Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online


 

E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:PHR:2017:336
Parket bij de Hoge Raad, 15/05461

Inhoudsindicatie:

Immuniteit t.a.v. beledigende uitlatingen gedaan door fractievoorzitster van lokale politieke partij tijdens overleg met fractievoorzitters en leden van de Werkgeverscommissie in Alphen aan den Rijn? Art. 22 en art. 83.1 en 83.4 Gemeentewet. De bescherming tegen vervolging in rechte die art. 22 Gemeentewet aan een gemeenteraadslid biedt, strekt zich niet uit tot andere handelingen dan die welke in die wettelijke bepalingen worden genoemd (vgl. ECLI:NL:HR:1983:AD2221, NJ 1984/801). Mede gelet op de wetsgeschiedenis geldt hetzelfde m.b.t. de bescherming tegen vervolging in rechte die art. 83.4 jo. art. 22 Gemeentewet aan een lid van een door de gemeenteraad ingestelde bestuurscommissie en aan andere deelnemers aan de beraadslagingen van zo’n commissie biedt. Hof heeft vastgesteld dat het overleg, gedurende welk de in de tll. vermelde uitlatingen door verdachte zijn gedaan, “een informeel karakter had, zonder voorzitter en zonder notulist” en dat het plaatsvond bij gelegenheid van een vergadering van fractievoorzitters van een aantal lokale partijen welke op initiatief van een van die fractievoorzitters was belegd, terwijl de voorzitter en een van de andere leden van de Werkgeverscommissie op uitnodiging van die initiatiefnemer bij deze vergadering tegenwoordig waren. ’s Hofs oordeel dat voormeld overleg niet kan worden aangemerkt als een vergadering van een bestuurscommissie a.b.i. art. 84.4 Gemeentewet - en dat verdachte derhalve aan het in die bepaling van overeenkomstige toepassing verklaarde art. 22 Gemeentewet geen immuniteit kan ontlenen voor uitlatingen die zij tijdens dat overleg heeft gedaan - getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug