Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Arubaanse strafzaak. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van een 13-jarige slachtoffer (subsidiair tenlastegelegde onder 1), het verspreiden en het in bezit hebben van afbeeldingen bevattende seksuele gedragingen van het minderjarige slachtoffer, schriftelijke bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling van een ander en tot slot wordt heeft de verdachte zich ook schuldig gemaakt aan smaadschrift.

Overweging m.b.t. vrijspraak van feit 3: Met de in artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht genoemde bedreiging “met feitelijke aanranding van de eerbaarheid” wordt gedoeld op het misdrijf, strafbaar gesteld in artikel 2:201 (en niet, zoals de opsteller van de tenlastelegging mogelijk meent, op het misdrijf van smaad of smaadschrift, strafbaar gesteld in artikel 2:22 3 ). De in de tenlastelegging aan de verdachte verweten gedraging – kort gezegd, het dreigen met het openbaar maken van naaktfoto’s – levert geen bedreiging met feitelijke aanranding van de eerbaarheid op evenmin als een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Uitspraak



S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteland],

wonende in [woonplaats], thans alhier gedetineerd.

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2016 en 10 maart 2017. De verdachte is verschenen, ter terechtzitting van 10 maart 2017 bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.M.E. Mohamed.

De officier van justitie, mr. C.D. Kardol, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van feit 1, eerste onderdeel, en de feiten 2 tot en met 5 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeënveertig maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren, met aftrek van voorarrest en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt dat hij zich onder behandeling moet laten stellen.

mobiele telefoon van het merk Blackberry Bold.

Tot slot heeft de officier van justitie toewijzing gevorderd van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij tot een bedrag van Afl. 2.500,--, met oplegging aan de verdachte van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht en de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde, niet ontvankelijk te verklaren.

De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd.

De benadeelde partij [naam benadeelde partij] heeft, bij monde van haar wettelijk vertegenwoordiger [naam wettelijk vertegenwoordiger], ter terechtzitting, terzake van de als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde geleden immateriële schade, een bedrag gevorderd van Afl. 50.000,--.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijzigingen, tenlastegelegd:

1.

dat hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2014 tot en met 22 oktober 2014 te Aruba

door geweld of een andere feitelijkheid en door bedreiging met geweld of een andere

feitelijkheid,

te weten het vastgrijpen en meetrekken naar een slaapkamer en het op slot doen van de

slaapkamerdeur en het op bed duwen en het naar beneden trekken van een broek en

onderbroek en het uiteen spreiden van de benen,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

te weten het brengen en heen en weer bewegen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer];

(artikel 2:197 Wetboek van Strafrecht )

en/of

dat hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2014 tot en met 22 oktober 2014 te Aruba,

meermalen, althans eenmaal met [slachtoffer], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet

die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

te weten het brengen en heen en weer bewegen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer];

(artikel 2:200 Wetboek van Strafrecht )

2.

dat hij op of omstreeks 24 juni 2015 te Aruba,

een of meer afbeeldingen van een of meer seksuele gedragingen,

waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te

weten [slachtoffer], was betrokken of schijnbaar was betrokken,

opzettelijk heeft verspreid en/of aangeboden,

bestaande die seksuele gedragingen uit de geheel of gedeeltelijk ontklede minderjarige [slachtoffer] die op een dusdanige wijze poseert dat haar ontblote borsten en/of schaamlippen,

althans vagina, nadrukkelijk in beeld worden gebracht en waarbij die afbeeldingen telkens

een onmiskenbaar seksuele strekking hebben,

en

dat hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2014 tot en met 13 juli 2016 te Aruba,

een of meer gegevensdragers, te weten een chip of sd-kaart en een of meer mobiele telefoons,

bevattende een of meer afbeeldingen van een of meer seksuele gedragingen,

waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer], was betrokken of schijnbaar was betrokken,

opzettelijk in bezit heeft gehad,

bestaande die seksuele gedragingen uit de geheel of gedeeltelijk ontklede minderjarige [slachtoffer] die op een dusdanige wijze poseert dat haar ontblote borsten en/of schaamlippen,

althans vagina, nadrukkelijk in beeld worden gebracht, en

waarbij die afbeeldingen telkens een onmiskenbaar seksuele strekking hebben;

(artikel 2:196 Wetboek van Strafrecht )

3.

dat hij in of omstreeks de periode van 01 oktober 2014 tot en met 30 juni 2015 te Aruba,

[slachtoffer] meermalen schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met

feitelijke aanranding van de eerbaarheid en enig misdrijf tegen het leven gericht,

immers heeft hij toen en aldaar telkens opzettelijk dreigend

- die [slachtoffer] WhatsApp-berichten toegezonden inhoudende –zakelijk weergegeven-

dat hij naaktfoto’s van die [slachtoffer] aan haar familieleden en vrienden en mentor zal sturen als die [slachtoffer] niet meer met hem zou uitgaan, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(artikel 2:255 lid 2 Wetboek van Strafrecht )

4.

dat hij in of omstreeks de periode van 01 juli 2015 tot en met 16 oktober 2015 te Aruba,

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] meermalen schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde

heeft bedreigd

met feitelijke aanranding van de eerbaarheid en enig misdrijf tegen het leven gericht of zware

mishandeling,

immers heeft hij toen en aldaar telkens opzettelijk dreigend

die [slachtoffer 3], via tussenkomst van [naam tussenpersoon], WhatsApp-berichten toegezonden inhoudende zakelijk weergegeven dat hij die [slachtoffer 3] in elkaar zou slaan of zou vermoorden als hij die [slachtoffer 3] en [naam slachtoffer] op straat zou zien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en

die [slachtoffer 3] berichten via Facebook Messenger gestuurd inhoudende zakelijk

weergegeven dat hij die [slachtoffer 3] zou vermoorden als hij hem op straat zou zien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en

- die [slachtoffer 2] een bericht via Facebook Messenger gestuurd met de navolgende

inhoud: “Tende ki, bisa Bo fuckinG yiu Cabron no hode cumi paso mi at mata kaka!” en “Pero Bo fcking yiu [naam] Djis baha foi bus pe muri!”;

(artikel 2:255 lid 2 Wetboek van Strafrecht )

5.

dat hij in of omstreeks de periode van 01 juli 2015 tot en met 5 maart 2016 te Aruba, opzettelijk de eer en de goede naam van [slachtoffer 3] heeft aangerand door beschuldiging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven,

immers heeft hij, met voormeld doel zakelijk weergegeven –

op zijn Facebook pagina, een foto van die [slachtoffer 3] geplaatst waarbij hij heeft geschreven “Si Tawatin Titulo di Cabron Di Siglo..[naam] Lo A Gane! E Prosti Aki A Hasibo Cabron Cu Un Otro I Depues Lagabo Pa Un Muhe! Kemen Bono Ta Sirbi Pun Kaka Anto! Cheee! Me on top Always!”, en

op zijn Facebook pagina een foto van die [slachtoffer 3] geplaatst waarboven hij heeft

geschreven “la_virgen-senjorita” en waaronder hij heeft geschreven “Saki t e otro guy c [naam slachtoffer] a hasimi Kabron cune. Ela droga [naam slachtoffer] pa probecha d dje dia 21 uni forse banja sunu cune n su cas, p despues e kaka Ki conta s amiganan d skol cunan a banja sunu c otro, anto s Amiganan a contami, 2 guy ds menos 1 siman cheeeeee.”;

(artikel 2:223 lid 2 Wetboek van Strafrecht )

3 Voorvragen

Geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.

Bevoegdheid van het gerecht

Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Redenen voor schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4 Bewijsbeslissingen

A. Vrijspraak

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging bekomen dat de verdachte feit 1, eerste onderdeel, en het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

Ter toelichting dient het volgende.

Feit 1, eerste onderdeel:

Bewezenverklaring van de tenlastegelegde verkrachting kan alleen volgen, indien sprake is geweest van het door geweld of een andere feitelijkheid (of bedreiging daarmee) dwingen tot het ondergaan van seksuele handelingen. De in de tenlastelegging opgenomen beschrijving van de aan de verdachte verweten geweldshandelingen is ontleend aan de door het slachtoffer gegeven beschrijving van hetgeen zou zijn voorgevallen. De bewijsbeslissing over het tenlastegelegde geweld komt aldus in de kern neer op de beoordeling van de betrouwbaarheid van het slachtoffer en de geloofwaardigheid van haar verklaringen respectievelijk verdachte over de feitelijke toedracht van het tenlastegelegde.

Verdachte heeft ter terechtzitting ten stelligste ontkend dat hij seks met het slachtoffer heeft gehad. Het Gerecht acht echter op grond van de bewijsmiddelen, waaronder de verklaringen van het slachtoffer, de bekennende verklaring die de verdachte tegenover de rechter-commissaris op dit punt heeft afgelegd, alsmede enkele whatsappberichten die de verdachte naar de getuige [naam getuige] heeft verstuurd, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ontuchtige handelingen met het slachtoffer heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het slachtoffer. Het gerecht heeft, alle bewijsmiddelen in ogenschouw genomen, echter niet de overtuiging bekomen dat het slachtoffer door geweld of een andere feitelijkheid (of bedreiging daarmee) tot seks met de verdachte is gedwongen. Het gerecht spreekt verdachte dan ook vrij van hetgeen hem onder feit 1, eerste onderdeel, ten laste is gelegd.

Feit 3:

Met de in artikel 2:255 van het Wetboek van Strafrecht genoemde bedreiging “met feitelijke aanranding van de eerbaarheid” wordt gedoeld op het misdrijf, strafbaar gesteld in artikel 2:201 (en niet, zoals de opsteller van de tenlastelegging mogelijk meent, op het misdrijf van smaad of smaadschrift, strafbaar gesteld in artikel 2:22 3 ). De in de tenlastelegging aan de verdachte verweten gedraging – kort gezegd, het dreigen met het openbaar maken van naaktfoto’s – levert geen bedreiging met feitelijke aanranding van de eerbaarheid op evenmin als een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Dit betekent dat het tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard en vrijspraak van dit feit dient te volgen.

B. Bewezenverklaring

Het gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tweede onderdeel onder 1 en de onder 2, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht:

1.

Dat hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2014 tot en met 22 oktober 2014 te Aruba, meermalen, althans eenmaal met [slachtoffer], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten het brengen en heen en weer bewegen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer];

2.

dat hij op of omstreeks 24 juni 2015 te Aruba, een of meer afbeeldingen van een of meer seksuele gedragingen, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer], was betrokken of schijnbaar was betrokken, opzettelijk heeft verspreid en/of aangeboden, bestaande die seksuele gedragingen uit de geheel of gedeeltelijk ontklede minderjarige [slachtoffer] die op een dusdanige wijze poseert dat haar ontblote borsten en/of schaamlippen, althans vagina, nadrukkelijk in beeld worden gebracht en waarbij die afbeeldingen telkens een onmiskenbaar seksuele strekking hebben,

en

dat hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2014 tot en met 13 juli 2016 te Aruba, een of meer gegevensdragers, te weten een chip of sd-kaart en een of meer mobiele telefoons, bevattende een of meer afbeeldingen van een of meer seksuele gedragingen, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer], was betrokken of schijnbaar was betrokken, opzettelijk in bezit heeft gehad, bestaande die seksuele gedragingen uit de geheel of gedeeltelijk ontklede minderjarige [slachtoffer] die op een dusdanige wijze poseert dat haar ontblote borsten en/of schaamlippen, althans vagina, nadrukkelijk in beeld worden gebracht, en waarbij die afbeeldingen telkens een onmiskenbaar seksuele strekking hebben;

4.

dat hij in of omstreeks de periode van 01 juli 2015 tot en met 16 oktober 2015 te Aruba, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] meermalen schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met feitelijke aanranding van de eerbaarheid en enig misdrijf tegen het leven gericht of zware mishandeling, immers heeft hij toen en aldaar telkens opzettelijk dreigend

die [slachtoffer 3], via tussenkomst van [naam tussenpersoon], WhatsApp-berichten toegezonden inhoudende zakelijk weergegeven dat hij die [slachtoffer 3] in elkaar zou slaan of zou vermoorden als hij die [slachtoffer 3] en [slachtoffer] op straat zou zien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en

die [slachtoffer 3] berichten via Facebook Messenger gestuurd inhoudende zakelijk weergegeven dat hij die [slachtoffer 3] zou vermoorden als hij hem op straat zou zien, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en

die [slachtoffer 2] een bericht via Facebook Messenger gestuurd met de navolgende inhoud: “Tende ki, bisa Bo fuckinG yiu Cabron no hode cumi paso mi at mata kaka!” en “Pero Bo fcking yiu [naam] Djis baha foi bus pe muri!”;

5.

dat hij in of omstreeks de periode van 01 juli 2015 tot en met 5 maart 2016 te Aruba, opzettelijk de eer en de goede naam van [slachtoffer 3] heeft aangerand door beschuldiging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft hij, met voormeld doel zakelijk weergegeven –

op zijn Facebook pagina, een foto van die [slachtoffer 3] geplaatst waarbij hij heeft geschreven “Si Tawatin Titulo di Cabron Di Siglo..[naam] Lo A Gane! E Prosti Aki A Hasibo Cabron Cu Un Otro I Depues Lagabo Pa Un Muhe! Kemen Bono Ta Sirbi Pun Kaka Anto! Cheee! Me on top Always!”, en

op zijn Facebook pagina een foto van die [slachtoffer 3] geplaatst waarboven hij heeft geschreven “la_virgen-senjorita” en waaronder hij heeft geschreven “Saki t e otro guy c [slachtoffer] a hasimi Kabron cune. Ela droga [slachtoffer] pa probecha d dje dia 21 uni forse banja sunu cune n su cas, p despues e kaka Ki conta s amiganan d skol cunan a banja sunu c otro, anto s Amiganan a contami, 2 guy ds menos 1 siman cheeeeee.”

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5 Bewijsmiddelen

De overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de wettige bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen in geval van hoger beroep in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

6 Kwalificatie en strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

strafbaar gesteld bij artikel 2:200 van het Wetboek van Strafrecht.

2. Een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende een afbeelding, van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, opzettelijk verspreiden en in bezit hebben;

strafbaar gesteld bij artikel 2:196, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

4. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarden is geschied, meermalen gepleegd;

Strafbaar gesteld bij artikel 2:255, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

5. Smaadschrift;

Strafbaar gesteld bij artikel 2:223, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Het bewezenverklaarde is strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid ervan opheffen of uitsluiten.

7 Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar nu geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid opheffen of uitsluiten.

8 Oplegging van straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich aan een viertal strafbare feiten schuldig gemaakt.

In de eerste plaats heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van het slachtoffer die toen dertien jaar oud was. Verdachte had een vertrouwensband opgebouwd met het slachtoffer, met wie het contact aanvankelijk was begonnen toen zij een vriendschappelijke relatie met zijn vriendin was begonnen. Door zijn gedrag heeft verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en heeft hij daarmee het vertrouwen dat deze minderjarige in volwassenen mocht hebben eveneens ernstig geschaad. De ervaring leert dat een inbreuk op de lichamelijke integriteit de seksuele ontwikkeling van een jongvolwassene kan verstoren en dat zij ten gevolge van dit handelen ook op latere leeftijd nog problemen kan ondervinden op het terrein van seksualiteit en relatievorming. Handelend als bewezenverklaard kan verdachte slechts het oog hebben gehad op bevrediging van zijn eigen lustgevoelens, waarbij hij zich in het geheel niet heeft bekommerd om de schade die hij daarbij aan het slachtoffer heeft aangericht.

Ook heeft de verdachte afbeeldingen bevattende seksuele gedragingen van het minderjarige slachtoffer verspreid en in bezit gehad. Verdachte heeft hiermee de norm die strekt tot de bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik geschonden. Kinderen kunnen nog geruime tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie van de beelden. In de praktijk is immers gebleken dat een afbeelding of film die eenmaal op het internet is aangetroffen, vrijwel onmogelijk blijvend van het internet te verwijderen is en nog jarenlang kan opduiken. Dat verdachte hieraan een bijdrage heeft geleverd, rekent het gerecht hem aan.

Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan schriftelijke bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling van een ander.

Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan smaadschrift, waardoor hij de eer en de goede naam van het slachtoffer heeft aangetast. Oplegging van een vrijheidsontnemende straf is op zich geïndiceerd.

Ten voordele van verdachte geldt dat hij niet eerder met politie en/of justitie in aanraking is geweest.

Ten nadele van verdachte geldt dat hij geen openheid van zaken heeft gegeven omtrent de seksuele gemeenschap die hij met het slachtoffer heeft gehad en derhalve het laakbare van zijn gedrag niet inziet.

Het gerecht houdt bij de oplegging van de straf voorts rekening met de psychologische rapportage van 5 december 2016, op grond waarvan verdachte verminderd toerekeningsvatbaar wordt geacht voor het bewezenverklaarde.

Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

Het gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte in te scherpen zich gedurende de proeftijd, die het gerecht op drie jaren zal stellen, niet weer aan een misdrijf schuldig te maken. Om herhaling van het strafbare gedrag te voorkomen ziet het gerecht aanleiding om als bijzondere voorwaarde te stellen dat de verdachte zich onder begeleiding laat stellen van de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht, en dat hij zich zo nodig onder behandeling van een gedragsdeskundige zal laten stellen.

9 Inbeslaggenomen voorwerpen

A. Verbeurdverklaring

De in beslag genomen mobiele telefoon van het merk Blackberry, waarvan ter terechtzitting is gebleken dat het aan verdachte toebehoort en dat met betrekking daartoe het strafbare feit onder 2 is begaan, zal verbeurd worden verklaard.

B. Teruggave

De teruggave aan de verdachte zal worden gelast van de twee overige in beslag genomen mobiele telefoons van de merken Samsung en Apple.

10 Benadeelde partij

Namens het minderjarige slachtoffer is een bedrag van Afl. 50.000,- gevorderd als vergoeding voor geleden immateriële schade.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde immateriële schade heeft geleden ten gevolge van het door verdachte onder 1 gepleegde feit, als bewezen verklaard, welke schade derhalve aan verdachtes schuld te wijten is.

Gelet op het verhandelde ter zitting en met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid, zal aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij] een voorschot op de immateriële schade worden toegekend van Afl. 2.500,-. De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering in zoverre ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij is naar het oordeel van het gerecht voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. Gelet hierop zal het gerecht bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet-ontvankelijk is. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde is toegebracht en verdachte voor dat feit zal worden veroordeeld, zal het gerecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan het Land Aruba van een bedrag groot Afl. 2.500,- ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door vijfendertig (35) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is mede gegrond op de artikelen 1:13, 1:19, 1:20, 1:21, 1:22, 1:62, 1:67, 1:68, 1:78 jo. 1:58, en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Beslissing

Het gerecht:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de tenlastegelegde feiten zoals hierboven bewezen geacht heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en de verdachte hiervoor strafbaar;

kwalificeert het bewezenverklaarde als hierboven omschreven;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden;

bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast op grond dat de veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende die proeftijd de hierna gestelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Stichting Reclassering en Jeugdbescherming Aruba, zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht, ook als dat inhoudt dat de veroordeelde zich gedurende proeftijd onder behandeling van een gedragsdeskundige zal laten stellen gericht op voorkoming van herhaling van de thans bewezen verklaarde of soortgelijke misdrijven, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 1:22 van het Wetboek van Strafrecht;

verklaart verbeurd het in rubriek 9A genoemde voorwerp;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in rubriek 9B genoemde voorwerpen;

veroordeelt de veroordeelde op de eis van de benadeelde partij [naam benadeelde partij] om aan deze tegen kwijting te betalen een bedrag van Afl. 2.500,- (zegge: TWEEDUIZENDVIJFHONDERD FLORIN). De veroordeelde wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

verklaart de benadeelde partij wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk;

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan het Land Aruba ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde partij] van een bedrag van Afl. 2.500,- (zegge: TWEEDUIZENDVIJFHONDERD FLORIN) bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 35 (vijfendertig) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan het Land en dat betalingen aan het Land in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. W.C.E. Winfield en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 31 maart 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature