Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Civiel. Kort Geding. Schorsing executeur testamentair.

Uitspraak



Vonnis van 3 mei 2017

Behorend bij K.G. no. 625 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS in kort geding van:

1 [Eiseres1],

hierna ook te noemen: [Eiseres1],

2 [Eiseres 2],

hierna ook te noemen: [Eiseres2],

3 [Eiser 3],

hierna ook te noemen: [Eiser3],

allen wonende in Aruba en/of gedomicilieerd ten kantore van hun hierna genoemde respectieve in Aruba gevestigde advocaat,

eisers,

hierna gezamenlijk ook te noemen: [Eiseres1] c.s.,

gemachtigden: de advocaten mrs. E.H.J. Martis en M.D. Tromp (voor eisers sub 1 en 2), en mr. L.D. Gomez (voor eiser sub 3),

tegen:

[Gedaagde] pro se en in zijn hoedanigheid als executeur testamentair in de nalatenschap van wijlen [Moeder],

wonende in Aruba,

gedaagde,

hierna ook te noemen: [Gedaagde] en/of [Gedaagde] q.q.,

gemachtigde: de advocaat mr. R.L.F. Dijkhoff.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het verzoekschrift met producties,

de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van de zaak ter openbare terechtzitting van dinsdag 7 april 2017.

1.2 [

Eiseres1] en [Eiseres2] zijn ter zitting verschenen bij hun gemachtigde, en [Eiser3] is verschenen samen met zijn gemachtigde. [Gedaagde] is ter zitting verschenen bij zijn gemachtigde. De gemachtigden van partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - allen mede aan de hand van overgelegde pleitnotities, allen voorzien van toegelaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.

1.3

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist, alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties voorzover uitdrukkelijk naar verwezen en voorzover niet of onvoldoende bestreden, staat tussen partijen onder meer het volgende vast.

2.1.1 [

Vader] (hierna: [Vader]) is overleden op 28 april 1979. [Vader] was tot zijn dood in de gemeenschap van goederen gehuwd met [Moeder] (hierna: [Moeder]). [Moeder] is overleden op 17 november 2011.

2.1.2 [

Vader] heeft bij zijn leven een testament laten opmaken, krachtens welke hij [Moeder] als zijn enige erfgenaam heeft benoemd en hij zijn vier kinderen (te weten [Eiseres1], [Gedaagde], [Kind 3] (hierna: [Kind 3]) en [Kind 4] (hierna: [Kind 4])) heeft onterfd. [Eiseres1], [Kind 3] en [Kind 4] hadden geen bezwaar tegen die uiterste wil van [Vader], en hebben na het overlijden van [Vader] geen beroep gedaan op hun legitieme portie uit zijn nalatenschap. [Gedaagde] heeft dat beroep wel gedaan, en hij heeft zijn legitieme portie uit de nalatenschap van [Vader] uitbetaald gekregen op grond van een akte van scheiding en deling van 15 juni 1984.

2.1.3 [

Kind 3] is overleden op 15 juli 1999, en heeft als zijn erfgenamen achter gelaten drie kinderen, te weten (hierna: [Kleinkind 3.1]), [Kleinkind 3.2] (hierna: [Kleinkind 3.2]) en [Kleinkind 3.3] (hierna: [Kleinkind 3.3]).

2.1.4 [

Kind 4] is overleden op 22 oktober 2004, en heeft als haar erfgenamen achter gelaten twee kinderen, te weten [Eiseres2] en [Eiser3].

2.1.5

Net als [Vader] heeft ook [Moeder] bij haar leven een testament laten opmaken. Uit dit testament (hierna: het testament) blijkt onder meer dat:

-[Moeder] ieder van haar kinderen, tezamen en voor gelijke delen als haar erfgenamen heeft benoemd en dat met betrekking tot haar overleden kinderen plaatsvervulling plaats vindt;

-[Moeder] de verdeling van haar nalatenschap heeft vastgesteld, in die zin dat alle goederen behorende tot haar nalatenschap worden toebedeeld aan [Gedaagde], zulks onder de verplichting voor [Gedaagde] om aan ieder van de andere erfgenamen schuldig te erkennen een bedrag in contanten ter grootte van hun erfdeel, verminderd met hun aandeel in de begrafeniskosten, de taxatie- en de boedelkosten en de eventueel verschuldigde successierechten;

-de vordering in contanten van de erfgenamen op [Gedaagde] vijf jaar na het overlijden van [Moeder] opeisbaar worden;

-[Gedaagde] wordt benoemd als executeur testamentair in de nalatenschap van [Moeder] (hierna ook: de nalatenschap).

2.1.6 [

Gedaagde] heeft de taak van executeur testamentair in de nalatenschap aanvaard en heeft de overige erven daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld. Daarbij heeft [Gedaagde] de overige erven medegedeeld dat één van zijn taken bestond uit het in kaart brengen van de nalatenschap. Tevens heeft [Gedaagde] daarbij de overige erven verzocht om hem te berichten of zij op de hoogte waren van mogelijke door [Moeder] verzwegen vermogensbestanddelen die deel uitmaakten van de nalatenschap van [Vader]. [Eiseres1] heeft daarop aan [Gedaagde] laten weten dat dit volgens haar niet het geval was. Enkele andere erven hebben [Gedaagde] laten weten dat zij geen wetenschap hadden van dat mogelijke verzwijgen, terwijl enkele andere erven niet hebben gereageerd op de vraag van [Gedaagde].

2.1.7 [

Gedaagde] heeft [Eiseres1] c.s. en de overige erven op 14 maart 2013 een boedelbeschrijving per 12 maart 2013 doen toekomen, waarin hij die erven bericht dat de waarde van de volgens [Gedaagde] door [Moeder] verzwegen goederen uit de nalatenschap van [Vader] (en van goederen die verzwegen goederen hebben vervangen) Afl. 80.690.093,-- bedraagt en dat de waarde van de nalatenschap van [Moeder] Afl. 2.885.360,-- (van welk bedrag

onder meer Afl. 2.095.000,-- deel uitmaakt als zijnde de totale waarde van acht in Aruba gelegen onroerende zaken en Afl. 1.387.072,-- als zijnde een vordering op La Linda N.V.).

2.1.8 [

Gedaagde] heeft bij dit Gerecht een (thans nog lopende) bodemprocedure aanhangig gemaakt (onder zaaknummer A.R. 525/2014) in welke hij onder meer vordert een verklaring voor recht dat de door [Moeder] verzwegen goederen - uit de nalatenschap van [Vader] en die als zijnde haar eigen aandeel in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van [Vader] en [Moeder] (en van goederen die verzwegen goederen hebben vervangen) - aan [Gedaagde] zijn verbeurd en dat [Gedaagde] de enige gerechtigde is tot die goederen.

2.1.9

Krachtens het testament zijn thans de volgende personen voor het achter hun naam vermelde deel gerechtigd tot de nalatenschap van [Moeder]: [Eiseres1] (1/4 deel), [Gedaagde] (1/4 deel), [Kleinkind 3.1] (1/12 deel), [Kleinkind 3.2] (1/12 deel), [Kleinkind 3.3] (1/12 deel) [Eiser3] (1/8 deel) en [Eiseres2] (1/8 deel).

2.1.10 [

Eiseres1] c.s. hebben [Gedaagde] q.q. op 19 december 2016 en vervolgens op 13 januari 2017 schriftelijk onder termijnstelling van 14 dagen tot betaling gesommeerd van het respectieve aan ieder van hen toekomende erfdeel in contanten, zulks onder voorbehoud van alle rechten ten aanzien van de boedelbeschrijving en de omvang van de nalatenschap van [Moeder]. [Gedaagde] noch [Gedaagde] q.q. heeft gevolg gegeven aan die sommaties.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

Eiseres1] c.s. vorderen dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [Gedaagde]:

a. pro se dan wel in zijn hoedanigheid van executeur testamentair veroordeelt om binnen 5 dagen na de betekening van dit vonnis aan [Gedaagde] te betalen aan [Eiseres1]

Afl. 721.340,--, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum van de opeisbaarheid van dat bedrag;

pro se dan wel in zijn hoedanigheid van executeur testamentair veroordeelt om binnen 5 dagen na de betekening van dit vonnis aan [Gedaagde] te betalen aan [Eiseres2]

Afl. 360.670,--, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum van de opeisbaarheid van dat bedrag;

pro se dan wel in zijn hoedanigheid van executeur testamentair veroordeelt om binnen 5 dagen na de betekening van dit vonnis aan [Gedaagde] te betalen aan [Eiser3]

Afl. 360.670,--, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum van de opeisbaarheid van dat bedrag;

in zijn hoedanigheid van executeur testamentair veroordeelt om binnen 20 dagen na de betekening van dit vonnis aan [Gedaagde] rekening en verantwoording af te leggen over de periode dat hij als executeur testamentair het beheer heeft gevoerd over de nalatenschap van [Moeder], onder meer doch niet beperkt door het overleggen van alle stukken en documenten met betrekking de door [Gedaagde] q.q. opgestelde boedelbeschrijving van die nalatenschap, waaronder doch niet beperkt: eigendomsdocumenten, taxatierapporten, aandeelhoudersregisters, oprichtingsakten, bankafschriften, belastingaangiften, aandelenwaarderingen, jaarrekeningen en alle overige relevante informatie die van belang is of kan zijn met betrekking tot de door [Gedaagde] (q.q.) af te leggen rekening en verantwoording, zulks op straffe van een door [Gedaagde] te verbeuren dwangsom van Afl. 10.000,-- per dag dat hij in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen;

[Gedaagde] per de datum van de uitspraak van dit vonnis schorst als executeur testamentair in de nalatenschap van [Moeder], met benoeming als executeur testamentair in die nalatenschap van een door [Eiseres1] c.s. nader aan te wijzen persoon of instelling, althans een door het Gerecht aan te wijzen (rechts)persoon;

[Gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.

3.2 [

Gedaagde] (het Gerecht begrijpt pro se en q.q.) voert verweer en concludeert tot afwijzing van het door [Eiseres1] c.s. verzochte, kosten rechtens.

3.3

Voor zover van belang voor de beslissing of uitspraak worden de stellingen van partijen hierna besproken.

4 DE BEOORDELING

4.1

Het spoedeisend belang van [Eiseres1] c.s. bij hun vorderingen volgt uit de aard van die vorderingen en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Het ontvankelijkheidsverweer van [Gedaagde] (lees hier tevens [Gedaagde] q.q.) wordt verworpen.

4.2.1

Uit de hiervoor onder 2.1.7 en 2.1.8 weergegeven feitelijkheden volgt dat [Gedaagde] q.q een eigen persoonlijk belang heeft bij de vaststelling van de omvang van de nalatenschap van [Moeder]. Die omstandigheid levert naar het voorlopig oordeel van het Gerecht een verstrengeling van belangen op tussen [Gedaagde] in persoon en [Gedaagde] in zijn hoedanigheid als executeur testamentair in de nalatenschap, die reeds met zich brengt dat [Gedaagde] niet langer de executeur testamentair in de nalatenschap kan blijven. Bij die stand van zaken valt in een bodemprocedure het oordeel te verwachten dat [Gedaagde] onder gelijktijdige benoeming van een vervanger zal worden ontheven van of uit zijn taak als executeur testamentair in de nalatenschap en dat [Gedaagde] zal worden veroordeeld of bevolen tot het doen afleggen van deugdelijke en volledige rekening en verantwoording (aan in elk geval [Eiseres1] c.s. en die vervanger) over de periode dat [Gedaagde] als executeur testamentair het beheer heeft gevoerd over de nalatenschap. De thans door [Eiseres1] c.s. onder e. en d. gevorderde voorzieningen zullen daarom worden toegewezen als na te melden, waarbij heeft te gelden dat het Gerecht aanleiding ziet om zelf een persoon aan te wijzen die de taak van [Gedaagde] als executeur testamentair zal voortzetten (welke persoon zich bereid heeft verklaard die taak op zich te willen nemen). Vorenstaande brengt mee dat alle overige door partijen op dit onderdeel opgeworpen stellingen onbesproken kunnen blijven.

4.2.2

Afweging van de belangen van partijen maakt vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet aan de zijde van [Gedaagde] (lees hier tevens: [Gedaagde] q.q.) bij afwijzing van het onder d. en e. door [Eiseres1] c.s. verzochte ten opzichte van de belangen van [Eiseres1] c.s. bij toewijzing daarvan.

4.2.3

Dwangsommen zullen gematigd en gemaximeerd aan [Gedaagde] worden opgelegd, omdat daarvan voldoende prikkel uitgaat naar [Gedaagde] toe tot nakoming van het hierna aan hem te geven bevel.

4.3

De vorderingen onder a., b. en c. zullen evenwel worden afgewezen, omdat gesteld noch is gebleken dat de hiervoor onder 2.1.7 vermelde (waarde van de) onroerende goederen door verkoop daarvan inmiddels liquide zijn gemaakt en dat de aldaar vermelde vordering inmiddels is geïnd. Eerst als die goederen te gelde zijn gemaakt door de nieuw aan te stellen executeur testamentair, kan die executeur wat het Gerecht in beginsel betreft (na aftrek van de door [Moeder] in haar testament genoemde kosten) tot uitkering daarvan overgaan aan [Eiseres1] c.s. naar rato van hun onderscheidenlijke erfdelen. Hierbij heeft te gelden dat de stelling van [Gedaagde] - dat hij een vordering heeft op de nalatenschap in verband met bedoelde beweerdelijke destijds door [Moeder] verzwegen en aan hem verbeurde vermogensbestanddelen - zonder nadere uitleg (die ontbreekt) onbegrijpelijk is.

4.4

Vorenstaande klemt temeer omdat mogelijk door [Moeder] verzwegen vermogensbestanddelen ingevolge het tweede lid van artikel 3:194 BW worden verbeurd aan de overige doch niet bestaande deelgenoten in de nalatenschap van [Vader]. Vast staat immers dat [Vader] bij testament [Moeder] als zijn enige erfgenaam heeft benoemd, en dat hij al zijn kinderen ([Gedaagde], [Eiseres1], [Kind 3] en [Kind 4] dus) heeft onterfd. Die kinderen hebben daarom niet te gelden als deelgenoot in de nalatenschap van [Vader]. Daardoor kunnen mogelijke door [Moeder] van die nalatenschap deel uitmakende doch verzwegen vermogensbestanddelen naar het voorshandse oordeel van het Gerecht niet worden verbeurd aan [Gedaagde]. Het enkele feit dat de door zijn vader onterfde [Gedaagde] met betrekking tot de nalatenschap van [Vader] een beroep heeft gedaan op zijn legitieme portie, maakt [Gedaagde] naar het verdere voorshandse oordeel van het Gerecht nog geen deelgenoot in de zin van artikel 3:194 BW . Het mogelijke verzwijgen door [Moeder] van bedoelde vermogensbestanddelen kan mogelijk en hooguit een rol spelen voor de vaststelling van de omvang of de hoogte van de door [Gedaagde] ingeroepen legitieme.

4.5

Afweging van de belangen van partijen maakt het hiervoor onder 4.3 overwogene evenmin anders. Dit temeer omdat [Gedaagde] vanaf de uitspraak van dit vonnis niet langer bevoegd is om bedoelde vermogensbestanddelen liquide te maken en vervolgens naar hun erfdeel uit te keren aan [Eiseres1] c.s..

4.6

In de uitkomst van deze procedure, partijen zijn over en weer in het (on)gelijk gesteld, en de omstandigheid dat dit een familiegeschil betreft ziet het Gerecht aanleiding om de kosten van deze procedure te compenseren tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

5 DE BESLISSING

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:

-schorst [Gedaagde] met onmiddellijke ingang als executeur testamentair in de nalatenschap van wijlen [Moeder];

-benoemt met onmiddellijke ingang de in Aruba gevestigde en kantoorhoudende advocaat mr. J.M. (Jeannot) DE CUBA (telefoonnummer 5838144) als executeur testamentair in de nalatenschap van wijlen [Moeder];

-beveelt [Gedaagde] om binnen 30 dagen na de betekening van dit vonnis aan [Gedaagde] rekening en verantwoording af te leggen (aan in elk geval [Eiseres1] c.s. en aan mr. J.M. de Cuba voornoemd) over de periode dat hij als executeur testamentair het beheer heeft gevoerd over de nalatenschap van [Moeder], onder meer doch niet beperkt door het overleggen van alle stukken en documenten met betrekking de door [Gedaagde] q.q. opgestelde boedelbeschrijving van die nalatenschap, waaronder doch niet beperkt: eigendomsdocumenten, taxatierapporten, aandeelhoudersregisters, oprichtingsakten, bankafschriften, belastingaangiften, aandelenwaarderingen, jaarrekeningen en alle overige relevante informatie die van belang is of kan zijn met betrekking tot de door [Gedaagde] af te leggen rekening en verantwoording;

-bepaalt dat [Gedaagde] ten behoeve van [Eiseres1] c.s. een dwangsom verbeurt van Afl. 5.000,-- voor iedere dag of deel daarvan dat [Gedaagde] voormeld bevel niet opvolgt, met dien verstande dat [Gedaagde] te dezen maximaal Afl. 5.000.000,--;

-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

-compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt;

-wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 3 mei 2017.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature