Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

.

Uitspraak



RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700527-16 en 03/866090-17 (ttzgev)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 mei 2017

in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

gedetineerd in de P.I. Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 april 2017. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte brand heeft gesticht in een asielzoekerscentrum in Heerlen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan en dat hij twee personen heeft gestoken (met een mes, respectievelijk een schaar).

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte op 2 november 2016 brand heeft gesticht in het asielzoekerscentrum gelegen aan de [adres] te Heerlen. De verdachte heeft in de keuken van zijn woonunit in het asielzoekerscentrum met een mes een snee gemaakt in de gasslang van het gasstel en vervolgens het uitstromende gas aangestoken, waardoor brand is ontstaan. Dat levert een voltooide brandstichting op zoals primair ten laste is gelegd. Van de brand ging gevaar uit voor het leven van de medebewoners van de unit en voor dat van de bewoners van de overige zeven units van het asielzoekerscentrum.

Een medebewoner, [naam medebewoner 1] , heeft de brand geblust en werd vervolgens door de verdachte met het mes gestoken in zijn schouder. Dat levert volgens de officier van justitie een poging tot zware mishandeling op.

Van een tweede steekpartij (met een schaar), die zich op 3 januari 2017 in de penitentiaire inrichting in Sittard zou hebben afgespeeld, moet de verdachte worden vrijgesproken, omdat daarvan overtuigend bewijs ontbreekt, aldus de officier van justitie.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de verdachte volledig vrij te spreken van alle ten laste gelegde feiten.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Namens het asielzoekerscentrum gelegen aan de [adres] in Heerlen is aangifte gedaan van brandstichting. De verdachte heeft bekend dat hij in de late avond van 2 november 2016 in zijn woning in het asielzoekerscentrum in de keuken een gasslang deels kapot heeft gesneden met een fruitmes en het uitstromende gas heeft aangestoken. Hij had veel gedronken en wilde een einde maken aan zijn leven, omdat zijn asielaanvraag kort ervoor was afgewezen.

In de wooneenheid waren zes medebewoners en bezoekers aanwezig, onder wie [naam medebewoner 1] (verder: [naam medebewoner 1] ) en [naam medebewoner 2] (verder: [naam medebewoner 2] ). [naam medebewoner 1] heeft de gaskraan dichtgedraaid en het vuur geblust.

[naam medebewoner 1] heeft aangifte gedaan van mishandeling op diezelfde avond door de verdachte. Hij heeft verklaard dat hij plots van achteren werd gestoken, toen hij met het vuur bezig was. Hij voelde dat hij met kracht door de verdachte werd gestoken. Hij had een wond in zijn linker bovenarm. De verdachte heeft ontkend dat hij [naam medebewoner 1] gestoken heeft met het fruitmes waarmee hij de gasslang kapot had gesneden, maar de rechtbank heeft naast de aangifte en foto van het letsel voldoende aanvullend bewijs in de vorm van de getuigenverklaring van [naam medebewoner 2] . [naam medebewoner 2] heeft gezien dat de verdachte [naam medebewoner 1] doelbewust en met kracht stak met het mes in diens linkerschouder. [naam medebewoner 1] beschrijft het mes als volgt: het was een keukenmes, een soort aardappel- en schilmesje van ongeveer 10 centimeter lang, aan één kant geslepen en aan de andere kant was het een soort zaag.5

Overwegingen van de rechtbank

De vraag die de rechtbank naar aanleiding van het voorgaande moet beantwoorden, is hoe een en ander juridisch moet worden geduid.

Brandstichting: voltooid delict, poging of volledige vrijspraak?

Ten aanzien van de brand overweegt de rechtbank het volgende. De verdachte heeft uitstromend gas aangestoken in de keuken. De verdachte heeft over wat er daarna gebeurd is zelf geen duidelijkheid verschaft, maar eerder op de avond had de verdachte tegen [naam medebewoner 2] gezegd dat hij het huis in brand wilde steken. Er is dus sprake van opzet op het stichten van brand.

[naam medebewoner 2] en [naam medebewoner 1] hebben verder het volgende waargenomen. Door het aangestoken gas ontstond volgens [naam medebewoner 1] flink vuur.4 [naam medebewoner 2] zag dat de verdachte de brandende slang tegen de muur aanhield om deze in brand te steken. Toen dat niet snel genoeg ging, bewoog de verdachte de slang in het rond om andere dingen in brand te steken.

Dit alles betekent dat de verdachte opzettelijk bezig was met de brandende slang andere voorwerpen in brand te steken. Dat is echter niet gelukt en naar het oordeel van de rechtbank is het dus bij een poging tot brandstichting gebleven. Het enkele doen ontbranden van het gas is voor de rechtbank onvoldoende om van een voltooide brandstichting te kunnen spreken, zoals de officier van justitie heeft betoogd.

Van de poging was verder (voorzienbaar) gevaar te duchten voor de levens van anderen of voor goederen. Als de brand niet tijdig was geblust, had deze zich op ongecontroleerde wijze kunnen ontwikkelen. Er had een snelle hitteontwikkeling kunnen plaatsvinden en de bovenkasten hadden gemakkelijk vlam kunnen vatten. Er zou een uitslaande brand kunnen hebben ontstaan. Gelet op de bouwwijze van het pand en de aanwezigheid van personen is er sprake geweest van gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen.

De rechtbank zal aldus de verdachte vrijspreken van het primaire verwijt van feit 1 en het subsidiaire verwijt bewezen verklaren. Daarbij overweegt de rechtbank dat ook het bestanddeel “rondzwaaien” op de tenlastelegging bewezen kan worden verklaard. De raadsman heeft aangevoerd dat dit niet kan, omdat feitelijk de gasslang daarvoor niet lang genoeg was, maar voor de rechtbank is duidelijk dat de steller van de tenlastelegging gedoeld heeft op het door [naam medebewoner 2] beschreven in het rond bewegen van de gasslang. Dat was naar het oordeel van de rechtbank goed mogelijk met de flexibele slang. De rechtbank ziet geen aanleiding de tenlastelegging zo letterlijk te nemen als de raadsman doet.

Poging zware mishandeling?

Ten aanzien van het steken van [naam medebewoner 1] is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een poging tot zware mishandeling. Niet gezegd kan worden dat de verdachte de rechtstreekse intentie had [naam medebewoner 1] zwaar lichamelijk toe te brengen. De verdachte wilde brand stichten en een einde aan zijn eigen leven maken, maar wilde niet primair zijn medebewoners iets aandoen. Zijn handelen, dat volgde op het frustreren van zijn zelfmoordpoging, heeft echter dit type letsel (of erger, maar dat wordt hem niet verweten) wel kunnen veroorzaken. De verdachte heeft gestoken in de bovenarm/schouder van [naam medebewoner 1] en handelde onbeheerst. Dat blijkt niet alleen uit zijn dronken toestand en de gang van zaken bij het in brand steken van de gasslang, maar ook uit het gegeven dat hij, verhinderd in zijn streven de keuken in brand te zetten, volgens [naam medebewoner 2] na het steken van [naam medebewoner 1] in het rond bleef steken. De verdachte moest door [naam medebewoner 1] , [naam medebewoner 2] en andere bewoners al worstelend onder controle worden gebracht, waarbij ook [naam medebewoner 2] een snee aan zijn vinger opliep toen hij het mes wilde afpakken.6

In de buurt van de schouder bevindt zich de hals en een verwonding van de aderen die in dit gebied liggen kan leiden tot blijvend en zelfs fataal letsel. De kans daarop is onder de omstandigheden aanmerkelijk te noemen. Het mes was daarvoor ook geschikt. De verdachte heeft door zo onbeheerst en met kracht te steken de aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aanvaard. Dat aanvaarden vloeit voor de rechtbank voort uit zijn handelen zelf. Dat handelen is naar de uiterlijke verschijningsvorm zo gericht op dit gevolg dat er sprake is van voorwaardelijk opzet. De rechtbank zal feit 2 dan ook bewezen verklaren.

Het feit met parketnummer 03/866090-17

De rechtbank acht dit feit niet bewezen. Er is een aangifte van [naam slachtoffer] (verder: [naam slachtoffer] ), die verklaard heeft dat de verdachte hem met een schaar heeft gestoken. De verdachte heeft dit ontkend. Weliswaar kan bewezen worden dat beide mannen een aanvaring met elkaar hebben gehad in de toiletruimte van de penitentiaire inrichting waar zij verbleven, maar de enige objectieve getuige daarvan, [naam getuige] , heeft wel een schaar gezien, maar niet gezien dat er met een schaar gestoken is. Het letsel van [naam slachtoffer] is bovendien niet nader onderzocht, waardoor de vraag open blijft of dit met een schaar kan zijn veroorzaakt. Vorenstaande betekent dat de rechtbank bij gebrek aan (overtuigend) bewijs de verdachte vrij zal spreken.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

Feit 1 subsidiair

omstreeks 3 november 2016 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten, met dat opzet een gasleiding heeft opengesneden en vervolgens het gas heeft aangestoken en met deze brandende gasleiding heeft rondgezwaaid en daarvan gemeen gevaar voor het pand (asielzoekerscentrum gelegen aan de [adres] ) en levensgevaar voor zich in voornoemd pand bevindende personen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Feit 2

omstreeks 3 november 2016 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam medebewoner 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [naam medebewoner 1] met een mes in diens arm/schouder heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

03/700527-16 feit 1 subsidiair

poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

en

poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is

03/700527-16 feit 2

poging tot zware mishandeling

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De psycholoog [naam psycholoog] heeft over de geestvermogens van de verdachte op 13 maart 2017 een rapport uitgebracht. De rechtbank komt op basis van de in dit rapport vervatte bevindingen tot de conclusie dat bij de verdachte geen sprake is van een omstandigheid die zijn strafbaarheid geheel uitsluit. Ook overigens zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. De verdachte is dan ook strafbaar.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan de verdachte een gevangenisstraf van 12 maanden op te leggen, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de verdachte zo spoedig mogelijk in vrijheid te stellen. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, zou volstaan moeten worden met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast kan eventueel nog een voorwaardelijke straf worden opgelegd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft geprobeerd het AZC in Heerlen in brand te steken. Dat is bij een poging gebleven, maar desalniettemin heeft de verdachte de levens van de bewoners van het AZC op het spel gezet. Dit is een ernstig strafbaar feit en niet volstaan kan worden met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming. De oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf is gebruikelijk bij brandstichting. De rechtbank is van oordeel dat niet volstaan kan worden met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest dat de verdachte tot nu toe heeft ondergaan.

De verdachte kan zich niet verschuilen achter zijn dronkenschap of wanhoop over de afwijzing van zijn asielaanvraag. Tot op zekere hoogte heeft de rechtbank begrip voor zijn moeilijke persoonlijke situatie, maar dat doet niet af aan de ernst van de zaak. Zelf heeft de verdachte nog aangevoerd dat hij de mensen gezegd had weg te gaan, maar ook dat weegt de rechtbank niet in zijn voordeel mee. De rechtbank heeft namelijk de indruk gekregen dat de verdachte alleen gericht is op zijn eigen persoonlijke situatie en dat hij die van anderen vrijwel volledig negeert. Die indruk is niet weggenomen door zijn spijtbetuiging op de terechtzitting. Verder moet de verdachte gestraft worden voor het steken van [naam medebewoner 1] . Ook dat is een ernstig feit.

De rechtbank acht de gevorderde straf passend, ook al is de eis gebaseerd op een voltooide brandstichting. De rechtbank gaat dus boven de eis uit.

Het voorwaardelijke deel heeft als bijkomend doel de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, omdat de rechtbank het zorgelijk vindt dat de verdachte zijn emoties niet onder controle weet te houden. Naar verwachting zal zijn asielprocedure nog niet zijn afgerond, wanneer hij na het uitzitten van het onvoorwaardelijk deel van de straf vrijkomt. Spanningen rondom die procedure mogen er niet toe leiden dat hij anderen iets aandoet of dreigt aan te doen.

De rechtbank vindt tot slot niet dat bij de stafmaat rekening moet worden gehouden met de invloed die de strafmaat kan hebben op de kans op het verkrijgen van een verblijfstitel. De rechtbank is van oordeel dat dan geen recht gedaan wordt aan de ernst van de feiten en houdt de strafzaak en de procedure rondom de asielaanvraag gescheiden.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij Centraal Orgaan opvang Asielzoekers vordert een schadevergoeding van € 375,60 ter zake van feit 1 in verband met de reparatie van de gasslang en afzuiging in de woning van de verdachte.

De raadsman heeft de vordering niet betwist. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij volledig toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 november 2016. De schade acht de rechtbank het rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde onder feit 1 subsidiair en de verdachte is voor die schade aansprakelijk. De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte opleggen.

8 Het beslag

Het mes dat in beslag is genomen, zal de rechtbank onttrekken aan het verkeer. Met dit voorwerp is het bij feit 2 bewezenverklaarde begaan en het ongecontroleerde bezit ervan acht de rechtbank in strijd met het algemeen belang (artikel 36c, onder 4, van het Wetboek van Strafrecht ).

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14 b, 14c, 24c, 36b, 36c, 36f, 45, 57, 157 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde de onder feit 1 primair in de zaak met parketnummer 03/700527-16 en het tenlastegelegde onder primair en subsidiair in de zaak met parketnummer 03/866090-17;

Bewezenverklaring

verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte voor feit 1 subsidiair en feit 2 (parketnummer 03/700527-16) tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde straf;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij AZC Imstenrade te Heerlen te betalen € 375,60, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 2 november 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer AZC Imstenrade van € 375,60, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 2 november 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;

Beslag

- onttrekt aan het verkeer het volgende in beslag genomen voorwerp:

1. STK Mes 863962.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Beije, voorzitter, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. B.J. van Vugt-Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 mei 2017.

Buiten staat

Mr. B.J. van Vugt-Jansen en mr. M.M. Beije zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

Dagvaarding met parketnummer 03/700527-16

Feit 1

hij op of omstreeks 03 november 2016 in de gemeente Heerlen opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met gas (stromend uit een door hem, verdachte, opengesneden gasleiding), althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan een hoeveelheid gas en/of keukenapparatuur en/of meubilair geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor het pand (Asielzoekercentrum gelegen aan de [adres] ) en/of zich in dat pand bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in voornoemd pand bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 03 november 2016 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen, met dat opzet een gasleiding heeft opengesneden en vervolgens het gas heeft aangestoken en met deze (brandende) gasleiding heeft rondgezwaaid, in elk geval met dat opzet open vuur in aanraking heeft gebracht met gas, althans met een brandbare stof, en daarvan gemeen gevaar voor het pand (asielzoekerscentrum gelegen aan de [adres] ), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in voornoemd pand bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2

hij op of omstreeks 03 november 2016 in de gemeente Heerlen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam medebewoner 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet voornoemde [naam medebewoner 1] met een mes (in diens arm/schouder) heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

dagvaarding met parketnummer: 03/866090-17

hij op of omstreeks 03 januari 2017 te Sittard, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen voornoemde [naam slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een schaar, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (in diens rug en/of gezicht) heeft gestoken en/of gesneden en/of gekrast, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 03 januari 2017 te Sittard, in elk geval in de gemeente Sittard-Geleen, [naam slachtoffer] heeft mishandeld door voornoemde [naam slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een schaar, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, (in diens rug en/of gezicht) te steken en/of te snijden en/of te krassen.

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummer: 03/700527-16 en 03/866090-17 (ttzgev)

Proces-verbaal van de openbare zitting van 9 mei 2017 in de zaak tegen:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens verdachte] ,

gedetineerd in de P.I. Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. A.A.Th.X. Vonken, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

, griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is niet in de zittingzaal aanwezig. Ter terechtzitting van 25 april 2017 heeft hij afstand gedaan van zijn recht in persoon bij de uitspraak aanwezig te zijn.

De rechter spreekt het vonnis uit.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2016201336, gesloten d.d. 27 december 2016, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 70.

Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 11.

De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting op 25 april 2017.

Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 14.

Het proces-verbaal aangifte, dossierpagina 14 en de foto op dossierpagina 17 onderaan.

Het proces-verbaal van verhoor aangever, dossierpagina 20.

Het proces-verbaal van verhoor getuige, dossierpagina 32.

Het proces-verbaal van verhoor getuige, dossierpagina 33.

Het proces-verbaal Sporenonderzoek, dossierpagina 36.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature