Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Juist oordeel rechtbank dat beroepsgronden niet tot oordeel leiden dat verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig is en oordeel over beperkingen, neergelegd in de FML, onjuist is. De aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven.

Uitspraak



15/3471 WIA

Datum uitspraak: 7 april 2017

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van

3 april 2015, 14/3119 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R.A.J. Koks, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere (medische) stukken ingezonden.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend vergezeld van een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober 2016. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. T.B.M. Kersten, kantoorgenoot van mr. Koks, en haar partner

[naam partner] . Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.P. Veldman.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst om het Uwv de gelegenheid te geven te reageren op de brief van de Raad van 25 oktober 2016. Het Uwv heeft, door het indienen van een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep van 21 november 2016, van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

Namens appellante is nader gereageerd en zijn (medische) stukken ingediend.

De Raad heeft mededeling gedaan aan partijen van een wijziging in de samenstelling van de kamer.

Met toestemming van partijen is bepaald dat verdere behandeling van de zaak ter zitting achterwege kan blijven, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Bij besluit van 28 januari 2014 heeft het Uwv vastgesteld dat appellante met ingang van

5 februari 2014 geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het door appellante tegen dit besluit ingestelde bezwaar is bij besluit van 30 juli 2014 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan dit besluit liggen ten grondslag rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak overwogen dat het bestreden besluit gebaseerd is op voldoende zorgvuldig tot stand gekomen en deugdelijk gemotiveerde rapporten van de artsen van het Uwv. Hierbij heeft de rechtbank van belang geacht dat de artsen van het Uwv dossierstudie hebben verricht, een anamnese hebben afgenomen, er lichamelijk en psychologisch onderzoek heeft plaatsgevonden en informatie van de behandelend sector bij het onderzoek betrokken is. Daarnaast heeft de rechtbank overwogen dat door de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk gemotiveerd is waarom de nader in beroep door appellante overgelegde medische informatie geen aanleiding geeft voor twijfel aan de juistheid van de door de artsen van het Uwv vastgestelde beperkingen, neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 8 januari 2014. Uitgaande van de juistheid van de FML heeft de rechtbank vervolgens overwogen dat zij geen grond ziet voor het oordeel dat de, bij het in beroep ingediende, aanvullende arbeidskundig rapport van 6 januari 2015, geduide functies voor appellante niet geschikt zijn. De zogenoemde signaleringen zijn naar het oordeel van de rechtbank van een afdoende toelichting voorzien. Nu in beroep de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep aanleiding heeft gezien over te gaan tot een aanpassing van de arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit heeft de rechtbank aanleiding gezien het beroep van appellante gegrond te verklaren en het bestreden besluit, met instandlating van de rechtsgevolgen, te vernietigen. De rechtbank heeft voorts beslist over vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.

3.1.

Appellante heeft in hoger beroep allereerst verwezen naar wat zij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd. Appellante is van mening dat met name in verband met haar heup- en rugklachten in de FML te weinig beperkingen zijn opgenomen. Ter onderbouwing van dit betoog heeft zij het advies van verzekeringsarts mr. J.T.J.A. Klijn van 8 juni 2015 ingezonden en voorts informatie van de geraadpleegde specialisten overgelegd. Door de combinatie van een gebrekkige werking van de pacemaker en longklachten heeft appellante ook last van duizeligheid en concentratieklachten.

3.2.

Het Uwv heeft, onder verwijzing naar de bij het procesverloop vermelde rapporten, verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De Raad stelt vast dat het hoger beroep van appellante is gericht tegen de uitspraak van de rechtbank voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand zijn gelaten.

4.2.

Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat de door appellante in beroep ingediende gronden niet tot het oordeel leiden dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek door de verzekeringsarts (bezwaar en beroep) onzorgvuldig is te achten en het oordeel over de voor appellante geldende beperkingen, zoals neergelegd in de FML van 8 januari 2014, voor het verrichten van arbeid voor onjuist te houden. De aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven.

4.2.1.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 29 juli 2015, naar aanleiding van in hoger beroep door appellante ingediende medische gegevens, waaronder het rapport van verzekeringsarts mr. Klijn van 8 juni 2015, inzichtelijk gemotiveerd waarom hij per datum in geding geen aanleiding ziet meer dan wel zwaardere beperkingen aan te nemen. Verzekeringsarts mr. Klijn heeft, zo stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep, op

25 mei 2015 onderzoek verricht naar de actuele gezondheidssituatie van appellante. Vervolgens heeft hij de ten tijde van dat onderzoek vastgestelde belastbaarheid van de rug en schouders, zonder deugdelijke onderbouwing, geprojecteerd naar de datum in geding,

5 februari 2014. Uit informatie van de verzekeringsarts, die appellante kort voor einde wachttijd onderzocht, komt naar voren dat deze arts geen functionele beperkingen aan de rug en schouders van appellante heeft vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft voorts in zijn rapport gemotiveerd waarom de in hoger beroep ingezonden neurologische bevindingen van anesthesioloog G.P.G. Filippini-De Moor van 24 april 2014 evenmin aanleiding zijn voor aanpassing van de FML. Deze gegevens leveren volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen aanwijzingen op voor een neurologisch substraat. Er is dan sprake van aspecifieke lage rugklachten. Ook hier was sprake van pseudoradiculaire klachten. Uit het journaal van de huisarts blijkt bij rugonderzoek en onderzoek van de heupen op 29 januari 2014 niet van de aanwezigheid van bijzonderheden. Met de (lichte)

COPD-klachten is bij het vaststellen van de belastbaarheid rekening gehouden en de bevindingen van de internist van 3 december 2013 laten geen onderliggende oorzaak zien voor de door appellante ervaren longklachten. Door appellante zijn in hoger beroep geen medische gegevens overgelegd die de Raad doen twijfelen aan de juistheid van de standpunten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, verwoord in zijn rapport van

29 juli 2015.

4.2.2.

Ter zitting bij de Raad is erop gewezen dat aan appellante met ingang van

18 september 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering is toegekend, berekend naar de mate van arbeidsongeschiktheid van 36,42%. Dit is voor de Raad aanleiding geweest de verzekeringsarts bezwaar en beroep de juistheid van de aangenomen beperkingen per datum in geding, 5 februari 2014, nader te laten toelichten. In zijn rapport van 21 november 2016 stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat het ziektebeeld van appellante een dynamisch proces is. De objectieve beperkingen die aanleiding gaven tot het toekennen van een

WGA-uitkering per 18 september 2014 waren, zo stelt hij, op 5 februari 2014 nog niet aanwezig. Er was sprake van een geheel andere medische situatie. Ter onderbouwing van dit standpunt wordt verwezen naar het huisartsjournaal waaruit blijkt dat appellante op

29 januari 2014 onderzocht is en dat aan haar rug en heupen geen bijzonderheden werden opgemerkt. Voorts had appellante zelf te kennen gegeven dat ook de orthopedisch chirurg niets voor haar kon betekenen. Uit informatie van anesthesioloog Filippini-De Moor blijkt dat zij voor de aspecifieke rugklachten van appellante geen substraat bij beeldvormend onderzoek heeft kunnen vaststellen en ook geen tekenen van radiculopathie. Dit alles bij een normaal neurologische onderzoek.

4.3.

Gezien de in het dossier voorhanden zijnde medische gegevens en de inzichtelijke motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep wordt geen aanleiding gezien te twijfelen aan het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep over de belastbaarheid van appellante per 5 februari 2014.

4.4.

Uitgaande van de juistheid van de FML van 8 januari 2014 wordt het oordeel van de rechtbank onderschreven dat appellante in staat moet worden geacht de werkzaamheden die zijn verbonden aan de voor haar geselecteerde voorbeeldfuncties te verrichten.

5. Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten dient te worden bevestigd.

6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker als voorzitter en J.P.M. Zeijen en L. Koper als leden, in tegenwoordigheid van N. Veenstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 april 2017.

(getekend) R.E. Bakker

(getekend) N. Veenstra

RB

Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature