Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Klaagster verwijt de notarissen het volgende.

1. Notaris 3 heeft de derde verklaring van erfrecht opgesteld en gedeponeerd zonder klaagster daarvan in kennis te stellen.

2. De functie van boedelnotaris is overgezet van notaris 1 naar notaris 2 zonder dat klaagster daarvan in kennis is gesteld.

3. Notaris 1 heeft zich voorgedaan als boedelnotaris, terwijl notaris 3 als zodanig stond ingeschreven in het boedelregister van de rechtbank.

4. Notaris 3 heeft zich niet aan de erfgenamen bekend gemaakt als boedelnotaris.

5. Notaris 1 heeft als boedelnotaris de boedelbeschrijving onvoltooid gelaten.

6. De notarissen hebben [X] op diens verzoek informatie verstrekt uit interne gegevens, in het bijzonder de derde verklaring van erfrecht, ten behoeve van door hem als advocaat op te stellen processtukken. Dit is in strijd met artikel 6 van de Verordening interdisciplinaire samenwerking 2003 (IDS 2003) van de KNB.

7. Notaris 2 heeft aan de erfgenamen kosten voor de verkoop van de woning in rekening gebracht, terwijl de woning door de door de rechtbank aangestelde makelaar op de conditie “kosten koper” was aangeboden.

8. Door notaris 2 zijn excessieve kosten voor de levering van de woning berekend.

9. Onder meer zijn kosten in rekening gebracht voor het opstellen van een ongevraagde, ongebruikte en onnodige akte van volmacht om de woning te leveren.

10a. De boedelgelden zijn onnodig langdurig vastgehouden.

10b. Dit geldt ook voor een bedrag van € 244.875,52 sinds de levering van de woning.

11. Aan klaagster zijn geen periodieke overzichten verstrekt van het tegoed op de derdengeldenrekening.

12. Notaris 1 heeft tegenover de aan zijn kantoor verbonden advocaten het voornemen geuit om te beschikken of te willen beschikken over het saldo op de derdengeldenrekening voor het betalen van zijn declaratie, zonder dat hij deze declaratie en de daarbij behorende urenverantwoording heeft verstuurd, terwijl de werkzaamheden met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap reeds zijn gestaakt.

13. Het feit dat zowel door notaris 1 als boedelnotaris als door zijn kantoorgenoot [X] als partij -advocaat in dezelfde nalatenschap werkzaamheden zijn verricht, verdraagt zich niet met de vereiste onpartijdigheid.

14. De informatie-uitwisseling tussen notaris 1 en notaris 2 en hun kantoorgenoot [X] als partij -advocaat is zodanig dat die los van de voorgaande klacht niet in overeenstemming is met de vereiste onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

De kamer heeft de klacht op alle onderdelen ongegrond verklaard.

Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.197.040/01 NOT

nummers eerste aanleg : 16-11, 16-12 en 16-13

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 2 mei 2017

inzake

[naam] ,

wonend te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

appellante,

tegen

1. [naam] ,

2. [naam] ,

3. [naam] ,

notarissen te [plaats] , gemeente [gemeente] ,

geïntimeerden.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellante (hierna: klaagster) heeft op 11 augustus 2016 een beroepschrift met bijlagen bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 13 juli 2016 (ECLI:NL:TNORDHA:2016:26). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster tegen geïntimeerden (hierna afzonderlijk: notaris 1, notaris 2 en notaris 3 en tezamen: de notarissen) op alle onderdelen ongegrond verklaard.

1.2.

De notarissen hebben op 28 september 2016 een verweerschrift met bijlagen bij het hof ingediend.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 16 februari 2017. Klaagster, vergezeld van haar levenspartner [naam] , en de notarissen zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; klaagster en notaris 1 aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

Samengevat weergegeven gaat het in deze zaak om het volgende.

3.2.1.

Op 16 februari 2011 is de moeder van klaagster, [naam] , (verder: moeder) overleden. Uit het huwelijk van moeder en de op 9 augustus 2006 overleden vader van klaagster zijn naast klaagster twee dochters ( [A] en [B] ) en twee zonen ( [C] en [D] ) geboren. Krachtens het testament van moeder van 23 februari 1993 komen de kinderen als volgt als erfgenamen in haar nalatenschap op: [D] voor 1/100e gedeelte en de andere kinderen tezamen en voor gelijke delen voor het resterende gedeelte.

3.2.2.

De broers en zussen van klaagster hebben de nalatenschap van moeder beneficiair aanvaard, ten gevolge waarvan de nalatenschap van moeder dient te worden vereffend volgens de wet.

3.2.3.

[A] en de broers van klaagster hebben aan [B] volmacht gegeven onder meer om alle tot de nalatenschap van moeder behorende vorderingen te innen en om daarvoor kwijting te verlenen.

3.2.4.

Notaris 1 heeft op 22 juni 2011 een verklaring van erfrecht afgegeven, waarin onder het kopje ‘D. Erfgenamen’ staat dat [D] voor 1/100e gedeelte als erfgenaam tot de nalatenschap van moeder is gerechtigd en de andere erfgenamen tezamen en voor gelijke delen voor het resterende gedeelte. Verder is opgenomen dat klaagster (zo lang zij de nalatenschap niet verwerpt) en [B] uitsluitend tezamen bevoegd zijn om de nalatenschap van moeder te beheren. Onder het kopje ‘J. Conclusie’ staat dat zolang klaagster de nalatenschap van moeder niet verwerpt de andere kinderen van moeder tezamen en voor gelijke delen de erfgenamen van moeder zijn.

3.2.5.

Op 1 juli 2011 heeft notaris 1 een tweede verklaring van erfrecht afgegeven. In deze verklaring van erfrecht staat - en in zoverre anders luidend dan de verklaring van erfrecht van

22 juni 2011 - onder het kopje ‘J. Conclusie’ dat zolang klaagster de nalatenschap van moeder niet verwerpt de andere kinderen van moeder erfgenaam zijn voor de erfdelen als daarvoor vermeld.

3.2.6.

Klaagster en haar broers en zussen hebben notaris 1 in augustus 2011 volmacht gegeven om als boedelnotaris de nalatenschap van moeder af te wikkelen.

3.2.7.

Op 13 september 2011 heeft notaris 3 een derde verklaring van erfrecht afgegeven. In deze verklaring staat dat de erfgenamen notaris 1 hebben gevolmachtigd om - kort gezegd - met betrekking tot de nalatenschap van moeder alle benodigde handelingen ten beheer te verrichten. De tekst is letterlijk overgenomen uit de in augustus 2011 door de erfgenamen aan notaris 1 gegeven volmachten.

3.2.8.

Klaagster heeft bij brief van 31 januari 2013 haar volmacht aan notaris 1 ingetrokken.

3.2.9.

Met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap van moeder zijn door de notarissen declaraties met factuurdatum 31 januari 2013 (ad € 17.078,35), 10 juni 2013

(ad € 18.967,16) en 20 augustus 2013 opgemaakt. Op de laatste declaratie is het totaal te betalen bedrag teruggebracht tot € 15.000,- (alle bedragen inclusief btw). Dit naar aanleiding van door klaagster gemaakte bezwaren tegen de hoogte van de eerdere declaraties.

3.2.10.

Tijdens een bespreking op 19 juli 2013 met de notaris heeft klaagster een verklaring ondertekend, waarin onder meer en samengevat weergegeven staat dat klaagster geen overeenkomst tot gehele of partiële verdeling wenst te sluiten, dat het bedrag aan boedelgelden na aftrek van de door het notariskantoor gemaakte kosten en het honorarium van in totaal

€ 15.000,- (inclusief btw) zullen worden overgemaakt op een ervenrekening en dat klaagster finale kwijting geeft voor hetgeen tot en met die datum in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van moeder is verricht en beheerd.

3.2.11.

Tussen klaagster enerzijds en haar zussen en broer(s) anderzijds zijn op enig moment geschillen ontstaan met betrekking tot de (omvang van de) nalatenschap van moeder. Een kantoorgenoot van de notarissen, [naam] , (verder: [X] ) heeft een broer en de zussen van klaagster als advocaat bijgestaan in verschillende gerechtelijke procedures tegen klaagster.

3.2.12.

Bij beschikking van 29 januari 2015 van de rechtbank Den Haag, aangevuld bij beschikking van 5 maart 2015, is op haar verzoek machtiging aan [A] verleend tot het te gelde maken van de tot de nalatenschap behorende ouderlijke woning (verder: de woning).

3.2.13.

De woning is bij akte van levering, op 18 augustus 2015 voor notaris 2 verleden, in eigendom overgedragen aan derden. Op de nota van afrekening staan bedragen inzake ‘honorarium onderhandse volmacht [naam] ’, ‘honorarium verrekening zakelijke lasten’, ‘kosten titelonderzoek en verdere werkzaamheden’, ‘kosten wettelijke inzages’ en ‘leges gemeente’.

3.2.14.

De boedelgelden, waaronder de verkoopopbrengst van de woning, staan op de derdengeldrekening van het notariskantoor.

4 Standpunt van klaagster

Klaagster verwijt de notarissen het volgende.

1. Notaris 3 heeft de derde verklaring van erfrecht opgesteld en gedeponeerd zonder klaagster daarvan in kennis te stellen.

2. De functie van boedelnotaris is overgezet van notaris 1 naar notaris 2 zonder dat klaagster daarvan in kennis is gesteld.

3. Notaris 1 heeft zich voorgedaan als boedelnotaris, terwijl notaris 3 als zodanig stond ingeschreven in het boedelregister van de rechtbank.

4. Notaris 3 heeft zich niet aan de erfgenamen bekend gemaakt als boedelnotaris.

5. Notaris 1 heeft als boedelnotaris de boedelbeschrijving onvoltooid gelaten.

6. De notarissen hebben [X] op diens verzoek informatie verstrekt uit interne gegevens, in het bijzonder de derde verklaring van erfrecht, ten behoeve van door hem als advocaat op te stellen processtukken. Dit is in strijd met artikel 6 van de Verordening interdisciplinaire samenwerking 2003 (IDS 2003) van de KNB.

7. Notaris 2 heeft aan de erfgenamen kosten voor de verkoop van de woning in rekening gebracht, terwijl de woning door de door de rechtbank aangestelde makelaar op de conditie “kosten koper” was aangeboden en verkocht, zodat die kosten voor rekening van de kopers behoorden te komen.

8. Door notaris 2 zijn excessieve kosten voor de levering van de woning berekend.

9. Onder meer zijn kosten in rekening gebracht voor het opstellen van een ongevraagde, ongebruikte en onnodige akte van volmacht om de woning te leveren.

10a. De boedelgelden zijn onnodig langdurig vastgehouden; ongeveer € 3500,- sinds 2012 tot op heden, terwijl de afwikkelingswerkzaamheden in juli 2013 zijn beëindigd.

10b. Dit geldt ook voor een bedrag van € 244.875,52 sinds de levering van de woning op

18 augustus 2015 tot op heden.

11. Aan klaagster zijn geen periodieke overzichten verstrekt van het tegoed op de derdengeldenrekening.

12. Notaris 1 heeft tegenover de aan zijn kantoor verbonden advocaten het voornemen geuit om te beschikken of te willen beschikken over het saldo op de derdengeldenrekening voor het betalen van zijn declaratie, zonder dat hij deze declaratie en de daarbij behorende urenverantwoording heeft verstuurd, terwijl de werkzaamheden met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap reeds zijn gestaakt.

13. Het feit dat zowel door notaris 1 als boedelnotaris als door zijn kantoorgenoot [X] als partij -advocaat in dezelfde nalatenschap werkzaamheden zijn verricht, verdraagt zich niet met de vereiste onpartijdigheid.

14. De informatie-uitwisseling tussen notaris 1 en notaris 2 en hun kantoorgenoot [X] als partij -advocaat is zodanig dat die los van de voorgaande klacht niet in overeenstemming is met de vereiste onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

5 Standpunt van de notarissen

De notarissen hebben verweer gevoerd. Hun standpunt wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.

6 Beoordeling

Ontvankelijkheid

6.1.

De notarissen hebben in hoger beroep als verweer aangevoerd dat klaagster in het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat zij in het beroepschrift het notariskantoor als verweerders heeft geduid en de tuchtrechtspraak ziet op (kandidaat-)notarissen en toegevoegd notarissen.

6.2.

Klaagster is in beroep gekomen tegen de bestreden beslissing, in welke beslissing de notarissen als beklaagden zijn aangemerkt.

Klaagster noemt in haar beroepschrift als verweerders ‘ [naam] (adres), in het bijzonder de notarissen: [naam] , [naam] en [naam] ’. Hieruit blijkt voldoende duidelijk dat klaagster haar klacht ook in hoger beroep tegen de notarissen richt. Het verweer wordt daarom verworpen. Klaagster is ontvankelijk in haar hoger beroep.

Klachtonderdeel 1

6.3.

Klaagster heeft op 24 augustus 2011 aan notaris 1 een volmacht verstrekt om - kort gezegd - haar te vertegenwoordigen ter zake van het beheer van de tot de nalatenschap van moeder behorende zaken en vermogensrechten en de vereffening van deze nalatenschap. Op grond van deze volmacht was notaris 1 bevoegd om een verklaring van erfrecht te doen opstellen. Vanzelfsprekend heeft hij deze verklaring van erfrecht niet zelf kunnen afgeven. Notaris 1 heeft een afschrift ontvangen van deze verklaring van erfrecht. Op grond van de machtiging dient die afgifte te worden aangemerkt als de ontvangst van de verklaring van erfrecht door klaagster zelf. De notarissen hebben aangevoerd dat klaagster van de twee eerder afgegeven verklaringen van erfrecht een afschrift heeft ontvangen, omdat in die verklaringen van erfrecht staat dat klaagster tezamen met haar zuster [B] bevoegd was om de nalatenschap van moeder te beheren. Dit acht het hof gezien het doel en de strekking van een verklaring van erfrecht juist. Immers, met een verklaring van erfrecht konden klaagster en [B] tegenover derden bewijzen dat zij bevoegd waren om de nalatenschap van moeder te beheren en alle daarvoor benodigde (rechts)handelingen te verrichten. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor notaris 1 en de derde verklaring van erfrecht. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdelen 2 tot en met 4

6.4.

Het hof is met de kamer van oordeel dat niet is komen vast te staan dat notaris 3 zich in de nalatenschap van moeder als boedelnotaris heeft gedragen of de schijn heeft doen bestaan dat hij boedelnotaris zou zijn (geworden). Notaris 3 heeft zich in het boedelregister als betrokken notaris laten inschrijven. Aangezien notaris 3 de verklaring van erfrecht van

13 september 2011 heeft afgegeven, is dat niet onjuist. Deze klachtonderdelen zijn eveneens ongegrond.

Klachtonderdeel 5

6.5.

Aangezien de broers en zussen van klaagster de nalatenschap van moeder beneficiair hadden aanvaard, dienden klaagster en haar broer en zussen als erfgenamen de nalatenschap gezamenlijk te vereffenen. Uit dien hoofde was het aan hen om een (onderhandse of notariële) boedelbeschrijving op te maken. Bij brief van 11 mei 2011 heeft notaris 1 klaagster hierop gewezen en uit zijn brief van 2 augustus 2011 aan klaagster blijkt dat hierover afspraken zijn gemaakt, te weten dat klaagster van alle roerende zaken die in de woning aanwezig waren (en eventueel de roerende zaken die zich bij haar bevonden) en tot de nalatenschap behoorden een beschrijving zou maken en dat broer [C] en zuster [B] hetzelfde zouden doen met betrekking tot de roerende zaken buiten de woning die de overige erfgenamen onder zich hielden. Na ontvangst van de reacties van klaagster en [C] heeft notaris 1 een voorlopige boedelbeschrijving opgesteld en deze bij brief van 11 augustus 2011 aan klaagster toegezonden. Op dit punt valt notaris 1 geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel 6

6.6.

Ter zitting in hoger beroep heeft notaris 1 aangevoerd dat hij als gevolmachtigde van de erfgenamen in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van moeder bij verschillende zaken betrokken is geweest en onder andere met [X] afspraken heeft gemaakt en dat hij zich bij die gelegenheden met de derde verklaring van erfrecht heeft gelegitimeerd als gevolmachtigde van de erfgenamen. Zodoende is [X] ervan op de hoogte geraakt dat deze derde verklaring van erfrecht bestond en dat deze was opgesteld door notaris 1.

Het hof heeft geen reden om te twijfelen aan hetgeen notaris 1 heeft aangevoerd. Nu elke onderbouwing van die suggestie ontbreekt, is niet aannemelijk geworden dat notarissen (andere) informatie uit het dossier aan [X] hebben verstrekt in het kader van een te voeren gerechtelijke procedure. Dit klachtonderdeel is eveneens ongegrond.

Klachtonderdelen 7, 8 en 9

6.7.

Ook indien een woning ‘kosten koper’ wordt verkocht, kunnen onder omstandigheden bepaalde kosten voor rekening van de verkoper blijven. Het hof is van oordeel dat notaris 2 voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in dit geval het titelonderzoek aan de zijde van de verkopers veelomvattender en ingewikkelder was dan dat doorgaans is. Daarnaast speelde een rol dat de onderlinge verhouding tussen de erfgenamen niet goed was, verschillende procedures tussen de erfgenamen werden gevoerd en de (advocaten van) erfgenamen zich veelvuldig voor vragen en informatie tot de notarissen hebben gewend. De daaraan verbonden kosten kunnen in een dergelijk geval in redelijkheid niet voor rekening van de kopende partij worden gebracht.

6.8.

Ter zitting is door de notarissen aangevoerd dat de declaratie van [naam] Makelaardij ad

€ 904,40 in eerste instantie uit de boedelgelden is voldaan en dat zij deze declaratie voor hun rekening hebben genomen nadat klaagster tegen deze declaratie bezwaar had gemaakt. De notarissen hebben toegelicht dat zij het bedrag van deze declaratie voor eigen rekening hebben genomen door het in mindering te brengen op hun declaratie aan de erfgenamen Het hof is van oordeel dat het voor de erfgenamen duidelijker zou zijn geweest als de notarissen het bedrag van de declaratie van [naam] Makelaardij hadden teruggestort op de derdengeldrekening in plaats van dit bedrag in hun facturen te verwerken, maar acht deze handelwijze niet klachtwaardig. Opgemerkt zij dat op de facturen uitdrukkelijk is vermeld dat op het daarbij in rekening gebrachte honorarium de factuur van [naam] Makelaardij ad € 904,40 in mindering is gebracht.

6.9.

Klaagster dient zich met klachten over de hoogte van de declaratie in beginsel te wenden tot de algemene klachten- en geschillencommissie voor het notariaat. Gelet op de diverse verrichte werkzaamheden en de omstandigheden waaronder deze werkzaamheden zijn verricht, acht het hof de door notaris 2 voor de levering van de woning in rekening gebrachte kosten in ieder geval niet disproportioneel. Verder heeft klaagster niet weersproken dat notaris 2 een deel van de gemaakte kosten niet in rekening heeft gebracht.

6.10.

De (toenmalige) advocaat van klaagster heeft bij e-mail van 22 juni 2015 aan [X] laten weten dat klaagster medewerking aan de levering wilde en naar zijn mening ook moest verlenen, dat zij als partij in de akte kon worden opgenomen en dat haar hiertoe een volmacht kon worden gestuurd. Uit de e-mail van 15 juli 2015 van [X] aan [naam] , een kandidaat-notaris op het notariskantoor, blijkt dat [A] - aan wie de kantonrechter machtiging had verleend tot tegeldemaking van de woning - hiermee instemde en dat de daaraan verbonden kosten ten laste van de verkoopopbrengst konden worden gebracht. Het is daarom niet klachtwaardig dat vervolgens een onderhandse volmacht voor klaagster is opgesteld en de daaraan verbonden notariële werkzaamheden in rekening zijn gebracht. Hieraan doet niet af dat deze volmacht uiteindelijk niet is gebruikt omdat klaagster toch zelf bij het transport aanwezig wilde zijn. Niet is gebleken dat notaris 2 van dit laatste tijdig op de hoogte was. Ook deze klachtonderdelen zijn ongegrond.

Klachtonderdelen 10a en 10b

6.11.

Pas als de erfgenamen tot overeenstemming komen over de verdeling van de nalatenschap van moeder kunnen de boedelgelden door de notarissen worden uitbetaald. Uit de op 19 juli 2013 door klaagster ondertekende overeenkomst blijkt dat zij met een gehele of partiële verdeling niet akkoord gaat. Verder is gebleken dat klaagster niet heeft gereageerd op het verzoek van notaris 1 om aan hem gegevens te verstrekken van een bankrekening ten name van de erfgenamen, terwijl uit vorenbedoelde overeenkomst blijkt dat was afgesproken dat klaagster dat zou doen. Daarom kan notaris 1 en notaris 2 niet worden verweten dat de boedelgelden, waaronder de verkoopopbrengst van de woning, nog steeds op de derdengeldrekening staan. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond.

Klachtonderdeel 11

6.12.

Er is geen regel die voorschrijft dat een notaris verplicht is om aan rechthebbenden spontaan periodiek financiële overzichten met betrekking tot de op de derdengeldrekening aangehouden gelden te verstrekken. Uit het dossier is niet af te leiden dat klaagster om periodieke overzichten van het tegoed op de derdengeldrekening heeft gevraagd. Op een eenmalig verzoek van klaagster heeft notaris 1 bij brief van 16 april 2014 een financieel overzicht aan haar verstrekt. Verder hebben de notarissen medio 2015 aan de advocaat van klaagster op diens verzoek inzage gegeven in de aangehouden boedelgelden. Dit klachtonderdeel is eveneens ongegrond.

Klachtonderdeel 12

6.13.

Ter zitting in hoger beroep is gebleken dat notaris 1 na het opmaken van de einddeclaratie in 2013 op verzoek van een broer en de zussen van klaagster aanvullende werkzaamheden heeft verricht. Indien deze werkzaamheden bij klaagster in rekening (zouden) zijn gebracht, acht het hof dat onjuist. Nu een factuur aangaande deze werkzaamheden ontbreekt in het dossier en niet kan worden vastgesteld dat deze werkzaamheden bij klaagster in rekening zijn gebracht, kan van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door notaris 1 niet worden gesproken.

Dit betekent dat dit klachtonderdeel ongegrond is.

Klachtonderdelen 13 en 14

6.14.

Bij gebreke van een concrete onderbouwing van deze klachtonderdelen is niet aannemelijk geworden dat door het handelen van de notarissen met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap en het optreden van hun kantoorgenoot [X] namens een broer en de zussen van klaagster in dat kader de onpartijdigheid of de onafhankelijkheid van de notarissen in het gedrang is gekomen. Ook deze klachtonderdelen zijn ongegrond.

6.15.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de beslissing van de kamer dient te worden bevestigd.

6.16.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.17.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 Beslissing

Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.M.A. Verscheure, J.C.W. Rang en L.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2017 door de rolraadsheer.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature