Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

civiel-ej-arbeid-geen dringende reden voor een ontslag op staande voet- loonvordering wordt gematigd.

Uitspraak



Beschikking van 2 mei 2017

Behorend bij E.J. 2753 van 2017

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

BESCHIKKING

in de zaak van:

[X],

domicilie kiezende te Aruba,

hierna ook te noemen: [X],

gemachtigde: de advocaat mr. lic. B.M. de Sousa,

tegen:

de stichting

PROTESTANTS CHRISTELIJK ONDERWIJS ARUBA,

gevestigd te Aruba,

hierna ook te noemen: SPCOA,

gemachtigde: de advocaat mr. A.A. Ruiz.

1 DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift;

- de brieven van 16 maart 2017 van beide gemachtigden met producties;

- de overgelegde aantekeningen ter zitting van beide gemachtigden;

- de behandeling ter zitting van 21 maart 2017 en de daarvan gemaakte aantekeningen van de griffier.

Aan partijen is meegedeeld dat vandaag beschikking zou worden gegeven.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Op 1 juni 2014 is [X] benoemd tot algemeen directeur van SPCOA.

Zijn salaris bedroeg Afl. 7.255,00 bruto per maand.

2.2

Op 23 januari 2016 heeft SPCOA [X] een (eerste en laatste) waarschuwing gegeven, omdat hij zonder instemming van het bestuur zich zelf en het personeel een eindejaarsuitkering had laten uitbetalen.

2.3

Bij brief van 12 februari 2016 heeft [X] gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen de ‘laatste waarschuwing’.

2.4

Op 29 juni 2016 is [X] door SPCOA op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief is onder meer vermeld:

‘Op 14 april 2016 is executoriaal derdenbeslag gelegd door dhr. [Y] (de executant) onder de Stichting Protestants Christelijk Onderwijs Aruba (SPCOA) op uw salaris en andere emolumenten. U heeft de betreffende deurwaardersexploten namens de SPCOA ondertekend en in ontvangst genomen.

Het was voor u dus duidelijk dat het beslag was gelegd op 14 april en dat SPCOA derhalve vanaf die datum verplicht was het voor beslag vatbare gedeelte van uw eerst komende salaris over april 2016 in te houden en na het invullen en verzenden van een verklaring af te dragen aan de deurwaarder allereerst heeft u verzuimd het bestuur van de SPCOA in te lichten over het gelegde beslag. Voorts heeft u de verklaring namens SPCOA in juni 2016 ingevuld, zonder medeweten en toestemming van het bestuur, waarbij u zelfs zo ver bent gegaan om zelf een datum te bepalen waarop de eerste inhouding zou geschieden. U heeft deze datum bepaald op 1 juli 2016, klaarblijkelijk om zolang mogelijk uw volledige salaris te kunnen ontvangen.

Daarenboven werd het bestuur van de SPCOA door de deurwaarder in kwestie bericht dat u tegen hem had gezegd dat SPCOA niet eerder tot inhouding kon overgaan dan per 1 juli 2016 aangezien de payroll op 14 juni was verstuurd, terwijl de payroll pas op 15 juni gecontroleerd is door de penningmeester.

Zoals aangegeven had u niet mogen handelen zoals hierboven omschreven, doch dat u ook nog zake anders heeft voorgesteld dan ze feitelijk waren, is u in deze kwestie zeer kwalijk te nemen, temeer omdat u daarmee uw eigen belang boven dat van de stichting heeft gesteld.

Door uw handelwijze zijn er in strijd met de wet geen inhoudingen verricht op uw salaris vanaf 14 april 2016, waardoor SPCOA als derde-beslagene op grond van artikel 477a lid 4 WvBPr aansprakelijk is voor de gehele ontstane schade jegens de executant, welke schade neerkomt op de inhoudingen op uw salaris die hadden moeten worden verricht vanaf 14 april 2016.

Gezien het voorgaande heeft u grovelijk de aan u contractueel opgelegde verplichtingen veronachtzaamd en in strijd met goed werknemerschap gehandeld, zeker als directeur van SPCOA, hetgeen een dringende reden oplevert voor een ontslag op staande voet, hetwelk bij deze wordt verleend. Daarbij wordt ook meegenomen de aan u opgelegde disciplinaire maatregel tevens inhoudende een laatste waarschuwing met betrekking tot de kwestie van de aan het personeel en uzelf uitgekeerde jaarbonussen in december 2015, zonder overleg met c.q. toestemming van het bestuur, terwijl er duidelijke afspraken daaromtrent bestonden (zie brief van 23 januari 2016 die aan deze brief wordt gehecht).

[…]’

2.5

Bij brief van 22 augustus 2016 heeft [X] de nietigheid van het ontslag ingeroepen, zich beschikbaar gesteld voor de bedongen arbeid en aanspraak gemaakt op loondoorbetaling.

2.6

Bij brief van 26 augustus 2016 bericht SPCOA dat het ontslag op staande voet gehandhaafd blijft.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

X] verzoekt bij beschikking - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van SPCOA tot betaling van zijn loon vanaf juni 2016 tot de dag dat het dienstverband op rechtsgeldige wijze is beëindigd, restitutie van de ingehouden bonus, een en ander vermeerderd met de wettelijke verhoging en rente en veroordeling van SPCOA in de kosten van de procedure.

3.2

SPCOA voert hiertegen verweer, dat zo nodig bij de beoordeling aan de orde komt.

4 DE BEOORDELING

4.1

Als eerste wordt het meest verstrekkende verweer van SPCOA beoordeeld, inhoudende dat [X] niet ontvankelijk is, omdat hij tegen zijn ontslag bezwaar had dienen in te stellen bij commissie van beroep als bedoeld in artikel 50 van de Landsverordening Voortgezet Onderwijs (AB 1989, GT 103). [X] is hiervan op de hoogte, nu dit is bepaald in artikel 14 van zijn arbeidsovereenkomst.

4.2

Anders dan SPCOA meent, is deze bezwaarprocedure bij de commissie van beroep geen verplichte rechtsgang. In artikel 50 van de Landsverordening Voortgezet Onderwijs is immers bepaald dat betrokkenen een bezwaarschrift kunnen indienen. Dit impliceert dat de burgerlijke rechter daarnaast ook bevoegd is. Dit verweer wordt derhalve verworpen.

4.3

De kern van het geschil betreft de vraag of [X] SPCOA een dringende reden heeft gegeven voor een ontslag op staande voet, door het bestuur niet te melden dat er executoriaal beslag was gelegd onder zijn loon, het invullen van de derde-beslagene verklaring uit te stellen en het beslag eerst per 1 juli 2016 te laten ingaan.

4.4

Het gerecht is van oordeel dat dit handelen c.q. nalaten van [X] bepaald niet de schoonheidsprijs verdient. Aangezien het loonbeslag [X] persoonlijk trof, had hij zich dienen te onthouden van enige bemoeienis hierin. Het gerecht sluit niet uit dat het bestuur geschrokken was van de e-mail van 2 juni 2016 van deurwaarder Roos, waarin SPCOA verantwoordelijk werd gehouden voor de niet gedane inhoudingen. Dit dreigement van de deurwaarder was echter onterecht. Immers, ingevolge het bepaalde in artikel 477a lid 1 Rv krijgt de derde-beslagene eerst gelegenheid om de gerechtelijke verklaring alsnog in te vullen. Deze onterechte e-mail heeft - naar het gerecht vermoedt - niet alleen paniek, maar ook de nodige onrust veroorzaakt bij het bestuur.

4.5

De vraag luidt of het op zich zelf niet correcte handelen van [X] met betrekking tot het derdenbeslag, in samenhang bezien met de eerdere waarschuwing, een ontslag op staande voet rechtvaardigt. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. De handelwijze van [X] met betrekking tot het derdenbeslag onder zijn loon staat los van zijn functioneren als Algemeen Directeur. Dit laatste verwijt dat als de bekende druppel is beschouwd, is van volstrekt andere orde als het verwijt met betrekking tot de uitgekeerde bonus. Daar staat tegenover dat de ‘beslag-kwestie’ het broze vertrouwen in [X] nog verder heeft beschadigd en de basis voor een verdere vruchtbare samenwerking is komen te vervallen. Een vertrouwensbreuk - hoe ernstig ook - is echter geen dringende reden voor een ontslag op staande voet. Gesteld noch gebleken is dat [X] als Algemeen Directeur niet goed functioneerde, zodat er geen reden was om het dienstverband niet op regelmatige wijze te beëindigen. SPCOA had derhalve ook kunnen kiezen voor een disciplinaire maatregel zoals schorsing, in afwachting van een reguliere beëindiging. Het ontslag op staande voet is in de geschetste omstandigheden buitenproportioneel, te meer SPCOA er geen blijk van heeft gegeven rekening te hebben gehouden met de gerechtvaardigde belangen van [X]. Dit heeft tot gevolg dat het ontslag op staande voet nietig is en [X] in beginsel recht heeft op doorbetaling van zijn loon tot aan de dag dat het dienstverband rechtsgeldig is beëindigd.

4.6

SPCOA heeft een beroep op matiging gedaan vanwege ‘de specifieke omstandigheden van dit geval’. Hoewel dit verweer een feitelijke grondslag ontbeert, zal de loonvordering worden gematigd tot 3 maanden, vermeerderd met de wettelijke verhoging tot een maximum van 15% alsmede de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2016 tot de dag der voldoening, nu de redenen van de vertrouwensbreuk ten dele aan [X] te wijten zijn.

4.7 [

X] verzoekt tevens restitutie van de bonus 2016. Deze vordering wordt afgewezen, nu deze vordering een juridische grondslag ontbeert. Vooralsnog houdt het gerecht het ervoor dat [X] zich zelf zonder toestemming van het bestuur een bonusuitkering heeft toegekend, hetgeen jegens SPCOA in beginsel onrechtmatig is.

4.8

Nu partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

veroordeelt SPCOA te betalen aan [X] een bedrag van Afl. 21.765,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 15%, alsmede vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2016 tot de dag der voldoening;

5.2

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.3

bepaalt dat elke partij de eigen kosten draagt;

5.4

wijst het meer of anders gevorderde af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 2 mei 2017 in aanwezigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature