Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Rolrechter heeft behandeling niet aangevangen en is door schorsing van de zaak ook geen behandelend rechter meer.

Uitspraak



beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Wrakingskamer

Datum beslissing: 25 mei 2016

zaaknummer: 03/220644 / HA RK 16-101

Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingsverzoeken

in de zaak van

[verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , (hierna: verzoeker)

indiener van een verzoek dat strekt tot wraking van:

mr. A.H.M.J.F. Piëtte, rechter in deze rechtbank (hierna ook: de rechter).

1 Procesverloop

1.1.

Verzoeker is door tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder gedagvaard door de Stichting Wonen Zuid Roermond om op woensdag 18 mei 2016 om 11.00 uur te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, locatie Roermond. Verzoeker heeft bij de rechtbank geïnformeerd naar de procedure en het procedurenummer, de op de zaak betrekking hebbende stukken en naar de naam van de behandelend rechter. Op 17 en 18 mei 2016 heeft verzoeker een schriftelijk verzoek tot wraking ingediend gericht tegen de rolrechter die zijn zaak zal behandelen, later aangevuld met de naam van de rechter die op 18 mei 2016 de rolzitting leidt, mr. Piëtte.

1.2.

De rechter heeft de wrakingskamer laten weten dat hij niet in het wrakingsverzoek berust en heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd. Verzoeker heeft andermaal op de schriftelijke reactie van de rechter zijn standpunt kenbaar gemaakt.

2. De grond van het wrakingsverzoek

2.1.

Als grond voor het wrakingsverzoek heeft verzoeker aangevoerd de gang van zaken binnen de rechtbank op grond waarvan hij in onzekerheid verkeert of verkeerde over de inhoud van de zaak en de naam van de behandelend rechter. Verder heeft verzoeker zich inhoudelijk verweerd tegen de dagvaarding, hetgeen hij vreesde niet meer te kunnen doen door de agendering van de zaak op de rolzitting van 18 mei 2016.

3 Het standpunt van de rechter

3.1.

De rechter geeft in zijn schriftelijke reactie van 18 mei 2016 uitleg over de aard en inhoud van de procedure en van de gang van zaken op een rolzitting. De rechter verklaart dat hij geen inhoudelijke bemoeienis met de zaak heeft gehad nu verzoeker een verzoek tot wraking ten aanzien van hem heeft ingediend voordat de zaak ter rolzitting is behandeld en zijn bemoeienis met de zaak eerst op dat moment begint. Verder geeft de rechter aan dat nu verzoeker niet heeft geantwoord ter rolzitting van 18 mei 2016, hij op grond van het interne beleid niet meer de inhoudelijk behandelend rechter zal zijn.

Voor zover verzoekers vragen voorafgaand aan de rolzitting niet zijn beantwoord, biedt de rechter zijn excuses aan hoewel zulks zich buiten zijn invloedssfeer heeft afgespeeld.

4 De beoordeling van het verzoek

4.1.

De wrakingskamer is van oordeel dat het onderhavige verzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling moet worden gesteld en dat om die reden geen mondelinge behandeling nodig is. De wrakingskamer verwijst in dat verband naar artikel 9.1 van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg, vastgesteld door het bestuur van de rechtbank bij besluit van 5 februari 2014. De wrakingskamer overweegt daartoe het volgende.

4.2.

Wraking is uitsluitend mogelijk van een rechter die de zaak behandelt. Nu behandeling van de zaak van verzoeker op 18 mei 2016 door het verzoek tot wraking is geschorst en mr. Piëtte de behandeling van de zaak niet heeft aangevangen, kan hij ook niet als behandelend rechter worden aangewezen. Op die grond dient het verzoek tot wraking van de rechter dan ook voor kennelijk niet-ontvankelijk te worden gehouden en zal de wrakingskamer het wrakingsverzoek buiten behandeling stellen.

5 Beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank stelt het verzoek tot wraking van mr. Piëtte buiten behandeling.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.H.M. Kuster, voorzitter, mr. R.M.M. Kleijkers en

mr. M.A. Teeuwissen, leden, bijgestaan door J.N. Buddeke als griffier en uitgesproken op

25 mei 2016.

Tegen de beslissing van de wrakingskamer staat geen rechtsmiddel open.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature