Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online

Opties voor deze uitspraak

LJN BK3265, Rechtbank Utrecht, 264670 / FA RK 09-1695
Datum uitspraak: 11-11-2009
Datum publicatie: 13-11-2009
Rechtsgebied: Personen-en familierecht
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummers: 264670 / FA RK 09-1695
Inhoudsindicatie:
Ontbreken ouderschapsplan in verstekzaak.

Uw eigen juridische database
OpMaat, uw eigen juridische database, altijd en overal toegang, snel, uitgebreide zoekmogelijkheden, compleet, gebruiksvriendelijk en actueel, www.sneltotdekern.nl
gesponsorde link
Uitspraak

beschikking
RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rekestnummer: 264670 / FA RK 09-1695

Echtscheiding

Beschikking van 11 november 2009

in de zaak van

[de vrouw]
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M.A.J. Kubatsch

tegen

[de man] volgens de huwelijksakte ook genaamd [de man],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen de man.

1. Verloop van de procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het ter griffie ingediende verzoekschrift en nadien ingekomen stukken.

2. Vaststaande feiten

- Partijen zijn op [1999] te [woonplaats], Marokko, met elkaar gehuwd.
- Hun huwelijk is duurzaam ontwricht.
- Zij hebben de Marokkaanse nationaliteit.
- De minderjarige kinderen van partijen zijn:
[kind 1], geboren op [2001] te [kind 2], Marokko, en
[kind 3], geboren op [2004] te [woonplaats].


3. Beoordeling van het verzochte

3.1. Bevoegdheid
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 van de Verordening EG nr. 2201 /2003 (Brussel IIbis) d.d. 27 november 2003 bevoegd is om over het echtscheidingsverzoek te oordelen, voorzover nodig in samenhang met artikel 4 Rv.

3.2. Toepasselijk recht
De vrouw heeft verzocht om toepassing van Nederlands recht op haar verzoek. De man heeft dit niet weersproken. De rechtbank zal daarom op grond van artikel 1 lid 4 Wet Conflictenrecht Echtscheiding Nederlands recht toepassen.

3.3. Ontvankelijkheid
De vrouw heeft een verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvoorzieningen ingediend. De man heeft geen verweer gevoerd.
Op grond van artikel 815 lid 2 sub a Rv dient een dergelijk verzoekschrift een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen.
De vrouw heeft in haar verzoekschrift gesteld dat partijen niet in staat zijn om te communiceren over de inhoud van een op te stellen ouderschapsplan, waardoor zij niet in staat is een ouderschapsplan te overleggen. De rechtbank heeft daarop, teneinde partijen te bevragen over de mogelijkheden afspraken te maken over de kinderen, een mondelinge behandeling bepaald op 7 oktober 2009.
Op 29 september 2009 heeft de vrouw nog stukken overgelegd waaruit blijkt dat de vrouw aangifte heeft gedaan tegen de man van huisvredebreuk en dat de man wegens huiselijk geweld in de echtelijke woning een huisverbod heeft opgelegd gekregen tot 4 april 2009 en nadien nog een verlenging tot 22 april 2009.
Voorts heeft de advocaat van de vrouw een aan haar gericht e-mail bericht van de reclasseringsambtenaar vande man overgelegd waaruit blijkt dat de man niet naar de behandeling ter terechtzitting zal komen.
Hoewel de rechtbank van oordeel is dat het verzoekschrift niet het vereiste ouderschapsplan bevat is uit het bovenstaande voldoende gebleken dat partijen op dusdanig gespannen voet met elkaar leven en daardoor niet met elkaar kunnen communiceren over de kinderen waardoor van hen redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat zij alsnog een ouderschapsplan overleggen. De rechtbank zal gelet op het bovenstaande beslissingen nemen over de verzochte nevenvoorzieningen die het meest in het belang van de kinderen wordt geacht en daarmee derhalve, bij gebreke van een ouderschapsplan, conform artikel 815 lid 6 Rv in een ouderschapsregeling voorzien.
Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank de vrouw ontvangen in haar verzoek.

Voorts is uit de stukken gebleken dat de man niet verblijft in een voorziening als bedoeld in artikel 817 Rv.


3.4.Echtscheiding
Op grond van de vaststaande feiten kan het verzoek tot echtscheiding worden toegewezen.

3.5. Huurrecht van de echtelijke woning en hoofdverblijfplaats van de kinderen
Hetzelfde geldt voor de gevraagde nevenvoorzieningen ten aanzien van het huurrecht van de echtelijke woning en de hoofdverblijfplaats van de kinderen nu deze onbestreden zijn gebleven en in het belang van de kinderen wordt geacht.

4. Beslissing

4.1. De rechtbank spreekt uit de echtscheiding tussen partijen.

4.2. De minderjarige kinderen [kind 1] en [kind 3] zullen hun hoofdverblijfplaats bij de vrouw hebben.

4.3. De vrouw zal de huurster zijn van de woning aan de [adres] [woonplaats], met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

4.4. De beslissing onder punt 4.2. is uitvoerbaar bij voorraad.


Deze beschikking is gegeven door mr. P.J.M. Mol, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I. Oignet-Coenen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2009.?





Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven     |     zoeken     |     uitgebreid zoeken