Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Asiel, kennelijk ongegrond, China, bekering, huiskerk, beroep ongegrond.

Uitspraak



RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 17/6329

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 18 april 2017 in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer]

gemachtigde mr. J.J. Eizenga,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. K. Bruin.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 17 maart 2017 (het bestreden besluit).

Het beroep is ter zitting behandeld op 6 april 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Tevens was aanwezig G.S. Nie, tolk Mandarijn. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres, geboren op [geboortedatum] en van Chinese nationaliteit, is Nederland op

4 april 2015 ingereisd met een visum dat geldig was tot 7 mei 2015. Op 30 oktober 2015 heeft eiseres een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd.

2. Aan die aanvraag ligt ten grondslag dat eiseres in het land van herkomst is bekeerd tot het christendom en de in China verboden geloofsstroming Yin Xin Cheng Yi aanhangt. In haar woonplaats Laoyuntai in de provincie Henan bezocht zij (tussen 2000 en 2003 en na 2011) huiskerkbijeenkomsten bij haar thuis en bij anderen. In 2001 is eiseres gedoopt. Op

2 oktober 2015 is eiseres opgepakt en gemarteld door de Chinese autoriteiten vanwege haar geloof en evangeliseringsactiviteiten. Nadat eiseres niets over de kerk en de bezoekers wilde vertellen werd haar vader uiteindelijk gebeld om haar na betaling van een boete mee naar huis te nemen. Nadat haar zus een visum tegen betaling heeft geregeld, is eiseres vanwege het geloof gevlucht. In Nederland verbleef zij aanvankelijk bij familie (een nicht van haar zwager). Ze heeft zich niet eerder dan op 14 oktober 2015 gemeld en op 30 oktober 2015 asiel aangevraagd omdat zij niet wist dat die mogelijkheid er was.

3. In een advies van Forensisch Medische Maatschappij Utrecht (FMMU) van 1 april 2016 is vermeld dat sprake is van beperkingen die relevant zijn voor het horen en/of beslissen, dat eiseres last kan hebben van spanningsklachten en dat in dat geval geadviseerd wordt een extra pauze in te lassen.

4. Verweerder heeft de aanvraag met toepassing van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiseres wordt tegengeworpen dat zij pas op 30 oktober 2015 asiel heeft aangevraagd, dat is vijf maanden nadat de geldigheid van haar visum is verstreken. De gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst worden geloofwaardig geacht. De gestelde bekering (en daarmee de problemen als gevolg daarvan) wordt niet geloofd, omdat de verklaringen van eiseres over het proces van en motieven voor bekering te vaag en algemeen zijn.

5. Eiseres heeft daartegen - samengevat - het volgende aangevoerd.

- Eiseres is naar Nederland gekomen om een volgende arrestatie te voorkomen. Ze durfde bij de familie waar ze verbleef aanvankelijk haar problemen niet aan de orde te stellen. Toen ze dat op een gegeven moment wel durfde, kwam ze erachter dat ze asiel kon aanvragen, wat ze vervolgens deed.

- Het standpunt van verweerder over de geloofwaardigheid van de gestelde bekering wordt gemotiveerd betwist. Er is geen sprake van tegenstrijdigheden. Verweerder heeft verder onvoldoende rekening gehouden met het tijdverloop en de werking van het geheugen/herinneringen, terwijl dat in strafzaken wel wordt gedaan.

- Eiseres is opgegroeid in een situatie van geweld en liefdeloosheid. Toen zij zag wat het geloof met haar moeder deed, sprak dat eiseres aan en is zij zich gaan verdiepen in het geloof. Niet valt in te zien waarom haar verklaringen over het proces van bekering niet geloofwaardig zijn.

- Eiseres heeft ondanks haar beperkte opleiding zoveel kennis van de bijbel, dat die alleen opgedaan kan zijn door jarenlange geloofsuitoefening.

- Bij het beslissen is onvoldoende rekening gehouden met de emoties van eiseres. Verwezen wordt naar Werkinstructie 2015/8 ‘Bijzondere procedurele waarborgen’ (WI 2015/8).

- Eiseres kon legaal uitreizen dankzij door haar zus betaald smeergeld.

- Voor wat betreft de tegenwerping dat eiseres onzorgvuldig zou zijn geweest in het kiezen van personen met wie zij sprak over het christelijk geloof wordt onder meer benadrukt dat het uitsluiten van elk risico niet past bij een oprecht christen.

- Eiseres doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel en verwijst naar het feit dat een asielaanvraag van een Chinese vrouw met een vergelijkbaar vluchtverhaal en onder vergelijkbare omstandigheden is ingewilligd.

- Subsidiair wordt aangevoerd dat het feit dat de gebeurtenissen in China niet worden geloofd, niet betekent dat aan de bekering van eiseres zoals die blijkt uit de geloofsuitoefening in Nederland, ook geen geloof zou moeten worden gehecht. Verwezen wordt naar uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 24 mei 2013 (201109256/1/V2) en 6 augustus 2013 (201304530/1/V2). Eiseres moet thans - omdat ze intensief met het geloof bezig is, wekelijks naar kerk gaat en evangeliseert - als een oprecht christen worden beschouwd. Verwezen wordt ook naar de pagina’s 19, 38 en 39 van de uitgave van Stichting Gave ‘Bekering tot Christus’, waaruit onder meer blijkt dat er bekeringen in vele soorten en maten zijn en het eindpunt van iemands geloof relevant is.

De rechtbank overweegt als volgt.

6. Ingevolge artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden afgewezen als kennelijk ongegrond indien - voor zover van belang - de vreemdeling zijn verblijf in Nederland op onrechtmatige wijze heeft verlengd en zich, gezien de omstandigheden van zijn binnenkomst, zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk bij een ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen heeft aangemeld en daar kenbaar heeft gemaakt dat hij internationale bescherming wenst.

7. Verweerder heeft aan het standpunt dat de verklaringen over de motieven voor en het proces van bekering ongeloofwaardig zijn, onder meer het volgende ten grondslag gelegd.

- Vooropgesteld wordt dat het feit dat eiseres in Nederland niet zo snel mogelijk asiel heeft aangevraagd, maar dat - zonder gegronde reden - pas vijf maanden deed nadat de geldigheid van haar visum was verstreken, op voorhand afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van haar verklaringen.

- De verklaring van eiseres dat de buurvrouw het evangelie aan haar moeder kwam verspreiden en dat zij erbij was en luisterde (pagina 24 nader gehoor) is tegenstrijdig met de verklaring dat zij er niet bij was toen haar moeder geëvangeliseerd werd (pagina 25 nader gehoor).

- Eiseres heeft desgevraagd verklaard dat ze ‘het echte principe van mens’ zoekt in het christendom en dat de heer haar leert om een echt mens te worden (pagina 22 nader gehoor). Daarmee heeft ze vaag verklaard over wat ze precies zoekt in het christendom en onvoldoende inzicht gegeven in haar motieven om voor (deze stroming van) het christendom te kiezen. Haar verklaringen getuigen niet van een oprechte, diepgewortelde en innerlijke overtuiging.

- Eiseres heeft vaag en summier verklaard over waarom ze gelooft. Ze heeft verklaard dat ze de verandering van haar moeder zag nadat die geloofde en daarnaast dat ze naar een plek wil met harmonie, vrede en geluk.

- Eiseres heeft verklaard dat ze vanaf 2000/2001, toen ze begon te geloven, wel wist (pagina 24 nader gehoor) dat haar geloof door de overheid verboden was. Ze wist toen dat de bijeenkomsten in het geheim waren omdat de overheid die bijeenkomsten verbood. Tevens verklaarde eiseres dat de bijeenkomsten telkens elders waren omdat men bang voor ontdekking was. Er waren al christenen opgepakt vanaf het moment waarop zij ging geloven (pagina 16 aanvullend nader gehoor). Eiseres heeft echter tevens verklaard dat ze niet heeft gedacht aan de nadelen en dat ze geen twijfels had om te gaan geloven. Pas (in 2015) nadat zij was opgepakt (pagina 26 nader gehoor) waren er twijfels. Het is ongerijmd dat eiseres vanaf 2000/2001 geenszins nadacht over eventuele negatieve gevolgen of risico’s van het geloof, terwijl zij wist dat het niet mocht van de overheid.

- Eiseres heeft verklaard dat ze evangeliseerde bij vrienden van vrienden. Niet valt in te zien waarom eiseres het risico nam bij mensen te evangeliseren die ze niet goed kende. Niet inzichtelijk wordt dat eiseres wist dat ze gevaar liep. Haar handelingen duiden daar niet op.

Dat eiseres over bijbelkennis beschikt, leidt niet tot een ander oordeel.

- Eiseres heeft tegenstrijdig verklaard over de bijeenkomsten. Ze verklaarde op de vraag hoe zij wist waar de bijeenkomsten plaatsvonden dat ze in hetzelfde dorp woonden, allemaal buren waren en met elkaar konden overleggen (pagina 28 nader gehoor). Eiseres verklaarde echter tevens dat de buurvrouw mensen uit andere dorpen introduceerde (pagina 25 nader gehoor).

- Eiseres heeft tegenstrijdig verklaard over sinds wanneer ze gelooft. Eiseres verklaarde dat ze sinds 2000 gelooft (pagina 25 nader gehoor) en tevens dat ze vanaf 2011 gelooft (pagina 18 aanvullend gehoor).

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich met de hiervoor vermelde motivering niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen over de gestelde bekering ongeloofwaardig zijn. Zoals volgt uit jurisprudentie van de Afdeling (bijvoorbeeld de uitspraak van 15 juli 2014, ELCI:NL:RVS:2014:2801) kan verweerder bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van een bekering doorslaggevend gewicht toekennen aan de motieven voor en het proces van bekering. Dit geldt in temeer indien een vreemdeling - zoals eiseres in dit geval - afkomstig is uit een land waar een bekering tot een andere dan de daar gangbare geloofsovertuiging maatschappelijk onacceptabel is (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:888). Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat in dit geval eiseres met haar verklaringen onvoldoende inzicht heeft gegeven in het proces van bekering en in de motieven om zich te bekeren tot genoemd geloof, gegeven de omstandigheid dat zij door die keuze, door de gestelde huiskerkbezoeken en het evangeliseren in het land van herkomst een situatie heeft gecreëerd waarin zij zich blootstelde aan de mogelijkheid van vervolging. De rechtbank is van oordeel dat verweerder reeds op grond hiervan voldoende heeft gemotiveerd dat de door eiseres gestelde bekering ongeloofwaardig is.

9. Dat eiseres over (uitvoerige) bijbelkennis beschikt laat onverlet dat eiseres (ook) tegenover verweerder overtuigende verklaringen moet kunnen afleggen over haar bekering en het proces dat daartoe heeft geleid (zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van

12 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4174, en 5 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1911). Gelet op wat onder 7 en 8 is overwogen is eiseres daarin niet geslaagd.

10. De verwijzing naar de (hiervoor onder 5, laatste gedachtestreepje genoemde) uitspraken van de Afdeling van 6 augustus 2013 en 24 mei 2013 kan eiseres niet baten nu in die uitspraken, anders dan in het onderhavige geval, de geloofsovertuiging niet is onderzocht en om die reden ten onrechte was geoordeeld dat de gestelde bekering ongeloofwaardig was. Ook de door eiseres op 10 juli 2016 overgelegde algemene informatie over christenvervolging in China en de informatie van Stichting Gave noopt niet tot een ander oordeel en doet niet af aan wat onder 7 en 8 is vermeld.

11. Dat in het kader van getuigenverklaringen in een strafproces rekening wordt gehouden met de (gebrekkige) werking van het menselijk waarnemingsvermogen en geheugen, maakt niet dat in het kader van een gestelde bekering geen consistente en consequente verklaringen mogen worden verwacht over het (gestelde) doorgemaakte proces van bekering en de motieven om zich te bekeren.

12. Ten aanzien van het beroep op WI 2015/8 overweegt de rechtbank als volgt. Hierin is vermeld dat gedurende de asielprocedure (voortdurend) moet worden beoordeeld of de vreemdeling kwetsbaar is (bijvoorbeeld gelet op leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid, handicap, ernstige (psychische) ziekte of als gevolg van foltering, verkrachting of andere vormen van geweld) en al dan niet tijdelijk passende steun/extra procedurele waarborgen (naast de reeds in de asielprocedure ingebedde waarborgen) nodig heeft, zoals bijvoorbeeld het inlassen van extra pauzes tijdens gehoren, het geven van extra uitleg, et cetera. In dit geval blijkt uit de rapporten van de gehoren dat eiseres regelmatig emotioneel werd en huilde. Overeenkomstig het advies van FMMU is regelmatig in overleg met eiseres gepauzeerd en is het nader gehoor op 6 mei 2016 op verzoek van eiseres afgebroken en op 30 mei 2016 voortgezet. Eiseres heeft ter zitting aangevoerd dat de wijze waarop zij is gehoord in orde is, maar dat met name bij het beslissen rekening had moeten worden gehouden met (spannings)problemen bij eiseres. Er is echter, nu niet is gebleken van onvoldoende procedurele waarborgen tijdens de gehoren, geen aanleiding voor het oordeel dat niet alle door eiseres afgelegde verklaringen voor de beoordeling kunnen worden gebruikt of dat het bestreden besluit anderszins onzorgvuldig of onrechtmatig is.

13. Verweerder heeft zich ten aanzien van het beroep op het gelijkheidsbeginsel in het bestreden besluit onweersproken op het standpunt gesteld dat de vreemdeling in die zaak zich - anders dan eiseres - vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van het visum meldde voor het doen van een asielaanvraag en dat in haar geval sprake was van een weloverwogen bekeringsproces waarover zij gedetailleerd had verklaard. Gelet daarop faalt deze grond.

14. Verweerder heeft de aanvraag voorts als kennelijk ongegrond kunnen afwijzen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw , nu eiseres geruime tijd (vijf maanden) nadat de geldigheid van haar visum was verlopen asiel heeft aangevraagd. Zij heeft daarmee haar verblijf in Nederland op onrechtmatige wijze verlengd en heeft zonder gegronde reden haar verzoek om internationale bescherming niet zo snel mogelijk kenbaar gemaakt. De enkele stelling dat het eiseres niet (eerder) wist dat zij asiel kon aanvragen, vormt geen reden om deze afwijzingsgrond niet te kunnen gebruiken.

15. Het beroep is ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 april 2017.

griffier

rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature