verdachtes onoplettendheid groot is, is zijn fout relatief gering. Elke dag missen honderden verkeersdeelnemers een rood licht. Zo’n overtreding wordt gebruikelijk met een geldboete afgedaan. Het gevaar op de weg dat de verdachte heeft veroorzaakt en dat zich heeft verwerkelijkt in de aanrijding met [naam slachtoffer] , brengt mee dat de rechtbank de verdachte geen geldboete maar een taakstraf zal opleggen. Onder de omstandigheden van deze zaak vindt de rechtbank een taakstraf van 150 uur passend.

Daarnaast moet de ernst van het feit tot uitdrukking komen door de oplegging van een rij-ontzegging. De rechtbank beschouwt een ontzegging van één jaar in beginsel gepast, maar zal deze geheel voorwaardelijke opleggen met een proeftijd van twee jaren, omdat de verdachte al vele jaren bekwaam en zonder problemen voor zijn werk rijdt en onevenredig zwaar gestraft zal worden, als hem met deze bevoegdheid ook zijn baan ontnomen zou worden.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.3 is omschreven;

spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf en maatregel

- veroordeelt de verdachte voor het feit tot een taakstraf voor de duur van 150 uren;

- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;

veroordeelt de verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 jaar;

bepaalt dat de rij-ontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter de tenuitvoerlegging gelast omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Beije, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en mr. E.V.L. Heuts rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 april 2017.

Buiten staat

Mr. E.V.L. Heuts is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 5 april 2016 in de gemeente Maastricht als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (rijdend werktuig van het merk Magni met daaraan gekoppeld een aanhangwagen), daarmede rijdende over de weg, de Limburglaan, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander, genaamd [naam slachtoffer] , werd gedood, welke gedraging(en) zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, was/waren en hieruit heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte, met genoemd motorrijtuig, komende vanuit de richting van de Avenue Ceramique en gaande over het verkeersplein dat de kruising vormt tussen de Limburglaan, de Reinier Nafzgerstraat en Avenue Ceramique, met een hogere snelheid dan de terplaatse toegestane maximumsnelheid, in elk geval met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid, in strijd met een voor hem, verdachte, geldend geel licht uitstralend driekleurig verkeerslicht en een voor hem bestemde stopstreep op het wegdek het voornoemde verkeersplein (richting 8) is opgereden en/of (vervolgens) in strijd met een voor hem, verdachte, geldend rood licht uitstralend driekleurig verkeerslicht en een voor hem bestemde stopstreep op het wegdek, gaande in de richting van de Hoge Weerd (richting 68), de kruising met een fiets-/bromfietspad in de richting van de Reinier Nafzgerstraat is opgereden zulks op het moment dat een over dat fiets-/bromfietspad rijdende voor hem, verdachte, van rechts komende bestuurster van een motorrijtuig (snorfiets), zijnde [naam slachtoffer] , voornoemde kruising tot op korte afstand was genaderd, althans die kruising opreed, althans zich op die kruising bevond, waardoor, althans mede waardoor een botsing en/of aan- of overrijding is ontstaan met/tussen/door zijn, verdachtes, motorrijtuig en voornoemde [naam slachtoffer] , althans de door [naam slachtoffer] bestuurde snorfiets;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 05 april 2016, in de gemeente Maastricht, als bestuurder van een motorrijtuig (rijdend werktuig van het merk Magni met daaraan gekoppeld een aanhangwagen), daarmee rijdende op de weg, de Limburglaan, komende vanuit de richting van de Avenue Ceramique en gaande over het verkeersplein dat de kruising vormt tussen de Limburglaan, de Reinier Nafzgerstraat en Avenue Ceramique, zo onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onoordeelkundig en/althans met een hogere snelheid dan de terplaatse toegestane maximumsnelheid, in elk geval met een voor de verkeerssituatie ter plaatse te hoge snelheid, in strijd met een voor hem, verdachte, geldend geel licht uitstralend driekleurig verkeerslicht en een voor hem bestemde stopstreep op het wegdek het voornoemde verkeersplein (richting 8) is opgereden en/of (vervolgens) in strijd met een voor hem, verdachte, geldend rood licht uitstralend driekleurig verkeerslicht en een voor hem bestemde stopstreep op het wegdek, gaande in de richting van de Hoge Weerd (richting 68), de kruising met een fiets-/bromfietspad in de richting van de Reinier Nafzgerstraat is opgereden zulks op het moment dat een over dat fiets-/bromfietspad rijdende voor hem, verdachte, van rechts komende bestuurster van een motorrijtuig (snorfiets) voornoemde kruising tot op korte afstand was genaderd, althans die kruising opreed, althans zich op die kruising bevond, waardoor, althans mede waardoor een botsing en/of aan- of overrijding is

ontstaan met/tussen/door zijn, verdachtes, motorrijtuig en die bestuurster van die snorfiets, althans die snorfiets, door welke gedraging(en) van verdachte (telkens) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans (telkens) kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op

die weg (telkens) werd gehinderd, althans (telkens) kon worden gehinderd.

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/866245-16

Proces-verbaal van de openbare zitting van 25 april 2017 in de zaak tegen:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

wonende te [adres verdachte] .

Raadsman is mr. L.E.M. Hendriks, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

Tegenwoordig:

mr. M.M. Beije , rechter,

mr. , officier van justitie,

mr. A.P. Jansen, , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is wel/niet in de zittingzaal aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2016060028, gesloten d.d. 28 juni 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 161.

Het verslag betreffende niet-natuurlijke dood, d.d. 5 april 2016, opgemaakt door de lijkschouwer, forensisch geneeskundige M.W.G. Govaerts, niet opgenomen in de doornummering.

Het Proces-verbaal VerkeersOngevalAnalyse, dossierpagina 37 t/m 54.

Het arrest van de Hoge Raad van 29 april 2008, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:20089:BD0544.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature