Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Ten onrechte kinderbijslag geweigerd. De Svb is ten onrechte uitgegaan van de datum van inschrijving bij de KvK als aanvangsdatum van de werkzaamheden van appellant in Nederland en dus ook van de verzekering voor de AKW. Appellant heeft aangetoond dat hij enige maanden voor de datum van inschrijving bij de KvK al werkzaamheden heeft verricht in Nederland.

Uitspraak



16 2257 AKW, 16/3663 AKW

Datum uitspraak: 7 april 2017

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

26 februari 2016, 15/7358 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft A. Čmilanský (gemachtigde) hoger beroep ingesteld.

Appellants verzoek om versnelde behandeling als bedoeld in artikel 8:52 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bij brief van 13 mei 2016 afgewezen.

De Svb heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

De gemachtigde heeft zich met brieven van 4 augustus 2016, 12 december 2016 en

8 februari 2017 nogmaals tot de Raad gewend. Tevens heeft hij een reactie ingezonden op het incidenteel hoger beroep.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2017. Namens appellant is zijn gemachtigde verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F.L.B. Metz. Het geding is gevoegd behandeld met het geding 15/3344 AKW. In de gedingen wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN

1. Appellant heeft de Slowaakse nationaliteit. Zijn echtgenote en kinderen zijn in Slowakije woonachtig, waar zijn echtgenote ook werkzaam was. Appellant is van 25 juli 2007 tot

15 december 2014 vennoot geweest in [naam V.O.F.] V.O.F. Hij heeft in ieder geval in 2014 kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) ontvangen, omdat hij in Nederland werkzaam was. Met een formulier van 7 januari 2015 heeft appellant de Svb verzocht de kinderbijslag te beëindigen, omdat hij niet meer in Nederland werkzaam was. Met een besluit van 23 januari 2015 heeft de Svb appellant medegedeeld dat hij vanaf het eerste kwartaal van 2015 geen recht meer heeft op kinderbijslag. Op 29 april 2015 heeft appellant opnieuw kinderbijslag aangevraagd en heeft daarbij onder andere een Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandel (KvK) overgelegd, waaruit blijkt dat hij sinds

21 februari 2015 een eenmanszaak drijft onder de naam [naam bedrijf]. Ook heeft hij daarbij een viertal rekeningen namens [naam bedrijf] meegezonden, voor werkzaamheden in januari tot en met mei 2015. Met een besluit van 25 juni 2015 heeft de Svb appellant laten weten dat hij vanaf maart 2015 recht heeft op kinderbijslag. In bezwaar heeft appellant gemeld dat hij sinds 26 januari 2015 in Amsterdam woont en daarom vanaf 1 februari 2015 recht heeft op kinderbijslag. Bij het besluit van 8 oktober 2015 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft zij overwogen dat in geschil is de vraag of appellant per 26 januari 2015 dan wel per

21 februari 2015 als ingezetene moet worden aangemerkt. Gezien de van toepassing zijnde bepalingen in de AKW en de daarop gebaseerde rechtspraak, komt de rechtbank tot het oordeel dat appellant pas per 21 februari 2015 als ingezetene kan worden aangemerkt en dat hij op grond van Verordening (EG) nr. 883/2004 (Vo 883/2004) met ingang van

1 maart 2015 recht heeft op kinderbijslag.

3.1.

De Svb heeft incidenteel hoger beroep ingesteld, omdat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat appellant op grond van ingezetenschap per 1 maart 2015 als verzekerde voor de AKW moet worden aangemerkt. De Svb stelt dat het bestreden besluit is gebaseerd op de stelling dat appellant per 1 maart 2015 verzekerd is voor de AKW, omdat hij werkzaamheden als zelfstandige in Nederland heeft verricht per 21 februari 2015.

3.2.

In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald dat hij, als EU-burger die rechtmatig in Nederland woont, per 1 februari 2015 recht heeft op kinderbijslag. Omdat zowel de Svb als de rechtbank, naar de mening van appellant, hem gediscrimineerd hebben, verzoekt hij beide te veroordelen tot vergoeding van schade tot een hoogte van ieder € 25.000,-.

3.3.

Bij de beoordeling van het hoger beroep van appellant wordt vooropgesteld dat de Svb en de rechtbank ten onrechte louter de bepalingen uit de AKW en de daarop gebaseerde rechtspraak hebben toegepast met betrekking tot de beoordeling van de verzekeringsplicht van appellant. Op appellant zijn, als migrerend EU-burger en werknemer, Verordening (EG) nr. 883/2004 (Vo 883/2004) en Verordening (EG) nr. 987/2009 (Vo 987/2009) van toepassing.

3.4.

In geding is de vraag of appellant recht heeft op kinderbijslag met betrekking tot de maand februari 2015, meer in het bijzonder de vraag of hij als verzekerde voor deze wet kan worden aangemerkt in deze maand. De Svb heeft ter zitting nader uiteengezet dat uitgegaan wordt van de datum van inschrijving bij de KvK als aanvangsdatum van de werkzaamheden van appellant in Nederland en dus ook van de verzekering voor de AKW. Zij kan daarin niet gevolgd worden. Uit de door appellant ingezonden stukken blijkt dat hij een rekening voor verrichte werkzaamheden in de maanden januari en februari 2015 heeft verzonden. In de ter zitting door de Svb overgelegde aangifte van appellant aan de Belastingdienst blijkt dat deze bedragen ook daarin als omzet zijn aangegeven. Hiermee staat voldoende vast dat appellant ook al in februari 2015 werkzaamheden als zelfstandige in Nederland heeft verricht. Dat hij toen nog niet stond ingeschreven bij de KvK met een eenmanszaak is in dit verband niet van doorslaggevend belang. Om te concluderen dat appellant werkzaamheden in Nederland heeft verricht in de zin van artikel 11 van Vo 883 /2004 zijn de hiervoor genoemde stukken voldoende. Daarmee staat vast dat de Nederlandse wetgeving van toepassing is. Deze stukken zijn voorts voldoende om tot de conclusie te komen dat is voldaan aan de eisen van artikel 9 van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 , te weten dat belastbare winst uit Nederlandse onderneming is genoten ter zake van in Nederland verrichte arbeid voor die onderneming.

4.1.

Het verzoek van appellant om vergoeding van schade wegens discriminerende beoordeling van zijn situatie door de Svb en de rechtbank komt niet voor toewijzing in aanmerking. Op grond van artikel 8:88 (nieuw) van de Awb kan tot vergoeding van geleden of nog te lijden schade worden overgegaan indien sprake is van onder andere een onrechtmatig besluit of onrechtmatig handelen. In dit geding is sprake van een onrechtmatig besluit van de Svb. Appellant heeft echter op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat deze onrechtmatigheid is veroorzaakt door discriminatie. Appellant gaat uit van de onjuiste vooronderstelling dat een EU-burger die rechtmatig in Nederland verblijft onmiddellijk als ingezetene van Nederland wordt beschouwd voor de toepassing van de AKW. De rechtmatigheid van het verblijf is een onderdeel van de beoordeling of iemand verzekerd is voor de AKW, maar niet het enige en doorslaggevende onderdeel. Die beoordeling vindt plaats ongeacht de nationaliteit van betrokkene.

4.2.

Met betrekking tot het verzoek om vergoeding van schade veroorzaakt door de rechtbank wordt als volgt overwogen. Op grond van artikel 1:1, tweede lid, onder c, in samenhang met artikel 1:1, derde lid, van de Awb kan de rechtbank in haar rechtsprekende taak niet worden aangemerkt als een bestuursorgaan. Op grond van artikel 8:88 (nieuw) van de Awb kan de bestuursrechter een bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van schade. Hieruit volgt dat de Raad niet bevoegd is een oordeel te geven over het verzoek tot vergoeding van schade voor zover het de rechtbank betreft.

4.3.

Uit 3.1 tot en met 4.2 volgt dat het hoger beroep van appellant slaagt en dat de aangevallen uitspraak ook om deze reden vernietigd dient te worden, alsmede het bestreden besluit. Het verzoek om vergoeding van schade dient te worden afgewezen. Gezien het voorgaande heeft de Svb geen belang meer bij de beoordeling van het incidenteel hoger beroep.

5. Op grond van artikel 8:75 van de Awb , in samenhang met artikel 1, onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht , kunnen proceskosten uitsluitend vergoed worden indien sprake is van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De gemachtigde kan niet aangemerkt worden als iemand die beroepsmatig rechtsbijstand verleend. Voor vergoeding van proceskosten bestaat dan ook geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

vernietigt de aangevallen uitspraak;

verklaart het beroep tegen het besluit van 8 oktober 2015 gegrond en vernietigt dat besluit;

draagt de Svb op een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

wijst het verzoek om vergoeding van schade af;

bepaalt dat de Svb aan appellant het door hem betaalde griffierecht van € 169,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos als voorzitter en T.L. de Vries en

M.A.H. van Dalen-van Bekkum als leden, in tegenwoordigheid van L.H.J. van Haarlem als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 april 2017.

(getekend) E.E.V. Lenos

(getekend) L.H.J. van Haarlem

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over ingezetene.

KP

Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature