Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online


 

E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHDHA:2017:1270
Gerechtshof Den Haag, BK-15/00894, BK-15/00895 en BK-15/00896

Inhoudsindicatie:

In hoger beroep is - naar het Hof begrijpt - in geschil of: a. de aanslag IB/PVV 2004 tijdig is opgelegd; b. de hoorplicht, het inzagerecht en het verdedigingsbeginsel zijn geschonden; c. de uitspraak op bezwaar moet worden vernietigd omdat deze niet binnen de termijn is gedaan; d. de Inspecteur wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar een dwangsom als bedoeld in artikel 4:17, lid 1, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), heeft verbeurd; e. het leerstuk van de omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing is; f. de verliesvaststellingsbeschikking op het juiste bedrag is vastgesteld; g. (het saldo van) de te verrekenen verliezen op te lage bedragen zijn vastgesteld; h. de Inspecteur terecht een voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking heeft genomen en, zo ja, of dit voordeel op de juiste hoogte is vastgesteld; i. het bedrag van de nog te verrekenen pga op een te laag bedrag is vastgesteld; j. de verliesvaststellingsbeschikking en de beschikking niet in aanmerking genomen pga voortijdig zijn genomen; k. de navorderingsaanslag Zfw 2004 terecht is opgelegd; l. de Inspecteur in het geding in eerste aanleg niet heeft voldaan aan de in artikel 8:42 van de Awb neerlegde verplichting tot inzending van de op de zaak betrekking hebbende stukken; m. belanghebbende zich met vrucht kan beroepen op gewekt vertrouwen; n. sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; en of o. belanghebbende recht heeft op immateriƫle schadevergoeding.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug