Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Veroordeling afpersing, gekwalificeerde diefstal, wederrechtelijke vrijheidsberoving + heling

Een overval, die de man pleegde, vond plaats op een gezin met 3 kinderen. Tijdens de overval werden 2 kinderen wakker en zagen hun vader en moeder geboeid met tiewraps. Het Haagse hof rekent het de overvallers zwaar aan dat zij door gingen met de overval toen zij de kinderen zagen en dat de kinderen gescheiden werden van hun ouders. Voordat de overvallers de woning verlieten, gaven zij de kinderen een schaar, met de opdracht 12 minuten te wachten en dan hun vader en moeder te bevrijden.

Uitspraak



Rolnummer: 22-003111-14

Parketnummers: 09-754003-12 en 09-765012-14

Datum uitspraak: 15 mei 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 4 juli 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof op 8 maart 2016, 20 april 2017 en 1 mei 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief (Zaaksdossier [I]), het onder 2 (Zaaksdossier [I]) en 3 (Zaaksdossier [II]) ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren met aftrek van voorarrest. Voorts zijn er beslissingen genomen ter zake van de vorderingen van de benadeelde partijen en het beslag, één en ander zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is bij een tweetal inleidende dagvaardingen, onder de parketnummers 09-754003-12 en 09-765012-14, waarvan de feiten nu de zaken in eerste aanleg zijn gevoegd door het hof zijn doorgenummerd, ten laste gelegd dat:

ZAAKSDOSSIER [I]

1.

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [Slachtoffer 2]en/of [Slachtoffer 1]en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud) heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een (grote) hoeveelheid sieraden en/of (merk)horloges, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 2]en/of [Slachtoffer 1]en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan de [I] 193B aldaar), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid sieraden en/of (merk) horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 2]en/of [Slachtoffer 1]en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [Slachtoffer 2] en/of die [Slachtoffer 1]en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

- het gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de woning van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]onverhoeds binnen dringen en/of

- het springen op de rug van die [Slachtoffer 2] en/of (vervolgens) het duwen van die [Slachtoffer 2] op de grond en/of (vervolgens) het duwen van die [Slachtoffer 2] in de rug en/of het (hardhandig) achterop het hoofd duwen en/of

- het van achteren vastpakken en/of vasthouden van die [Slachtoffer 1]en/of

- het houden van een hand voor de mond van die [Slachtoffer 1]en/of

- meermalen tegen die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]zeggen dat ze niet mochten bewegen en/of niet met elkaar mochten praten en/of op hun knieën moesten zitten en/of de alarmcode moesten afgeven en/of de mobiele telefoons moesten inleveren en/of

- aan die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]en/of hun kind(eren) meermalen een of meer vuurwapens tonen en/of

- het vastbinden van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]aan handen en/of enkels met tie-ribs en/of

- het duwen van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]op hun bed en/of (vervolgens) vastbinden van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]met tie-ribs en/of

- het harder aantrekken van de tie-ribs bij die [Slachtoffer 2] en/of

- het opsluiten van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]in hun slaapkamer (gescheiden van hun kinderen) en/of

- het tegen die [Slachtoffer 1]zeggen dat ze over een paar dagen terug zouden komen voor het geld;

2

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [Slachtoffer 2]en/of [Slachtoffer 1]en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de woning van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]onverhoeds binnengedrongen en/of

- op de rug van die [Slachtoffer 2] gesprongen en/of (vervolgens) die [Slachtoffer 2] op de grond geduwd en/of (vervolgens) die [Slachtoffer 2] in de rug geduwd en/of (hardhandig) achterop het hoofd geduwd en/of

- die [Slachtoffer 1]van achteren vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- een hand voor de mond van die [Slachtoffer 1]gehouden en/of

- meermalen tegen die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]gezegd dat ze niet mochten bewegen en/of niet met elkaar mochten praten en/of op hun knieën moesten zitten en/of de alarmcode moesten afgeven en/of de mobiele telefoons moesten inleveren en/of

- aan die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]en/of hun kind(eren) meermalen een of meer vuurwapens getoond en/of

- die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]aan handen en/of enkels met tie-ribs vastgebonden en/of

- die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]op hun bed geduwd en/of (vervolgens) die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]met tie-ribs vastgebonden en/of

- ( vervolgens) de tie-ribs bij die [Slachtoffer 2] harder aangetrokken en/of

- die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]opgesloten in hun slaapkamer (gescheiden van hun kinderen) en/of

- gedurende een duur van ongeveer twee uur (22.30u tot 00.20u) in de woning en/of in de directe nabijheid van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]en/of (diens) kinderen gebleven;

ZAAKSDOSSIER [II]

3. hij op of omstreeks 15 augustus 2012 te Dordrecht, in elk geval in Nederland 17, althans een of meer (merk)horloges heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van die horloges wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 eerste en tweede cumulatief, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

ZAAKSDOSSIER [I]

1.

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld tegen [Slachtoffer 2]en/of [Slachtoffer 1]en/of (hun) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud) heeft/ die [Slachtoffer 2]en/of [Slachtoffer 1]hebben gedwongen tot de afgifte van een (grote) hoeveelheid sieraden en/of (merk)horloges, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 2]en/of [Slachtoffer 1]en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan de [I] 193B aldaar), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid sieraden en/of (merk) horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [Slachtoffer 2]en/of [Slachtoffer 1]en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [Slachtoffer 2] en/of die [Slachtoffer 1]en/of (hun) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

- het gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de woning van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]onverhoeds binnen dringen en/of

- het springen op de rug van die [Slachtoffer 2] en/of (vervolgens) het duwen van die [Slachtoffer 2] op de grond en/of (vervolgens) het duwen van die [Slachtoffer 2] in de rug en/of het (hardhandig) achterop het hoofd duwen en/of

- het van achteren vastpakken en/of vasthouden van die [Slachtoffer 1]en/of

- het houden van een hand voor de mond van die [Slachtoffer 1]en/of

- meermalen tegen die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]zeggen dat ze niet mochten bewegen en/of niet met elkaar mochten praten en/of op hun knieën moesten zitten en/of de alarmcode moesten afgeven en/of de mobiele telefoons moesten inleveren en/of

- aan die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]en/of hun kind(eren) meermalen een of meer vuurwapens tonen en/of

- het vastbinden van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]aan handen en/of enkels met tie-ribs tiewraps en/of

- het duwen van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]op hun bed en/of (vervolgens) vastbinden van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]met tie-ribs tiewraps en/of

- het harder aantrekken van de tie-ribs tiewraps bij die [Slachtoffer 2] en/of

- het opsluiten van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]in hun slaapkamer (gescheiden van hun kinderen) en/of

- tegen die [Slachtoffer 1]zeggen dat ze over een paar dagen terug zouden komen voor het geld;

2

hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [Slachtoffer 2]en/of [Slachtoffer 1]en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/zijn/hebben hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de woning van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]onverhoeds binnengedrongen en/of

- op de rug van die [Slachtoffer 2] gesprongen en/of (vervolgens) die [Slachtoffer 2] op de grond geduwd en/of (vervolgens) die [Slachtoffer 2] in de rug geduwd en/of (hardhandig) achterop het hoofd geduwd en/of

- die [Slachtoffer 1]van achteren vastgepakt en/of vastgehouden en/of

- een hand voor de mond van die [Slachtoffer 1]gehouden en/of

- meermalen tegen die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]gezegd dat ze niet mochten bewegen en/of niet met elkaar mochten praten en/of op hun knieën moesten zitten en/of de alarmcode moesten afgeven en/of de mobiele telefoons moesten inleveren en/of

- aan die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]en/of hun kind(eren) meermalen een of meer vuurwapens getoond en/of

- die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]aan handen en/of enkels met tie-ribs tiewraps vastgebonden en/of

- die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]op hun bed geduwd en/of (vervolgens) die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]met tie-ribs tiewraps vastgebonden en/of

- (vervolgens) de tie-ribs tiewraps bij die [Slachtoffer 2] harder aangetrokken en/of

- die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]opgesloten in hun slaapkamer (gescheiden van hun kinderen) en/of

- gedurende een duur van ongeveer twee uur (22.30u tot 00.20u) in de woning en/of in de directe nabijheid van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]en/of (diens) kinderen gebleven;

- gedurende een duur van ongeveer twee uur (22.30u tot 00.20u) in de woning en/of in de directe nabijheid van die [Slachtoffer 2] en/of [Slachtoffer 1]en/of (diens) kinderen gebleven;

ZAAKSDOSSIER [II]

3. hij op of omstreeks 15 augustus 2012 te Dordrecht, in elk geval in Nederland 17, althans een of meer (merk)horloges heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven en/of het voorhanden krijgen van die horloges wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen staat naar het oordeel van het hof vast dat verdachte op 15 augustus 2012, 17 horloges voorhanden heeft gehad terwijl hij wist dat deze van misdrijf afkomstig waren. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij op het moment dat hij deze horloges ontving, wist dat deze niet ‘koosjer’ waren. Het hof stelt vast dat de verpakking van dure merkhorloges in een kussensloop niet gebruikelijk is en wijst op een criminele herkomst.

Het hof stelt vast dat op 14 juli 2012 te 6:44:32 (AH/78/595) een OVC gesprek heeft plaatsgevonden waaraan verdachte deelneemt. Het hof leidt uit dit gesprek af dat in de kring rond de verdachte gespeculeerd wordt over de betrokkenheid van [Medeverdachte 1] bij de overval op [Slachtoffer 5]. Het hof stelt voorts vast dat het [Medeverdachte 1] is geweest die de verdachte heeft verzocht de horloges weg te brengen. Het is [Medeverdachte 1] met wie verdachte onmiddellijk na de inbeslagname van de horloges contact opneemt. Niet is gebleken dat de politie aan de verdachte bij zijn staande houding op 15 augustus 2012 heeft aangegeven dat de horloges die de verdachte bij zich had van de overval van [Slachtoffer 5] [Persoon 1] op 16 augustus 2012 – de verdachte heeft hierover ter terechtzitting in eerste aanleg van 13 juni 2014, p. 16 van het proces-verbaal, verklaard dat dit gesprek inderdaad waarschijnlijk over de overval op [Slachtoffer 5] gaat -, gaat het hof ervan uit dat de verdachte minst genomen welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de horloges van misdrijf, en wel van de overval op [Slachtoffer 5], afkomstig waren.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 eerste cumulatief bewezen verklaarde levert op:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Het onder 1 tweede cumulatief bewezen verklaarde levert op:

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

opzetheling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 eerste en tweede cumulatief, het onder 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting alsmede gegeven de in eerste aanleg opgelegde straf.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Woningoverval en wederrechtelijke vrijheidsberoving

[I]

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woningoverval en aan wederrechtelijke vrijheidsberoving. Samen met twee andere daders is de verdachte ’s avonds laat een vrijstaande woning binnengedrongen. Eenmaal binnen werden de nog wat achter zijn laptop werkende man en zijn tv-kijkende vrouw overmeesterd. De vrouw is van achter gepakt en er is geprobeerd een sjaal in haar mond te duwen. De man is van achter besprongen, waardoor hij ten val kwam en op de grond kwam te liggen. Door het lawaai zijn twee van de drie kinderen wakker geworden en naar beneden gekomen. Daar zagen zij hun vader op zijn buik liggend met de handen op de rug vastgebonden, hun moeder zittend op de bank met bloed op haar wang, eveneens met de handen vastgebonden. Zij hebben beiden een vuurwapen bij de daders gezien. De man moest met één van de overvallers naar boven. Vervolgens zijn de overvallers in de hele woning op zoek gegaan naar waardevolle spullen en hebben horloges en sieraden weggenomen. Na enige tijd, moest ook de vrouw naar boven. De twee kinderen bleven, gescheiden van hun vader en moeder, beneden achter met een van de overvallers. De vrouw moest de code van de kluis afgeven en zelf de spullen uit de kluis halen. De man moest toelichten welke spullen van waarde waren. Uiteindelijk zijn de man en de vrouw, nog steeds gescheiden van hun kinderen, aan handen en voeten achterlangs vastgebonden op hun bed gelegd. Voor het vastbinden zijn steeds tiewraps gebruikt. Tussen hen in is een kussen neergelegd zodat zij geen contact met elkaar konden maken. Aan de kinderen is een schaar gegeven en gezegd dat zij op de klok moesten kijken en dat zij na 12 minuten hun ouders mochten losknippen. Verdachte en zijn mededaders zijn vervolgens – na bijna twee uur in de woning te zijn geweest - met de aanzienlijke buit bestaande uit sieraden en horloges weggegaan. Kort daarna is de politie binnengekomen, die eerst twee volstrekt ontredderde kinderen aantrof en vervolgens de ouders uit hun benarde positie heeft bevrijd.

De steeds (deels) van elkaar gescheiden slachtoffers hebben - in de wetenschap dat er gewapende mannen in hun huis waren - urenlang in angstige onzekerheid verkeerd over het lot van hun medegezinsleden. Ter terechtzitting in hoger beroep is door de slachtoffers naar voren gebracht wat een enorme impact dit alles op hun leven en dat van hun kinderen heeft gehad. Duidelijk is geworden dat hun levens hierdoor blijvend zijn getekend. De gedachte dat zij zich nooit meer veilig in hun eigen huis kunnen voelen en vooral het besef van de ouders dat zij hun kinderen niet voldoende veiligheid en bescherming hebben kunnen bieden, maakt hen ook na 4,5 jaar nog boos en intens verdrietig.

Door de raadsman is ter terechtzitting in hoger beroep bij pleidooi gemotiveerd - mede onder verwijzing naar de LOVS oriëntatiepunten en de straftoemeting in zijns inziens vergelijkbare zaken -, naar voren gebracht dat de in eerste aanleg opgelegde onvoorwaardelijke gevangenisstraf en de door het Openbaar Ministerie in hoger beroep geëiste gevangenisstraf voor wat betreft het feitencomplex in zaaksdossier [I] te hoog is nu doorgaans voor woningovervallen niet meer dan vijf jaar gevangenisstraf wordt opgelegd.

Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Ter zake van de artikelen 310-317 Sr inzake woningovervallen zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten voor straftoemeting opgesteld. Bij een overval op een woning door een meerderjarige met ‘licht geweld/bedreiging’ wordt als vertrekpunt voor de straftoemetingsoverwegingen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren genoemd, bij ‘ander geweld’ is dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren. Als definitie van ‘licht geweld’ wordt een enkele ruk/duw zonder noemenswaardig letsel genoemd. Als strafvermeerderende en/of strafverminderende factoren worden kwetsbare slachtoffers, de omvang van de schade, (aard en ernst) van het letsel, het samenwerkingsverband, professionele werkwijze, recidive en het soort wapen/voorwerp genoemd.

Ten aanzien van de status van voornoemde LOVS oriëntatiepunten is tevens het volgende van belang. Vooropgesteld wordt dat de rechter in een concrete zaak niet gebonden is aan genoemde oriëntatiepunten en dat de uitleg hiervan aan hem is voorbehouden. In het verlengde hiervan heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de straftoemetingsoriëntatiepunten niet als recht in de zin van artikel 79 van de Wet op de rechterlijke organisatie kunnen worden beschouwd; bedoelde ori ëntatiepunten zijn niet afkomstig van een instantie die de bevoegdheid heeft rechters te binden. Ondanks de straftoemetingsvrijheid moet de uitleg en toepassing van oriëntatiepunten door de rechter uiteraard wel begrijpelijk zijn. (vgl. HR 31 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:114).

Beoordeling

Uit de wettelijke bepalingen voor diefstal met geweld (artikel 312 Sr) en afpersing (artikel 317 Sr) volgt dat de maximumstraf van 9 jaar gevangenisstraf in vijf gevallen wordt verhoogd tot 12 jaar. Uit de bewezenverklaring in deze zaak volgt dat er sprake is van twee van die straf verhogende omstandigheden, te weten het plegen van het feit gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en de omstandigheid dat het in vereniging is gepleegd.

Naar het oordeel van het hof staat vast dat het door de daders gebruikte fysieke geweld als zwaarder dan het in de oriëntatiepunten genoemde ‘licht geweld’ moet worden gekarakteriseerd. De man is immers naar de grond gewerkt en de vrouw is zodanig in haar gezicht vastgepakt dat zij daar letsel (met als blijvend gevolg een ook thans nog zichtbaar litteken in de wang) aan heeft overgehouden. Vervolgens zijn beiden aan handen (en later ook aan hun voeten) vastgebonden met tiewraps. Verdachte is degene geweest die op enig moment de tiewraps rond de polsen van de man strakker heeft aangetrokken om hem onder druk te zetten. De man heeft verklaard dat dit pijn deed en dat vervolgens zijn handen gevoelloos werden. Naast het uitgeoefende fysieke geweld was er ook sprake van een voortdurende dreiging met geweld. In dit verband is relevant dat de in het zwart geklede daders waren voorzien van bivakmutsen en een (al dan niet echt) vuurwapen.

Ten aanzien van de straf vermeerderende factoren overweegt het hof voorts als volgt.

De overval is gepleegd op een gezin met kinderen. Het hof rekent het de verdachte sterk aan dat hij is doorgegaan met de overval nadat hij de kinderen in de woning had gezien. De kinderen zijn daarmee welbewust blootgesteld aan hetgeen in de woning is voorgevallen. Met name aan het op een gegeven moment scheiden van de kinderen van hun ouders tilt het hof zwaar, kinderen zijn kwetsbare slachtoffers. Voorts is de overval op professionele wijze uitgevoerd. Zo is in de voorbereiding gebruik gemaakt van een vluchtauto met gestolen kentekenplaten. Tijdens de overval was er sprake van een duidelijke taakverdeling en blijkt de professionaliteit vooral uit het raffinement en de doelgerichtheid waarmee de overval is uitgevoerd.

Naast de tenlastegelegde en bewezenverklaarde afpersing en diefstal met geweld is er bovendien ook sprake geweest van wederrechtelijke vrijheidsberoving. Voor dit feit bestaan geen landelijke oriëntatiepunten. Uit de wettelijke bepalingen voor artikel 282 Sr volgt een maximumstraf van 8 jaar gevangenisstraf.

In de twintig door de raadsman genoemde uitspraken is slechts in één geval (het op p. 8 van de pleitnota genoemde arrest GHARN:2012:BY1578) ook sprake van de gecombineerde bewezenverklaring van een woningoverval en wederrechtelijke vrijheidsberoving. De onderliggende casus en de persoon van de verdachte in die zaak laten zich echter niet goed vergelijken met de onderhavige zaak.

Het hof betrekt bij zijn straftoemetingsbeslissing nog het volgende. Uit de genoemde wettelijke strafmaxima kan worden afgeleid dat de wetgever zwaar tilt aan dergelijke feiten. De op te leggen straf voor de woningoverval wordt – uiteraard binnen de grenzen van de meerdaadse samenloopregeling van artikel 57 Sr - verhoogd gelet op de omstandigheid dat ook de onder 2 tenlastegelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving wordt bewezenverklaard.

Opzetheling

Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling, welk misdrijf het plegen van diefstallen en inbraken lucratief maakt en een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen in stand houdt. De maximale strafbedreiging van opzetheling bedraagt naast een geldboete van de vijfde categorie een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren. Voor dit feit bestaan geen landelijke oriëntatiepunten.

Net als de rechtbank heeft het hof vastgesteld dat de horloges afkomstig waren van een gewapende woningoverval aan [II] te Rijswijk. Uit het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van het hof naar voren gekomen dat de verdachte ook betrokken is geweest bij het wegsluizen van gelden uit de buit naar [Medeverdachte 1], die bij arrest van heden als dader is veroordeeld voor de overval op de woning aan [II]. Zo heeft de verdachte via moneytransfers meermaals vanaf juni 2012 geld vanuit Nederland naar Marokko aan [Medeverdachte 1] overgemaakt. Het hof is alles afwegende alsmede in aansluiting op hetgeen door de rechtbank met betrekking tot dit feit is opgelegd van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar voor dit feit passend en geboden is.

Overige factoren

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 maart 2017, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder vermogensdelicten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof houdt er in enige mate in het voordeel van de verdachte rekening mee dat hij heeft bekend aan de overval te hebben deelgenomen, dat hij schriftelijk spijt heeft betuigd aan de slachtoffers en dat hij zich heeft ingespannen om een deel van de buit terugbezorgd te krijgen bij de slachtoffers. De verdachte komt daarin oprecht over. Dat doet geenszins af aan het leed dat hij de slachtoffers heeft aangedaan. Hij heeft zijn eigen aandeel ook niet volmondig toegegeven en het deel van de buit dat terugbezorgd is, bestaat uit de minst waardevolle spullen. Het toont echter wel dat de verdachte inzicht heeft in het verwerpelijke van zijn handelen en dat hij hiervoor, anders dan een van zijn mededaders, de verantwoordelijkheid neemt.

Conclusie

Gelet op al deze opgenomen omstandigheden onderling en in samenhang bezien is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren passend en geboden is.

Het hof realiseert zich dat de verdachte dus opnieuw gedetineerd zal raken, nu hij de op te leggen straf nog niet volledig in voorlopige hechtenis heeft uitgezeten. Het hof gaat er van uit dat de verdachte na ommekomst van zijn detentie, dit hoofdstuk in zijn leven kan afsluiten en vervolgens een start zal maken met het uitvoeren van de op de terechtzitting geuite plannen die de verdachte heeft voor een recidiefvrije toekomst.

Beslag

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zal het hof de volgende beslissing nemen.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven USB Stick, 4 Gig (BD-B.01.01.002), zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) gelasten.

Ter zake van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven paracetamol en Kamagrapillen, welke onder de verdachte in beslag zijn genomen, zal het hof – anders dan de rechtbank en het Openbaar Ministerie - de teruggave aan de verdachte gelasten. Het hof overweegt hiertoe als volgt. Bij de doorzoeking van een verblijfplaats van de verdachte is een hoeveelheid paracetamol en Kamagrapillen aangetroffen. Het hof stelt vast dat onttrekking aan het verkeer op basis van artikel 36c Sr niet aan de orde is, nu deze goederen geen betrekking hebben op de bewezenverklaarde feiten. Artikel 36d Sr bepaalt dat vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn de aan de dader of verdachte toebehorende goederen welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Doch dit kan alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan. Onder soortgelijke feiten in de zin van dit wetsartikel dienen volgens vaste jurisprudentie te worden verstaan feiten die tot dezelfde categorie behoren als de door de verdachte begane feiten dan wel de feiten waarvan hij wordt verdacht. Nu de verdachte geen soortgelijke feiten heeft begaan, de bewezenverklaarde feiten betreffen immers een woningoverval, afpersing en opzetheling, kunnen de in beslaggenomen goederen niet worden onttrokken aan het verkeer en kan het hof niet anders beslissen dan dat deze goederen aan de verdachte moeten worden teruggegeven.

Ten aanzien van de busjes Pepperspray zal het hof wel de onttrekking aan het verkeer gelasten op grond van artikel 36 d Sr. Dit voorwerp is voor onttrekking aan het verkeer vatbaar aangezien deze aan de dader toebehoort, bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane strafbare feiten is aangetroffen, het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang en het voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten (bij een woningoverval en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving).

Tot slot gelast het hof de teruggave aan de rechthebbende van 17 horloges aan [Slachtoffer 5] respectievelijk 2 horloges aan de familie [Slachtoffer 2].

Vorderingen tot schadevergoeding

In het onderhavige strafproces hebben de navolgende slachtoffers zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van schade, geleden als gevolg van het aan de verdachte onder 1 eerste en tweede cumulatief en 2 ten laste gelegde. In eerste aanleg zijn deze vorderingen deels niet-ontvankelijk verklaard en deels toegewezen. In hoger beroep zijn de vorderingen aan de orde tot de navolgende bedragen:

- [ [Benadeelde partij 1] tot een bedrag van in totaal

€ 136.303,63, bestaande uit een bedrag van € 1.800,- ter zake van immateriële schade en een bedrag van

€ 134.503,63 ter zake van materiele schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vermeerdering van het totaalbedrag met de wettelijke rente. Voorts is door haar een bedrag van € 6.092,35 gevorderd wegens, samengevat, proceskosten;

- [ [Benadeelde partij 2] een bedrag van in totaal

€ 15.000,-, bestaande uit een bedrag van € 1.800,-, ter zake van immateriële schade en een bedrag van

€ 13.200,-, ter zake van materiele schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vermeerdering van het totaalbedrag met de wettelijke rente;

- [ [Benadeelde partij 1] heeft zich in haar hoedanigheid als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [Benadeelde partij 3] gevoegd tot een bedrag van in totaal € 1.800,-, bestaande uit immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vermeerdering van het totaalbedrag met de wettelijke rente;

- [ [Benadeelde partij 1] heeft zich in haar hoedanigheid als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [Benadeelde partij 4] gevoegd tot een bedrag van in totaal € 1.800,-, bestaande uit immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vermeerdering van het totaalbedrag met de wettelijke rente;

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van alle vorderingen, telkens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vermeerdering van het totaalbedrag met de wettelijke rente.

De vorderingen van de benadeelde partijen zijn namens de verdachte betwist voor zover deze zien op de proceskosten en de kosten van de sieraden en horloges. Door de raadsman is bij pleidooi naar voren gebracht dat de verdachte de schade wil vergoeden. Het is echter onduidelijk hoe het nieuwe taxatierapport is opgemaakt. Hoewel de vorderingen de verdediging niet onaannemelijk voorkomen, kunnen deze niet worden gecontroleerd en dienen zij overeenkomstig het vonnis van de rechtbank niet-ontvankelijk te worden verklaard nu de beoordeling daarvan een onevenredige belasting vormt voor het strafgeding.

Immateriële schade

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 eerste en tweede cumulatief en onder 2 bewezen verklaarde. Die schade zal naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid worden vastgesteld op € 1.800,- per persoon, zodat die vorderingen zullen worden toegewezen.

Materiële schade

Naar het oordeel van het hof hebben [Benadeelde partij 1] en [Benadeelde partij 2] beiden aan de hand van het nieuwe taxatierapport van gecertificeerd register taxateur [taxateir] voldoende aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 eerste en tweede cumulatief en onder 2 bewezen verklaarde. De vorderingen van de benadeelde partijen zullen derhalve worden toegewezen.

Hoofdelijke toewijzing

Gelet op de bewezenverklaring van het onder 1 eerste en tweede cumulatief en onder 2 tenlastegelegde en het bepaalde in de artikelen 6:162 juncto 6:166 van het Burgerlijk Wetboek zal het hof de vordering van de benadeelde partijen hoofdelijk toewijzen ter zake van de verdachte en zijn medeveroordeelden [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2].

Proceskosten

Dit alles brengt tevens met zich mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die iedere benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof ten aanzien van de benadeelde partijen aan de hand van het ‘Liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven’ gezamenlijk begroot op

€ 5.264,-. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die iedere benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken, tot op heden begroot op nihil.

In eerste aanleg zijn de vorderingen door een rechtsadviseur ingediend. In hoger beroep is niet gebleken dat er procesvertegenwoordiging heeft plaatsgevonden. Gelet hierop zal er alleen voor de eerste aanleg één punt worden toegekend.

[Benadeelde partij 1]tarief V à € 894,-,

[Benadeelde partij 2]tarief II à € 452,-,

[Benadeelde partij 1] als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarigen [Benadeelde partijen 3 en 4] tarief I elk à € 384,-, totaal € 768,-.

Betaling aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers ten behoeve van de [Slachtoffer 1], [Slachtoffer 2], [Slachtoffer 3], [Slachtoffer 4].

Nu vaststaat dat de verdachte tot bedragen van in totaal

€ 136.303,63, € 15.000,-, € 1.800,- en € 1.800,-, telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het feit is gepleegd te weten 16 november 2012, aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 eerste en tweede cumulatief en het onder 2 bewezenverklaarde aan de slachtoffers is toegebracht, zal het hof aan de verdachte en zijn medeveroordeelden [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] de – hoofdelijke – verplichting opleggen die bedragen, met rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van respectievelijk de slachtoffers [Slachtoffer 1], [Slachtoffer 2], [Slachtoffer 3], [Slachtoffer 4].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 36b, 36d, 36f, 57, 63, 282, 312, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 eerste en tweede cumulatief, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 eerste en tweede cumulatief, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beslag

Gelast de bewaring ten behoeven van de rechthebbende(n) van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- USB-stick 4 Gig (BD-B.01.01.002).

Gelast de teruggave aan [Slachtoffer 5] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

17 horloges afkomstig van [Slachtoffer 5].

Gelast de teruggave aan [Slachtoffer 2] van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2 horloges afkomstig van familie [slachtoffer].

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2 busjes Pepperspray (KH Security).

Beveelt de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

7 zakken a 2 kilo paracetamol

10 strips a 4 stuks Kamagrapillen

Wijst toe de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [Benadeelde partij 1], [Benadeelde partij 2], [Benadeelde partij 3] en [Benadeelde partij 4] ter zake van het onder 1 eerste en tweede cumulatief en het onder 2 bewezen verklaarde tot een bedrag van in totaal respectievelijk € 136.303,63, € 15.000,-, € 1.800,- en

€ 1.800,-, en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn medeveroordeelden [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2], hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormelde toegewezen bedragen aan schadevergoeding vermeerderd worden met de wettelijke rente vanaf 16 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Schadevergoedingsmaatregel

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers, de volgende bedragen te betalen:

- [ [Slachtoffer 1] € 136.303,63, bestaande uit een bedrag van € 1.800,-, ter zake van immateriële schade en een bedrag van € 134.503,63, ter zake van materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 199 (honderdnegenennegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

- [ [Slachtoffer 2] € 15.000,-, bestaande uit een bedrag van € 1.800,-, ter zake van immateriële schade en een bedrag van € 13.200,-, ter zake van materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 110 (honderdentien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

- [ [Slachtoffer 1] als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [Slachtoffer 4] tot een bedrag van in totaal € 1.800,-, bestaande uit immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 28 (achtentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

- [ [Slachtoffer 1] als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [Slachtoffer 3] tot een bedrag van in totaal € 1.800,-, bestaande uit immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 28 (achtentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de medeveroordeelden [Medeverdachte 1] en [Medeverdachte 2] hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichtingen ter zake van de (im)materiële schade vermeerderd worden met de wettelijke rente vanaf 16 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partijen gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op in totaal € 2.114,-, te weten [Slachtoffer 1], [Slachtoffer 4], à € 894,-, [Slachtoffer 2], à € 452,- [Slachtoffer 1]als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarigen [Slachtoffer 3] en 4 elk à € 384,-, totaal € 768,-.

Heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit arrest is gewezen door Th.W.E. Schmitz,

mr. M. Moussault en mr. T.B. Trotman, in bijzijn van de griffier mr. M.Th.A. de Ridder.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 mei 2017.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature