Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online


 

E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBDHA:2015:3313
Rechtbank Den Haag, AWB 14/15386 AWB 14/15389

Inhoudsindicatie:

Uit het stelsel van de wet volgt dat de wetgever met het toekennen van de bevoegdheid aan verweerder om een verblijfsvergunning in te trekken tevens heeft beoogd een besluit tot intrekking te kunnen laten terugwerken tot het tijdstip waarop niet meer werd voldaan aan de beperking waaronder die verblijfsvergunning was verleend. Nu niet in geschil is dat eiseres van 20 februari 2013 (zijnde de dag waarop eiseres haar aanvraag voor een verblijfsvergunning heeft ingediend) tot en met 28 februari 2013 wel aan de voorwaarden voldeed om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, was verweerder naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet bevoegd de verblijfsvergunning in te trekken per een eerdere datum dan 28 februari 2013. Dat de verblijfsvergunning pas op 15 maart 2013 is verleend, doet daar niet aan af, nu het moment dat op de aanvraag wordt beslist een arbitrair moment is, waar de vreemdeling geen invloed op heeft.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug