Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Veroordeling wegens gewoontewitwassen van criminele gelden van een ander, deelname criminele aan een organisatie gericht op witwassen en het voorhanden hebben van een pistool.

Uitspraak



RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer: 04/976414-10

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 april 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.F.M. Geeratz, advocaat kantoorhoudende te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 5, 10 en 12 april 2017 De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officieren van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met anderen zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen dan wel witwassen van geldbedragen en/of voertuigen en/of sieraden;

feit 2: deel heeft genomen aan een organisatie gericht op het witwassen van geldbedragen en/of voertuigen en/of sieraden;

feit 3: een pistool en/of munitie voorhanden heeft gehad.

3 Partiële nietigheid dagvaarding

De rechtbank is ambtshalve van oordeel dat de dagvaarding met betrekking tot het onder

1. primair en subsidiair ten laste gelegde partieel nietig is met betrekking tot het onderdeel ‘een of meer ander(e) voorwerp(en)’. De rechtbank overweegt dat ‘een of meer ander(e) voorwerp(en)’ een te ruime en te veelomvattende aanduiding is. In de tenlastelegging wordt een aantal waarde-goederen dat in beslag is genomen tijdens de verschillende doorzoekingen specifiek opgenomen. Voor het onderdeel ‘een of meer ander(e) voorwerp(en)’ wordt vervolgens door de officieren van justitie ter terechtzitting verwezen naar de overige waarde-goederen die tijdens de doorzoekingen in beslag zijn genomen en op de beslaglijst staan vermeld. De rechtbank is echter van oordeel dat, gelet op het zeer omvangrijke dossier, niet kan worden volstaan met deze enkele verwijzing, hetgeen leidt tot partiële nietigheid.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding voor wat betreft het overige deel geldig is.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Inleiding

Aan verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] (zijn voormalige schoondochter), [medeverdachte 2] (zijn kleinzoon), en [medeverdachte 3] (zijn partner) wordt ten laste gelegd dat zij zich hebben schuldig gemaakt aan het (gewoonte)witwassen van crimineel vermogen (het onder 1 ten laste gelegde) en deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk witwassen (het onder 2 ten laste gelegde). Bovendien wordt verdachte verweten een pistool en munitie voorhanden te hebben gehad (het onder 3 ten laste gelegde).

Deze vier verdachten zijn naar voren gekomen in verschillende strafrechtelijke onderzoeken naar [persoon 1] , de zoon van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] , de toenmalig echtgenoot van medeverdachte [medeverdachte 1] en vader van medeverdachte [medeverdachte 2] , betreffende overtredingen van de Opiumwet en witwassen. In deze onderzoeken zijn op 8 mei 2010, 23 mei 2011 en 7 februari 2012 doorzoekingen verricht in onder andere de woningen aan de [adres persoon 1] te Venlo, destijds zijnde de woning van [persoon 1] en medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , en aan de [adresgegevens verdachte] te Venlo, zijnde de woning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] . Iedere doorzoeking heeft geresulteerd in beslaglegging op geld en/of waarde-goederen.

Uit het dossier komt naar voren dat [persoon 1] in 1992 in Duitsland is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens de invoer van en handel in verdovende middelen. In 2001 is hij door de toenmalige rechtbank Roermond veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf ter zake drugsdelicten gepleegd in 2000. Bij arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch in 2003 is hem, naar aanleiding van deze feiten, tevens een ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegd voor een bedrag van 650.000 euro. Vervolgens is [persoon 1] op 4 januari 2011 door de rechtbank in Hasselt (België) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar in verband met betrokkenheid bij een grootschalig amfetaminelaboratorium dat in mei 2010 werd opgerold. Voorts is de rechtbank naar aanleiding van eerdere (regie)zittingen in deze zaak bekend met het feit dat [persoon 1] later in Duitsland ook nog is veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf in verband met opiumwetdelicten.

4.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat het onder 1 primair - met uitzondering van de geldbedragen en sieraden aangetroffen op de [adres 1] en [adres 2] te Venlo en het geld aangetroffen op de [adres 3] te Deurne alsmede de betaling van het geldbedrag in 2002 – het onder 2 en onder 3 ten laste gelegde wordt bewezenverklaard. Daartoe hebben de officieren van justitie – zoals vervat in hun schriftelijke requisitoir – het volgende aangevoerd:

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde

De officieren van justitie hebben in het kader van de bewijsvoering gewezen op de volgende bewijsmiddelen:

het onderzoek naar de rekeningen bij de Fortisbank te Maaseik;

het aantreffen van grote geldbedragen in geheime bergplaatsen, en van auto’s en sieraden in/bij de woningen aan de [adres persoon 1] en [adresgegevens verdachte] te Venlo op 8 mei 2010, 23 mei 2011 en 7 februari 2012;

de wetenschap van de verdachten dat [persoon 1] zich bezig hield met drugscriminaliteit;

het feit dat er ook na de aanhouding van [persoon 1] nog geldbiljetten die in de woning in een geheime bergplaats achter de koelkast zijn aangetroffen bij De Nederlandse Bank (DNB) zijn geweest;

het aantreffen van dacty- en/of DNA-sporen van medeverdachte [medeverdachte 1] én van verdachte op de verpakkingen/elastieken van de geldbiljetten;

op/in tassen die gevonden zijn bij de doorzoeking in [adres persoon 1] zat grond, waarvan het NFI rapporteert dat de kans dat de grond uit de kruipruimte van [adresgegevens verdachte] komt veel waarschijnlijker is dan dat deze grond uit de kruipruimte van [adres persoon 1] komt;

de inhoud van de OVC-gesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] ;

de inhoud van een tapgesprek van [persoon 2] , waaruit blijkt dat hij wetenschap had van de hoogte van het aangetroffen geld in de bergruimte achter de koelkast op een moment dat het geld nog niet is geteld;

het OVC-gesprek tussen [persoon 2] en [getuige 1] waaruit blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 2] wordt ingezet om geld op te halen;

het feit dat medeverdachte [medeverdachte 2] minstens drie keer naar de Fortisbank is geweest in verband met de rekeningen die op zijn naam waren geopend, namelijk op 7 november 2008 om [persoon 1] als gevolmachtigde toe te voegen, op 10 juli 2009 toen hij opdracht gaf tot verkoop en op 22 juli 2009 toen hij samen met verdachte het geld heeft opgehaald;

de verklaringen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] over het geld dat in hun woning is aangetroffen;

de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 3] dat zij geld in haar woning voor iemand bewaarde, waarbij zij later aangeeft dat het geld van [persoon 1] is;

de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] over het storten van geld afkomstig van [persoon 1] op de rekeningen van de Fortisbank ten behoeve van de aankoop van kasbons, dat [persoon 1] geld telde in de schuur, dat [persoon 1] het geld heeft verdiend met drugshandel/productie en dat [persoon 1] het door hem verdiende geld naar zijn ouders bracht alwaar het werd bewaard.

De verdachten maakten bovendien voor hun dagelijks levensonderhoud gebruik van het criminele geld, hetgeen blijkt uit het voorhanden hebben van dure auto’s en sieraden alsmede hun uitgaven patroon dat niet in verhouding stond tot de legale inkomsten.

Verder hebben de officieren erop gewezen dat alle vier de verdachten zich bewust waren van de aanwezigheid van het criminele geld, zich gezamenlijk hebben ingezet het geld te verbergen, er ook allemaal van hebben geprofiteerd en een gezamenlijk opzet hadden op het witwassen. Dit alles maakt dat zij in de ogen van de officieren van justitie ook verantwoordelijk zijn – al dan niet via voorwaardelijk opzet – voor de uitgaven/aankopen en andere feitelijke handelingen van de medeverdachten met het criminele geld. Alle vier de verdachten hebben ook een bijdrage gehad van voldoende gewicht.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Uit het dossier blijkt volgens de officieren van justitie bovendien dat alle verdachten, allen familieleden van [persoon 1] , ieder voor zich en gezamenlijk een rol hebben gespeeld in het witwassen van het door [persoon 1] al dan niet samen met anderen verdiende criminele geld:

er is cash geld gestort op bankrekeningen in het buitenland;

bankrekeningen zijn op hun naam gezet, waarna verdachten gezamenlijk geld zijn gaan ophalen;

zij hebben gezamenlijk geld verpakt, geseald en vervolgens verstopt. Er is ook geld van de ene woning naar een verstopplaats in de andere woning gebracht door verdachten;

zij hebben wisselende en leugenachtige verklaringen afgelegd over de herkomst van het geld;

ze hebben contant geld aangenomen en uitgegeven, waarvan zij wisten dat het geen legale herkomst had.

De verdachten wisten van elkaars handelen en hebben dit gezamenlijk gedaan. Dit gedurende enkele jaren en zelfs meerdere doorzoekingen en verhoren als verdachten hebben hen er niet van weerhouden om door te gaan.

Uit bovengenoemde blijkt volgens de officieren van justitie het door de Hoge Raad vereiste gestructureerde en duurzame samenwerkingsverband dat noodzakelijk is om te komen tot een bewezenverklaring van deelname aan een criminele organisatie. Deze familie is volgens het openbaar ministerie een criminele organisatie daar waar zij zich gezamenlijk richten op het witwassen.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

De officieren van justitie hebben ten aanzien van het bewijs verwezen naar:

het aantreffen van het pistool op 23 mei 2011, dat met dubbelzijdig tape was bevestigd onder een extra plankje onder de bovenste la van een kast in de woonkamer van de [adresgegevens verdachte] te Venlo;

het proces-verbaal betreffende het onderzoek van het wapen en de munitie;

het proces-verbaal van bevindingen inhoudende dat het wapen bij de doorzoeking op 8 mei 2010 in de betreffende kast niet is aangetroffen;

de gelijkluidende verklaringen van verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 3] , welke aantoonbaar onjuist zijn.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld – zoals vervat in de overgelegde pleitnota – dat verdachte dient te worden vrijgesproken van al het ten laste gelegde, om de volgende redenen:

ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat er sprake is van witwashandelingen. Er is mogelijk sprake geweest van het verstoppen van geld, maar geen enkele handeling is gericht geweest op het verhullen van de criminele herkomst van het geld, hetgeen volgens de jurisprudentie wel is vereist;

voorts bevat het dossier geen bewijs waaruit een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten gericht op witwasactiviteiten kan worden afgeleid;

ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde geeft het dossier geen blijk van een duurzaam of gestructureerd karakter van een samenwerking. Er is geen afstemming van activiteiten gericht op een gemeenschappelijk doel. Voorts is er geen sprake geweest van witwassen, zodat de criminele organisatie dit doel dan ook niet kan hebben gehad;

ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde is er behoudens het aantreffen van het verborgen wapen, geen bewijs voorhanden dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van het wapen.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

4.4.1

Het toetsingskader witwassen (feit 1)

Bij de beoordeling van het onder 1 ten laste gelegde feit stelt de rechtbank het volgende voorop. Naar inmiddels bestendige jurisprudentie kan het in de tenlastelegging opgenomen onderdeel “afkomstig uit enig misdrijf ” bewezen worden geacht, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kán zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Daarbij ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om zicht te bieden op het bewijs waaruit zodanige feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid.

Daarbij moeten de volgende stappen worden doorlopen.

Allereerst zal moeten worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien zulks zich voordoet, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de herkomst van het voorwerp. Zo een verklaring dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn.

Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat zij eerst in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet.

Zodra het door de verdachte geboden tegenwicht daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

De rechtbank zal het verwijt dat verdachte wordt gemaakt aan de hand van dit toetsingskader beoordelen.

4.4.2

Het geldbedrag van 65.097 euro (januari 2002)

Met de officieren van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de betrokkenheid van verdachte bij het storten van het geldbedrag van 65.097 euro in januari 2002 niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.4.3

Het geldbedrag van 120.000 euro (juli 2009)

Op 6 augustus 2004 werden drie rekeningen geopend bij de Fortisbank te Maaseik (België) op naam van medeverdachte [medeverdachte 2] door zijn wettelijk vertegenwoordiger [persoon 1] , te weten:

- een beleggersrekening met het nummer [rekeningnummer 1] ;

- een spaarrekening met het nummer [rekeningnummer 2] ;

- een effectenrekening met het nummer [rekeningnummer 3] .

Op 6 augustus 2004 wordt op de beleggersrekening een bedrag van 133.233,31 euro gestort.

Uit nader onderzoek naar de herkomst van dit bedrag komt het volgende naar voren:

Op 18 juni 2001 werden door medeverdachte [medeverdachte 1] bij de Fortisbank in Maaseik zogenaamde ‘kasbons’ aangekocht voor een bedrag van 120.000 euro. Als wijze van betaling wordt op het formulier “in speciën” vermeld. Dit betekent dat het gehele bedrag contant gestort is.

Het bedrag van 120.000 euro betreffende de aangekochte kasbons is gedurende de looptijd van de coupures aangegroeid tot een bedrag van 133.233,31 euro. Dit bedrag wordt direct na het einde van de looptijd van de kasbons op 6 augustus 2004 overgeboekt naar de beleggersrekening [rekeningnummer 1] .

Volgens het formulier "Terugbetaling met gekapitaliseerde interesten van obligaties van

Belgische oorsprong" heeft medeverdachte [medeverdachte 2] op 6 augustus 2004 opdracht gegeven tot storting van een bedrag van 133.233,10 euro op de net geopende beleggersrekening [rekeningnummer 1] .

Op 10 juli 2009 werd door [medeverdachte 2] opdracht gegeven tot terugbetaling van fondsen op de beleggersrekening [rekeningnummer 1] , welke fondsen gekoppeld waren aan de effectenrekening [rekeningnummer 3] . Deze fondsen hadden op dat moment een geschatte waarde van 120.923,40 euro. Het opdrachtformulier werd ondertekend door medeverdachte [medeverdachte 2] te Maaseik.

Op 22 juli 2009 werd door [medeverdachte 2] aan de Fortisbank opdracht gegeven om de effectenrekening [rekeningnummer 3] af te sluiten. Ook dit formulier werd ondertekend door [medeverdachte 2] .

Volgens de bankafschriften werd op 22 juli 2009 ook het resterende saldo van 121.277,76 euro van de beleggersrekening overgeboekt naar de spaarrekening [rekeningnummer 2] en van deze rekening op dezelfde datum het resterende saldo van 121.488,58 euro op de spaarrekening contant opgenomen.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij destijds in 2001 en 2002 de contante geldbedragen heeft gestort voor de aankoop van de kasbons. De gelden voor de aankoop van de kasbons had zij gekregen van [persoon 1] . [persoon 1] heeft haar die gelden contant gegeven en zij heeft die in zijn opdracht naar de Fortisbank in Maaseik gebracht en gestort. Later is dat bedrag door medeverdachte [medeverdachte 2] , in het bijzijn van zijn opa [verdachte] , weer contant opgenomen.

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij van zijn vader of opa te horen kreeg dat hij mee moest naar de bank in België. Hij denkt dat zijn opa hem toen naar België heeft gereden. Hij herinnert zich dat hij bij de bank formulieren heeft moeten ondertekenen. Hij heeft bij de bank in ieder geval niet het woord gevoerd, dat zal zijn opa gedaan hebben. Hij denkt dat zijn opa het geld in ontvangst heeft genomen.

Verdachte heeft verklaard dat hij met medeverdachte [medeverdachte 2] naar België is gereden. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft zijn geld aangepakt. Hij had papieren bij zich en die heeft hij daar afgegeven. Hij heeft zijn geld daar gebeurd. Het stond op naam van medeverdachte [medeverdachte 2] ; dat zal hij wel van zijn vader hebben gekregen.

Ter terechtzitting van 5 april 2017 heeft verdachte verklaard dat [persoon 1] hem had gevraagd om met medeverdachte [medeverdachte 2] naar Maaseik te rijden, omdat [medeverdachte 2] zijn spaargeld ging ophalen.

Overwegingen

Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat medeverdachte [medeverdachte 1] in opdracht van haar toenmalige echtgenoot [persoon 1] in juni 2001 met een contant geldbedrag van 120.000 euro bij de Fortisbank in Maaseik (België) kasbons heeft aangekocht. Dit contante geld was afkomstig van [persoon 1] . Dit bedrag werd later

– met alle heffingen en rentes – gestort op de rekening op naam van medeverdachte [medeverdachte 2] en [persoon 1] en door medeverdachte [medeverdachte 2] in aanwezigheid van verdachte in juli 2009 opgehaald.

De rechtbank overweegt dat verdachtes zoon, [persoon 1] , in 1992 en 2001 is veroordeeld tot forse gevangenisstraffen in verband met drugsdelicten, waarmee – gelet op de hoogte van de daarna nog toegewezen ontnemingsvordering – kennelijk grote geldbedragen zijn verdiend. Verdachte gaat vervolgens met zijn kleinzoon (medeverdachte [medeverdachte 2] ) in opdracht van [persoon 1] naar een bank in België om een aanzienlijk geldbedrag op te halen.

Bovengenoemde omstandigheden rechtvaardigen naar oordeel van de rechtbank het vermoeden van witwassen van opbrengsten van misdrijven.

Gelet hierop mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van het geldbedrag.

Verdachte heeft daartoe verklaard dat hij dacht dat het spaargeld van medeverdachte [medeverdachte 2] betrof. Gelet op de ongebruikelijke omstandigheden waaronder het geld is opgehaald, in opdracht van [persoon 1] , die inmiddels twee keer is veroordeeld voor drugsdelicten waarbij verdachte met zijn net meerderjarige kleinzoon bij een bank in het buitenland een aanzienlijk geldbedrag gaat ophalen, welk bedrag deze kleinzoon gezien zijn leeftijd en inkomen niet zelf gespaard kan hebben, wordt deze verklaring door de rechtbank als ongeloofwaardig ter zijde geschoven. Het vermoeden van witwassen is hierdoor onvoldoende ontzenuwd. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte – mede in het licht van de veroordelingen van [persoon 1] – in ieder geval de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig was.

Tussenconclusie 1

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van het geldbedrag van 120.000 euro in juli 2009.

4.4.4

De geldbedragen aangetroffen in de woningen aan de [adres persoon 1] en [adresgegevens verdachte] te Venlo

[adres persoon 1] te Venlo

8 mei 2010

Op 8 mei 2010 vindt er een doorzoeking plaats van de woning aan de [adres persoon 1] te Venlo. Hierbij worden de volgende voorwerpen aangetroffen en in beslag genomen:

- een geldbedrag van 116.950 euro. In de woonkamer bevond zich een schoorsteenmantel met daarin een inzethaard. Nadat de inzethaard tijdens de doorzoeking was verwijderd, trof men in de bovenzijde van de schoorsteenmantel een holle ruimte aan met daarin een blauwkleurige Albert Heijn-tas met daarin een aantal (circa 5) plasticzakken. In de binnenste van deze plasticzakken, bevonden zich de volgende coupures geld, naar later bleek in totaal 116.950 euro:

- 1 pakket met biljetten van 500 euro

- 3 pakketten biljetten van € 50 euro

- 7 pakketten met gemengde biljetten

- 3 witte enveloppen met daarop handgeschreven "5000"

- 1 witte envelop met daarop handgeschreven "10.000"

- 1 witte envelop met opdruk " [naam] verzekeringen, [adres 4] , 2400 Mol en handgeschreven "8750";

een geldbedrag van 148.040 euro aangetroffen in de slaapkamer aan de achterzijde van het pand. Deze slaapkamer is vermoedelijk in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 1] en [persoon 1] . Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaarde tijdens de doorzoeking dat het ‘hun slaapkamer’ was. In deze slaapkamer stonden linksachter de deur op de grond diverse schoenendozen. In één van deze dozen bevonden zich diverse coupures geld, naar later bleek in totaal 148.040 euro;

een geldbedrag van 10.800 euro op de andere slaapkamer. Hier stond een aantal kunststof opbergboxen. In één van deze opbergboxen bevonden zich meerdere zogenaamde cd-etuis. In één van deze cd-etuis, grijskleurig, bevonden zich diverse coupures geld, naar later bleek in totaal 10.800 euro;

twee geldtelmachines;

een vacumeerapparaat van het merk Henkelman Jumbo Mini.

23 mei 2011

Op 23 mei 2011 werd de woning gelegen aan de [adres persoon 1] te Venlo doorzocht en daarbij werd een geldbedrag van 4.350.625 euro aangetroffen en in beslag genomen. Dit bedrag is aangetroffen in een geheime bergplaats in de holle ruimte aan de achterzijde van de keuken (achter de koelkast). Hierin werden vijf tassen en plastic zakken gevonden welke na opening geldbiljetten bleken te bevatten. Tevens werd aan de achterzijde van de keukenkast boven de koelkast nog een tas met een hoeveelheid geldbiljetten aangetroffen. Het totaalbedrag aan inbeslaggenomen biljetten blijkt na telling 4.450.525 euro exclusief een bedrag van € 1.490 als vermoedelijk vals geld.

De verschillende aangetroffen verpakkingen zijn nader onderzocht.

Verpakking 1

Verpakking 1 betreft een zwarte vuilniszak met verschillende verpakkingen bevattende in totaal een geldbedrag van 1.283.600 euro aangetroffen in de bergruimte in de achterzijde van de keuken.

Tussen deze verpakkingen is grond aangetroffen, waarvan drie monsters zijn genomen, welke door het NFI zijn vergeleken met grondmonsters uit de kruipruimte van de woningen aan de [adres persoon 1] en [adresgegevens verdachte] te Venlo. De conclusie uit dit onderzoek luidt dat het is veel waarschijnlijker wanneer de grondsporen uit de verpakkingen afkomstig zijn uit de kruipruimte van [adresgegevens verdachte] dan wanneer deze afkomstig zijn uit de kruipruimte van [adres persoon 1] afkomstig zijn.

In deze verpakking werden ‘sealzakken’ met geldbiljetten aangetroffen met een zogenaamde ‘sealrand’, welke kan worden aangebracht door middel van een sealapparaat. Uit kras- indruk- en vormsporen-onderzoek door het NFI kan worden afgeleid dat de sealnaad van deze zakken is gemaakt met het sealapparaat wat op 8 mei 2010 is aangetroffen in het schuurtje bij [adres persoon 1] te Venlo.

Verpakking 1 bevatte een vuilniszak met daarin acht plastic tassen, welke was afgesloten met zogenaamde duct-tape. Op de kleefzijde van deze duct-tape is een vingerafdruk aangetroffen van verdachte.

Op 10 februari 2012 is er een gesprek opgenomen tijdens het gezamenlijke vervoer van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] naar en van de rechtbank in Roermond. Gedurende het gesprek wordt onder meer het onderstaande gezegd door verdachte [verdachte] en [medeverdachte 3] :

“ [verdachte] : Maar luister dat wat in dat ding zat, daar zat zijn DNA op.

[medeverdachte 3] : Van wie van hem, bij ons? Dat andere dat bij haar lag daar zit ons DNA op,

[verdachte] : Dat weet ik niet.

[medeverdachte 3] : Tenminste dat moesten ze nog na kijken maar ik weet zeker dat het erop zit.

[verdachte] : Hij zei het DNA van mij zit erop, die zak die ik erin heb gegooid. Ik zei er zal wel DNA opzitten want ik ben daar binnen geweest.

[medeverdachte 3] : Dat zeiden ze tegen mij niet dat het erop zat.

[verdachte] : Dat is het laatste wat erin is gegooid daar zit DNA van mij op.

[medeverdachte 3] : Bij hun of bij ons, oh

[verdachte] : Dat bij ons dat zal ook wel maar dat maakt toch niks.”

Door de verbalisanten wordt naar aanmelding van deze opname opgemerkt dat het opvallend is dat op de eerste zak die tijdens de doorzoeking uit de bergplaats achter de koelkast is gehaald, een vingerafdruk van verdachte op de kleefzijde van de duct-tape is aangetroffen.

Verpakking 2

Verpakking 2 betreft een blauwe sporttas met verschillende verpakkingen bevattende in totaal een geldbedrag van 1179.760 euro aangetroffen in de bergruimte in de achterzijde van de keuken.

Verpakking 3

Verpakking 3 betreft een grijze vuilniszak met verschillende verpakkingen bevattende in totaal een geldbedrag van 599.905 euro aangetroffen in de bergruimte in de achterzijde van de keuken.

Tussen deze verpakkingen is grond aangetroffen, waarvan een monsters is genomen, welk door het NFI is vergeleken met grondmonsters uit de kruipruimte van de woningen aan de [adres persoon 1] en [adresgegevens verdachte] te Venlo. De conclusie uit dit onderzoek luidt dat het is veel waarschijnlijker wanneer het grondspoor uit de verpakking afkomstig is uit de kruipruimte van [adresgegevens verdachte] dan wanneer deze afkomstig zijn uit de kruipruimte van [adres persoon 1] .

Verpakking 4

Verpakking 4 betreft een grijs met zwarte sporttas met verschillende verpakkingen bevattende in totaal een geldbedrag van 1.447.420 euro aangetroffen in de bergruimte in de achterzijde van de keuken.

Verpakking 5

Verpakking 5 betreft een blauwe vuilniszak met verschillende verpakkingen bevattende in totaal een geldbedrag van 438.390 euro aangetroffen in de bergruimte in de achterzijde van de keuken.

Verpakking 6

Verpakking 6 betreft een zwart tasje met in totaal 400.000 euro aan geldbiljetten aangetroffen achterzijde van de keukenkast boven de koelkast.

In deze verpakking zijn ‘sealzakken’ met geldbiljetten aangetroffen met een zogenaamde ‘sealrand’, welke kan worden aangebracht door middel van een sealapparaat. Uit kras- indruk- en vormsporenonderzoek door het NFI kan worden afgeleid dat de sealnaad van deze zakken is gemaakt met het sealapparaat wat op 8 mei 2010 is aangetroffen in het schuurtje bij [adres persoon 1] te Venlo.

Ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten in de beide bergplaatsen in de keuken is onderzocht in hoeverre deze bankbiljetten in de periode tussen 08 mei 2010 (aanhouding [persoon 1] ) en 23 mei 2011 (doorzoeking woning) bij De Nederlandsche Bank (DNB) aanwezig zijn geweest. Het resultaat van dit onderzoek is dat negentien geldbiljetten bij DNB zijn geweest, waarvan dertien geldbiljetten zijn aangetroffen in de gemetselde bergruimte achter de keuken.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft over de periode 26 mei 2010 tot en met 13 mei 2011 28.998,38 euro uitgegeven zonder dat hier verifieerbare (legale) inkomsten tegenover staan. Er is in deze periode in totaal 7.600 euro op de bankrekening van de gevangenis Hasselt (België) overgemaakt, kennelijk ten behoeve van [persoon 1] .

[adresgegevens verdachte] te Venlo

8 mei 2010

Op 8 mei 2010 vindt er een doorzoeking plaats van de woning aan de [adresgegevens verdachte] te Venlo, zijnde het woonadres van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] . Hierbij wordt het volgende aangetroffen en in beslag genomen:

een geldbedrag 37.750 euro in een linnenkast in de ouderslaapkamer. In deze kast bevonden zich onder meer drie laden. Nadat tijdens de doorzoeking de onderste lade uit de kast was getrokken vond men, feitelijk dus opgeborgen onder de onderste lade, een klein pakketje geld van circa 2.250 euro. Bij nader onderzoek van de kast trof men achter reeds genoemde onderste lade, tegen de achterwand van deze kast circa 35.500 euro aan;

een geldbedrag van 22.500 euro in de lade van een vitrinekastje in een wit draagtasje, gezien het opschrift vermoedelijk een tasje van een parfumerie. In dit tasje bevonden zich meerdere coupures van 20 euro en 10 euro, naar later bleek in totaal 22.500 euro;

een geldtelmachine van het merk Money Counter.

Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft naar aanleiding van de inbeslagneming van het geldbedrag een klaagschrift ingediend waarin zij stelt dat het geld zou zijn verkregen door een nalatenschap van haar moeder, die in 2008 is overleden. Bij de Belastingdienst was (successierechten) niets bekend van aangifte hiervan. Volgens gegevens van de Belastingdienst was overledene niet in het bezit van dergelijk geldbedrag.

23 mei 2011

Op 23 mei 2011 werd de woning aan de [adresgegevens verdachte] te Venlo doorzocht en werden de volgende geldbedragen aangetroffen en in beslag genomen:

een geldbedrag van 1.500 euro in de portemonnee van verdachte (coupures 50 euro);

op de rechterzijde van de koof boven de keuken werd een hoeveelheid geldbiljetten aangetroffen en dit betrof 59.950 euro.

Het totaalbedrag aan inbeslaggenomen biljetten blijkt na telling 61.450 euro.

7 februari 2012

Op 7 februari 2012 vindt er een doorzoeking plaats van de woning aan de [adresgegevens verdachte] te Venlo en daarbij zijn de volgende geldbedragen aangetroffen en in beslag genomen:

- een geldbedrag van – na telling vastgesteld – 772.750 euro aangetroffen in de motorkast voor de mechanische ventilatie op de eerste verdieping van de woning (na latere telling);

een geldbedrag van 67.400 euro aangetroffen in de rolluikkast van de serre;

een geldbedrag van 1.500 euro aangetroffen in de portemonnee;

een geldbedrag van 1.215 euro aangetroffen op tafel.

Ten aanzien van de aangetroffen bankbiljetten in de mechanische ventilatie en de rolluikkast is onderzocht in hoeverre deze bankbiljetten in de periode tussen 1 januari 2009 en 7 februari 2012 (doorzoeking woning) bij De Nederlandsche Bank (DNB) aanwezig zijn geweest. Het resultaat van dit onderzoek is dat drie verschillende geldbiljetten aangetroffen in de rolluikkast en 85 verschillende geldbiljetten aangetroffen in de ventilatie in de betreffende periode bij DNB zijn geweest. Van de biljetten uit de ventilatieruimte zijn 26 biljetten ná 8 mei 2010 bij de DNB geweest en daarna weer opnieuw in omloop gebracht. Van deze 26 zijn 4 biljetten, respectievelijk op 17, 18 en 30 november 2011 evenals 1 december 2011 bij DNB geweest en daarna weer opnieuw in omloop gebracht.

Van de verpakkingen en elastieken van de geldbiljetten aangetroffen in de ventilatie en de rolluikkast zijn sporen veiliggesteld voor nader onderzoek. Daaruit is gebleken dat op drie (delen) van elastieken en een deel van een boterhammenzakje afkomstig uit de ventilatie een DNA-profiel is aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van medeverdachte [medeverdachte 1] . Voorts is op vier (delen van) elastieken afkomstig uit de ventilatie een DNA-profiel is aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van verdachte en op negen andere (delen van) elastieken een onvolledig/mengprofiel dat eveneens matcht met het DNA-profiel van verdachte. Eveneens is een mengprofiel dat matcht met het DNA-profiel van verdachte aangetroffen op twee (delen van) elastieken afkomstig uit de rolluikkast. Op een boterhammenzakje afkomstig uit de ventilatie is tevens een vingerafdruk van verdachte aangetroffen.

Op 10 februari 2012 is er een gesprek opgenomen tijdens het gezamenlijke vervoer van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] naar de rechtbank in Roermond. Tijdens het gesprek wordt door beiden meerdere malen het woord ‘lobi’ gezegd. Het woord lobi is een ander woord voor geld. Tussen medeverdachte [medeverdachte 3] en verdachte wordt tijdens de rit naar de rechtbank – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende besproken:

[verdachte] vraagt meerdere malen of [medeverdachte 3] gezegd heeft dat het ‘lobi’ van hem was;

[medeverdachte 3] zegt dat ze dat niet gezegd heeft;

[medeverdachte 3] zegt dat ze wel gezegd heeft dat er spaargeld van haar in de rolluik zat.

Op 23 februari 2012 is er wederom een gesprek opgenomen tijdens het gezamenlijke vervoer van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] naar de rechtbank in Roermond, daarbij werd tussen hen – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende besproken:

[verdachte] : Waar de meeste poen lag en toen zei jij boven en toen heb ik gezegd,

[medeverdachte 3] : ik weet nergens van.

[verdachte] : Zeg dat dadelijk he, je moet zeggen, dat je een ding wil recht zetten, die wist daar niks van.

[medeverdachte 3] : Moet ik dat nou zeggen direct, op de rechtbank?

[verdachte] : Ja, je moet zeggen, die [verdachte] wist van dat dinge niks af.

[medeverdachte 3] : En moet ik dan zeggen, dat het van mij is?

[verdachte] : Dat zij dat gebracht heeft en dat jij dat daar in hebt gedaan.

[medeverdachte 3] : Ja, dat zeg ik.

[verdachte] : Heb je gezegd of niet?

[medeverdachte 3] : Dat heb ik nog niet gezegd, ik heb later gezegd, omdat ze zei, ja, dat [verdachte] heeft gezegd, dat geld, dat hij dat er bij in heeft gedaan.

En later:

[medeverdachte 3] : Dat wijf heeft zoveel gezegd, wat jij allemaal gedaan hebt he, dat wat mij verhoord heeft.

[verdachte] : Heej, dat moet je direct op de rechtbank zeggen he.

[medeverdachte 3] : He?

[verdachte] : Dat moet je zeggen, die van [verdachte] , wist daar niks van.

[medeverdachte 3] : Ja.

[verdachte] : Als ze je vragen, wie dat er in heeft geduwd, moet je zeggen, maar hij niet.

[medeverdachte 3] : He?

[verdachte] : Als ze je vragen wie dat er boven in heeft geduwd, moet je zeggen, dat je daar liever niet over praat, maar niet met hem, die wist er niks van, die wil er niets mee te doen hebben.

[medeverdachte 3] : Moet ik zeggen, dat ik daar niks van weet.

[verdachte] : Dat ik er niets mee te doen wil hebben.

[medeverdachte 3] : Jaaaa ...

[verdachte] : Die wist er niks van.

[medeverdachte 3] : Nee, dat zeg ik.

[verdachte] : Heej, als ze vragen, waarom dat zij dat naar jou heeft gebracht, moet je zeggen, dat die jongen alles op zou maken.

[medeverdachte 3] : Doe eens even je gebit in de mond, dan hoor ik je beter.

[verdachte] : Als ze je vragen waarom dat zij alles naar jou heeft gebracht, moet je zeggen dat die jongen alles op zou maken, dat [medeverdachte 2] alles op zou maken.

[medeverdachte 3] : Nee, dat zeg ik niet.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij samen met [getuige 1] in opdracht van [persoon 1] een rit naar de Noordzee heeft gemaakt. [getuige 1] vertelde daarbij dat hij geld voor [persoon 1] moest ophalen en dat vervolgens bij diens vrouw moest afgeven. Het zou gaan om een aanzienlijk bedrag dat hij moest krijgen, ongeveer 20.000 tot 25.000 euro, maar hij kreeg slechts 5.000 euro. [getuige 1] is een keer met getuige [getuige 2] , een keer met zijn zwager en een keer alleen gereden. In totaal zou het om 165.000 tot 180.000 euro gaan. De getuige had de indruk dat [persoon 1] de baas van heel Limburg was en dat naar verluid niemand drugszaken afhandelde zonder hem. Met zijn zaken zou 30 tot 40 miljoen gemoeid zijn. Het ging er vooral om dat betalingen aan [persoon 1] veilig gesteld moesten worden en dat niemand op het idee mocht komen dat hij niet meer hoefde te betalen, omdat [persoon 1] gearresteerd was.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij enveloppen met geld bij [medeverdachte 1] en [persoon 1] thuis aan de [adres persoon 1] heeft afgegeven. Het kan best zijn dat dit ook nog na de aanhouding van [persoon 1] is gebeurd.

Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat verdachte overal van af weet. Dit is de enige persoon die de getuige zich kan voorstellen die wetenschap heeft waaruit het vermogen van [persoon 1] bestaat en waar dat is te vinden.

Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat zij het geld in haar woning bewaarde voor iemand anders, waarvoor zij een bepaald bedrag zou krijgen. Zij wil in eerste instantie niet zeggen voor wie, maar later verklaart zij dat het geld van [persoon 1] is. Voorts heeft zij verklaard dat zij en [verdachte] het geld in de circulatiebuizen en het geld in de rolluiken hebben gelegd.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij met enige regelmaat enveloppen met geld in ontvangst nam bestemd voor [persoon 1] . Dit gebeurde ook na zijn detentie. Na de aanhouding van [persoon 1] kreeg zij elke maand 1000 tot 1500 euro van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] om van te leven. Voorts heeft zij verklaard dat zij heeft gezien dat er bij haar in huis geld werd geteld en zij ook wel eens meehielp. Dat geld werd daarna naar de woning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] gebracht. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft ook in de woning van verdachte een aantal keer geholpen met het tellen van geld. [verdachte] en [medeverdachte 3] zaten dan geld te tellen. Zij heeft daarbij geholpen door elastiekjes en zakjes om het geld gedaan. Dit was na de aanhouding van [persoon 1] . Voorts heeft verdachte verklaard dat als zij geld had, dit altijd naar [verdachte] ging.

Verdachte heeft verklaard dat hij wel eens geld heeft gezien in de woning van [persoon 1] en dat er wellicht zijn DNA op zit. Hij heeft het geld in de rolluik verstopt.

Overwegingen

Zoals reeds eerder overwogen is verdachtes zoon [persoon 1] in 1992 en 2001 veroordeeld tot forse gevangenisstraffen in verband met drugsdelicten, waarmee – gelet op de naderhand nog toegewezen ontnemingsvordering – kennelijk grote geldbedragen zijn verdiend. Voorts is [persoon 1] in 2011 door de rechtbank in Hasselt (België) nogmaals veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar in verband met betrokkenheid bij een grootschalig amfetaminelaboratorium alsmede in Duitsland tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaar wegens opiumwetdelicten.

Vervolgens worden er – zoals de rechtbank op basis van bovenstaande bewijsmiddelen vaststelt – bij gelegenheid van drie doorzoekingen in de periode van 8 mei 2010 tot en met 7 februari 2012 in de woningen van verdachte en de medeverdachten grote contante geldbedragen aangetroffen in verborgen en ongebruikelijke bergplaatsen.

Deze omstandigheden rechtvaardigen naar oordeel van de rechtbank het vermoeden dat de geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Gelet hierop mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat dit anders is.

De verklaring van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] dat een deel van de aangetroffen geldbedragen de opbrengst van de verkoop van auto’s dan wel een erfenis en een lening in verband met inbeslagname van het bedrag van de erfenis, zou betreffen, dient naar oordeel van de rechtbank gelet op de resultaten van het onderzoek daarnaar, als ongeloofwaardig ter zijde te worden geschoven. Verdachte heeft dan ook geen verklaring gegeven waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het geld - ondanks het vermoeden van witwassen - toch een legale herkomst kent, waardoor het vermoeden van witwassen onvoldoende is ontzenuwd. Dat betekent dat de rechtbank van oordeel is dat het niet anders kan zijn dan dat de ten laste gelegde geldbedragen – middellijk of onmiddellijk – uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bovendien verklaard dat zij enveloppen met geld in ontvangst nam voor [persoon 1] , hetgeen ook nog na zijn aanhouding gebeurde, en dat er grote geldbedragen in haar woning in aanwezigheid van [persoon 1] , verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] , werden geteld, waarbij medeverdachte [medeverdachte 1] heeft geholpen. Dit geld werd vervolgens naar de woning van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] gebracht. Ook werd er geld geteld in de woning van verdachte. Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft bovendien verklaard dat zij geld van [persoon 1] in bewaring had in haar woning.

De rechtbank leidt uit deze verklaringen in samenhang met de bovengenoemde bewijs-middelen af dat niet alleen verdachte maar ook de medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en - in beperktere mate - [medeverdachte 2] zich bewust waren van de criminele herkomst van het geld en dat dit geld over en weer werd bewaard. Verdachte en de medeverdachten hebben hier blijkens de uitgevoerde handelingen allen een bijdrage aan geleverd. Dit maakt naar oordeel van de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering van het verbergen van de geldbedragen. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

De wijze van bewaren van de geldbedragen, namelijk op verborgen en ongebruikelijke plaatsen, maakt dat er volgens de rechtbank sprake is van het verhullen of verbergen van de werkelijk aard of herkomst van de geldbedragen dan wel de rechthebbende daarop.

Tussenconclusie 2

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van geldbedragen ter hoogte van: 275.790 euro en 60.250 euro op 8 mei 2010, 4.350.000 euro en 61.450 euro op 23 mei 2011 en 840.000 euro op 7 februari 2012.

4.4.5

De voorwerpen aangetroffen in de woningen aan de [adres persoon 1] en [adresgegevens verdachte] te Venlo

Volkswagen Golf en Rolex horloge

Op 7 februari 2012 vindt er een doorzoeking plaats van de woning aan de [adresgegevens verdachte] te Venlo en daarbij is onder andere een Volkswagen Golf met het kenteken [kenteken 1] aangetroffen en in beslag genomen:

De in beslaggenomen Volkswagen Golf staat volgens de Rijksdienst voor het Wegverkeer op naam van [verdachte] .

Uit onderzoek blijkt dat [verdachte] op 29 september 2011 een Audi A3 vervangen heeft door de aankoop van de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] . De waarde van de Audi A3 wordt geschat op 5.800 euro. De geschatte waarde van de in beslag genomen Golf bedraagt 18.600 euro. Uit deze transactie volgt, dat [verdachte] naar schatting 12.800 euro heeft moeten bij betalen.

Verdachte heeft verklaard dat hij de Volkswagen Golf voor 11.500 euro heeft gekocht. Hij heeft daar een andere auto op ingeruild en moest nog ongeveer drie tot vierduizend euro bijbetalen. Dit geld was gespaard.

Rolex-horloge

Tijdens het op 10 februari 2012 opgenomen gesprek tijdens het gezamenlijke vervoer van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] naar de rechtbank in Roermond, werd tussen hen – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende besproken:

[verdachte] : Ik heb wel, ik heb het om, even kijken of ik dat dadelijk kan mee nemen. Als ik in het huis van bewaring zit dan maakt het niet uit, daar mag je die hebben.

[medeverdachte 3] : Ik denk het wel als die van de Fiod komen dan heb je kans dat ze het meenemen. Je kunt het op de cel laten liggen, niet vergeten.

Bij de insluitingfouillering van verdachte is op 10 februari 2010 vervolgens een Rolex horloge is aangetroffen, welk horloge op 24 februari 2012 in beslag is genomen.

Het betreft een rosé gouden Rolex van het type Daydate. Rondom de wijzerplaat van het horloge zit een rand met stenen die er uitzien als diamanten. Een voorlopige waardebepaling geeft aan dat het een originele Rolex horloge betreft met een nieuwwaarde van circa 37.500 euro.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het Rolex horloge van hem was en hij dit tweedehands had gekocht. Het horloge was zeven à acht duizend euro waard. Verdachte had het horloge voor de helft betaald. Hij had een ander horloge ingeruild en moest de bijbetaling nog voldoen. Hij heeft het van een vriend gekocht en daarmee afgesproken dat verdachte het horloge mocht doorverkopen als er een geïnteresseerde was. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij destijds samen met medeverdachte [medeverdachte 3] over een AOW-uitkering beschikte.

Overwegingen

De rechtbank stelt op basis van bovenstaande bewijsmiddelen vast dat verdachte op 7 februari 2012 een Volkswagen Golf met een geschatte waarde van ruim 18.000 euro en een Rolex horloge met een geschatte waarde van 37.500 euro voorhanden heeft gehad. Daarbij overweegt de rechtbank dat hoewel het Rolex horloge op 10 februari 2012 is aangetroffen bij verdachte, zij er, gelet op het feit dat verdachte op 7 februari 2012 is aangehouden en vanaf die tijd in detentie heeft verbleven, vanuit gaat dat verdachte het betreffende horloge bij zijn aanhouding reeds in bezit had.

De omstandigheden dat in de woning van verdachte op 7 februari 2012 – zoals de rechtbank in paragraaf 4.4.4 heeft vastgesteld – een groot contant geldbedrag is aangetroffen, hetgeen naar oordeel van de rechtbank afkomstig is uit de opbrengsten van de criminele activiteiten van [persoon 1] , en verdachte ook voorwerpen in zijn bezit heeft met een totale waarde van ruim 55.000 euro, rechtvaardigen naar oordeel van de rechtbank het vermoeden dat deze waarde-goederen (auto en horloge) uit enig misdrijf afkomstig zijn.

Gelet hierop mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat dit anders is.

De verklaring van verdachte dat de voorwerpen minder waarde hadden dan geschat en hij deze heeft gekocht door het inruilen van een andere auto en met bijbetaling uit zijn spaargeld (voor auto en horloge), schuift de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde, gelet op de inhoud van het OVC-gesprek waaruit de rechtbank afleidt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] op de hoogte waren van de waarde van het horloge alsmede gelet op het geringe inkomen waarover verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] beschikten waardoor men onmogelijk dergelijke bedragen kon hebben gespaard. Verdachte heeft dan ook geen verklaring gegeven waaruit zou kunnen worden afgeleid dat het geld - ondanks het vermoeden van witwassen - toch een legale herkomst kent, waardoor het vermoeden van witwassen onvoldoende is ontzenuwd. Meer nog, verdachte verklaart hierover wisselend. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte – mede in het licht van hetgeen reeds is overwogen met betrekking tot de vermoedelijke criminele herkomst van het geld van [persoon 1] en verdachte’s wetenschap daarvan – door het voorhanden hebben van deze voorwerpen zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen daarvan.

Tussenconclusie 3

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van een Volkswagen Golf en een Rolex horloge op 7 februari 2012.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken met betrekking tot de op 8 mei 2010, 23 mei 2011 en 7 februari 2012 in of bij de woning van medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen auto’s en sieraden, nu het dossier geen wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid en herkomst van deze voorwerpen.

4.4.6

De [adres 3] te Deurne en [adres 1] te Venlo

Met de officieren van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de betrokkenheid van verdachte bij de geldbedragen en sieraden welke in 2012 in beslag zijn genomen in de woningen aan de [adres 3] te Deurne en de [adres 1] te Venlo, niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.4.7

Conclusie

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 juli 2009 tot en met 7 februari 2012 in Nederland en in België samen met anderen de volgende geldbedragen en voorwerpen heeft witgewassen:

een geldbedrag van ongeveer 120.000 euro;

een geldbedrag van ongeveer 275.790 euro;

een geldbedrag van ongeveer 60.250 euro;

een geldbedrag van ongeveer 4.350.000 euro;

een geldbedrag van ongeveer 61.450 euro;

een geldbedrag van ongeveer 840.000 euro

een Volkswagen Golf;

een Rolex horloge.

Gelet op de frequentie van de handelingen en de duur van de periode waarin dit alles plaatsvond, acht de rechtbank bewezen dat sprake is van gewoontewitwassen (primair ten laste gelegde).

4.4.8

Deelname aan een criminele organisatie (feit 2)

Voor een bewezenverklaring van deelneming aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht dient te worden vastgesteld dat er sprake is van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen ten minste twee personen, waarbij het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van misdrijven.

Op basis van de in de paragraven 4.4.3 tot en met 4.4.5 opgenomen bewijsmiddelen en overwegingen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 juli 2009 tot en met 7 februari 2012 deel heeft uitgemaakt van een criminele organisatie die zich bezighield met het witwassen van gelden en voorwerpen, afkomstig uit enig misdrijf. Uit de gebezigde bewijsmiddelen komt naar voren dat [persoon 1] zijn middels drugsdelicten verdiende gelden met hulp van zijn familieleden heeft bewaard met als doel deze uit het zicht te houden. Verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en - in beperktere mate - [medeverdachte 2] hebben daarbij gedurende langere tijd samengewerkt om de door [persoon 1] verdiende gelden in hun woningen te verbergen en de herkomst daarvan te verhullen. Ook hebben verdachte en zijn medeverdachten met deze gelden aangeschafte auto’s en/of sieraden voorhanden gehad. Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat de gelden van [persoon 1] werden beheerd door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] . Voorts heeft medeverdachte [medeverdachte 1] verdachte geholpen bij het tellen en verpakken van geld en was zij ook degene die geld in ontvangst nam bestemd voor [persoon 1] en dit geld -nadat [persoon 1] in detentie kwam- naar verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] bracht. Diezelfde [medeverdachte 1] heeft ook grote contante geldbedragen afkomstig van [persoon 1] naar een buitenlandse bank gebracht en daar gestort, welke later door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] weer zijn opgenomen van de Belgische rekeningen.

4.4.9

Het pistool en de munitie (feit 3)

Op 23 mei 2011 werd de woning aan de [adresgegevens verdachte] te Venlo doorzocht en werd onder andere een vuurwapen aangetroffen en in beslag genomen:

Het vuurwapen betreft een zwartkleurig pistool, merk FN (Fabrique National Herstal), kaliber 7.65 mm., en is in een houten kast in de woonkamer aangetroffen. Dit pistool was verstopt in een speciaal vervaardigde bergplaats, zijnde een voor dat doel aangebracht plankje voorzien van "plakkerige" (dubbelzijdige) tape, onder de bovenste lade van deze kast. De "plakkerige" tape was aangebracht om te voorkomen dat, bij opening van de bovenste kastlade, het pistool van het plankje af zou vallen. Dit pistool was omwikkeld met doorzichtige plastic.

Het aangetroffen pistool betreft een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3e, gelet op artikel 2, eerste lid, categorie III onder 1e van de Wet wapens en munitie .

Bij de eerdere doorzoeking van de woning op 8 mei 2010 was de betreffende kast reeds aanwezig in de woonkamer en bij die doorzoeking is het wapen niet aangetroffen.

Overwegingen

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat op 23 mei 2011 in de woonkamer van de woning van verdachte verborgen in de kast een vuurwapen is aangetroffen.

Verdachte heeft verklaard geen wetenschap te hebben gehad van de aanwezigheid van het wapen. Dit wapen heeft volgens verdachte al in de kast gezeten toen zij deze kast uit een erfenis hebben gekregen.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte ongeloofwaardig nu uit onderzoek is gebleken dat de betreffende kast reeds bij de doorzoeking van 8 mei 2010 in de woning aanwezig was en destijds het wapen bij grondig onderzoek in deze kast niet is aangetroffen. De rechtbank leidt daaruit af dat het wapen in de periode tussen 8 mei 2010 en 23 mei 2011 in de kast moet zijn geplaatst door verdachte en/of medeverdachte [medeverdachte 3] .

Gelet op bovenstaande acht de rechtbank dan ook het onder 3 ten laste gelegde voorhanden hebben van dit vuurwapen wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het voorhanden hebben van de munitie, nu geen bewijs voorhanden is met betrekking tot het aantreffen daarvan.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

1. primair

in de periode van 1 juli 2009 tot en met 7 februari 2012 in Nederland en in België, tezamen en in vereniging met anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben zij, verdachte en zijn mededaders, van voorwerpen, namelijk geldbedragen en voertuigen en sieraden, te weten

- een geldbedrag van ongeveer 120.000 euro (opbrengst verkoop effecten in België in juli 2009) en

- een geldbedrag van ongeveer 275.790 euro (doorzoeking [adres persoon 1] Venlo op 8 mei 2010) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 60.250 euro (doorzoeking [adresgegevens verdachte] te Venlo op 8 mei 2010) en

- een geldbedrag van ongeveer 4.350.000 euro (doorzoeking [adres persoon 1] Venlo op 23 mei 2011) en

- een geldbedrag van ongeveer 61.450 euro (doorzoeking [adresgegevens verdachte] Venlo op 23 mei 2011) en

- een geldbedrag van ongeveer 840.000 euro en een Volkswagen Golf [kenteken 1] (doorzoeking [adresgegevens verdachte] Venlo op 7 februari 2012) en

- een horloge van het merk Rolex

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en verhuld wie rechthebbenden op deze voorwerpen zijn en deze voorwerpen voorhanden heeft gehad, terwijl zij wisten dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf en hebben zij, verdachte en zijn mededaders, bovenomschreven voorwerpen verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl zij wisten dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf;

2.

in de periode van 1 juli 2009 tot en met 7 februari 2012 te Venlo heeft deelgenomen aan een organisatie te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, mede bestaande uit

- [persoon 1] ,

- [medeverdachte 1] ,

- [medeverdachte 3] ,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het witwassen van geldbedragen en/of voertuigen en/of sieraden;

3.

op 23 mei 2011 te Venlo een wapen van categorie III, te weten een pistool van het merk FN, model 1910, kaliber 7.65 mm voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1: medeplegen van plegen van witwassen een gewoonte maken;

feit 2: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 3: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben op grond van hetgeen zij bewezen hebben geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden. Bij de strafeis is rekening gehouden met de ernst van de feiten, het strafblad van verdachte, de rol van verdachte, het feit dat hij niet schuwt om belastend te verklaren over zijn eigen familieleden en daarbij zijn eigen rol en verantwoordelijk ontkent, alsmede de overschrijding van de redelijke termijn.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in het kader van de strafmaat gewezen op het feit dat de officieren van justitie aansluiting hebben gezocht bij de richtlijnen uit 2015, terwijl de feiten van ver daarvoor zijn. Uit de jurisprudentie van die periode blijkt dat er doorgaans taakstraffen werden opgelegd. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het feit dat de hoofdverdachte in deze zaak vooralsnog niet vervolgd is. Gelet op het lage recidiverisico en de bejaarde leeftijd van verdachte is het niet rechtvaardig om aan hem nog een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, zeker niet gelet op de strafeisen ten aanzien van met name medeverdachte [medeverdachte 1] .

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen meerdere jaren schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen en deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het witwassen van criminele gelden. Bij verschillende doorzoekingen in zijn woning en in de woning van zijn medeverdachten zijn grote contante geldbedragen met een totaal van bijna 5.500.000 euro aangetroffen alsmede dure auto’s. voorts is bij verdachte een Rolex horloge met een geschatte waarde van ruim 37.000 euro aangetroffen.

Dit zijn ernstige feiten. Door het witwassen van crimineel vermogen wordt de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd. Het vormt een aantasting van de legale economie en is, mede vanwege de ondermijnende invloed ervan op het legale handelsverkeer, een bedreiging voor de samenleving.

Daarnaast heeft verdachte ook nog een vuurwapen voorhanden gehad.

In de oriëntatiepunten voor straftoemeting en de afspraken van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) uit 2012 wordt in geval van witwassen bij een benadelingsbedrag van 1.000.000 euro en hoger een gevangenisstraf voor de duur van minimaal 24 maanden als oriëntatiepunt genoemd. Gelet op het benadelingsbedrag van bijna 5.500.000 euro zal de rechtbank een gevangenisstraf van 36 maanden als uitgangspunt hanteren.

De rechtbank heeft vervolgens gekeken of er reden is van dit uitgangspunt af te wijken.

Daarbij houdt de rechtbank allereerst rekening met de duur van de bewezenverklaarde periode, te weten: ruim drie jaar, waarin verdachte heeft geholpen om criminele gelden wit te wassen en daar al die tijd van heeft geprofiteerd, alsmede de rol van verdachte in het geheel. Uit de verschillende verklaringen in het dossier komt naar voren dat verdachte een prominente rol heeft gespeeld in de criminele organisatie en wordt aangemerkt als de rechterhand van [persoon 1] . Voorts heeft verdachte niet geschuwd zijn eigen aandeel in het geheel te minimaliseren door zijn familieleden te belasten, waaronder zijn eigen vrouw en kleinzoon, en heeft hij – ook tijdens het onderzoek ter terechtzitting geprobeerd om medeverdachte [medeverdachte 3] te sturen in haar verklaringen. Verdachte toont geen enkel inzicht in zijn rol en neemt geen enkele verantwoordelijkheid.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte al eerder tot een gevangenisstraf is veroordeeld in verband met overtreding van de Wet inzake wisselkantoren gepleegd in 2000. Ook medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] zijn voor soortgelijke feiten veroordeeld. Voorts komt uit het dossier naar voren dat medeverdachte [medeverdachte 1] en [persoon 1] eind jaren negentig al Luxemburgse bankrekeningen op hun naam had staan, waarop grote geldbedragen zijn aangetroffen. De bankbescheiden van de betreffende rekeningen zijn in de woning van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] achter de plinten aangetroffen. De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte kennelijk ook al voor de thans bewezenverklaarde periode samen met de medeverdachten handelingen lijkt te hebben verricht betreffende grote geldbedragen.

De rechtbank houdt bij haar overwegingen ten aanzien van de op te leggen straf ten voordele van verdachte rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Tussen de aanhouding van verdachte op 7 februari 2012 en het wijzen van het onderhavige vonnis op 26 april 2017 is immers een periode van meer dan twee jaren verstreken, terwijl de rechtbank geen bijzondere omstandigheden aanwezig acht die deze overschrijding met ruim drie jaar, rechtvaardigen.

Omstandigheden die voorts in het voordeel van verdachte meewegen acht de rechtbank niet aanwezig, behalve de (hoge) leeftijd van verdachte.

Alles overwegend acht de rechtbank de door de officieren van justitie gevorderde gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, passend en geboden.

7 Het beslag

7.1

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de volgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden verbeurdverklaard:

Onderzoek Torenvalk, 2010

1. Geldbedrag 60.240 euro

Onderzoek Condor, 2011

1. Geldbedrag 61.450 euro

2. B1-002 grondmonster kruipruimte

3. B1-O10-1 horloge Rolex

4. B1-013 geldbanderol

5. B1-019 Rolex Model Oyster Perpetual 2X922078

Onderzoek Visarend, 2012

1. Geldbedrag € 842.865,-

2. Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1]

3. Horloge Rolex Daydate

4. B2-003 kentekenbewijs [kenteken 1]

Deze voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien die voorwerpen aan verdachte toebehoren en deze door middel van het strafbare feit is verkregen dan wel met betrekking tot die voorwerpen het feit is begaan.

7.2

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de volgende inbeslaggenomen goederen dienen te worden onttrokken aan het verkeer:

Onderzoek Condor, 2011

6. B1-028 pepperspray pistool

7. B1-029 metalen doosje; verpakking pepperspray pistool.

Deze voorwerpen behoren verdachte toe en zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten. Deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten of tot de belemmering van de opsporing daarvan en tevens is het ongecontroleerde bezit van voormelde in beslag genomen voorwerpen in strijd met de wet.

7.3

Teruggave

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat voorts de volgende voorwerpen in beslag zijn genomen:

Onderzoek Visarend, 2012

5. B2-004-01 visitekaartje E&H adviesgroep

6. B2-008-01 handgeschreven notities

7. B2-022 paar latex handschoenen.

Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze te worden teruggegeven aan verdachte.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33 a, 36b, 36d, 47, 57, 63, 91, 140, 420bis, 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikel 26 en 55 van de Wet wapens en munitie , zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Geldigheid dagvaarding

- verklaart de dagvaarding partieel nietig met betrekking tot van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde ten aanzien van het onderdeel ‘een of meer ander(e) voorwerp(en)’;

Bewezenverklaring

verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.5 is omschreven;

spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:

Onderzoek Torenvalk, 2010

1. Geldbedrag 60.240 euro

Onderzoek Condor, 2011

1. Geldbedrag 61.450 euro

2. B1-002 grondmonster kruipruimte

3. B1-010-1 horloge Rolex

4. B1-013 geldbanderol

5. B1-019 Rolex Model Oyster Perpetual 2X922078

Onderzoek Visarend, 2012

1. Geldbedrag € 842.865,-

2. Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 1]

3. Horloge Rolex Daydate

4. B2-003 kentekenbewijs [kenteken 1]

- onttrekt aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:

Onderzoek Condor, 2011

6. B1-028 pepperspray pistool

7. B1-029 metalen doosje; verpakking pepperspray pistool

- gelast de teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen aan verdachte:

Onderzoek Visarend, 2012

5. B2-004-01 visitekaartje E&H adviesgroep

6. B2-008-01 handgeschreven notities

7. B2-022 paar latex handschoenen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Goessen, voorzitter, mr. A. K. Kleine en mr. P. van Blaricum, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.M.E. de Beukelaer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 april 2017.

Mr. A.K. Kleine en mr. P. van Blaricum zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 7 februari 2012 te Venlo, althans in Nederland, en/of in België en/of op een of meer plaatsen elders in Europa, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij/zij, verdachte en/of zijn/mededader(s), van (een) voorwerp(en), namelijk (een) geldbedrag(en) en/of (een) voertuig(en) en/of (een) siera(a)d(en), te weten

- een geldbedrag van ongeveer 65.097 euro (contante betaling kasbons aan toonder in België in januari 2002) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 120.000 euro (opbrengst verkoop effecten in België in juli 2009) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 275.790 euro en/of een Fiat 500 Abarth en/of een

Porsche 911 Carrera en/of negen, althans een aantal gouden ringen (doorzoeking [adres persoon 1] Venlo op 8 mei 2010) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 60.250 euro (doorzoeking [adresgegevens verdachte] te Venlo op 8 mei 2010) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 4.350.000 euro (doorzoeking [adres persoon 1] Venlo op 23 mei 2011) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 61.450 euro (doorzoeking [adresgegevens verdachte] Venlo op 23 mei 2011) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 350.000 euro (doorzoekingen [adres 3] te Deurne op 2 februari 2012) en/of

- een Mercedes [kenteken 2] (doorzoeking [adres persoon 1] Venlo op 7 februari 2012) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 840.000 euro en/of een Volkswagen Golf [kenteken 1] (doorzoeking [adresgegevens verdachte] Venlo op 7 februari 2012) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 70.000 euro en/of een hoeveelheid sieraden (doorzoekingen [adres 1] en [adres 2] te Venlo op 7 februari 2012) en/of

- een horloge van het merk Rolex en/of

- een of meer ander(e) voorwerp(en),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verhuld wie rechthebbende(n) op dit/deze voorwerp(en) is/zijn en/of dit/deze voorwerp(en) voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl hij/zij wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf en/of heeft/hebben hij/zij, verdachte en/of zijn mededader(s), bovenomschreven

voorwerp(en) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van bovenomschreven voorwerp(en) gebruik gemaakt, terwijl hij/zij wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middelijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 7 februari 2012 te Venlo, althans in Nederland, en/of op een of meer plaatsen elders in Europa, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, van voorwerpen, namelijk (een) geldbedrag(en) en/of (een) voertuig(en) en/of

(een) siera(a)d(en), te weten

- een geldbedrag van ongeveer 65.097 euro (contante betaling kasbons aantoonder in België in januari 2002) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 120.000 euro (opbrengst verkoop effecten in België in juli 2009) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 275.790 euro en/of een Fiat 500 Abarth en/of een Porsche 911 Carrera en/of negen, althans een aantal gouden ringen (doorzoeking [adres persoon 1] Venlo op 8 mei 2010) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 60.250 euro (doorzoeking [adresgegevens verdachte] te Venlo op 8 mei 2010) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 4.350.000 euro (doorzoeking [adres persoon 1] Venlo op 23 mei 2011) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 61.450 euro (doorzoeking [adresgegevens verdachte] Venlo op 23 mei 2011) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 350.000 euro (doorzoekingen [adres 3] te Deurne op 2 februari 2012) en/of

- een Mercedes [kenteken 2] (doorzoeking [adres persoon 1] Venlo op 7 februari

2011) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 840.000 euro en/of een Volkswagen Golf [kenteken 1] (doorzoeking [adresgegevens verdachte] Venlo op 7 februari 2012) en/of

- een geldbedrag van ongeveer 70.000 euro en/of een hoeveelheid sieraden (doorzoekingen [adres 1] en [adres 2] te Venlo op 7 februari 2012) en/of

- een horloge van het merk Rolex en/of

- een of meer ander(e) voorwerp(en),

(telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of (tekens) verhuld wie rechthebbende(n) op dit/deze voorwerp(en) is/zijn en/of (telkens) dit/deze voorwerp(en) voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl hij/zij, verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf en/of heeft/hebben hij/zij, verdachte en/of zijn mededader(s), bovenomschreven voorwerp(en) (telkens) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van bovenomschreven voorwerp(en) gebruik gemaakt, terwijl hij/zij (telkens) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 7 februari 2012 te Venlo, althans in Nederland en/of in België en/of op een of meer plaatsen elders in Europa, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, mede bestaande uit

- [persoon 1] ,

- [medeverdachte 1] ,

- [medeverdachte 3] ,

- [medeverdachte 2] ,

- [persoon 3] en/of

-een of meer ander(en),

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het witwassen van geldbedragen en/of voertuigen en/of sieraden;

3.

hij op of omstreeks 23 mei 2011 te Venlo een wapen van categorie III, te weten een pistool van het merk FN, model 1910, kaliber 7.65 mm en/of munitie van categorie III, te weten zeven, althans een aantal volmantelpatronen kaliber 7.65 mm voorhanden heeft gehad;

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van de Belastingdienst/FIOD Zuidoost, kantoor Eindhoven, proces-verbaalnummer 46081, gesloten d.d. 29 oktober 2012, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 11622.

D0033, pagina 10558.

D0034, pagina 10559.

Proces-verbaal van bevindingen AH0281 d.d. 23 april 2012, pagina 6236-6239.

D0043, pagina 10574.

D0039, pagina 10568-10569.

Proces-verbaal van bevindingen bankrekeningen Fortis Bank Maaseik d.d. 15 april 2012, pagina 6236-6257.

Proces-verbaal van bevindingen bankrekeningen Fortis Bank Maaseik d.d. 15 april 2012, pagina 6236-6257.

D0041, pagina 10572.

D0032, pagina 10555-10556.

D0038, pagina 10566.

D0043, pagina 10576, en D044, pagina 10580.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] V02-02 d.d. 8 februari 2012, pagina 467.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V07-10 d.d. 8 maart 2012, pagina 959.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] V07-07 d.d. 15 februari 2012, pagina 941.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V03-07 d.d. 16 februari 2012, pagina 650-651.

Proces-verbaal AH0010(T) d.d. 21 juli 2010, pagina 6602, en kennisgeving van inbeslagneming d.d. 21 juli 2010, pagina 6588-6589.

Proces-verbaal van doorzoeking AH0010(C) d.d. 25 mei 2011, pagina 6687-6690,met bijbehorende lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 6691-6698.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0016(C) d.d. 17 juni 2011, pagina 6715-6718.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0064(C) d.d. 13 december 2011, pagina 6975-6977.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0064(C) d.d. 13 december 2011, pagina 6986-6988.

Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2010.07.19.022 d.d. 25 januari 2012 door drs. S.C. A. Uitdehaag, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige niet-humane biologische sporen, D0025(C), pagina 10956-10966.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0064(C) d.d. 13 december 2011, pagina 6986-6988.

Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2010.07.19.022 d.d. 5 december 2011 door ING. I. Keereweer, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige kras- indruk- en vormsporenonderzoek, D0031(C), pagina 11069-11080.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0064(C) d.d. 13 december 2011, pagina 6983-6984.

Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2010.07.19.022 d.d. 15 maart 2012 door ING. A.J. Slycke, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, D0047(C), pagina 11176-11177, en het rapport dactyloscopisch sporenonderzoek D0049(C), pagina 11185-11186.

Proces-verbaal uitluisteren OVC AH0196 d.d. 9 maart 2012, pagina 6134-6139.

Zaaksproces-verbaal Z4 Condor d.d. 29 oktober 2012, pagina 259.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0064(C) d.d. 13 december 2011, pagina 6977.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0064(C) d.d. 13 december 2011, pagina 6977-6978.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0064(C) d.d. 13 december 2011, pagina 6986-6988.

Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2010.07.19.022 d.d. 25 januari 2012 door drs. S.C. A. Uitdehaag, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige niet-humane biologische sporen, D0025 (C), pagina 10956-10966.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0064(C) d.d. 13 december 2011, pagina 6978.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0064(C) d.d. 13 december 2011, pagina 6978.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0064(C) d.d. 13 december 2011, pagina 6979-6980.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0064(C) d.d. 13 december 2011, pagina 6986-6988.

Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2010.07.19.022 d.d. 5 december 2011 door ING. I. Keereweer, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige kras- indruk- en vormsporenonderzoek, D0031(C), pagina 11069-11080.

Proces-verbaal van bevindingen AH0033 (C) d.d. 4 oktober 2011, pagina 6821-6826.

Proces-verbaal van bevindingen AH0017(C) d.d. 8 juli 2011, pagina 6721-6723.

Proces-verbaal van aantreffen geld d.d. 27 februari 2012, pagina 6461.

Proces-verbaal van inbeslagneming d.d. 21 juli 2010, pagina 6578-6579, en kennisgeving van inbeslagneming d.d. 21 7 2010, pagina 6580-6581.

D008(T), pagina 10767-10770, en D009(T), pagina 10773-774.

Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 15 november 2010, AH012(T), pagina 6609-6611.

Proces-verbaal van doorzoeking AH0011(C) d.d. 8 juni 2011, pagina 6699-6702, met bijbehorende lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 6703-6704.

Proces-verbaal van ambtshandeling AH0016(C) d.d. 17 juni 2011, pagina 6715-6718, en proces-verbaal van ambtshandeling AH0016a(C) d.d. 3 augustus 2011, pagina 6719-6720.

Proces-verbaal van doorzoeking AH0160 d.d. 10 februari 2012, pagina 5750-5755, met bijbehorende lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 5756-5757.

Proces-verbaal inzake telling van inbeslaggenomen geld AH0163 d.d. 9 februari 2012, pagina 5814-5817.

Proces-verbaal van bevindingen AH226 d.d. 26 april 2012, pagina 6329-6343.

Proces-verbaal van sporenonderzoek AH221 d.d. , pagina 6281-

Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag, nr. 2010.07.19.022 d.d. 14 augustus 2012 door drs. H.N. Bauer, die verklaart dit rapport naar waarheid, volledig en naar beste inzicht te hebben opgesteld als NFI-deskundige DNA analyse en interpretatie, D0080, pagina 10675-10686.

Rapport dactyloscopisch sporenonderzoek D0079 d.d. 19 juni 2012, pagina 10669-10670.

Proces-verbaal uitluisteren OVC AH0196 d.d. 9 maart 2012, pagina 6134-6139.

Proces-verbaal uitluisteren OVC AH0202 d.d. 12 maart 2012, pagina 6158-6170.

Geschrift zijnde en Duits proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] RHV045-007 d.d.v10 mei 2012, pagina 10163-10170 en bijbehorende vertaling (aanvullende stukken).

Geschrift zijnde een Duits Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] RHV45-001 pagina 10106-10116 en bijhorende vertaling (aanvullende stukken).

Proces-verbaal van verhoor getuige G001-01 d.d. 26 september 2011, pagina 11338-11345.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] V04-02 d.d. 8 februari 2012, pagina 762.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] V04-04a d.d. 16 februari 2012, pagina 811-812.

Aanvullend proces-verbaal van verdachte [medeverdachte 1] V02-10, genummerd 32-023985 d.d. 16 november 2012.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V03-04 d.d. 8 februari 2012, pagina 627.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V03-06 d.d. 15 februari 2012, pagina 640.

Proces-verbaal van doorzoeking AH0160 d.d. 10 februari 2012, pagina 5750-5755, met bijbehorende lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 5756-5757.

Zaaksproces-verbaal (Z6 2012-02) d.d. 29 oktober 20112, pagina 376.

Proces-verbaal AH0149 d.d. 2 februari 2012, pagina 5699.

Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] V03-02 d.d. 8 februari 2012, pagina 605.

Proces-verbaal uitluisteren OVC AH0202 d.d. 12 maart 2012, pagina 6158-6170.

Proces-verbaal van inbeslagname AH0193 d.d. 5 maart 2012, pagina 6121-6121

Zaaksproces-verbaal Z6 2012-2 d.d. 29 oktober 2012, pagina 382.

Proces-verbaal van doorzoeking AH0011(C) d.d. 8 juni 2011, pagina 6699-6702, met bijbehorende lijst van inbeslaggenomen goederen, pagina 6703-6704.

Proces-verbaal inzake aantreffen wapens AH007(C) d.d. , pagina 6667.

Proces-verbaal omschrijving wapens en munitie AH0025(C) d.d. 2 augustus 2011, pagina 6801.

Proces-verbaal van bevindingen AH0024(C) d.d. 2 augustus 2011, pagina 6798.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature