Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

bewind

Uitspraak



GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 13 april 2017

Zaaknummer: 200.204.703/01

Zaaknummer eerste aanleg: 4964493 OV VERZ 16-2911

in de zaak in hoger beroep van:

[appellante]

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de rechthebbende,

advocaat: mr. F.L. Donders,

als belanghebbende in deze zaak is aangemerkt:

De heer [bewindvoerder], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder,

over de (toekomstige) goederen van de rechthebbende,

kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

hierna te noemen: de bewindvoerder.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, sector kanton, zittingsplaats Tilburg, van 24 augustus 2016.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 23 november 2016, heeft de rechthebbende verzocht voormelde beschikking te vernietigen en haar verzoek om de bewindvoerder te ontslaan en de heer [opvolgend bewindvoerder] tot opvolgend bewindvoerder te benoemen, alsnog toe te wijzen.

2.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 maart 2017. Bij die gelegenheid zijn de rechthebbende, bijgestaan door mr. Donders, en de bewindvoerder gehoord.

2.3.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

de zittingsaantekeningen van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 3 augustus 2016;

het V-formulier van de advocaat van de rechthebbende d.d. 10 januari 2017, met bijlage;

de brief van de bewindvoerder d.d. 13 januari 2017, met bijlagen.

3 De beoordeling

3.1.

De kantonrechter heeft bij beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, sector kanton, zittingsplaats Tilburg, van 13 februari 2015 een bewind ingesteld over de (toekomstige) goederen van de rechthebbende met benoeming van de bewindvoerder.

3.2.

Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van de rechthebbende tot ontslag van de bewindvoerder en tot benoeming van een opvolgend bewindvoerder afgewezen.

3.3.

De rechthebbende kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.

3.4.

De rechthebbende voert - kort samengevat - het volgende aan.

Ten onrechte heeft de kantonrechter geoordeeld dat er geen zodanige gewichtige redenen bestaan dat ontslag van de bewindvoerder moet volgen. Die redenen bestaan wel degelijk.

Zij heeft allereerst geen klik met de bewindvoerder en daarnaast heeft zij het (vereiste minimale) vertrouwen in de bewindvoerder verloren. De communicatie is slecht en zij ervaart geen wederzijds respect. Als de rechthebbende contact zoekt met de bewindvoerder duurt het dagen voordat zij een reactie krijgt. Als zij de bewindvoerder belt, verbreekt hij de verbinding.

Ook heeft de bewindvoerder onjuistheden over haar handelen genoemd in een brief aan de kantonrechter en lost de bewindvoerder zaken niet adequaat op. Zo gebruikt de rechthebbende meer belminuten dan haar telefoonabonnement haar toestaat, hetgeen extra kosten veroorzaakt, terwijl dat geen probleem zou zijn als de bewindvoerder een abonnement zou afsluiten dat meer belminuten toestaat en iets duurder is. Verder mag de rechthebbende van de bewindvoerder geen gebruik maken van de vaste huistelefoon, terwijl zij deze telefoon nodig heeft voor het bellen van 0900-nummers. Ook heeft de bewindvoerder - in tegenstelling tot hetgeen hij hierover stelt - wel degelijk toestemming gegeven voor de uitvoering van een tandartsbehandeling ten bedrage van € 2.194,64. Bovendien was met de bewindvoerder besproken dat haar leefgeld na betaling van de tandartsrekening omhoog zou gaan. De rechthebbende heeft weliswaar de kinderalimentatie van de leefgeldrekening gepind, maar dat heeft zij gedaan omdat zij van de bewindvoerder de kinderbijslag niet mocht behouden. Ter zitting heeft de rechthebbende nog aangevoerd dat zij in januari 2017 ook nog werd geconfronteerd met een beslag op haar inboedel, omdat er een tandartsrekening niet was betaald. Daarnaast heeft het te lang geduurd voordat het financiële dossier van de rechthebbende door de bewindvoerder naar de schuldhulpverlening is gestuurd.

Het voorgaande maakt dat er een onwerkbare situatie is ontstaan. Ter zitting heeft de rechthebbende nog verklaard dat zij weliswaar een auto heeft, maar dat daaraan geen kosten verbonden zijn. Bovendien heeft zij binnenkort een sollicitatiegesprek en als zij wordt aangenomen, zal zij de auto van de schuldhulpverlening mogen behouden.

3.5.

De bewindvoerder voert - kort samengevat - het volgende aan.

Op 13 februari 2015 is hij benoemd tot bewindvoerder in het bewind van de rechthebbende. Destijds heeft hij ternauwernood kunnen voorkomen dat de rechthebbende vanwege een huurachterstand uit haar huis zou worden gezet. Normaal gesproken meldt de bewindvoerder zijn cliënten binnen zes maanden na zijn benoeming aan voor schuldhulpverlening, maar de financiële situatie van de rechthebbende was daarvoor te onstabiel. Op 2 oktober 2015 hebben de bewindvoerder en de rechthebbende in het bijzijn van haar zus afspraken gemaakt om schuldhulpverlening mogelijk te maken. Er zijn onder andere afspraken gemaakt over het gebruik van telefoons, de kinderalimentatie en het opvragen van een offerte voor een tandartsbehandeling. De rechthebbende heeft zich niet aan deze afspraken gehouden. Zij gebruikt meer belminuten op haar mobiele telefoon dan haar abonnement haar toestaat en zij maakt toch gebruik van de vaste huistelefoon. Daarnaast heeft zij de kinderalimentatie van de leefgeldrekening gepind, zodat de bewindvoerder genoodzaakt was de kinderbijslag in te houden. Ook heeft de rechthebbende zonder toestemming een tandartsbehandeling ten bedrage van € 2.194,64 laten uitvoeren en een ontvanger besteld waarvan de kosten € 4,- per maand bedragen.

Uiteindelijk is het gedrag en - daarmee - de financiële situatie van de rechthebbende verbeterd, waardoor zij op 16 september 2016 kon worden aangemeld voor schuldhulpverlening. Ter zitting heeft de bewindvoerder verklaard dat hij vermoedt dat de ontvangstbevestiging - die is gedateerd op 25 oktober 2016 - door drukte bij de schuldhulpverlening pas enige tijd na de aanmelding is verstuurd.

Verder is de bewindvoerder inmiddels gebleken dat de rechthebbende een auto heeft, terwijl hij daarvoor geen toestemming heeft gegeven. De rechthebbende mag in een schuldhulptraject in beginsel geen auto hebben. Bovendien zijn er kosten verbonden aan de auto en de rechthebbende werkt niet mee aan de verkoop van de auto.

Het beslag is gelegd vanwege een andere tandartsrekening dan de rekening ter hoogte van € 2.194,64 die inmiddels door de bewindvoerder in termijnen is betaald. De rechthebbende heeft hem niet geïnformeerd over de tweede tandartsrekening, zodat hij daarvoor destijds geen betalingsregeling kon treffen. Overigens is het leefgeld van de rechthebbende inmiddels verhoogd.

Ter zitting heeft de bewindvoerder nog verklaard dat het hem opvalt dat de communicatie ter zitting wel goed verloopt en dat die dus geen probleem hoeft te zijn. De bewindvoerder heeft inderdaad het telefoonnummer van de rechthebbende in het verleden geblokkeerd. De rechthebbende bleef namelijk bellen toen zij haar zin niet kreeg waardoor het bewindvoerderskantoor niet meer telefonisch bereikbaar was voor andere cliënten.

De bewindvoerder ziet geen redenen voor zijn ontslag. Bovendien zou zijn ontslag geen oplossing bieden. De kern van het probleem is gelegen in het gedrag van de rechthebbende.

3.6.

Het hof overweegt het volgende.

3.7.

Ingevolge artikel 1:448 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de bewindvoerder door de kantonrechter ontslag worden verleend hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van de medebewindvoerder of degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 432, eerste en tweede lid, dan wel ambtshalve.

3.8.

In de toelichting bij voormeld artikel en in de jurisprudentie worden als voorbeelden van gewichtige redenen voor het ontslag van een bewindvoerder genoemd het voeren van een slecht bewind en onbeleefd optreden, nalatigheid waardoor het vermogen van de rechthebbende negatief wordt geraakt, nalatigheid bij het insturen van de rekening en verantwoording of het informeren van de kantonrechter en het niet informeren van de rechthebbende.

3.9.

Het hof beoordeelt de van de zijde van rechthebbende aangevoerde feiten en omstandigheden als volgt.

3.9.1.

Het hof overweegt allereerst dat het doel van een onderbewindstelling is gelegen in de bescherming van de vermogensrechtelijke belangen van de rechthebbende en dat het de taak van de bewindvoerder is hierop toe te zien.

Hetgeen door de rechthebbende is aangevoerd, kan de conclusie niet dragen dat de bewindvoerder de vermogensrechtelijke belangen van de rechthebbende niet naar behoren in acht heeft genomen en zodoende tekort zou zijn geschoten in de uitoefening van zijn taak.

Het hof neemt hierbij het volgende in aanmerking.

Door toedoen van de bewindvoerder is de financiële situatie van de rechthebbende inmiddels gestabiliseerd, zodat zij in beginsel een schuldhulptraject kan doorlopen. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het hof voldoende gebleken dat de oorzaak van de vertraging bij de aanmelding voor de schuldhulpverlening niet bij de bewindvoerder is gelegen, maar in het gedrag van de rechthebbende die zonder overleg met en toestemming van de bewindvoerder afspraken niet is nagekomen ten gevolge waarvan haar financiële situatie enige tijd instabiel is gebleven. De bewindvoerder heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat de vertraging na de aanmelding voor de schuldhulpverlening ook niet aan hem is te wijten.

Verder is het hof van oordeel dat de rechthebbende niet, althans onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de communicatie van de bewindvoerder jegens haar onbeleefd is verlopen en niet voldoet aan de eisen die hieraan in redelijkheid kunnen worden gesteld. Uit hetgeen door de rechthebbende en de bewindvoerder ter zake is aangevoerd, concludeert het hof dat deze communicatie aan de algemeen aanvaarde normen van zakelijke communicatie voldoet. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de bewindvoerder de rechthebbende informeert wanneer dat nodig is en dat hij binnen een redelijke termijn op verzoeken van de rechthebbende reageert. Bovendien heeft de bewindvoerder de rechthebbende in de gelegenheid gesteld om haar actuele financiële situatie zelf via internet in te zien en te volgen. Zij heeft onder andere inzage in haar bankrekeningen en schuldenoverzicht.

Het hof is van oordeel dat indien en voor zover de rechthebbende van mening is dat de communicatie met de bewindvoerder dient te worden verbeterd, het in de eerste plaats op de weg van de rechthebbende ligt afspraken met de bewindvoerder na te komen en de bewindvoerder behoorlijk te informeren. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat uit hetgeen door de rechthebbende en de bewindvoerder is aangevoerd, voldoende is gebleken dat de rechthebbende hierin is tekort geschoten, ten gevolge waarvan zij de bewindvoerder bij de uitoefening van zijn taken heeft bemoeilijkt en overigens ook de gang naar de schuldhulpverlening heeft vertraagd.

Nu niet kan worden gesteld dat de bewindvoerder zijn taken niet naar behoren heeft uitgeoefend en hij ook overigens jegens de rechthebbende niet is tekort geschoten, is het hof van oordeel dat hetgeen de rechthebbende heeft aangevoerd geen grond voor ontslag van de bewindvoerder oplevert. Het loutere feit dat de rechthebbende van oordeel is geen vertrouwen meer te kunnen stellen in de bewindvoerder is hiervoor onvoldoende.

3.10.

Het hof komt op basis van het voorgaande tot de conclusie dat geen feiten of omstandigheden zijn komen vast te staan die een gewichtige reden voor het ontslag van de bewindvoerder kunnen opleveren.

3.11.

Ten overvloede wijst het hof de rechthebbende er nog op dat het ter bescherming van haar vermogensrechtelijke belangen belangrijk is dat de rechthebbende afspraken met de bewindvoerder nakomt, de aanwijzingen en beslissingen van de bewindvoerder opvolgt, de bewindvoerder op de hoogte houdt en geen eigen plan trekt. Dit zal de verstandhouding ook ten goede komen.

3.12.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de bestreden beschikking zal worden bekrachtigd.

4 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, sector kanton, zittingsplaats Tilburg, van 24 augustus 2016;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.C. Bijleveld-van der Slikke, H. van Winkel en A. Herczog en is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature