Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Sri Lanka. Asielrelaas ongeloofwaardig. Tamil. Geen artikel 3 EVRM risico.

Uitspraak



RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 17/8488

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2017 in de zaak tussen

[eiser] , eiser, V-nummer [vreemdelingennummer]

(gemachtigde: mr. A.M.I. Spauwen),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: drs. F. Gieskes).

Procesverloop

Bij besluit van 15 april 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een verblijfsvergunning asiel afgewezen op grond van artikel 31 in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d en e, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2017. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag – kort weergegeven – ten grondslag gelegd dat hij problemen heeft gekregen met het parlementslid Royce in verband met videobeelden waarop een overval te zien zou zijn.

2 Verweerder heeft de aanvraag van eiser als kennelijk ongegrond afgewezen op grond van artikel 31, eerste lid, in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d en e van de Vw 2000 . Daarbij heeft verweerder overwogen dat het asielrelaas van eiser bestaat uit twee elementen, zijnde de nationaliteit, identiteit en herkomst van eiser en de problemen zijdens het parlementslid Royce en zijn handlangers. De gestelde nationaliteit, identiteit en herkomst uit Sri Lanka en de Tamilafkomst acht verweerder geloofwaardig. De gestelde problemen zijdens parlementslid Royce en zijn handlangers acht verweerder ongeloofwaardig.

3 Eiser heeft in beroep – samengevat weergegeven – het volgende aangevoerd. Verweerder stelt onterecht dat van eiser verwacht kan worden dat hij de achternamen van Royce en zijn mannen weet. In Sri Lanka is het gebruik van achternamen niet gebruikelijk. Evenmin kan van eiser verwacht worden dat hij weet te noemen wie hij met een batch zou hebben geslagen. Royce heeft twee overvallen op zijn naam staan, namelijk op 17 februari 2014 en in juni/juli 2016. Eiser probeert nog bewijsmateriaal van de tweede overval aan te leveren. Eiser heeft geen wisselende, tegenstrijdige en inconsistente verklaringen afgelegd. Verweerder verdraait de chronologie in haar beslissing. Het causaal verband tussen de overval, de arrestatie van Royce en de handlangers leidt eiser af uit het scala van gebeurtenissen. Verweerder neemt ten onrechte een vooringenomen standpunt in door een originele police-complaint niet in de besluitvorming te willen betrekken omdat de inhoud daarvan niet uit objectieve bron afkomstig zou zijn. Eiser heeft geen aangifte gedaan omdat hij zijn moeder niet in de problemen wil brengen. Ook zou een aangifte, gelet op de invloed van Royce op politie en justitie, averechts werken. Als Tamil heb je een achterstand op Singalezen, waardoor zijn aangifte ook niet serieus genomen zal worden. Omdat hij Tamil is, zal eiser geen enkele overheidsbescherming krijgen. Eiser vreest bij terugkeer voor een behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Ook beroept eiser zich op artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Overheidsbescherming is zeer irre ëel te achten op grond van gezaghebbende bronnen. Corruptie en omkoping van ambtenaren is zeer gebruikelijk en eiser kan het in dat verband niet opnemen tegen Royce en zijn handlangers. Eisers aanvraag is ten onrechte kennelijk ongegrond verklaard.

4 De rechtbank overweegt als volgt.

4.1

Verweerder heeft de gestelde problemen van eiser met Royce en zijn handlangers niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Daartoe heeft verweerder van belang mogen achten dat eiser onvoldoende gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd over de betrokken personen die eiser zouden bedreigen. Zo weet eiser de achternaam van Royce niet te noemen, ondanks dat dit een bekende politicus is die hem bedreigd. De berichten die in openbare bronnen verschijnen over de betrokkenheid van Royce bij diefstal dateren van 2014, hetgeen niet overkomt met de verklaringen van eiser. Bij de correcties en aanvullingen heeft eiser een link doorgegeven waarop de videobeelden van de door hem gestelde diefstal te zien zouden zijn. Deze beelden betreffen echter een incident dat heeft plaatsgevonden op 17 februari 2014, zodat deze beelden geen onderbouwing zijn van eisers asielrelaas. Verweerder heeft eiser voorts niet ten onrechte niet gevolgd in zijn verklaring dat hij uit wraak lastig gevallen zou worden. Niet is gebleken dat de juwelier ook lastiggevallen wordt door Royce en zijn handlangers en verweerder heeft niet ten onrechte kunnen stellen dat eiser, die slechts een bijdrage aan het incident heeft geleverd, problemen zou ondervinden en niet de juwelier, die direct betrokken was bij de diefstal als slachtoffer en aangever hiervan. Ook heeft verweerder aan eiser mogen tegenwerpen dat hij wisselend heeft verklaard over hetgeen de daders tegen hem hebben gezegd over het verband tussen hun invallen en de arrestatie van Royce. Bovendien heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eiser na het gestelde incident nog tweemaal op en neer is gereisd tussen Singapore en Sri Lanka en dat hij in maart 2017 een paspoort heeft aangevraagd en verkregen op officiële wijze. Hieruit blijkt allerminst dat eiser gezocht wordt en dat Royce hem middels zijn macht zou willen dwarsbomen.

4.2

Met betrekking tot de door eiser in beroep overgelegde stukken, overweegt de rechtbank als volgt. De kopieën van eisers identiteitskaart, rijbewijs en geboorteakte zijn niet van belang, nu verweerder eisers gestelde identiteit en nationaliteit geloofwaardig heeft bevonden.

De overige stukken kunnen, voor zover deze al betrokken kunnen worden nu deze stukken pas één dag voor de zitting zijn overgelegd, niet leiden tot een ander oordeel. Met betrekking tot de nota en verklaring van eisers werkgever heeft eiser geen verklaring kunnen geven waarom in de stukken de jaartallen waarin eiser werkzaam zou zijn voor zijn werkgever aangepast zijn. Uit de oproep te verschijnen op het politiebureau en de oproep van de CID (de geheime dienst) blijkt slechts dat eiser dient te verschijnen. Hieruit blijkt echter niet waarvoor hij is opgeroepen, zodat niet geconcludeerd kan worden dat dit verband houdt met zijn asielrelaas. De aangifte van de moeder en de in dit kader overgelegde politieverklaring zijn beiden opgemaakt naar aanleiding van hetgeen de moeder tijdens de aangifte naar voren heeft gebracht, zodat dit niet afkomstig is uit objectieve bron.

4.3

Met betrekking tot het beroep op artikel 3 van het EVRM , overweegt de rechtbank dat eiser zich hier slechts op beroept in het kader van de door hem gestelde problemen met Royce. Nu verweerder het asielrelaas van eiser niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht, heeft verweerder ook kunnen aannemen dat eiser gelet op deze problemen geen risico loopt als bedoeld in artikel 3 van het EVRM .

Voor zover eiser hiermee heeft bedoeld dat hij problemen in zijn land van herkomst ondervindt omdat hij Tamil is, overweegt de rechtbank als volgt. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraken van 20 juni 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:2351) en 23 juli 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2438) op basis van in die uitspraken betrokken informatie en daarop gebaseerde jurisprudentie, staan met name activisten die een risico vormen voor de eenheid van Sri Lanka, omdat zij een significante rol spelen in een georganiseerd separatistisch streven buiten Sri Lanka naar een onafhankelijke Tamil-staat of het doen herleven van het gewapende conflict in Sri Lanka, bij terugkeer in de negatieve belangstelling van de autoriteiten. Uit deze uitspraken blijkt verder dat de Sri Lankaanse autoriteiten inmiddels in staat zijn gewone Sri Lankaanse remigranten, waaronder voormalige asielzoekers, te onderscheiden van activisten die een risico vormen voor de eenheid van Sri Lanka, omdat zij een significante rol spelen in een georganiseerd separatistisch streven buiten Sri Lanka naar een onafhankelijke Tamil-staat of het doen herleven van het gewapende conflict in Sri Lanka. Voorts heeft de Afdeling overwogen dat niet iedere Tamil die terugkeert een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM . Dit blijkt ook niet uit het ambtsbericht van oktober 2014. In hetgeen eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding om de hiervoor genoemde jurisprudentie niet te volgen. Immers eiser heeft zijn stelling onvoldoende onderbouwd en geen begin van bewijs geleverd dat hij bij terugkeer een risico loopt.

5 Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep ongegrond verklaren. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Tijsma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature